Maandarchieven: oktober 2021

Ritme

Na de tijdrit van een paar weken geleden heb ik het roer omgegooid: fietsen in de onderhoudsstand, en heel rustig lopen en zwemmen gaan opbouwen. Die beide andere sporten gaan in het begin best moeizaam. Dat zit hem voor een groot deel in de specifieke eisen die ze stellen aan m’n spieren (hamstrings! vooral de rechter sputterde fiks tegen bij het eerste hardlopen), gewrichten (heupen! hun hoek bij lopen is net anders dan bij fietsen) en coördinatie (hoge elleboog! heel rare beweging eigenlijk, als je ‘m niet regelmatig doet).

Na een paar keer ging het beter en dat zit ‘m natuurlijk in de gewenning van die andere beweging en het ont-wennen van meer dan 2000 kilometer fietsen.

Het ging niet alleen beter, het ging vooral ook lekkerder, met de twee sporten vrijwel tegelijk: eind vorige week, begin deze week. Voor mijn gevoel zat dat nog in iets anders: ritme.

Alledrie de sporten zijn ritmisch, maar net op een andere manier. Het gevoel van ‘lekker’ ontstaat vooral als dat ritme weer klopt. Net alsof ik daarvoor bijna moet nadenken: ene been, andere been. Of ene arm, andere arm. Als het weer ritmisch is, gaat dat vanzelf. Maar dus net op een andere frequentie dan bij fietsen. Dat fietsritme moet er een beetje uit, of althans: het moet minder domineren.

Ik had het ‘lekker’ eerder die week nog een beetje ondermijnd, doelbewust, door bloed te geven. De eerste dagen daarna voelt sporten dan amechtig: duidelijk probleem met de zuurstoftoevoer. Als het zwaar is, is het ritme ver te zoeken. Maar na drie dagen was het er wel.

De goede vorm van eerder is ook weg. Door het bloedgeven, maar die was al aan het wegtrekken. Door druk met werk en andere dingen, door een paar keer te laat naar bed – zo gaat dat ook in deze tijd van het seizoen.

Bovendien had ik die goede vorm doelbewust niet voortgezet. Ik weet: zonder dalen geen pieken, en het was tijd voor het dal. Aan voortzetting van m’n fietspiek had ik niks; m’n eerstvolgende piek mag hardlopen betreffen, gezien het seizoen. Maar ik kan niet in één keer kogelhard door-hardlopen na al dat fietsen. Die vorm moet ik opbouwen, vooralsnog allemaal lekker rustig en weinig belastend. Voor lopen dus rustige duur; bij zwemmen veel aandacht voor techniek.

Die manier van trainen is precies omgekeerd aan wat ik deed toen ik onlangs op zoek was naar snelheid. Het contrast is groot. Ik had die tijdritpiek best nog wel voort kunnen zetten, qua lichamelijke gesteldheid. Normaliter zijn dit soort dalen op de overgang van de ene naar de andere trainingscyclus (‘overgangsperiode’) ook bedoeld om de vermoeidheid en eventuele pijntjes van een zwaar seizoen weg te laten trekken, maar daar had ik eigenlijk geen last van. Gelukkig maar, trouwens.

Ik was zelfs nog best gretig eigenlijk, en ik had daarom vorige week het gevoel niet genoeg te sporten om aan mijn beweeg- en buitenluchtbehoefte te voldoen. Gelukkig is mijn stadsfiets-omvang weer op niveau van voor corona, want ik ga weer veel meer de deur uit (voor zo lang als het duurt…). Nu de loop-omvang alweer toeneemt en de beide sporten lekker voelen, kom ik helemaal aan mijn trekken. Zeker op zo’n dag als vandaag, met al die zon!

En ik weet: deze wat slome overgangsperiode is voor een goed doel. Plan is om in de winter 21,1 kilometer lekker ritmisch te lopen. Een goeie halve marathon dus. Daarover te zijner tijd meer! 

