Waarom

Alcohol: ongezonde, lekkere zelfmedicatie

Onlangs adviseerde de Gezondheidsraad om alcholgebruik te ontmoedigen en te ‘denormaliseren’. Ik voelde me aangesproken, want ik had net hier een enthousiast verslag geschreven over een fietsreis waarin bier het doel was. Ik had de blogpost nog tam gehouden op dat punt: in onze dagelijkse Polarsteps-verslagen ging het regelmatig over de streekbieren die we proefden en mijn zoektocht naar kleine flesjes wijn uit de gebieden waar we doorheen fietsten. Dat is ook normaliseren, en ja, ik drink alcohol. Op vakantie dagelijks. Terwijl mijn gezondheid mij lief is. Hoe zit dat?

Het lekkerste Franse streekbiertje, op de laatste avond in dat land

Ik weet dat elk glas alcohol gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Alcohol is een drug, behoorlijk verslavend, en met een boel negatieve gevolgen. Ik kan me ook verbazen over hoe gewoon het is. Bijvoorbeeld om met een glaasje op in de auto te stappen (ik hanteer zelf die 0,0 die de Gezondheidsraad in het verkeer bepleit) of om veel te drinken op bedrijfsborrels en aanverwanten. Of over hoe gauw je voor ‘ongezellig’ wordt uitgemaakt als je niet drinkt. Over hoe zeer sommige evenementen een aanleiding zijn voor ongelofelijke zuippartijen. Enzovoort. In dat opzicht ga ik mee met de Gezondheidsraad: daar mag wel wat aan gebeuren.

Me klem zuipen doe ik niet, maar ik merk de verslavendheid wel. Na thuiskomst had ik even moeite om uit de gewoonte van elke dag drinken te komen. Ik begrens mezelf onder andere door elk jaar een ‘maand droog’ te houden. Ik ben overigens ook bepaald niet de enige drinkende sporter: sporters drinken gemiddeld meer dan niet-sporters.

Dus ja, oppassen met die alcohol. Ik zou ook niemand aanmoedigen om te gaan drinken. Dat is ook niet de strekking van deze blogpost. Maar ik mis iets in de anti-alcoholverhalen: het simpele gegeven dat drank lekker is. Een koud biertje op een warme dag, een Westmalle Tripel, een glaasje wijn bij de pasta… Het verkennen van de smaken van streekbieren is voor ons een genoeglijk onderdeel van elke vakantie, net zoals we graag lokale lekkernijen proeven. Alcoholvrije bieren worden beter, maar halen het toch niet bij het echte werk, om over alcoholvrije wijn maar te zwijgen.

Voor mij is het helder: als ik wijn en bier niet lekker zou vinden, zou ik nauwelijks drinken. In de tijd dat ik slecht rook, dronk ik veel minder, want ik proefde het toch niet. Doe dan maar spa rood. Een paar jaar geleden ontdekten we Gimber voor in dat bubbeltjeswater, en dat vinden we bij het eten heel lekker. Sindsdien drinken we minder.

Halflege fles Gimber op tafel buiten

De Gimber staat al klaar voor het avondeten zometeen

Maar dat is niet het hele verhaal. In een artikel in de NRC over het advies van de Gezondheidsraad zegt oud-verslaafde en nu ervaringsdeskundige Roxane Catz:

Het probleem is dat alcohol vaak óók iets lijkt op te lossen: stress, eenzaamheid, spanning, onzekerheid, verveling.

Dat lijkt me een essentieel punt, dat ik zelf wel eens heb geformuleerd als: zie maar eens dit leven te leven in deze wereld, helemaal zonder genotsmiddelen, zonder af en toe wat verzachting en ontsnapping. Het is moeilijk om het leven onverdund tot je te nemen, zal ik maar zeggen. Zeker nu, ben ik geneigd te zeggen, maar genotsmiddelen zijn van alle tijden en culturen.

