Loop

De 6e van 5

Gister hebben Nicole en ik onze 6e van 5 vestinglopen gedaan. Huh? Het zijn er 5, zo staat het op de website, maar dit was echt onze 6e, want er is er eentje net afgevallen: die in Steenbergen, die deden we vandaag precies een jaar geleden. Die van gister is nieuw: Dordrecht. Het was, zoals altijd eigenlijk, weer een prachtig parcours door de binnenstad (sowieso mooie en historisch interessante stad) maar wel te krap om vrijuit te kunnen lopen, verder goed georganiseerd, een zeer gemêleerd en relatief jong deelnemersveld. Dit keer viel me op onze 5 kilometer de grote hoeveelheid vrouwen op: ongeveer 2/3e van het deelnemersveld! En tot slot een prachtige medaille:

Daar kwam  nog uitstekend hardloopweer bij, en een voordeel van Dordrecht ten opzichte van Steenbergen, Hellevoetsluis en (vooral) Willemstad is dat het prima bereikbaar was, in een mooie wandeling vanaf het station, met op de terugweg een pauze op een terrasje.

Ik ben de eerste 2 kilometer bij Nicole gebleven en heb daarna gas gegeven, voor wat het waard was in het inhalen-met-slalommen, wat wel leuk was trouwens. Maar veel fut zat er ook niet in mijn benen. De laatste weken hebben erin gehakt: ik was uiteindelijk bijna 2 weken verkouden en heb in de week na de Paastrofee een paar keer ’s nachts gehoest. Ik vermoed daar ook wat hooikoorts bij, niet veel last van, maar ik heb ook wat geïrriteerde ogen af en toe. Daarna volgden nog een paar slechte nachten, onder andere in Den Haag waar ik was voor werk en m’n draai niet kon vinden in het hotelbed – want het was ook nog best wel druk met werk af en toe. Direct daarna kreeg ik woensdag een vaccinatie tegen gordelroos (nouja, kreeg: ik heb ‘m zelf betaald, ik vis net achter het net van het nieuwe landelijke programma). Daar ben ik best even brak van geweest. Ik zei voor de start tegen Nicole: ‘ik ben net op tijd weer fit’, maar als ik voelde hoe moe ik ’s avonds was, was dat nog niet zo. Nouja, geen ramp. De laatste nachten slaap ik weer prima, dus ik kom wel weer bij.

In elk geval: ik finishte uiteindelijk in 33:08, en dat is in dat veld heel gemiddeld, maar wat maakt het uit. Het was vooral gewoon heel leuk.

Op 1 dingetje na: mijn horloge begaf het. Een knetterbelangrijk knopje, namelijk om te pauzeren, af te drukken én te synchroniseren, ging in een paar dagen van ‘niets aan de hand’ via ‘beetje stroef’ (inclusief wat pogingen met naaimachine-olie en dreft) naar ‘doet niets meer’. Klokken is nog net gelukt, maar synchroniseren niet meer. Ik heb het zelfs nog geprobeerd met een puntje van de medaille! Nouja, hij heeft het bijna 6 jaar gedaan; opvolger is al onderweg.

 

Over de gordelroosvaccinatie nog even: ik heb al 2 keer gordelroos gehad en de 2e keer, in 2011, ben ik er flink ziek van geweest, onder andere met 5 weken zenuwpijn en ellende in m’n oog. Dat ik het al 2 keer heb gehad betekent volgens mijn huisarts dat ik verhoogd risico heb op een 3e keer: ik ben er gevoelig voor en/of ben als kind per ongeluk tegen een agressieve stam van het waterpokvirus aangelopen. De immuniteit is zo’n 15 jaar, dus had ik al lang in gedachten dat het rond m’n 60e verstandig zou zijn om me te laten vaccineren. Voor mij is het ook nog eens bedrijfsbelang: het ziekzijn in 2011 heeft me meer gekost dan nu het vaccin. Want het is nu wel prijzig, € 365,95 (voor de twee spuiten want er volgt ook nog een herhaling), en ik vind het spijtig dat dus alleen rijkeren zich dat kunnen permitteren. Goed dat het vaccinatieprogramma er komt dus, maar dat had eerder en breder gemogen. Ik heb in 2011 de zorg ook flink wat gekost… Een beetje rottig was de vaccinatie wel, een dikke 24 uur lang: nachtzweten, moe, tegen de hoofdpijn aan, snotterig; m’n arm voelde ik zaterdag nog. En ik moet in juni nog een keer. Maar goed, ik heb dat er wel voor over.

