Louise

Over Louise

Louise Cornelis is trainingsbegeleider voor duursporters (sportkunstenaar.nl), en is zelf ook fietser en triatleet. Daarnaast heeft ze een bedrijf voor tekstadvies (lhcornelis.nl). Ze woont in Kapelle, samen met Henk, een boel fietsen, twee kajaks en een hamster. In maart 2023 verscheen haar boek 'Optimaal blijven sporten voor 45+'ers'.

60!

Vandaag ben ik 60 geworden. Dat vraagt om reflectie op het afgelopen decennium. Dit weblog startte ik immers onderweg naar een hele triathlon op mijn 50e (die post heeft nog steeds de mooiste titel van het hele blog, bijna tien jaar na dato), en in de tussenliggende tijd heb ik me uitvoerig verdiept in de ‘ouder wordende sporter’. Hoe is het om tien jaar ouder te zijn?

Ik met pulIn het kort: het gaat nog steeds gewoon heel goed. Ik merk heus wel dat ik ouder word, maar in het sporten verandert niet zo veel en het gaat me in een aantal opzichten ook beter dan tien jaar geleden. En het allerbelangrijkste: ik kan nog steeds met veel plezier sporten, daar is niet veel aan veranderd. Ik werk deze gedachtegang hieronder uit en illustreer ‘m hieronder met wat vrolijke foto’s van de afgelopen tijd. Ter vergelijking is die links hiernaast van tien jaar (en twee maanden) geleden.

Ik merk dat ik ouder word

Ik hoef er maar voor in de spiegel te kijken. Ik heb een grijze kop haar, en het is waar: alles gaat hangen, behalve mijn tandvlees, dat trekt op. Mijn ogen zijn ongetwijfeld onderweg naar een staaroperatie. Ik heb wat schade opgelopen: door de verkoudheid van voorjaar 2024 ben ik mijn reukvermogen voor een deel kwijt en na de infectie van 2023 zijn mijn darmen ook nooit meer helemaal de oude geworden. Van allebei weet ik niet of het ooit nog goedkomt.

In het sporten verandert niet zo veel

Bij het sporten merk ik niks van die grijze haren en de rimpels. Als ik me richt op de meetbare dingen en daarbij abstraheer van de momentopnames en de trainingsperiodisering, dan is er eigenlijk maar één ding dat achteruit is gegaan in die tien jaar: mijn hardlooptempo. Ik liep net voor m’n 50e een enkele keer een halve marathon binnen de twee uur; ik zou niet weten waar ik dat nog vandaan zou moeten halen. Ik heb me er ook al een tijdje niet meer op toegelegd, maar zelfs dan – dat is echt buiten mijn bereik.

Mijn zwemmen is tussentijds nog wel sneller geweest dan tien jaar geleden. Dat is een kwestie van techniek. Ik leer nog steeds bij, maar het verrommelt ook steeds weer, dus hoe hard ik zwem, hobbelt op en neer met hoe veel moeite ik ervoor doe en hoe lang geleden en hoe nuttig de meest recente cursus was.

Fietsen is niet zo veel veranderd, en zeker niet de procent per jaar verouderingseffect waar het vaak over gaat – ik ben niet tien procent slechter dan tien jaar geleden. Op dit moment in het laagseizoen ligt mijn FTP zelfs net ietsje hoger dan precies tien jaar geleden, wat ik te danken heb aan meer en gerichter fietsen. In goede vorm in het seizoen haal ik nog steeds ongeveer dezelfde waarde van net onder de 4 W/kg. Hooguit kost dat wat meer moeite, in de zin van: ik kon dat toen bereiken naast meer hardlopen dan nu. M’n duurvermogen is niet veranderd.

Herstellen doe ik ook gewoon nog goed en ik kan nog steeds zware trainingsweken aan. Mijn maximale hartslag daalt maar mijn rusthartslag ligt sinds de menopauze ook aanzienlijk lager, dus ik heb nog steeds een bijna even groot hartslagbereik. Mijn gewicht is stabiel, mijn bloeddruk ook (weet ik dankzij de metingen bij het plasma geven).

Het gaat me beter

In één opzicht is het nu fysiek zo veel beter dan tien jaar geleden: de overgang is echt voorbij. Vorig jaar nog trokken er wat restantjes weg: de droge mond, de hartkloppingen en wellicht ook de disbalans in m’n bekken waar ik jaren mee heb gerommeld. Sinds de zomer is mijn bekken-rug-nek ineens probleemloos. Kan ook toeval zijn of aan iets anders liggen, maar opvallend is het wel. En dan had ik het over de allerlaatste sporen van de overgang, veel was daarvoor al verbeterd. Tien jaar geleden zat ik er nog dik in en moest de ergste tijd zelfs nog komen. Ik knijp nog regelmatig in mijn handjes bij deze stabiliteit, groter dan ooit tevoren. Ik denk wel eens: mannen hebben dit altijd, wat een verschil!

Ik ben ook minder blessuregevoelig, mogelijk ook een gevolg van die stabiliteit en van nog tien jaar lang mijn lichaam beter leren kennen. Een paar dagen na mijn 50e verjaardag blesseerde ik mijn voet dusdanig dat ik maandenlang niet kon lopen; van dat soort ellende ben ik al heel lang gevrijwaard (afkloppen). De routine die ik sinds de coronatijd heb, met dagelijkse oefeningen en een wekelijkse dosis Yoga with Adriene, doet me goed. Ik ben daardoor ook eerder leniger dan stijver ten opzichte van mijn 50e.

Door het dippen en #projectdaglicht kom ik beter door de winters dan ooit tevoren. Ik weet niet of het daardoor komt, maar de afgelopen tien jaar ben ik veel minder vaak verkouden geweest dan voor mij gebruikelijk was. Ik heb een winter overgeslagen aan de andere kant van de wereld (een van de absolute hoogtepunten van het decennium!) en een tijdje speelden de coronamaatregelen een rol, maar ook sindsdien is het minder frequent. Ik heb alleen in 2018/2019 een periode gehad waar ik als vanouds vaak liep te snotteren.

Ik denk dat ik ook beter train dan tien jaar geleden: gedoseerder en gerichter, vooral qua hardlopen. Dat is wel verrassend eigenlijk, hoe lang het kostte om uit te dokteren waar ik het het beste op doe. Belangrijk inzicht daarbij voor mij was dat ervaren zwaarte belangrijker is dan gemeten intensiteit. Dat maakt voor mij voor een lange duurloop veel  uit: qua intensiteit is dat een lichte training, maar qua ervaren zwaarte bepaald niet. Ik moet die dus ‘meetellen’ bij de zware trainingen, waarvan ik er in een week maar hooguit twee ‘mag’ doen. Dat beperkt wat ik aan zware intervaltrainingen kan doen.

