Loop

Heel anders dan de taaiheid van vorig jaar

Tijdje niet geschreven, maar geen nieuws was goed nieuws: ik was gewoon lekker aan het trainen. Net als vorig jaar moest ik ‘verbreden’ na een fietsvakantie, vooral: de andere sporten weer oppakken. Ik herinnerde me van toen dat ik dat best wel taai vond, ik schreef daar een blogpost over. Ik herken die taaiheid dit jaar wel, maar ik ervaar het toch als heel anders. Het ís ook heel anders.

Wat ik herken, is dat het verbreden in het begin helemaal niet zo makkelijk is. Na dik 6 weken niet fietsen en zwemmen gaan die sporten gewoon moeizaam: het duurt een tijdje voor ik weer lekker loop en zwem. Met duurlopen heb ik de 10 kilometer ondertussen in the pocket, maar o, wat traag! Ik keek even terug en ook vorig jaar liep ik die eerste wat langere duurlopen heel traag. Hoort erbij, kennelijk.

Wat ik dit jaar duidelijk ook taai vond, was om me weer te ‘onderwerpen’ aan het meer prestatiegerichte trainen. Aan tempo’s en vermogens enzo, aan mezelf pijn doen. In dat opzicht vond ik dus zelfs fietsen een beetje taai! Want de basis is prima, maar op vakantie doe ik echt geen zware intervallen en heb ik geen enkel snelheidsdoel. Van vakantiefietser weer triatleet worden vergde dus ook een verandering van mindset.

Daarmee heb ik meteen een verschil met vorig jaar te pakken: toen had ik alleen voor hardlopen doelen, voor de andere 2 sporten niet. Zwemmen ging meteen in de onderhoudsstand, omdat ik wist dat er tussen toen (oktober) en het volgende triathlonseizoen nog een fietsvakantie zou zitten. Fietsen deed ik wel, maar met een ver weg liggend doel. Nu wilde ik 2,5 maand na thuiskomst klaar zijn voor een kwart triathlon. Dat gaf richting, maar ook druk.

Er kwam nog meer druk bij voor het zwemmen toen sportmaatje Dies aankondigde weer een oversteek van de Oosterschelde te organiseren: Yerseke-Gorishoek (Tholen). Dat doet hij 1 keer per jaar en het leek me gaaf om aan mee te doen, maar de vorige twee jaren kon ik niet. Nu was het wat krap qua opbouw: ging dat al lukken, op 1 augustus 3,3 kilometer zwemmen in zee? Met in mijn achterhoofd dat ik vorig jaar in het opbouwen een schouder overbelastte – een van de meest taaie dingen van toen. Daarvoor wilde ik van tevoren ook wel wat langer zwemmen, maar ook dat valt in de categorie ‘taai’. Ik zwalkte wat heen en weer tussen dat toch doen en denken ‘te veel druk’.

Uiteindelijk had ik een kleine week van tevoren in het open water het goede gevoel ineens te pakken en zwom ik 2,4 kilometer in een acceptabel tempo. Toen heb ik me aangemeld, en zodoende heb ik op 1 augustus inderdaad de Oosterschelde overgezwommen. Onder begeleiding van een heuse mosselkotter en in een grote groep. Ik heb er 1,5 uur over gedaan, zo lang heb ik in geen jaren gezwommen (mijn horloge gaf bijna 3,8 kilometer, het zal zo’n 3,5 geweest zijn). Maar het ging goed, ik was niet eens de laatste tussen een boel doorgewinterde zeezwemmers, en het was ontzettend gaaf. Het moment halverwege, met Yerseke en Gorishoek allebei even ver weg, vond ik tof, en de aankomst in Gorishoek was triomfantelijk. Hier sta ik helemaal links (met oranje badmuts) op de dijk van de finishplek:

Ik ben wel nog nooit zo moe geweest van zwemmen. We moesten na dat fotomoment nog even terugzwemmen naar de kotter die je op de achtergrond ziet, want de steiger was kapot. Ik was blij dat dat niet verder was dan dit! Henk was meegevaren en zette me in de allerlaatste meters op de foto:

Op de terugweg op de fiets vanuit Yerseke zwalkte ik de Postbrug op en de dag erna voelde ik me nog brak. Maar dat is ook stevig trainen natuurlijk en het was de moeite waard!

Die oversteek was wel het tofste om te doen, maar zo zijn er de afgelopen tijd wel meer dingen die het opbouwen minder taai maken dan vorig jaar. Ik schreef al over de zomercup, sindsdien was ik bij de 2e 3 kilometer 20 seconden sneller, bemoedigend.

