Triathlon algemeen

Verandering van gel, deel 2

Koolhydraten deel 2… Ik gebruik wel degelijk gelletjes: in wedstrijden, bij lange lopen en als ‘noodvoorraad’ mee onderweg, voor als ik een hongerklop krijg – wat overigens niet vaak  is, veel minder vaak dan vroeger, wat me een goed teken lijkt qua vetverbranding. Maar een klein jaar geleden kreeg ik geleidelijk in de gaten dat ik last van mijn darmen kreeg van gewone gel. Ik had dat in de praktijk opgelost door over te stappen op gels van Sis met maltodextrine. Toch ben ik er in de herfst over gaan praten met een diëtiste. Deels was dat omdat ik het niet snapte: hoezo kan ik last krijgen van glucose, dat is toch iets heel basaals? Deels vroeg ik me af of het toch nog iets anders zou kunnen zijn – zag ik iets over het hoofd?

Welnu, het gesprek alleen al was interessant en nuttig, overigens ook omdat we het ook hadden over mijn periodieke vlagen van buikpijn, maar dat terzijde. Qua gelletjes adviseerde diëtiste Nikky me om eens te experimenteren met twee soorten gel, namelijk:

  • Van ESN omdat die een vrij eenvoudige samenstelling hebben, dus niet te veel fruit- en andere snelle suikers door elkaar – om uit te sluiten dat die vele soorten suikers het probleem zijn
  • Van Upfront omdat die naast de maltodextrine die sowieso goed gaat ook fructose bevat – om uit te sluiten dat fructose het of ook een probleem is.

Oftewel, hiermee ging ik aan de slag tijdens m’n Festive 500:

4 gelletjes

Resultaten: van die van ESN kreeg ik weer ietsje onrust in mijn darmen, maar die van Upfront gingen probleemloos. Daar ben ik blij mee, want het geeft wat meer afwisseling in smaken ten opzichte van die wat eigenaardige ‘behanglijm’ van Sis, en ze bevatten dankzij de fructose meer koolhydraten (30 gram, tegen 22 bij Sis), wat ook welkom is. Bijkomende voordeel is de supermakkelijke verkrijgbaarheid: gewoon bij de AH. Ze scheuren ook makkelijk open, althans, sommige – bij eentje ging dat niet zo klakkeloos. Voor de hoeveelheid koolhydraten is de prijs acceptabel.

Die van ESN vond ik alleen in hun eigen webwinkel en dan is een kleine proef-hoeveelheid bestellen nog niet zo evident. Het duurde even voordat dat kon, met relatief hoge verzendkosten natuurlijk, en toen kwamen de twee gelletjes in een reusachtige doos:

Grote kartonnen doos met in de hoek 2 kleine gelletjes

Nounou….

Conclusie is dus dat mijn darmen moeite hebben met het verwerken van hoog geconcentreerde glucose. Bij andere zoetigheid merk ik dat soms ook. Dat komt vaker voor, volgens Nikky. Goed om te weten! En in het vervolg dus aan de gels met maltodextrine, al dan niet met fructose. Helder!

 

Door |2026-01-27T16:52:43+01:0027 januari 2026|Triathlon algemeen|0 Reacties

‘Use or lose’ je vetverbranding

Het valt me vaker op: dat sommige duursporters overdrijven met hun koolhydraat-inname. Een uurtje zwemmen kan echt zonder sportdrank, en laatst keek ik verwonderd naar de aanwijzingen op Zwift om tijdens een rustige duurtraining al binnen een half uur te ‘refuelen’. Dat is niet nodig, en, zo weet ik al langer, en het kan tegen je werken. Niet alleen zijn het extra calorieën die gewoon meetellen voor het geheel, maar ook maak je het je spieren als het ware te gemakkelijk: die kunnen lekker die weinig zuurstof kostende koolhydraten opsouperen en hoeven niet aan die wat moeilijker te verstoken vetten te beginnen. Maar een goede vetverbranding is essentieel om te presteren en voor je gezondheid – juist om die te stimuleren zijn rustige duurtrainingen.

Recentelijk leerde ik daar ook nog over dat er tegenwoordig recreatieve sporters zijn met verhoogd risico op diabetes, vanwege een overdosis snelle suikers in de vorm van sportvoeding. Daar zit mogelijk achter dat ze horen over hoe de profs tegenwoordig tot wel 120 gram koolhydraten en meer per uur wegwerken – iets wat bij hen tot verbeterde prestaties werkt, maar wat je als recreant zeker niet moet naäpen, en al helemaal niet in rustige trainingen.

En zeker niet als je een dagje ouder wordt. Dat was voor mij de nieuwe les uit een tweeluik aan artikelen in Fiets Magazine. In nummer 12 van 2025 ging het over wat er gebeurt in ouder wordende spieren en hoe je daar zo lang mogelijk goed mee kan blijven presteren. Daarin niets nieuws qua praktische strekking. Moraal: ‘use it or lose it’ en leef verder ook gezond.

Wel vond ik daarin al interessant om te leren wat er op celniveau gebeurt als je ouder wordt: het aantal mitochondrieën blijft gelijk, maar ze werken minder goed samen (‘fragmentatie’) en dat hangt samen met de vetverbranding. Oudere sporters hebben meer vet statisch opgeslagen in hun spieren, en dat verstoort de energiehuishouding.

Die gedachte wordt in het meest recente nummer (2 van 2026) verder uitgewerkt. Juist oudere duursporters hebben baat bij het trainen van hun vetverbranding. Koolhydraatverbranding beschadigt de mitochondrieën namelijk meer en je wilt je spieren juist stimuleren om dat statisch opgeslagen vet te gebruiken (althans, dat neem ik aan, dat staat er niet zo letterlijk).

