Triathlon algemeen

Alcohol: ongezonde, lekkere zelfmedicatie

Onlangs adviseerde de Gezondheidsraad om alcholgebruik te ontmoedigen en te ‘denormaliseren’. Ik voelde me aangesproken, want ik had net hier een enthousiast verslag geschreven over een fietsreis waarin bier het doel was. Ik had de blogpost nog tam gehouden op dat punt: in onze dagelijkse Polarsteps-verslagen ging het regelmatig over de streekbieren die we proefden en mijn zoektocht naar kleine flesjes wijn uit de gebieden waar we doorheen fietsten. Dat is ook normaliseren, en ja, ik drink alcohol. Op vakantie dagelijks. Terwijl mijn gezondheid mij lief is. Hoe zit dat?

Het lekkerste Franse streekbiertje, op de laatste avond in dat land

Ik weet dat elk glas alcohol gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Alcohol is een drug, behoorlijk verslavend, en met een boel negatieve gevolgen. Ik kan me ook verbazen over hoe gewoon het is. Bijvoorbeeld om met een glaasje op in de auto te stappen (ik hanteer zelf die 0,0 die de Gezondheidsraad in het verkeer bepleit) of om veel te drinken op bedrijfsborrels en aanverwanten. Of over hoe gauw je voor ‘ongezellig’ wordt uitgemaakt als je niet drinkt. Over hoe zeer sommige evenementen een aanleiding zijn voor ongelofelijke zuippartijen. Enzovoort. In dat opzicht ga ik mee met de Gezondheidsraad: daar mag wel wat aan gebeuren.

Me klem zuipen doe ik niet, maar ik merk de verslavendheid wel. Na thuiskomst had ik even moeite om uit de gewoonte van elke dag drinken te komen. Ik begrens mezelf onder andere door elk jaar een ‘maand droog’ te houden. Ik ben overigens ook bepaald niet de enige drinkende sporter: sporters drinken gemiddeld meer dan niet-sporters.

Dus ja, oppassen met die alcohol. Ik zou ook niemand aanmoedigen om te gaan drinken. Dat is ook niet de strekking van deze blogpost. Maar ik mis iets in de anti-alcoholverhalen: het simpele gegeven dat drank lekker is. Een koud biertje op een warme dag, een Westmalle Tripel, een glaasje wijn bij de pasta… Het verkennen van de smaken van streekbieren is voor ons een genoeglijk onderdeel van elke vakantie, net zoals we graag lokale lekkernijen proeven. Alcoholvrije bieren worden beter, maar halen het toch niet bij het echte werk, om over alcoholvrije wijn maar te zwijgen.

Voor mij is het helder: als ik wijn en bier niet lekker zou vinden, zou ik nauwelijks drinken. In de tijd dat ik slecht rook, dronk ik veel minder, want ik proefde het toch niet. Doe dan maar spa rood. Een paar jaar geleden ontdekten we Gimber voor in dat bubbeltjeswater, en dat vinden we bij het eten heel lekker. Sindsdien drinken we minder.

Halflege fles Gimber op tafel buiten

De Gimber staat al klaar voor het avondeten zometeen

Maar dat is niet het hele verhaal. In een artikel in de NRC over het advies van de Gezondheidsraad zegt oud-verslaafde en nu ervaringsdeskundige Roxane Catz:

Het probleem is dat alcohol vaak óók iets lijkt op te lossen: stress, eenzaamheid, spanning, onzekerheid, verveling.

Dat lijkt me een essentieel punt, dat ik zelf wel eens heb geformuleerd als: zie maar eens dit leven te leven in deze wereld, helemaal zonder genotsmiddelen, zonder af en toe wat verzachting en ontsnapping. Het is moeilijk om het leven onverdund tot je te nemen, zal ik maar zeggen. Zeker nu, ben ik geneigd te zeggen, maar genotsmiddelen zijn van alle tijden en culturen.

Te veel verzachting en ontsnapping is niet goed, maar een beetje mag wel. Anders ben je namelijk hardvochtig streng tegen jezelf. Of laat ik het bij mezelf houden: als ik van mezelf niet zou mogen drinken, ben ik wel heel streng voor mezelf. Af en toe de teugels laten vieren is goed. Heel goed zelfs, in een maatschappij die sterk disciplineert. Dat stoort me ook aan het advies van de Gezondheidsraad: we moeten brave burgers zijn.

Ikzelf gebruik alcohol ook wel eens om iets op te lossen, vooral slecht slapen. Een borrel bijvoorbeeld om na een late vergadering mijn drukke hoofd tot bedaren te brengen of in slaap te vallen bij lichamelijk ongemak. Ik weet dat alcohol de kwaliteit van mijn slaap negatief beïnvloedt, maar het kan me helpen inlapen en als ik niet inslaap, is er niet eens slaap waar de kwaliteit van beïnvloed kan worden.

Als ik op zulke slechte momenten niet zou mogen drinken, had ik misschien eerder behoefte aan medicijnen, en of dat nou de oplossing is… Bijwerkingen, verslaving, en het moet nog via de dokter ook, terwijl ik het nu in eigen hand heb. Een paar jaar geleden had ik een discussie met iemand die fel tegen alcohol was. In het gesprek vertelde zij dat zij ritalin, pijnstillers en slaapmiddelen gebruikte. Ik flapte eruit: ‘ja, zo kan ik het ook, afgeven op alcohol’. We praatten door en toen noemde zij mijn borrels ‘zelfmedicatie’ en daar zit wel wat in.