Eindsprint bij de 3e Zomercup (3 km) - ik haal daarmee net Marina inWat ik verder leuk vind, is om te merken hoe mijn vorm zich weer verbreedt. Hoe ik van alleen-fietser weer ook hardloper, zwemmer en yoga’er word. Zonder problemen – een deel van de taaiheid van vorig jaar zat ‘m denk ik in misschien wel het grootste verschil met nu: toen zat er tussen de fietsvakantie en weer gaan trainen 2 weken ziek met corona. Ik denk dat ik daardoor toen veel meer spierpijn had dan nu, en ook een groter ‘gat’ had in mijn fietsconditie. Dat gat heb ik nu ook wel gevoeld: ik heb een goede lange, rustige duurconditie en veel kracht in mijn benen, maar het intensieve duurgebied blijft achter. Vorig jaar was dat nog veel erger zo. Ik ben het gat nu al aan het vullen – dat zijn die zware, op vermogen gerichte intervallen op de fiets.

Wat wel ook taai is, maar op een andere manier, is dat het zo’n extreme zomer is. Dat heeft dus niet met opbouwen na de fietsvakantie te maken, maar met het weer. Er gaat regelmatig iets niet door vanwege de hitte of het wordt ingekort, en vooral hardlopen moet ik goed timen. En is het een keer niet te warm, waait het te hard: in mijn euforie na de Oosterschelde-oversteek had ik me op de valreep ingeschreven voor de Vlissingse Zeezwemrace, maar die werd geannuleerd. Woensdag nieuwe kans.

Niet heel lang daarna ga ik afbouwen en toewerken naar mijn 1e triathlon in 14 maanden, ik kijk ernaar uit! Kort ervoor meld ik me weer.

Door |2026-08-14T10:07:08+02:0013 augustus 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Fitheidnijd

In mijn eerste winter in Kapelle schreef ik hier over mijn zwembadfrustraties. Die gemoedelijke Zeeuwen leken in het zwembad te veranderen in horken die geen rekening houden met snellere zwemmers en er zelfs een uitgesproken hekel aan uiten. Het is sindsdien niet meer zo erg geweest. De Bloesem heeft nu een snelle baan, het is minder druk en ik weet beter op welke tijden ik ruimte heb.

Maar vorige week had ik toch weer een ronduit slechte ervaring. Ik ging als experiment naar het banenzwem-uur in het buitenbad van Stelleplas in Heinkenszand. Dat ken ik van 2 zwemlopen, de foto hieronder is van die in 2024. Het is een leuk bad en met het huidige weer is buiten zwemmen gewoon lekkerder dan binnen – af en toe naar het zwembad heb ik nodig voor mijn techniek.

Het buitenbad van Stelleplas onder heel andere omstandigheden: tijdens de zwemloop van 2024.

Wat bleek? Het was druk, veel drukker dan ik had verwacht. Dat er geen lijnen waren, had ik dan weer wél verwacht. Maar zo zwommen dus een heleboel mensen kriskras door elkaar, en ik zag geen ordening op snelheid of slag. Net als bij die eerdere ervaringen viel me op dat er niemand wat harder zwom – het was allemaal dobberen. Ik ben geen topzwemmer maar, zo zag ik, ik was wel twee keer zo snel als de op-een-na-snelste. Ik wist dus meteen: dit gaat ‘m niet worden.

Toch maar het beste ervan maken, ik had net € 8,10 euro betaald (oef) om binnen te komen. Dus ik van start, zo veel mogelijk al die breeduit zwaaiende schoolslagbenen vermijdend bij het inhalen en frontale botsingen voorkomend. Ik deed m’n uiterste best. Van enige vorm van zelf met m’n techniek bezig zijn was geen sprake, ik was alleen maar aan het slalommen. Ik liet zelfs mijn benen maar in de pullbuoy, scheelt gespetter. Kortom: ik was erg bezig met niet te hinderen.

Na een baantje of 6 werd ik aangesproken door een oudere vrouw in plat Zeeuws. Dat het echt niet kon zoals ik ‘als een blinde kip tekeer ging’, zoals net ‘tegen dat vrouwtje’.

Huh?

Ik heb uitgelegd dat ik de hele tijd (onder water, dus onzichtbaar, had ik erbij moeten zeggen) aan het kijken was. Dat maakte weinig indruk, ze vond het niet kunnen, dus heb ik er maar ingegooid ‘banenzwemmen is voor iedereen’. Dat snoerde haar de mond.