Dat is het grootste verschil met tien jaar geleden: ik heb geleerd dat ik hardlopen niet te zwaar moet maken, dat ik daarin veel minder aankan dan veel andere mensen of dan wat in de boekjes staat, zeg maar. Of nouja, ‘aankunnen’ is niet het goede woord, het gaat om hoe ik het trainingseffect bereik dat ik wil.

Recentelijk heeft het inruilen van het wat lukrake en loodzware spinning voor gedoseerdere intervaltrainingen op Zwift ook uitstekend uitgepakt, en het is nog leuker ook.

Buiten de sport gaat het me ook gewoon goed. Ik ben bijvoorbeeld blij hoe mijn werk zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld en met mijn vriendenkring; de verhuizing naar Kapelle is een goeie zet geweest, en Henk en ik zijn still going strong. Ik maak me wel meer zorgen over de ontwikkelingen in de wereld dan tien jaar geleden. Ik zag ergens staan dat 2016 het laatste ‘onschuldige’ jaar was: daarna kwamen corona en Trump.

Nog steeds veel plezier

Er zijn soms van die momenten, bijvoorbeeld als ik blokjes rijd op de triathlonfiets, de blubber van mezelf of m’n fiets afspoel na een gravelrit of me op Zwift in bochten wring om bij een groepje aan te klampen dat ik denk: ik had vroeger nooit gedacht dit op m’n (bijna) 60e nog steeds even leuk te vinden. Het past allemaal niet zo in het beeld van een vrouw van 60. Ik zeg wel eens voor de gein: ik hoor eigenlijk rond te tuffen op een e-bike. Ik denk dat ik ergens toch een beeld had van dat meer inkakken en blasé worden hoort bij ouder worden. Maar op dat punt voel ik me helemaal niet ouder. Wat ik leuk vind, verandert gewoon niet. Op andere gebieden dan sport merk ik dat ook.

Nouja, een klein beetje verandert het toch wel. Ik heb bijvoorbeeld in het afgelopen decennium afscheid genomen van de wens een fatsoenlijke marathon te kunnen lopen – dat zit er niet in voor mij en ik vind het lange lopen ook niet leuk genoeg. De afgelopen jaren ben ik vooral meer gaan doen waar ik goed in ben: fietsen, korter lopen. Ik hoef niet meer zo nodig iets te doen waar ik duidelijk minder voor in de wieg gelegd ben – in die parabel over de appelboom die probeert peren voort te brengen ben ik nu blijer met m’n appels. Ik hoef mijn grenzen niet meer per se te verleggen, erbinnen is ruimte genoeg om mezelf stevig uit te dagen.

Op vakantie in Ierland afgelopen zomer merkte ik bovendien dat mijn bereidheid tot afzien kleiner is geworden. Dat betrof dan niet eens zozeer het fietsen, meer het behelpen op slechte campings in dito weer. Daar zit ook iets in van niets meer hoeven te bewijzen – ik hoef niet meer te laten zien hoe stoer ik ben.

Door deze ontwikkelingen is mijn plezier eerder groter dan minder groot – tien jaar geleden ‘moest’ ik nog meer van mezelf. Met terugwerkende kracht denk ik: dat was zelfs wel eens te veel. Dat heeft me ook veel gebracht en ik heb er geen schade aan overgehouden, maar hoe het nu is, is wel beter. Wijsheid komt duidelijk met de jaren…

Ik moet niet meer presteren maar ik wil het wel nog steeds. Zo lang ik sporten leuk blijf vinden en er gezond genoeg voor ben, blijf ik doorgaan. Ook al was ik bij de triathlons die ik afgelopen jaar deed al een paar keer de oudste deelneemster. Toch mooi om dan lang niet laatste te worden!

 

Door |2026-01-21T10:30:24+01:0020 januari 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

De plannen

Zo aan het begin van het nieuwe jaar is een mooi moment om het weer eens te hebben over de plannen en doelen voor de komende tijd. Welnu, dit zijn ze, chronologisch:

  • 60 worden – over 9 dagen al! Daar kom ik nog op terug.
  • Een snelle 3 kilometer lopen bij de JaRo-testloop van eind februari – mijn hardloopdoel voor deze winter.
  • Fietsvakantie!
  • September: triathlonnen. Ik sta er op dit moment voor één ingeschreven, met plannen voor nog drie: Hoeksche Waard, Herkingen, Hulst en Zierikzee. Hulst is sowieso een kwart en in Zierikzee heb ik voor de 1/8e gekozen, die andere twee weet ik nog niet. Er is niet overal een aparte D60+-categorie, maar als die er wel is, wil ik het daar goed in doen natuurlijk.
  • En dan, verder vooruit kijkend: in 2027 is het EK triathlon in Oostenrijk. Wie weet gaan manlief (dan H70+) en ik daaraan meedoen. Dat is nog een beetje een wild idee, maar het kriebelt wel!
Door |2026-01-11T15:06:00+01:0011 januari 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Twee tips

Even links naar twee recente interessante dingen voor de optimaal-blijvende-sporter:

  • Goeie tip: huppel! Ik doe dat eigenlijk alleen in m’n warming-up voor een loop, en dan zeker geen half uur. Misschien toch eens vaker en langer doen.
  • Uit een onderwerp op het forum van Fiets leer ik dat sommige gedreven fietsers juist minder gaan fietsen na hun pensionering. Dat is anders dan ik zou verwachten. Ik vat de redenen kort samen: woon-werkverkeer valt weg, het ‘moeten’ wordt minder, de omstandigheden gaan een grotere rol spelen (ook als gevolg van de grotere vrijheid), ze krijgen andere bezigheden (vrijwilligerswerk, wandelen/fotograferen), de jaren gaan tellen en fietsen als ontspanning of afleiding van werk is minder nodig.

 

Door |2026-01-06T14:41:37+01:006 januari 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Twee tips

Even links naar twee recente interessante dingen voor de optimaal-blijvende-sporter:

  • Goeie tip: huppel! Ik doe dat eigenlijk alleen in m’n warming-up voor een loop, en dan zeker geen half uur. Misschien toch eens vaker en langer doen.
  • Uit een onderwerp op het forum van Fiets leer ik dat sommige gedreven fietsers juist minder gaan fietsen na hun pensionering. Dat is anders dan ik zou verwachten. Ik vat de redenen kort samen: woon-werkverkeer valt weg, het ‘moeten’ wordt minder, de omstandigheden gaan een grotere rol spelen (ook als gevolg van de grotere vrijheid), ze krijgen andere bezigheden (vrijwilligerswerk, wandelen/fotograferen), de jaren gaan tellen en fietsen als ontspanning of afleiding van werk is minder nodig.

