Maandarchieven: mei 2016

Wat ervoor mag wijken

Ik heb zojuist een knoop doorgehakt en me tot half september afgemeld als bloeddonor. Ik was al weken geleden opgeroepen, maar er kwam steeds wat tussen: wedstrijd, zware training, gewoon te druk, maximaaltest, nog een zware training… Gister realiseerde ik me: het gaat hem gewoon niet worden tot aan de Ironman. Ik heb wel eens vaker een donatie wat uitgesteld vanwege het sporten, maar bijna 5 maanden, nee, dat nog nooit.

Het is een voorbeeld van de dingen die moeten wijken voor dat ene doel. Nou’ja, moeten, het is meer mogen eigenlijk. Er mogen dingen dit seizoen wijken, als gevolg van het commitment dat ik ben aangegaan. Ik wil gewoon die hinder van het bloedgeven nu niet hebben, het is al pittig genoeg voor mijn lijf. Da’s een keuze, en dit jaar mogen die keuzes zo uitpakken. 

Wat ervoor wijkt is deels een kwestie van tijd en planning. Laatst heb ik bijvoorbeeld ‘nee’ gezegd tegen een (niet zo interessante) klus omdat die het trainingsschema voor die week onuitvoerbaar zou maken. Deels is het ook een kwestie van lichamelijke belasting. Voorbeelden daarvan zijn het bloedgeven, maar ook alles wat wel inspanning en dus herstel vergt maar niet echt training is, zoals een dagje of weekendje wandelen met een vriendin (‘sorry, ik kan pas in de herfst’) of ‘zomaar’ een stukje fietsen. Of dat gaat dan zo van: ‘fiets maar een stukje van mijn 160 trainingskilometers met me mee dan’. Ik ga nog naar één popconcert, half juni, maar daarna wil ik ook geen uren meer hoeven staan.

Wat er ook voor wijkt is een echte zomervakantie. Vandaar dat dit thema nu regelmatig aan de orde komt, in gesprekken over vakantieplannen. Ja, we gaan aan het eind van de zomer dus nog naar Frankrijk, maar nee, we gaan niet de komende tijd ergens één of twee weken fietsen of wandelen. Dat kan ook niet, al is het maar omdat ik weet hoe snel ik m’n met veel pijn en moeite opgebouwde zwemspieren ook weer verlies. Maar niet getreurd, hoor, de zomer hier vind ik altijd wel lekker, en we zijn op het ogenblik bezig met zeer veelbelovende reisplannen voor ná eind augustus!

Het is voor het eerst ooit dat ik dit zo doe, en het is ook een reden om erbij te zeggen: en daarom is het dus ook echt eenmalig. Anders wordt mijn leven te eenzijdig. Dat van dat bloed geven, dat spijt me echt bijvoorbeeld. Vanaf september word ik weer een trouwe donor!

Door |2016-05-31T15:20:31+02:0031 mei 2016|Triathlon algemeen|0 Reacties

Jagen op Neeltje Jans

Toen manlief en ik afgelopen week de starttijden van de NTFU-tijdrit op Neeltje Jans zagen moesten we wel lachen: ik zou één minuut na hem starten, en dus kon ik op hem jagen. In triathlons ben ik soms sneller dan hij bij het fietsen, maar dat is wel op mijn triathlonfiets, en daar mocht ik (helaas) niet op rijden bij deze tijdrit. Het verschil met de gewone racefiets is toch wel een paar kilometer per uur – zeker bij tegenwind. Desalniettemin vroegen we ons af of je mocht zoenen bij het inhalen? Het reglement was bijvoorbeeld wel streng over rechts blijven rijden.

