Maandarchieven: april 2017

Opkikkeren met Ontspanje

Toen ik in januari de uitgebreide terugblik-serie op dit weblog beëindigde, beloofde ik dat ik deze maand minstens op drie dingen zou terugkomen: de hardlooptrainersopleiding, de marathon en mijn week bij Ontspanje.nl De eerste twee heb ik al aan de orde gehad, het concept van deze blogpost heb ik geschreven in het vliegtuig terug van Málaga naar Rotterdam, gisteravond.

In Spanje masseert Marcel buiten

Ik heb in het gastenboek van Marcel en Mariska iets geschreven als dat ik vorige week moe en futloos bij hen was aangekomen, en dat ik een heel stuk opgekikkerd vertrok. Het recept voor die metamorfose was zon, warmte, elke ochtend buiten 75 minuten yogales (twee keer zelfs privéles!) buiten, veel wandelen, twee massages (ook buiten, zie foto – wat een verschil met hoe Marcel in Schiedam werkte),  gezelligheid, een beetje lief en leed delen én lachen, lekker eten, lekker slapen, een glaasje wijn, in de verte de zee zien en dichter bij de bergen en de witte huizen van Competa, en toen was de pagina in het gastenboek wel zo’n beetje vol, geloof ik.

Een paar dingen licht ik nog wat nader toe.

In Cómpeta groeien de huizen uit de rots

Dat moeie en futloze, dat zat hem in een soort anticlimax na enerzijds het einde van de opleiding en anderzijds de mislukte marathon, plus daarbij nog wat kleinere dingetjes die even niet zo lekker waren gelopen recentelijk – niks ergs, maar ik heb soms van die tijden dat er niks lijkt te lukken. Dat ik voor mijn gevoel hard werk, maar geen loon naar werken krijg. De wisselwerking tussen die opleiding en marathon was ook lastig voor mijn hoofd: ik ben nu officieel hardlooptrainer, maar ik kan zelf eigenlijk helemaal niet zo goed lopen, dus hoe wil ik nu verder? Daar wilde ik in Spanje over nadenken.

Rob kijkt op Google Maps onder olijfboom

Op 1040 meter hoogte

En verder wilde ik vooral even niets moeten, op sportgebied. Ik zei die eerste dag dat ik benieuwd was waar ik zin in zou krijgen. Welnu, dat was vooral in wandelen. Ik ben donderdag aangekomen, heb vrijdag een rondje rond het dorp gelopen, zaterdag naar het buurdorp Canillas en de ‘Art Walk’ door het dorp, zondag een heuse bergwandeling naar een topje van 1140 meter (zie foto voor het uitzicht), maandag een poging gewaagd samen met Rob, de andere gast, om naar de kust te wandelen (maar net als een eerdere gast konden we die route niet vinden en waren we na 10 km zoeken weer terug in Cómpeta – op de foto staat Rob in de schaduw van een olijfboom op Google Maps te koekeloeren), dinsdag naar Acebuchal, een piepklein dorpje zonder asfaltweg dat in de burgeroorlog was verwoest en sinds 15 jaar weer bestaat, en woensdag voor ik vloog nog 13 kilometer in Málaga.

Wandelen, ook alleen, kan vanuit Ontspanje dus uitstekend, het is een aanrader voor een wandelvakantie of een yoga-wandel-combinatie.

Enige minpuntje is het wandelboekje, want die route naar de kust – ??? en ook verder was het soms wat improviseren en gokken. Maar dat was dus wel de moeite waard. Het was de hele week stralend zonnig en warm, warmer dan normaal in april, maar niet te warm om te lopen. Wat wil je nog meer? Nouja, manlief mee, maar dat moet de volgende keer dan maar.