Ik (met dichte ogen, rommelig haar en warme kleren) drink uit een glas rode wijn

In de Rioja aan de Rioja

De meeste mensen die ik ken die niet drinken en ook geen andere genotsmiddelen gebruiken, daar zou ik niet mee willen ruilen. Omdat voor hen individueel geldt wat een ingezonden-brieven-schrijver (Ruud Gubbels) naar NRC schreef over landen, naar aanleiding van het artikel waar ik net uit citeerde: ze zijn niet gelukkig:

Waar de Gezondheidsraad aan voorbij gaat is het positieve van (een beetje) alcohol. De lijst van meest gelukkige landen ter wereld wordt aangevoerd door landen waar stevig wordt ingenomen. Die leven ondanks de alcohol ook nog eens het langste. Zet daartegenover de landen die alcohol absoluut verbieden: die staan ongeveer onderaan de lijst van geluk, leven aanzienlijk korter en hebben altijd oorlog en conflicten. Proost!

 

Door |2026-07-11T18:47:50+02:0011 juli 2026|Fiets, Triathlon algemeen, Waarom|0 Reacties

Elk nadeel heeft zijn voordeel

Mijn vorige post was een beetje brommerig, maar ondertussen lijkt het allemaal wat in mijn voordeel te kantelen. De badkamerverbouwing gaat nog steeds door en dat is nog steeds ontregelend, maar het is koeler, mijn triathlonfiets was al binnen een dag gerepareerd (dank, Jansen Wielersport!) en ik had vandaag een probleem dat goed uitpakte voor m’n sporten: vanwege de treinproblemen bij Rotterdam ben ik niet naar Den Haag gegaan, ik heb vanuit huis gewerkt. Dat was qua werk minder prettig, maar zo had ik wel tijd om te trainen. Zodoende deed ik m’n eerste krachttraining en blokjes op de triathlonfiets. Dat was mijn 4e trainingsdag op rij, dus er lijkt schot in te komen.

Belangrijker nog was wat ik me kort na het schrijven van die vorige post realiseerde: ik kan er moeilijk over doen, maar het is ook simpelweg zo dat ik me beter voel als ik wél regelmaat heb in m’n sporten. Dat ligt aan 2 dingen: enerzijds het effect van het sporten zelf, voor lichaam en geest, en anderzijds het gegeven dat níet sporten een symptoom is van dat er iets niet klopt in m’n leven op dat moment. Te druk, te chaotisch, te veel ‘gedoe’, te heet. Allemaal dingen waar ik me sowieso niet beter van ga voelen. Daar was vorige week even niet zo veel aan te veranderen, en aan dat laatste lukt dat sowieso niet, maar als het lang niet lukt om regelmaat in mijn sporten te krijgen, moet ik iets veranderen aan wat ik wél kan beïnvloeden. Dat inzicht hielp me meteen bij een paar agenda-keuzes voor de komende tijd.

Het komt wel goed dus. Ik ben weer lekker aan het sporten. Kom maar op met die triathlons!

 

Door |2026-06-30T20:33:44+02:0030 juni 2026|Fiets, Triathlon algemeen|0 Reacties

Sommige dingen blijf ik herhalen

Vanaf eind augustus staan er 3 triathlons in mijn agenda: Hoeksche Waard (kwart), Hulst (kwart) en Zierikzee (achtste). Dus wist ik wat me te doen staat nu: mezelf van vakantiefietser omturnen in triatleet. Weer gaan hardlopen en fietsen; fietsconditie onderhouden en toespitsen.

Nou, dat viel even tegen. Vond ik.

Nouja, één ding viel mee: ik ben fit van vakantie teruggekomen en dat ook gebleven. Vorig jaar lag ik meteen de eerste week thuis ziek op de bank, en dat was toch een beetje schrikbeeld. Ik zei het nog in Pamplona bij de fietsbus: hierin geen corona oplopen please. Dat is gelukt.

Maar ik heb nog geen structuur in mijn trainingen omdat de omstandigheden niet mee zaten:

  • De eerste week thuis was chaotisch, net een beetje meer dan verwacht. Na 6 weken weg van huis is er een boel te ordenen, op te ruimen en weer in gang te trekken. Er lag een berg was en schoon te maken kampeerspullen, de tuin was een jungle, de anti-spam-beveiliging van dit blog was verlopen en bleek er 1 ‘echte’ reactie tussen 250 spamgevallen te zitten, ik moest dingen regelen omdat er een hele week geen treinen reden hier (dat nieuws was ons overvallen), ik was nog vol van de vakantie en uitte dat onder andere in het schrijven een boel blogposts  – dat soort dingen, en dan nog een boel meer. Dat laatste was erg leuk om te doen, net zoals het bijpraten met buren, vrienden en partijgenoten. Het kostte me een week om orde te scheppen.
  • Mijn achillespees had echt wel rust nodig. Het gaat nog steeds een beetje op en neer. Hardlopen gaat goed en ik heb al dagen gehad die helemaal okee waren, maar soms heb ik ineens last van een klein stukje wandelen, of van een misstap ofzoiets thuis. Dan meldt-ie zich weer. Niet veel pijn, maar ook nog niet helemaal 100 % dus.
  • Begin deze week kreeg ik mijn 2e gordelroosvaccinatie. Ik was er nog net wat beroerder van dan van de 1e: slecht geslapen, misselijk, paar uur op de bank gehangen, grote rode vlek op een pijnlijke arm – sporten uitgesloten. Na 24 uur was het ergste leed geleden, maar nog een dag extra deed mijn lijf het graag kalm aan. Ik besloot daarom die avond onderweg naar Wemeldinge dat ik in de Oosterschelde alleen ging afkoelen, niet ‘serieuzer’ zwemmen dan dat. Dat was verstandig, denk ik, en het was prachtig:

Aansluitend gebeurden er twee dingen tegelijk die allebei knap ontregelend waren. Allereerst werd het snikheet. Hier geen code rood, maar toch wel echt serieus heet (gister 35 graden). Ik kan er redelijk tegen en voelde dat het wende, maar toch slurpt het aandacht en energie. De hitte in huis liep bovendien verder op dan anders, want tegelijk begon bij ons het werk aan een nieuwe badkamer. Dat was hoognodig – er groeiden paddenstoelen op het douchemuurtje en bij het slopen bleek dat dat op instorten stond. Zo kwamen de werklui meer ‘bouwfouten’ tegen. Fijn om die op te lossen en straks een badkamer te hebben naar onze smaak.
Maar de timing was ongelukkig. Zo liepen de 2 bouwers vanwege het slopen woensdag de hele tijd in en uit, waardoor de buitendeuren open bleven en de hitte dus onbelemmerd naar binnen kon stromen, de keuken in. Daarbij werd mijn werkkamer te heet en in de woonkamer kon ik niet werken vanwege de onrust en de herrie. Met ook nog eens geen treinen moest ik voor het eerst ooit uitwijken naar een werkplek elders.
De dagen erna had ik weliswaar geen dringend werk, maar gingen vanwege de hitte enkele andere afspraken niet door , waardoor ik nog meer bovenop de chaos thuis zat. Gistermiddag zijn we het maar ontvlucht door naar de film te gaan. Dat was leuk en lekker, maar ik heb er wel na thuiskomst, op het heetst van de dag, voor gezorgd dat het huis een beetje leefbaar werd voor het weekend. Terwijl ik aan het vegen was, hoorde ik dat de Kuiprun die voor morgen op het programma stond, werd afgelast. Helaas, al maakt dat voor m’n hoeveelheid sporten niet uit – dan morgen maar een ander stukje lopen.

Collage van badkamerverbouwingstaferelen. Denk hier 35 graden bij, plus drilboorgeluiden.

  • Fietsen en zwemmen gaan wel in de hitte en vandaag is het ‘maar’ 30 graden, maar toen ik vanochtend een rondje wilde gaan fietsen, ging het onweren, veel vroeger dan verwacht, met rukwinden. Het bleef de hele dag zo instabiel dat ook het afgesproken zwemmen ’s middags geen goed idee was. Exit laatste kans op zwemmen deze week. Het zit gewoon echt niet mee!
  • Komende week heb ik een werkpiekje met reizen naar Den Haag en Amsterdam, met overnachting – dinsdag en donderdag zit trainen er niet in.
  • En dan kwam er nog bij dat m’n triathlonfiets kuren heeft. Ik realiseerde me dat ik die fiets een jaar nauwelijks heb gebruikt, dat is er nooit goed voor. Ik ben ‘m komende week kwijt voor een reparatie aan de trap-as en ik moet nog verder onderzoeken wat er met de achterband is, of er gewoon maar een nieuwe op doen, waar ik het afgelopen week te heet voor vond: ik krijg ‘m niet hard genoeg opgepompt en dan ga ik na een half uur fietsen zwabberen.

Ik voel dan zo’n onvrede opkomen, zo van: wat doe ik toch weinig, ik raak m’n vorm kwijt, ik word vadsig!

Maar dan denk ik, en zeg ik tegen mezelf: kijk naar dat rijtje bullets, laat dat eens tot je doordringen – wat had je wanneer dan méér willen doen, zonder door te draaien?

Bovendien: er gaan dingen al best wel goed. Ik heb het hardlopen alweer op kunnen bouwen tot 4 kilometer, ik heb in die eerste week thuis wel 3 keer gezwommen, waarvan 2 keer lekker zonder wetsuit in open water, ik heb testritjes gereden op de triathlonfiets, ik heb allerlei verschillende yoga gedaan voor weer wat meer veelzijdigheid in m’n bewegen, en vanmiddag ben ik uiteindelijk uitgeweken naar Zwift – met onze gloednieuwe ventilator erbij.

Weer wat geleerd: dan kan Zwiften dus bij 30 graden. Zo deed ik bovendien m’n eerste intervaltraining.

Dat was allemaal fijn, maar het voelt als weinig, zeker ten opzichte van weken van 500 kilometer fietsen. In mijn ideale wereld had ik deze week ook nog drie keer gezwommen, een lange duurrit gedaan van 3 uur of meer, en krachttraining.