Door |2026-04-20T10:44:27+02:0020 april 2026|Loop|0 Reacties

#37

Henk heeft gister voor de 37e keer de Marathon van Rotterdam uitgelopen! Hij behoudt daarmee z’n plek in het Super Marathon Master klassement, iets om trots op te zijn. Het was zwaar geweest, het koude drinkwater was ‘m niet goed bekomen, dus z’n tijd viel (4:19:56) niet helemaal mee, maar het gaat om finishen. Z’n startnummer was 337, maar met de medaille op de juiste plek is het net echt zo:

De medaille bedekt de 3, dus het lijkt startnummer 37 voor Henk

 

 

Door |2026-04-13T15:13:41+02:0013 april 2026|Loop|1 Reactie

Beetje reflectie

Vorige week dacht ik: ik ga voor dit blog eens een stevige reflectie schrijven over wat het voor me betekent om mijn seizoensdoel (weer) niet behaald te hebben, over omgaan met pech en over wat ik daar dan toch van geleerd heb. Ik had zelfs al wat aantekeningen gemaakt. Een week later denk ik: waarom zou ik? Ik heb lol gehad, ik heb goed getraind, wat zou ik me dan druk maken om die 13 of meer seconden? Bevestiging is lekker, maar een week later dus al niet meer zo belangrijk.

En zo is het. Nouja, wat ik wel meeneem, een rijke oogst toch wel weer:

  • Ik heb mijn trainingsaanpak niet kunnen evalueren, en dat is jammer. Dat is waar evenementen ook voor dienen immers: als je toewerkt naar een doel en je haalt dat, heb je het goed gedaan. Maar als je het niet haalt, kunnen er allerlei andere dingen een rol spelen, zoals die ‘omstandigheden’ (slecht weer, harde wind, verkoudheid). Ik weet daarom nu niet of ik bij de loopjes echt alleen maar door die omstandigheden heb ondergepresteerd of dat er ook iets anders meespeelde. Naast die trainingsaanpak misschien iets mentaals?
  • Een training ’telt’ voor mijn gevoel niet als bevestiging, of in elk geval minder dan een loopje. Ik weet niet precies waar dat ‘min zit, misschien heeft het iets te maken met het zichtbaarder zijn van m’n prestatie dan? Overigens is precies dit in een week tijd dus veranderd. Ik kijk op dit moment met meer plezier en tevredenheid terug op m’n intervallen.
  • Enig zelfonderzoek liet vorige week zien: ik wil graag bevestiging dat ik inderdaad nog steeds snelheid in mijn benen heb omdat dat ‘bewijst’ dat het nog wel wel meevalt met m’n veroudering. Dat past in mijn straatje natuurlijk en ook ik graag bevestigd wil zien dat ik nog niet aan het aftakelen ben (niets menselijks is me vreemd). Terwijl ik ergens ook wel weet dat de veroudering daadwerkelijk gaande is: ik heb deze winter veel moeten doen om terug te komen op m’n oude tempo, althans, in intervaltrainingen. Dat is wat ik sowieso signaleer: ik haal nog steeds oude waardes (fietsvermogen, looptempo) maar ik moet daar gerichter mee bezig zijn en het is dus ook moeilijker te combineren (duur én snelheid, fietsen én lopen).
  • Externe ‘omstandigheden’ (vooral: het weer) frustreren me meer dan interne (verkouden). Na die verregende en verwaaide testloop was ik té gefrustreerd, denk ik achteraf. Ik schreef het al eerder: ik moet nog werken aan het accepteren van tegenvallend weer. Die neem ik zeker mee!

 

Door |2026-04-11T21:39:49+02:0011 april 2026|Loop, Waarom|0 Reacties

Vergeven?

Ik eindigde m’n blogpost zaterdag met:

(Ik hoop wel dat de verkoudheid me de stevige inspanning vergeeft.)

Uh, nou… het kan toeval zijn natuurlijk, maar de nacht van zaterdag op zondag heb ik maar weinig geslapen doordat ik veel lag te hoesten. Uiteindelijk lukte het me om mezelf met paracetamol en een borrel knock-out te slaan, maar toen was het wel al tegen 2 uur. Pfff…

Desalniettemin voelde ik me zondag beter, nouja, wel slaapgebrek, maar minder verkouden. Maandag nog beter, en toen had ik wel zin in een lekker stukje fietsen. Dat werd 65 kilometer, met koffie bij een vriendin in Middelburg. Beetje snotterig nog, beetje hoesten, maar ook lekker. Zulk mooi weer, en de perenboomgaarden bloeien.

Alleen lag ik toen de volgende nacht wéér te hoesten. Dinsdag speelde het slaapgebrek me dan ook echt parten. Dus terug naar het voorzichtige regime van wandelen en yoga, en vandaag rustig zwemmen.

