Fiets

Aankoop-avonturen

Ik schrijf hier niet zo heel vaak over spullen, maar nu maar weer een keer wel en – voor alle duidelijkheid – ik doe dat geheel onafhankelijk. Ik heb de laatste tijd namelijk een paar avonturen (nouja…) beleefd bij de aankoop van nieuwe dingen. Ik had nogal wat nodig, en dat ging niet allemaal zonder slag of stoot.

Het begon ermee dat ik een opvolger zocht voor de Tri-Slide die op was. Dat is spul om makkelijker uit een wetsuit te komen en schuren daarvan te voorkomen, zonder het neopreen te beschadigen en zonder dat je handen er ook vet van worden. Ik heb twee van die spuitbussen versleten, maar ik kon het nu niet meer vinden. Dan maar op zoek naar een alternatief. Bij Bol zocht ik op ‘body glide’, zo dacht ik dat het heette, maar dan krijg je, uhm, heel andere dingen in de resultaten, namelijk uit de categorie ‘erotiek’. ‘Anti-chafe balm‘ deed het – je moet het maar net weten – en zo bestelde ik  een stick. Die werd een paar dagen later bezorgd… zonder dop erop. De envelop was aan de binnenkant al vettig en bovendien is het onhandig meenemen zo natuurlijk. Dus retour. Die retourzending raakte kwijt, ofzoiets, in elk geval: ik kreeg m’n geld niet terug. Gelukkig had ik het verzendbewijs nog. Na wat ge-heen-en-weer met Bol en het verzendende bedrijf kwam het gelukkig goed, en meer dan dat: ik kreeg mijn geld terug en vanwege het ongemak gratis een stick opnieuw. Dit keer wel met dop:

Daarna bestelde ik bij Triathlonaccessoires een nieuwe triathlon-fietsbroek. Dat is eigenlijk de onderkant van een tweedelig triathlonpakje. Zo’n pakje heb ik al jaren (onlangs hier nog te zien). Ik vind het broekje met de dunne zeem fijn op de triathlonfiets, fijner dan een gewone fietsbroek, die in de aerohouding een beetje prop wordt. Het broekje gebruikte ik dus vaak en het was aan het verslijten. Gelukkig vond ik hetzelfde merk in een goede maat. Bestellen ging echter ook niet zonder slag of stoot, want in plaats van twee tot vijf werkdagen levertijd duurde het er acht, met dus ook wat mailen heen en weer. Maar het is er en ik ben er blij mee. Het is zelfs mooier dan het oude broekje, meer een gewone fietsbroek: egaal zwart met wat langere pijpen.

Die broek is natuurlijk fijn met het oog op de naderende tijdrit, en daarvoor had ik ook nog iets anders nodig: nieuwe buitenbanden. Als ik het me goed herinner, zitten op mijn triathlonfiets nog steeds de oorspronkelijke banden, Vittoria Rubino’s, van eind 2014. Sinds ik op Strava zit, halverwege 2018, gaat dat om bijna 6500 kilometer; in totaal misschien dus wel om 10.000. Ze zijn nog niet eens op, maar voor de tijdrit wilde ik toch nieuwe. Het was een aardige zoektocht naar wat de beste banden voor mij zouden zijn: snel, ja, maar ook stabiel in de bochten en niet te snel lek, graag. Uiteindelijk kwam ik, mede dankzij een topic op het forum van Fiets met daarin een verwijzing naar een tabel met testresultaten, tot de conclusie dat het in het hogere prijssegment allemaal niet zo veel uitmaakt. Dus in de buidel tasten – het werden uiteindelijk Michelins. Als die ook weer 10.000 kilometer meegaan, kosten ze 1,1 cent per kilometer.

M’n buik enigszins vol van online aankopen ben ik vorige week naar mijn favoriete fysieke winkel gegaan om nieuwe loopschoenen te kopen: Run2Day. Ik loop al jaren het lekkerste op de Nike Free schoenen die ik daar ook ooit heb gekocht: licht, halve drop, weinig demping, soepel rond mijn voeten. Ze hebben echter als nadeel dat ik er wat moeizaam in kom. Voor alleen hardlopen is dat geen probleem, maar voor het wisselen in de triathlon is het onhandig. Gelukkig was er nog net een overjarig paar van een vergelijkbaar type met een soepeler instap in mijn maat. Ze lopen heerlijk, de bovenkant is net een pantoffel. Vanwege dat overjarige kreeg ik ook nog eens een mooie korting.