 

Door |2026-01-06T14:41:17+01:006 januari 2026|Extra|0 Reacties

Verslag Festive 500

Vorig jaar heb ik het met het plan gespeeld maar het niet gedaan, dit jaar was het ook even twijfelachtig omdat ik verkouden werd, maar ik ben er vandaag toch aan begonnen: de Festive 500. Het is een ‘challenge’ waar duizenden fietsers aan meedoen, ooit begonnen door Rapha: tussen 24 en 31 december 500 kilometer fietsen. Deze blogpost ga ik de komende dagen bijhouden als verslag. Ik verwerk er ook wat jaar-terugblik-achtige zaken in.

Vooraf: verzetje

Eerst even over het waarom wel/twijfel/niet: ik weet niet meer wanneer ik voor het eerst van de Festive 500 hoorde. Vorig jaar ging ik er voor het eerst over denken. Het leek me wel wat voor deze verder landerige tijd van het jaar, en een mooie gelegenheid om aan de rustige duur te werken met het oog op het nieuwe seizoen. Het is goed te doen: 500 kilometer in een week is zo’n beetje wat we fietsen op fietsvakantie, en dat is met bagage, klimmen en een boel eromheen. Maar wel kwetsbaar qua weer natuurlijk: 500 kilometer zwiften is te veel, al is het alleen maar voor m’n kont. Bovendien geeft juist buiten zijn in deze tijd van het jaar de broodnodige opkikker. Dus ik wilde het wel grotendeels buiten kunnen doen. Dan is zo’n challenge een mooie stok achter de deur.

Vorig jaar had ik nog een boel andere plannen en ging ik het te veel als ‘moeten’ ervaren. Dit jaar ‘moet’ er minder: ik doe geen yoga-streak, het zwembad is gesloten voor onderhoud, hardlopen kan wel even wat minder – een cross die op de planning stond voor komende zaterdag is afgelast. Verder heb ik ook geen grote plannen. Ik heb aan mijn jeugd een allergie voor kerst overgehouden (de verplichte gezelligheid – en daarbij tegenwoordig de kitsch, de commercie en het vele vreten) en veel familie hebben we ook niet, dus alle tijd om te fietsen. Ik had bovendien wel zin in een verzetje. Anders dan vorig jaar naar Schiermonnikoog zijn we niet nog even weg geweest, werk en politiek waren best wel intensief, en de herfst, of eigenlijk zelfs dit hele jaar, was op sportief gebied okee, maar niet top.

Ik hield in de aanloop wel een slag om de arm qua weer. Al te veel wind en nattigheid zou een rode vlag zijn. Nou gaat de zon schijnen en is het acht dagen lang kurkdroog, wie had dat gedacht. Maar wel eerst heel erg koud, zeker omdat het hier fors gaat waaien. Dit geeft de Buienradar voor morgen, met in de vierde kolom de gevoelstemperatuur:

Dus Zwift gaat uitkomst bieden, maar ik verheug me op de zon.

Mijn twijfel zit ‘m in de verkoudheid waar ik eerder al over schreef. Ik was gister nog best wel brak, met een hoofd vol snot. Vandaag is beter, maar ik moet toch echt nog wel voorzichtig zijn. Mogelijk was het gister weer slechter omdat ik maandag gelukkig wél fit genoeg was om naar Hofstade te gaan om naar het veldrijden te kijken, dat was super. Manlief maakte deze foto’s van de winnaars (Lucinda Brand en Mathieu van de Poel):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dus: ik ga ervoor. Als het goed gaat, is het een lekkere opkikker die ik wel kan gebruiken zo mid-winter en post-verkoudheid. En zo niet, dan stop ik ermee. Zo simpel is het eigenlijk!

Dag 1: buiten en binnen

Ik had vanochtend eerst nog even wat anders te doen, maar strakblauwe lucht en zon riepen hard! Tegen 12 uur was het zo ver: in gewone kloffie op de stadsfiets eropuit. Ik moest nog even naar Schore om daar iets te bezorgen en manlief vroeg of ik naar Kloetinge kon rijden om daar bij het andere filiaal van onze bakker bolussen te halen, want hier op het dorp waren ze uitverkocht. Nou, prima, en tussendoor kon ik mooi even buitenom Hansweert rijden. Daar was ik nog nooit geweest, want alles was daar afgesloten sinds we in Kapelle zijn komen wonen – ze waren er de dijk aan het versterken en dat is af. Zodoende was het best een bijzonder ritje: nieuw stukje ontdekken bij m’n aftrap. Ik maakte een schaduw-selfie met de versterkte dijk:

In de kou, al viel dat best wel mee. Nouja, het was in de tegenwind kracht 5 inderdaad hartstikke koud, wat frappant genoeg een jeugdherinnering opriep ofzoiets, zo van: vroeger was het ook wel eens zo koud. Maar in de wind mee en door de zon was het gewoon ronduit heerlijk.

Alleen waren in Kloetinge de bolussen ook uitverkocht. In het filiaal in Goes-Zuid hadden ze ze nog wel, en zo  kwamen er nog wat kilometers bij, 27,7 in totaal, en werd het een late lunch.

Al vrij snel daarna ben ik de spinningfiets opgestapt voor een ritje in Zwift, een groepsrit speciaal voor Festive 500. Grote groep (op het plaatje hieronder zie je maar een deel; het viel in stukken uiteen en een heel enkele keer zat ik zelfs even alleen), allemaal een kek Rapha-shirtje aan:

En dan rijd ik ineens 50 kilometer in 1,5 uur, haha! Nog zonder veel moeite ook. Beetje zweet, ondanks dat het buiten was: de fiets staat onder de overkapping precies in de luwte mét zon. Totaalstand voor vandaag: 78,2 km. Prima eerste dag, leuk zo. En qua verkoudheid: herstel zet door.

Dag 2: vakantiegevoel

Vandaag is die dag van het plaatje hierboven: stralend zonnig, maar gevoelstemperatuur -10. Ofzoiets. In elk geval: ik geef me qua buiten fietsen gewonnen. Dat geeft me de gelegenheid om iets te doen wat ik ook nog nooit gedaan heb: twee keer op één dag zwiften. Je duurtraining splitsen las ik al eens als tip op Sporza en nu komt het goed uit qua kilometers maken. Nouja, dan had ik vanochtend een andere keuze moeten maken misschien, want deze ‘workout’ ging niet zo hard. Ik heb namelijk duurkrachttraining gedaan, met negen intervallen van 4 minuten op lage trapfrequentie (55-60-65 rpm). Best pittig wel. Als plek had ik virtueel New York gekozen, en daar zit hoogteverschil in. Zo kwam ik uit op een voor Zwift laag gemiddelde van 23,3 km/u, 25,6  kilometer gefietst. Nouja, de Festive 500 niet alleen maar vullen met razendsnelle Zwift-sessies is wel zo eerlijk. Brengt de stand op 103,8 km. Onder de overkapping was het goed te doen weer, al had ik aan het begin wel handschoenen aan omdat het stuur van de spinningfiets koud was.