Net als toen in Goes wilde ik daarna eigenlijk meteen weg, ik voelde me echt ontzettend onwelkom. Maar ik ik dacht ook: ik laat me niet kisten en zwem in elk geval de kilometer uit. Dat heb ik gedaan, op hangen en wurgen; ik had niet de indruk dat de andere zwemmers ook maar enige rekening met mij hielden.

Onder de douche raakte ik in gesprek met een paar andere zwemsters die me gelukkig wel begrepen en ook nog een paar tips voor me hadden over andere tijdstippen en de beste plek (daar waar het trapje in de weg zit – uh…). Dat verzoende me weer enigszins, maar helemaal lekker weg ging ik niet. Gelukkig wachtte me nog een fietsrit naar huis, altijd goed voor mijn humeur.

Met deze ervaring nog vers in mijn geheugen las ik zaterdag de column van Arjen van Veelen in de NRC waarin hij beschrijft dat hij hardlopers graag ‘liefdevol wil tacklen’ omdat ze weerzin bij hem oproepen, walging bijna. De column zette me aan het denken. Ik herken wel een paar dingen die hij schrijft, zoals de neiging van sommige lopers om in hun eigen wereld te verdwijnen (met oordoppen op middenop het fietspad lopen), hardlopen als hip statussymbool, de nadruk op kwantificatie en het soms wat al te nadrukkelijke narcistische vertoon van afgetrainde spierbundels. Ik kan ook afgeven op de mate waarin sport een instrument is in neoliberaal kapitalisme, dat vind ik zelfs een interessante invalshoek aan de column (maar met een wel erg vooringenomen oordeel over lopers, alsof je niet anders kan lopen dan als, ik citeer, ‘heraut van het laatmodern competitief kapitalisme’).

De column heeft bovendien deels een luchtige toon, maar toch dacht ik al vanaf het begin: als je je zo stoort aan hardlopers, dan triggeren die kennelijk iets bij je. En dat geeft hij in de loop van de tekst toe:

Hardlopers laten je je slecht voelen over je lusten, je luiheid, je vetrolletjes.

Er viel een kwartje: fitheid irriteert mensen. Dat is ook wat er achter die lompheid in de zwembaden zit: dezelfde weerzin, voortkomend uit irritatie. Het gegeven dat ik als vrouw met grijs haar hard (nouja….) borstcrawl, betekent dat dat kan: een oudere vrouw kan harder zwemmen dan op dobbertempo. Dat kan confronterend zijn. Bijvoorbeeld voor andere oudere vrouwen die zichzelf heel sportief vinden omdat ze naar het zwembad gaan. Daarom is het zwembadgedrag in deze vergrijsde omgeving erger dan in het jongere Rotterdam.

Het deed me denken aan de ervaring van een tijdje terug. In kwam nieuw bij een overleggroepje waarin een bepalende vrouw van ongeveer mijn leeftijd zichzelf heel sportief vond. Ze kwam bijvoorbeeld op de fiets, vanaf ongeveer dezelfde afstand als ik. Op e-bike en alleen als het goed weer was. En toen kwam ik erbij. Ze mocht me niet, dat was duidelijk. Ik weet het niet zeker natuurlijk, maar ik denk dat ik tergend was voor haar zelfbeeld: ik kwam altijd op de fiets, ook als het slecht weer was, en ik trapte zelf. Het kon dus duidelijk veel sportiever dan zij. Dat is naar.

Ik moet bekennen dat ik me soms ook echt superieur voel, een van de dingen die Arjan van Veelen storen aan hardlopers – hun aura van deugdzaamheid. Ik schreef hierboven niet voor niets ‘dobberaars’, dat is een oordeel. En ik vind mezelf daadwerkelijk een fietser van de betere soort dan al die gemakzuchtige luiwammesen met hun suffe hulpmotortjes.

Ik geef toe: niet mijn beste eigenschap. En mogelijk voelen mensen dat aan en reageren ze er stekelig op – ze hebben dan ergens nog een punt ook.

Maar om een misverstand uit de wereld te helpen: ik sport niet zoveel omdat ik met mijn fitheid andere mensen de ogen uit wil steken. Fitheid is bijvangst van een boel plezier en van het leven zoals ik dat wil lijden. De waarde van een mens zit ‘m niet in hoe fit die is. Ik zal e-bikers of trage schoolslagzwemmers dan ook nooit tacklen, zelfs niet liefdevol. Ik vraag alleen maar om een beetje ruimte om te doen wat me dierbaar is.

