Loop

Reactie over toekomst Zeeuwse atletiek

Volgende maand is er een symposium over de toekomst van de Zeeuwse atletiek, mede georganiseerd door Jan Roose, over wie het hier al vaker is gegaan als organisator van lopen en crossen. Ik stuurde Jan onderstaande gedachten, onder andere reagerend op zijn blogposts:

Als ik het Zeeuwse hardlopen observeer, valt me bepaald niet op dat er niet hard genoeg gelopen wordt. Ik zeg het maar even lomp: de top interesseert me geen lor. Ik heb er niets aan als er ergens een Zeeuws record gelopen wordt. Knap, hoor, maar ik vind het knapper om zó te sporten dat je het over, zeg, veertig jaar ook nog met plezier doet. Er is immers best een spanningsveld tussen presteren op de korte en op de lange termijn.

Wat ik wél leuk vind, is om een streekgenoot op TV goed te zien presteren – en dat is het geval in de vorm van Shirin van Anrooij. Zij is nu veldrijder/wielrenner, maar heeft in haar jeugd bij AV’56 gelopen, en dat heeft haar duidelijk geen windeieren gelegd. Zo slecht is het in Zeeland dus niet gesteld met het afleveren van wereldtoppers. En dat gebeurt niet zo vaak, dat is nogal logisch.

Wat me verder opvalt, is dat er in Zeeland heel veel loopjes zijn, en dat bij een groot deel daarvan juist de achterhoede ontbreekt – een groep die er elders wel is. Als ik meedoe aan bijvoorbeeld een internationale Parkrun, een van de Vestinglopen van Epic Sports en de grote evenementen van Golazo, eindig ik halverwege het veld. In Zeeland eindig ik  steevast in de achterhoede. Aan de crossen in het Zeeuwse Crosscircuit word ik zelfs op achterstand laatste – die doe ik dus  niet meer.  Waar is de groep Zeeuwse lopers achter mij? Die zie ik alleen bij de randevenementen van de Kustmarathon.

Dat er gemiddeld langzamer gelopen wordt, de hardloopbeleving verandert en dat men niet meer lid wil worden van een sportvereniging (in het algemeen en de jeugd in het bijzonder), dat zijn geen Zeeuwse fenomenen, dat speelt landelijk. Ik zou zeggen: tap daar kennis van af over wat daaraan wél te beïnvloeden is.

Wat ook landelijk speelt en dus ook in Zeeland, is bewegingsarmoe – van jong tot oud. Veel belangrijker dan hoe hard er aan de top gelopen wordt, vind ik dat zo veel mogelijk mensen van alle leeftijden, sexen en achtergronden met plezier kunnen lopen of een andere sport beoefenen. Drempels opwerpen voor meedoen aan loopjes of lid worden van een atletiekvereniging lijkt me het paard in dat opzicht achter de wagen spannen. Zelfs als dat betere Zeeuwse tijden oplevert, vind ik dat een ongewenste ontwikkeling.

In mijn waarneming is er tot slot nog een wereld te winnen in de vorm van beter trainen: goed gericht, geïndividualiseerd, gedoseerd. Mijn allereerste trainer zei het ooit: er zijn twee soorten sporters, de ene doet te veel, de ander te weinig. Technologie speelt daarin dan ook een dubbelrol: waar de een zich door de hartslagmeter onterecht laat dempen, laat de andere zich door de tijden op het horlogeschermpje over de kling jagen. Ook dat is echter geen typisch Zeeuws probleem.

 

Door |2025-11-29T18:51:18+01:0029 november 2025|Loop, Trainer|0 Reacties

Telt elke minuut elke dag?