Ondertussen was ik ook nog bezig met het kopen van een nieuwe telefoon – de oude was na drie jaar (al!) het loodje aan het leggen. Dat heeft minder met het sporten te maken, behalve dan dat ik er eentje wil die tegen vocht en schokken kan, dus die ik goed mee kan nemen op de fiets. Bovendien wil ik er niet al te veel geld aan kwijt zijn. Ik hoef niks superhips en statusvols en mijn geld  besteed ik liever aan leuke dingen doen (en aan sportspullen dus, op het moment). Het is gelukt, alles doet het en ik ben er blij mee, maar het oriënteren, kopen, installeren en ‘dresseren’ heeft me ruim twee werkdagen gekost en hier en daar wat ergernis. Zoiets doe ik dus het liefst in de zomerperiode, als het qua werk rustig is. Wat een gedoe.

Enigszins koopmoe moest ik wat moed verzamelen en toen volgde als slot nog de minst avontuurlijke aankoop: sportvoeding bij Duursport.nl, succes gegarandeerd. Dat doe ik namelijk al jaren, het gaat altijd goed, en ik bestelde niks nieuws: hun huismerk energierepen, de gels die me sinds vorig jaar goed bevallen voor tijdens wedstrijden (alleen dan te gebruiken, want ze zijn peperduur), en eiwitrepen waar je een freaky hero van wordt:

Had ik hier al eens geschreven dat ik dol ben op die eiwitrepen, vooral de triple chocolate? Ze zijn ook prijzig, maar ik eet ze echt als traktatie. Ik heb nauwelijks speciale herstelproducten nodig (in m’n gewone eten zit genoeg eiwit), maar ze zijn handig en zooooo lekker. ‘Goed voor mijn herstel’ is vooral een excuus om lekker te snoepen na het sporten 😉

 

Door |2023-08-08T14:52:06+02:009 augustus 2023|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Verbetering

Ik ben sinds vorige week een stuk opgeknapt. Zo gaat het wel vaker: bodem van de put bereikt, beelden en verwachtingen loslaten – en weer vooruit kunnen. Ik heb deze week lekker kunnen trainen, waarbij ik voor mijn gevoel alleen wat moeier word dan normaal, zeker in de opeenvolging van dagen. Maandag was mijn vermogen op de fiets tot mijn verrassing weer normaal, in de zin van: hetzelfde als eind mei, net voordat ik ziek werd. Dat was een meevaller. Het lijkt erop dat ik wel iets slechter herstel dan normaal, door de darminfectie. Die zich al een tijdje redelijk kost houdt. De laatste slechte vlaag (het gaat steeds met ongeveer zeven dagen goed en daarna een paar dagen slecht), halverwege afgelopen week, was veel minder erg dan hiervoor en duurde ook maar twee dagen. Hopelijk betekent dat dat het echt aan het overgaan is.

Ik hoefde amper te werken, afgelopen week, dat was lekker. Daardoor kon ik een boel leuke dingen doen: woensdag van mijn broer in Vlissingen naar huis gefietst met een straf windje mee, donderdag Wout Poels de Profronde Westland zien winnen….

gister het tweede deel van van het Voetstappenpad rond Hilversum gelopen, en vanochtend vrijwilliger geweest bij de Parkrun, waarbij vriendin Marianne in het voorbijgaan deze foto’s van me maakte terwijl ik aan het tijdregistreren was:

 

Nog één klein dingetje over het gekwakkel: natúúrlijk heb ik weer gehoord dat het aan ‘de leeftijd’ zou liggen dat het niet meer zo lekker gaat. Zoals ik in mijn boek beweer, is dat de allerlaatste verklaring die je moet aannemen. In dit geval speelt mijn leeftijd hooguit een rol in misschien wat trager herstellen dan vroeger, maar verder is het toch echt allemaal pech. Sterker nog, eigenlijk word ik qua kwaaltjes jonger: gekneusde ribben kunnen je op elke leeftijd overkomen, darminfecties is meer iets voor kinderen/jongeren (vandaar eigenlijk ook dat het onduidelijk is wat ik heb, de parasiet die werd aangetroffen komt zo veel voor dat het onwaarschijnlijk is dat ik er op mijn leeftijd ineens last van krijg; de artsen die ik erover gesproken heb vermoeden iets resistents of exotisch), en de spruw die ik laatst had, bij mij als gevolg van de antibiotica, dat is vooral een babykwaaltje!

(Hamster Robbie mis ik nog wel. Ik wil pas een nieuwe hamster als ik echt helemaal beter ben. Hopelijk duurt dat niet te lang.)