Te veel verzachting en ontsnapping is niet goed, maar een beetje mag wel. Anders ben je namelijk hardvochtig streng tegen jezelf. Of laat ik het bij mezelf houden: als ik van mezelf niet zou mogen drinken, ben ik wel heel streng voor mezelf. Af en toe de teugels laten vieren is goed. Heel goed zelfs, in een maatschappij die sterk disciplineert. Dat stoort me ook aan het advies van de Gezondheidsraad: we moeten brave burgers zijn.

Ikzelf gebruik alcohol ook wel eens om iets op te lossen, vooral slecht slapen. Een borrel bijvoorbeeld om na een late vergadering mijn drukke hoofd tot bedaren te brengen of in slaap te vallen bij lichamelijk ongemak. Ik weet dat alcohol de kwaliteit van mijn slaap negatief beïnvloedt, maar het kan me helpen inlapen en als ik niet inslaap, is er niet eens slaap waar de kwaliteit van beïnvloed kan worden.

Als ik op zulke slechte momenten niet zou mogen drinken, had ik misschien eerder behoefte aan medicijnen, en of dat nou de oplossing is… Bijwerkingen, verslaving, en het moet nog via de dokter ook, terwijl ik het nu in eigen hand heb. Een paar jaar geleden had ik een discussie met iemand die fel tegen alcohol was. In het gesprek vertelde zij dat zij ritalin, pijnstillers en slaapmiddelen gebruikte. Ik flapte eruit: ‘ja, zo kan ik het ook, afgeven op alcohol’. We praatten door en toen noemde zij mijn borrels ‘zelfmedicatie’ en daar zit wel wat in.

Ik (met dichte ogen, rommelig haar en warme kleren) drink uit een glas rode wijn

In de Rioja aan de Rioja

De meeste mensen die ik ken die niet drinken en ook geen andere genotsmiddelen gebruiken, daar zou ik niet mee willen ruilen. Omdat voor hen individueel geldt wat een ingezonden-brieven-schrijver (Ruud Gubbels) naar NRC schreef over landen, naar aanleiding van het artikel waar ik net uit citeerde: ze zijn niet gelukkig:

Waar de Gezondheidsraad aan voorbij gaat is het positieve van (een beetje) alcohol. De lijst van meest gelukkige landen ter wereld wordt aangevoerd door landen waar stevig wordt ingenomen. Die leven ondanks de alcohol ook nog eens het langste. Zet daartegenover de landen die alcohol absoluut verbieden: die staan ongeveer onderaan de lijst van geluk, leven aanzienlijk korter en hebben altijd oorlog en conflicten. Proost!

 

Door |2026-07-11T18:47:50+02:0011 juli 2026|Fiets, Triathlon algemeen, Waarom|0 Reacties

Beetje reflectie

Vorige week dacht ik: ik ga voor dit blog eens een stevige reflectie schrijven over wat het voor me betekent om mijn seizoensdoel (weer) niet behaald te hebben, over omgaan met pech en over wat ik daar dan toch van geleerd heb. Ik had zelfs al wat aantekeningen gemaakt. Een week later denk ik: waarom zou ik? Ik heb lol gehad, ik heb goed getraind, wat zou ik me dan druk maken om die 13 of meer seconden? Bevestiging is lekker, maar een week later dus al niet meer zo belangrijk.

En zo is het. Nouja, wat ik wel meeneem, een rijke oogst toch wel weer:

