Maandarchieven: juli 2020

Fietspadzorgen

Afgelopen week stond er in de NRC een ingezonden brief die ik herkenbaar vond:

Ik ben nog nooit tegen een e-bike opgebotst, maar wat ik zeker herken is dat de snelheid van e-bikes op het ogenblik het probleem niet is. Op mijn grote ronde van afgelopen donderdag heb ik tientallen (misschien wel meer dan honderd?) e-bikes ingehaald, ik ben er door geen één zelf ingehaald. Ja, ik reed op een racefiets, maar ik kwam thuis met een gemiddelde van nog geen 25 km/u, dat is niet echt raggen, lijkt me. In mijn eerdere lange tocht naar Vlissingen verbaasde ik me er juist over hoe langzaam sommige e-bikers rijden, in inderdaad standaard breeduit naast elkaar. Ik bel me helemaal suf.

De snelheid is dus volgens mij niet het probleem, wel twee andere dingen:

  • Inderdaad de onberekenbaarheid van sommige e-bikers, die volgens mij zeker voor een groot deel komt doordat er veel mensen op rondrijden die eigenlijk niet zo goed kunnen fietsen en het zonder die trapondersteuning niet of nauwelijks zouden doen. Het motortje maskeert als het ware hun gebrek aan vaardigheid. Hand uitsteken is sowieso een vergeten praktijk, lijkt het wel, en ik kan me erover verbazen hoe zeer mensen verschrikt opkijken en hoe traag ze reageren als ik wil inhalen. Alsof het feit dat er anderen op het fietspad zijn nieuw voor ze is – in de toeristendrukte.
  • Niet de snelheid als zodanig, maar het snelheidsverschil. Het baart me al jaren zorgen dat dat op het fietspad meer dan een factor tien bedraagt: de langzaamsten gaan zo’n 4 km per uur (wandelaars, al dan niet met kinderwagen of hond, ouders die hun peuter leren fietsen), de snelsten meer dan 40 (speed-pedelecs). Dat is dus alsof je midden op de snelweg ineens een jogger tegen kunt komen. Waarvan een deel nog breed is ook: bakfietsen bijvoorbeeld, en donderdag kwamen er bij Ouddorp quads het fietspad op – gelukkig achter me (wat een herrie ook!).

Ik begreep dat ook in Het Parool een ‘fietspad-discussie’ woedt, waar gister iemand via Twitter ook weer zeer herkenbaar op reageerde (dit draadje – het gevoel van het ‘schriftelijke verzoek in drievoud’, haha, ja!). Het speelt al jaren, maar er zijn volgens mij de laatste maanden een paar ontwikkelingen bij gekomen die het weer zeer actueel maken:

  • Er zijn in de lockdown een boel mensen gaan fietsen die dat anders niet deden, velen daarvan op een e-bike. Het is op sommige plekken en momenten dan ook knetterdruk – drukker dan ooit tevoren. Wij telden bij ons voor op 5 mei meer dan 400 fietsers per uur, en die moeten iets verderop een fietspad op dat ze delen met wandelaars, hardlopers en skeeleraars. Eigenlijk op 1,5 meter afstand nog ook, maar dat kun je sowieso schudden. Ik denk al sinds maart: waarom mogen snelle fietsers daar niet over de weg? Auto’s rijden er amper.
  • Wat gewoon fietsen is, is omgeslagen naar de e-bike. Toen wij vorige maand aan het fietsen waren, werden we er al op aangesproken waarom we het onszelf ‘aandoen’, zelf trappen, buiten de bebouwde kom zie je nauwelijks meer mensen op gewone fietsen, en van de week constateerde ik dat zelfs in de taal zelf trappen de uitzondering is geworden, althans op de website van de ANWB: dat heet nu ‘niet-elektrisch fietsen’ (zie mijn andere blog).

Samen betekent dit dat er relatief veel ‘newbies’ rondfietsen op e-bikes. Die wonderbaarlijk trage e-bikes in Zeeland, dat zijn veelal Duitse toeristen. Die krijgen kennelijk klakkeloos een e-bike mee van een verhuurder, terwijl ze eigenlijk nauwelijks kunnen fietsen. Ook de buitenlandse fietsers van de boat&bike-tours die langs ons huis komen, rijden sinds dit jaar allemaal op een e-bike – en die zijn ook niet heel ervaren, zal ik maar zeggen. De trapondersteuning maskeert hun gebrek aan vaardigheid. Tijdens de lockdown zag ik ergens buitenaf een 80+-dame die gevallen was omdat haar e-bike tot stilstand was gekomen tegen een opritje de dijk op, afstappen was niet gelukt. Ik vroeg me toen af: wat doet zo iemand daar? Zonder trapondersteuning had ze zo’n rit niet gemaakt, en was bovendien haar fiets lichter en dus beter te hanteren geweest.