 

 

Door |2023-07-29T15:11:36+02:0029 juli 2023|Fiets, Loop, Uncategorized|0 Reacties

Anders verder

Helaas moest ik vorige week om deze tijd constateren dat de antibiotica de darminfectie niet heeft opgelost. Het was best een tijd goed, acht dagen zelfs, ik kreeg serieus hoop dat het over was. Maar vorige week vrijdag begon er weer wat onrust. Zaterdag had ik nog wel een leuke sportdag in Amsterdam, met hardlopen en zwemmen.  Maar maandag had ik zelfs de ergste diarree tot nu toe. Heel naar: binnen een paar tellen van niks naar moeten hollen naar de wc, in de trein, geen wc-papier, en heel heftig. Ik ben daar best wel van geschrokken en ik baalde natuurlijk ook enorm: net die dag ging de infectie, met z’n pieken en dalen, de zevende week in.

Ik baalde. Ik baalde van niet precies weten wat ik heb, van de angst om niet tijdig bij een wc te kunnen zijn, van dat ik alleen maar narigheid heb overgehouden van de antibiotica (die spruw waar ik eerder over schreef – wordt beter maar is nog niet weg), van de smetvrees die ik er zo langzamerhand van krijg (ik voel me soms een wandelend brok besmettelijke viezigheid), van hoe lang het duurt, van het afscheid van het idee van een lekkere, zorgeloze zomer met onbekommerd sporten. En ook weg het laatste beetje hoop dat ik nog echt wat op kon bouwen voor de tijdrit. Gelukkig heb ik die dag wel heerlijk gewandeld.

De dag erna praatte de (vakantie-vervangende) huisarts me weer wat moed in. Er is kans dat zulke heftige diarree juist de ziekteverwekker uit mijn darmen heeft verjaagd, dus dat het het begin van het einde is, en anders zal het ook echt, heus overgaan, al kan dat duren. Om van die ene angst af te zijn, heb ik loperamide voorgeschreven gekregen, een stopmiddel dat ik zo af en toe kan gebruiken als er geen wc is.

’s Avonds dinsdag heb ik lekker gespind; ik zag m’n hoogste hartslag in tijden. Ik voel me echt wel beter dan een tijdje terug, mede dankzij die steeds langere periodes zonder klachten.

Eenmaal thuis bleek dat, wat we al even zagen aankomen, het leven van onze hamster Robbie op het eind liep. Ze is maar acht maanden geworden, en, met een voor mij pijnlijke speling van het lot: ze is gestorven aan diarree. Althans, ik denk dat het zo’n speling is, maar het kan ook zijn dat dat ik haar heb besmet. Die kans is – volgens mij – heel klein. Maar toch.

De dood van een hamster, zelfs zo’n voortijdige, kan ik op zich wel hebben, maar toch zat ik er woensdag even totaal doorheen. Ik heb het hier al vaker geschreven en niet eens over alles: het is een veeleisend jaar geweest, en sinds eind februari sukkel ik lichamelijk van het een in het ander, met als belangrijkste hindernissen de gekneusde ribben van maart/april en nu zeven weken aan de kwakkel met m’n darmen.

Het is me heel lang gelukt om m’n conditie op peil te houden en zelfs, tussendoor, nog ietsje te verbeteren. Maar de laatste paar weken komt de klad erin, en dat is niet zo gek natuurlijk. Ik heb sinds eind februari welgeteld vijf weken gehad waarin ik normaal heb kunnen trainen. Al die andere weken moest ik minstens een paar dagen een aangepast programma draaien, of ik kon alleen maar een beetje wandelen of yoga doen. Het valt me eigenlijk nog wel mee. Ik ben nog steeds overall fit (naar mijn eigen definitie) bijvoorbeeld.

Maar net de laatste weken zakt het vermogen dat ik kan trappen als ik hard wil fietsen (FTP) in. Ik weet dat het niet anders is, dat het tijdelijk is, dat mijn basis goed is, en dat ik juist de afgelopen maanden heb geleerd hoe makkelijk ik dat vermogen kan opbouwen als ik me meer richt op ‘kort en hard’ dan op lang. Maar nu heb ik vooral teleurstelling natuurlijk: ik raak kwijt wat ik heb opgebouwd.

Ondertussen heb ik mijn best gedaan om ook alle andere dingen zo goed mogelijk door te laten lopen: thuis, werk, boek, vrienden en – gelukkig – ook een boel leuke dingen. Het was zeker niet alleen maar ellende. Ellende die ik bovendien ook best wel kan relativeren, al is het alleen maar omdat ik op het moment mensen om me heen heb met veel grotere gezondheidsproblemen.

Maar, zo realiseer ik me sinds woensdag, alles bij elkaar was het me wel te veel. Ik heb me te veel voortgesleept; ik ben moe, het is op.

Dus: verder op een andere manier. Meer aan mezelf toekomen. Sporten alleen naar behoefte en voor de ‘back to basics’: genieten van buiten zijn en van het bewegen. Van het gezelschap, zoals bij wandelen met vriendinnen – drie keer deze week, dat was fijn. Het nóg meer nemen zoals het komt.