Yoga: mijn schaduw is leniger

Ik heb niet anders gezwommen dan een kleine duik in het zwembad (foto hieronder). Ik heb niet hardgelopen en niet gefietst – daar had ik ook de spullen niet voor bij me. Ik heb wél elke dag yoga gedaan. Dat was leuk, leerzaam, lekker en interessant. Ik had door bodybalance wel wat aanknopingspunten maar het is toch anders, met de aandacht voor ontspanning, lichaamsbewustzijn en het accepteren van je grenzen. Het was geweldig om het buiten te doen, op het dakterras in de zon en met uitzicht op zee en bergen, en de laatste ochtend in de tuin, waardoor ik eindigde met olijfblaadjes in mijn haar. Op de foto lijkt mijn schaduw leniger dan ikzelf! 

Eten

Aan tafel met Rob en Marcel

Het was leuk om Marcel weer te zien en zijn vrouw, Mariska, te leren kennen. Verder was er dus één andere gast, Rob, en die was ook aangenaam gezelschap. We hebben samen gegeten, ‘thuis’ of in een restaurant, en ik heb zelfs een keer vegetarisch gekookt voor z’n viertjes . Verder is er goed voor me gezorgd. En bij dat eten en erbuiten lekker zitten praten, over van alles, dus zeg maar van de kansen van Feyenoord op de titel tot het wel en wee van huis en haard achter je laten om in Spanje iets nieuws te beginnen.

Daartussenin was ik ook wel alleen en kon ik wat mijmeren. Concreet kon ik lopen nadenken over morgen, want dan ga ik voor één keer de B-groep bij RA trainen, de groep waar manlief in loopt, ter vervanging van hun vaste trainer. Daar kon ik iets voor bedenken en mede daardoor realiseerde ik me dat ik techniek het leukste vind om te doen. Er pruttelt nog wel meer. Geen grote, grensverleggende dingen. Schrijven over trainen, een workshop ontwerpen over lopen en denken, zelf via de souplesse-methode gaan trainen als experiment.

Zwemmen: alleen een korte duik

En nu zo kwam er een rode draad: net als bij yoga afgelopen week heb ik de afgelopen jaren bij het sporten mijn grenzen opgezocht en mezelf opgerekt. Dat heb ik gedaan door de Ironman maar daarna ging het nog even verder, in de stroom van energie die ik erna voelde en op dit weblog beschreef als turbulentie. Dat is hartstikke goed, maar net als in de yoga moet zo’n periode gevolgd worden door ontspanning. Niet tegen die grens aan blíjven duwen. Nog een marathon willen lopen was misschien al wel iets te veel. Ik realiseerde me afgelopen week dat ik vanaf februari ergens al wel wist dat het niet helemaal goed ging met trainen.

Yoga en wandelen in MovescountEn met dat inzicht kwam meteen een groot verlangen naar gewoon leuk aanklooien in het triathonseizoen – ontspannen leuke wedstrijden doen.Wat ik al eerder omschreef als ‘lekker knallen’. En daar ontspannen voor trainen ook, zonder al te veel te moeten, zonder Groot Doel waar ik dan weer Hard voor moet Werken. Met de triathlons die op het programma staan blijf ik binnen mijn comfort zone, en dat is wel even best. Van een yoga-week bij Ontspanje (plaatje hiernaast is wat Movescount ervan maakt) neem ik vooral mee dat het niet altijd met hard werken hoeft, maar ook door ontspanning kan.

Door |2017-04-20T16:57:42+02:0020 april 2017|Loop, Triathlon algemeen|1 Reactie

Lopen verlangen naar een fiets

Ik wist al maanden van tevoren dat ik een vrij heftig weekend tegemoet ging, met die laatste bijeenkomst van de trainersopleiding en de dag erna de marathon – en ertussenin nog een concert van De Dijk (een theaterconcert, staan had ik niet gedaan). Desalniettemin was het allemaal vrij relaxed, mede doordat ik over de logistiek ook lang had kunnen nadenken – ik was bijvoorbeeld met de trein naar Amsterdam, zodat ik op de terugweg de door manlief ’s ochtends gemaakte pastasalade kon eten.