 

Door |2026-07-18T13:03:02+02:0018 juli 2026|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Vergelijkingsmateriaal

In krijg 'Start 3000' bij een streep op de skeelerbaanNet als vorig jaar was gister mijn eerste loop-evenement na de fietsvakantie een 3 kilometer op de skeelerbaan in Goes, georganiseerd door Jan Roose. Die doet dat 5 keer deze zomer: de JARO-zomercup. Ik was benieuwd hoe ik er ten opzichte van toen voor zou staan. Ik had toen al meer gelopen, de vakantie was al wat langer geleden, maar dat was vooral rustige duur, want net als nu had ik nog maar 1 intervaltraining achter de rug van 2X1 kilometer. Bovendien had ik tussendoor ook nog corona gehad. Ik was benieuwd hoe het nu zou gaan ten opzichte van toen.

Onze start: 6 vrouwen, 2 mannen, de meesten drukken op hun horloge, ik ook

Welnu, onder goede maar een fractie slechtere omstandigheden dan de ideale van vorig jaar (gisteravond iets warmer en iets meer wind) liep ik over de 3 kilometer 11 seconden sneller: 16’21. Lekker!

Ik van opzij aan het lopen

En wat ook een groot verschil is: ik verrekte toen de dag erna van de spierpijn. Nu voel ik benen en rug wel, maar niet extreem. Ook een goed teken.

Ik bezig samen met AV-56-loopster

Anders dan vorig jaar is de 3 km geen doel op zich. Desalniettemin vind ik het leuk om de Zomercup-wedstrijdjes te blijven doen. Het was weer gezellig gister en het blijven fijne, gemoedelijke wedstrijdjes. Bovendien was het een schitterende zomeravond. Op naar de volgende dus, over een week. Dan staat er 5 kilometer op de planning.

Op de achtergrond wat lopers en (deels piepjong) publiek

In het midden in het rode shirt Jan – top dat hij dit organiseert!

 

Door |2026-07-04T13:24:44+02:004 juli 2026|Loop|0 Reacties

Sommige dingen blijf ik herhalen

Vanaf eind augustus staan er 3 triathlons in mijn agenda: Hoeksche Waard (kwart), Hulst (kwart) en Zierikzee (achtste). Dus wist ik wat me te doen staat nu: mezelf van vakantiefietser omturnen in triatleet. Weer gaan hardlopen en fietsen; fietsconditie onderhouden en toespitsen.

Nou, dat viel even tegen. Vond ik.

Nouja, één ding viel mee: ik ben fit van vakantie teruggekomen en dat ook gebleven. Vorig jaar lag ik meteen de eerste week thuis ziek op de bank, en dat was toch een beetje schrikbeeld. Ik zei het nog in Pamplona bij de fietsbus: hierin geen corona oplopen please. Dat is gelukt.

Maar ik heb nog geen structuur in mijn trainingen omdat de omstandigheden niet mee zaten:

  • De eerste week thuis was chaotisch, net een beetje meer dan verwacht. Na 6 weken weg van huis is er een boel te ordenen, op te ruimen en weer in gang te trekken. Er lag een berg was en schoon te maken kampeerspullen, de tuin was een jungle, de anti-spam-beveiliging van dit blog was verlopen en bleek er 1 ‘echte’ reactie tussen 250 spamgevallen te zitten, ik moest dingen regelen omdat er een hele week geen treinen reden hier (dat nieuws was ons overvallen), ik was nog vol van de vakantie en uitte dat onder andere in het schrijven een boel blogposts  – dat soort dingen, en dan nog een boel meer. Dat laatste was erg leuk om te doen, net zoals het bijpraten met buren, vrienden en partijgenoten. Het kostte me een week om orde te scheppen.
  • Mijn achillespees had echt wel rust nodig. Het gaat nog steeds een beetje op en neer. Hardlopen gaat goed en ik heb al dagen gehad die helemaal okee waren, maar soms heb ik ineens last van een klein stukje wandelen, of van een misstap ofzoiets thuis. Dan meldt-ie zich weer. Niet veel pijn, maar ook nog niet helemaal 100 % dus.
  • Begin deze week kreeg ik mijn 2e gordelroosvaccinatie. Ik was er nog net wat beroerder van dan van de 1e: slecht geslapen, misselijk, paar uur op de bank gehangen, grote rode vlek op een pijnlijke arm – sporten uitgesloten. Na 24 uur was het ergste leed geleden, maar nog een dag extra deed mijn lijf het graag kalm aan. Ik besloot daarom die avond onderweg naar Wemeldinge dat ik in de Oosterschelde alleen ging afkoelen, niet ‘serieuzer’ zwemmen dan dat. Dat was verstandig, denk ik, en het was prachtig:

Aansluitend gebeurden er twee dingen tegelijk die allebei knap ontregelend waren. Allereerst werd het snikheet. Hier geen code rood, maar toch wel echt serieus heet (gister 35 graden). Ik kan er redelijk tegen en voelde dat het wende, maar toch slurpt het aandacht en energie. De hitte in huis liep bovendien verder op dan anders, want tegelijk begon bij ons het werk aan een nieuwe badkamer. Dat was hoognodig – er groeiden paddenstoelen op het douchemuurtje en bij het slopen bleek dat dat op instorten stond. Zo kwamen de werklui meer ‘bouwfouten’ tegen. Fijn om die op te lossen en straks een badkamer te hebben naar onze smaak.
Maar de timing was ongelukkig. Zo liepen de 2 bouwers vanwege het slopen woensdag de hele tijd in en uit, waardoor de buitendeuren open bleven en de hitte dus onbelemmerd naar binnen kon stromen, de keuken in. Daarbij werd mijn werkkamer te heet en in de woonkamer kon ik niet werken vanwege de onrust en de herrie. Met ook nog eens geen treinen moest ik voor het eerst ooit uitwijken naar een werkplek elders.
De dagen erna had ik weliswaar geen dringend werk, maar gingen vanwege de hitte enkele andere afspraken niet door , waardoor ik nog meer bovenop de chaos thuis zat. Gistermiddag zijn we het maar ontvlucht door naar de film te gaan. Dat was leuk en lekker, maar ik heb er wel na thuiskomst, op het heetst van de dag, voor gezorgd dat het huis een beetje leefbaar werd voor het weekend. Terwijl ik aan het vegen was, hoorde ik dat de Kuiprun die voor morgen op het programma stond, werd afgelast. Helaas, al maakt dat voor m’n hoeveelheid sporten niet uit – dan morgen maar een ander stukje lopen.

Collage van badkamerverbouwingstaferelen. Denk hier 35 graden bij, plus drilboorgeluiden.

  • Fietsen en zwemmen gaan wel in de hitte en vandaag is het ‘maar’ 30 graden, maar toen ik vanochtend een rondje wilde gaan fietsen, ging het onweren, veel vroeger dan verwacht, met rukwinden. Het bleef de hele dag zo instabiel dat ook het afgesproken zwemmen ’s middags geen goed idee was. Exit laatste kans op zwemmen deze week. Het zit gewoon echt niet mee!
  • Komende week heb ik een werkpiekje met reizen naar Den Haag en Amsterdam, met overnachting – dinsdag en donderdag zit trainen er niet in.
  • En dan kwam er nog bij dat m’n triathlonfiets kuren heeft. Ik realiseerde me dat ik die fiets een jaar nauwelijks heb gebruikt, dat is er nooit goed voor. Ik ben ‘m komende week kwijt voor een reparatie aan de trap-as en ik moet nog verder onderzoeken wat er met de achterband is, of er gewoon maar een nieuwe op doen, waar ik het afgelopen week te heet voor vond: ik krijg ‘m niet hard genoeg opgepompt en dan ga ik na een half uur fietsen zwabberen.

Ik voel dan zo’n onvrede opkomen, zo van: wat doe ik toch weinig, ik raak m’n vorm kwijt, ik word vadsig!

Maar dan denk ik, en zeg ik tegen mezelf: kijk naar dat rijtje bullets, laat dat eens tot je doordringen – wat had je wanneer dan méér willen doen, zonder door te draaien?

Bovendien: er gaan dingen al best wel goed. Ik heb het hardlopen alweer op kunnen bouwen tot 4 kilometer, ik heb in die eerste week thuis wel 3 keer gezwommen, waarvan 2 keer lekker zonder wetsuit in open water, ik heb testritjes gereden op de triathlonfiets, ik heb allerlei verschillende yoga gedaan voor weer wat meer veelzijdigheid in m’n bewegen, en vanmiddag ben ik uiteindelijk uitgeweken naar Zwift – met onze gloednieuwe ventilator erbij.

Weer wat geleerd: dan kan Zwiften dus bij 30 graden. Zo deed ik bovendien m’n eerste intervaltraining.

Dat was allemaal fijn, maar het voelt als weinig, zeker ten opzichte van weken van 500 kilometer fietsen. In mijn ideale wereld had ik deze week ook nog drie keer gezwommen, een lange duurrit gedaan van 3 uur of meer, en krachttraining.

Uh, ja. Misschien is dat sowieso alleen mogelijk in een ideale wereld.

De komende weken ga ik op zoek naar een goede balans in mijn voorbereiding op die triathlons. En voor de zoveelste keer zeg ik tegen mezelf: (1) wees mild, en (2) accepteren, die omstandigheden – er zit niks anders op!