Uh, ja. Misschien is dat sowieso alleen mogelijk in een ideale wereld.

De komende weken ga ik op zoek naar een goede balans in mijn voorbereiding op die triathlons. En voor de zoveelste keer zeg ik tegen mezelf: (1) wees mild, en (2) accepteren, die omstandigheden – er zit niks anders op!

 

Door |2026-06-27T19:43:34+02:0027 juni 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Mijn yoga-top-2

Ik heb het hier al een tijdje niet gehad over de yoga die ik doe. Ik ben Adriene nog steeds trouw, een jaar of 6 inmiddels, en blijf vinden dat het me goed doet. Ik heb een routine van elke week core stability, rekken en  nog iets anders, in totaal zo’n 1,5 uur. Nouja, dat zijn ideale weken, er valt wel eens wat tussenuit. Of ik haal wat in – soms heb ik ineens een week met extra tijd en zin.

Ik blijf afwisselen en volg regelmatig iets nieuws, maar toch zijn er 2 filmpjes waar ik vaak naar terugkeer. Je zou dat m’n ’top 2′ kunnen noemen. Het gaat om runners yoga, een half uur rustig en grondig rekken, en handsfree core, 18 minuten voor de buikspieren, zonder daarbij armen en schouders te belasten. Nou wil ik bij yoga m’n armen en schouders ook wel belasten, juist wel, en ik doe dan ook andere filmpjes met planken en downward facing dogs enzo, maar het goede aan dit filmpje vind ik dat het zich precies richt op wat m’n buikspieren moeten doen: me stabiliseren. Ik ben me er bewuster van geworden hoe dat moet en merk dat ik mezelf bij andere core-oefeningen ook stabieler kan houden. Ik ontdek daar nog steeds subtiele nuances aan. Daarom keer ik er regelmatig naar terug.

Beide filmpjes doen ook wat met ademhaling en ontspanning – want ook daarvoor doe ik yoga. Het is nuttig, maar het is zeer zeker ook heel lekker!

 

Door |2026-04-29T17:09:12+02:005 juni 2026|Triathlon algemeen|0 Reacties

Olie-experimenten

Een tijdje geleden ben ik grotendeels met voedingssupplementen gestopt, op vitamine D na. Er verschenen een paar maanden geleden kritische stukken over supplementengebruik en die zetten me aan het denken. Multivitaminen slikken bijvoorbeeld –  ja, waarom doe ik het ook? Ik eet toch gezond? Zo heb ik kritisch naar alles gekeken – en ik bespaar nu dus geld, haha.

Een van de dingen die ik nog wel slikte, waren capsules met vegetarische omega-3-vetten. Toen ik laatst bij osteopaat Van den Dries was, raadde hij me aan meer omega-3-vetten te eten, waarop ik zei: die slik ik bij. Maar zo’n klein pilletje vond hij wel erg marginaal. En als ik het dan niet alleen maar uit vis wil halen, dan was lijnolie een goede bron. Met eetlepels tegelijk door m’n ontbijt. Uit een fles, niet in pilvorm. Dat scheelt dus in hoeveelheid, prijs en in het aantal pillenpotjes in de kast.

Meer goede vetten, was het advies; minder suikers. Nou gebruik ik niet zo heel veel toegevoegde suikers, maar het ging zelfs om minder fruit, in plaats daarvan liever meer groente. Daar ben ik mee aan de slag – lang leve de avocado! Tot nu toe bevalt het me wel: mijn darmen zijn wat rustiger, geloof ik, en ik voel me wel ‘smeuïg’ – het is subtiel allemaal, natuurlijk. Het is vooral gericht op de buikpijn die ik af en toe heb, maar daar gaan soms sowieso maanden overheen zonder klachten. Dus het gaat ook maanden duren eer ik kan zeggen of het helpt.

Met m’n sporten heeft het niet direct te maken, al was ik eerder natuurlijk ook al bezig met suikers in m’n sportvoeding. De verbindende factor is: ik ga niet meer zo lekker op snelle suikers. Ik hoop bovendien dat deze experimenten bijdragen aan mijn fitheid. Dat ga ik in de gaten houden!

 

Door |2026-04-29T13:50:26+02:0027 mei 2026|Triathlon algemeen|0 Reacties

Osteopaat bezocht

Een tijdje terug ben ik naar een osteopaat geweest die ik aangeraden had gekregen door de fysiotherapeut die mijn in de loop der jaren het beste heeft geholpen (Leanne): Van den Dries uit Goes. Aanleiding waren de twee dingen waar ik al sinds m’n jeugd last van heb: bekkenscheefstand en korte periodes van buikpijn (medisch onverklaarbaar).

Het zijn allebei niet echt heel ernstige klachten, maar soms wel vervelend. Die bekkenscheefstand heeft me wel parten gespeeld bij het sporten, in de overgang bijvoorbeeld en vorig jaar nog. Chiropractie heeft me jarenlang geholpen, maar daar ben ik vorig jaar mee gestopt, ik wilde het zonder proberen. Dat gaat goed, maar het kan vast beter, vandaar.