Aan de streep

Wij vanochtend vroeg dus naar Neeltje Jans. Het leek ons wel leuk; zo veel tijdritten zijn er niet waar wij aan mee kunnen doen, en de startplaats deed mijn Zeeuwse roots goed natuurlijk. We keken wel een beetje op toen we aankwamen, want het was dan wel een NTFU-evenement, maar toch namen sommige deelnemers het bloedserieus: punthelmen, tijdritpakken, inrijden op de rollers. We zeiden nog tegen elkaar: we worden vast laatste en op-één-na-laatste. We zijn ook geen van beide de jongste meer, en ik zag bijvoorbeeld alleen maar jongere vrouwen. Van eentje die voor mij startte werd ook nog eens omgeroepen dat ze net districtskampioen was geworden, tsja, dan weet ik het wel. 

Actiefoto tijdens tijdritNou goed, toch welgemoed van start, mooi parcours over de Oosterscheldekering en Noord-Beveland. In de wind. Want het woei. Het woei stevig. Weeronline had het over windkracht 4-5, maar dat waren wel Zeeuwse windkrachten, zal ik maar zeggen, die ken ik nog van vroeger. De laatste zes kilometer terug over de dam had je de wind pal tegen; ik dacht dat ik stilstond. Toen is de foto hiernaast gemaakt, denk ik. Je ziet: genieten, die zeewind.

En maar jagen op manlief ondertussen. Ik dacht soms dat ik hem zag, maar vaak bleek dat een illusie. Uiteindelijk moest ik mij gewonnen geven: ik was een minuut of 6 langzamer dan hij. Daarmee werd ik 66e van 68 deelnemers: ik had nog twee mannen achter me. Ja, ik was laatste bij de dames, maar volgens mij dus ook echt de enige ‘veteraan’ daarvan. En het waren er sowieso maar zes!

Het podium bij de dames

Het podium bij de dames

Ik was ook al binnen 3 kilometer voorbijgeraasd door de deelnemer die één minuut na me startte – oef. Nou goed: dat bleek de latere winnaar.

Ach, wat maakt het uit, ik vond het leuk, ik heb okee gereden – ik had eigenlijk op dat laatste stuk tegen de wind in nog net iets dieper willen gaan, dus met een hogere hartslag en uiteindelijk ook een hoger gemiddelde, maar dat lukte niet (tsja,  het is ook maar een tussendoortje). En ik vond het uitstekend verzorgd, voor die
€ 15 inschrijfgeld: mooi parcours, verkeersregelaars, bewaakte fietsenstalling, drankje & pasta-maaltijd na afloop (zie foto beneden)… super!

Wel iets te weinig deelnemers – het is frappant dat zo’n uniek evenement maar dik 80 individuele inschrijvingen telt, en dat er dan ook nog een flink aantal niet komt opdagen. Er waren ook nog teams, met iets meer vrouwen, en twee beroemdheden: Erik Dekker en Matthieu Hermans. Ik hoop dat het voldoende was om volgend jaar weer te organiseren!

Aan de pasta achteraf (lekker)!

Door |2016-05-29T20:27:24+02:0029 mei 2016|Fiets|0 Reacties

Op de goede weg

Ik kom net terug van een tussentijdse maximaaltest bij Topvorm, net zoals ik in januari gedaan had. Het is sindsdien dik over de helft richting de Ironman, en een mooi moment om te kijken of deze manier van trainen ‘aanslaat’.

Welnu: ja. Ik vroeg aan Coen van Topvorm of mijn progressie sinds eind januari zo’n beetje is wat hij zou verwachten bij mijn trainingsaanpak, en toen zei hij: ‘het is wat ik zou hopen’. En twee tellen later zei ik ‘dus ik ben op de goede weg’, en dat is wat hij, zonder dat ik het had gezien, letterlijk bij mijn testresultaten had geschreven. Lekker!

Ik was over de hele linie beter dan eind januari en eigenlijk dan in jaren, dat is wel leuk. Vooral in het duurgebied, maar dat is ook te verwachten én precies wat ik nodig heb. Mijn vermogen bij mijn omslagpunt nadert weer de 4 Watt/kg, dat is zo’n magisch getal en jaren geleden dat ik het haalde. Dat zit ‘m ook in de kilo vet die ik ben afgevallen sinds januari – ik had het zelf niet in de gaten, maar Coen zei meteen dat ik ‘scherp stond’, zoals dat heet. En dat terwijl ik al een paar weken bewust meer eet – ik ben aan de chocolademelk ’s avonds.

