Maandarchieven: februari 2015

Het komt als je het niet verwacht

Zit ik al de hele middag in mijn hoofd met dat belegen nummer van de Tröckener Kecks: Danig in de war. Vanwege die ene regel erin: ‘Want het komt als je het niet verwacht’. Dat dacht ik toen ik tussen de middag uit het zwembad kwam.

Ik had van dat zwemmen namelijk niks verwacht. Het ging de laatste tijd sowieso wat moeizaam: enorm zoeken naar de techniek, en maar al te vaak vond ik hem niet. Ik had het idee eerder langzamer dan sneller te worden, en ik had daarover al contact met Roy, mijn leraar van Zwemanalyse. Bovendien ben ik verkouden, niet ernstig, alleen gister net erg genoeg om niet te trainen. Vandaag fit genoeg om wel te gaan, ik had er weer zin in, maar ik hoestte nog wel, en dat maakt zwemmen niet zo makkelijk.

En tot slot was ik op de fiets onderweg naar het zwembad bijna van mijn sokken gereden door een auto van wie ik ondanks haaientanden geen voorrang kreeg. Dat was echt op het nippertje, en toen ik me omkleedde, trilden mijn handen nog van de schrik.

Dus, dacht ik: therapeutisch zwemmen. Als het maar lekker is. Verwacht geen enkele prestatie.

En toen ging het dus geweldig. Voor het eerst sinds de laatste les van de Zwemanalyse-cursus, een dikke maand geleden, had ik het gevoel dat ik ‘m weer echt raakte – want daar gaat het om, dat ik met mijn onderarm en hand echt stuw, tégen het water, in plaats van die arm met mijn elleboog naar achter te trekken, dóór het water. Ik heb op vrijdag altijd een vaste baangenoot, en die zei dat hij me nog nooit zo hard had zien zwemmen. Terwijl ik bewust heel rustig zwom vanwege de rochel in mijn keel.

Vandaar: het komt als je het niet verwacht. En dat heb ik met sporten wel vaker: dat ik het beste presteer op momenten dat ik het het minste verwacht. Zo deed ik mijn beste triathlon op een zondag nadat ik de week ervoor verkouden was geweest en pas op vrijdag had besloten te gaan starten, zo van: we zien wel.

Als ik die ‘we zien wel’ en ‘als het maar lekker is’-houding nou eens zou kunnen meenemen naar momenten dat het er wél om gaat… da’s nog een hele mentale uitdaging!

Door |2015-02-27T17:17:14+01:0027 februari 2015|Zwem|0 Reacties

Herkenbaar en toch ook weer niet

chrissieTijdens het lezen van A life without limits van Chrissie Wellington had ik momenten dat haar verhaal frappant dichtbij kwam: dan herkende ik iets, meer dan bij het lezen van de andere triathlonboeken. En dan denk je: dat is omdat ze een vrouw is – nouja, misschien, maar één van de meest verrassende overeenkomsten tussen haar en mij heeft daar toch niet veel mee te maken: ook op Wellington maakten ooit Live Aid en Band Aid en de bijbehorende beelden van de hongersnood in Ethiopië een grote indruk, zo groot dat ze voor de rest van haar leven betrokken is bij ontwikkelingssamenwerking. Dat geldt ook voor mij: die acties openden mij de ogen voor de onrechtvaardigheid op de wereld, en ook al ben ik, net als Chrissie, inmiddels sadder and wiser over de rol van hulp, toch heeft het thema me nooit meer losgelaten. Opvallend vind ik wel dat Chrissie nog maar 8 was ten tijde van die acties (ik 19). Ze was er vroeg bij, zal ik maar zeggen.

Iets anders wat ik herken, is Wellingtons enorme drive om zichzelf te verbeteren, die, als hij uit de verkeerde hoek komt, desastreus uitpakt. Ik ken dat uit mijn burn-out; Wellington vertelt vanaf het begin van het boek over haar eetproblemen. Ze zegt ook eerlijk dat de maniakale manier waarop ze zich op haar sport gestort heeft, een verplaatsing van die naar verslaving neigende energie is. Onduidelijk is waar haar ‘nooit goed genoeg’-overtuiging vandaan komt en of ze hem inmiddels heeft weten om te buigen naar een positievere. De drive hoeft daarvan niet minder te worden, wel gezonder gericht (spreek ik uit eigen ervaring).