Waar het op neerkomt, is dat we het als fietspadgebruikers met z’n allen moeten zien te rooien. Niemand van ons heeft meer recht op het fietspad dan een andere groep. Geen van de groepen is in z’n eentje ‘schuldig’ aan het snel- en vaardigheidsverschil – en aan het feit dat de infrastructuur niet is ontworpen voor wat er nu op fietspaden gebeurt.

Ik ben alleen, ik doe m’n best, ik betracht geduld, ik zoek mijn plekken en mijn momenten (ben donderdag nog een smal fietspad zo snel mogelijk weer af gegaan omdat het er erg druk was), ik trek tegenwoordig zelfs bewust een bloemetjesshirt aan om herkenbaarder te zijn als vrouw en zo minder agressie op te roepen en – zo is mijn indruk – vaker voorrang te krijgen (al ben ik in 300 km fietsen toch nog drie keer met ‘meneer’ toegeroepen). Maar niets menselijks is mij vreemd, dus ik raak ook wel eens ongeduldig en geïrriteerd.

Ik maak me bovendien zorgen over hoe het verder moet. Die quads donderdag bijvoorbeeld, daar schrok ik echt van: niet ook dat nog erbij op het fietspad – alsjeblieft! Af en toe voelt het beperkt: alsof ik alleen nog tussen, zeg, 10 en 12 op een doordeweekse dag op de parallelweg van de snelweg onbezorgd door kan fietsen. Zo plan ik m’n intervaltrainingen inmiddels, en dan hoop ik ook nog op niet al te best weer.

Het ergst vind ik de onrechtvaardigheid van overal de schuld van krijgen. Wat ik al heel lang zeg: ik heb door mijn behendigheid met sturen en remmen al een heleboel ongelukken voorkomen, vandaar dat het soms wrang is om als ‘wielrenner’ standaard zo veel shit over me heen te krijgen. Ik kan nog heel wat anekdotes vertellen, zal ik maar zeggen. Onlangs nog: ik reed op een fietspad, had voorrang, maar kreeg dat niet van een automobilist. Ik kon een botsing nog nét vermijden, en toen werd hij boos op mij: ‘jullie rijden altijd zo hard’ beet hij me toe, voorzien van enkele krachttermen. Pardon, er is geen jullie, er is alleen een ik, en die had voorrang. Ik kwam in tranen thuis, was zelf erg geschrokken en toen die scheldpartij er nog overheen.

Maar ik moet zeggen: in die 300 kilometers van de afgelopen weken heb ik vrij weinig last gehad van gevloek en gescheld en dergelijke. Een tijdje terug vond ik dat ‘men’ elkaar enorm de maat nam in de publieke ruimte. Dat speelt nog steeds: afgelopen zondag werd ik bij het hardloper nog toegebruld dat ik op 1,5 meter moest blijven door een fietser – op een smal voetpaadje (ook weer zoiets: ik had de indruk dat hij niet besefte dat er iets niet klopte aan wat hij aan het doen was, mogelijk ook onervarenheid?). Maar als in die 300 kilometer op de racefiets, soms in fikse drukte, is de verbale agressie relatief meegevallen. Dat moet ik al die e-toeristen dan weer wel nageven.

Voor alle duidelijkheid: ik ben niet per se anti-e-bike. Voor mijn schoonvader die afgelopen woensdag 88 werd en twee reanimaties heeft overleefd, is het de enige manier waarop hij nog zelfstandig ergens kan komen. Als het mensen uit de auto houdt – okee dan (al zou ik dan ook nog zeggen: trap liever zelf). Maar dat laatste schijnt amper zo te werken.

Ik vind de e-bike wel te dominant, te klakkeloos. Ik mis daarbij visie vanuit de overheid op wat er moet gebeuren om fietspaden leefbaar te houden. Ik was daarom wel blij met Het recht van de snelste, een geweldig boek dat ik onlangs las. Ik herkende er veel in, maar ik leerde er ook een boel van. Voor wie zich ook zorgen maakt over hoe het verder moet op en met het fietspad: vooral lezen!