 

Door |2021-10-28T13:33:15+02:0028 oktober 2021|Fiets, Loop, Zwem|1 Reactie

Het is niet stom, het is een strijd

Ik had vorige week een gek voorval op de fiets. Ik reed – op de stadsfiets in m’n gewone kloffie – vanuit een klein zijstraatje naar een voorrangsweg met aan mijn kant een vrijliggend fietspad. Dat fietspad had ook voorrang, duidelijk aangegeven met haaientanden. Op dat fietspad kwam een fietser aan, dus ik minderde vaart om hem voorrang te geven en dan achter hem de weg over te steken.

Het viel me op dat die fietser nogal nadrukkelijk naar me keek. Ik dacht even: kent hij mij?

Toen minderde ook hij vaart. Dat hoefde niet en ik vond het alleen maar onhandig, want ik moest nóg langzamer rijden, ik ging ervan wiebelen. In het voorbijgaan riep die fietser me iets toe als:

Ja, nou kan dat eens niet, hè, voor me langs schieten!

Ik was verbouwereerd. Ik was helemaal niet bezig met voor hem langs schieten. Ik was hem doodgewoon voorrang aan het geven. Ik realiseerde me: het was een provocatie. Hij probeerde me (vrouw met grijs haar op stadsfietsje!) tot een machtsstrijd uit te dagen en vond het kennelijk jammer dat ik daar niet in meeging.

Het is maar een voorval natuurlijk, een incident, misschien een zot. Maar het past wel bij eerdere ervaringen van machtsstrijden op het fietspad.

Bovendien kwam het op een moment dat ik de wereld toch al niet zo prettig vond. Waar er aan het begin van de coronacrisis hoop was op bezinning en verandering, lijkt de narigheid van ervoor versterkt terug te keren. Dat zit hem voor een groot deel in dingen die buiten het thema van dit weblog vallen, zoals de politiek en de polarisatie. Wel in lijn met dit blog vind ik het auto- en scooterverkeer schokkend: het is al knetterdruk terwijl nog lang niet iedereen weer naar kantoor gaat. Ook sportgerelateerd: vorig weekend was het voetbal in de eredivisie niet te harden (door het gedrag van supporters maar ook de spelers), meerdere wielrenners nemen afscheid omdat de sport niet leuk meer is, m’n eigen triathlonsport was negatief in het nieuws.

Ik denk dan wel eens: we zijn met z’n allen door aan het draaien, lijkt het wel. Waar gaat dit heen?

In die sfeer viel vorige week zaterdag mijn oog op een commentaar in de NRC over de populariteit (niet bij mij!) van Squid Game. Daarin schrijft de hoofdredactie:

Zo heeft, alles bij elkaar, de ongekende populariteit van de Koreaanse serie alles in zich om later, met terugwerkende kracht, te worden gezien als een keerpunt. De oudere generaties zijn, als kinderen van de jaren zestig en zeventig, opgegroeid in een idealistische samenleving, waar het goede in de mens voorop staat. De jongere generaties blijken zich anno 2021 meer te herkennen in een Hobbesiaanse ‘oorlog van allen tegen allen’.

Dat moet te denken geven. Over de concurrentie die jongere generaties kennelijk voelen, de ongelijkheid en de strijd om een steeds hogere opleiding nu zelfs een master-titel geen garantie meer lijkt voor maatschappelijk succes. En over de kille samenleving waarin een deel van de jeugd meent op te groeien, en waarin een serie als Squid Game bij hen kennelijk zo’n snaar raakt.

Een keerpunt van idealisme naar oorlog, nouja, laat ik strijd zeggen. Ergens besef ik het al langer, maar ineens dacht ik: het ís gewoon zo, het heeft geen zin om te hopen dat het anders is. Zo’n provocerende kerel is daarin z’n tijd vooruit en ik heb moeite met de verandering.

Het is niet fijn, maar ergens past het wel. Ik kom net terug van twee uurtjes fietsen en als ik dan om me heen kijk met het idee van strijd, dan valt het ineens reuze mee allemaal.