  • Ik heb mijn trainingsaanpak niet kunnen evalueren, en dat is jammer. Dat is waar evenementen ook voor dienen immers: als je toewerkt naar een doel en je haalt dat, heb je het goed gedaan. Maar als je het niet haalt, kunnen er allerlei andere dingen een rol spelen, zoals die ‘omstandigheden’ (slecht weer, harde wind, verkoudheid). Ik weet daarom nu niet of ik bij de loopjes echt alleen maar door die omstandigheden heb ondergepresteerd of dat er ook iets anders meespeelde. Naast die trainingsaanpak misschien iets mentaals?
  • Een training ’telt’ voor mijn gevoel niet als bevestiging, of in elk geval minder dan een loopje. Ik weet niet precies waar dat ‘min zit, misschien heeft het iets te maken met het zichtbaarder zijn van m’n prestatie dan? Overigens is precies dit in een week tijd dus veranderd. Ik kijk op dit moment met meer plezier en tevredenheid terug op m’n intervallen.
  • Enig zelfonderzoek liet vorige week zien: ik wil graag bevestiging dat ik inderdaad nog steeds snelheid in mijn benen heb omdat dat ‘bewijst’ dat het nog wel wel meevalt met m’n veroudering. Dat past in mijn straatje natuurlijk en ook ik graag bevestigd wil zien dat ik nog niet aan het aftakelen ben (niets menselijks is me vreemd). Terwijl ik ergens ook wel weet dat de veroudering daadwerkelijk gaande is: ik heb deze winter veel moeten doen om terug te komen op m’n oude tempo, althans, in intervaltrainingen. Dat is wat ik sowieso signaleer: ik haal nog steeds oude waardes (fietsvermogen, looptempo) maar ik moet daar gerichter mee bezig zijn en het is dus ook moeilijker te combineren (duur én snelheid, fietsen én lopen).
  • Externe ‘omstandigheden’ (vooral: het weer) frustreren me meer dan interne (verkouden). Na die verregende en verwaaide testloop was ik té gefrustreerd, denk ik achteraf. Ik schreef het al eerder: ik moet nog werken aan het accepteren van tegenvallend weer. Die neem ik zeker mee!

 

Door |2026-04-11T21:39:49+02:0011 april 2026|Loop, Waarom|0 Reacties

Nagekomen luistertip over fietsen en geest

Ik luisterde gister naar een geweldige podcast van CycloWorld over de mentale kant van fietsen, met psycholoog, schrijver en fietser Martijn Veldkamp. Geen idee meer hoe ik daar zelf op kwam, ik ben geen vaste luisteraar van die podcast. Liever gezegd: ik ben vaste luisteraar van geen enkele podcast, het is niet helemaal mijn medium, ik lees liever, en als ik er eens een tegenkom waarvan ik denk: die moet ik wél beluisteren, dan sla ik de link op en luister op een moment dat uitkomt: in de auto of bij het huishouden. Dat duurt wel eens even en dus loop ik er soms behoorlijk achteraan, zoals in dit geval: het is een podcast uit oktober.

Dus, ik ben er niet snel mee, maar ik vind het wel een dikke tip. Ik vond het enerzijds een feest van herkenning, verrassend sterk zelfs, zo van: ‘wauw, dat zijn bijna mijn woorden’. Hier en daar dacht ik: hmm, dat zie of ervaar ik net anders, en had ik dus graag in discussie getreden. Bijvoorbeeld over dat het voor het positieve effect op je geest niet uitmaakt of je alleen of in een groep fietst. Alleen kom je pas echt aan jezelf toe, volgens mij. En ik leerde ook nog wat nieuws, onder andere:

  • Duursport doet iets unieks doet met je mentale gezondheid, ten opzichte van andere sporten. Voor je geestelijk welbevinden zou je dus echt een duursport moeten beoefenen. Maar wel alleen als je er lol in hebt.
  • Ondanks de beroemde ‘runners high’ is fietsen eigenlijk beter voor de mentale gezondheid dan hardlopen. De cadans ervan is meditatiever, je kunt het langer achter elkaar doen, en hardlopen wordt al gauw te intensief. Maar dan geldt ook dat plezier op 1 staat: als je meer lol haalt uit hardlopen dan uit fietsen, dan is hardlopen beter.
  • Het verschijnsel dat na ongeveer een uur fietsen je zorgen vrij plotseling verdwijnen, ligt eraan dat je hoofd dan geen ruimte meer daarvoor heeft en zich wel meer moet gaat richten op het bewegen als zodanig. Ik heb dat altijd ‘uit mijn hoofd komen en in mijn lichaam zakken’ en dat is het ook, maar dit verklaart het nog nader. Ik wist eigenlijk niet eens dat iedereen dit heeft, of nouja, dat dit een gebruikelijk effect is. Bij mij werkt het zeer zeker zo!