 

Door |2026-06-27T19:43:34+02:0027 juni 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

‘Intensief’ sporten en je hart

Het was onlangs in het nieuws: dat ‘intensieve’ duursport slecht is voor het hart en vaten van 35+’ers. Daar was een boel over te doen. In mijn omgeving hoorde ik bijvoorbeeld al iemand commentaar hebben op intensieve intervallen, er werd gespeculeerd over hoe veel uren dan ‘intensief’ zou zijn, en over de vraag of het vooral hardlopers zou betreffen (want hogere hartslag) of fietsers (want meer uren).

Nou ben ik geen arts en ik ken het onderzoek niet uit eerste hand, dus ik schrijf deze post met voorzichtig voorbehoud – dit is een disclaimer. Maar met wat ik er wel van weet, door erover te lezen voor mijn boek en uit eigen belang (lichte hartritmestoornis) valt het wel mee. Het zit voor zover ik weet zo dat ‘intensief’ hier wil zeggen: veel uren en dan altijd hard, harder, hardst. Denk aan topsporters (al worden die tegenwoordig wel beter begeleid, denk/hoop ik) en aan de stoerderiken van ‘nooit onder de 30 gemiddeld’, ‘rustig lopen kan ik niet’, ‘altijd tot het gaatje gaan’, ‘het doel van trainen is uitgeput raken’, enzovoort.

Anders gezegd: het gaat om overmatig sporten, vaak voortkomend uit mateloosheid of dwangmatigheid, zoals bij een sportverslaving. In combinatie met onvoldoende rust en herstel; in combinatie met ook nog eens overmatig werken bijvoorbeeld. Het gaat om niet luisteren naar je lichaam, dat heus wel signalen geeft dat het te veel is allemaal. Om roofbouw dus. En dat jarenlang. Dat kun je inderdaad beter niet doen, en dat is nogal wiedes.

Het gaat dus níet om goed gedoseerde intensieve intervallen en wedstrijden. Dat is af en toe juist goed, ook als je ouder wordt: gebruiken, dat hart en die spieren! Het gaat ook niet simpelweg om een bepaald aantal uren per week. Als je de vele uren in grote meerderheid rustig houdt (zoals bij het 80-20-principe van gepolariseerd trainen), zorgt voor voldoende rust en herstel, én goed voor jezelf zorgt, is er niets mis met veel sporten en soms hard. Sterker nog: volgens sommige theorieën zijn we daarvoor gemáákt, in de zin van: er evolutionair aan aangepast.

De crux zit dus heel erg in het woord intensief, dat in het bericht (‘overmatig’) anders gebruikt wordt dan bijvoorbeeld in de trainingsleer (‘boven je omslagpunt’).

Dat is zoals ik het begrepen heb (maar ik herhaal hier m’n disclaimer).

Wat er dan nog bijkomt, zo begreep ik, is de nodige ‘bias’: vertekening van de voorstelling van zaken. In de eerste plaats, bijna onvermijdelijk, in het onderzoek. Dat is mogelijk hartafwijkingen op het spoor gekomen die niet ‘klinisch relevant’ zijn. Ze hebben naar een boel sporters gekeken, en dan vinden ze er relatief veel met iets afwijkends aan hun hart. Maar mogelijk kunnen die daar gewoon de 100 mee halen, zonder klachten. Zonder dat onderzoek zouden die afwijkingen niet aan het licht gekomen zijn. In het NOS-bericht zit dat een beetje verstopt aan het einde: als sporter moet je je laten controleren op de ‘gewone’ oorzaken van hartziekten, zoals bloeddruk, suiker en cholesterol. Daaraan overlijden mensen wél voortijdig. Maar dat is nou net iets heel anders als wat ze bij die onderzochte sporters aantroffen: hartritmestoornissen en verkalkte kransslagaderen.

De andere bias is die van de media. Die lijken altijd wel erg gretig te duiken op negatieve berichtgeving rond sporten. Wordt er iemand onwel bij een loop, dan haalt dat de voorpagina. Ik denk altijd dat dat te maken heeft met geruststelling voor de vele niet-sporters onder de lezers en misschien ook wel onder de journalisten: zie je wel, ik doe het goed, ik hoef niet meer te sporten (waar ik een hekel aan heb/geen zin in heb/niet aan toekom).