Bovendien helpt het me anders te denken. Voorbeeld om dat te illustreren. Ik heb deze zomer een aantal keren gezien dat op onze Delftweg fietsers aan de linkerkant van de weg rijden. Dit is ‘m, deze foto nam ik ongeveer vanaf de plek op de eerste verdieping waar ik nu zit te schrijven:

Er is geen enkele reden om links te rijden: zoals je ziet is het een smalle weg met aan beide kanten een asfaltstrookje waar je op kunt fietsen. Als je naar links wilt afslaan, steek je hem heel makkelijk ter plekke over. Meestal is het ook niet heel druk.

Dus waarom zou je op het linkerstrookje rijden? Het is tegen de regels, je schiet er niks mee op en je hindert de rechtsrijders. Ik vind het stom.

Maar als ik uitga van strijd, snap ik het wel: waarom zou je niet? Als je iemand tegemoet komt, vecht je het wel uit: een van de twee moet uitwijken. Zo zit de wereld in elkaar nu.

Linksrijders zijn niet stom, ze zijn verder in die verandering dan ik. En ik heb die verandering te accepteren. Ik hoef hem niet fijn of goed te vinden en ik hoef er ook niet aan mee te doen, maar ik moet wel onder ogen zien dat het zo is.

Ik ben benieuwd of dat inzicht me ook anders gaat doen reageren – wordt vervolgd dus. 

 

Door |2021-10-23T17:30:00+02:0023 oktober 2021|Fiets|0 Reacties

De nameting

Op het moment dat mijn zoektocht naar snelheid richting de tijdrit van zaterdag begon, deed ik een ‘nulmeting’: een FTP-veldtest. Ik was benieuwd wat het effect van de vijf intensieve trainingen daarna en de tijdrit zou zijn op dat FTP (= vermogen bij omslagpunt, dus het maximale vermogen dat je een uur vast kunt houden, een belangrijke conditie-maat). Dat is een andere vorm van het evalueren van het experiment ‘op zoek naar snelheid’.

Vanochtend was het zo ver. Ik had een beetje aarzelingen want het vergt diepgaan en ik had matig geslapen, het regende een beetje en voor mijn hoofd was het wel heel anders dan voor de tijdrit: dit was echt een meting alleen maar voor het doel daarvan. Het fiets- en triathlonseizoen zit er nu op namelijk, fietsen gaat hierna voor de winter in de onderhoudstand. Ik had afgelopen week ook voor het eerst weer hardgelopen en gezwommen en dat was allebei toch ook wel erg leuk weer.

Toch gegaan, en ik kwam uit op een FTP van 226. Dat is 6 Watt hoger dan aan het begin van het experiment, twee weken geleden; 11 Watt (5 %) meer dan in april en mogelijk mijn hoogste FTP sinds 2011 (als de aannames die ik doe kloppen: ik ben veranderd van fiets, meetmethode en meetmomenten sinds ik zelf een vermogensmeter heb en dus deze veldtesten kan doen). 

Wat betekent dat? Dat ik inderdaad met die paar felle trainingen behoorlijk de puntjes op de i van een toch al goede basisvorm gezet heb. Dat het beeld van ‘beste vorm in jaren‘ ook op de fiets bevestigd wordt. En dat ik vorige week inderdaad naar behoren heb gepresteerd op die tijdrit.

En dat er meer in zit. Want eerst 3,5 week fietsvakantie en dan in twee weken topvorm kweken is niet de ideale trainingsopbouw natuurlijk. Met een gebalanceerder aanpak zou ik verder kunnen komen.

Aan de andere kant: ik ben wel zes weken alleen fietser geweest, in plaats van triatleet.  Ik ben soms wel benieuwd wat er nog in zou zitten als ik weer alles op het fietsen zou zetten. Maar hardlopen en zwemmen vind ik toch te leuk eigenlijk, en ik kon ook wel merken dat het beter voor mijn lichaam is om die twee sporten ook te doen.

* * *

Nu ik toch nog over de tijdrit bezig ben nog een paar dingetjes daarover.

Harry van ’t Veld maakte er prachtige foto’s bij en die kreeg ik van hem, erg leuk – het zijn de foto’s in dit bericht, met dank!

Ik begreep dat ik nog in aanmerking was gekomen voor een prijs ook, als tweede in mijn leeftijdscategorie, oeps, daar had ik geen erg in, ik zat al ergens op een zonnig terrasje.