Enige wat gelijk was aan januari was mijn longinhoud, daar speelt mogelijk een restantje hooikoorts nog steeds een iets beperkende rol. Normaal heb ik na eind april geen hooikoorts meer, ik heb het alleen van bomen waaronder de berk. Maar, zoals een lotgenote vorige week opmerkte, het leek wel alsof de berken de afgelopen weken aan een ’tweede leg’ bezig waren. Dat heeft mogelijk ook in Bilzen voor de inspanningsastma bij het lopen gezorgd, denk ik achteraf. Maar goed, dat terzijde.

Maar fijn dus, en ik ga zo door! Het enige waarvan ik op dit moment een beetje ‘hmm’ denk is dat ik tot gister last heb gehad van mijn onderste kuitspieren van dat chi-runnen, en dus deze week niet het geplande aantal kilometers heb kunnen maken. Achteraf gezien had ik die cursus beter of eerder of later (na de Ironman) kunnen doen. Maar er is nu niet echt  een weg terug: een eenmaal gevallen kwartje duw je niet zomaar weer terug. Ik denk echt dat ik er veel aan kan hebben. Morgen is de tweede en laatste bijeenkomst, voorzichtiger zijn en bespreken wat ik fout doe – waarschijnlijk doe ik te veel met voeten/tenen/enkels en kan het dus nog een stuk ontspannener!

 

Door |2016-05-26T18:26:52+02:0026 mei 2016|Fiets, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Nog wat mijmeren

Officieel is deze foto mislukt, maar hij past wel bij gemijmer

Officieel is deze foto mislukt, maar hij past wel bij gemijmer, vind ik

Nadat ik gister over de twee bijzondere dingen van de speelweek had geschreven, mijmerde ik nog wat na en toen realiseerde ik me dat ze allebei ook iets illustreren van mijn ‘waarom triathlon’, op heel verschillende wijze:

  • Ik vind het leuk om nieuwe dingen te doen en te leren. Het nieuwe aan een Ironman zit ‘m natuurlijk in de idiote afstand en tijdsduur, maar het zit hem ook in zoiets als zo’n chi-running workshop, net zoals het er eerder in zat om te leren borstcrawlen. Dat zijn meer technische dingen, andere dingen doen met mijn lijf en daarvan leren, en dat motiveert mij zeer. Leren van nieuwe dingen is misschien wel mijn grootste drijfveer in het leven.
  • Iets bij die sfeer van zo’n vrouwenwedstrijd wielrennen staat me tegen, daar waar ik het bij een triathlon altijd gezellig vind. Maar wat het precies is… Het zat ‘m in al die samenklittende groepjes van vrouwen die elkaar kennen, strak in dezelfde pakjes, weinig individuen, laat staat excentriekelingen. Naar van die oude wijven kijken die niet om. Het zat ‘m in de pinnige toon waarmee zo’n andere deelneemster vol overtuiging zegt dat het ‘hun competitie’ is, met ‘eigen reglement’ en dus ’50 minuten en 3 rondes’ – er volkomen naastzittend ook nog eens. Het zat hem zelfs al in de soortgelijke toon waarmee de dame bij het inschrijven om mijn licentie vroeg. Licentie, hoezo, het was toch voor zondagsfietsters? 
    Ik heb er al eens eerder over gefilosofeerd dat fietsers niet de makkelijkste mensen zijn. Ik heb daar onder andere moeite mee gehad in mijn beide fietsverenigingen en bij de Tour d’Afrique. Het heeft er (denk ik) mee te maken dat fietsen een prestatiegerichte sport is die je individueel kunt beoefenen, maar waarin je als je het samen doet toch afhankelijk van elkaar bent. Fietsers hebben daarom veel meer dan lopers en triatleten de neiging elkaar de maat te nemen, elkaar af te troeven en over elkaar te oordelen: over prestaties, materiaal, uiterlijk, noem maar op (ja, ik generaliseer). De mores onder fietsers van wat wel en niet mag en kan zijn streng – het equivalent van een Vrouwentriathlon, waar je op een opoefiets aan mee kan doen en dan enthousiast ontvangen wordt, bestaat er gewoon niet.
    Kortom: ik vind triathlons gewoon een stuk gezelliger.