Inmiddels is het echt wel beter, maar ik snotter nog steeds wat. Best een langdurige, deze verkoudheid, ik zit op dag 11 nu.

Wat ik me nu dus afvraag: was dat nachtelijke hoesten een gevolg van het sporten? Ik heb dat sowieso wel meer, maar nu is het wel frappant. Ik kan me er wel wat bij voorstellen, iets van dat het ‘hardere’ ademhalen m’n luchtwegen extra irriteert.

Dus, vergeven? Ik weet het niet. Gelukkig niks ergers aan overgehouden dan wat slaapgebrek.

 

Door |2026-04-09T19:23:19+02:009 april 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

De 3e 3: weer prijs 🤣

Dat seizoens-hardloopdoel van een Jaro-3-kilometer binnen de 15’30, dat is niet gelukt. Ook vandaag niet, bij de Jaro Paastrofee, mijn 3e 3 kilometer op de skeelerbaan in Goes. Maar ik kan daar wel mee leven en het was toch leuk.

Dat het niet zo snel ging als ik had gehoopt, lag niet aan het trainen sinds begin maart. Ik ben in grote lijnen doorgegaan op de manier van de hele winter. Dat wil zeggen met vier ingrediënten: rustige duurlopen (liefst met dip erin), langere intervallen op ongeveer de anaerobe drempel (minstens 1 km van lengte, maximaal 4 km in totaal), en twee soorten kortere intervallen: 7X400m en 12X200. Waar ik die eerder afwisselde, heb ik ze in de weken sinds de vorige testloop week-bij-week gedaan, opbouwend van rustige duur naar steeds harder. Elk ingrediënt steeds in die week twee keer: de eerste week twee duurlopen, de tweede week twee van die met lange intervallen, daarna twee met vierhonderdjes, en tot slot twee keer de tweehonderdjes. Daarbij nog één keer een ‘mislukt’ loopje toen ik te moe bleek voor intervallen, en vorige week de Oosterscheldeloop.

Dus 1o keer gelopen sinds de vorige testloop, grappig om dat zo precies te weten. Sowieso leuke manier van trainen, beetje anders. Het zou ook richting een piek moeten zijn: steeds korter, steeds harder.

Ik en 4 mannen met startnummers op.

Bij de start

Ik was benieuwd hoe dat zou uitpakken. Welnu, het trainen ging goed; voor mijn gevoel zette ik nog een heel klein stapje vooruit: ik liep de korte intervallen weer net wat harder. Alleen voelde ik bij de laatste twee intervaltrainingen dat ik niet hersteld was van de vorige. De Oosterscheldeloop zat daar kort op, en ook toen voelde ik wat vermoeidheid in m’n benen.

Dus dacht ik: laat ik tot de testloop eens een hele week niet lopen. Zelfs niet het puntjes-op-de-i-loopje dat wel eens doe in de week voor een wedstrijd (de i is dan een kilometer op wedstrijdtempo, de puntjes 5X100m voluit). M’n beste loopjes, zo ben ik nagegaan, volgden ook altijd op een hardlooploze week. Ik was dus van plan om een weekje rustig aan te doen, met een keertje zwemmen, beetje fietsen, wandelen, yoga.

Jan met notities

Jan houdt van iedereen het aantal rondes nauwgezet bij

Nou, dat werd nóg rustiger, tegen wil en dank, want maandag werd ik verkouden. Toen ik vorige week schreef dat het zo’n goede winter was geweest met maar 1 keer licht verkouden, dacht ik al ‘fingers crossed nog even’ want manlief was toen al 5 dagen verkouden en ik kon er nog niet zeker van zijn dat hij mij niet besmet had. Dus wel, helaas. Het is niet erg, ik heb geyoga’d en gewandeld en verder gewoon kunnen werken enzo. Het voelde elke dag alsof het morgen over kon zijn. Dat was steeds niet zo, het sleept maar voort; manlief is ook nog steeds bezig. Met een opvallende dynamiek: allebei voelen we ons ’s ochtends het slechtst, dan knapt het gedurende de dag behoorlijk op, en ’s avonds worden we vroeg moe. Het is wel frappant: ik heb inderdaad weliswaar twee goede winters achter de rug, maar de meeste narigheid op virusgebied speelt zich de laatste jaren buiten de wintertijd af, dus in de betere helft van het jaar, zoals corona en de zware ‘verhuisverkoudheid’ van 2 jaar terug.

Met dat gevoel van ‘morgen is het over’ leefde ik voor de Paasloop van vandaag tussen hoop en vrees. De laatste dagen neigde dat naar hoop. Het weer zag er, in tegenstelling tot de vorige keer, wél goed uit en ik had er wel zin in.