Soms hangt een onderwerp in de lucht… Vandaag in het VRT-nieuws bericht over onderzoek waaruit blijkt dat matig tot intensief bewegen boven de 55 helpt voor de cognitieve gezondheid, dagelijks en meer is beter. Interessant stuk! Drie gedachten erbij:

  • ‘Intensief’ is een lekker vage term – als stevig doorwandelen eronder valt, zoals in het artikel, is het een andere opvatting van intensief dan zoals ik het zou begrijpen, namelijk als het korte, harde werk dat je doet in een intervaltraining. Dat is sowieso lastig bij alles over sporten en trainen: iedereen gebruikt die termen anders. Zelfs als het preciezer klinkt, zoals bij de namen voor de trainingszones (Z2, D3 enzo).
  • In mijn recente stuk over de ideale trainingsweek staat niet dat je dagelijks zou moeten bewegen. Ik kan me goed voorstellen dat dat positieve effecten heeft. Mijn gedachte bij dat niet adviseren is dat als je serieus lang en zwaar traint, daar ook rustdagen tegenover moeten of mogen staan. Dagelijks bewegen is prima als dat inderdaad een half uur stevig wandelen is, maar als het gaat om vele uren of harde intervallen of zware krachttraining, ligt dat – volgens mij – anders. Als je ‘elke dag wat doen’ voorop zet, is het risico dat je die dagelijkse beweging korter en lichter houdt dan ik optimaal zou achten. Mijn idee is dus liever de ene dag echt lang of zwaar en daarna een rustdag, dan dat ‘middelen’ over twee dagen. Op een rustdag kan je natuurlijk wel prima een wandelingetje maken. (Disclaimer: ik baseer me niet op onderzoek naar het effect op de cognitieve gezondheid van ouderen, wel op algemene trainingsleer.)
  • De suggestie in het artikel van ‘meer en vaker is beter’ kan mensen triggeren om te veel te doen en sportverslaving in de hand werken. Want ja, dat doen óók 55+’ers. Zeker als ze een te overtrokken positief beeld hebben van het effect van bewegen op hun gezondheid. Het besef van die trigger lijkt amper te bestaan want het beeld van ouderen is dat die te weinig bewegen, maar te veel komt echt voor. Ik praatte in de pauze van de Looptrainersdag zaterdag nog even met iemand over een sportverslaafde loper. Die liep vaker en harder dan hij mocht van de cardioloog. Een loper van 70, welteverstaan.

 

Door |2025-11-13T09:43:19+01:0012 november 2025|Loop, Trainer|0 Reacties

Workshops looptrainersdag editie 3

Het wordt een jaarlijkse traditie: afgelopen zaterdag was ik voor de derde keer op rij naar de Looptrainersdag van de Atletiekunie om daar workshops te geven. Het was weer erg leuk.

Anders dan de vorige twee jaren ben ik al op vrijdag naar Papendal gegaan. Ik had dat al vroeg bedacht: het is een eind rijden en ik had op zaterdagavond ook nog een concert, en dan ’s ochtends heen rijden zou de dag erg lang maken. Maar, zo had ik bedacht, ik zou het af laten hangen van het weer, want ik ging het alleen doen als ik vrijdagmiddag een rondje zou kunnen gravelen. Daar leent de omgeving van Papendal zich erg goed voor.

Nou, het weer had ik me niet beter kunnen wensen. Wat een mazzel, zeg – het leek wel (na-)zomer. Ik heb enorm genoten van de zon op de herfstbladeren:

Het werd natuurlijk wel vroeg donker en de route bleek op sommige plekken technisch lastig, dus ik moest ‘m inkorten, maar dat maakte de lol niet geringer. Heerlijke fietsmiddag!

En zodoende was ik zaterdagochtend vroeg genoeg om de plenaire opening bij te wonen, samen met de wel 1100 aanwezigen – al was dat wel zittend op de grond kijken naar een scherm (niet de handigste zaalopstelling, vond ik):

Michel Butter sprak er enkele behartigenswaardige woorden die ik in mijn workshops terug kon laten komen, over het belang van plezier en over hoe je van blessures kunt leren.

Mijn eigen workshops gingen weer goed, vond ik. Volle bak, twee keer (35 trainers per groep). Ik gaf eerst de algemene ‘Optimaal training geven aan ouder wordende lopers’ en daarna de wat specifiekere ‘Zin en onzin o ver hardlopen in de overgang’. Ik had allebei een klein beetje aangepast op basis van voortschrijdend inzicht. Het was allebei de keren lekker dynamisch, dus met veel inbreng van de deelnemers. Daar leer ik elke keer weer van!