Kortom: ik vond het een geweldige podcast!

 

Door |2026-03-23T14:27:21+01:0023 maart 2026|Fiets, Waarom|1 Reactie

Bram Bakker in Kapelle

Afgelopen vrijdag was ik bij een kleine maar zeer fijne lezing: in Lectori, de boekhandel in ons dorp (ja, Kapelle heeft een boekwinkel 😀) sprak Bram Bakker, voormalig psychiater en hardloper. Aanleiding was enerzijds zijn nieuwe boek Hardlopen als lichaamswerk en anderzijds zijn deelname aan de Kustmarathon gister. Ik bedoel: hij moest toch in Zeeland zijn – is dat overigens wel vaker, zo begreep ik. We waren met een stuk over tien geïnteresseerden, in een sfeervolle setting in een hoekje van de winkel, erg knus.

Ik hoor en lees Bram Bakker graag. Ik had hem één keer eerder in het echt gezien: bij mijn opleiding runningtherapie. Mijn indruk vrijdag was dat hij nog radicaler is geworden in zijn kritiek op de reguliere geestelijke gezondheidszorg, en eigenlijk ook wel op de maatschappij als geheel. Hij leek me stelliger over de mate waarin we door opvoeding en maatschappij in ons hoofd gejaagd worden en verslaafd gemaakt aan allerlei manieren om maar niet te hoeven voelen. Ik herkende veel van wat hij zei, van mezelf (ik heb zelf in de tijd van mijn burnout iets ontdekt wat ik zo ‘fietsen als lichaamswerk’ zou kunnen noemen) of van anderen, en hij voegde daar dingen aan toe die ik nog niet wist of waar ik van opkeek. Dat is eigenlijk precies goed, als lezing: een heleboel haakjes om de nieuwe dingen aan te hangen.

Eigenlijk ging het helemaal niet veel over hardlopen, meer over dat niet-voelen van allerlei oude pijn, verdriet en angst. Daarbij zit ook intergenerationele pijn, dus ellende die je erft van je voorouders. Dat wist ik – ik weet van mezelf dat ik kenmerken vertoon die typisch zijn voor tweede-generatie-oorlogsslachtoffers – in mij zitten restanten van mijn (oude) vaders oorlogstrauma. Oorlog is iets wat tot erfelijke psychische last leidt, seksueel misbruik noemde Bakker ook, maar wat ik nog nooit eerder had gehoord: overleden kinderen. In al onze voorgeschiedenissen zit verdriet om miskramen en doodgeboren en jong gestorven kinderen. Mijn moeder had bijvoorbeeld eigenlijk een oudere broer moeten hebben, maar die heeft maar heel kort geleefd. Wat dat voor mijn opa en oma én voor haar, als volgende kind, betekend heeft, daarover ging het vroeger net zo min als over wat mijn vader in de oorlog had meegemaakt. Dat heb ik me nooit eerder gerealiseerd.

Dit was maar één voorbeeld – het was een rijke lezing, of eigenlijk: gesprek. Bram Bakker is een boeiende spreker, heel persoonlijk ook, en het was interactief. Ik heb nog wat gevraagd over een thema dat mij nogal bezighoudt: hoe kun je mensen op het spoor zetten van ‘sporten als lichaamswerk’ en voelen in een tijd waarin het sporthorloge met z’n apps regeert? Daar kreeg ik geen kant-en-klaar antwoord op, wel bevestiging van mijn beeld dat je laten bepalen door de data en de algoritmes het risico op burnout en aanverwanten vergroot. Bakker zegt op gevoel te lopen en daardoor zelfs sneller te zijn dan wanneer hij naar zijn tijden kijkt, maar hij draagt wel een Oura-ring. Dat snap ik dan niet helemaal – het is misschien niet strijdig, maar toch op z’n minst onnodig.