Vanochtend werd ik echter behoorlijk brak wakker, zelfs met een verhoogde rusthartslag, voor het eerst deze week. Hmm, wat zal ik doen? Een typische geval van zal-ik-wel (‘het is maar een verkoudheid en ik zie wel wat erin zit’) of zal-ik-niet (‘rust is nu het verstandigste’). In die twijfeltijd ging ik me weer wat beter voelen, en wat ook een rol speelde: het is gewoon een leuk loopje en ik gun Jan z’n deelnemers.

Dus wel. Wetende: goed lopen zit er sowieso niet in. Wéér pech.

Ik met verwrongen gezicht

Amechtig… nouja, dit was wel de eindsprint

Bij de warming-up had ik nog steeds geen idee wat er erin zat. Mijn benen voelden wel goed, maar als ik op m’n horloge keek, bleek m’n tempo steeds lager te liggen dan het voelde, haha. En snotteren en rochelen natuurlijk.

We startten en eigenlijk viel het eigenlijk niet tegen. Gek genoeg voelde ik meer macht in mijn benen dan vorige week – mogelijk zat de verkoudheid er toen al aan te komen? Het werd gaandeweg wel amechtig, maar dat is niet zo gek. En er stond ook toch best wel weer een geniepig windje.

Ik finishte in 15:42: sneller dan de vorige twee keren, dus een persoonlijk parcoursrecord, maar niet binnen de 15:30 die ik me ten doel had gesteld. Maar ook weer niet zo heel ver ervan af.

Dus: ik heb mijn seizoensdoel niet bereikt. Maar ik kan hier wel mee leven, en verder is er eigenlijk niet zo veel over te zeggen. Geen idee hoe veel harder ik had gekund als ik fit was geweest. Vast wel die 13 seconden toch?

Ik met zakje blauwe paaseitjes

M’n prijs!

En net als vorige week kwam er nog wel een grappig toetje. Op de foto bij de start is te zien dan ik op die afstand de enige vrouw was. Zodoende won ik bij de dames, en dat was dus nog een prijs ook: een zakje paaseitjes! 2 keer prijs in een week, dat heb ik nog niet eerder meegemaakt!

Manlief liep ook best een redelijke 5 kilometer, het was gezellig langs de skeelerbaan, met een aangename temperatuur en meestal een zonnetje. En zo gingen we tevreden terug naar huis. Inderdaad een geslaagde Paastrofee.

(Ik hoop wel dat de verkoudheid me de stevige inspanning vergeeft.)

Gezellig

Door |2026-04-04T19:47:16+02:004 april 2026|Loop|0 Reacties

Alweer een goede wintertijd 😀🥉

Vorig jaar schreef ik in het weekend dat de zomertijd inging dat ik een zeldzaam goede wintertijd achter de rug had. Deze wintertijd was opnieuw goed, dus zo zeldzaam is dat kennelijk niet. Niet meer. Wel fijn!

Een heleboel dingen leken sterk op vorig jaar. Ik heb lekker getraind. Bij het lopen meer op snelheid dan op duur dit jaar, en dat ging goed. Ik heb weer met veel plezier gezwift en ook buiten kunnen fietsen; ik weet niet precies hoe ik ervoor sta, best wel okee, denk ik, misschien iets minder dan vorig jaar omdat ik van ‘lager’ moest komen na de corona, maar het gaat gewoon lekker. Ik heb weloverwogen minder gezwommen, maar naar omstandigheden gaat ook dat goed.  Project daglicht (in de wintertijd elke dag in het daglicht naar buiten, in totaal minstens zeven uur per week) beleefde seizoen 6 en blijft me goed doen. Ik  was weer maar 1 keer kort en licht verkouden. Ik dipte vrijwel wekelijks in de Oosterschelde, 1 keer zelfs toen er sneeuw lag, mijn koudste dip ooit:

Dijk van Wemeldinge met sneeuw, verderop strandje, strekdam en de Oosterschelde

Net als vorig jaar zat er een soort ‘midwinter-opkikker’ in, dit keer in de vorm van de Festive 500. Ik voel me fit, net als vorig jaar op een beetje van mijn structurele ‘scheeftrek-problemen’ na (vorig jaar was daarvan m’n rechterheup het slachtoffer, nu m’n linkerschouder – het is niet heel erg, minder hinderlijk dan vorig jaar). Alles was redelijk ontspannen, op wat werkstress na, maar ook die was minder dan vorig jaar. Ik heb het nog steeds erg naar mijn zin in Kapelle.