 

 

Door |2025-11-11T10:49:26+01:0011 november 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

Van taai naar goed

Eens even weer een update over mijn eigen sporten. Het is een dikke maand geleden dat ik schreef over het oppikken van draden, en zo voelt het nog steeds een beetje, al ben ik dan wel een stuk verder met die draad. Ik vond het best wel een beetje taai.

De vorige keer schreef ik ook al over de onderuit geschoffelde fitheid, welnu, ik was nog een keer niet fit: m’n buikpijn-met-onduidelijke-oorzaak waar ik zo af en toe last van heb speelde na negen maanden weer eens op, en dat zeldzaam heftig. Er is nu een stijgende lijn, maar ik voel me nog steeds niet helemaal top.

De taaiheid zat hem ook wel in een boel andere dingen aan mijn hoofd, zoals politiek (het verkiezingsprogramma is zo goed als af, ik verzamel deze week de amendementen) en werk (grote klus aan een spannende offerte voor vier jaar werk met z’n vieren).

Verder is opbouwen onvermijdelijk een beetje ruk. Hardlopen bijvoorbeeld, dat begint pas net weer lekker te voelen – zo gaat dat. Ik ben ook nog erg traag. Ik schreef de vorige keer al over de ‘hobbel’ bij het zwemmen in de vorm van een zere schouder. Het zijn typisch dingen die niet gebeuren als ik consistent train. Consistentie is zo knetterbelangrijk – als ik dat nog niet wist, voelde ik het nu aan den lijve.

Ik was ook nog van fietsvakantie + corona ruim twee kilo afgevallen, en dat kwam er een paar weken terug in rap tempo weer bij, gelukkig maar, maar ik voelde me toen wel even wat vadsig. Al met al ben ik duidelijk een tijdje uit balans geweest!

Maar het verbetert. Zwemmen gaat nu gelukkig goed, ik heb zelfs één keer wonderbaarlijk lekker gezwommen met m’n snelste losse baantje ooit geklokt: 22 seconden (waar kwam dat nou weer vandaan?). Ik heb ook alweer een boel lol gehad op Zwift (voorbeeld), ook nog lekker buiten gefietst (waaronder Kapelle-Kapellen-Kapelle en de gravelrit Jo off the Roo’t, allebei met manlief), m’n eerste dip in de Oosterschelde van het seizoen gedaan, en lekker geyoga’t, tot vorige week zelfs buiten. Hier wat foto’s:

Tijdens Jo off the Roo’t: de pauzeplek

Voetselfie – bij m’n eerste dip dankzij het hoge water geen zand aan m’n voeten

Weer een Kapelle aan de verzameling toegevoegd, deze met een N

Inmiddels uitgegroeid tot mijn favoriete fietsroute: buitendijks langs de Westerschelde

Ik heb ook al mijn eerste drie kilometer ooit gelopen op een baan(-tje) – iets wat ik deze winter een paar keer wil herhalen bij de JaRo-testlopen om te zien of het daadwerkelijk lukt om sneller te worden, want dat is het plan. Van die eerste testloop hield ik mega-spierpijn over. Niet gek: ik had nog nauwelijks op tempo getraind.

#Projectdaglicht is net deze week, aan z’n zesde seizoen begonnen: in de wintertijd ga ik elke dag in het daglicht naar buiten, in totaal minstens zeven uur per week. Gewandeld heb ik nog niet zo veel, maar voor maandag staat een lange gepland, 20 km, en dat betekent dat ik dan ook weer helemaal voldoe aan mijn eigen definitie van fitheid.

Dus het gaat hier best wel goed allemaal. Al voelt dat niet altijd zo!

 

Door |2025-10-29T19:55:02+01:0029 oktober 2025|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Ga maar liever naar Bram Bakker luisteren

Meteen de daad bij het woord gevoegd: ik heb Hardlopen als lichaamswerk gelezen. Eerlijk gezegd viel me dat niet mee. Of nouja: het leest heel makkelijk, het is interessante materie en er staan boeiende stukjes in, waaronder twee interviews met topsporters met bijzondere verhalen: Gerard Nijboer en Gregor Stam.