Maar er zijn ook dingen die ik totaal niet herken. In de eerste plaats is dat Wellingtons buitengewone talent. Ze gaat wat hardlopen, naast een zware baan, ze doet maar wat, loopt de marathon van Londen… en finisht in 3u08. ‘I simpy ran’, schrijft ze, en echt moe is ze er niet van geworden. Vervolgens rolt ze de triathlon-sport binnen, en binnen een paar jaar heeft ze talloze wereldkampioenschappen en -records op haar naam staan. In het boek wordt het bijna saai: wéér een overwinning, wéér een record, wéér een kampioenschap. Maar het is natuurlijk een uniek verhaal, dat ook maar weer eens laat zien hoe buitengewoon getalenteerd topsporters zijn. Gewone stervelingen zouden bezwijken onder wat zij succesvol aankan – ze werd pas laat prof zelfs, dus het begin van haar triathloncarrière vond plaats naast een ambitieuze baan!

En wat ik ook niet herken, is hoe neuzelig je wordt van topsport. Het gaat in één hoofdstuk wel heel uitgebreid over het drama van een stevige verkoudheid – ze pikt dan net voor het wereldkampioenschap een virus op, en kan niet meedoen. Tsja, ziek zijn, het overkomt iedereen wel eens. Maar voor een topsporter is zoiets een mega-ramp. Op dat soort momenten ben ik blij dat ik dat navelstaren niet herken. Maar zo’n sterk lichaam, zo veel talent, daar ben ik wel een beetje jaloers op, hoor!

Door |2015-02-24T12:53:20+01:0024 februari 2015|Boeken|0 Reacties

Marathoninschrijving!

Kijk nou, heb ik me zomaar ingeschreven voor een echte, heuse marathon:

marathoninschrijvingHet duurt nog even, maar mijn marathondebuut gaat dus later dit jaar plaatsvinden in Istanbul!

Door |2015-02-21T19:45:21+01:0021 februari 2015|Loop|0 Reacties

Op en neer

Nu ik zo’n mooi horloge heb, kan ik mijn trainingen uitdrukken in leuke plaatjes:

Grafiek tempo

Dit is de kern van de atletiektraining van afgelopen dinsdag: twee series van elk negen intervallen: vier van 200, drie van 300 en twee van 400 meter. Je ziet m’n tempo’s, piekend in die 200 metertjes, en dan tussendoor steeds dalend naar dribbelen – een echte intervaltraining. (bron: m’n eigen Movescount).

Hoe hard ik precies ging, is in het plaatje niet te zien, maar ik was er wel dik tevreden over – en dat terwijl ik vorige week zo traag was. Het plaatje staat daarmee ook symbool voor hoe ik het lopen vind gaan: op en neer!

Door |2015-02-20T17:03:35+01:0020 februari 2015|Loop|0 Reacties

Taaie week met aan het eind hulp van een knechtje

Een taaie trainingsweek deze week, en dat komt dan vooral neer op mentaal trainen, in de zin van: de moed erin houden. Dinsdag en donderdag liep ik voor geen meter, en daar waren misschien wel wat verzachtende omstandigheden voor (moe en uit mijn hum van andere dingen, iets last van mijn darmen), maar de twijfel slaat makkelijk toe: mijn progressie ten opzichte van vorig jaar valt tegen, en ik hoef toch niet van één keer 25 kilometer lopen een hele week bij te komen? En zwemmen ging ook maar matigjes, waarbij ik dan óók denk: waar blijft toch de progressie, en zwem ik nou zelfs na de derde cursus nog steeds niet wezenlijk makkelijker/sneller?

Maar dit weekend leefde ik wel weer wat op. Gister een okee trainingsloop gelopen, in Vlaardingen weer, vandaag bedacht dat ik me met zwemmen echt alleen maar op techniek moet richten en niet in de bekende valkuil moet vallen van te snel weer te hard of te lang willen zwemmen. Dat hielp wel, zo schep ik ruimte om bewuster naar die betere techniek te zoeken.

En het weekend werd helemaal leuk omdat ik vrijdag mijn verjaarskado kreeg van manlief, ik kondigde het al eerder aan en nu was het dan zo ver: een witte Suunto Ambit 2S multisporthorloge:

Het horloge, van de Suunto-site

Zo kon ik gister het tempo van de pacers controleren, en vandaag voelde het helemaal sjiek, want hij telt mijn baantjes voor me, en dat voelt alsof ik een knechtje langs de zwembadrand heb zitten met een telraam. Erg leuk dus! En het betekent ook dat vanaf nu mijn ‘moves’ te volgen zijn: online trainingslogboek.

Door |2015-02-15T18:38:12+01:0015 februari 2015|Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Clubrecord!