Ik schrijf dit tussen de twee sessies in. Straks om 5 uur ga ik verder met een groepsrit in voor mij veruit het grootste Zwift-peloton  ooit: er staan er nu 2781 aangemeld. Om samen te rijden met Eric Min, de CEO van Zwift, ‘a ride that’s equal parts cheer and challenge’. Ik ben benieuwd. Ik weet niet of ik daarna nog tijd heb voor een update, maar in elk geval: het gaat gewoon lekker. Ik vind het leuk, merk ik, om sporten zo centraal te stellen deze dagen. Met niet veel anders aan mijn hoofd dan fietsen. Het lijkt echt een beetje op een fietsvakantie! Misschien is het vakantiegevoel vandaag versterkt door die krachttraining, want die doe ik met het oog op fietsvakanties – er zit er in het nieuwe jaar weer eentje aan te komen!

Dag 3: winterzonnebaden

Dat was gister wel geinig, zwiften met z’n 2500’en ofzoiets, dit keer met kerstshirtjes aan:

Geen moment alleen gezeten, en daardoor bij een lager vermogen dan eergister weer 50 kilometer in 1,5 uur gereden. Me vermaakt met de chat, die heel druk was. Op het hoofdscherm overlapt het dan, wat hierboven te zien is. Op mijn telefoon erbij gaat het razendsnel. Desalniettemin ving ik een paar aardige weetjes op over Zwift van Eric Min. Bijvoorbeeld: in IJsland geeft de overheid subsidie op Zwiften; 1 procent van de IJslanders doet eraan.

Het was ook wel bijzonder om buiten in de donkere vrieskou te zitten, met m’n blote benen en dunne shirtje aan. Meteen van de fiets af was het wel bijtend koud. Ik moet dan altijd nog even m’n fiets afdekken enzo, en dat duurde eigenlijk al te lang. Gelukkig kwam manlief helpen, zoals hij eerder ook al het licht voor me had aangedaan – dat was ik vergeten, en dan zie ik wel erg weinig op het schermpje.

Gister was mijn langste dag ooit op Zwift en de eerste keer dat ik twee sessies op een dag deed. Dat gaat allemaal wel, maar ik snakte naar de echte wereld. Dus vanochtend op de fiets gestapt voor een heuse winterrit. Dat was heerlijk. Nouja, ook wel koud, en die koude lucht is stroperig, dus hard ging het ook niet. Maar het was ongelofelijk mooi. Die stralende zon, manmanman. Ik reed opnieuw achterlangs Hansweert om dat heropende stuk verder te verkennen, en daarna door langs de Westerschelde, sowieso een prachtig stuk. Bij Rilland gekeerd, stukje langs de Oosterschelde terug, wind mee.

Wat daar zag, had ik nog nooit gezien: de slikken waren bevroren. Vooral langs de Oosterschelde was dat een spectaculair gezicht. Helaas is mijn foto daarvan mislukt – mijn telefoon had sowieso wat kuren, die had het ook koud. Eerder had ik langs de Westerschelde deze foto gemaakt, daar zie je het ook een beetje op:

Ik vroeg me daar nog af of pfas in de kou zo raar gaat doen, het blijft tenslotte de ’terrible beauty’ van de Westerschelde, maar later wist ik het wel zeker: nee, dat is echt gewoon bevroren.

Thuis waren één duim en m’n tenen wat koud geworden, maar dat was het meer dan waard!

53 km buiten gereden; eindstand dag 3: 207,6 km. Gaat voortvarend!

Dag 4: gravelen door de Zak

Gister was verder nog wel een drukke dag, want manlief en ik kijken graag veldrijden en schaatsen en dat was gister allebei, én mijn broer kwam eten, wat hier in Kapelle een soort kersttraditie aan het worden is. Het was gezellig, en we lagen ook nog op tijd in bed. Het was wel zo’n dag die duidelijk maakt dat de uitdaging van de Festive 500 ‘m zit in de omstandigheden van deze tijd van het jaar: het weer en de andere bezigheden. In, pak ‘m beet, Nieuw-Zeeland zou ik m’n hand niet omdraaien voor 500 kilometer in acht dagen.

Sterker nog, dat blijken we bijna spontaan gereden te hebben, we gingen dat gister voor de gein eens na. In 2017 fietsten we in deze tijd van jaar op het Zuidereiland. Tweede kerstdag was toen een extra rustdag omdat we even ziek waren geweest, en desalniettemin reden we ongeveer 460 kilometer in de acht festive dagen. Zonder het bewust te doen hadden we toen dus bijna al een Festive 500 voltooid.

Ondertussen had ik bedacht dat ik vandaag wel zin had om de gravelroute weer eens te rijden. Altijd leuk, soort buitenspelen voor  volwassenen is dat slingeren door de Zak. Al dat geslinger heeft als voordeel dat je nooit lang in de koude tegenwind zit. Bovendien wilde ik mijn nieuwe schoenen voor de vakantiefiets beproeven, want die kan ik eventueel nog ruilen. Dus op de vakantiefiets, fiets nummer 4 van de Festive 5o0. Dat is niet de efficiëntste manier om festive kilometers maken. Ik kwam vandaag uit op een gemiddelde van 18,5 km/u! Maar wel lol gehad.

De start was weer prachtig in de zon, maar halverwege trokken ze ineens een grijs gordijn dicht. Dat was jammer, maar het bleef toch wel mooi ook, en  het werd merkbaar iets minder koud. De onverharde wegen en paden lagen er superstrak bij. Ergens bij Kwadendamme zit een normaal heel blubberig dijkje waar ik nog nooit fietsend overheen was gekomen, maar nu wel: alles droog en hard. Net als gister kon ik ook enorm genieten van de rust. Zeeland bijna voor mezelf alleen.

En die schoenen? Die deden het prima. Nouja, ik kreeg koude tenen, maar die had ik gister ook. Het was allemaal duidelijk wat minder ijzig vandaag. De nieuwe schoenhoesjes mochten ook mee:

Eindstand dag 4: 207,6 + 54,2 (waarvan 2,7 in heen en weer naar huis – telefoon vergeten!) = 261,8 km

Dag 5: uitje

Vandaag waren ongetwijfeld de gezelligste kilometers van de Festive 500, want manlief fietste mee! Dat had ik hem gevraagd en ik had er een route voor uitgezocht: een gravelroute over de Kalmthoutse heide en de Brabantse Wal, vanaf Bergen op Zoom.