Ik herhaal nog een keer m’n disclaimer. Maar één ding hoef ik niet te disclaimen, namelijk het belangrijke advies in het artikel: ga bij plotseling en niet anders verklaarbaar prestatieverlies altijd naar de dokter. Tussen de regels door staat er ook nog een ander advies: waan jezelf niet onkwetsbaar. Die hoor ik ook wel: de overtuiging dat je gezond bent omdat je sport. Zo is het zeer zeker ook niet…

 

Door |2026-04-30T19:30:42+02:0014 mei 2026|Fiets, Loop, Trainer, Triathlon algemeen|0 Reacties

Hardloopwedstrijd voor V60+ en M70+

Bij de baanwedstrijd ‘Goes on Track’ op 22 augustus komt (hopelijk) een speciale serie over 1000m voor hardloopsters van boven de 60 en hardlopers van boven de 70. Zie https://www.dehardlooprebel.nl/blog/2026/05/01/ook-masters-60-en-70-naar-goes-on-track/ en daar vind je ook een inschrijflink. Ik ga meedoen! Als ik dan in goede doen ben, kan ik heel misschien net onder de 5 minuten komen; al te snel zijn is niet de bedoeling van die speciale masterserie, begrijp ik.

 

 

Door |2026-05-01T17:20:47+02:001 mei 2026|Loop|0 Reacties

De 6e van 5

Gister hebben Nicole en ik onze 6e van 5 vestinglopen gedaan. Huh? Het zijn er 5, zo staat het op de website, maar dit was echt onze 6e, want er is er eentje net afgevallen: die in Steenbergen, die deden we vandaag precies een jaar geleden. Die van gister is nieuw: Dordrecht. Het was, zoals altijd eigenlijk, weer een prachtig parcours door de binnenstad (sowieso mooie en historisch interessante stad) maar wel te krap om vrijuit te kunnen lopen, verder goed georganiseerd, een zeer gemêleerd en relatief jong deelnemersveld. Dit keer viel me op onze 5 kilometer de grote hoeveelheid vrouwen op: ongeveer 2/3e van het deelnemersveld! En tot slot een prachtige medaille:

Daar kwam  nog uitstekend hardloopweer bij, en een voordeel van Dordrecht ten opzichte van Steenbergen, Hellevoetsluis en (vooral) Willemstad is dat het prima bereikbaar was, in een mooie wandeling vanaf het station, met op de terugweg een pauze op een terrasje.

Ik ben de eerste 2 kilometer bij Nicole gebleven en heb daarna gas gegeven, voor wat het waard was in het inhalen-met-slalommen, wat wel leuk was trouwens. Maar veel fut zat er ook niet in mijn benen. De laatste weken hebben erin gehakt: ik was uiteindelijk bijna 2 weken verkouden en heb in de week na de Paastrofee een paar keer ’s nachts gehoest. Ik vermoed daar ook wat hooikoorts bij, niet veel last van, maar ik heb ook wat geïrriteerde ogen af en toe. Daarna volgden nog een paar slechte nachten, onder andere in Den Haag waar ik was voor werk en m’n draai niet kon vinden in het hotelbed – want het was ook nog best wel druk met werk af en toe. Direct daarna kreeg ik woensdag een vaccinatie tegen gordelroos (nouja, kreeg: ik heb ‘m zelf betaald, ik vis net achter het net van het nieuwe landelijke programma). Daar ben ik best even brak van geweest. Ik zei voor de start tegen Nicole: ‘ik ben net op tijd weer fit’, maar als ik voelde hoe moe ik ’s avonds was, was dat nog niet zo. Nouja, geen ramp. De laatste nachten slaap ik weer prima, dus ik kom wel weer bij.

In elk geval: ik finishte uiteindelijk in 33:08, en dat is in dat veld heel gemiddeld, maar wat maakt het uit. Het was vooral gewoon heel leuk.

Op 1 dingetje na: mijn horloge begaf het. Een knetterbelangrijk knopje, namelijk om te pauzeren, af te drukken én te synchroniseren, ging in een paar dagen van ‘niets aan de hand’ via ‘beetje stroef’ (inclusief wat pogingen met naaimachine-olie en dreft) naar ‘doet niets meer’. Klokken is nog net gelukt, maar synchroniseren niet meer. Ik heb het zelfs nog geprobeerd met een puntje van de medaille! Nouja, hij heeft het bijna 6 jaar gedaan; opvolger is al onderweg.