 

Door |2016-05-23T21:35:39+02:0023 mei 2016|Waarom|2 Reacties

Speelweek

Sinds ik aan het opbouwen ben, train ik volgens het twee-weken-op-één-week-af-principe. Ik heb dus twee weken waarin ik vooral steeds langere trainingen doe, en dan één week waarin rust en herstel centraal staan. Eerdere jaren deed ik drie om één, en ik vind het verschil daarmee gevoelsmatig best wel groot: elke keer als ik één zo’n pittige week achter de rug heb, hoef ik er nog maar één en daarna mag ik weer een weekje ‘spelen’.

Zo voelt zwaar trainen als goed te doen, vooral mentaal. Want lichamelijk is dat lange trainen niet zo belastend, maar tussen de oren wel: zwemmen vind ik bijvoorbeeld gewoon saai (zeker in het zwembad, en het buitenwater koelt alleen maar weer af op het moment), en lang fietsen kost gigantisch veel tijd, tijd die ik op andere dingen moet bevechten. Soms moeten daar ook leuke dingen voor wijken. Een ritje ‘voor de lol’ zit er bijvoorbeeld in die weken niet in, want dat is te kort als lange training maar wel belastend. 

Afgelopen week was weer zo’n speelweek. Want zo ervaar ik de rust-en-herstelweken: ik train door, maar doe andere dingen en dat voelt speels. In plaats van een uur non-stop zwemmen doe ik sprintjes en techniekoefeningen, ik doe een lesje bodybalance in de sportschool, en ook nog wel andere dingen. Rond dit weekend deed ik twee heel afwijkende dingen:

  • Afgelopen vrijdag heb ik een workshop Chi-running gedaan, bij Annemarie Pruijt van Energia Training. Ik wilde al langer iets doen met Chi-running, vooral vanwege het idee dat ik denk dat mijn lopen eigenlijk te ‘log’ is, dat het lichter zou moeten kunnen – en in de hoop dat daar de sleutel ligt om makkelijker lang te kunnen lopen. Van vriendin Marijke kreeg ik Energia als tip (dank!). Het was inderdaad heel leuk en nuttig, en ik denk dat ik er veel aan ga hebben. Grootste eye-opener was dat ik schommel met mijn bekken, en dat lopen inderdaad lichter voelt als ik dat stabieler houd. Dat ging eigenlijk meteen wel goed, alleen heb ik nu wel forse spierpijn in mijn lage kuitspieren. Oeps, zo’n belasting is niet de bedoeling van een rust-en-herstelweek, en ik heb dus ook nog wat verder te ontwikkelen. Maar daar heb ik zin in!
  • Gisteren heb ik met Nicole samen meegedaan met de vrouwenwedstrijd van de Ronde van Katendrecht. Volgens het programma was dat voor de funklasse, nou… het waren bijna alleen maar vrouwen van ongeveer half onze leeftijd die meedoen aan de wielrencompetitie, en die dit als gewone competitiewedstrijd beschouwden – ze dachten zelfs dat het 50 minuten + 3 rondes was, in plaats van 9 rondes (dik 20 minuten) voor de B’s. Beetje vreemd. Hoe dan ook, Nicole en ik lagen er voor de eerste bocht al af, en zijn twee keer gedubbeld door de A’s en één keer door de B’s. Aan het eind sprintte Nicole mij eruit, maar er was nog een derde echte funklasse-dame, en die hebben we achter ons weten te houden! Toen we gedubbeld werden, kon ik af en toe het wiel houden, maar dan lag ik er bij een bocht weer af. Die bochten waren best rottig, net als het gevoel het hele rondje tegenwind te hebben. Maar dik 20 minuten, da’s ook wel weer superkort natuurlijk, en het vloog voorbij!
    Nicole heeft onder haar forumnaam TumTumTum een prachtig verslag geschreven op het forum van Fiets (even scrollen). Ik heb een leuke dag gehad, het is een afwisselende wielerdag op Katendrecht elk jaar, maar wel jammer dat het nog steeds zo is dat je als vrouw jong en supergoed moet zijn om aan dit soort dingen mee te kunnen doen. Toen ik begon met fietsen, dik 15 jaar geleden, was dat al zo, en nu dus nog steeds.