Vetverbranding trainen doe je door in je rustige duurtrainingen alleen water te nuttigen, zeker de eerste uren. Niet te veel tussendoortjes naast drie goede maaltijden per dag. Pas 2 à 3 uur na de maaltijd gaan trainen. Dat zijn dingen die ik doe en die ik eigenlijk vanzelfsprekend vind. Ik ben sowieso altijd wat ambivalent over sportvoeding omdat het ook iets megacommercieels is: peperdure suiker in een folietje met een marketingsaus eroverheen. Ik eet liever een krentenbol, banaan of bolus. Ik moet zelfs opletten dat ik tijdig ga oefenen met juist wel koolhydraten aanvullen voor tijdens het belangrijke evenement. Want dan wil je wel die snelle, handige koolhydraten kunnen gebruiken. Voor mij is dan 60 gram per uur al heel wat overigens.

Andere tips om de vetverbranding te stimuleren: nuchter trainen, dus voor je ontbijt – iets wat ik nooit gedaan heb. Het lijkt me veel te naar en ik zou bang zijn voor ondermijning van m’n weerstand. Er zijn sowieso kanttekeningen bij te zetten, zeker voor vrouwen (maar geen idee hoe dat na de menopauze is) en voor sporters die gevoelig zijn voor eetproblemen.

Je kunt ook je totale koolhydraatinname over de dag beperken of zelfs ketogeen eten, maar ik moet zeggen dat dat mij veel te ver gaat. Ik denk wel eens: het lijkt erop de meningen over koolhydraten gepolariseerd zijn: van de profs nadoen met hun 120 gram per uur tot ze tot evil verklaren door de aanhangers van (al dan niet intermittent) vasten en keto. Een béétje normaal doen met eten, à la adviezen van het Voedingscentrum, lijkt mij een betere aanpak.

 

Door |2026-01-26T14:17:53+01:0026 januari 2026|Fiets, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

60!

Vandaag ben ik 60 geworden. Dat vraagt om reflectie op het afgelopen decennium. Dit weblog startte ik immers onderweg naar een hele triathlon op mijn 50e (die post heeft nog steeds de mooiste titel van het hele blog, bijna tien jaar na dato), en in de tussenliggende tijd heb ik me uitvoerig verdiept in de ‘ouder wordende sporter’. Hoe is het om tien jaar ouder te zijn?

Ik met pulIn het kort: het gaat nog steeds gewoon heel goed. Ik merk heus wel dat ik ouder word, maar in het sporten verandert niet zo veel en het gaat me in een aantal opzichten ook beter dan tien jaar geleden. En het allerbelangrijkste: ik kan nog steeds met veel plezier sporten, daar is niet veel aan veranderd. Ik werk deze gedachtegang hieronder uit en illustreer ‘m hieronder met wat vrolijke foto’s van de afgelopen tijd. Ter vergelijking is die links hiernaast van tien jaar (en twee maanden) geleden.

Ik merk dat ik ouder word

Ik hoef er maar voor in de spiegel te kijken. Ik heb een grijze kop haar, en het is waar: alles gaat hangen, behalve mijn tandvlees, dat trekt op. Mijn ogen zijn ongetwijfeld onderweg naar een staaroperatie. Ik heb wat schade opgelopen: door de verkoudheid van voorjaar 2024 ben ik mijn reukvermogen voor een deel kwijt en na de infectie van 2023 zijn mijn darmen ook nooit meer helemaal de oude geworden. Van allebei weet ik niet of het ooit nog goedkomt.

In het sporten verandert niet zo veel

Bij het sporten merk ik niks van die grijze haren en de rimpels. Als ik me richt op de meetbare dingen en daarbij abstraheer van de momentopnames en de trainingsperiodisering, dan is er eigenlijk maar één ding dat achteruit is gegaan in die tien jaar: mijn hardlooptempo. Ik liep net voor m’n 50e een enkele keer een halve marathon binnen de twee uur; ik zou niet weten waar ik dat nog vandaan zou moeten halen. Ik heb me er ook al een tijdje niet meer op toegelegd, maar zelfs dan – dat is echt buiten mijn bereik.

Mijn zwemmen is tussentijds nog wel sneller geweest dan tien jaar geleden. Dat is een kwestie van techniek. Ik leer nog steeds bij, maar het verrommelt ook steeds weer, dus hoe hard ik zwem, hobbelt op en neer met hoe veel moeite ik ervoor doe en hoe lang geleden en hoe nuttig de meest recente cursus was.

Fietsen is niet zo veel veranderd, en zeker niet de procent per jaar verouderingseffect waar het vaak over gaat – ik ben niet tien procent slechter dan tien jaar geleden. Op dit moment in het laagseizoen ligt mijn FTP zelfs net ietsje hoger dan precies tien jaar geleden, wat ik te danken heb aan meer en gerichter fietsen. In goede vorm in het seizoen haal ik nog steeds ongeveer dezelfde waarde van net onder de 4 W/kg. Hooguit kost dat wat meer moeite, in de zin van: ik kon dat toen bereiken naast meer hardlopen dan nu. M’n duurvermogen is niet veranderd.

Herstellen doe ik ook gewoon nog goed en ik kan nog steeds zware trainingsweken aan. Mijn maximale hartslag daalt maar mijn rusthartslag ligt sinds de menopauze ook aanzienlijk lager, dus ik heb nog steeds een bijna even groot hartslagbereik. Mijn gewicht is stabiel, mijn bloeddruk ook (weet ik dankzij de metingen bij het plasma geven).