Ik heb Hardlopen als lichaamswerk gekocht, ik zal er hier over schrijven als ik het uit heb.

 

Door |2025-10-05T14:51:50+02:005 oktober 2025|Loop, Trainer, Waarom|2 Reacties

Rondje Ierland gefietst

De posts sinds eind juli verschenen ‘achter mijn rug’: ik had ze vooruit geplaatst, was er zelf niet, want ik was fietsen! Manlief en ik hebben een rondje Ierland gefietst: heen via Europoort-Hull en Liverpool-Belfast, terug via Rosslare-Duinkerke. We hebben 1782 kilometer gefietst, in 33 dagen. Dat was minder fietsen en korter weg dan gepland, want we hebben nogal wat aanpassingen moeten maken: eerst door slecht weer, daarna door de drukte in het zuidwesten in het hoogseizoen (geen accommodatie, erg druk met auto’s), en in het algemeen ook wel door te weinig campings. Een paar keer wisten we niet waar we ’s avonds zouden slapen. En toen moesten we plan B, terugvaren naar Cherbourg in Normandië en vanaf daar naar huis fietsen, ook nog aanpassen omdat die boot geannuleerd werd. Met andere woorden: het was een van onze avontuurlijkste fietsvakanties ooit.

Desalniettemin: alles is steeds goedgekomen en we hebben een mooie tijd gehad. Fietsen in Ierland is prachtig, het landschap bleef maar mooi, het was zeker uitdagend met de vele hoogtemeters, maar niet te zwaar, we hebben het fysiek goed doorstaan en een boel erg aardige mensen ontmoet.

Het deed me goed om te merken dat ik ook op mijn 59e en  manlief op zijn 68e nog steeds graag zwerf, fiets en kampeer – dat we daar nog steeds fit en flexibel genoeg voor zijn. Met de aanpassingen heb ik wel geworsteld (ik voer altijd graag mijn plannetjes uit), en toen het aan het begin zwaar was door navigatieproblemen en eindeloze koude tegenwind heb ik wel gedacht dat mijn bereidheid tot dat type afzien kleiner aan het worden is. Zo van: waarom doe ik mezelf dit aan? Er was één dag waarop een te lange fietsdag in de tegenwind eindigde op een slechte camping zonder beschutting – toen wilde ik ontzettend graag naar huis, meer dan ooit eerder tijdens een vakantie. Maar we hebben doorgezet, en daarna is het verbeterd en goedgekomen.

Ik heb er weer een boel van geleerd over mezelf. Maar ik heb vooral ook enorm genoten! Bovendien is me vooral bezighouden met ‘is het hier links of rechts en waar slapen we vanavond?’ erg ontspannend ten opzichte van de beslommeringen van alledag. Ik voel me nu ontspannen en fit. Het is bovendien even lekker rustig thuis door de vroege terugkeer, met een nog lege agenda. Daarna staan er onder andere een paar workshops voor lopers en trainers op het programma. Ik bezin me nog op nieuwe sportieve plannen. De komende dagen wat andere dingen oppikken dan fietsen: yoga, zwemmen, hardlopen. Misschien is er nog wat leuks te doen ergens, zo in het naseizoen?