Lijkt allemaal erg op vorig jaar. Met één verschil: ik heb veel minder leuke loopjes gedaan dan vorig jaar. Toen verzamelde ik er tussen 16 november en Koningsdag maar liefst 21 heel verschillende leuke loopjes, een groot deel daarvan in de regio en een manier om die beter te leren kennen. Nu zit ik in diezelfde periode op 4,5, als ik goed tel: Hobbeldebobbel, Kleine Zakloop, een halve groepsduurloop, testloop en de Oosterscheldeloop. Er komen er nog 2 of 3 bij tot 27 april, maar dat is toch echt een groot verschil. Minder reuring, minder nieuwe plekken: alleen die trainingsloop voerde over een nieuwe route. Ik vind trainen leuk, dus dat is prima, maar ik loop dan natuurlijk wel vaak dezelfde stukjes. Wel probeer ik nog steeds doelbewust de omgeving te verkennen. Nieuwe wegen ontdekken wordt steeds zeldzamer natuurlijk, we wonen hier ondertussen 2 jaar, maar het kan nog steeds en blijft leuk.

Over de finish

Die laatste loop van het rijtje, de Oosterscheldeloop, was gisteren. Ik deed dit jaar de korte afstand: 4,1 kilometer. In een piepklein deelnemersveld van 15. In qua temperatuur twijfelomstandidgheden: harde, koude wind, maar warme zon. Ik voelde me een beetje een watje in lang-lang, maar ik heb het niet te warm gehad, dit was precies goed zo.

Het woei dus alweer hard, en ik was weer niet helemaal tevreden, maar ik heb wel beter gelopen dan bij de testloop vorige maand: ongeveer net zo hard, bij weliswaar iets betere omstandigheden, maar dit was 1/3e langer en met hoogteverschil. Toch vond ik opnieuw dat er niet uitkwam wat ik in trainingen wel kan. Beetje zo-zo dus.

Maar er kwam aan het eind nog een verrassing: ik haalde het podium! In zo’n klein veld kan ik kennelijk met niet eens zo heel goed lopen op m’n 60e de 3e dame worden.

Ik hoorde wel al meteen dat ik 6 minuten langzamer was dan de winnares, wat een lichtjaar is op zo’n afstand natuurlijk.

En zo fietste ik even later bepakt en bezakt naar huis. Met een bos bloemen, en 8,5 kilo appels. Een forse zak appels is namelijk de ‘herinnering’ bij de Oosterscheldeloop, en ik moest die ook voor manlief meenemen, want die was lopend heen en weer naar Kattendijke.

M'n stadsfiets, zak appelen op bagagedrager, uitpuilende fietstas met bloemen

Het was verder ook een fijne loop qua contact. Ik had een paar leuke gesprekjes, waarin een veel jongere vrouw tegen me zei dat ze op haar 60e ook nog hoopt met zo veel plezier te sporten. Dat raakte me, en later dacht ik: misschien is dat wel het allerbelangrijkste. Niet de tijd, niet het podium, maar dat ik rolmodel kan zijn.

Die gedachte op de laatste dag van de wintertijd maakte die helemaal af. Nu op naar de zomer!

Foto 2 en 3: Huib Boogert van AV’56

Door |2026-03-30T09:31:46+02:0029 maart 2026|Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Een goede warming-up, steeds belangrijker?

In een (verder ook interessant) stuk over de grote en toenemende hoeveelheid prestatiegegevens in de sport zegt fysioloog Mike Tipton over ouder worden:

Het andere dat ik heb geleerd te ‘voelen’ is dat het begin van een rit of wedstrijd echt zwaar is, dus neem nooit een beslissing om te stoppen of door te gaan vóór minstens tien minuten. Het voelt gewoon zwaarder dan toen je twintig was. Maar er is een fysiologische reden voor: de snelheid waarmee je zuurstofsysteem op gang komt, is veel trager naarmate je ouder wordt. Het duurt even voordat je een steady state bereikt. Tot die tijd is het een strijd.

Ik herkende dat niet meteen. Ik dacht wel meteen: hmm, daar heb je er weer zo een, die de leeftijd de schuld geeft van alles wat niet lekker gaat. Tipton begint zijn ervaring met ouder worden namelijk met ‘Er zijn niet veel voordelen aan ouder worden’. Ik weet: mensen met een negatief beeld van veroudering vergroten het effect daarvan uit.

Maar misschien maak ik het wel te klein? Want ik heb het wel vaker gehoord, van die tragere start van je zuurstofverwerking. Misschien zit er wel wat in. Ik ben er daarom sinds het verschijnen van het stuk, nu twee maanden geleden, op gaan letten. Ik kan er nog steeds niet zo veel over zeggen, maar ik ontdekte wel dingen die met warming-up te maken hebben.