Het gaat me beter

In één opzicht is het nu fysiek zo veel beter dan tien jaar geleden: de overgang is echt voorbij. Vorig jaar nog trokken er wat restantjes weg: de droge mond, de hartkloppingen en wellicht ook de disbalans in m’n bekken waar ik jaren mee heb gerommeld. Sinds de zomer is mijn bekken-rug-nek ineens probleemloos. Kan ook toeval zijn of aan iets anders liggen, maar opvallend is het wel. En dan had ik het over de allerlaatste sporen van de overgang, veel was daarvoor al verbeterd. Tien jaar geleden zat ik er nog dik in en moest de ergste tijd zelfs nog komen. Ik knijp nog regelmatig in mijn handjes bij deze stabiliteit, groter dan ooit tevoren. Ik denk wel eens: mannen hebben dit altijd, wat een verschil!

Ik ben ook minder blessuregevoelig, mogelijk ook een gevolg van die stabiliteit en van nog tien jaar lang mijn lichaam beter leren kennen. Een paar dagen na mijn 50e verjaardag blesseerde ik mijn voet dusdanig dat ik maandenlang niet kon lopen; van dat soort ellende ben ik al heel lang gevrijwaard (afkloppen). De routine die ik sinds de coronatijd heb, met dagelijkse oefeningen en een wekelijkse dosis Yoga with Adriene, doet me goed. Ik ben daardoor ook eerder leniger dan stijver ten opzichte van mijn 50e.

Door het dippen en #projectdaglicht kom ik beter door de winters dan ooit tevoren. Ik weet niet of het daardoor komt, maar de afgelopen tien jaar ben ik veel minder vaak verkouden geweest dan voor mij gebruikelijk was. Ik heb een winter overgeslagen aan de andere kant van de wereld (een van de absolute hoogtepunten van het decennium!) en een tijdje speelden de coronamaatregelen een rol, maar ook sindsdien is het minder frequent. Ik heb alleen in 2018/2019 een periode gehad waar ik als vanouds vaak liep te snotteren.

Ik denk dat ik ook beter train dan tien jaar geleden: gedoseerder en gerichter, vooral qua hardlopen. Dat is wel verrassend eigenlijk, hoe lang het kostte om uit te dokteren waar ik het het beste op doe. Belangrijk inzicht daarbij voor mij was dat ervaren zwaarte belangrijker is dan gemeten intensiteit. Dat maakt voor mij voor een lange duurloop veel  uit: qua intensiteit is dat een lichte training, maar qua ervaren zwaarte bepaald niet. Ik moet die dus ‘meetellen’ bij de zware trainingen, waarvan ik er in een week maar hooguit twee ‘mag’ doen. Dat beperkt wat ik aan zware intervaltrainingen kan doen.

Dat is het grootste verschil met tien jaar geleden: ik heb geleerd dat ik hardlopen niet te zwaar moet maken, dat ik daarin veel minder aankan dan veel andere mensen of dan wat in de boekjes staat, zeg maar. Of nouja, ‘aankunnen’ is niet het goede woord, het gaat om hoe ik het trainingseffect bereik dat ik wil.

Recentelijk heeft het inruilen van het wat lukrake en loodzware spinning voor gedoseerdere intervaltrainingen op Zwift ook uitstekend uitgepakt, en het is nog leuker ook.

Buiten de sport gaat het me ook gewoon goed. Ik ben bijvoorbeeld blij hoe mijn werk zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld en met mijn vriendenkring; de verhuizing naar Kapelle is een goeie zet geweest, en Henk en ik zijn still going strong. Ik maak me wel meer zorgen over de ontwikkelingen in de wereld dan tien jaar geleden. Ik zag ergens staan dat 2016 het laatste ‘onschuldige’ jaar was: daarna kwamen corona en Trump.

Nog steeds veel plezier

Er zijn soms van die momenten, bijvoorbeeld als ik blokjes rijd op de triathlonfiets, de blubber van mezelf of m’n fiets afspoel na een gravelrit of me op Zwift in bochten wring om bij een groepje aan te klampen dat ik denk: ik had vroeger nooit gedacht dit op m’n (bijna) 60e nog steeds even leuk te vinden. Het past allemaal niet zo in het beeld van een vrouw van 60. Ik zeg wel eens voor de gein: ik hoor eigenlijk rond te tuffen op een e-bike. Ik denk dat ik ergens toch een beeld had van dat meer inkakken en blasé worden hoort bij ouder worden. Maar op dat punt voel ik me helemaal niet ouder. Wat ik leuk vind, verandert gewoon niet. Op andere gebieden dan sport merk ik dat ook.

Nouja, een klein beetje verandert het toch wel. Ik heb bijvoorbeeld in het afgelopen decennium afscheid genomen van de wens een fatsoenlijke marathon te kunnen lopen – dat zit er niet in voor mij en ik vind het lange lopen ook niet leuk genoeg. De afgelopen jaren ben ik vooral meer gaan doen waar ik goed in ben: fietsen, korter lopen. Ik hoef niet meer zo nodig iets te doen waar ik duidelijk minder voor in de wieg gelegd ben – in die parabel over de appelboom die probeert peren voort te brengen ben ik nu blijer met m’n appels. Ik hoef mijn grenzen niet meer per se te verleggen, erbinnen is ruimte genoeg om mezelf stevig uit te dagen.

Op vakantie in Ierland afgelopen zomer merkte ik bovendien dat mijn bereidheid tot afzien kleiner is geworden. Dat betrof dan niet eens zozeer het fietsen, meer het behelpen op slechte campings in dito weer. Daar zit ook iets in van niets meer hoeven te bewijzen – ik hoef niet meer te laten zien hoe stoer ik ben.

