Waarom

Bram Bakker in Kapelle

Afgelopen vrijdag was ik bij een kleine maar zeer fijne lezing: in Lectori, de boekhandel in ons dorp (ja, Kapelle heeft een boekwinkel 😀) sprak Bram Bakker, voormalig psychiater en hardloper. Aanleiding was enerzijds zijn nieuwe boek Hardlopen als lichaamswerk en anderzijds zijn deelname aan de Kustmarathon gister. Ik bedoel: hij moest toch in Zeeland zijn – is dat overigens wel vaker, zo begreep ik. We waren met een stuk over tien geïnteresseerden, in een sfeervolle setting in een hoekje van de winkel, erg knus.

Ik hoor en lees Bram Bakker graag. Ik had hem één keer eerder in het echt gezien: bij mijn opleiding runningtherapie. Mijn indruk vrijdag was dat hij nog radicaler is geworden in zijn kritiek op de reguliere geestelijke gezondheidszorg, en eigenlijk ook wel op de maatschappij als geheel. Hij leek me stelliger over de mate waarin we door opvoeding en maatschappij in ons hoofd gejaagd worden en verslaafd gemaakt aan allerlei manieren om maar niet te hoeven voelen. Ik herkende veel van wat hij zei, van mezelf (ik heb zelf in de tijd van mijn burnout iets ontdekt wat ik zo ‘fietsen als lichaamswerk’ zou kunnen noemen) of van anderen, en hij voegde daar dingen aan toe die ik nog niet wist of waar ik van opkeek. Dat is eigenlijk precies goed, als lezing: een heleboel haakjes om de nieuwe dingen aan te hangen.

Eigenlijk ging het helemaal niet veel over hardlopen, meer over dat niet-voelen van allerlei oude pijn, verdriet en angst. Daarbij zit ook intergenerationele pijn, dus ellende die je erft van je voorouders. Dat wist ik – ik weet van mezelf dat ik kenmerken vertoon die typisch zijn voor tweede-generatie-oorlogsslachtoffers – in mij zitten restanten van mijn (oude) vaders oorlogstrauma. Oorlog is iets wat tot erfelijke psychische last leidt, seksueel misbruik noemde Bakker ook, maar wat ik nog nooit eerder had gehoord: overleden kinderen. In al onze voorgeschiedenissen zit verdriet om miskramen en doodgeboren en jong gestorven kinderen. Mijn moeder had bijvoorbeeld eigenlijk een oudere broer moeten hebben, maar die heeft maar heel kort geleefd. Wat dat voor mijn opa en oma én voor haar, als volgende kind, betekend heeft, daarover ging het vroeger net zo min als over wat mijn vader in de oorlog had meegemaakt. Dat heb ik me nooit eerder gerealiseerd.

Dit was maar één voorbeeld – het was een rijke lezing, of eigenlijk: gesprek. Bram Bakker is een boeiende spreker, heel persoonlijk ook, en het was interactief. Ik heb nog wat gevraagd over een thema dat mij nogal bezighoudt: hoe kun je mensen op het spoor zetten van ‘sporten als lichaamswerk’ en voelen in een tijd waarin het sporthorloge met z’n apps regeert? Daar kreeg ik geen kant-en-klaar antwoord op, wel bevestiging van mijn beeld dat je laten bepalen door de data en de algoritmes het risico op burnout en aanverwanten vergroot. Bakker zegt op gevoel te lopen en daardoor zelfs sneller te zijn dan wanneer hij naar zijn tijden kijkt, maar hij draagt wel een Oura-ring. Dat snap ik dan niet helemaal – het is misschien niet strijdig, maar toch op z’n minst onnodig.

Ik heb Hardlopen als lichaamswerk gekocht, ik zal er hier over schrijven als ik het uit heb.

 

Door |2025-10-05T14:51:50+02:005 oktober 2025|Loop, Trainer, Waarom|2 Reacties

Rondje Ierland gefietst

De posts sinds eind juli verschenen ‘achter mijn rug’: ik had ze vooruit geplaatst, was er zelf niet, want ik was fietsen! Manlief en ik hebben een rondje Ierland gefietst: heen via Europoort-Hull en Liverpool-Belfast, terug via Rosslare-Duinkerke. We hebben 1782 kilometer gefietst, in 33 dagen. Dat was minder fietsen en korter weg dan gepland, want we hebben nogal wat aanpassingen moeten maken: eerst door slecht weer, daarna door de drukte in het zuidwesten in het hoogseizoen (geen accommodatie, erg druk met auto’s), en in het algemeen ook wel door te weinig campings. Een paar keer wisten we niet waar we ’s avonds zouden slapen. En toen moesten we plan B, terugvaren naar Cherbourg in Normandië en vanaf daar naar huis fietsen, ook nog aanpassen omdat die boot geannuleerd werd. Met andere woorden: het was een van onze avontuurlijkste fietsvakanties ooit.