Daar zijn we vanochtend eerst heengegaan met de trein. Bij Woensdrecht zijn we afgedraaid richting huis, wind mee. Opnieuw stralende zon, duidelijk minder koud. Met ook nog trein, een beetje buitenland en koffie met appeltaart bij de Leeuw van Vlaanderen werd het een heus uitje!

Het was een mooie route. De heide lag er prachtig bij en Ossendrecht lag te schitteren in de zon. Een leuke ontdekking vond ik het stukje langs de antitankgracht, met de forten van Stabroek en Ertbrand. Op een zanderig paadje moesten we ons qua gravelen gewonnen geven, maar verder was het goed te doen, voor manlief zelfs op de racefiets. Wel was het op de heide erg druk, waarbij me opviel dat er nauwelijks vrouwen aan het fietsen waren. Eenmaal in Zeeland werd het weer hartstikke rustig.

Met 82,2 kilometer was dit een lange dag. Ik voelde aan het eind mijn nek en schouders wel, maar verder alles dik in orde nog. Ik had gister nog een half uurtje yoga gedaan, even lekker alles rekken. Ook toen constateerde ik al: benen prima in orde.

Voor ‘project daglicht’ (in de wintertijd elke dag in het daglicht naar buiten, in totaal 7 uur per week) was dit een mega-week: ik ben op ongeveer 18,5 uur uitgekomen, een record – en dat nog met een boel zon ook. En dat terwijl ik vorige week voor het eerst in de zes edities de 7 uur niet had gehaald: ik was een paar dagen te verkouden om veel naar buiten te gaan. Wat een contrast! En wat een heerlijke week, wat een mazzel, zulke zonnige fietskilometers. Het blijft voelen als een soort wintersportvakantie in eigen land.

De stand: 261,8 + 0,6 (naar het station) + 82,2 = 344,6 km.

Dag 6: naar Francien
Vandaag had ik voor het eerst niet per se heel veel zin om te gaan fietsen. Ook geen tegenzin, hoor, maarja… geen zon. Het was grijs, vochtig, waterkoud, en op de terugweg motregende het licht. Niet echt fotogeniek weer, dit is het Veerse meer:

Daarlangs, dus met een omweg, ben ik heen gereden naar Middelburg, om bij Francien lunchen – vriendin uit Kapelle die een maand geleden is verhuisd. Dus opnieuw Festive-500-gezelligheid, dit keer tijdens een royale pauze.

Eenmaal gewend aan de andere omstandigheden fietste het best, zeker omdat er nauwelijks wind was, en die stond niet ongunstig. Het was ook weer heerlijk rustig: ik was vaak alleen met de vele vogels.

Tussen het Veerse meer en Middelburg ben ik door Kleverskerke gefietst, ik weet niet of ik daar ooit eerder geweest was. In de nieuwbouwwijk waar Francien woont, Mortiere, heb ik wat omgereden. Een deel daarvan was expres, want ik was te vroeg en zo kon ik wat extra kilometers maken. Een ander deel was per ongeluk, want die wijk is nogal een doolhof. Eenmaal eruit op de terugweg was ik zoefzoef recht-toe-recht-aan thuis, ruim voor het donker werd. Toch ook weer dik tevreden.

Vorig jaar was het de hele tijd dit soort weer en nog natter en kouder. Het was dan ook mijn beeld van 500 kilometer fietsen rond deze tijd: een boel waterkou verdragen. En misschien ook nog harde wind. Maar in plaats daarvan was het dagenlang zonnig. Zo’n grijs dagje, ach… Ik voel me op de fiets steeds een Vrouw met een Missie en dat maakt winterfietsen verrassend goed te doen!

De stand: 344,6 + 73,7 = 418,3 km.

Dag 7: door de 7000

Vanmiddag heb ik een afspraak in Rotterdam. Toen ik die maakte, dacht ik qua Festive 500: mooi, 100 kilometer daarheen fietsen, trein terug. Maar ik zag al een paar dagen aankomen  dat dat dan alleen tegenwind zou zijn. En die is wel erg stroperig op het ogenblik, in de kou. Het is bovendien een traject met open dammen en dijken. Nou nee, toch maar niet.

In plaats daarvan zo gepland dat ik vandaag alleen een korte, efficiënte training op Zwift zou doen, een lichte ook. Cadansoefeningen en daarna uitgefietst tot net over de benodigde 30 kilometer met twee sprintjes. Dat leverde een zwik truitjes op – kennelijk weinig snelle vrouwen daar vanochtend.

Memorabeler was dat ik ermee door de grens van 7000 kilometers van dit kalenderjaar ging. Dat is een grote uitschieter. Hier zijn de jaargegevens, waar ik voor morgen alvast de minstens 50 die me nog resteren heb ingevuld (later gecorrigeerd voor wat het echt was):

(kilometers) 2025  2024 2023 2022 2021
Zwemmen* 104  133? 92? 120? 75?
Fietsen 7080  4843 3618 4004 4863
Hardlopen 661  600 617 1034 1003
Wandelen 290  630 640 744 456

*Bij benadering. De weinig precieze zwemkilometers ligt aan mijn horloge, dat soms een paar en soms een heleboel baantjes niet registreert en openwaterzwemmen – meestal – overschat.

Duidelijk te zien is dat het vele fietsen ten koste is gegaan van wandelen. Verder was het een okee jaar – de hardloop- en zwemkilometers vallen me mee. Ik heb niet eens het gevoel dat ik nou zo heel veel gefietst heb. Ja, er zat een fietsvakantie in, maar dat was in bijvoorbeeld 2021 ook zo en zelfs als dat in augustus 1000 kilometer extra heeft opgeleverd, is het totaal nog steeds opvallend hoog. De kilometers in Zwift gaan snel, dat flatteert, en ik heb minder (niet-geregistreerde) stadsfietskilometers dan vroeger in Rotterdam. Aan de andere kant waren de kilometers op vakantie traag en zwaar, en heb ik zelfs deze week nog wat gegraveld, ook niet echt snel.

Wel is duidelijk: in die dik 7000 kilometer zit een boel plezier! Ik heb af en toe wat gemiept over dit sportjaar: dat er veel tegenzat in het triathlonseizoen bijvoorbeeld en er geen grootse prestaties en ik niet altijd op m’n best was op de goede momenten enzo. Dat is ook allemaal waar, maar het was toch ook gewoon een mooi jaar met een boel sportplezier. In de basis is alles prima. Ik ben fit, de kwaaltjes (zoals corona en m’n heupblessure in de eerste helft van het jaar) gingen gewoon weer over, ik heb m’n worteltjes dieper ingegraven in Zeeland en ook buiten het sporten is alles goed. Ik kijk alweer uit naar het nieuwe jaar.