Die tijdrit, daarvan wist ik al lang dat die niet zouden worden wat ik ervan had gehoopt en nu is ook het laatste restje ambitie daarvoor weg. Ik ga dan gewoon lekker op vakantie, 20 kilometer hard rijden en het zien als een verkenning – wie weet later nog eens, in een beter jaar?

 

Door |2023-07-21T22:45:55+02:0021 juli 2023|Fiets, Triathlon algemeen|1 Reactie

Nóg een Trappist!

Toen ik vrijdag thuiskwam, trof ik Henk aan met een bedrukt gezicht: er zat een fout in m’n podcast! Ik vertel daarin dat we plannen hebben om onze verzameling Trappistenkloosters compleet te maken. In 2013 fietste we in drie weken vanuit huis langs de acht toenmalige brouwende kloosters in Nederland, België en Noord-Frankrijk. Sindsdien zijn er kloosters bijgekomen. In 2014 fietsten we daarom in een weekend naar Zundert heen en weer en vorig jaar naar Coalville. Stuk voor stuk toffe fietsreizen. Er resteerden er nog twee, dachten we: in Rome en Oostenrijk. Een mooi doel voor onze volgende lange fietsreis.

Maar. Er is er nog één bijgekomen, zo ontdekte Henk vrijdag. In Burgos (echt even op klikken op de link, je cursor verandert dan in een monnikje! de site is alleen wel verouderd).

Dus. Fietsen naar Burgos, dan naar Barcelona, boot naar Rome, Italië oversteken, overvaren naar Kroatië en dan via Oostenrijk terug naar huis? We gaan verder puzzelen aan de plannen!

 

Door |2023-07-16T15:41:03+02:0016 juli 2023|Fiets|0 Reacties

Fiets de Podcast: Optimaal blijven fietsen als de leeftijd omhoog kruipt!

Vandaag verschenen: Podcast #50 van Fiets Magazine, met mij! Ik praat een dik uur lang met hoofdredacteur Edwin en podcastmaker Herman over fietsen, trainen en mijn boek. Ik ben daarvoor in mei naar de studio onderin het gebouw van de redactie in Amsterdam geweest. Op het fotootje kun je zien hoe we erbij zaten. Het was mijn eerste podcast-ervaring en ik vond het erg leuk om te doen: uitgebreid praten met gelijkgestemde mensen over onderwerpen die me na aan het hart liggen. Met wat zijsprongetjes naar onder andere mijn favoriete ontbijt, de film ‘Slag om de Schelde’ en Trappistenbieren!

 

Door |2023-07-13T18:29:58+02:0013 juli 2023|Boeken, Fiets, Trainer|2 Reacties

Kuiper, Moerenhout, Den Bakker en…. Cornelis&Vermaas!

Een paar weken geleden stond in de nieuwsbrief van Hellevoet Heroes dat er op 8 juli een koppeltijdrit in Abbenbroek was.  Manlief en ik schreven ons meteen in. We hadden onze kans op een koppeltijdrit eerder gemist door de darmproblemen, dus dit was een mooie herkansing en voor mij nog een oefentijdrit. Want we zouden hem niet als echte koppeltijdrit rijden: ik zou gangmaker zijn, Henk mijn volger. Dat past ook goed bij de huidige verhoudingen: ik ben sneller, deels vanwege mijn gerichtheid op het fietsen, deels door m’n snellere fiets.

Zo togen we dus gister naar Abbenbroek. Ik had geen idee wat ik kon verwachten: het was heet (al verdween de zon net en was het dus goed te doen), ik weet niet of de darminfectie over is (fingers crossed), aan de antibioticakuur heb ik spruw overgehouden wat net gistermiddag op z’n hoogtepunt was, en de afgelopen (werk-)week was loodzwaar, eigenlijk te zwaar bij mijn huidige energieniveau, maarja, m’n ziekmelddrempel ligt heel hoog en ik heb het overleefd.

Maar ik betaal er ergens wel een prijs voor natuurlijk – al maanden. Ik bedoel: ik ben al maanden enigszins aan het overleven, met doorwerken en -leven bij een door al het gekwakkel minder hoog energieniveau dan normaal. Dat voel ik echt wel. Het gaat, maar er zijn momenten, zoals donderdagavond bijvoorbeeld, dat ik niet meer uit mijn ogen kan kijken. Onder wat gunstigere omstandigheden knap ik echter steeds ook weer heel snel op gelukkig.