Maar wat me tegenvalt: ik kan er het hele boek lang maar niet de vinger op leggen wat nou precies ‘hardlopen als lichaamswerk’ is. Dat kon ik tijdens Bram Bakkers verhaal vorige week ook al niet, maar dat vond ik toen niet zo erg: het was een ‘kringgesprek’, het ging meer over hemzelf en oud zeer dan over hardlopen (prima) en ik dacht: dan moet ik het boek maar lezen. Van een boek verwacht ik grotere precisie. Ik heb zelf – denk ik – de opleiding runningtherapie 1.0 gedaan en toch zou ik nu niet kunnen zeggen wat aan 2.0 meer of anders is.

Nou beken ik meteen: ik heb last van beroepsdeformatie. Mijn redactionele vingers gingen jeuken. En nee, dat heb ik niet bij elk boek. Dit boek rammelt precies op het punt dat ik in mijn werk het interessantste vind: de rode draad. De kern ontbreekt (hoofdboodschap met omschrijving van het kernthema), de structuur is onduidelijk (het lijkt een stapel columns met een nietje erdoorheeen), inhoudelijk spreken dingen elkaar tegen, van die twee interviews ontgaat me de ‘so what’ (wat is de strekking in het licht van het boek?) en ik weet ook niet wie de beoogde lezer is. Prestatiegerichte lopers, mensen  met ‘oud zeer’ die baat kunnen hebben bij lichaamswerk, (aanstaande) begeleiders van runningtherapie? Dat lijkt per hoofdstuk te verschillen.

De inhoudelijke tegenspraak is – vind ik – niet bepaald op een onbelangrijk punt. Soms lijkt het erop dat runningtherapie alleen gaat om op gevoel hardlopen en dat dat als zodanig genoeg is voor het effect op de geest, maar er komt van alles bij, impliciet of expliciet: een lichaamsscan, ademhaling, plezier/spel, techniek, ketogeen eten (het hoofdstuk over voeding vind ik ronduit extreem), praten, en toch ook tijden van je rondjes meten en zelfs marathons lopen. In het hoofdstuk over leefstijl lijkt het hoofddoel van lopen ineens toch ‘gewoon’ behoud van gezondheid te zijn – dat is het standaard pleidooi om meer te bewegen. Sowieso is de verhandeling over doelen warrig, op p. 61 staat ronduit onzin, met zelfs een zin die met zichzelf in tegenspraak is:

Binnen de runningtherapie werken we met procesdoelen: het gaat niet om de prestatie die je levert (de score), maar om dat wat het duursporten je oplevert.

Iets wat het je ‘oplevert’ is geen procesdoel. Hier klopt iets niet, en hier ook niet:

Sportcoaches (…) bedienen zich graag van prestatiegerichte terminologie. Bij hen gaat het vooral om de ‘how’, wat zoiets is als de manier waarop je naar het resultaat toewerkt.

Die ‘how’ is nou juist wél een procesdoel, ook al is het – bijvoorbeeld – gericht op snellere tijden. (Overigens vond ik dit wel de warrigste passage van het hele boek, dus ik citeer wat dat betreft een beetje oneerlijk. Maar ik denk daarbij wel: hier had een redacteur Bakker voor moeten behoeden.)

Bakker zelf loopt de ene marathon na de andere – de door storm loodzware Kustmarathon vorige week binnen de 4,5 uur. Je maakt mij niet wijs dat dat alleen maar lukt met puur op gevoel rustig net zo lang lopen als waar je op dat moment zin in hebt. Bakker beweert alle schema’s los te hebben gelaten. Ja, denk ik dan, manlief traint voor zijn marathons ook zonder schema, dat kan hij doen omdat hij het al veertig jaar doet. Het schema zit in zijn hoofd. Zo lopen is sowieso niet voor iedereen weggelegd en voor beginners totaal niet aan de orde.

Dus: een boek met een boel interessante ideeën. Maar als je je door Bram Bakker wil laten inspireren, kun je beter naar hem gaan luisteren dan zijn boek lezen.