Nicole en ik voor de start

Nicole en ik voor de start

Doorkomst

Doorkomst

De inmiddels gebruikelijke beweging van veel sporters bij start en (hier) finish: knoppie indrukken

De inmiddels gebruikelijke beweging van veel sporters bij start en (hier) finish: knoppie indrukken

Eerder op de dag was het manlief gelukt om niet laatste te worden in de funklasse bij de mannen!

Eerder op de dag was het manlief gelukt om niet laatste te worden in de funklasse bij de mannen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer foto’s, ook van de prominenten die meededen, op Henks Flickr.

Door |2016-05-22T14:48:36+02:0022 mei 2016|Fiets, Loop, Vrouwensport|0 Reacties

Kou deed de das om

Ik zag gister ergens vanuit mijn ooghoek voorbijkomen dat het de koudste eerste Pinksterdag was in tachtig jaar. Welnu, dat was voor mij te koud voor een fatsoenlijke triathlon. Vooral het zwemmen deed me de das om – bijna letterlijk en dan wel te strak, want mijn luchtwegen knepen dicht. Mijn eerste wedstrijd van dit seizoen werd zo een heuse ‘DNF‘. Net als vorig jaar trouwens: op de 111 van Bilzen rust voor mij geen zegen. Maar ook net als vorig jaar was het zeker niet alleen maar kommer en kwel.

Het water in het Albertkanaal in Bilzen was een dikke 17 graden, dat is voor mij op het randje, weet ik. Ik had vrijdag nog even geprobeerd hier in de Schie achter ons huis, en daar kreeg ik toen die astma-achtige ademhaling die me in koud water vaker parten speelt. Met schoolslag kan ik me dan soms nog wel wat redden, en soms gaat het dan na verloop van tijd wel goed, maar het zwemmen is dan wel een hele worsteling.

Dus ik had er al een beetje hard hoofd in, en net toen wij startten, kwam de ergste bui van de dag over. De luchttemperatuur was toen misschien maar een graaf of 5, en de combinatie van koud water en zulke koude lucht had ik nog nooit eerder meegemaakt – ademhalen lukte bijna helemaal niet meer, ook niet met schoolslag. Ik heb het opgegeven, mijn arm opgestoken en me door het bootje naar de kant laten brengen. Dat was wel een momentje natuurlijk, zoiets is altijd een keuze, maar ik denk nu op zich wel okee: ik ben op dit moment niet bereid om mezelf geweld aan te doen.

Het was daarna even afwachten, maar achter de laatste dame (die pas na 36 minuten aankwam!) mocht ik buiten mededinging toch nog gaan fietsen en lopen. Het fietsen ging redelijk: het woei hard, het bleef koud en naargeestig, en ook daarbij kon ik mezelf niet heel veel pijn doen. Maar ik kon goed eten en drinken en ik kreeg pas op het allerlaatst echt last van de tegenwind. Prima training dus. Ik had gehoopt 30 gemiddeld te rijden, dat is net niet gelukt, maar goed (eindtijd 3u25). Ik heb iets langzamer gereden dan vorig jaar, maar met een gemiddeld veel lagere hartslag en bij hardere wind, dus ik denk dat ik er inderdaad beter voorsta dan toen.