Enfin, Abbenbroek. Ik had de uitslagen van vorig jaar gezien en op basis daarvan gedacht: misschien worden we wel laatste. Gisterochtend keek ik naar de deelnemerslijst (staat nou niet meer online), en toen zag ik dat er dit keer meer deelnemers waren, dus toen dacht ik ‘of een na laatste’. Bovendien zag ik een aantal beroemde namen: Koos Moerenhout, Maarten den Bakker, Hennie Kuiper, Kenny van Hummel. Nou, dat is toch wel bijzonder: samen met hen in één deelnemersveld starten!

We waren vroeg genoeg voor een verkenning van het parcours en dat zag er allemaal goed uit om lekker hard te rijden.  Daarna hebben we een tijdje gekeken bij de start, gezellig pratend met andere deelnemers en plaatselijke toeschouwerd. Ondertussen zagen we onder andere bondscoach Koos Moerenhout en zoon

Maarten den Bakker (de local hero)

en wielerlegende Hennie Kuiper (74)

vertrekken. Kuiper gaf ook het eerste en enige startschot, hieronder nog te zien, en ook zie je daar een van het fikse aantal jonge kinderen dat deelnam:

Natuurlijk waren er ook snelle mannen met punthelmen enzo. Alles door elkaar! Heel gemoedelijk en met respect voor elkaar. Wat een leuk evenement, zo zijn er in het fietsen niet veel.

Wij startten pas om 18:41, als 72e koppel van de dik 90. Het ging goed: ik raakte hem best wel lekker, voor mijn gevoel, en Henk kon in mijn wiel blijven en hij had zicht op eventueel achteropkomende koppels waarmee we in de bochten rekening moesten houden. We werden wel een paar keer ingehaald, maar konden in de eindsprint één koppel ook net weer terugpakken.

Het voelde alsof ik het gaspedaal net niet helemaal maximaal in kon drukken, maar aan het eind was ik wel redelijk total-loss en had ik voor mijn gevoel de drie rondjes goed gedoseerd. Mijn beschimmelde tong voelde als gebarsten oud leer, maar verder hinderde dat niet. Hooguit moest ik de neiging om te drinken onderdrukken, want dat kost tijd en helpt toch nauwelijks.

Ik had onderweg al eens gekeken en gezien dat:

  • Onze snelheid hoog lag – we hebben 34,7 km/u gereden zelfgeklokt, in de uitslag zelfs 34,79. Het is van ongeveer 20 jaar geleden dat ik zo hard heb gereden!
  • Mijn vermogen tegenviel (gemiddeld 216 Watt, 220 genormaliseerd – 10 Watt onder wat ik volgens mij zou kunnen nu). Ik heb eerder dit seizoen in tijdrit en triathlons steeds een hoger genormaliseerd vermogen gereden. Dat het tegenviel, dat kon ik me voorstellen gezien mijn vorm – afgelopen week is me niet in de koude kleren gaan zitten. Maar hoe kan ik dan zo hard rijden? Dat snap ik nog niet helemaal.

Eenmaal thuis zag ik ook nog dat mijn hartslag precies lag zoals ik ‘m wil hebben in zo’n tijdrit: net boven m’n omslagpunt. Zo voelde het ook wel, al denk ik dat ik nog net iets dieper zou kunnen gaan als ik in vorm ben. Ik ken dat wel van mezelf: als er iets is, is de bereidheid tot ‘sterven’ van mijn lichaam minder groot. Eigenlijk viel dat gister (en zeker vorige week) best wel mee, gezien de omstandigheden.

Aan de uitslag te zien is dat:

  • We relatief vlak hebben gereden, ook dat is goed.
  • We lang geen laatste zijn geworden! Met leeftijdsbonificatie zijn we 9e van 13 in het dames-klassement, wat eigenlijk geen goede vergelijking, want ik zou daarin natuurlijk hoger kunnen eindigen in het zuchtje van een snelle gangmaker. Daar ging het ons ook helemaal niet om.

We gingen, met verhitte koppies…

hartstikke tevreden naar huis. Naar een fijne avond thuis: avondeten in de vorm van een bezorgpizza om 9 uur, de Tour-etappe terugkijken, en voor mij het eerste biertje in bijna twee weken, want ik mocht bij de antibiotica geen alcohol.

Een erg leuk evenement zo! Een aanrader, en voor herhaling vatbaar.

 

Door |2023-07-09T16:03:22+02:009 juli 2023|Fiets|0 Reacties

Team Sportkunstenaar bij Hellevoet Heroes

Dit is het dertiende seizoen waarin manlief en ik allebei aan triathlon doen. Desalniettemin hadden we gister een primeur: we hebben voor het eerst ooit met z’n tweetjes een team gevormd om mee te doen aan een trio-triathlon. Het was die van Hellevoetsluis, Hellevoet Heroes, een sprint. Henk heeft gezwommen en gelopen, ik heb gefietst. Ik sloeg zo twee vliegen in één klap: een mooie oefentijdrit en uitbreiding van mijn collectie triathlons in Zuidwest-Nederland.  Henk vond het wel een leuk idee. Zodoende vormden we Team Sportkunstenaar.