Ik had zelf al een vaag vermoeden dat de 2 klachten met elkaar te maken zouden kunnen hebben, en zo dacht Van den Dries er ook over. We hadden een interessant gesprek waar ik veel aan had, hij zette m’n bekken recht met een vrij subtiele manipulatie die ik nog niet kende, en hij raadde me een paar wijzigingen in m’n voeding aan – daarover binnenkort meer.

Het was best een heftig consult. Mijn lijf was daarna zo’n 2 weken aan het zoeken, maar sindsdien gaat het goed. Ik voel me vooral ‘los’ rond m’n schouders en bovenrug. Ik ben benieuwd hoe duurzaam dat gaat zijn. Ik ben hoopvol! En anders mag ik nog een keertje terugkomen. Dat vond ik wel bijzonder: dat hoefde dus niet, in de zin van: hij hield me bepaald niet aan het lijntje. Sympathiek!

 

Door |2026-04-28T19:09:58+02:0020 mei 2026|Triathlon algemeen|0 Reacties

‘Intensief’ sporten en je hart

Het was onlangs in het nieuws: dat ‘intensieve’ duursport slecht is voor het hart en vaten van 35+’ers. Daar was een boel over te doen. In mijn omgeving hoorde ik bijvoorbeeld al iemand commentaar hebben op intensieve intervallen, er werd gespeculeerd over hoe veel uren dan ‘intensief’ zou zijn, en over de vraag of het vooral hardlopers zou betreffen (want hogere hartslag) of fietsers (want meer uren).

Nou ben ik geen arts en ik ken het onderzoek niet uit eerste hand, dus ik schrijf deze post met voorzichtig voorbehoud – dit is een disclaimer. Maar met wat ik er wel van weet, door erover te lezen voor mijn boek en uit eigen belang (lichte hartritmestoornis) valt het wel mee. Het zit voor zover ik weet zo dat ‘intensief’ hier wil zeggen: veel uren en dan altijd hard, harder, hardst. Denk aan topsporters (al worden die tegenwoordig wel beter begeleid, denk/hoop ik) en aan de stoerderiken van ‘nooit onder de 30 gemiddeld’, ‘rustig lopen kan ik niet’, ‘altijd tot het gaatje gaan’, ‘het doel van trainen is uitgeput raken’, enzovoort.

Anders gezegd: het gaat om overmatig sporten, vaak voortkomend uit mateloosheid of dwangmatigheid, zoals bij een sportverslaving. In combinatie met onvoldoende rust en herstel; in combinatie met ook nog eens overmatig werken bijvoorbeeld. Het gaat om niet luisteren naar je lichaam, dat heus wel signalen geeft dat het te veel is allemaal. Om roofbouw dus. En dat jarenlang. Dat kun je inderdaad beter niet doen, en dat is nogal wiedes.

Het gaat dus níet om goed gedoseerde intensieve intervallen en wedstrijden. Dat is af en toe juist goed, ook als je ouder wordt: gebruiken, dat hart en die spieren! Het gaat ook niet simpelweg om een bepaald aantal uren per week. Als je de vele uren in grote meerderheid rustig houdt (zoals bij het 80-20-principe van gepolariseerd trainen), zorgt voor voldoende rust en herstel, én goed voor jezelf zorgt, is er niets mis met veel sporten en soms hard. Sterker nog: volgens sommige theorieën zijn we daarvoor gemáákt, in de zin van: er evolutionair aan aangepast.

De crux zit dus heel erg in het woord intensief, dat in het bericht (‘overmatig’) anders gebruikt wordt dan bijvoorbeeld in de trainingsleer (‘boven je omslagpunt’).

Dat is zoals ik het begrepen heb (maar ik herhaal hier m’n disclaimer).

Wat er dan nog bijkomt, zo begreep ik, is de nodige ‘bias’: vertekening van de voorstelling van zaken. In de eerste plaats, bijna onvermijdelijk, in het onderzoek. Dat is mogelijk hartafwijkingen op het spoor gekomen die niet ‘klinisch relevant’ zijn. Ze hebben naar een boel sporters gekeken, en dan vinden ze er relatief veel met iets afwijkends aan hun hart. Maar mogelijk kunnen die daar gewoon de 100 mee halen, zonder klachten. Zonder dat onderzoek zouden die afwijkingen niet aan het licht gekomen zijn. In het NOS-bericht zit dat een beetje verstopt aan het einde: als sporter moet je je laten controleren op de ‘gewone’ oorzaken van hartziekten, zoals bloeddruk, suiker en cholesterol. Daaraan overlijden mensen wél voortijdig. Maar dat is nou net iets heel anders als wat ze bij die onderzochte sporters aantroffen: hartritmestoornissen en verkalkte kransslagaderen.

De andere bias is die van de media. Die lijken altijd wel erg gretig te duiken op negatieve berichtgeving rond sporten. Wordt er iemand onwel bij een loop, dan haalt dat de voorpagina. Ik denk altijd dat dat te maken heeft met geruststelling voor de vele niet-sporters onder de lezers en misschien ook wel onder de journalisten: zie je wel, ik doe het goed, ik hoef niet meer te sporten (waar ik een hekel aan heb/geen zin in heb/niet aan toekom).