Toen het lopen, en ook dat ging voor geen meter: ik heb 9 van de 10 kilometer opnieuw een soort inspanningsastma gehad. Ik had niet genoeg lucht om normaal te kunnen lopen, en ik heb zelfs stil moeten staan om zo ongeveer m’n longen uit mijn lijf te hoesten, en er meer dan een uur over gedaan. Pas de allerlaatste kilometer ging iets beter.

Dat ken ik nou weer niet van mezelf: hardlopen bij 10 graden moet toch geen probleem zijn? Was het de eerdere kou? Al die uren kou? Restantjes hooikoorts? Ik heb geen idee. Ik krijg inspanningsastma alleen onder extreme omstandigheden, zoals in het hooggebergte, maar het lijkt wel iets toe te nemen. Toch eens met de dokter over hebben? Of gewoon accepteren dat mijn lijf moeite heeft met kou? Ik voelde me wel een beetje een watje, als opgever, en zeker met een echtgenoot die rustig zonder wetsuit zwemt: we zijn in dit opzicht wel tegenpolen!

Al met al denk ik: nouja, goed getraind. Als ik gewoon thuis geweest was, had ik het mentaal heel zwaar gevonden om ene lange koppeltraining af te werken onder die omstandigheden, en nu ging het toch een beetje vanzelf, met de verzorging en de afleiding van de wedstrijd. De overgang van het fietsen naar het lopen ging beter dan drie weken geleden. Ik zat nooit eerder zo ontspannen op de triathlonfiets. Allemaal goeie dingen met het oog op wat nog komt.

Verder was het wel weer een leuk weekendje Bilzen, in dezelfde fijne B&B als vorig jaar. Dit keer vol met triathleten, waaronder Marijke die ik vorig jaar ook al had gesproken, en Melissa, die laatste zwemdame op wie ik had moeten wachten om te mogen gaan fietsen, en voor wie ik respect heb dat zij wel is doorgegaan. 35 minuten zwemmen over een kilometer, piepend en happend naar adem, ik breng dat niet op. Ik denk ook wel: waarom zou ik – de kans dat het zwemwater straks in Vichy koud is, is nihil. En ik hoef dan pas op m’n best te zijn.

Actiefoto op de fiets

Die scheve helm is hopelijk vooral door de hoek van waaruit de foto gemaakt is!

 

 

 

Door |2016-05-16T17:12:08+02:0016 mei 2016|Triathlon algemeen|0 Reacties

“Niet meer verkrijgbaar”

Heb je iets lekkers gevonden dat het goed doet, is het niet meer verkrijgbaar… Vorige week kwam eerst manlief een keer thuis met het nieuws dat Simon Levelt gestopt was met het leveren van caffeïnevrije zwarte thee in zakjes. Ik drink ’s avonds caffeïnevrije thee omdat ik soms anders veel moet piesen als ik in bed lig; meestal drinken we losse thee maar die zakjes zijn wel eens gemakkelijk. Waren, bedoel ik.

Een paar dagen later heb ik me, met het oog op mijn eerste wedstrijd, een ongeluk gegoogled op zoek naar GU Chomps, mijn favoriete sport-winegums voor tijdens het lopen, maar die zijn (denk ik) in Nederland ook niet meer verkrijgbaar. Urgh. Nou heb ik wel een alternatief bij elkaar gegoogled: Powergums. Ga ik morgen uitproberen.

Maar die vrije markt…. soms is-ie lastig! Ik ben wel vaker dierbare producten en merken kwijtgeraakt. Ik herinner me de grapefruitthee van Pickwick, Ben dat T-mobile werd, of Zonnet dat doorfuseerde tot uiteindelijk (jeuk) Tele2. Soms denk ik wel: ik ben dierbare merken trouwer dan zij mij…

 

Door |2016-05-07T19:38:50+02:007 mei 2016|Triathlon algemeen|4 Reacties

Herstel voetblessure

Gister heb ik tien kilometer gelopen, voor het eerst sinds de sesamoïditis. Het baart me een beetje zorgen dat dat wel gek traag is, maar toch overheerst tevredenheid: het opbouwen van het hardlopen is voor wat betreft die blessure volledig probleemloos gegaan. Toen het eenmaal over was, was het meteen weer helemaal goed. Wat dat betreft leek die ontsteking meer op een botbreuk dan op van die vervelende, langdurig zeurende ontstekingen aan de voeten.