De sportieve afronding van 2025 wordt ook erg mooi: nog één dagje, en dan heb ik m’n challenge afgerond! Dit keer zat het juist allemaal wel mee, want ik had nooit verwacht dat het zo zonnig en mooi zou zijn deze week. Top winterfietsen!

De stand: 418,3 + 31,5 = 449,8 km

Dag 8: voltooid!

Vandaag was nog wel even taai. Ik ben met een omweg over Noord-Beveland naar mijn broer in Vlissingen gefietst. Daar kwam manlief ook heen, met de auto, we aten bij mijn broer en kwamen met de auto terug. Het miezerde toen ik om kwart voor 2 wegfietste, de eerste dikke 30 kilometer had ik de wind tegen, ik reed een paar kilometer verkeerd, ik vond de groepjes vuurwerk-jongeren eng, ik verzamelde heel wat blubber, en ik had een paar kleine pijntjes (knie, voet). Maar op Walcheren was het zonnig en stond de wind gunstiger. Net buiten Middelburg passeerde ik de 500 kilometer en toen ik bij mijn broer thuis m’n rit uploadde, antwoordde Strava met een gloednieuwe badge:

Eindstand: 449,8 + 57 = 506,8 km ✔️ Het was leuk om te doen en heeft gewerkt zoals ik had gehoopt: als opkikker en mooie afronding van het jaar!

 

Door |2025-12-31T21:24:50+01:0024 december 2025|Fiets|2 Reacties

Fietsen langs de sporen van het Nederlands in de VS

Van Sinterklaas kreeg ik een leuk boek: De Tawl. Hoe de Nederlandse taal (bijna) Amerika veroverde. Er komen twee dingen in samen die voor mij belangrijk en interessant zijn: fietsen en taal. Dat had Sinterklaas dus goed gezien! Het fietsen speelt een bijrol; het is zelfs zo dat gaandeweg het fietsen eigenlijk helemaal uit het boek verdwijnt. Desalniettemin kreeg ik er in het begin wel reiskriebels van: zo’n fietstocht, dat lijkt me ook wel wat!

Het accent ligt op de taal, zoals de ondertitel aangeeft. Vandaar dat ik er uitvoeriger op inga op mijn andere weblog. Ik kan het van harte aanraden, maar dan dus wel aan fietsers die ook iets hebben met taal en/of met de Amerikaanse geschiedenis.

 

Door |2025-12-18T19:44:33+01:0023 december 2025|Boeken, Fiets|0 Reacties

Nog geen bevestiging

Weer pech, het lijkt wel het thema van dit sportjaar: het loopt anders dan verwacht, ik kan er niks aan doen, en het is ook niet heel erg en komt vanzelf weer goed. Maar jammer is het wel.

Mijn hardloopdoel voor deze winter is om sneller te worden, en dat te beproeven door een paar keer een drie kilometer ’testloop’ te doen.  Ik schreef eind oktober al dat het best even taai was om de draden op te pikken na fietsvakantie + corona. Ik ging wel langzaam-maar-zeker lekkerder trainen, en net de afgelopen weken dacht ik: ja, er komt iets van vorm. Het accent bij het hardlopen ligt op intervaltrainingen, en daarin liep ik weer de tempo’s van twee jaar geleden en dat voelde erg lekker. Vorige week liep ik 3X1km voluit en dat ging onverwacht hard (voor mijn doen, hè): alledrie onder de 5’10. Ik voelde me ook weer echt topfit, waar ik me eerder weliswaar gewoon fit voelde, maar zonder dat beetje extra.

Dus, dacht ik: bij de testloop vandaag zou ik toch zeker echt wel stevige progressie hebben ten opzichte van de nulmeting in oktober. Hoe hard zou ik al kunnen, ik was benieuwd. In elk geval zou ik dit kalenderjaar dan toch nog een PR realiseren, op mijn tweede drie kilometer ooit!

En toen… werd ik verkouden 🤧. Niet gek, als ik zo om me heen hoor wie er allemaal ziek zijn. Niet gek ook omdat het alweer meer dan een jaar geleden was, wat voor mijn doen zeldzaam lang is. Niet erg ook, ook weer voor mijn doen – het verbetert al. Ik heb maar één symptoom en dat is een hoest, van vrij diep (bronchiën?). Dusdanig heftig dat ik er spierpijn van heb, vooral in m’n middenrif, en dat ik er ’s nachts wakker van lig. Geen koorts, beetje moe, deel daarvan door het slechte slapen.

Tsja, zwaar hoesten, en dan is diepgaan niet verstandig en tot presteren is mijn lijf niet in staat. Stukkie wandelen, dat is lekker. Het is jammer van de vorm van vorige week. Dat ik die gevoeld heb, geeft moed. Maar de echte bevestiging dat ik sneller word, die blijft nog even uit. Het is niet anders. Ook jammer voor testloop-organisator Jan, want er waren al  niet veel deelnemers en dan haakt er ook nog eentje ziek af.

Ik heb nou nog één plannetje voor dit kalenderjaar, hopelijk ben ik daar fit genoeg voor. Wordt over een paar dagen vervolgd!

 

Door |2025-12-21T11:06:47+01:0021 december 2025|Loop|1 Reactie

Over een mannenwereld en andere observaties bij het atletieksymposium

Ik kom net terug van het symposium over de toekomst van de Zeeuwse atletiek. Met de hoofdvraag ‘hoe kweken we meer Zeeuwse toppers?’ (mijn formulering) heb ik niks, daar heb ik eerder al over geschreven, dus ik hoorde eigenlijk niet tot de doelgroep, maar ik vond het toch wel interessant. Volgens sommige sprekers is er wel degelijk een stevige relatie met de breedtesport: de sprekers van AVLO Lokeren (een vooraanstaande Vlaamse atletiekclub) benadrukten dat je in de jeugd een soort piramide moet hebben met een brede basis, waar uiteindelijk aan de top een paar van overblijven, en de spreker van AV Scheldesport (Zeeland’s meest voorbeeldige atletiekvereniging – ook weer mijn woorden) benadrukte het belang van inclusiviteit en een grote vereniging voor iedereen, waarvan toppers dan een ‘bijproduct’ zijn.