Desalniettemin: alles is steeds goedgekomen en we hebben een mooie tijd gehad. Fietsen in Ierland is prachtig, het landschap bleef maar mooi, het was zeker uitdagend met de vele hoogtemeters, maar niet te zwaar, we hebben het fysiek goed doorstaan en een boel erg aardige mensen ontmoet.

Het deed me goed om te merken dat ik ook op mijn 59e en  manlief op zijn 68e nog steeds graag zwerf, fiets en kampeer – dat we daar nog steeds fit en flexibel genoeg voor zijn. Met de aanpassingen heb ik wel geworsteld (ik voer altijd graag mijn plannetjes uit), en toen het aan het begin zwaar was door navigatieproblemen en eindeloze koude tegenwind heb ik wel gedacht dat mijn bereidheid tot dat type afzien kleiner aan het worden is. Zo van: waarom doe ik mezelf dit aan? Er was één dag waarop een te lange fietsdag in de tegenwind eindigde op een slechte camping zonder beschutting – toen wilde ik ontzettend graag naar huis, meer dan ooit eerder tijdens een vakantie. Maar we hebben doorgezet, en daarna is het verbeterd en goedgekomen.

Ik heb er weer een boel van geleerd over mezelf. Maar ik heb vooral ook enorm genoten! Bovendien is me vooral bezighouden met ‘is het hier links of rechts en waar slapen we vanavond?’ erg ontspannend ten opzichte van de beslommeringen van alledag. Ik voel me nu ontspannen en fit. Het is bovendien even lekker rustig thuis door de vroege terugkeer, met een nog lege agenda. Daarna staan er onder andere een paar workshops voor lopers en trainers op het programma. Ik bezin me nog op nieuwe sportieve plannen. De komende dagen wat andere dingen oppikken dan fietsen: yoga, zwemmen, hardlopen. Misschien is er nog wat leuks te doen ergens, zo in het naseizoen?

Ons hele reisverslag is terug te lezen op Polarsteps, met foto’s en routekaart 

Door |2025-09-02T10:13:37+02:001 september 2025|Fiets, Waarom|1 Reactie

Morgen mag ik los

Ik doe gewoonlijk net voor de ‘grote’ wedstrijd een procesevaluatie. Ik heb daar de laatste tijd wat over lopen mijmeren en krijg er niet echt een rode draad in. Of liever gezegd: één rode draad is helder: ik heb hartstikke goed kunnen trainen; mijn schema is goed uitgepakt. Daar schreef ik al eerder over: op de helft van het trainingsschema, op driekwart en aan het eind. De aanloop was al in oktober begonnen, en ik schreef ook al eerder over de zeldzaam goede wintertijd. Ik ben uitgerust, praktisch voorbereid, en ik heb deze week nog wat lekkere dingen kunnen doen zoals massage en sauna. Ik ben er klaar voor. Mijn tas is zelfs al gepakt!

Dat mijmeren was over van die vragen als:

  • Hoe sta ik ervoor in vergelijking met 2019 (mijn vorige halve triathlon) en 2015 (mijn eerste halve) en in hoeverre merk ik dat ik ouder word? Er is maar één ding achteruit gegaan ten opzichte van 2015, en dat is mijn looptempo op zo’n lange afstand. M’n theoretische looptempo, want waar ik die beide keren dacht 6’/km te kunnen lopen, maakte ik dat niet waar. Mijn verwachtingen zijn nu wat realistischer, hoop ik: 6’30/km. Maar aan mijn loopsnelheid merk ik in het algemeen wel dat ik een dagje ouder word: een losse halve marathon onder de 2 uur zit er niet meer in. Aan de andere kant zijn er dingen vooruit gegaan: de overgang zit erop waardoor ik stabieler en fitter ben, en ik ben nog een betere zwemmer en fietser geworden, deels ook door de toenemende wijsheid – ik weet steeds beter hoe ik moet trainen. Dat heb ik bovendien dus goed kunnen doen, waardoor ik beter voorbereid ben dan bij die eerdere twee. Eén ding is hetzelfde gebleven als in 2015, of nouja, soortgelijk: twijfels over bekken/heup als zwakke plek. Het heeft het trainen niet veel gehinderd en het gaat net de laatste paar dagen goed gelukkig, maar het voelt onzeker: ik moet nou nog 24 uur níet mijn heup verzwikken, please!
  • Heel praktisch: wat trek ik aan op de fiets? Ik had dat allemaal op een rijtje, maar nou wordt het best wel fris. Ik neem verschillende opties mee, morgen maar eens voelen hoe het is. (Aan het getwijfel daarover en het dwangmatige weerbericht-checken merk ik mijn wedstrijdspanning. Want die heb ik ook nog altijd, hoor! Ik heb er wel beter mee leren omgaan.
  • Waarom zoek ik toch altijd zo m’n grenzen op? Ik heb daar niet echt een antwoord op, behalve dan dat het bij mij hoort om de lat hoog te leggen. In een oude blogpost van me lees ik het citaat ‘if it doesn’t challenge you, it does not change you’ – ja, dat dus. Maar het maakt het ook spannend. De triathlon van morgen heeft tijdslimieten, waarbij door mijn matige lopen de totaaltijd van 6u15 de bottleneck is. Het is geen wereldramp als ik niet finish, maar mijn doel is het wel voor morgen: de limiet halen. Om mezelf meer looptijd te geven, moet ik daarvoor de eerste twee onderdelen goed doorkomen. Toen de weersverwachting veel wind en regen voorspelde, dacht ik wel: ‘nou, dat gaat ‘m niet worden’. Inmiddels ziet het iets beter uit, maar nog steeds kan het zijn dat ik buiten tijd ga finishen. Het kan zelfs ook nog zo zijn dat ik niet eens mag gaan lopen, want als de eerste finisher eraan komt, stopt de wedstrijd voor degenen die dan nog aan het fietsen zijn. Manlief en ik hebben daarvoor een plan-B in gedachten: dat we dan samen buiten mededinging 21 kilometer gaan lopen, over het fietsparcours bijvoorbeeld, hij als ‘soigneur’ voor mij, dus met water.
  • Heb ik wel genoeg genoten? Over de hele linie: ja. Ik had veel lol in het doelgerichte trainen en ik geniet nog steeds met volle teugen van het fietsen en lopen in Zeeland. De laatste weken, met de harde wind, de zere heup, zware trainingen, de teleurstelling over het parcours in Stein, de kapotte rem (die is weer gerepareerd, met veel dank aan manlief in samenwerking met De Kromme Spaak – heerlijk toch om daar schuin tegenover te wonen!), de wedstrijdspanning en een boel praktisch geneuzel was de lol echter af en toe een beetje weg. Af en toevorige week in de Dordtse Biesbosch was het er meteen weer helemaal. Dus daar ga ik voor: morgen vanaf 9:35 mag ik ‘los’, dan zijn alle voorbereidingen voorbij, en dan ben ik van plan gewoon weer te gaan genieten. Lekker zwemmen-fietsen-lopen op een prachtige plek!

 

Door |2025-06-06T17:20:07+02:006 juni 2025|Triathlon algemeen, Waarom|0 Reacties

De overeenkomst tussen lezen en sporten

In mijn online vaktijdschrift las ik vanochtend een stukje over lezen, iets wat ik ook onnoemelijk graag doe, met een onverwachte relatie met het thema van dit weblog. Het gaat om de laatste zin:

Trouwens, weet je dat je ook kunt sporten als je níet wilt afvallen?

Ik had me dat nog niet eerder gerealiseerd, maar voor lezen geldt hetzelfde als voor sporten: je kunt het platslaan tot iets instrumenteels (sporten om af te vallen, lezen om je woordenschat uit te breiden), maar dan mis je de essentie ervan. De oproep om iedereen in een stressvol beroep een leesclub, schaakclub en sportclub te gunnen onderschrijf ik van harte.

 

Door |2025-03-24T12:09:20+01:0024 maart 2025|Waarom|0 Reacties

Bekenden in het nieuws

Deze week zag ik in twee nieuwsbrieven die ik ontvang bekende oudere sporters. Nouja, nogal verschillend bekend: de een sprak ik slechts twee keer, namelijk om haar te interviewen voor de Vrouwentriathlon, en later nog eens als mede-deelneemster in het parc fermé van TriRotterdam; met de ander fietste ik in 2008 vier maanden lang dwars door Afrika en daarna zagen we elkaar ook nog een aantal keren, aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, tot een paar jaar terug (jammer dat Canada zo ver weg is). Het zijn allebei inspirerende verhalen:

 

Door |2024-12-13T10:15:16+01:0013 december 2024|Extra, Fiets, Triathlon algemeen, Vrouwensport, Waarom|0 Reacties

Verschenen: Tot je 90ste op het podium

Het nummer was al even uit, maar mijn exemplaar was kwijtgeraakt in de post. Ik had de drukproef gezien en wist dus hoe mooi het zou worden, maar ik kreeg het net pas echt onder ogen: mijn artikel ‘Tot je 90ste op het podium’ in Fiets Magazine nr. 11 (november, p. 94-97). Ik schrijf mijn, maar ik moet eigenlijk zeggen ons, want mijn man maakte de foto’s.