Ons hele reisverslag is terug te lezen op Polarsteps, met foto’s en routekaart 

Door |2025-09-02T10:13:37+02:001 september 2025|Fiets, Waarom|1 Reactie

Morgen mag ik los

Ik doe gewoonlijk net voor de ‘grote’ wedstrijd een procesevaluatie. Ik heb daar de laatste tijd wat over lopen mijmeren en krijg er niet echt een rode draad in. Of liever gezegd: één rode draad is helder: ik heb hartstikke goed kunnen trainen; mijn schema is goed uitgepakt. Daar schreef ik al eerder over: op de helft van het trainingsschema, op driekwart en aan het eind. De aanloop was al in oktober begonnen, en ik schreef ook al eerder over de zeldzaam goede wintertijd. Ik ben uitgerust, praktisch voorbereid, en ik heb deze week nog wat lekkere dingen kunnen doen zoals massage en sauna. Ik ben er klaar voor. Mijn tas is zelfs al gepakt!

Dat mijmeren was over van die vragen als:

  • Hoe sta ik ervoor in vergelijking met 2019 (mijn vorige halve triathlon) en 2015 (mijn eerste halve) en in hoeverre merk ik dat ik ouder word? Er is maar één ding achteruit gegaan ten opzichte van 2015, en dat is mijn looptempo op zo’n lange afstand. M’n theoretische looptempo, want waar ik die beide keren dacht 6’/km te kunnen lopen, maakte ik dat niet waar. Mijn verwachtingen zijn nu wat realistischer, hoop ik: 6’30/km. Maar aan mijn loopsnelheid merk ik in het algemeen wel dat ik een dagje ouder word: een losse halve marathon onder de 2 uur zit er niet meer in. Aan de andere kant zijn er dingen vooruit gegaan: de overgang zit erop waardoor ik stabieler en fitter ben, en ik ben nog een betere zwemmer en fietser geworden, deels ook door de toenemende wijsheid – ik weet steeds beter hoe ik moet trainen. Dat heb ik bovendien dus goed kunnen doen, waardoor ik beter voorbereid ben dan bij die eerdere twee. Eén ding is hetzelfde gebleven als in 2015, of nouja, soortgelijk: twijfels over bekken/heup als zwakke plek. Het heeft het trainen niet veel gehinderd en het gaat net de laatste paar dagen goed gelukkig, maar het voelt onzeker: ik moet nou nog 24 uur níet mijn heup verzwikken, please!
  • Heel praktisch: wat trek ik aan op de fiets? Ik had dat allemaal op een rijtje, maar nou wordt het best wel fris. Ik neem verschillende opties mee, morgen maar eens voelen hoe het is. (Aan het getwijfel daarover en het dwangmatige weerbericht-checken merk ik mijn wedstrijdspanning. Want die heb ik ook nog altijd, hoor! Ik heb er wel beter mee leren omgaan.
  • Waarom zoek ik toch altijd zo m’n grenzen op? Ik heb daar niet echt een antwoord op, behalve dan dat het bij mij hoort om de lat hoog te leggen. In een oude blogpost van me lees ik het citaat ‘if it doesn’t challenge you, it does not change you’ – ja, dat dus. Maar het maakt het ook spannend. De triathlon van morgen heeft tijdslimieten, waarbij door mijn matige lopen de totaaltijd van 6u15 de bottleneck is. Het is geen wereldramp als ik niet finish, maar mijn doel is het wel voor morgen: de limiet halen. Om mezelf meer looptijd te geven, moet ik daarvoor de eerste twee onderdelen goed doorkomen. Toen de weersverwachting veel wind en regen voorspelde, dacht ik wel: ‘nou, dat gaat ‘m niet worden’. Inmiddels ziet het iets beter uit, maar nog steeds kan het zijn dat ik buiten tijd ga finishen. Het kan zelfs ook nog zo zijn dat ik niet eens mag gaan lopen, want als de eerste finisher eraan komt, stopt de wedstrijd voor degenen die dan nog aan het fietsen zijn. Manlief en ik hebben daarvoor een plan-B in gedachten: dat we dan samen buiten mededinging 21 kilometer gaan lopen, over het fietsparcours bijvoorbeeld, hij als ‘soigneur’ voor mij, dus met water.
  • Heb ik wel genoeg genoten? Over de hele linie: ja. Ik had veel lol in het doelgerichte trainen en ik geniet nog steeds met volle teugen van het fietsen en lopen in Zeeland. De laatste weken, met de harde wind, de zere heup, zware trainingen, de teleurstelling over het parcours in Stein, de kapotte rem (die is weer gerepareerd, met veel dank aan manlief in samenwerking met De Kromme Spaak – heerlijk toch om daar schuin tegenover te wonen!), de wedstrijdspanning en een boel praktisch geneuzel was de lol echter af en toe een beetje weg. Af en toevorige week in de Dordtse Biesbosch was het er meteen weer helemaal. Dus daar ga ik voor: morgen vanaf 9:35 mag ik ‘los’, dan zijn alle voorbereidingen voorbij, en dan ben ik van plan gewoon weer te gaan genieten. Lekker zwemmen-fietsen-lopen op een prachtige plek!