Over de bewegingsarmoe onder de jeugd ging het ook even, maar daar werd niet veel mee gedaan. Nouja, Jos den Hollander liet in een presentatie zien hoe ze clinics voor jongeren organiseren waardoor hun motoriek verbetert. Daaraan viel me op dat het best brave, gestructureerde oefeningen waren, terwijl er even later in filmpjes van TeamNL wél gespeeld werd. Aan dat soort oefeningen had ik als kind een hekel, net zoals ik aan gym op school een hekel had. Maarja, aan mij is ook geen topper verloren gegaan. En ik speelde nog wel buiten. De cijfers daarover waren schokkend, ik weet het niet meer precies, maar in een paar decennia is het gemiddelde wekelijkse aantal uren buiten spelen van 30 naar 4 gegaan ofzoiets, en al die vrijgekomen uren zitten kinderen achter schermen.

Ik heb zo al meteen een aantal ‘highlights’ genoemd: die twee voorbeeld-verenigingen hadden interessante verhalen en Den Hollander gaf die cijfers over de jeugd en een inkijkje in het trainen van TeamNL (overigens zonder duidelijke relatie daartussen). De andere sprekers waren ook de moeite waard: René Zweedijk had interessante data over de hoge frequentie van blessures in de atletiek-jeugd, en hoe dat uitval veroorzaak en Walter Houtzager vertelde over motorisch leren. Ik pikte er alles bij elkaar nog een boel losse dingetjes van op, maar niet veel wat voor mijzelf of dit blog direct relevant is. Eén ding misschien: het ‘Noorse interval’ (als ik google, denk ik dat ze Rønnestad-intervallen bedoelden, het ging om iets als 30X45″ hard/15″ rustig). Kan ik wel eens proberen. Het belang van variatie, een algemene atletische ontwikkeling en een individuele aanpak passeerde weer, maar dat is niks nieuws.

Aan het eind van de middag werd organisator Niek Flipse ‘Lid van Verdienste’ van de Atletiekunie, wat een feestelijk einde was. Net daarvoor waren de conclusies wat mij betreft wel helemaal blijven hangen: het afrondende forum bestond uit individuele bijdragen, niet uit het trekken van gezamenlijke rode draden. Van de losse bijdragen was het antwoord op de hoofdvraag ook niet altijd even helder geweest. Voor mij niet zo erg, maar voor de belanghebbenden wel wat onbevredigend, lijkt me. Hoe nu verder met de Zeeuwse atletiek? Ik zou het niet durven zeggen. Nouja, suggesties, dat wel, maar geen gezamenlijk standpunt, laat staan een actieplan. Misschien is dat wat vroeg, maar er had volgens mij wel meer ingezeten.

Tot slot moet mij nog één ding van het hart. Ik had weer eens een stevige Zeeuwse cultuurshock, vooral door de herhaling. Bij het Fietssymposium vorige maand was me opgevallen dat alle sprekers mannen waren, en dat de vrouwen assistentie verleenden, en nog knullig ook. Ik vond dat best wel heftig eenzijdig al, maar vandaag overtrof dat nog: weer alleen mannelijke sprekers, geen enkele vrouw te horen (er was er eentje in het vizier voor het afsluitende forum, maar die bedankte voor de eer) en in het publiek minder dan tien procent vrouwen. In de Randstad is zoiets volgens mij tegenwoordig ondenkbaar. De man-vrouw-verhouding ligt hier schokkend scheef. Indirect heeft dat ook te maken met het ‘kweken’ van toppers. De enige spreker die het specifiek had over vrouwen, Zweedijk, weet de verhoogde blessuregevoeligheid van pubermeisjes aan de hormonen en de menstruatie. Dat is ergens het ‘makkelijke’ verhaal: het verschil tussen mannen en vrouwen zit ‘m in de biologie, en daar is niks aan te doen. Maar er zijn meer verschillen die maken dat topsport voor meisjes lastiger is dan voor jongens. Lees er Good for a girl maar eens op na. It’s a man’s world, nog steeds.

 

Door |2025-12-21T10:17:34+01:0020 december 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|1 Reactie

Drie aanvullingen

Over drie onderwerpen waarover ik onlangs heb geblogd, heb ik een aanvulling. Het gaat om Action Type, de overgang en de e-bike. Hier komen ze:

Over Action Type bedacht ik later nog een vraag. In de cursus ging het er steeds over dat je je motorische voorkeuren moet benutten om optimaal te presteren. Dat snap ik. Maar is het om optimaal ouder te worden niet juist ook goed om ánders te bewegen dan je motorische voorkeur? Het is bij het ouder worden een bekend verschijnsel: je gaat steeds meer staan naar je steeds dieper ingesleten vanzelfsprekende bewegingspatronen, en dat kan zo ver gaan dat dat andere manieren van bewegen belemmert, en uiteindelijk zelfs je voorkeursmanier. Ik heb dat zelf al gemerkt toen ik alleen maar fietste: dat is motorisch zo makkelijk dat ik een boel coördinatie in andere richtingen dan rechtdoor verloor, en uiteindelijk last kreeg van m’n bekken en onderrug. Ik moest júist roteren, keren en draaien, om in die richtingen sterk en soepel te blijven. Tegen mijn voorkeur in. Ik weet niet of het bij het type motorische voorkeuren van Action Type ook zo werkt, maar ik kan het me zo voorstellen. Op het scherm verscheen op een gegeven moment een tekening van iemand een bepaalde voorkeur, en die had bijna een bochel. Er klonk wat gegrinnik uit de zaal: alle ouderen krijgen die voorkeur. Dat is niet zo, maar ik kan me voorstellen dat mensen met die motorische voorkeur inderdaad eerder en erger krom gaan lopen als ze ouder worden. Zouden die daar ’tegenin’ moeten oefenen om daar geen of minder last van te krijgen?

* * *

Over de overgang verscheen een week na het NRC-artikel waar ik het ook over had een ingezonden brief van Lisette Thooft die ik met instemming las, zeker ook vanwege haar kritiek op het ‘oestrogeentekort’, waar ik ook over struikelde:

Geen fout van de natuur

In het artikel over hormoonsuppletie bij overgangsklachten (22/11) wordt stress genoemd in een enkel zinnetje „En stress is een enorme boosdoener.” Waarom krijgen we geen serieuze informatie over het effect van stressvermindering op overgangsklachten? En waarom zo weinig over leefstijl, voeding, slaaphygiëne, schermgebruik, relatieproblematiek en zingeving?

De vanzelfsprekendheid waarmee gesproken wordt van een vermeend „tekort/gebrek aan oestrogeen” in en na de overgang vind ik nogal onthutsend. Vrouwen zijn ná hun vruchtbare jaren óók toe aan een ander leven, met minder geslachtshormonen en met meer zelfzorg: meer ruimte voor ontspanning, autonomie, voor de behoeften van hun ziel.

De menopauze is geen fout van de natuur die we kunnen rechtzetten met medicatie, maar een biologisch, psychologisch, sociaal en cultureel belangrijke periode in vrouwenlevens. Een overgang die ons voorbereidt op een volgende levensfase, met wijsheid en innerlijke rust.