En zo stond ik dus ook redelijk relaxed aan de start van de marathon. Ik had zo mijn twijfels en wist ook dat het geen halszaak zou worden om te finishen: ik ging niet nog een keer in meer dan 5 uur naar de finish strompelen, had ik mezelf beloofd (op basis van mijn 10 km en halve marathon zou 4u30 moeten kunnen).

Nouja, relaxed aan de start… nou net het laatste stukje was niet zo relaxed, want vanuit het hotel waar RA kamers had, kon ik mijn startvak niet eens normaal bereiken door de drukte. Toen om 10 uur het kanonsschot klonk, stond ik met mijn rug daarnaartoe klem in een menigte. Mijn startwave, de 5e en laatste, startte uiteindelijk pas om 10u35 en toen waren de eerste 10-kilometerlopers al binnen. Dat voelt wel heel erg als de mongolenwaaier, moet ik zeggen, en ik had dus ook al 50 minuten staan achter de rug. Geef mij maar de kleinere evenementen!

Daarna was het wel leuk, het sightseeën door de zonnige stad en langs het publiek en al die andere deelnemers. Ik kwam nog een oude-Kustmarathon-bekende tegen (hoi Anton!) en heb verder af en toe ook wat lopen ouwehoeren. Ik probeerde een soort compromis te vinden tussen 6’30 en hartslag rond de 130, maar dat was lastig, het ging een beetje alle kanten op, al voelde het wel ontspannen. En drinken, vanwege de warmte.

Nou, dat ging tot ergens ver op Zuid allemaal nog aardig, maar toen ik op 20 km was wezen plassen werd ik voorbij gelopen door de pacer van 5 uur – oeps. Die heb ik wel weer ingehaald, maar de lol ging er een beetje af, veel publiek was al weg, de pijntjes kwamen, mijn energieniveau zakte (maar mijn hartslag steeg). En toen kwam die pacer me weer voorbij… en toen wist ik het eigenlijk wel, net voor de 25 km. Op 28 km zat de zuidelijke lus erop en was ik weer vlakbij de Coolsingel. Ik kon het hotel zien liggen zelfs, dus ik ben daar uitgestapt en er linea recta naartoe gewandeld. Dat was een weloverwogen beslissing – dat was gewoon goed.

Maar wel heel jammer. In het hotel heb ik in de armen van m’n Super Marathon Master (29e finish in Rotteerdam, in 3u22) een potje staan huilen, dat geef ik toe. Maar ik moet het echt onderkennen: de marathon is een brug te ver voor mij. Ik geef het op. Ik bedoel: ik ga het niet blijven proberen. Het risico van je grenzen willen verleggen is dat je ertegenaan loopt. En dat heb ik nu vaak genoeg gedaan: het is genoeg geweest.

Ik denk niet dat het aan de warmte of aan dat lange staan lag; het gaat eigenlijk elke keer op dezelfde manier. Meer dan eerder kan ik nu voelen dat het mijn benen niet waren: ik heb vandaag vooral moeie rug, billen en heupen. In mijn rechterheup voel ik zelfs iets waardoor ik blij ben dat ik niet ben doorgelopen. Niks ergs trouwens, hoor, maar dat was het 14 km verder mogelijk wel geworden.

En als ik één ding niet wilde, was het iets oplopen waardoor ik het triathonseizoen zou hypothekeren. Ik liep die laatste kilometers al ernstig te verlangen naar mijn fiets. Ergens ben ik ook blij dat die marathon nu uit de weg is. Kom maar op met de rest van het seizoen!

 

Door |2017-04-10T09:57:30+02:0010 april 2017|Loop|2 Reacties

Kijk nou! Trainer!

Diploma hardlooptrainer Running HollandAfgelopen zaterdag was de laatste bijeenkomst, in een zonovergoten Amsterdams Bos. Hier met de hele groep – iedereen is geslaagd, en die met de bloemen is docent Wim Schoots van Running Holland:

Groep met certificaten in de zonHet was leuk, ik vond het vooral een heel erg fijne groep, en het was dus zaterdag óók jammer dat het erop zit, al ben ik bij om niet meer om de haverklap op zaterdag naar Amsterdam te moeten. Ik zal het samen ‘buiten spelen’ in het Amsterdamse Bos (zon) en het Olympische Stadion (ik zal me de sneeuw van 11 februari lang heugen) toch ook wel een beetje missen.