Ik herhaal nog een keer m’n disclaimer. Maar één ding hoef ik niet te disclaimen, namelijk het belangrijke advies in het artikel: ga bij plotseling en niet anders verklaarbaar prestatieverlies altijd naar de dokter. Tussen de regels door staat er ook nog een ander advies: waan jezelf niet onkwetsbaar. Die hoor ik ook wel: de overtuiging dat je gezond bent omdat je sport. Zo is het zeer zeker ook niet…

 

Door |2026-04-30T19:30:42+02:0014 mei 2026|Fiets, Loop, Trainer, Triathlon algemeen|0 Reacties

Lastige spulletjes

Ik had onlangs een paar lastige aankopen, in de zin van: gepaard gaand met zoeken, twijfelen, wikken en wegen. Ik schreef hier al dat m’n sporthorloge stuk was, na 6 jaar trouwe dienst – is dat lang genoeg eigenlijk, is dat wat je mag verwachten? Ik heb nog contact gehad met de klantenservice van Polar en het op hun advies een tijdje in een sopje laten weken (in een voerbakje van hamster Taco!).

Maar dat hielp niet, en eerder de naaimachineolie ook niet. Het is echt mechanisch stuk en dat is niet te repareren. Einde oefening. En de Vantage M is niet meer verkrijgbaar.

Nou stel ik enerzijds hoge eisen aan een sporthorloge: het moet al m’n sporten fatsoenlijk registreren, inclusief triathlons. Dat betekent dat het een multisporthorloge moet zijn. Waaraan een sensor te koppelen is om m’n vermogen op de fiets te meten. Daarbij moet het dan ook nog niet al te lomp zijn, op mijn dunne pols.

Anderzijds wil ik juist een heleboel dingen niet die horloges tegenwoordig wel kunnen. Ik wil er niet mee naar muziek luisteren, berichten erop lezen of ermee betalen. En ik wil ook niet dat mijn horloge me vertelt hoe ik me voel (herstel, slaap) of wat ik moet doen (trainingsprogramma’s). Of dat het de dokter vervangt (ECG-meting enzo). Daar wil ik dus ook allemaal niet voor betalen. (Over het nadeel van al dat tellen en meten enzo van horloges en aanverwanten las ik overigens onlangs een geweldige column: het is de doodsteek van vreugde).

Het was handig om Polar trouw te blijven, vanwege het platform. En m’n Vantage M is goed bevallen, misschien op het zwemmen na: in het zwembad altijd baantjes te weinig, en in het open water te veel afstand. Maar daar kan ik wel mee leven.

Zo kwam ik uit op een Polar Pacer, mooie aanbieding van de MediaMarkt (zo’n € 40 minder dan waar-ie nu voor te koop staat daar). Wit weer, en o, wat lijkt het op m’n oude Vantage! De bediening is hetzelfde en ik kon een boel gegevens in één klap importeren. Instellen was zodoende een fluitje van een cent. Ik moest ‘m nog wel wat dingen afleren (zoals m’n slaap meten), maar al met al is het zo een redelijk smooth overgang.

Het horloge doet het goed. Het lijkt erg op de Vantage – inclusief het matige banen tellen helaas, maar daar zit ik niet erg mee. De batterij gaat duidelijk langer mee, dat is fijn. Wel moet ik in de app gedetailleerde grafieken over m’n verbranding negeren. Dus dat ik bij het zwemmen 1 % eiwit zou hebben verbrand, haha. Dat soort metingen zijn buiten het laboratorium een totale slag in de lucht, en wat dan nog: kan je niks mee. Maar dat is in de app; het horloge zelf heb ik zo kunnen ‘dresseren’ dat ik, beter dan bij het oude, geen dingen in beeld krijg die ik niet wil.

 

Lastiger was het verhaal schoenen. Ik ben al een tijdje op zoek naar nieuwe fietsvakantieschoenen. De oude (links op de foto hieronder) zijn afgetrapt, na meer dan 10 jaar gebruik: de zool komt los van het bovenwerk. Het lastige aan fietsvakantieschoenen is dat ik er enerzijds lang op moet kunnen fietsen, ook onder zware omstandigheden (klimmen, hitte), en dan ik er anderzijds ook een beetje fatsoenlijk op moet kunnen lopen. Niet lang, maar wel genoeg om boodschappen te doen en even rond te kijken in een stadje ofzoiets. Mijn voeten zijn nogal prinsesjes op de erwt en helemaal beoordelen kan ik schoenen pas als ik ze goed heb beproefd.

In december kocht ik de blauwe, 2e van links. Ik bleef erover twijfelen. Wat in de winkel hun sterke punt was (veel steun), was in de praktijk ook  hun zwakte: net wat beperkend/benauwend. Toen ik tijdens een wat langere testrit brandende voetzolen kreeg, wist ik: ik moet verder zoeken.

Zodoende gingen manlief en ik naar de Fietsvoordeelshop in Goes. Die stopt met het sportieve segment en heeft daarom een serieuze ramsj: 75 % korting, en op de roze (3e) zelfs nog meer omdat die een beetje beschadigd zijn. Samen kochten we 3 paar schoenen, een helm en een Ortlieb boodschappentas voor € 150, de nieuwprijs van de rechterschoenen!