Door deze ontwikkelingen is mijn plezier eerder groter dan minder groot – tien jaar geleden ‘moest’ ik nog meer van mezelf. Met terugwerkende kracht denk ik: dat was zelfs wel eens te veel. Dat heeft me ook veel gebracht en ik heb er geen schade aan overgehouden, maar hoe het nu is, is wel beter. Wijsheid komt duidelijk met de jaren…

Ik moet niet meer presteren maar ik wil het wel nog steeds. Zo lang ik sporten leuk blijf vinden en er gezond genoeg voor ben, blijf ik doorgaan. Ook al was ik bij de triathlons die ik afgelopen jaar deed al een paar keer de oudste deelneemster. Toch mooi om dan lang niet laatste te worden!

 

Door |2026-01-21T10:30:24+01:0020 januari 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

De plannen

Zo aan het begin van het nieuwe jaar is een mooi moment om het weer eens te hebben over de plannen en doelen voor de komende tijd. Welnu, dit zijn ze, chronologisch:

  • 60 worden – over 9 dagen al! Daar kom ik nog op terug.
  • Een snelle 3 kilometer lopen bij de JaRo-testloop van eind februari – mijn hardloopdoel voor deze winter.
  • Fietsvakantie!
  • September: triathlonnen. Ik sta er op dit moment voor één ingeschreven, met plannen voor nog drie: Hoeksche Waard, Herkingen, Hulst en Zierikzee. Hulst is sowieso een kwart en in Zierikzee heb ik voor de 1/8e gekozen, die andere twee weet ik nog niet. Er is niet overal een aparte D60+-categorie, maar als die er wel is, wil ik het daar goed in doen natuurlijk.
  • En dan, verder vooruit kijkend: in 2027 is het EK triathlon in Oostenrijk. Wie weet gaan manlief (dan H70+) en ik daaraan meedoen. Dat is nog een beetje een wild idee, maar het kriebelt wel!
Door |2026-01-11T15:06:00+01:0011 januari 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Ook de week thuis liep anders dan verwacht

Toen ik afgelopen maandag schreef dat ik me na de vakantie fit voelde, dacht ik daar al stiekem ‘voor zo lang als het duurt’ achter. Manlief was namelijk zondag al snotterig en moe, en ik vreesde al dat ik de dans niet zou ontspringen, want dat gaat meestal zo. Inderdaad: dinsdag had ik keelpijn, woensdag koorts. Vrijdag kwam de aap uit de mouw, al vermoedde ik het al: het bleek corona.

Ik had woensdag al getest, toen was-ie negatief, maar wilde het nog eens overdoen omdat ik er bijna van overtuigd was dat het wel corona was. Ik herkende wat frappante dingen van de vorige keer (2022), vooral de voor mij ongebruikelijke balans tussen de luchtwegsymptomen enerzijds en de koorts en lamlendigheid anderzijds. Ook de tombola aan verschijnselen ken ik bij mezelf niet van gewone griep en verkoudheid: ik ben een paar uur misselijk geweest, heb een paar uur hoofdpijn gehad, een paar uur brandende ogen, een paar uur veel geniest, ’s nachts een keer keelpijn en een keer gehoest… en dan verdwijnt dat zomaar weer, er is geen peil op te trekken. Ik was bijna blij dat de tweede test me gelijk gaf, zal ik maar zeggen. Het maakt op zich  niet zo veel uit, het is sowieso een kwestie van uitzieken nu, maar met corona ben ik extra voorzichtig met mezelf en anderen. En ik hoef voorlopig niet gevaccineerd natuurlijk.

Enfin, ik had me de week extra thuis vanwege eerder terug van vakantie anders voorgesteld. Het contrast was zo wel erg groot: van dagelijks fietsen in een onbekende omgeving naar bankhangen in de eigen woonkamer. Ik ben er zowaar niet eens heel erg stijf van geworden. En gelukkig was er de Vuelta en had ik nog een paar leuke boeken.

Ik ben inmiddels duidelijk aan de beterende hand, maar dat gaat altijd te traag natuurlijk. Manlief is alweer zo’n beetje okee; de vorige keer ging dat bij hem ook sneller dan bij mij.

Wat het ziekzijn ook betekent: definitieve punt achter het seizoen. Ik had op de boot terug uit Ierland zitten kijken of er deze maand nog ergens iets leuks te doen was, tijdrit, triathlon, wie weet. Maar dat zit er dus niet in, en dat is jammer, maar het had slechter uit kunnen komen. De vorige keer bijvoorbeeld nam het een hap uit het seizoen. Ook qua werk kwam het niet slecht uit, want ik was toch nog vrij. En gelukkig waren we al thuis.

Ik ga uitzieken, beetje freewheelen, nieuwe plannen maken en dan in de loop van de herfst het trainen weer oppakken. Hopelijk krijgen we weer een mooie oktobermaand en kan ik dan nog een paar keer lekker fietsen! Of moet ik dat nou juist níet denken? Want het lijkt wel een rode draad deze zomer, het gold voor deze week, de vakantie en mijn wedstrijdseizoen: het loopt anders dan ik had verwacht en dan ik eigenlijk had gewild. Het is niet anders!

 

Door |2025-09-25T13:42:42+02:007 september 2025|Fiets, Triathlon algemeen|0 Reacties

Zwart-witte vegetariër

Ik steek het op dit weblog niet onder stoelen of banken: ik vind het heerlijk in Zeeland, mijn leven is er door onze verhuizing echt op vooruit gegaan. Ik geniet van dorp en omgeving en we zijn hier fantastisch ingeburgerd, mede dankzij de sport (en, terzijde, de politiek). Maar er zijn een paar kleine dingetjes die tegenvallen.