Nouja, zeg – heb ik me daar zaterdag een heus clubrecord gelopen! (bewijs):

clubrecord

(Uhm, niet verder vertellen, maarre…. er had volgens de statistieken eerder nog geen V45 van Rotterdam Atletiek een officiële 25 kilometerwedstrijd gelopen…)

Door |2015-02-09T17:19:52+01:009 februari 2015|Loop|0 Reacties

Zwembed

Ik lig tegenwoordig elke nacht urenlang in het zwembad:

Zwembed-dekbedovertrek

Lachen, hè, zo’n dekbedovertrek? Het was een tip van HermanB van het Triathlonforum. de dekbedovertrek is van Snurk, en het is niet alleen grappig, maar ook gewoon een prima overtrek met lekker lange instopstrook.

Nu nog kurken in het midden en nachtkastjes als startblokjes!

Door |2015-02-08T16:23:21+01:008 februari 2015|Zwem|0 Reacties

M’n 1e 25

Mijlpaal: vandaag heb ik voor het eerst langer dan een halve marathon hardgelopen. Stel dat ik daarbij eerder dan zo’n 900 meter had ingelopen, dan was mijn maximum tot nu toe dus 22 km. Vandaag heb ik dat opgerekt naar 25! Ik heb dat gedaan door mee te doen aan de Heinenoordtunnelloop bij Spirit. Ik heb hem als rustige duurloop gelopen, misschien nog wel net wat rustiger dan anders omdat ik woensdag bloed had gegeven. Ik kwam uit op 2u37-nogwat, en dat vond ik wel okee.

IMG

Alweer een mooi startnummer – ik ben van ’66 immers.

Het viel niet tegen: opnieuw pijnloos, en eigenlijk werd ik tussen ongeveer 14 en 22 kilometer niet eens veel moeier; de laatste drie waren wel even pittig, maarja, dat hoort bij trainen en bij het verleggen van grenzen, hè. Het was wel gezellig ook, met een babbeltje onderweg en wat mensen langs de kant.

Het was prima loopweer, en ik vond het parcours ook leuk. Ik kende bijna alles van fietsen en eerder bij Spirit gelopen te hebben, maar het zat ook allemaal net weer op een nieuwe manier in elkaar. De tunnel ‘neem’ je net voor de helft: je gaat erin bij 10 kilometer en komt eruit bij 13. Het is erin, eruit, keren, er terug in en er weer uit. Dat is natuurlijk wel even pittig, want hij is gemiddeld 6,7 % en het laatste stuk is gemeen steiler dan dat. Erin dendert dan juist weer lekker, naar beneden, zo haalde ik nog een paar anderen in.

De finish was ook grappig, want dat is niet bij Spirit zelf, maar een paar honderd meter ervandaan, in de autoshowroom van sponsor Van Splunder. Je loopt daar het terrein op en dan op het allerlaatst naar binnen, waar al die blinkende auto’s staan, en dan ligt er een heuse rode loper, een prachtige ontvangst!

Manlief was ook dik tevreden, want die had snel gelopen en was derde geworden in zijn leeftijdscategorie, dus die ging zelfs nog met een envelopje terug naar huis. Ik ben lang niet laatste geworden, overall niet en niet in mijn categorie – da’s ook wat. Ja, ooit hoopte ik nu sneller te zijn dan dit, maarja, het is niet anders, en ik ben blij dat ik dit lekker heb kunnen lopen.

Door |2015-02-07T17:43:48+01:007 februari 2015|Loop|0 Reacties

“Niet fietsen”

Ik zeg deze winter regelmatig dat ik ‘niet fiets’. Daarmee bedoel ik dat ik niet op de race- of triathlonfiets naar buiten ga om te trainen. Ik doe dat omdat ik zo in de winter de achterstand van die andere twee triathlon-sporten ten opzichte van het fietsen wat kan verkleinen, en ook wel omdat ik jaren geleden ben begonnen met hardlopen omdat ik ’s winters doorfietsen helemaal geen pretje vond. Vorig jaar heb ik ondervonden dat ik dan in, zeg, maart op basis van mijn hardloopconditie het fietsen heel makkelijk weer oppik.

Maar ‘niet fietsen’ wordt wel eens verkeerd begrepen. Ik zeg het ook eigenlijk niet goed. Ik fiets een heleboel. In de eerste plaats zit ik sinds vorige maand elke week een half uurtje bínnen op de nieuwe triathlonfiets, om te wennen aan de houding. En soms ook om zo mijn benen een beetje los te trappen na een duurloop.