Het is wel een week van spierpijn geworden zo. Zondag voelde ik van de tijdrit m’n hele rug en van het weer oppakken van hardlopen en zwemmen sloten onder andere m’n hamstrings, schouders en bovenarmen daar later naadloos op aan. Beetje kalm aan doen de komende tijd, want daar is dit het moment in het jaar voor. Daarna ga ik vooruit kijken naar volgend seizoen!

Door |2021-10-15T17:00:53+02:0015 oktober 2021|Fiets, Triathlon algemeen|0 Reacties

Snelheid… gevonden!

Dat kan ik wel concluderen na mijn zoektocht van de afgelopen tijd! Nouja, eerlijk gezegd viel mijn snelheid me vanochtend bij de Start2Finish-tijdrit een beetje tegen: rond de 32 gemiddeld. Maar met de ‘driehoek’ van vermogen-hartslag-gevoel was ik wel in mijn nopjes: sinds ik een vermogensmeter heb, heb ik niet zo’n hoog gemiddeld vermogen gereden in een wedstrijd: 215 Watt gemiddeld; 222 NP. Hartslag gemiddeld net onder m’n omslagpunt, en benen deden het daarbij goed. Nouja, het werd wel heel zwaar, maar dat moet om er het maximale uit te halen.

Dus: experiment geslaagd. Het wil er bij mij niet altijd op het goede moment uitkomen, maar vandaag dus wel.

Dat ik dan bij dat vermogen ‘maar’ 33,1 (volgens mijn horloge) c.q. 32,9 (op Strava) rijd, ligt aan dingen als wind (die opstak en aanwakkerde – en daarmee wel de mist verdreef en de zon zichtbaar maakte), drie keer een 180-graden-bocht en nog wat andere slecht liggende bochtjes, bonkerig asfalt en modder daarop. Het is geen snel parcours.

Ik was ongeveer 1 km/u sneller dan in april 2019, maar met een veel hoger vermogen: 13 % erbij. Gevoelsmatig klopt dat met hoe ik me nu voel in vergelijking met toen.

Ik werd 2e van 4 50+-dames (12e van 17 overall). Dat is ook beter dan de vorige keer, maar in zo’n klein veld zegt dat niet zo veel. Ik werd ook knetterhard ingehaald door andere vrouwen. Een enkele keer moet ik mezelf dan moed inpraten door me voor te houden dat de meeste van mijn leeftijdsgenotes aan de e-bike zijn.

Manlief was mee als chauffeur, verzorger, supporter en fotograaf. Hij kon om te beginnen de grijzigheid vanochtend vastleggen – we hadden onderweg in de auto na een (vroege!) start al een prachtige zonsopgang gezien, maar Almere lag achter een grijs gordijn, waar de zon maar heel geleidelijk doorheen kwam:

Infietsen was dus ook erg fris en alsof ik een grijze tunnel binnenreed. Dat deed ik nog met een trui aan, maar ik ging toch maar voor kort-kort:

Dat was een goeie keuze, ik heb het niet koud gehad, het was precies goed.

Hier is de start:

En de actiefoto’s van onderweg, voor elk rondje een:

En na de finish zag ik er zo uit, net alsof het niet leuk was, maar dat was het wel, hoor, ik was alleen diep gegaan – in de eindsprint was ik zelfs een beetje misselijk, dus dat is echt tot het gaatje:

Maar dat herstelt snel; even later kon ik alweer een beetje lachen:

Hier nog een paar sfeerfoto’s, onder andere van het veelbetekenende bordje bij het keerpunt:

Van de finishboog in de verte, voordat daar de eerste fietsers aankwamen:

En van hoe we met z’n allen bezig waren op de dijk langs het Gooimeer:

Het was leuk om te doen, het is toch erg leuk om af en toe eens lekker op de fiets te kunnen knallen zonder rekening te hoeven houden met daarna nog hardlopen!

Naderhand hebben we nog wat gedronken met Marcel, mijn Mallorca-groepsgenoot van 2019, die ik sinds de vorige editie van de tijdrit niet meer had gezien. We hadden al gauw afgesproken ‘de volgende keer’ weer een bakkie te doen, maarja, toen zat er ineens een coronacrisis tussen. Het was leuk hem weer te spreken!