Ik schreef eerder al over de zwembaden die me een cultuurshock gaven. Dat gaat sindsdien beter. Ik heb nu al lang niet binnen gezwommen – het open water is veel te lekker. Het zou nu ook best druk kunnen zijn hier, want het zwembad in Goes is de hele zomer dicht vanwege een verbouwing en het Kapelse zomerrooster is niet verruimd. Ik heb er geen last van gehad. Ook de maanden voor de zomer waren wel okee: geen al te grote drukte of ergernissen meer gehad.

Iets anders wat ons opvalt, is dat vegetarisch eten hier veel ongebruikelijker is dan in de Randstad. De restaurants hebben weinig keus en mensen kijken vreemd als we zeggen dat we geen vlees eten. Ze zeggen niet zo veel, en ik vraag me wel eens af wat ze denken.

Het speelt ook bij het sporten. Na het zwemmen in de Oosterschelde doe ik als enige niet mee met de bitterballen die in die groep echt een dingetje zijn. Ik geef ook niks om gefrituurde hapjes, dus een vega alternatief hoeft voor mij niet aangerukt te worden. Verder is het daar niet moeilijk en de groep weet het ondertussen, maar rond het sporten is het al wel een paar keer vervelend geweest. Zo kregen we bij de inschrijving van de Jo de Roo toertocht bonnetjes voor een broodje na afloop. We hadden toen best trek, maar wat bleek? Alleen met knakworstjes ofzoiets. Daar snappen we dan niks van: hoe moeilijk is het om een paar plakjes kaas of een bakje humus klaar te zetten? Als we daar iets van zeggen, kijken mensen alsof ze het in Keulen horen donderen.

Van dat soort ervaringen hebben we nu een hele verzameling. Na de zwemmarathon vorig jaar: keuze tussen kroket of frikandel. Bij een atletiekevenement waar Henk vrijwilliger was: een broodje ham en een broodje kaas in elk lunchpakket. Dat komt op mij ronduit ouderwets over. Enzovoort.

Ik verwonder me niet alleen als vegetariër, het is steeds ook zulk slecht vlees. Je hoeft geen vegetariër te zijn om dat niet te willen eten; er zijn ook zat mensen die om religieuze en/of gezondheidsredenen geen ham en vlees-snacks eten. Ik heb wel eens als grap gezegd: in Rotterdam verkeerde ik in kringen die na het sporten aan de vegan herstelshake gingen, hier zijn het bitterballen met bier. En daar zit ik dan met m’n kopje thee tussen.

Na die toertocht heb ik, bozig, zelf voor ons broodjes van de tafel gerukt en daar de smaakmakers op gekwakt: hete saus en gebakken uitjes. Dat was best lekker. Maar toch… onze ervaringen bevestigen wel echt een cliché over het verschil tussen Randstad en ‘regio’. Bij die toertocht was het druk, dus ik keek met dat broodje-met-saus-en-uitjes om me heen en dacht: dus die eten állemaal klakkeloos knakworst? Dat vind ik best wel schokkend.

Laat ik het er dus nog maar eens even radicaal inpeperen, voor het eerst zo uitgesproken op dit weblog (zo militant ben ik anders niet). Vlees zo centraal stellen kán gewoon niet meer. Met het oog op klimaat, milieu, sociale rechtvaardigheid, dierenwelzijn en gezondheid moet onze vleesconsumptie drastisch omlaag. Er zijn weinig dingen waar ik zo zwart-wit over denk. Ik vaar dan ook al meer dan 40 jaar wel bij vegetarisch eten, en ja, dat is met veel sporten. En zonder vegan herstelshakes (;

 

Door |2025-07-28T12:18:46+02:0030 augustus 2025|Triathlon algemeen|1 Reactie

Boel nieuwe spullen

Ik heb dit jaar tot nu toe best wel veel spulletjes gekocht en dus geld uitgegeven voor het sporten. Voor het grootste deel waren dat vervangings- en inhaaluitgaven: dingen die kapot gingen of ooit gegaan waren en waarvan ik de nieuwe aankoop lang had uitgesteld. De afgelopen jaren beheerste de verhuizing nogal mijn hoofd én mijn portemonnee.

Zodoende wilde ik eigenlijk al langer een nieuwe fiets, en dat kwam er pas dit jaar van. Ik heb m’n blauwe graveler nu vijf maanden en hij bevalt erg goed. De laatste tijd zitten er snelle banden onder en gebruik ik hem als racefiets. Als er dan eens even wat moeilijker wegdek in het parcours zit, heb ik met m’n bredere banden voordeel, en een nadeel merk ik eigenlijk niet. Ik heb wat moeten sleutelen om het zadel op de goede hoogte te krijgen, maar ik zit er nu op als gegoten.

Ook zo’n lang uitgestelde aankoop: een goede sportbril.

Ik heb heel lang geen sportbril gehad, deed triathlons met daglenzen en verder alles met m’n gewone bril of zonnebril. Die zonnebril dateerde echter nog van 2010 en dat ging echt niet meer voor langer dan eventjes. Mijn ogen zijn in 15 jaar toch wel veranderd, vooral qua kippigheid dichtbij. Bij sporten is dat minder erg dan in het dagelijks leven, maar toch is dichtbij scherp zien handig voor het aflezen van het horloge en de navigatie enzo. De nieuwe sportbril is dan ook varifocus. De glazen kleuren mee, zodat ik niet de hele tijd van bril hoef te wisselen als ik even ergens naar binnen stap ofzo – dat moest met de vorige wel. Aan die eigenschappen hangt een stevig prijskaartje, oef. Maar ik ben er blij mee! Het is trouwens een Evil Eye (ik zou zelf m’n product nooit zo noemen, maar goed, Adidas wel) van Boone Optiek. Manlief heeft er al langer net zo een. Ik was ook een beetje jaloers dus.