 

Door |2025-10-10T13:29:49+02:0010 oktober 2025|Boeken, Loop|0 Reacties

Bram Bakker in Kapelle

Afgelopen vrijdag was ik bij een kleine maar zeer fijne lezing: in Lectori, de boekhandel in ons dorp (ja, Kapelle heeft een boekwinkel 😀) sprak Bram Bakker, voormalig psychiater en hardloper. Aanleiding was enerzijds zijn nieuwe boek Hardlopen als lichaamswerk en anderzijds zijn deelname aan de Kustmarathon gister. Ik bedoel: hij moest toch in Zeeland zijn – is dat overigens wel vaker, zo begreep ik. We waren met een stuk over tien geïnteresseerden, in een sfeervolle setting in een hoekje van de winkel, erg knus.

Ik hoor en lees Bram Bakker graag. Ik had hem één keer eerder in het echt gezien: bij mijn opleiding runningtherapie. Mijn indruk vrijdag was dat hij nog radicaler is geworden in zijn kritiek op de reguliere geestelijke gezondheidszorg, en eigenlijk ook wel op de maatschappij als geheel. Hij leek me stelliger over de mate waarin we door opvoeding en maatschappij in ons hoofd gejaagd worden en verslaafd gemaakt aan allerlei manieren om maar niet te hoeven voelen. Ik herkende veel van wat hij zei, van mezelf (ik heb zelf in de tijd van mijn burnout iets ontdekt wat ik zo ‘fietsen als lichaamswerk’ zou kunnen noemen) of van anderen, en hij voegde daar dingen aan toe die ik nog niet wist of waar ik van opkeek. Dat is eigenlijk precies goed, als lezing: een heleboel haakjes om de nieuwe dingen aan te hangen.

Eigenlijk ging het helemaal niet veel over hardlopen, meer over dat niet-voelen van allerlei oude pijn, verdriet en angst. Daarbij zit ook intergenerationele pijn, dus ellende die je erft van je voorouders. Dat wist ik – ik weet van mezelf dat ik kenmerken vertoon die typisch zijn voor tweede-generatie-oorlogsslachtoffers – in mij zitten restanten van mijn (oude) vaders oorlogstrauma. Oorlog is iets wat tot erfelijke psychische last leidt, seksueel misbruik noemde Bakker ook, maar wat ik nog nooit eerder had gehoord: overleden kinderen. In al onze voorgeschiedenissen zit verdriet om miskramen en doodgeboren en jong gestorven kinderen. Mijn moeder had bijvoorbeeld eigenlijk een oudere broer moeten hebben, maar die heeft maar heel kort geleefd. Wat dat voor mijn opa en oma én voor haar, als volgende kind, betekend heeft, daarover ging het vroeger net zo min als over wat mijn vader in de oorlog had meegemaakt. Dat heb ik me nooit eerder gerealiseerd.

Dit was maar één voorbeeld – het was een rijke lezing, of eigenlijk: gesprek. Bram Bakker is een boeiende spreker, heel persoonlijk ook, en het was interactief. Ik heb nog wat gevraagd over een thema dat mij nogal bezighoudt: hoe kun je mensen op het spoor zetten van ‘sporten als lichaamswerk’ en voelen in een tijd waarin het sporthorloge met z’n apps regeert? Daar kreeg ik geen kant-en-klaar antwoord op, wel bevestiging van mijn beeld dat je laten bepalen door de data en de algoritmes het risico op burnout en aanverwanten vergroot. Bakker zegt op gevoel te lopen en daardoor zelfs sneller te zijn dan wanneer hij naar zijn tijden kijkt, maar hij draagt wel een Oura-ring. Dat snap ik dan niet helemaal – het is misschien niet strijdig, maar toch op z’n minst onnodig.

Ik heb Hardlopen als lichaamswerk gekocht, ik zal er hier over schrijven als ik het uit heb.