Niet dat ik nu weet hoe het moet, maar gelukkig zijn er wel mensen mee bezig. Volgens het boek past de opmars van de e-bike in de dominante cultuur waarin alles steeds sneller en efficiënter moet, en hebben we zo een nieuwe onveilige ruimte gecreëerd die lijkt op de weg, waar auto’s langzame verkeersdeelnemers naar het leven staan.

Zelf trappen is gezonder, veiliger, goedkoper en beter voor het milieu (die stroom en accu’s moeten ook gemaakt worden, hè). In de omkering tussen gewoon en elektrisch fietsen gaat bovendien wat mij betreft iets wezenlijks verloren: de ervaring van ergens komen op je eigen kracht, met acceptatie van de grenzen daarvan. Dan ga je maar wat minder ver of wat langzamer – wat is daar precies het probleem van?

 

Door |2020-07-25T12:06:12+02:0025 juli 2020|Boeken, Fiets, Vrouwensport|2 Reacties

Nog één

Al een hele tijd stonden er nog twee niet-afgelaste triathlons in mijn agenda, voor eind september en begin oktober. Ik wist dat de kans groot was daar nog wat aan zou gaan veranderen, en inderdaad: vanochtend kwam het bericht met de afgelasting van de eerste daarvan: die van Alphen. Ze schrijven daarbij iets wat ik me heel goed voor kan stellen:

Daarnaast zou de wedstrijd een heleboel moeten inleveren aan sfeer, gezelligheid en familiegevoel om te kunnen voldoen aan de huidige eisen. Juist bij onze regionale, laagdrempelige triathlon vinden we dit een groot gemis. Zo zou de wedstrijd zonder publiek, muziek en horeca moeten plaatsvinden. Geen gejuich, Geen high-fives. Niet samen op de foto of het delen van mooie wedstrijdervaringen onder het genot van een drankje. Het accent zou liggen op het handhaven van regels en het reguleren van deelnemersstromen. Na een lastig overleg zijn we tot de conclusie gekomen dat dit voor ons als organisatie, maar ook voor al onze deelnemers, niet de voldoening, beleving en enthousiasme kan geven die we graag zouden willen.

Dit dus, langs het parcours, dat zou er niet zijn:

Muziek langs het fietsparcours

Dat zit ook steeds in mijn hoofd: stel dat het wel kan, is het dan wel leuk?

Voor mezelf is het jammer, maar jammerder is het voor de Dutch Adaptives, waaronder Nicole, die in Alphen een eigen start zouden hebben en waar ze naartoe aan het werken zijn.

Nou is er dus voor mij nog één over: de verzette Tri Ouderkerk. Ik ben benieuwd, de kans dat die doorgaat lijkt me niet zo groot. Het zou leuk zijn om mijn vorm een keer te kunnen ‘uitleven’ in een wedstrijd, want die is goed, althans, qua basis, na al die maanden trainen. Maar wel alleen als dat leuk en veilig kan.

De afgelopen tijd vond ik de spagaat van de versoepelingen enerzijds en de doorlopende afgelastingen anderzijds lastig, maar bij de huidige omstandigheden kan ik me afgelastingen weer beter voorstellen. Ik heb zelf ook weer toenemende aarzeling bij het benutten van de vrijheden – ben minder op mijn gemak onder de mensen dan hiervoor. In dat opzicht is een afgelasting ook een soort opluchting: de knoop wordt voor me doorgehakt.

Maar toch jammer.

Ik kijk op en loop weer hard

Foto’s zijn van de triathlon in Alphen in betere tijden (2017).

 

Door |2020-07-24T14:49:48+02:0024 juli 2020|Triathlon algemeen|0 Reacties

Brexit omkeren

Op 24 juni 2016 reed ik een voor mij legendarische trainingsrit. Ik was bezig met de aanloop naar de hele triathlon en had 180 km op het programma staan. ’s Ochtends was ik de dag begonnen met het nieuws: de uitslag van het Brexit-referendum. Dat was een mokerslag. Ik vertrok met een donderwolk om mijn hoofd, en het weer paste daarbij  – het regende zelfs even. Ik reed via de Beneluxtunnel en het fietspad ‘buitenom’ Voorne-Putten naar de Haringvlietdam en via Ouddorp naar de Brouwersdam. Daar draaide ik naar het oosten, ik kreeg de wind mee en de zon kwam door. Mijn humeur reageerde mee, en na bijna 7,5 uur en 175 km fietsen, verder nog via Schouwen, Duiveland, Flakkee en de Hoeksche Waard, kwam ik opgeklaard terug thuis aan. Zonder de Brexit opgelost te hebben natuurlijk, maar het fietsen had zijn helende uitwerking op mijn ziel gehad, mogelijk meer dan ooit tevoren.   