 

Door |2021-10-09T19:59:41+02:009 oktober 2021|Fiets|0 Reacties

Op zoek naar snelheid

Op vakantie heb ik weliswaar veel gefietst, maar alles heel rustig: het was geen training. Vakantiefietsen is ‘ergonomisch’: zuinig omgaan met je energie. Want morgen fiets je weer. En overmorgen. En de dag daarna. Met al die kilo’s bagage.

Een enkele keer zette ik wel aan, bijvoorbeeld om over de Limburgse heuvels te komen (dat was overigens een dagje zonder bagage) of een dijk op, maar zelfs dan, zo zag ik, bleef mijn hartslag laag.

Op een gegeven moment voelde dat gezapige tempo en de lage intensiteit ook als een soort groef waar ik in gevallen was. Ik grapte al tegen manlief: ik heb nog een tijdrit op het programma staan, 42 kilometer en dan rijd ik vast óók 18 km/u gemiddeld.

Want ja, er zou nog een tijdrit aankomen. Morgen is het zo ver, dus net geen twee weken na onze thuiskomst. Daar wilde ik toch het beste van maken, en dat moest ook wel kunnen, want ik ben al een tijdje goed in vorm en ik heb door de vakantie wel een extreem brede basis van rustige duurtraining natuurlijk.

De vraag was: hoe kweek ik in dik tien dagen snelheid? Dat werd een experiment – hier het verslag. Dit is deel 1, over het trainen. Na de tijdrit volgt deel 2, en ik voorzie ook nog een deel 3 want ik wil het trainingseffect ook nog meten met een FTP-test.

Ik wist dat het antwoord op de vraag ‘hoe kweek ik snelheid’ drie elementen zou moeten bevatten:

  • Trainingen van heel hoge intensiteit. Dat is de manier om topvorm te bereiken.
  • Veel rust. Nodig om te herstellen van die hoge intensiteit en ook nog wel van de inspanningen van de weken ervoor misschien, want dat vakantiefietsen was weliswaar niet hard, het was wel heel veel omvang: meer dan 100 uur in 3,5 week tijd.
  • Alles op de triathlonfiets, om terug te wennen aan die zo heel andere houding.

Samen betekent dat dus: kort en hard trainen. Nouja, trainen… echt duurzaam trainingseffect kweek je niet in zo’n korte tijd, het gaat meer om het aanscherpen van vorm, het puntje op de i, het lichaam bereid krijgen diep te gaan.

Wat er dus niet in mocht of hoefde te zitten waren ritten met een lange duur en ook voor de andere sporten had ik even geen plek, nouja, beetje yoga hooguit, tegen de eenzijdigheid. Dat was een kwestie van belasting maar ook van tijd, want ja, werk is ook weer begonnen.

Ik dokterde een schema uit voor mezelf waarin ik toch nog iets van opbouw had: van langere intervallen naar steeds korter en intensiever. Wel allemaal bekende traininigsvormen. Alleen doe ik er normaliter eerder zes weken over om de trainingen af te werken:

  • Eerst drie dagen rust. Niet fietsen, of alleen een enkel stadsfietsritje. Wel yoga, gericht op herstel en de ondersteunende spieren – die had ik een paar weken verwaarloosd immers. Ik had eigenlijk verwacht dat twee dagen genoeg was, maar op de 3e dag had ik nog geen zin om te gaan fietsen en dat is een veeg teken. Ik was die ochtend naar de sauna geweest en stond daardoor nog in de relax-modus, denk ik, maar dat was dan dus ook gewoon nog nodig.
  • Training 1: FTP-test, die ik doe als veldtest in verkorte vorm: na een stevige warming-up 2X8′ zo hard mogelijk. Totale trainingsduur: 1 uur. Zo’n test was nodig om te bepalen op welk vermogen ik kon trainen en als nulmeting voor het experiment. Ik had geen idee van mijn FTP: het kon lager liggen dan bij mijn vorige test (april) door vermoeidheid en/of recent gebrek aan intensieve training, het kon hoger liggen door die enorm brede basis, en dat kon elkaar ook opheffen, leek me. Ik kwam uit op 5 Watt meer dan in april, 220 Watt, bij een iets lichter gewicht, dus zeker progressie maar voor mijn gevoel zat er meer in. Ik was in elk geval tevreden te kunnen vaststellen dat vermoeidheid geen grote rol speelde, onder andere door het makkelijk hoog oplopen van mijn hartslag – hoger dan in april, een goed teken.
  • Training 2 en 3 (met een rustdag ertussenin): 4X8′ op dat nieuwe FTP, wat intensief is maar wel aeroob blijft (niet ‘in het rood’) en de intensiteit waarop ik ongeveer zo’n tijdrit rijd. Het woei allebei de keren hard, en vooral de eerste keer was het op het randje van wat ik nog durf op de triathlonfiets. Bovendien had ik iets last van m’n linkerheup en -lies door die zo heel andere houding. Verder reed ik superlekker. Voor mijn gevoel had ik inderdaad meteen al progressie, zo makkelijk reed ik op FTP. Meestal vind ik interval 3 en 4 best zwaar, maar nu bleef het makkelijk om op vermogen te blijven. Totale trainingsduur: 1 uur per keer. 
  • Training 4: tunnelrepeats ‘8 keer achter elkaar’ (knipoog), dat is 8 keer maximaal de Beneluxtunnel uit. Die heeft een dusdanige lengte en stijgingspercentage dat ik als ik goed gas geef boven precies sterretjes zie. De ene kant op is dat in ongeveer 2′, de andere kant op 1’20. Zulke korte intervallen moeten royaal boven FTP en dat lukte ook weer erg goed, sterker nog: ik reed op de kortere kant voor het eerst ruim boven de 300 Watt . Het viel me ook op dat de herhalingen goed bleven gaan – ook de 8e nog, dus, terwijl ik dan al 7 keer mijn benen aardig had gevoeld! Totale trainingsduur: 75 minuten. 
  • Na weer een rustdag begon het laatste ‘blokje’ van twee trainingsdagen:
    • Training 5: ‘powerintervallen’, korte, hoog-intensieve intervallen, als ‘fartlek’ met het parcours, dat ook weer de Beneluxtunnel omvat en nog een paar andere viaductjes, maar ook gewoon platte stukken waarop ik even maximaal kan knallen. Dit werd een beetje rommelige training door regen, wind (alweer) druk verkeer (oef!) en wat werkstress in mijn hoofd, maar de intervallen gingen goed. Trainingsduur: dik 1 uur.
    • Training 6: 2X Tabata (8X20″maximaal, 10″ rust). Verder losfietsen, in 40′ klaar, en ook al was dat twee keer bijna sterven, toch kam ik thuis met het gevoel bijna niks gedaan te hebben, zo kort was het, en zo snel herstelde ik al. Dat is precies de bedoeling van zo’n laatste training.

Vandaag is weer een rustdag met weer wat yoga en massage. Het was best wel heftig, zes keer intensief trainen in acht dagen! Maar het was leuk en het ging goed. Ik voel me goed voorbereid en zeker in vorm komen, maar dat goede gevoel wordt wel iets gedempt doordat lichaam en geest nogal moesten omschakelen van ‘zomer+vakantie’ hiervoor naar ‘herfst+werk’ nu. Wind, regen, donker, druk – alleen al dat de wekker gaat terwijl het nog donker is… even wennen! Gelukkig is het nu zonnig. Ik heb wel ook nog wat last van die linkerheup/-lies.

Ik ben benieuwd hoe het morgen gaat. In april 2019 – de vorige editie –  reed ik op diezelfde tijdrit 31,9 gemiddeld – de foto hieronder is van toen. Ik denk dat ik nu boven de 33 uit kan komen, want ik ben veel beter in vorm. Jullie gaan het horen!

Strakke horizon, gele bloemen, roze shirt

Door |2021-10-08T13:12:58+02:008 oktober 2021|Fiets|0 Reacties
Ga naar de bovenkant