Het artikel is een verslag van de Radweltpokal, het fietsfestival voor masters in Oostenrijk waar ik nu twee keer ben geweest. Op het maken ervan kijk ik met veel plezier terug. In het artikel komt een aantal draden samen die belangrijk voor mij zijn: sporten met plezier en prestaties als je ouder wordt, sport en zingeving, de strijd tegen de dominantie van de auto, het principe van ‘winner takes all’ in de huidige economie… en schrijven. Het was leuk om met een journalistiek doel bezig te zijn en zo met een boel mensen in gesprek te komen. De samenwerking met Fiets was ook prettig. Voor herhaling vatbaar dus!

(dit is een dubbelpost met lhcornelis.nl)

Door |2024-11-15T13:30:31+01:0015 november 2024|Fiets, Vrouwensport, Waarom|1 Reactie

Wat een heerlijke sportmaand!

Met de triathlon van Zierikzee eind september kwam er een einde aan mijn seizoen en begon ik aan wat in trainingsleer ‘overgangsperiode’ heet. Komt neer op: in oktober even geen schema, niet doelgericht sporten, binnen mijn grenzen blijven. Dat klinkt misschien wat niksig, maar het werd juist een heerlijke sportmaand.

Geen doel/schema klopt niet helemaal, want ik had wel degelijk een doel en dat kleurde de hele maand: afgelopen zondag plus maandag ben ik samen met vriendin Marijke rond het Veerse Meer gewandeld, 60 kilometer in totaal. Voor twee dagen van 30 kilometer moest ik wel een beetje trainen, en dat deed ik in de vorm van twee prachtige andere wandelingen: meteen op 1 oktober van het Veerse Meer Meer naar huis en op 13 oktober met manlief van Krabbendijke naar huis over het Grenslandpad (LAW 11).

De tweedaagse rond het Veerse Meer was top. We maakten de afspraak al een tijdje geleden en toen zeiden we nog: hopelijk is het dan nog fatsoenlijk weer, zo laat in oktober. Nou, het leek op zondag wel zomer!

Marijke was op zaterdagavond al hier, en mede dankzij de wintertijd konden we zondag vroeg starten. We fietsten naar de Zandkreekdam en wandelden eerst over Noord-Beveland, een gebied dat ik nauwelijks ken. Paar mooie stukken, en ook interessante op het gebied van de verroompottisering – het gebied in de buurt van Kamperland dat ik uit mijn kindertijd ken, is opgeslokt door luxe villa’s, en waar je op de ‘goedkopere’ plekken nog wel langs de oever kunt lopen, is die daar allemaal privé-terrein.

Na de voor mij wel bekende Veerse Dam kwamen we in overnachtingsplek Vrouwenpolder, precies halverwege. Daar ontdekte ik dat ik letterlijk gaten in mijn sokken had gelopen:

Dat had tot een blaar geleid, maar dat was dan ook de enige fysieke malheur, verder hebben mijn benen het prima gedaan, ben ik blij mee. Ik had wat zorgen gehad om mijn rechterheup, maar dat kwam net op tijd in orde, dankzij de chiropractor. Toen werd echter vorige week manlief verkouden, dus ik dacht ‘nee hè?’  Maar voor het eerst ooit heeft hij mij niet besmet – dat geeft vertrouwen in mijn weerstand, ben ik ook blij mee, gezien mijn verkoudheidgevoeligheid. En ik heb dus heerlijk gelopen.

Manlief kwam naar Vrouwenpolder met boodschappen, we kookten zelf en hij at mee. Op maandag liepen we het mooiste stuk van de wandeling naar en door Veere.

Het ging een beetje regenen maar in Veere was gelukkig een hotel open voor koffie. Daarna volgde een wat taaier stuk over asfalt, maar wel leuk om terug te kunnen kijken naar het traject van de dag ervoor, en met de ontdekking van natuurgebied de Middelplaten. Ik kwam daarna op bekender terrein, maar het laatste stuk verraste me weer met buitendijkse en onverharde stukken. We werden toen wel moe, mijn blaar werd vervelend ook, en we waren dus blij om na het laatste knooppunt van het wandelnetwerk….