 

Door |2025-10-05T14:51:50+02:005 oktober 2025|Loop, Trainer, Waarom|2 Reacties

Draden oppikken

Voor mijn gevoel ben ik op het ogenblik bezig met het oppikken van allerlei draden. Ik had sinds eind juli niet meer hardgelopen en nauwelijks gezwommen – alleen een paar (overigens heerlijke) korte duiken in diverse zeeën op vakantie na. Op de foto zie je mij in actie tijdens de langste ervan, bij Gravelines:

En ook met fietsen had ik het gevoel dat ik een draad moest oppakken. Op een fietsvakantie doe ik niks intensiefs, maar bovendien: het ziek-zijn schoffelde m’n op vakantie opgedane fitheid onderuit. Dat vond ik wel zuur, moet ik zeggen: ik kwam fit en ontspannen thuis, dat gevoel heeft welgeteld één dag geduurd, toen sloeg corona toe. Ondertussen ben ik weer helemaal beter, sneller dan de vorige keer. Het duurde wel weer twee weken voordat de lamlendige vermoeidheid weg was, en dat ging, net als de vorige keer, getrapt: steeds een paar dagen stilstand en dan ineens een grote stap vooruit. De vermoeidheid zat dit keer vooral in mijn hoofd en mijn ogen, conditioneel had ik er minder last van dan in 2022. De eerste keer weer reizen en werken vorige week dinsdag hakte er nog flink ik, maar dat zat hem deels ook in de onwennigheid na een lange periode zonder bijvoorbeeld drukke treinen. Deze week was alles weer normaal.

Het oppikken van de draden gaat niet zonder slag of stoot, merk ik:

  • Fietsen gaat goed vooruit. Ik ben m’n trainingen geleidelijk weer wat intensiever aan het maken, grotendeels op Zwift, terug naar de lol daarvan van vorig jaar. Net vanochtend heb ik weer eens een wedstrijdje gereden, nog niet heel succesvol (ik werd halverwege gelost), maar wel voor het eerst weer echt intensief (hallo omslagpunt, long time no see!) (foto hieronder links). Vorige week deed ik een van de gezelligste ritjes ooit, in een klein vrouwengroepje – kletsen via de chat (foto rechts).

  • Hardlopen opbouwen gaat ook goed, al voel ik wel dat het hard aankomt. Het is toch echt een heel andere belasting dan fietsen. Ik voel m’n voeten, hamstrings, bovenbenen, rug en buikspieren. Ik heb nu drie keer hardgelopen, 3, 4 en 5 kilometer, alles rustig. En steeds met minstens twee dagen rust ertussen om de spierpijn helemaal weg te laten trekken. Die wordt wel al minder, dat is mooi. Steady verder zo voorlopig. Plan is om op te bouwen naar 11 kilometer rustige duur (dan is het dippen in de Oosterschelde in bereik), en verder wat aan snelheid te werken – dat heb ik vorig seizoen nauwelijks gedaan. Leuke loopjes doen weer ook, is het plan voor de winter.
  • Zwemmen ging even minder goed, tot mijn verbazing. De eerste keer weer naar het zwembad had ik lekker gezwommen, alleen rustige techniek. De tweede keer deed ik er een klein schepje bovenop: techniekoefeningen met paddles, één baantje vlinderslag (zwaar!) en 100 meter wat harder. Tijdens die 100 meter kreeg ik last van m’n schouder en dat werd tijdens rustig uitzwemmen best wel venijnig. Ik heb twee dagen pijn gehad – frappant dat ik zo snel over een grens ging, dat heb ik bij zwemmen nog nooit zo gehad. Mogelijk speelden de restantjes corona een rol, plus de belasting van de yoga die ik deze maand ook weer wat toegewijder doe. Het was wel een waarschuwingssignaal: voorzichtig! Ik heb voorlopig ook geen bijzondere zwemplannen, het openwaterzwemmen gaat ‘m niet meer worden dit seizoen.
  • Ook weer wat meer yoga deze maand dus. Op vakantie doe ik dat minimaal, alleen op rustdagen een beetje, en raak ik wat core-stability-kracht kwijt. Bovendien is een fietsvakantie nogal eenzijdig bewegen, en daar helpt zo’n maand ook mee. Bedoeling was om er weer een echte streak van te maken, maar die strandde al na twee dagen in de corona-koorts. Ik doe het deze maand wel bijna elke dag, en dat is lekker. Ik volg Adriene’s kalender losjes.