Het enige waar ik last van heb gehad was dat die voet niet alleen acht weken niet had hardgelopen, maar daarvan de eerste zes weken zelfs helemaal niets had gedaan, ook niet normaal wandelen. Ook daarin leek het op de gevolgen van een botbreuk. De spieren sputterden dus eerst wat tegen, met kramp en spierpijn. Maar dat bouw je natuurlijk makkelijk op.

Ik schrijf dit zo nadrukkelijk omdat ik hoop dat mensen in dezelfde positie als ik in februari dit lezen. Toen ik net de diagnose had gekregen, ben ik gaan googlen en toen kwam ik alleen maar dramaverhalen tegen over sesamoïdits. Verhalen over drie maanden gips, operaties en jarenlang pijn. Ik realiseerde me wel dat internet een vertekening naar het extreme geeft, maar toch…Het duurde tien dagen voordat ik de orthopeed sprak die me toen gerust stelde.

Dus, voor wie hier googlend terechtkomt: bij mij was sesamoïditis (acuut ontstaan) na zes weken over, na acht weken kon ik weer beginnen met hardlopen en na nog eens zes weken liep ik alweer tien kilometer. Zonder een centje pijn aan de sesambotjes of omgeving. 

Er resteert nog wel één probleem, en dat ziet er zo uit:

Blaren onderkant voetVan de orthopedische inlegzolen krijg ik rechts (de ‘goede’ voet) blaren. Ze zijn al een keer aangepast, maar dat heeft het niet opgelost; binnenkort moet ik opnieuw, maar dat is nog even niet gelukt want dat kost erg veel tijd: afspraak maken, ziekenhuis, kan hier in de buurt alleen op dinsdag, moet ik een paar dinsdagen achter elkaar de hele dag elders aan de slag, daarna ook nog ophalen, in de tussentijd kan ik ze niet gebruiken… Gedoe.

Gister dacht ik: ik plak die plek af met Compeed, dat moet toch goed gaan. Nou, niet dus, want daaraan heb ik dat felrode gedeelte te danken: een blaar om de pleister heen. Dat is het derde niveau blaar, urgh. Het deed gisteravond vervelend pijn. Het is ietsje ontstoken zo te zien. Vandaag dus even rustdag, in plaats van het geplande stukje lopen.

Voorlopig maar even zonder die steunzolen. Ik was al begonnen met afwisselen, dus soms wel en soms niet. Ook dat gaat goed –  ik heb die zolen niet per se nodig. Maar ik heb er bijna € 200 voor betaald, dus ik wil ze ook niet zomaar afdanken. Een blaar is een veel minder groot probleem dan sesamoïditis, maar ook dit moet wel opgelost!

Door |2016-05-06T09:48:16+02:006 mei 2016|Loop|0 Reacties

Wat ervan terechtkomt

Deel 3 in een drieluik over planning. Nadat ik het vorige week had over mijn trainingsschema en hoe ik dat vertaal naar een weekplanning, blik ik nu terug wat er van dat laatste is terechtgekomen. Schema’s en planningen zijn theorie immers, en het gaat bijna nooit precies zoals gepland.