Toen ik me in het parcours verdiepte, was ik wel een beetje jaloers op Henk, want het zwemmen was door de historische haven van Hellevoetsluis en het lopen over de vesting. Het fietsen zou voor mij allemaal bekend terrein zijn en ik fiets daar graag, onder andere naar Vlissingen of op een rondje Voorne-Putten, maar ik zag ook dat het heel bochtig was, en dat in drie rondjes.

In contrast met de vorige weken was het gister herfstig. Het werd gelukkig net op tijd droog en goed sportweer. Hier is m’n teamgenoot in het – overigens zeer langgerekte – parc fermé:

Er stond wel nog steeds een forse windkracht 4. Dat maakte het zwemmen zwaar, begreep ik van Henk en anderen, vooral het stukje de haven uit en het Haringvliet op, met stevige golven. Wel was het inderdaad een mooi parcours, ook voor toeschouwers. Deze foto maakte ik van de start van onze serie:

De series zaten kort op elkaar en het was me al opgevallen dat het op een gegeven moment hartstikke druk was in de wisselzone. En, zo bleek, daarna ook op het fietsparcours. Dat was inderdaad bochtig, maar ook smal, en het 180-graden-keerpunt het krapste dat ik ooit heb meegemaakt. Grote snelheidsverschillen tussen de debutanten op hybrides en de snelle mannen op tijdritbolides met dichte wielen. En dat dus met z’n allen tegelijk in drie rondjes, waarvan een stuk heen-en-weer. Zo druk en chaotisch heb ik slechts één keer eerder meegemaakt, in Kopenhagen. Ik heb voorzichtig gedaan, wilde voor alles heel blijven, en kon pas in het derde rondje een beetje vrijuit fietsen. Gelukkig heb ik geen ongelukken ofzo gezien. Maar het was wat mij betreft wel over het randje.

Ik was benieuwd wat mijn benen konden na een maand darminfectie en nog bezig met antibiotica (maandag mee begonnen, ik weet nog niet of het helpt, gelukkig weinig bijwerkingen) plus de week Berlijn, en dat viel niet tegen, dat is een opsteker. Ik zit naar schatting ongeveer op hetzelfde niveau als bij de twee triathlons net ervoor (FTP in de buurt van 230), en dat is al heel wat. Nouja, ik heb dus de afgelopen zes weken geen progressie geboekt en dat is jammer natuurlijk, maar het valt me eigenlijk mee dat ik ook niet achteruit ben gegaan, ik heb kennelijk net genoeg kunnen blijven doen. Hopelijk kan ik de komende tijd weer verder gaan opbouwen.

Vanwege het parcours was het maar beperkte tijdrittraining en eerder een stevige intervaltraining, maar ik stak er toch een paar dingen van op: ik heb met succes een shirt getest om het windvangen te voorkomen wat in april gebeurde en ik realiseerde me dat ik bij zo’n inspanning niet gauw tevreden ben. Ik ben ofwel voor mijn gevoel niet diep genoeg gegaan, ofwel ik krijg zere benen en dan denk ik: oei, zere benen. Gister leerde ik dat ik dan dus niet ‘oei’ moet denken, maar ‘fijn’. Alles eruit persen is de bedoeling natuurlijk. Ik ben niet helemaal tot de bodem gegaan, dat kon niet, maar wel genoeg om vandaag wat kramperige kuiten te hebben. Mooi zo.

Henk was wat moeizaam op gang gekomen met lopen na die lange pauze en er zat wat hoogteverschil in het loopparcours op de vesting, maar hij was wel tevreden. We finishten als 4e van 7 teams, en dat lijkt me niet verkeerd als team met een gemiddelde leeftijd (waarbij Henk twee keer telt) van 63 en een vrouw erbij!

Het was ook een gezellige, kleinschalige triathlon, en zo heb ik ze het liefste. Leuke dingen in de (drie!) goodybags ook:

Het was de tweede editie. Aan de logistiek mogen ze wat mij betreft nog sleutelen, maar verder is het een aanwinst.