Vandaag heb ik die ronde voor het eerst opnieuw gereden. Ik fiets niet elk jaar zulke afstanden, en vorig jaar strandde een poging in veel te harde wind. Ik heb hem dit jaar omgedraaid, dat kwam beter uit voor de wind, en ik heb hem ook behoorlijk wat scherper aangesneden, vooral op Goeree en het stukje Zeeland, en zo kwam ik uit op 164 km, in 6u37 – ja, ook met een behoorlijk wat hoger gemiddelde en een maar een fractie hogere hartslag. Dat zegt niet zo veel: ook nu woei het, maar mogelijk stond de aanwakkerende wind vooral vanaf de Brouwersdam ook wel heel gunstig – ik zag mijn gemiddelde rap oplopen. Het was tussen Brouwershaven en Ouddorp wel veel drukker dan ik me van toen herinner. Desalniettemin: met mijn vorm zit het wel snor.

 

Opnieuw was het goed voor mijn ziel. Die het zwaar heeft: de hele corona-situatie geeft me op dit moment weer veel angst en verdriet en de onzekerheid over hoe lang deze ellende gaat duren vind ik moeilijk te verdragen. Daarnaast hebben we hier thuis een paar andere ‘soresjes’ die bij vlagen ook als donkere wolken voor me hangen (niks ernstigs, in de zin van: niks tussen mij en manlief, gewoon wat gedoe). De kunst van ‘fietstherapie’ is om uit die abstracte angst, somberheid en wolken in mijn hoofd te komen en te landen in het hier-en-nu van gewoon fietsen, in mooi en dierbaar landschap en prachtig weer. Dat lukte bij vlagen, ik stuiterde er wat in en uit vandaag, het was niet die rechte lijn omhoog van toen.

De Brexit heb ik niet omgekeerd vandaag. Corona niet opgelost. Maar het fietsen deed me wel weer goed.

 

Door |2020-07-23T19:24:51+02:0023 juli 2020|Fiets|0 Reacties

Driehoekstriathlon: OmOmOp

Vandaag thuistriathlon nummer 5 gedaan, door één van de eerste ideeën daarvoor uit te voeren: zwemmen rond, fietsen rond, en lopen op het nieuwe Schie-eiland, vorig jaar ontstaan door de bochtafsnijding. Zo ziet dat eruit op de GPS:

Vanwege de vorm noem ik het de driehoekstriathlon, m’n mede-deelnemer Henk noemde ‘m OmOmOp.

De afstanden werden geheel door het parcours bepaald en waren dus nogal uit balans:

  • Zwemmen: 2,1 kilometer. Ik was na Henk gestart om hem voorsprong te geven, ik haalde hem net niet in. Ik had niet m’n beste zwemdag: afgelopen zondag was ik op datzelfde parcours in veel wind twee minuten sneller. M’n rechterarm werd moe en daardoor had ik navigatieproblemen en m’n brilletje besloeg heftig. Oja, en het water stonk, maar dat merkten we eigenlijk pas naderhand aan onze spullen.
  • Fietsen: 5,1 kilometer, een ultrakort maar ook heel technisch parcours, met twee 180-graden-bochten in de afritten van de bruggen en de oprit van de Doenbrug ligt ook gek,  slecht wegdek langs de bochtafsnijding en in de Dorpsstraat, en overal nogal wat ander verkeer. We hadden afgesproken op onze stadsfietsen te rijden, vanwege de kortheid en de snelle tweede wissel – want dan kan lopen op dezelfde schoenen (inderdaad ging die wissel in 27″ – mijn snelste ooit!).
    Grappig om op de stadsfiets heel hard proberen te fietsen, op de korte stukjes dat dat kon. Dat ging niet heel snel, al leverde het nog wel een paar Strava-PR’s op – zo dicht bij huis fiets ik niet vaak al of nog zo hard. Ik haalde zelfs een racefietser in. Desalniettemin maar dik 24 gemiddeld gereden.
  • Lopen: precies 3 kilometer, waarvan 2 op het eiland over schelpenzandpaadjes die deels overwoekerd zijn op het moment – onder andere met brandnetels! Dat ging okee. Ik heb net hiervoor een beetje last gehad van een knie, die had ik bij een suffe misstap thuis verdraaid. Dit was de eerste keer dat ik weer voluit kon lopen, en ik kon lekker hard uitsprinten:

Henk kon die foto maken want die is de hele tijd voor me uitgebleven. Desalniettemin had ik hem verslagen – 1u22’49 om 1u24’30. Dat is voor mij het voordeel van zo lang zwemmen!