Voor het voorbereid worden op een volgende levensfase hoorde ik nog een mooie metafoor in het filmpje van een lezing van professor Ellen de Bruijn: de overgang is als een verbouwing van je keuken. Het is nodig want de oude keuken (je vruchtbare lijf) voldoet niet meer, het een tijd stressvol en een boel gedoe, maar het levert uiteindelijk wel een mooie nieuwe keuken op. Zo is het, al zou ik daar wel bij aantekenen dat die ‘keuken’ wel ook een jaar of tien ouder is geworden in de tussentijd. Ik bedoel: veroudering gaat gewoon door in de jaren van de overgang. En op z’n slechtst in de overgang had je mij met die metafoor niet getroost, daarvoor was het ‘gedoe’ toen te ingrijpend. Dat filmpje is trouwens een mooie introductiecursus over de rol van de vrouwelijke geslachtshormonen in de levensloop – niet alleen de overgang dus, maar dat gedeelte is wel ook gewoon goed.

* * *

Over de e-bike vond ik medestanders in de vorm van twee sprekers op het Fietssymposium, georganiseerd door enkele Statenfracties waaronder die van GroenLinks-PvdA. Het ging over een heleboel: mobiliteit, veiligheid, fietsparkeren… én gezondheid. Sportarts Maarten Koornneef en professor Frank Backx, leden van het Expertpanel Fietsen en Gezondheid, presenteerden resultaten van onderzoek waaruit blijkt dat de opmars van de e-bike een negatief gevolg gehad heeft voor de volksgezondheid: er worden in totaal minder minuten gefietst, zeker door jongeren, en wat e-bikers op de fiets afleggen, is te weinig intensief voor een serieuze gezondheidsbijdrage. Per kilometer scheelt het 53 procent!

De beide sprekers lieten zien dat er een samenhang is tussen intensiteit en gezondheidseffect, en die is niet lineair: hoog intensief sporten legt per tijdseenheid veel meer gewicht in de zaal dan matig intensief, laat staan extensief. Ze raadden iedereen, dus ook ouderen, dan ook aan om er af en toe stevig tegenaan te gaan, al is het maar maximaal een brug op rijden – even goed doortrekken doet al heel veel. Ik was blij dat te horen, want ik ga nog wel eens in discussie over of intensief sporten op hogere leeftijd wel goed en verantwoord is. Ja, mits geen hartproblemen. Gezonde ouderen mogen diep gaan, dat is juist goed.

Ik hoorde het met veel plezier aan, ik voelde me aan alle kanten bevestigd. Wat me ook aansprak: zij pleiten ervoor om de e-bike voor scholieren niet te normaliseren. Dus niet accepteren dat er op uitje meegaan die niet zelf trappen, er geen speciale fietsparkeerplekken voor maken, enzovoort. Bij jongeren hoort zelf trappen de norm te zijn. Ook zij zien met lede ogen aan hoe zeer de ondersteuning oprukt – ze hadden al een e-loopfietsje voor peuters gesignaleerd!

 

 

Door |2025-12-04T18:39:13+01:004 december 2025|Fiets, Trainer, Vrouwensport|3 Reacties

Reactie over toekomst Zeeuwse atletiek

Volgende maand is er een symposium over de toekomst van de Zeeuwse atletiek, mede georganiseerd door Jan Roose, over wie het hier al vaker is gegaan als organisator van lopen en crossen. Ik stuurde Jan onderstaande gedachten, onder andere reagerend op zijn blogposts:

Als ik het Zeeuwse hardlopen observeer, valt me bepaald niet op dat er niet hard genoeg gelopen wordt. Ik zeg het maar even lomp: de top interesseert me geen lor. Ik heb er niets aan als er ergens een Zeeuws record gelopen wordt. Knap, hoor, maar ik vind het knapper om zó te sporten dat je het over, zeg, veertig jaar ook nog met plezier doet. Er is immers best een spanningsveld tussen presteren op de korte en op de lange termijn.

Wat ik wél leuk vind, is om een streekgenoot op TV goed te zien presteren – en dat is het geval in de vorm van Shirin van Anrooij. Zij is nu veldrijder/wielrenner, maar heeft in haar jeugd bij AV’56 gelopen, en dat heeft haar duidelijk geen windeieren gelegd. Zo slecht is het in Zeeland dus niet gesteld met het afleveren van wereldtoppers. En dat gebeurt niet zo vaak, dat is nogal logisch.

Wat me verder opvalt, is dat er in Zeeland heel veel loopjes zijn, en dat bij een groot deel daarvan juist de achterhoede ontbreekt – een groep die er elders wel is. Als ik meedoe aan bijvoorbeeld een internationale Parkrun, een van de Vestinglopen van Epic Sports en de grote evenementen van Golazo, eindig ik halverwege het veld. In Zeeland eindig ik  steevast in de achterhoede. Aan de crossen in het Zeeuwse Crosscircuit word ik zelfs op achterstand laatste – die doe ik dus  niet meer.  Waar is de groep Zeeuwse lopers achter mij? Die zie ik alleen bij de randevenementen van de Kustmarathon.

Dat er gemiddeld langzamer gelopen wordt, de hardloopbeleving verandert en dat men niet meer lid wil worden van een sportvereniging (in het algemeen en de jeugd in het bijzonder), dat zijn geen Zeeuwse fenomenen, dat speelt landelijk. Ik zou zeggen: tap daar kennis van af over wat daaraan wél te beïnvloeden is.

Wat ook landelijk speelt en dus ook in Zeeland, is bewegingsarmoe – van jong tot oud. Veel belangrijker dan hoe hard er aan de top gelopen wordt, vind ik dat zo veel mogelijk mensen van alle leeftijden, sexen en achtergronden met plezier kunnen lopen of een andere sport beoefenen. Drempels opwerpen voor meedoen aan loopjes of lid worden van een atletiekvereniging lijkt me het paard in dat opzicht achter de wagen spannen. Zelfs als dat betere Zeeuwse tijden oplevert, vind ik dat een ongewenste ontwikkeling.

In mijn waarneming is er tot slot nog een wereld te winnen in de vorm van beter trainen: goed gericht, geïndividualiseerd, gedoseerd. Mijn allereerste trainer zei het ooit: er zijn twee soorten sporters, de ene doet te veel, de ander te weinig. Technologie speelt daarin dan ook een dubbelrol: waar de een zich door de hartslagmeter onterecht laat dempen, laat de andere zich door de tijden op het horlogeschermpje over de kling jagen. Ook dat is echter geen typisch Zeeuws probleem.

 

Door |2025-11-29T18:51:18+01:0029 november 2025|Loop, Trainer|0 Reacties
Ga naar de bovenkant