Blij mee, maar ik moest ze nog wel beproeven natuurlijk. Helaas… Van de zwarte kreeg ik op een langere rit hartstikke zere voeten: brandende voetzolen en pijn. De roze fietsen goed maar doen pijn als ik loop, zelfs al is dat maar een paar stappen. Die pijn is in beide gevallen op die uitstekende knokige stukjes van m’n voeten, zie pijl. Dat is eerder ook wel eens een probleem geweest, maar het lijkt wel alsof die plekken gevoeliger worden. Ik weet dat je bij het ouder worden, en zeker als vrouw, ‘kussentjes’ verliest onder je voeten waardoor die kwetsbaarder worden, misschien geldt dat voor de zijkant ook? En heb ik daardoor ook  meer last van voetenbranden?

Lastig. Ik heb vervolgens hulp gezocht van een schoenmaker in Goes, waar ik eerder ook al m’n hardloopschoenen succesvol had laten oplappen toen daar een teennagel doorheen ging piepen. Die heeft m’n oude schoenen gerepareerd, dat was spannend maar het ging toch nog net, en de roze opgerekt precies op de plek van die knokige botjes. Ook dat is geslaagd, en sindsdien heb ik keuzestress: ik kan kiezen uit twéé paar schoenen! Nouja, ten opzichte van net ervoor is dat een luxeprobleem.

En toen kwam de buurman ineens ook nog met een tip voor winterschoenen. Die sluimeren al jaren op m’n verlanglijst ergens, en zeker als ik nog eens een Festive 500 wil doen, is het toch echt verstandig. Desalniettemin was het er nog nooit van gekomen; ook dit leek me een lastige aankoop. De buurman zag die NW-schoenen en vertelde dat hij net van dat merk winterschoenen had gekocht bij Futurum, met een mooie korting. Nu is het moment daarvoor natuurlijk, ook al gebruik ik ze dan de eerste maanden niet. Ik heb de zijne gepast en op basis daarvan mijn maat gegokt (ik durf amper schoenen te kopen zonder te passen, het is zo’n gok, en aan terugsturen heb ik een hekel). Goed gegokt, blij mee! Althans, voorlopig. Ik heb ze nog niet beproefd, dat komt komende winter pas.

 

 

Door |2026-04-30T19:28:10+02:006 mei 2026|Fiets, Triathlon algemeen|1 Reactie

Alweer een goede wintertijd 😀🥉

Vorig jaar schreef ik in het weekend dat de zomertijd inging dat ik een zeldzaam goede wintertijd achter de rug had. Deze wintertijd was opnieuw goed, dus zo zeldzaam is dat kennelijk niet. Niet meer. Wel fijn!

Een heleboel dingen leken sterk op vorig jaar. Ik heb lekker getraind. Bij het lopen meer op snelheid dan op duur dit jaar, en dat ging goed. Ik heb weer met veel plezier gezwift en ook buiten kunnen fietsen; ik weet niet precies hoe ik ervoor sta, best wel okee, denk ik, misschien iets minder dan vorig jaar omdat ik van ‘lager’ moest komen na de corona, maar het gaat gewoon lekker. Ik heb weloverwogen minder gezwommen, maar naar omstandigheden gaat ook dat goed.  Project daglicht (in de wintertijd elke dag in het daglicht naar buiten, in totaal minstens zeven uur per week) beleefde seizoen 6 en blijft me goed doen. Ik  was weer maar 1 keer kort en licht verkouden. Ik dipte vrijwel wekelijks in de Oosterschelde, 1 keer zelfs toen er sneeuw lag, mijn koudste dip ooit:

Dijk van Wemeldinge met sneeuw, verderop strandje, strekdam en de Oosterschelde

Net als vorig jaar zat er een soort ‘midwinter-opkikker’ in, dit keer in de vorm van de Festive 500. Ik voel me fit, net als vorig jaar op een beetje van mijn structurele ‘scheeftrek-problemen’ na (vorig jaar was daarvan m’n rechterheup het slachtoffer, nu m’n linkerschouder – het is niet heel erg, minder hinderlijk dan vorig jaar). Alles was redelijk ontspannen, op wat werkstress na, maar ook die was minder dan vorig jaar. Ik heb het nog steeds erg naar mijn zin in Kapelle.

Lijkt allemaal erg op vorig jaar. Met één verschil: ik heb veel minder leuke loopjes gedaan dan vorig jaar. Toen verzamelde ik er tussen 16 november en Koningsdag maar liefst 21 heel verschillende leuke loopjes, een groot deel daarvan in de regio en een manier om die beter te leren kennen. Nu zit ik in diezelfde periode op 4,5, als ik goed tel: Hobbeldebobbel, Kleine Zakloop, een halve groepsduurloop, testloop en de Oosterscheldeloop. Er komen er nog 2 of 3 bij tot 27 april, maar dat is toch echt een groot verschil. Minder reuring, minder nieuwe plekken: alleen die trainingsloop voerde over een nieuwe route. Ik vind trainen leuk, dus dat is prima, maar ik loop dan natuurlijk wel vaak dezelfde stukjes. Wel probeer ik nog steeds doelbewust de omgeving te verkennen. Nieuwe wegen ontdekken wordt steeds zeldzamer natuurlijk, we wonen hier ondertussen 2 jaar, maar het kan nog steeds en blijft leuk.