Het is op het ogenblik best wel taai dat er enerzijds alweer een heleboel kan, maar er anderzijds nog steeds triathlons worden afgelast (deze week onder andere Almere) en er ook nog niets wel weer wordt georganiseerd – ik zou erg zin hebben in een 5 of 10 kilometer loopje ergens, maar nee… nouja, thuistriathlons blijven kunnen! In elk geval is dat lekker buitenspelen. Zeker nu na al die regen en wind de zon weer eens scheen.

 

Door |2020-07-11T21:33:35+02:0011 juli 2020|Triathlon algemeen, Zwem|2 Reacties

Nog meer gewoonheid terug, maar nog lang niet alles

Ik kan over afgelopen week een soort ‘idem’ zetten bij mijn post van 17 juni:

– Ik ben weer naar de sportschool geweest – buiten, want het was nog voor 1 juli en ze blijven deels de lessen buiten geven voorlopig, Het woei maandag (ook al) best stevig, en dat voegde een heel nieuwe dimensie toe aan bodybalance. De yoga-matjes woeien op en als je net op één been of in een diepe lunge of krijger-houding stond en er kwam een vlaag, dan was het wiebelen. Ik vond het wel wat hebben, daar ben ik buitensporter genoeg voor. Mijn matje wilde trouwens net niet opwaaien toen ik het na afloop op de foto zette:

– Ik had opnieuw privétraining zwemmen, dinsdag, in een baan voor mezelf. Het was nu zelfs helemaal extreem, want ook van de andere groep, de borstcrawlcursus, was er maar één. Dus we waren met twee zwemmers, twee trainers en minstens twee man zwembadpersoneel. Het zwemmen gaat best wel weer lekker eigenlijk. In de tussenliggende dinsdag (ook alleen) heb ik een 2-minuten-test gedaan waaruit ik ongeveer 1 seconde per baantje langzamer bleek te zijn dan in maart. Dat valt alles mee – na twee maanden niet zwemmen en sindsdien nog weinig structuur erin. Wel is het open water inmiddels lekker op temperatuur natuurlijk.

Beide keren dacht ik afgelopen week: het zijn wel memorabele trainingen zo, waar ik me vast later, als alles weer gewoon is, amper meer kan voorstellen hoe het was, bodybalancen op het schoolplein, zwemmen met één ander in het hele zwembad. Vandaar die foto van hierboven, en ik maakte er maandag nog eentje, als sfeerimpressie:

In één opzicht was deze week ‘nieuw’ normaal: voor het eerst sinds begin maart heb ik weer een gemiddelde afstand op de stadsfiets afgelegd. Niet naar stations of opdrachtgevers nog, maar wel naar sportschool, zwembad, theater (ook voor het eerst weer!) en twee gezellige afspraken.

Het is fijn dat het allemaal weer kan en weer gewoner wordt, al ervaar ik mijn hele leven nog steeds als zeer afwijkend. Nog steeds zijn er geen wedstrijden, al is er hoop op mijn twee triathlons die nog niet geannuleerd zijn. Met mijn eigen werk nog vrijwel alleen maar thuis en dat van manlief helemaal zijn de werkdagen nog steeds heel raar en ik ben er ook niet happy mee – ik vind mijn werk wezenlijk minder leuk dan normaal, en dat baart me voor de lange termijn meer zorgen dat de omzet die ik dit jaar misloop.

En alles is verder raar en anders door de maatregelen en de protocollen. Ik zit moed te verzamelen om een enkele reis tussen hier en Vlissingen met de trein te doen, andere richting met wind mee fietsen, vind ik heerlijk om te doen. Maar twee uur mondkapje tussen andere reizigers waarvan je maar moet afwachten hoe ze zich gedragen en m’n fiets op verzoek ‘registreren‘ zonder daar enig recht aan te kunnen ontlenen – oempf. Ik heb sinds 11 maart niet meer in de trein gezeten, gek om dat nu zelfs spannend te vinden.

Het is nog steeds best moeilijk allemaal, vind ik. Maar in elk geval wel weer wat leuker dan het een tijd lang was. En dat leidt tot onvergetelijke ervaringen!

 

Door |2020-07-05T13:50:31+02:005 juli 2020|Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties
Ga naar de bovenkant