Welnu, mijn trainingsweek zag er deze week in mijn Movescount zo uit:

terugblikweek

Waar dat op neerkomt is dat ik heb gedaan wat ik wilde, iets meer zelfs, maar met wat aanpassingen ten opzichte van de planning:

  • Maandag: zwemmen (sprintjes) in het Van Maanenbad, zoals gepland – man-o-man, wat is het daar toch druk!
  • Dinsdag: ’s ochtends bodybalance zoals gepland, ’s avonds de acht geplande kilometers gelopen, maar niet bij de club, gewoon vanuit huis. Deels was dat vanwege het weer (dinsdag was die dag met hagel, sneeuw & wind), deels ook vanwege familieomstandigheden in Henks familie waar we ’s middags mee bezig waren geweest en nog van onder de indruk waren.
  • Woensdag: rustdag, ah, lekker!
  • Donderdag werd ik ’s ochtends gebeld uit de sportschool dat spinning die avond niet door zou gaan vanwege te weinig mensen op de deelnemerslijst. Dat verbaasde me niet echt; het had me eerder juist verbaasd dat die les doorging in de meivakantie, want het is al wat wankel met aanmeldingen bij die les. Dat is trouwens wel een zwak punt in mijn weekplanningen, het is ook al eens gebeurd dat de les ter plekke bijna werd gecanceld. Spinning is ‘uit’; het aantal lessen neemt gestaag af – met een beetje pech gaat die donderdagavondles helemaal uit het rooster verdwijnen. Nu wist ik het gelukkig wel tijdig, en ben  ik hardlopend (2×3 km) naar het zwembad (duurtraining van 2,1 km) gegaan. Spinning, zo bedacht ik, kon ook zaterdag nog. Het zwemmen was gepland, alleen op vrijdag; het hardlopen was extra. Dat kon zo prima, en zo voer ik het aantal weekkilometers geleidelijk op. Nog steeds trouwens helemaal probleemloos qua blessure, maar ik loop wel traag en het voelt soms wat zwaar.
  • Zo had ik vrijdag ineens nog een rustdag.
  • Zaterdag spinning dus, diep gegaan (da’s de bedoeling), lekkere les.
  • Vandaag de geplande koppeltraining van 3,5 uur fietsen en 0,5 uur hardlopen (het gekke rondje in Movescount), de eerste fiets-loop-brick van het seizoen. Dat was best pittig, sowieso, maar zeker de dag na spinning. Ik vind het trainingsschema tot nu toe prima te doen, maar het venijn zit ‘m denk ik wel in deze trainingen. De bedoeling is dan dat ik in elk geval een deel van de tijd minstens in D2 fiets, dus net wat intensiever dan een rustige duurtraining. Ik had bovendien al een hele poos niet op de triathlonfiets gereden, o.a. vanwege de vakantie in Portugal, dus dat was ook weer wennen. En oja, die eerste paar honderd meter lopen, dan voelt het alsof m’n beenheffers afscheuren. Die moet ik echt langzaam uitrekken na die lange zit op het zadel. Maar al met al ging het wel. En de zon scheen, yeah!
  • Daarbij nog twee keer core stability oefeningen gedaan – die moet ik soms een beetje beperken omdat mijn schouders het vrij zwaar te verduren hebben op dit moment, met zwemmen, het ‘hangen’ op het tijdritstuur en het planken. Ook zij hebben af en toe rust nodig. Deze week in totaal maar 100 minuten stadsfiets, dat is wel heel weinig, het was op dat punt een gekke week. Er zijn weken dat ik op één dag al meer fiets.

Wat ik me deze week ineens ook realiseerde, is dat mijn eerste wedstrijd al over twee weken is. Daar had ik nog weinig bij stilgestaan. Ik fietste vanmiddag op huis aan, liet mijn gedachten gaan over de wissel naar de hardloopschoenen en toen realiseerde ik me dat ik die koppeltrainingen altijd zonder sokken deed, en dat ik ze nu gewoon aan had. De gedachte aan géén sokken, zoals in de wedstrijd ook, was niet eens bij me opgekomen nog. Oeps. Het koude weer van de afgelopen tijd helpt ook niet mee: ik zie het zwemmen met angst en beven tegemoet. Vorig jaar was ik er meer mee bezig al, maar toen lag mijn hoofddoel ook al in juni, nu pas eind augustus. Die scherpte gaat de komende tijd dus nog wel komen!

 

Door |2016-05-01T18:44:27+02:001 mei 2016|Triathlon algemeen|0 Reacties
Ga naar de bovenkant