Over de finish

Die laatste loop van het rijtje, de Oosterscheldeloop, was gisteren. Ik deed dit jaar de korte afstand: 4,1 kilometer. In een piepklein deelnemersveld van 15. In qua temperatuur twijfelomstandidgheden: harde, koude wind, maar warme zon. Ik voelde me een beetje een watje in lang-lang, maar ik heb het niet te warm gehad, dit was precies goed zo.

Het woei dus alweer hard, en ik was weer niet helemaal tevreden, maar ik heb wel beter gelopen dan bij de testloop vorige maand: ongeveer net zo hard, bij weliswaar iets betere omstandigheden, maar dit was 1/3e langer en met hoogteverschil. Toch vond ik opnieuw dat er niet uitkwam wat ik in trainingen wel kan. Beetje zo-zo dus.

Maar er kwam aan het eind nog een verrassing: ik haalde het podium! In zo’n klein veld kan ik kennelijk met niet eens zo heel goed lopen op m’n 60e de 3e dame worden.

Ik hoorde wel al meteen dat ik 6 minuten langzamer was dan de winnares, wat een lichtjaar is op zo’n afstand natuurlijk.

En zo fietste ik even later bepakt en bezakt naar huis. Met een bos bloemen, en 8,5 kilo appels. Een forse zak appels is namelijk de ‘herinnering’ bij de Oosterscheldeloop, en ik moest die ook voor manlief meenemen, want die was lopend heen en weer naar Kattendijke.

M'n stadsfiets, zak appelen op bagagedrager, uitpuilende fietstas met bloemen

Het was verder ook een fijne loop qua contact. Ik had een paar leuke gesprekjes, waarin een veel jongere vrouw tegen me zei dat ze op haar 60e ook nog hoopt met zo veel plezier te sporten. Dat raakte me, en later dacht ik: misschien is dat wel het allerbelangrijkste. Niet de tijd, niet het podium, maar dat ik rolmodel kan zijn.

Die gedachte op de laatste dag van de wintertijd maakte die helemaal af. Nu op naar de zomer!

Foto 2 en 3: Huib Boogert van AV’56

Door |2026-03-30T09:31:46+02:0029 maart 2026|Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Verandering van gel, deel 2

Koolhydraten deel 2… Ik gebruik wel degelijk gelletjes: in wedstrijden, bij lange lopen en als ‘noodvoorraad’ mee onderweg, voor als ik een hongerklop krijg – wat overigens niet vaak  is, veel minder vaak dan vroeger, wat me een goed teken lijkt qua vetverbranding. Maar een klein jaar geleden kreeg ik geleidelijk in de gaten dat ik last van mijn darmen kreeg van gewone gel. Ik had dat in de praktijk opgelost door over te stappen op gels van Sis met maltodextrine. Toch ben ik er in de herfst over gaan praten met een diëtiste. Deels was dat omdat ik het niet snapte: hoezo kan ik last krijgen van glucose, dat is toch iets heel basaals? Deels vroeg ik me af of het toch nog iets anders zou kunnen zijn – zag ik iets over het hoofd?

Welnu, het gesprek alleen al was interessant en nuttig, overigens ook omdat we het ook hadden over mijn periodieke vlagen van buikpijn, maar dat terzijde. Qua gelletjes adviseerde diëtiste Nikky me om eens te experimenteren met twee soorten gel, namelijk:

  • Van ESN omdat die een vrij eenvoudige samenstelling hebben, dus niet te veel fruit- en andere snelle suikers door elkaar – om uit te sluiten dat die vele soorten suikers het probleem zijn
  • Van Upfront omdat die naast de maltodextrine die sowieso goed gaat ook fructose bevat – om uit te sluiten dat fructose het of ook een probleem is.

Oftewel, hiermee ging ik aan de slag tijdens m’n Festive 500:

4 gelletjes

Resultaten: van die van ESN kreeg ik weer ietsje onrust in mijn darmen, maar die van Upfront gingen probleemloos. Daar ben ik blij mee, want het geeft wat meer afwisseling in smaken ten opzichte van die wat eigenaardige ‘behanglijm’ van Sis, en ze bevatten dankzij de fructose meer koolhydraten (30 gram, tegen 22 bij Sis), wat ook welkom is. Bijkomende voordeel is de supermakkelijke verkrijgbaarheid: gewoon bij de AH. Ze scheuren ook makkelijk open, althans, sommige – bij eentje ging dat niet zo klakkeloos. Voor de hoeveelheid koolhydraten is de prijs acceptabel.

Die van ESN vond ik alleen in hun eigen webwinkel en dan is een kleine proef-hoeveelheid bestellen nog niet zo evident. Het duurde even voordat dat kon, met relatief hoge verzendkosten natuurlijk, en toen kwamen de twee gelletjes in een reusachtige doos:

Grote kartonnen doos met in de hoek 2 kleine gelletjes

Nounou….

Conclusie is dus dat mijn darmen moeite hebben met het verwerken van hoog geconcentreerde glucose. Bij andere zoetigheid merk ik dat soms ook. Dat komt vaker voor, volgens Nikky. Goed om te weten! En in het vervolg dus aan de gels met maltodextrine, al dan niet met fructose. Helder!

 

Door |2026-01-27T16:52:43+01:0027 januari 2026|Triathlon algemeen|0 Reacties
Ga naar de bovenkant