 

 

Door |2023-07-02T16:12:45+02:002 juli 2023|Fiets, Triathlon algemeen|0 Reacties

Terug uit Berlijn

Ik ben sinds donderdagavond terug van een week Berlijn. De aanleiding was niet iets sportiefs, maar een concert, en wel van mijn grote helden The Who, afgelopen dinsdag. Dat was geweldig (zie deze recensie of dit stuk met filmpjes en setlist) en de moeite van de reis al waard. We hadden besloten om er een week in de stad aan vast te knopen om die (beter) te leren kennen, en daarvan hebben we ook genoten. Natuurlijk zijn we actief bezig geweest, dus hier een verslag daarvan. Het hele reisverhaal staat op Polarsteps.

De meest uitgesproken sportieve bezigheid was hardlopen. We proberen tegenwoordig altijd als we op reis zijn een Parkrun mee te pakken, en dat lukte in Berlijn prima, in park Hasenheide. Grappig en pittig parcours: eerst grote ronde, dan kleine ronde met een nog kleiner rondje met een fikse klim erin:

Manlief finishte voor mij en maakte deze actiefoto van m’n eindsprint:

We hebben ook een dag gefietst. Berlijn barst van de huur- en deelfietsen, we hebben gekozen voor die van het hotel en die reden prima, op een tik na in Henks trap-as op de terugweg. We zijn via Wannsee naar Potsdam gefietst en terug, 60 relaxte kilometers in totaal, met heel veel villa’s en kastelen. Heen door het bos van Grünewald:

En verder hebben we heel veel gewandeld. We maakte drie langere wandelingen om de stad te bekijken (dwars erdoorheen, terug van de Parkrun en een zwerftochtje vooral langs hofjes), en het bleek een fantastische stad om te voet te verkennen! Met nog wat kortere stukken en de  heen-en-weertjes naar metro- en tramhaltes hebben we ruim meer dan 80 kilometer gewandeld. Beetje moe daarvan wel, ook omdat het soms fiks warm was. Maar het was vooral heerlijk. Berlijn is mooi, groen, historisch interessant, contrastrijk, boel te ontdekken (hofje in, hofje uit), gezellig, relaxed… Ik ben een paar keer in de beide stadshelften geweest toen de Muur er nog stond, en hoe de stad nu is, vind ik uitermate hoopgevend: dingen kunnen echt ten goede veranderen.

We hebben ook nog sport gekeken: in Berlijn vinden de Special Olympic World Games plaats, voor sporters met een verstandelijke beperking. Zondag hebben we gekeken bij het tijdrijden en dinsdag bij atletiek. Het fietsen vond ik wat ongemakkelijk omdat dat een niveau-bepalings-wedstrijd was met alles door elkaar en sommigen die kilometer amper rondkwamen, maar dinsdag vond ik het hardlopen indrukwekkend: het waren de finales van de 200 meter en de snelsten liepen die binnen de 24 seconden!

Alles bij elkaar hadden we een heerlijke week. Nu terug thuis is het even taai want mijn darmen spelen weer stevig op – in Berlijn nauwelijks last van gehad gelukkig en ik dacht dat het over was. Maar dat was te vroeg gejuicht: vooral gister was een slechte dag. Een parasieten-besmetting zou binnen vier weken vanzelf over moeten zijn, daar zit ik bijna aan. Ik wacht het nog heel even af en anders is het terug naar de dokter voor medicijnen. Ik baal ervan maar ben blij dat ik in Berlijn goed ben weggekomen!

 

 

Door |2023-06-24T12:05:04+02:0024 juni 2023|Fiets, Loop|0 Reacties

Dientamoeba fragilis

Ik weet amper hoe je het uitspreekt, maar het zat (zit?) wel in mijn darmen: de parasiet dientamoeba fragilis. Hoeft niet behandeld te worden, want gaat meestal vanzelf over, en daar lijkt het ook op: ik voel me langzaam-maar-zeker beter worden, zowel qua darmen zelf als in z’n algemeenheid. Energieniveau laat nog wel wat te wensen over, maar daar zit ook de hitte achter natuurlijk.

Onduidelijk hoe ik eraan ben gekomen, aan die dientamoebaatjes, in elk geval kan ik niet zomaar zwemwater de schuld geven. In het vervolg toch nog beter m’n handen wassen – als dat kan, want ik herinner me wel sportevenementen met dixies zonder handenwasmogelijkheid.

Ik kon de afgelopen dagen wel weer wat sporten, zij het nog niet intensief. Daarvoor was ik nog te futloos, maar ook gaf het rare druk in mijn buik. Ik hoop de komende tijd echt helemaal op te knappen en dan een tijdje vooruit te kunnen zónder pech!

Ondertussen is mijn plannetje van ‘kijken hoe ver ik op mijn 57e nog kan komen als ik weer alles op het fietsen zet’ enigszins in het water aan het vallen, want ik heb sinds eind februari vaker niet dan wel goed kunnen trainen. Het wordt dus hooguit ‘kijken hoe ver ik op mijn 57e nog kan komen als ik zo goed en zo kwaad als het gaat het fietsen train’.