Ik voel me nog zeker niet zo goed als een maand geleden, maar er is wel een basis – ergens is die fietsvakantievorm natuurlijk nog wel. Ik heb nog een groot verlangen naar veel buiten zijn, waar het abrupte einde van zomer en vakantie achter zit. Ik heb ook altijd het gevoel dat ik een soort buffer moet opbouwen om de winter door te komen – al hoop ik dat die net zo goed te doorstaan wordt als de vorige. Zo hoop ik op nog wat lekker fietsweer voor buiten de komende tijd, het weerbericht ziet er goed uit. Morgen heb ik een lunchafspraak in Bergen op Zoom, ga ik lekker op de fiets!

Door |2025-09-25T13:46:44+02:0025 september 2025|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Praten over sporten in de overgang

Gister was ik naar Papendal, op uitnodiging van De Loper. Die groep organiseert elk jaar een dag met workshops voor hun leden. Ik was uitgenodigd om drie rondes workshop te geven over hardlopen in de overgang, voortkomend uit mijn workshop op de Looptrainersdag daarover vorig jaar (dit jaar in herhaling overigens). Ik vond het heel leuk om te doen. Het contact vooraf was al prettig geweest en ik vond de sfeer gister top.

De workshops gingen ook goed: veel interesse, van vrouwen in de doelgroep, maar ook van mannen met algemene interesse of als trainer. Ik vond een paar reacties opmerkelijk en leerzaam. Zo vertelde één vrouw dat zij pas klachten kreeg na de menopauze – waar in het algemeen, en ook bij mij, het zwaartepunt van de overgang vóór de menopauze ligt. In één groep had een deelneemster uit mijn casus (verhaal over mezelf) angst opgepikt als overgangssymptoom. Dat heb ik er niet bewust in geschreven en het staat dan ook niet in de voorbeelduitwerking, maar het klopt wel. Althans, het klopt dat ik ten tijde van die casus angst had, ja (ik heb daarover wat verteld in het interview in het FD in januari). De angst werd opgeroepen door de overgangsperikelen, maar was als zodanig geen overgangssymptoom – angstig ben ik wel eens vaker, zal ik maar zeggen.

Papendal is twee uur rijden, vooral heen heel rustig op de weg zo op zondagochtend vroeg, en zo kon ik ondertussen mijn gedachten laten gaan. Ik realiseerde me dat er nog steeds dingen veranderen, zes jaar na de menopauze. Althans, dat denk ik. Twee jaar geleden kreeg ik vrij plotseling last van een erg droge mond. Ik ben daarvoor zelfs nog naar dokter en tandarts gegaan – die zagen niks bijzonders. Ik heb er best lang last van gehad, tot, ja, wanneer was dat? Want, zo realiseerde ik me gister: het is over. Hopelijk gaat dat met de droge ogen ook nog een keer gebeuren.

Tijdens de workshop realiseerde ik me ineens iets anders over mezelf, wat ik pas op de terugweg verder kon uitdenken. Ik zeg erin dat vrouwen in de overgang de neiging hebben om er een schepje bovenop te doen, wat het alleen maar erger maakt. Dat is het meest zichtbaar bij vrouwen die al hun hele leven worstelen met hun gewicht. Als ze in de overgang aankomen, gaan ze nog fanatieker lijnen, wat hun lichaam nog verder uit balans trekt. Ik bedacht gister: ik heb dat ook gedaan, vooral door tijdens de overgang te bedenken dat ik een marathon wilde lopen. Het kwartje viel toen ik het had over het gebrek aan trainingsprogressie (‘non-respons’) tijdens de maanden van trainen volgens de marathonrevolutie. Ineens dacht ik: ik kan wel allerlei goede redenen gehad hebben om graag een marathon te willen lopen toen, maar het was qua hardlopen voor mij wel heel degelijk een heel dikke schep erbovenop. Dat had ik me nog niet gerealiseerd, frappant genoeg.