Ook lang gedacht ‘dat moet ik eens kopen’: een stuurtas voor op de vakantiefiets. Die komt van de Zwerfkei, waar we waren omdat we ook nog een nieuwe tent hebben gekocht, maar dat terzijde. Nieuw uitzicht op de vakantiefiets zo dus:

Op die fiets moest ook nog een nieuw zadel, want ik bleef er zadelpijn op houden. Ik denk dat het net iets scheef geworden was, en mogelijk was het ook net iets te breed . Het is nu hetzelfde type zadel als dat van m’n nieuwe gravelaar. Daarvan dacht ik eerst dat het te hard zou zijn, maar ik zit er juist heerlijk op. Die druk zit namelijk precies op de goede plek: onder m’n zitbotjes. Van dezelfde onvolprezen winkel ook: de Kromme Spaak – we zijn erg blij met deze straatgenoot.

Tussen al dat kopen door ging m’n vermogensmeter stuk, ik schreef daar eerder over en ook dat ik hem al vervangen had. Het gaat  om een Favero Assioma, ik heb hem sindsdien gemonteerd, op de foto gezet….

… en in gebruik genomen. Bevalt ook weer helemaal prima. Het was even prutsen met cranklengte en vermogenshalvering, maar nu zie ik waardes die overeenkomen met hiervoor. Groot voordeel vind ik dat ik dit pedaal kan opladen en dat ik dus geen batterij hoef te verwisselen. Dat is sowieso handig, en zeker na de ervaring met de vorige. Ook grappig: dit pedaal knippert. Mijn pedaal knipoogt naar me!

Een iets ander verhaal was de fietscomputer die ik voor manlief had gekocht als verjaardagskado, bedoeld om mee te navigeren. De eerste, een Sigma, deed het niet goed: die bleef steeds hangen. De leverancier wilde geen nieuwe sturen, hij moest terug naar de fabriek. Dat ging eindeloos duren, dus kregen we van de Kromme Spaak gelukkig ons geld terug – zij vonden de service van Sigma net zo slecht als wij. Dan maar online, ondertussen heeft hij een Hammerhead Karoo en dat gaat allemaal goed. Het gaat om zíjn fietscomputer, maar als we samen fietsen, heb ik er ook wat aan natuurlijk. Beetje omgekeerde wereld is dat, want meestal ben ik de navigeerder.

Eerder schreef ik al over de nieuwe sportvoeding en dus de aankoop van gels van Sis. Die heb ik alweer bijgekocht, en er is nog een zak maltodextrinepoeder bijgekomen waar ik samen met electrolytentabletten sportdrank van kan maken. Dat gaat hartstikke goed: ik krijg het prima weg en mijn darmen blijven rustig. Althans, qua sportvoeding: ik ben nog aan het uitzoeken waar ze nog meer onrustig van worden. Dat gaat ook om geconcentreerde suikers, zoals in sommige soorten snoep en gebak.

Tel bij elkaar op mét de chiropractor erbij en ik heb de laatste tijd flink wat geld uitgegeven. Dat kan, sowieso wel, maar ook heb ik sinds onze verhuizing eigenlijk harder gewerkt dan ik wilde, dan de bedoeling was. Ik wilde het kalmer aan gaan doen, motto: ‘ik ben niet naar Zeeland verhuisd om de hele tijd in of voor de Randstad aan het werk te zijn’. Maar eigenlijk draait mijn bedrijf ‘business as usual’. Zeker afgelopen voorjaar zat er door een samenloop van omstandigheden een dikke piek, ik schreef daar eerder over. Voor mij als eigen baas betekent dat ook: goed verdienen. Dus geld uitgeven kon wel. En ik ben blij met m’n nieuwe spullen.

Oja, en ik neem me opnieuw voor minder hard te gaan werken.

 

Door |2025-07-28T18:07:56+02:0020 augustus 2025|Fiets, Triathlon algemeen|1 Reactie

Weer eens een blessure-zoektocht

Deze blogpost gaat over een blessure, maar die heeft eigenlijk niet eens zo heel veel met sporten te maken, althans, dat denk ik. Ik heb periodes gehad dat ik in het dagelijks leven mank liep, maar wel kon hardlopen, en een keer liep ik mank richting het zwemwater en kwam ik er recht van lijf en leden weer uit. Een andere keer kon ik geen schoolslag zwemmen van de pijn. Tijdens de yoga ging het een keer fout maar ook hoorde ik twee keer een soort ‘pok’ waarna het juist weer goed ging. Tijdens mijn andere sporten is er nooit wat misgegaan. Sterker nog: de meeste keren ging het mis bij de eerste beweging nog in bed. Of anders bij van die doodgewone dingen als de trap oplopen of de was ophangen. Gooi maar in mijn petje dus. Maar ondanks die onduidelijke relatie met sporten toch maar even over bloggen hier.

Waar gaat het om? Welnu, sinds januari ben ik een heel aantal keren door mijn heup gezwikt. Het voelt dan alsof die uit de kom gaat, maar dat zal wel meevallen – pijn doet het in elk geval zeer zeker, aan de voorkant van mijn heup. Het moment zelf, en daarna ook. Soms kon ik mijn been dan niet goed naar achter strekken (waardoor wandelen dus pijnlijker was dan hardlopen). Bovendien was ik dan onzeker want een volgende zwik lag steeds op de loer.