In de tweede plaats, belangrijker nog: ‘niet fietsen’ houdt in dat ik in een week nog steeds 3 à 5 uur fiets. Dat is echter geen ’trainen’, maar ‘vervoer’: het is op de stadsfiets, in mijn gewone kloffie, in allemaal stukjes van 10 tot 45 minuten. Heen en weer naar het ene station of naar het andere, naar de atletiekbaan, naar het zwembad, naar de sportschool, enzovoort. Heen en weer naar de fysiotherapeut in Vlaardingen is bijvoorbeeld goed voor een uur fietsen, bij hagel en tegenwind (vorige week) zelfs meer. Ik doe alles wat maar een beetje kan per fiets. Deels is dat principe, deels is het simpelweg gewoon lekker, goedkoop, makkelijk en flexibel – en vaak (spits, files, parkeren) zelfs sneller dan de auto.

Gister was het helemaal extreem. Ik ben eerst noordelijk naar Ommoord gefietst. Daar zit Bike4Travel waar mijn Afrika-fiets in deze rustige tijd in onderhoud was geweest. Die fiets had namelijk nogal wat geleden in de blubber op de Dempster Highway afgelopen zomer. Dat eerste stukje reed ik op hun leenfiets, daarna verder op mijn eigen zo-goed-als-nieuwe expeditiefiets, aah, lekker! Dat ‘verder’ was eerst helemaal naar de andere kant van de stad, het uiterste zuiden, naar het Maasstadziekenhuis, om bloed te gaan geven. Daarna via de copyshop aan de Binnenweg terug naar huis. In totaal was dat rondje Rotterdam 36,5 kilometer lang, en ik deed er 2 uur over. En dat noem ik dus ‘niet fietsen’!

Ik reed gister bijna alles in de zon, en vooral het stuk over de Van Brienenoordbrug rijd ik niet zo vaak, en bij elkaar gaf dat me een enorme lentekriebel. Nog even, en dan ga ik weer fietsen! Uh…

Henk wast fiets in rivier

Ondanks dit soort dappere schoonmaakacties van manlief (dat water was steenkoud!) had de modder van de Dempster Highway in een paar dagen tijd ketting en cassette van mijn Afrika-fiets afgeragd.

Door |2015-02-05T12:16:22+01:005 februari 2015|Fiets|2 Reacties

Eerste pijnvrije halve marathon

Gelijk maar de daad bij het woord gevoegd, en een halve marathon gelopen. In Gouda, waar ik vorig jaar mijn PR liep. Doel was om niet zo kapot te gaan als bij de vorige twee halve marathons, en te zien of die scherpe pijn in mijn linker bovenbeen nu inderdaad tot het verleden behoort.

IMG

Mooi startnummer!

Welnu, doel bereikt. Geen pijn in mijn been en niet kapot gegaan, redelijk vlak gelopen, en zo voor het eerst een halve marathon uitgelopen zonder in de laatste kilometers van voor niet meer te weten dat ik van achter nog bestond, zeg maar. Daar ben ik blij mee. Nog even afwachten of ik morgen geen rare spierpijn heb, en dan kan ik concluderen dat ik inderdaad uit het lappenmandje ben. En ook fijn om te weten dat het kan, een halve marathon lopen zonder op een hoop te gaan.

Enige relatieve aan dit verhaal is mijn tijd en snelheid. Ik kwam uit op 2u04. Dat is dan dus wel de langzaamste van de drie halve marathons van dit seizoen, niet zo heel veel harder dan mijn duurlooptempo (ongeveer 2u10), en heel veel langzamer dan de tijd die ik in de benen denk te hebben (1u55). Ik had niet de beste dag, ik was ietsje moeïg en ik had moeite met het vinden van het ‘gaspedaal’. Ik heb me eerst gespaard uit voorzichtigheid en in de tweede helft lukte versnellen niet meer.

Maar daar moet ik dus niet mee zitten. Doel was écht om pijnvrij te lopen, en dat is gelukt. Het is zo de eerste pijnvrije halve marathon geworden, want niet alleen de twee van dit seizoen, ook bij de drie in eerdere jaren, inclusief die in Gouda van vorig jaar, waren de laatste kilometers een marteling. Het blijft me verbazen hoe moeilijk het is voor mijn benen om langer dan een uur hard te lopen. Nouja, dan nu eerst maar wat minder hard.

Door |2015-02-01T15:55:43+01:001 februari 2015|Loop|0 Reacties
Ga naar de bovenkant