Tot nu toe viel het me eigenlijk nog mee wat ik wél voor elkaar kreeg, onder andere bij de twee triathlons, maar sindsdsien heb ik niet veel meer kunnen doen. Desalniettemin: gister heb ik een rustige duurrit gereden en toen leken m’n benen nog prima in orde. Hopelijk kan ik op die basis straks lekker verder bouwen. De tijdrit komt sowieso niet in het geding.

 

Door |2023-06-12T15:19:28+02:0012 juni 2023|Fiets, Triathlon algemeen|0 Reacties

Verlangen naar onbekommerdheid

Ik vraag me echt af hoe ik het voor elkaar krijg: zo veel gekwakkel achter elkaar. Ik schreef hier op 17 mei, in de aanloop naar de twee triathlons:

Waar ik tussen eind februari en 9 april last had gehad van drukte, familieomstandigheden en gekneusde ribben, had ik sindsdien nog steeds wel wat drukte en omstandigheden, last van m’n rug als gevolg van die ribben, een zo-zo trainingsweekend en meteen daarna, jawel, werd ik verkouden.

Kort daarna schreef ik opnieuw over twee dagen waarop ik iets onder de leden leek te hebben:

En misschien was ik ook in iets minder goede doen: de twee tussenliggende dagen voelde ik me wat brak: moe, onrustig geslapen, gister verhoogde rusthartslag. Ik twijfelde toen zelfs nog of ik wel zou kunnen starten, maar vandaag is beter.

Ik heb me toen welgeteld een week okee gevoeld, en toen kreeg ik last van mijn darmen: gerommel, winderig, opgeblazen, lichte diarree, vaak naar de wc, met een vaag ‘niet lekker’ gevoel. Eerst dacht ik dat het door lactose kwam waar ik soms gevoelig voor ben (geweest?), al leek het wel ongebruikelijk heftig daarvoor. Donderdag leek het over, maar gister laaide het weer op en bovendien werd ook manlief toen ziek, hij nogalliefst met koorts erbij. Dat heb ik niet gehad. Wel heb ik een aantal slechte nachten gehad doordat ik vroeg wakker werd van de onrust in mijn buik. En kennelijk hebben we dus een virus of bacterie of parasiet te pakken. Ook weer niet heel erg: we kunnen gewoon eten bijvoorbeeld.

Alles bij elkaar betekende het vanochtend echter wel dat we helaas niet mee konden doen aan de koppeltijdrit van de Hoeksche Renners. Met koorts was dat voor Henk sowieso uitgesloten en ik voelde me toch ook te futloos. Het was de vorige keer erg leuk (ook niet onder het beste gesternte, lees ik zelf terug, dat was ik alweer vergeten). Het was nu voor mij bovendien als oefentijdrit bedoeld, vervelend en jammer dat dat niet kon doorgaan, maar top presteren had toch niet gekund. Beter uitzieken.

En zo heb ik dus een heleboel gekwakkel op rij te accepteren. Ik heb niet het gevoel dat het iets anders is dan pech. Ik bedoel: er is volgens mij niet iets structureels. Nouja, ik sleep me wel een beetje voort, ik voel wel dat ik voorzichtig moet zijn met m’n lijf – het heeft veel te verduren gehad. Ik blijf maar moeïg ook, maar dat is meer gevolg dan oorzaak. Op de dagen dat er niets aan de hand is, voel ik me goed. Alleen zijn die dagen dus al sinds eind februari zeldzaam, en daar baal ik wel van.

Ik kan ontzettend verlangen naar onbekommerd sporten. Naar wel gewoon twintig kilometer kunnen racen, of naar een lekkere zwerftocht op de fiets, zoals ik die voor afgelopen woensdag van plan was, toen ik had afgesproken met een vriendin in Alkmaar. Ik zou daar op de fiets heen en met de trein terug, maar dat kon niet doorgaan. Daar speelde de noordoosten wind ook wel een rol in, maar toch vooral de futloosheid, het slaapgebrek en de onrust in mijn darmen – het zou te zwaar worden.

Gewoon onbezorgd lekker sporten, het is al maandenlang de uitzondering. Terwijl het voor mijn gevoel dus om de hoek ligt: er is niet heel erg iets mis. Dat houd ik mezelf ook maar voor: het komt allemaal weer goed. Nog steeds ben ik natuurlijk in wezen kerngezond en heb ik eigenlijk niks te klagen. Ik heb alleen een boel pech achter elkaar. Eens gaat het tij weer keren!

 

Door |2023-06-04T16:05:02+02:004 juni 2023|Fiets|2 Reacties
Ga naar de bovenkant