Dat ik er niet zo veel over kan zeggen, heeft te maken met hetzelfde verschijnsel als waar ik over schreef in het kader van de vraag of ik nu slechter herstel dan toen ik jonger was: het gaat om te veel variabelen, leeftijd is er daar maar 1 van en die kan ik niet isoleren. Afgelopen zondag kwam ik moeizaam op gang, maarja, het was de derde dag met zware intervallen op rij, wat wil je? Uiteindelijk wel heel lekker gelopen.

Een andere factor is kou. Ik weet al lang dat ik in kou moeilijk op gang kom. Dat geldt zowel voor het starten met de training als voor het starten van de intensievere gedeeltes. De koude lucht slaat dan soms op m’n luchtwegen en ik kan zelfs iets krijgen wat op inspanningsastma lijkt, met gepiep. Als het heel koud is, kan ik ook last hebben van stijve benen. Ik merk het vooral bij lopen, maar deze winter ook bij de intervallen in Zwift – mijn spinningfiets staat buiten. Ik was een keer pas tegen het eind van de training echt helemaal op gang, en net toen verscheen er in het scherm iets over ‘je zult de vermoeidheid nu wel gaan merken’. Dat was wel een momentje waarop ik dacht: hmm, misschien kom ik inderdaad langzamer op gang dan vroeger, of dan gemiddeld? Maar niet iedereens Zwift-fiets staat in de vrieskou natuurlijk.

Het is trouwens geen groot probleem. Een rustige, lange warming-up helpt. Het went, en dat doet het ook in de loop van de tijd. Het was deze winter wat langer achter elkaar koud, en ik kwam steeds makkelijker op gang. Laatst liep ik nog een keer in een koude wind, en door de tussenliggende zachte periode was m’n gewenning weer teniet gedaan. Piep-piep-piep.

Nog een andere factor is de trainingsopbouw. In Zwift is die soms te abrupt van warming-up naar intensief interval, zoiets:

Start van een intervaltraining, te leveren vermogens: geleidelijk van grijs (extensief) naar blauw (rustige duur) en dan in één klap naar rode pieken (boven FTP).

Bij zo’n opbouw duurt het drie intervallen voor ik echt mee kan doen; de eerste komt loodzwaar binnen. Geen idee of dat vroeger ook zo was, toen deed ik dit soort dingen niet. Ik zwiftte niet, en nog iets langer terug had ik geen vermogensmeter.

Los van leeftijd: ik vind het gewoon een slechte opbouw. Dat grijze en blauwe stuk duurt nog 20 minuten ook! Daarin kruipt het vermogen onnodig langzaam omhoog. Dat is geen warming-up, dat is tijdverdrijf.

Ik heb liever zo’n soort warming-up:

Ander soort start, met korte hoge vermogenspiekjes, herstel, en dan pas de intervallen

Sneller oplopen van grijs naar blauw kan prima. Dan komen die piekjes wel aan, maar die zijn kort en ze worden gevolgd door herstel. Ze heten ook wel primers: hoger vermogen dan de intervallen, om je lichaam als het ware wakker te schudden in voorbereiding op het echte werk. Daar moet je dan wel weer even van herstellen. Op de fiets doe ik zoiets ook: eerst even een keer 20 omwentelingen maximaal, daarna een minuut idem, dan bijkomen, en dan pas het eerste ‘echte’ interval.

Ik kan dus niet goed vergelijken met vroeger, maar misschien is het inderdaad zo dat een gedegen warming-up belangrijker wordt als je ouder wordt. Dat is wel wat je overal leest. Prima hoor. Gewoon doen. En er vooral geen strijd van maken.

 

Door |2026-03-25T15:12:31+01:0025 maart 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Ik ben nu wegwijs in de verkeerskunde

Gister heb ik, in het kader van ‘doe eens iets geks’, de cursus ‘Wegwijs in de verkeerskunde‘ afgerond. De aanleiding was dat ik, nu ik een tijdje politiek actief ben, verkeer en mobiliteit machtig interessant vind omdat er zo veel dingen in samenkomen. Eén van die dingen is het raakvlak met sport en beweging. Vandaar dat ik er hier nu een stukje over schrijf.

Ik heb het hier vaker gehad over mijn ervaringen als sportende weggebruiker. Het ging dan onder andere om de toenemende snelheidsverschillen en agressie op de fietspaden, het gebrek aan ruimte om buiten te kunnen bewegen en over het oprukken van de e-bike. Het ging daar soms ook al over de relatie met de grotere wereld. Met gedrag, want ja, in het verkeer moeten we het met z’n allen samen zien te rooien. Over infrastructuur, want daarmee kun je dat gedrag enigszins sturen en veranderingen in goede banen leiden. Over hoe commercie en sociale druk ons tot ongezond gedrag verleiden. Over de dominantie van de auto.