Ik heb er veel van geleerd, maar ik heb op lang niet al mijn vragen op het gebied van trainingsleer antwoord gekregen. Dat vond ik wel lastig soms, maar het bevestigde me wel in het idee dat hoe meer je afwijkt van de prototypische sporter (jong, man, getalenteerd en gezond van lichaam en geest), des te minder antwoorden er zijn, en des te minder maakbaar het allemaal is. En daar kan ik wel mee verder.

De komende tijd ga ik me bezinnen op wat ik ermee ga doen. Dat suddert al een tijdje, en ik zal plannen hier melden zodra ze concreter worden.

Door |2017-04-10T09:27:04+02:0010 april 2017|Loop, Trainer|1 Reactie

Marathontwijfels

In januari meldde ik hier dat ik van plan was om de marathon in eigen stad te gaan lopen. Ik heb achteraf wel eens gedacht: ik heb me in een vlaag van overmoed daarvoor aangemeld. Ik wilde het nog heel graag eens proberen, correctie: ik wil het nog heel graag een keer proberen. Zondag is het zo ver. Maar ik heb er een hard hoofd in. Als het weer niks wordt, als ik weer zo ga lopen strompelen als de laatste 12 kilometer in Istanbul bijvoorbeeld, dan wandel ik naar de metro en houd ik de hele marathon voor gezien. Motto: het moet wel leuk blijven.

Ik heb min-of-meer getraind via de marathonrevolutiemethode: zonder lange duurlopen, maar aangepast aan het trainen bij een atletiekvereniging en met op sommige zaterdagen de hardlooptrainersopleiding, en een iets hoger uitgangsniveau. Ik heb redelijk kunnen trainen, af en toe wat kwakkeltjes, daarover schreef ik eergisteren al, maar de grote lijn was okee.

Dat heeft wel wat opgeleverd, maar een boel ook niet.

Wat het sowieso niet oplevert, die methode, is zelfvertrouwen: ik heb nauwelijks langer dan 14 km gelopen, en zondag zijn het er 42. Dat is sowieso spannend natuurlijk, maar die onzekerheid durfde ik wel aan, dat was het experiment. Ik weet niet of ik erin geloof dat je met zo weinig kilometers een marathon kan lopen, maar ik zou het sowieso niet meer doen met lange duurlopen, en dit experiment ben ik weloverwogen aangegaan.

Wat het wel heeft opgeleverd: ik voel me goed, ik ben fris, uitgerust, ik voel me scherp, die duurlopen van 14 kilometer loop ik inmiddels moeiteloos en daarvan herstel ik snel. Dat was op weg naar Istanbul wel anders.

Wat het niet heeft opgeleverd: ‘meetbare’ progressie, in twee opzichten:

  1. Een hoger tempo bij een vaste hartslag. Ik ga de marathon lopen op duurlooptempo, hartslag <130, dus daar heb ik veel bij getraind. Idee daarvan is dat je dan langzaam-maar-zeker sneller wordt bij die hartslag. Nou, dat is niet gebeurd. Mijn tempo zwalkt. De laatste vijf 14-kilometer-lopen gingen gemiddeld in respectievelijk 6’48, 6’25, 6’45, 6’30 en 6’49 per km. Zeker die laatste was een klap in mijn gezicht, want toen voelde het heel lekker, maar o, wat is dat langzaam! Die 6’25-6’30, dat is wat ik me voorstel bij m’n marathontempo, dan loop ik ‘m in 4u30 ongeveer. Maar daar kom ik dus soms niet eens in de buurt.
    En hoezo, vanwaar die grilligheid? Ik kan alleen maar bedenken dat ik hem kennelijk technisch af en toe ‘niet raak’, maar dat merk ik dan dus niet.
    Overigens verklaarde die wisselvalligheid wel een deel van de ellende van die lange duurlopen op weg naar de marathon van Istanbul, want die liep ik op een vast tempo (in plaats van hartslag) en dus soms te intensief, waardoor ze te hard aankwamen. Die grilligheid is niet nieuw, namelijk, die signaleer ik ergens al wel jaren. Ik heb de woelige overgangshormonen ook wel eens de schuld gegeven, maar die zijn op dit moment redelijk koest, althans, zo ervaar ik het.
  2. Betere resultaten op de VIAD-test. Ik heb er op 23 januari een gelopen en gister, en die resultaten zijn zo ongeveer gelijk. Gister bleef mijn hartslag bij de vaste tempo’s soms ietsjepietsje lager en mijn herstelhartslag ietsjepietsje hoger, maar het scheelt heel weinig en dat is afgerond dus gewoon geen duidelijke progressie. Voor wie de getallen wil zien: hier zijn ze.

Tsja. Nouja, op zich is dit beter dan op weg naar Istanbul, want toen was ik trager geworden en had ik enorm afgezien op die lange duurlopen, en dat is nu niet zo. Maar wat ik ook kan concluderen: mijn trainingsaanpak heeft onvoldoende gerendeerd.

Komende zaterdag krijg ik ook nog eens mijn diploma als hardlooptrainer, dus de vraag ‘wat nu?’ moet ik eigenlijk zelf kunnen beantwoorden. Welnu, dit zijn mijn ideeën daarover:

  1. Wacht die marathon eerst maar eens af – wie weet.
  2. Als het niks wordt: doelen bijstellen. De (halve) marathon verder vergeten en me richten op afstanden tot 10 km. Boven het uur wordt hardlopen wezenlijk veel moeilijker voor me. Ik weet: met een marathon daag ik mezelf enorm uit. Misschien is het gewoon een brug te ver voor me. Jammer, maar geen probleem: ik wil m’n grenzen graag verleggen, maar soms loop ik er dan dus ook tegenaan.
  3. Anders gaan trainen. Van lange duurlopen ga ik achteruit, met kortere duurlopen heb ik stagnatie, dus laat ik het eens zonder duurlopen proberen. Het is lastig voor me om met zo’n lage intensiteit technisch goed te lopen, dat is de kern ervan denk ik. En verder heeft het mogelijk ook nog met m’n ‘dikke poten’ te maken: ik heb niet de bouw voor een lange-afstandsloper. Er zijn trainingsmethodes zonder duurlopen – ik schreef daar al een keer over
  4. Nog meer investeren in techniek, al valt het me tegen wat bijna een jaar daaraan werken me oplevert – nog niks, althans, niet in snelheid. Het schijnt er wel beter uit te zien en het voelt ook lekkerder, maar het voelt vooral lekkerder op de korte afstanden. Ik kan volgens mij vooral veel harder sprinten dan voorheen. Nou heb ik met zwemmen ook een periode gehad dat de techniekverbetering op langere afstanden niets opleverde, dat doet het ondertussen wel, dus wie weet heeft dit nog wat meer tijd nodig.
  5. En vooral: blijven genieten, los van de tijden en de snelheden en de prestatiedrang. Ik geef toe: dat is wel eens lastig. Ik was gister na die VIAD-test echt teleurgesteld, omdat ik graag loon naar werken wil. Misschien, zo dacht ik, moet ik ook maar eens minder hard werken ervoor. Dat lopen, dat is wel okee, maar al die core stability en andere oefeningen…

Dan is er nog één aspect wat mij helemaal met stomheid slaat. Ik heb namelijk wel reuze-progressie, maar ergens anders. Een maand geleden liep ik op zaterdag een halve marathon waarbij ik compleet op een hoop ging. De dag erna ging ik met moeie benen m’n geliefde trainingsrondje fietsen naar de punt van de landtong van Rozenburg, 73 km. Het woei een beetje, het was druk op het pad, ik had nog heel weinig gefietst (in de zin van: training – wel op de stadsfiets) en mijn hartslag bleef hartstikke laag (gemiddeld 119). Toen ik terugkwam, was het maar goed dat ik al was afgestapt toen ik op mijn horloge keek, anders was ik subiet van m’n fiets gevallen: dat was een recordtijd. Ik ben op dat traject nooit eerder zo snel geweest. Huh?