 

Over de gordelroosvaccinatie nog even: ik heb al 2 keer gordelroos gehad en de 2e keer, in 2011, ben ik er flink ziek van geweest, onder andere met 5 weken zenuwpijn en ellende in m’n oog. Dat ik het al 2 keer heb gehad betekent volgens mijn huisarts dat ik verhoogd risico heb op een 3e keer: ik ben er gevoelig voor en/of ben als kind per ongeluk tegen een agressieve stam van het waterpokvirus aangelopen. De immuniteit is zo’n 15 jaar, dus had ik al lang in gedachten dat het rond m’n 60e verstandig zou zijn om me te laten vaccineren. Voor mij is het ook nog eens bedrijfsbelang: het ziekzijn in 2011 heeft me meer gekost dan nu het vaccin. Want het is nu wel prijzig, € 365,95 (voor de twee spuiten want er volgt ook nog een herhaling), en ik vind het spijtig dat dus alleen rijkeren zich dat kunnen permitteren. Goed dat het vaccinatieprogramma er komt dus, maar dat had eerder en breder gemogen. Ik heb in 2011 de zorg ook flink wat gekost… Een beetje rottig was de vaccinatie wel, een dikke 24 uur lang: nachtzweten, moe, tegen de hoofdpijn aan, snotterig; m’n arm voelde ik zaterdag nog. En ik moet in juni nog een keer. Maar goed, ik heb dat er wel voor over.

Door |2026-04-20T10:44:27+02:0020 april 2026|Loop|0 Reacties

#37

Henk heeft gister voor de 37e keer de Marathon van Rotterdam uitgelopen! Hij behoudt daarmee z’n plek in het Super Marathon Master klassement, iets om trots op te zijn. Het was zwaar geweest, het koude drinkwater was ‘m niet goed bekomen, dus z’n tijd viel (4:19:56) niet helemaal mee, maar het gaat om finishen. Z’n startnummer was 337, maar met de medaille op de juiste plek is het net echt zo:

De medaille bedekt de 3, dus het lijkt startnummer 37 voor Henk

 

 

Door |2026-04-13T15:13:41+02:0013 april 2026|Loop|1 Reactie

Beetje reflectie

Vorige week dacht ik: ik ga voor dit blog eens een stevige reflectie schrijven over wat het voor me betekent om mijn seizoensdoel (weer) niet behaald te hebben, over omgaan met pech en over wat ik daar dan toch van geleerd heb. Ik had zelfs al wat aantekeningen gemaakt. Een week later denk ik: waarom zou ik? Ik heb lol gehad, ik heb goed getraind, wat zou ik me dan druk maken om die 13 of meer seconden? Bevestiging is lekker, maar een week later dus al niet meer zo belangrijk.

En zo is het. Nouja, wat ik wel meeneem, een rijke oogst toch wel weer:

  • Ik heb mijn trainingsaanpak niet kunnen evalueren, en dat is jammer. Dat is waar evenementen ook voor dienen immers: als je toewerkt naar een doel en je haalt dat, heb je het goed gedaan. Maar als je het niet haalt, kunnen er allerlei andere dingen een rol spelen, zoals die ‘omstandigheden’ (slecht weer, harde wind, verkoudheid). Ik weet daarom nu niet of ik bij de loopjes echt alleen maar door die omstandigheden heb ondergepresteerd of dat er ook iets anders meespeelde. Naast die trainingsaanpak misschien iets mentaals?
  • Een training ’telt’ voor mijn gevoel niet als bevestiging, of in elk geval minder dan een loopje. Ik weet niet precies waar dat ‘min zit, misschien heeft het iets te maken met het zichtbaarder zijn van m’n prestatie dan? Overigens is precies dit in een week tijd dus veranderd. Ik kijk op dit moment met meer plezier en tevredenheid terug op m’n intervallen.
  • Enig zelfonderzoek liet vorige week zien: ik wil graag bevestiging dat ik inderdaad nog steeds snelheid in mijn benen heb omdat dat ‘bewijst’ dat het nog wel wel meevalt met m’n veroudering. Dat past in mijn straatje natuurlijk en ook ik graag bevestigd wil zien dat ik nog niet aan het aftakelen ben (niets menselijks is me vreemd). Terwijl ik ergens ook wel weet dat de veroudering daadwerkelijk gaande is: ik heb deze winter veel moeten doen om terug te komen op m’n oude tempo, althans, in intervaltrainingen. Dat is wat ik sowieso signaleer: ik haal nog steeds oude waardes (fietsvermogen, looptempo) maar ik moet daar gerichter mee bezig zijn en het is dus ook moeilijker te combineren (duur én snelheid, fietsen én lopen).
  • Externe ‘omstandigheden’ (vooral: het weer) frustreren me meer dan interne (verkouden). Na die verregende en verwaaide testloop was ik té gefrustreerd, denk ik achteraf. Ik schreef het al eerder: ik moet nog werken aan het accepteren van tegenvallend weer. Die neem ik zeker mee!

 

Door |2026-04-11T21:39:49+02:0011 april 2026|Loop, Waarom|0 Reacties
Ga naar de bovenkant