En dan noem ik alleen nog maar de dingen die me opvallen als fietser en hardloper. Het gaat om nog veel meer. Mobiliteit heeft te maken met inclusie, klimaat en milieu, economie, energie en daardoor ook met de energietransitie en met de geopolitiek.

Knetterinteressant dus. Helemaal toen het mobiliteitsplan van de gemeente Kapelle verscheen, en ik daar fikse vraagtekens bij had. Ik niet alleen: we hebben ondertussen een werkgroepje van de partij dat zich bezighoudt met het voetganger- en fietsvriendelijker maken van de gemeente (vorige week nog actie gevoerd zelfs). Ik heb diverse keren tijdens de cursus zitten gniffelen omdat ik en passant gelijk kreeg van de docenten, bijvoorbeeld over dat drie losse streepjes geen ‘netwerk’ zijn – dat naar aanleiding van het plaatje van het ‘fietsnetwerk’ (p. 96):

Een fietsnetwerk hoort door te lopen in de bebouwde kom en daar belangrijke plekken te verbinden, zoals het station en scholen.

Nou, dat was een waardevol inzicht, en dat was er maar een van veel meer tijdens twee heel erg leuke cursusdagen. Ik vond eigenlijk alles leuk, en alles smaakte naar meer, want ja, het was maar een korte introductie op een breed terrein. Zelfs een onderwerp waar ik van tevoren van dacht ‘ver van mijn bed’, verkeerslichten (in de gemeente Kapelle is er één), vond ik interessant, eigenlijk vooral omdat ik het gewoon leuk vind om nieuwe dingen te leren en systematieken te doorzien. Zo van: ‘aha, zo zit dat in elkaar!’

Ik word hier geen andere of betere fietser van. Ik kijk wel bewuster om me heen, met van die vragen in mijn hoofd als ‘is dit een erftoegangsweg of een gebiedsontsluitingsweg?’ Ik snap ook beter waarom dingen niet kloppen. Ik vind al vanaf de allereerste keer dat ik door Kapelle fietste, zomer 2023, sommige verkeerssituaties raar voor alle verkeer én ongunstig en zelfs onveilig voor fietsers ingericht. Sommige plekken zijn gewoon dat: raar. Maar ik begrijp nu bijvoorbeeld wel waarom ik op het kruispunt vlak bij mijn huis (hoek Dijkwelsestraat/Weststraat) de neiging voel om gevaarlijke capriolen uit te gaan halen zoals over de stoep rijden of stilstaande auto’s links passeren, iets wat ik daar anderen ook zie doen. Die plek heeft voor mijn/ons gevoel de functie ‘stromen’ en dan is het naar om stil te staan omdat auto’s voorrang moeten geven aan rechts.

Gezien de politieke verhoudingen en de verkiezingsuitslag in onze gemeente gaat het niet makkelijk zijn Kapelle fiets- en voetgangervriendelijker te maken. Maar er liggen misschien wel kansen daar waar de huidige oplossing ook niet handig is voor auto’s. Bovendien voel ik me nu mede dankzij deze cursus wel strijdbaar. En ik zie wel een rol voor mezelf weggelegd als verkeers-specialist voor de regionale partij.

Voor alle duidelijkheid: ik heb de opleiding zelf betaald, en ik zie wel in hoeverre het nuttig is voor de partij. Het geld uit eigen zak betekende ook dat ik er graag twee leuke dagen van wilde maken. Dat is helemaal gelukt. Ze waren lang, met vroeg op vanwege half 10 starten in Utrecht, en van zelf sporten kwam dan niks terecht. Maar de docenten waren erg goed, de groep was leuk, ik heb me prima vermaakt.

Door |2026-03-20T17:12:50+01:0020 maart 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Nederlandse wereld-master

Leuk bericht op ProRun: de Nederlandse Cees Stolwijk (76) is uitgeroepen tot beste masteratleet ter wereld in 2025. Zijn verhaal is zeer uitzonderlijk natuurlijk en geen blauwdruk voor hoe je optimaal sport op die leeftijd. Maar er passen wel een paar dingen in het verhaal van mijn boek: dat master-wereldrecords sneuvelen omdat de huidige generatie ouderen beter traint dan voor heen, dat goede trainen van hem als zodanig (dat kan niet anders, anders kom je echt niet zo ver), en dat trainingsleeftijd bepalender is dan kalenderleeftijd voor de mate waarin je progressie boekt. In een eerder stuk op ProRun kun je zien hoe laatbloeier Stolwijk vanaf zijn 45e progressie ging maken en PR’s liep tussen zijn 54e en 64e. Ik vind het ook leuk om te zien dat hij doorging met hardlopen toen die PR’s er niet meer in zaten. Hij rijgt de masterrecords nog wel aaneen. Maar ook voor wie dat niet doet is het een inspirerend verhaal!