Dus wat levert al dat hardlopen op? Teleurstellende hardloopprestaties en geweldige fietsbenen. En dat vind ik toch echt moeilijk om te begrijpen.

Nou goed, duim maar voor me zondag, het wordt (voor mij) lekker weer! En als alles aan trainen een experiment is, dan is zondag dat bij uitstek. Ik meld me wel weer hier om erover verslag te doen.

 

Oja, en dan denk je misschien: maar ze heeft bij die Ironman toch ook een marathon gelopen? Ja, in een tijd die me zondag buiten de tijdslimiet zou brengen, met veel wandelen. Zo ga ik het écht niet doen zondag, dan wandel ik naar de metro!

Door |2017-04-05T20:21:26+02:005 april 2017|Fiets, Loop|0 Reacties

Kogel door de kerk

Belangrijke kogel die door de kerk kwam in de maanden tussen de terugblik en nu is dat ik geen volgende hele triathlon van plan ben.  In januari kriebelde dat nog, nu niet meer. Ik zeg niet ‘nooit’, maar ik acht de kans klein en voorlopig, de komende anderhalf jaar, in elk geval niet.

‘Kogel door de kerk’ klinkt iets te veel alsof het als een plotseling inzicht tot me is gekomen, maar dat is niet zo. Het was eerder dat ik keek naar een zich langzaam ontwikkelende foto, zoals dat vroeger ging, in zo’n badje. Het kristalliseerde uit, en bestond uit een aantal elementen.

Ik heb de afgelopen tijd heel veel lol gehad in andere dingen dan alleen maar toegewijd trainen. Ik heb hier al vaker gezegd dat ik vond dat het heel leuk was, die paar maanden alle focus op het sporten, maar dat dat voor de lange termijn mijn leven wel wat te eenzijdig zou maken. Nou, dat besefte ik maar al te goed! Ik heb in februari onder aRechts: ik als bruidsmeisje Harriëtndere zelf op de planken gestaan (foto hiernaast, rechts zie je mij als het nogal hysterische bruidsmeisje Harriët, in juni doen we nog een reprise), we hadden een bijzonder geslaagd uitgaansseizoen (cabarethoogtepunt: Tape Face Boy; muziek: Blaudzun), ik heb lekker gewerkt en daar weer leuke dingen in gedaan, en ik ben intensief bezig geweest met de hardlooptrainersopleiding (bijna klaar, daarover later meer).

Dat was allemaal al best wel veel, en daarnaast was ik ook nog in marathontraining. Het schema dat ik had gemaakt, kraakte en piepte af en toe. Niet alleen omdat ik het druk had, maar ook omdat het lang koud, nat en winderig was (voor het fietsen) en ook omdat ik in februari een beetje aan de sukkel was. Niks ernstigs, maar het ene weekend had ik een auwtje zus, de volgende week was ik verkouden en de week erna auwtje zo, en de vierde week zaten de hormonen dwars.  In maart kwam er nóg een keer een blessuretje voorbij. Dat kostte me steeds de duurlopen. Ik had enige trainingsachterstand die ik denk ik redelijk heb kunnen wegwerken en ik ben fit, maar toch.

Dat deed me wel beseffen dat ik vorig jaar tussen april en augustus veel geluk heb gehad: ik kon toen maandenlang probleemloos trainen. Zo vanzelfsprekend is dat niet. Ik kwam voor die laatste blessure bij een fysiotherapeut en die zei maar weer eens: met zo’n lijf als het mijne (hypermobiel) ben ik kwetsbaar voor blessures.