(Overigens is het niet zo dat ik dan dus denk: die marathons had ik beter niet kunnen doen. Ik zou zeggen: als je nog graag dingen doet in je leven, ga die dan niet een ongewisse tijd zitten uitstellen alleen maar omdat je in de overgang bent. Mijn realisatie zat ‘m er vooral in dat ik een blinde vlek had voor m’n eigen ‘schepje erbovenop’, en dat ik achteraf wel denk: ik heb toen dus ook niet ingezien dat ik het risico nam mijn lijf nog verder uit balans te brengen. ‘Moet kunnen’, was mijn houding. Het is er denk ik weer een voorbeeld van dat ik in die jaren op het randje van sportverslaving verkeerde, waar ik ook in het FD over vertelde. Gelukkig is het goedgekomen.)

Tot slot: ik vond het frappant hoe veel vrouwen in de overgang het slechte slapen herkennen, en hoe heftig dat is. Ik kon helaas die vrouwen niet veel oplossingen daarvoor bieden. Op de terugweg luisterde ik naar een paar podcasts, en in een ervan, een editie van Topsporttopics over herstel, ging het ook over slapen. Ik hoorde daarin voor het eerst dat slecht slapen meetbare gevolgen heeft voor de glycogeen- en eiwitsynthese in de spieren. Met andere woorden: het negatieve effect van slecht slapen op je herstel is meetbaar. Voor een van de sprekers, Louis Delahaije (altijd fijn om hem te horen!) is slapen ook nog een soort mysterie – je kunt een boel voorwaarden scheppen, maar verder… en ja, zo is het.

 

Door |2025-09-22T11:16:03+02:0022 september 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

Op de Stadsloopfoto

Komende vrijdag is in Goes de 28e Stadsloop (leuke loop, aanrader!) en kijk nou wie prominent op de foto staat op de pagina van AV’56 daarover! Voor de rest zijn het ook alleen maar vrouwen – maar mannen zijn ook welkom, hoor! Ik doe dit keer niet meer maar ben wel aanwezig als parcourswachter.

 

Door |2025-09-06T12:30:26+02:006 september 2025|Loop|0 Reacties

Toerist in eigen streek

Vorig jaar had ik het over onze sportieve inburgeringscursus. Ook dit jaar zijn we weer volop bezig met het verkennen van onze nieuwe woonomgeving, maar nu voel ik me meer een soort toerist. Dit is een greep uit de leuke sportieve dingen van de afgelopen tijd:

  • Samen met Nicole wandelde ik langs de ‘murals’ van Goes: de grote muurschilderingen waarmee die stad zich onderscheidt. Dit vonden we de mooiste:
  • Henk en ik fietsten langs twee andere Kapelles, namelijk van Kapelle naar Westkapelle en Oostkapelle. Toen ik de dag erna in Oosterland moest zijn, ben ik voor de gein even over Capelle op Schouwen gefietst. Okee, dat is met een C, maar dat waren dus 4 Kapelles in twee dagen. Kapelle – Kapellen (B) – Kapelle staat nog op de verlanglijst!
  • We zijn samen met de stoomtrein van Goes naar Hoedekenskerke gereden, en van daar terug naar huis gelopen. Het ritje was erg leuk en de loop terug ook, alleen was ik qua lopen niet vooruit te branden: die sport staat in de onderhoudsstand.
  • We hebben een grote pontjesronde gefietst, met bootjes van Wolphaartsdijk naar Kortgene, van Zijpe (Bruinisse) naar Anna Jacobapolder en van  Tholen naar Yerseke. Dat zijn allemaal pontjes die alleen in het hoogseizoen varen, en niet elke dag, dus dat ws een beetje puzzelen, maar erg leuk. Ik vond het bijzonder om in Zijpe te zijn, waar de sporen van de vroegere grote veerverbinding nog zichtbaar zijn. leeftijdgenoten en ouderen herinneren zich ‘Anna Jacobapolder – Zijpe’ als het veer dat er altijd uit lag – ik was er nog nooit geweest. Een van de vrijwilligers die de huidige toeristenpont runt zette ons op de foto:

Twee blije Zeeuwen

Door |2025-07-23T16:37:30+02:0023 juli 2025|Fiets, Loop|2 Reacties
Ga naar de bovenkant