 

 

Door |2026-03-03T17:52:48+01:002 maart 2026|Loop|0 Reacties

Tsja

Toen ik zaterdagochtend wakker werd en de wind rond het huis hoorde, dacht ik: hmm, het gaat niet meevallen met het weer. Net op het moment van mijn 3 km testloop zou het op z’n winderigst zijn, met nog regen erbij ook:

Bij de Buienradar moet je hier in Zeeland altijd wel een windkracht optellen

 

Jan

 

 

 

Nou, dat betekende verwachtingen aanpassen, maar hoe ver naar beneden, geen idee. Okee, 15′ zou niet gaan lukken, maar 15’30 toch wel hopelijk?

Ik was vanochtend nog wat aan het rondrommelen en ik hoorde het harder en harder gaan waaien. Heen naar Goes in de tegenwind was behoorlijk beuken. En nat. Wat een treurigheid. Sowieso, en zeker omdat het hiervoor zo mooi was en ook het weerbericht voor de komende week is veelbelovend. Hoe bestaat het: mijn loopje op het slechtste moment in weken. Ook sneu voor Jan en de andere deelnemers, waarvan er een paar niet kwamen opdagen.

Toch maar zo goed en zo kwaad als het ging ingelopen op de drijfnatte baan. Splatsjsplatsjsplatsjsplats. Net voor de start kwam manlief nog aanzetten – die had een duurlooptraining gedaan en kwam op zijn terugweg supporteren en foto’s maken.

Zo gingen we om half 2 van start met 5 deelnemers op de drie en 2 op de mijl. Het was net opgehouden met hard regenen, maar de wind was fors. Na 1 rondje had ik al in de gaten dat het niet zo hard ging als ik had gehoopt, en halverwege wist ik al dat ik mijn gehoopte tijd in de verste verte niet ging halen. Ik stond dan ook op het stuk tegenwind voor mijn gevoel soms bijna stil. Bovendien vond ik het een heel geworstel en kreeg ik geen goed ritme te pakken, door steeds te moeten switchen van beuken naar proberen de meewind te ‘vangen’. En dan nog nat ook. Lekker lopen is iets anders.

Enige echte verzetje was dat ik iemand kon inhalen die kennelijk te hard gestart was. Hier heb ik ‘m bijna te pakken:

Verder had ik onderweg al een vlaag van zelfmedelijden. Wéér slechte omstandigheden, weer pech. Dat is nou al de zoveelste keer dat het net op het moment van hét evenement niet meezit. En dat er dus niet uitkomt waar ik voor heb getraind.

Dus. Het werd 16’07 (officiële eindtijd; Strava flatteert iets).

Tsja.

Ik ben teleurgesteld en verder kan ik er eigenlijk niet zo veel over zeggen. Het positiefste wat ik ervan kan maken is dat ik redelijk vlak heb gelopen en sneller was dan in oktober bij ideale omstandigheden. Maarja, toen was ik ook zo’n beetje ongetraind en amper hersteld van corona. Ik heb geen idee wat ik vandaag had gekund onder betere omstandigheden. Ik ben nogal windgevoelig, dat weet ik wel.

En ik weet dat ik niet te veel moet zitten met de ‘uncontrollables’ – aan net zo’n vlaag slecht weer kan niemand iets doen. Dat weet ik echt wel. Maar toch vind ik het echt heel erg jammer. Toch het gevoel van: hier heb ik niet voor getraind, hier had ik ook afgelopen week niet zo mee bezig hoeven zijn, met rust houden enzo. Dat spijt me dan ergens ook. Dat is dan iets van de balans tussen de controllables en de uncontrollables die niet klopt. Daar ga ik nog eens nader mee aan de slag.

Oja, en van de hooikoorts geen last, dat is dan het voordeel van de nattigheid.

Jan organiseert op paaszaterdag nog zo’n loop. Ik was eigenlijk niet van plan daarvoor door te trainen en me meer op het fietsen te gaan richten, maar nu denk ik: misschien plak ik die vijf weken er toch nog aan vast, voor een tweede poging. Als ik het een beetje uitkien, is dat wel te combineren met wat langere fietstochten. Ik laat het nog even sudderen, maar dat lokt in elk geval wel.

In elk geval: bedankt, Jan, voor het organiseren!

 

Door |2026-03-03T11:23:03+01:0028 februari 2026|Loop|4 Reacties
Ga naar de bovenkant