Ik realiseerde me toen dat ik af wil van de druk die zo’n mega-evenement op fit blijven legt. Je plant zo’n hele triathlon lang van tevoren, dat kan niet anders, en dan gok je er dus eigenlijk op dat het goed gaat in de tussentijd. Als dat niet zo is: Paniek! Stress! Gedoe! Chagrijn! Daarvan dacht ik: daar heb ik geen zin meer in. Liever een groter aantal kleine evenementjes waarvan het niet zo erg is om een keer te sukkelen of er eentje over te slaan. En dat ook kan lukken zonder ellenlange voorbereiding. Een kwart afstand bijvoorbeeld, die overleef ik ongetraind zelfs nog wel.

Om dat te onderstrepen heb ik ook nog eens een draak van een halve marathon gelopen, ergens halverwege maart – ik ging weer ouderwets kapot na 12 kilometer. De enige, in de aanloop naar de marathon van volgende week. Het goed lopen van een goede halve marathon is voor mij toch een beetje een toevalstreffer, het gaat vaker niet goed dan wel. Dus zou ik dat eigenlijk vaker moeten doen, om mezelf ook eens een succesje te gunnen, net zoals ik twee jaar terug deed. Dat kon nu niet omdat dat te zwaar zou zijn als marathontraining (ik loop een halve een stuk harder) – maar dat is dus juist het punt. Ik beperk me erg als ik voor zoiets groots ga.

Waar ik me in januari dus al afvroeg of ik me niet rijk rekende met dat het nog beter zou kunnen dan in Vichy, heb ik de afgelopen maanden wel gedacht: ja, want het kan ook slechter. En zo bedacht ik: ik ga de gok niet wagen. Ook omdat ik er dus zo veel voor opzij moet schuiven.

Ondertussen verheug ik me dus op de kleine triathlons die ik dit seizoen ga doen! Lekker knallen, gezellige, kleine evenementen, ik ga zelfs een duo-triathlon doen op de 1/8e afstand, samen met Nicole, in Zeeland – ik heb er gewoon heel veel zin in!

 

Door |2017-04-03T19:24:55+02:003 april 2017|Triathlon algemeen|0 Reacties

Hiaat #2

’t Is april en dan zou ik nog eens wat nabeschouwen op het terugblikken op de Ironman. Dat ga ik ook doen, zo af en toe in de loop van de maand.

Ik wil beginnen met het opvullen van nóg een hiaat. Vorige maand deed ik dat al met een urgente, maar ik ontdekte er kort daarna nog één: dat Blaudzun niet op m’n speellijst stond!

Vorige maand waren manlief en ik naar Blaudzuns concert in Vredenburg. Dat was beregoed! In de toegift speelde hij achter elkaar twee nummers waarvan ik dacht: wacht eens, die stonden niet op mijn Ironman-playlist? Huh? Ben ik ze toen vergeten? Tss!

Het gaat in de eerste plaats om Who took the wheel, het ultieme fietsnummer. In de versie op de plaat (in de link) en zeker ook als hij het solo speelt (zoals in de Avondetappe, als singer-songwriter, zo heb ik hem leren kennen), denk ik daarbij aan een klimmer die en danseuse  alleen een Alp opfietst (denk: Marco Pantani in zijn beste tijd). Live vorige maand had het eerder de dynamiek van een massasprint, heerlijk.

En dan is er Promises of no man’s land, het nummer dat de NOS als tune gebruikte tijdens de Olympische Spelen van Sotsji, toen de Nederlandse schaatsers op ware goudjacht waren. Dus dat nummer is dan weer het ultieme sport-presteer-nummer. Het heeft een prachtige ingehouden spanning die dan in het ‘when the heat is on’ tot ontlading komt. Ook zo’n nummer om niet stil bij te kunnen blijven zitten!

Hier zijn ze allebei op Spotify:

Door |2017-04-01T19:00:00+02:001 april 2017|Fiets, Triathlon algemeen|0 Reacties
Ga naar de bovenkant