 

Door |2025-06-06T17:20:07+02:006 juni 2025|Triathlon algemeen, Waarom|0 Reacties

De overeenkomst tussen lezen en sporten

In mijn online vaktijdschrift las ik vanochtend een stukje over lezen, iets wat ik ook onnoemelijk graag doe, met een onverwachte relatie met het thema van dit weblog. Het gaat om de laatste zin:

Trouwens, weet je dat je ook kunt sporten als je níet wilt afvallen?

Ik had me dat nog niet eerder gerealiseerd, maar voor lezen geldt hetzelfde als voor sporten: je kunt het platslaan tot iets instrumenteels (sporten om af te vallen, lezen om je woordenschat uit te breiden), maar dan mis je de essentie ervan. De oproep om iedereen in een stressvol beroep een leesclub, schaakclub en sportclub te gunnen onderschrijf ik van harte.

 

Door |2025-03-24T12:09:20+01:0024 maart 2025|Waarom|0 Reacties

Bekenden in het nieuws

Deze week zag ik in twee nieuwsbrieven die ik ontvang bekende oudere sporters. Nouja, nogal verschillend bekend: de een sprak ik slechts twee keer, namelijk om haar te interviewen voor de Vrouwentriathlon, en later nog eens als mede-deelneemster in het parc fermé van TriRotterdam; met de ander fietste ik in 2008 vier maanden lang dwars door Afrika en daarna zagen we elkaar ook nog een aantal keren, aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, tot een paar jaar terug (jammer dat Canada zo ver weg is). Het zijn allebei inspirerende verhalen:

 

Door |2024-12-13T10:15:16+01:0013 december 2024|Extra, Fiets, Triathlon algemeen, Vrouwensport, Waarom|0 Reacties

Verschenen: Tot je 90ste op het podium

Het nummer was al even uit, maar mijn exemplaar was kwijtgeraakt in de post. Ik had de drukproef gezien en wist dus hoe mooi het zou worden, maar ik kreeg het net pas echt onder ogen: mijn artikel ‘Tot je 90ste op het podium’ in Fiets Magazine nr. 11 (november, p. 94-97). Ik schrijf mijn, maar ik moet eigenlijk zeggen ons, want mijn man maakte de foto’s.

Het artikel is een verslag van de Radweltpokal, het fietsfestival voor masters in Oostenrijk waar ik nu twee keer ben geweest. Op het maken ervan kijk ik met veel plezier terug. In het artikel komt een aantal draden samen die belangrijk voor mij zijn: sporten met plezier en prestaties als je ouder wordt, sport en zingeving, de strijd tegen de dominantie van de auto, het principe van ‘winner takes all’ in de huidige economie… en schrijven. Het was leuk om met een journalistiek doel bezig te zijn en zo met een boel mensen in gesprek te komen. De samenwerking met Fiets was ook prettig. Voor herhaling vatbaar dus!

(dit is een dubbelpost met lhcornelis.nl)

Door |2024-11-15T13:30:31+01:0015 november 2024|Fiets, Vrouwensport, Waarom|1 Reactie
Ga naar de bovenkant