Het zwikken hing altijd samen met scheefstand in mijn bekken – en dat is de story of my life, zal ik maar zeggen, die bekkenproblemen. Ik had er voor het eerst in 1988 last van (dat weet ik zo goed omdat het tijdens die fietsvakantie was dat Nederland het EK voetbal won). Het heeft in al die jaren verschillende uitingsvormen gehad, dit zwikken was nieuw. Ik baalde er erg van, ik heb jaren getobd met scheeftrekken aan de linkerkant, dat was nog niet zo lang echt helemaal over, en nou dit weer…

Soms kwam het vanzelf goed – dat was dan zo’n verlossende ‘pok’ – maar meestal niet of dan duurde dat me te lang. Als het goed scheef zit, wordt het soms ook alleen maar erger en draait m’n hele rug vast, en via iets wat afknelt in mijn nek voel ik het dan tot in mijn vingers.

De laatste tien jaar word ik voor die bekkenproblemen mobiel gehouden door chiropractoren. Daar ben ik al die tijd ambivalent over geweest: het hielp maar al dat geduw tegen m’n gewrichten vond ik best heftig, en ik ben wel gevoelig voor de kritiek op de beroepsgroep, zoals bijvoorbeeld verwoord door Arjen Lubach en ik wist dat er risico’s aan verbonden zijn. (Overigens vind ik bij die kritische geluiden dat er een schijntegenstelling geschetst wordt tussen de reguliere zorg, zoals die van fysiotherapeuten, en de chiropractie – alsof in de reguliere zorg alles evidence-based is, er nooit iets misgaat, er niet alleen aan symptoombestrijding gedaan wordt en ze overal een oplossing voor hebben, als je maar geduld hebt. Dat is niet mijn ervaring.)

De laatste jaren kwam ik bij een chiropractie-praktijk als ik dat nodig had. Ik ging sinds mijn verhuizing dan meestal in combinatie met een ander doel in de Randstad. Dat liep in maart echter tegen een grens aan: het kwam maar niet goed met die heup/bekken en ik kreeg het niet meer ingepland. Bovendien dacht ik: ik wil het – zo mogelijk – structureler oplossen. Dus stapte ik over naar een praktijk in Goes, waar ik begon aan een intensief programma gericht op duurzaam herstel: de eerste zes weken twee keer per week erheen, daarna één keer.

Ik ben nu nog ambivalenter dan voorheen. Het lijkt erop dat het geholpen heeft. Dat ging bepaald niet in een rechte lijn en dat was best wel lastig, maar ik ben inmiddels al wekenlang niet meer opnieuw door mijn heup gezwikt. Het gebied is nog wat gevoelig, maar het heeft veel te verduren gehad natuurlijk ook. Bekken en rug zijn terug naar de voor mij gebruikelijke toestand van soms wat stijf maar goed mee te leven.

Aan de andere kant vond ik het ook een hele opgave, zo vaak naar de chiropractor, qua tijd, geld en frustratietolerantie. Ik was me er de hele tijd van bewust dat de aanpak een commercieel verdienmodel is. Dat speelde sterker dan ik eerder heb meegemaakt. Zo ga je alvast met je gezicht naar beneden klaar liggen op de behandeltafel. Zo ontmoet je dus de chiropractor – niet bepaald communicatief maar het scheelt tijd en dus geld. Luisteren was sowieso niet het sterkste punt van deze chiropractor, en we hebben wat vruchteloze discussies gehad, onder andere over de vraag of ik mijn lichaam niet opzadel met te veel ‘stress’ door het vele sporten, urgh. (Dat blijft toch lastig in de zorg: we moeten allemaal meer bewegen, maar als je dan een probleem hebt, doe je ineens te veel.)

Ondertussen ben ik ook nog naar een goede fysiotherapeut geweest die ik kende van vroeger, Leanne. Onder andere over oefeningen – want daar kon de chiropractor me ook niet mee helpen. Daar had ik wel wat aan, ook ter geruststelling. Ik ben met een lichaamskussen gaan slapen om mijn bekken en rug minder te laten roteren in zijligging in bed (het staat daar als zwangerschapskussen, haha, zo wordt het in Nederland vermarkt; in andere landen is een lichaamskussen gebruikelijker, begreep ik), en ik zit weer eens in een (bijna) dagelijkse zomer-yogastreak met hopelijk ook gunstig effect. Ik sport nog steeds veel, fietsen vooral, maar op dit moment niet in een strak schema. Mogelijk hebben al die andere kleine beetjes ook geholpen. Ik ben in elk geval voorzichtig optimistisch.

Wel wil ik toch echt graag af van de chiropractie. Na de zomervakantieperiode ga ik dus op zoek naar andere mogelijkheden om die bekkenproblemen aan te pakken.

 

Door |2025-07-28T11:34:45+02:005 augustus 2025|Triathlon algemeen|0 Reacties

Gewoon weer lekker trainen

In mijn blogpost over Oud Gastel schreef ik over mijn triathlonseizoen(-etje):

Door diverse omstandigheden vooral, maar ik was misschien eigenlijk ook te vroeg in beste doen, namelijk in februari en maart. Ik zal binnenkort op een rijtje zetten wat ik daarvan kan leren.

Wat ik daarmee bedoelde was in de eerste plaats dat ik in die twee maanden mijzelf een paar keer heb verrast met hoe lekker het ging. Mijn beste prestaties van 2025 waren de halve marathon in Cadzand op 2 februari en de Oosterscheldeloop op 29 maart. De triathlons waren allemaal gewoner of vielen zelfs iets tegen, al speelden daar de omstandigheden ook wel een rol in natuurlijk. En met de limiet van de Line Crossers had ik het mezelf moeilijk gemaakt. Vorige week was de halve Ironman in Hoorn, en met mijn tijd van 7 juni zou ik daar in mijn leeftijdscategorie in het linkerrijtje zijn geëindigd. Dat deed me wel goed – al kun je tijden nooit goed vergelijken.

In de tweede plaats voelde ik me in die maanden tot maart fitter dan daarna. Ik heb in april iets te hard gewerkt, daar ben ik weliswaar van hersteld, maar toch lijkt er de hele tijd net iets te ontbreken om me weer helemaal top te voelen. Ik merkte dat al in de aanloop naar de Line Crossers, mijn hoofddoel: ik voelde me goed, maar voor echte topvorm ontbrak een sprankeling. Erna herstelde ik frappant traag, vond ik. Dat kan gewoon een beetje pech zijn, misschien net ietsiepietsie iets onder de leden.

Maar ook dacht ik: ben/was ik overtraind? Gewikt en gewogen, maar inmiddels denk ik: nee. Het trainen ging tot het einde in mei gewoon prima, zowel subjectief (het voelde goed) als objectief (ik haalde normale tempo’s/vermogens enzovoort). Van één keer diepgaan, zoals die dag in de Biesbosch, raak je niet overtraind.

Bovendien: net nu ik deze laatste paar dagen weer gewoon aan het trainen ben, knap ik op. Als ik iets ‘over-…’ was, dan was het overgeëvenement: te veel bijzondere dingen, te veel uit mijn routine, waarin ik gewoon heel graag train. En als die bijzondere dingen dan nogal bepaald worden door pech, kosten die kennelijk veel energie. Dat zat hem niet alleen in de triathlons, met van die bijkomstigheden als om half 5 opstaan; het zat hem ook in twee toertochten waarin ik heb gebeukt tegen de wind en twee Rides for the Roses die minder leuk waren dan vorig jaar. Van 90 kilometer ontspannen fietsen in heerlijk zomerweer gister knapte ik wonderbaarlijk op.

Af en toe denk ik ook wel: ik ben aan vakantie toe. Beetje moe en zat van van alles, ook buiten de sport. Niks ernstigs overigens, ik schreef er al eerder over: een boel ‘gedoetjes’. Waarvan er één wel met mijn lijf te maken heeft: proberen een oplossing te vinden voor het zwikken door mijn heup heeft ook al flink wat energie gekost. Er is hoop ondertussen, maar er is ook een boel pijn en frustratie enzo geweest, plus een boel bezoeken aan een nieuwe chiropractor (daarover een andere keer meer).

Op trainingsgebied dacht ik wel ook nog één dingetje: misschien heb ik toch weer te vaak lang hardgelopen. Dat komt bij mij altijd nauw: als ik te veel loop, en dan vooral die lange lopen die me nogal vermoeien, dan kan ik er wel ‘overheen’ raken en slechter gaan lopen. Dat leek misschien even het geval, ik heb in maart een paar moeizame lange duurlopen gedaan, maar daarop volgde die Oosterscheldeloop en mijn laatste lange trainingen gingen juist weer lekker. Desalniettemin zou het kunnen zijn dat ik het lange lopen te lang heb moeten onderhouden.

Dus dacht ik: misschien is het toch nog wel eens de moeite waard om voor een halve triathlon een korte loop-opbouwperiode te hebben. Waarmee ik dan terugkom op wat ik eerder schreef: dat Line Crossers mijn laatste halve triathlon was geweest. Ik weet het nog niet, ik neem het mee – het is toch nog te vroeg om plannen te maken voor volgend jaar. We zitten inmiddels volop in de plannen voor een toffe fietsvakantie.

Dus, wat kan ik leren? Nou, op trainingsgebied niet zo heel veel eigenlijk. Wél heeft dit seizoen me laten zien dat ik nog een stap te zetten heb in het nemen zoals het komt qua weersomstandigheden. In coronatijd had ik zo’n houding ontwikkeld van: het valt mee als het wél doorgaat. Nu was ik eigenlijk te teleurgesteld door de aanpassingen van Oud Gastel en misschien ook te veel van mijn stuk gebracht door het slechte weer in de Biesbosch en al die harde wind. Dat heeft me wel wat onbevangen plezier ontnomen. Het weer wordt hoe langer hoe gekker, maar beter om dus bij alle planningen een slag om de arm te houden.

Enne… er is sinds vorige week nog wel een echt heel leuk evenement gepasseerd. Afgelopen woensdag heb ik met Nicole meegedaan aan de Kuiprun, een gezellig en ontspannen evenement op een heel bijzondere plek. Het was 4,5 kilometer anticiperen en toen door de spelerstunnel het veld op – met kippenvel!

Door |2025-12-21T10:44:42+01:0030 juni 2025|Triathlon algemeen|0 Reacties

Oud Gastel altijd goed voor mooie foto’s

Eén van de redenen waarom Oud Gastel een leuke triathlon is, is dat die mooie foto’s oplevert. Ook dit keer zijn er weer bij waar ik erg blij mee ben. Dit vind ik een erg mooie fietsfoto – je kan de haartjes op mijn armen tellen, zo scherp, en dat op volle snelheid:

En deze is ook tof: precies het moment waarop ik manlief voorbij ben gegaan:

Dit is ook nog eens een fraaie loopfoto:

Bijzonder is deze – met precies de zon op mijn horloge, en manlief nog in de achtergrond:

Henk zelf staat er ook prachtig op:

Nou, nog eentje dan:

 

Blij mee!

Door |2025-06-30T21:34:49+02:0024 juni 2025|Fiets, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties
Ga naar de bovenkant