…de fietsen terug te zien, na hun nachtje in de eenzaamheid van Katse Veer.

We waren vooral ook trots, tevreden en blij! Bovenal was het ook erg gezellig.

Alles bij elkaar wandelde ik deze maand 130 ‘geklokte’ kilometers. Ik liep een boel aan elkaar zo, en kan nu zeggen dat ik van geboorteplaats Vlissingen naar het oosten via nieuwe woonplek naar Steenbergen en naar het noorden over het Kustpad via oude woonplek Rotterdam naar nog oudere woonplek Amsterdam (Pelgrimspad) en ook nog naar twee Noordzeehavens en de Duitse grens (via het Grote Rivierenpad) ben gewandeld.  Jaren over gedaan en veel plezier mee gehad. Volgende plannen zijn in de maak.

Zonder horloge wandelde ik nog ongeveer 25 kilometer in kleine stukjes van en naar stations: hier, en in Middelburg, Amsterdam, Leiden en Rotterdam. Daaruit blijkt al: het was ook druk met werk, met onder andere twee keer naar de Randstad voor boekpresentaties, en een paar andere leuke dingen. Toch heb ik kans gezien om nog meer te sporten. Hieronder de hoogtepunten.

Ik maakte een paar geweldige fietstochten, mede dankzij het heerlijke weer.

  • Op 19 oktober deden manlief en ik mee aan Jo off the Roo’t, een georganiseerde gravelrit in de Zak van Zuid-Beveland. Dat was erg leuk en een prachtige route. Er kwam nog een interessante wandeling achteraan en al met al was ik die dag bijna 9 uur non-stop buiten. Het was een zware werkweek geweest, met drie keer naar de Randstad en diverse frustraties – vrijdagavond kon ik niet meer uit mijn ogen kijken – maar van zo’n dag knapte ik enorm op!
  • Op de 25e fietste ik een grote ronde over de Grevelingendam, met een stuk waar ik nog nooit was geweest, langs Sint Philipsland en over Tholen. En met een net echte blik op de verdronken stad Reymerswaal, ooit de derde stad van Zeeland:

Het was zulk mooi weer dat ik nog weinig gebruik heb gemaakt van m’n nieuwe spinningfiets. Desalniettemin verkende ik Watopia, het virtuele land van Zwift (links), versloeg ik al eens iemand in een eindsprint om de derde plek (midden) en reed ik twee keer in een vrouwen-trainingsgroepje (rechts):

 

Ik ben ook nog de hele maand in de weer geweest met de leverancier van de spinningfiets vanwege de te lage output. Dat werd een frustrerende kastje-muur, waarbij ik vind dat het een fiets met een rekenfout is en zij dat het aan mij ligt (even kort door de bocht). Ik heb bedacht hoe ik toch kan  meedoen op Zwift: als ik mijn gewicht ook 30 % naar beneden aanpas, heb ik een realistisch vermogen/kilo lichaamsgewicht, en dat is Zwifts rekeneenheid. Groepsritten gaan goed, ik wil binnenkort ook nog een FTP-test en een wedstrijd uitproberen. Ik weet nog steeds niet zeker of ik hem wil houden.

Met zwemmen schakelde ik over van het open water naar het winterprogramma: zwembad en dippen. De laatste keer open water was op een bijzondere plek: het badstrand in Vlissingen, waar ik ooit met mijn ouders voor het eerst de zee in ging. Het was mijn kennismaking met het clubje zeezwemmers daar. Zij zwemmen wekelijks op zondag. Voor herhaling volgend seizoen vatbaar.

Ik ben de derde van rechts, met gele badmuts en bivakmuts eronder

Dippen is nu nog heel comfortabel. Erg leuk was de eerste keer lopend naar Wemeldinge en daar het water in, de combi waar ik me al op verheugde sinds we dit huis kochten.

Voor hardlopen had ik niet veel tijd, maar wel bijzonder was de Light Kustrun, onderdeel van het Kustmarathonweekend, met Lilian. Prachtige avond, de lichtjes was een fraai gezicht, en wij gingen als skeletten:

En of dat allemaal nog niet genoeg was, ben ik ook nog wezen zwemmen in good-old Zwembad West in Rotterdam (‘sentimental zwemjourney’), wandelde ik met een Eversdijk (vriendin Jolanda) door Eversdijk (gehuchtje vlakbij Kapelle), fietste ik met Bastiaan vanuit Haarlem een rondje door de duinen, hield ik m’n yoga aardig bij… ik zou er bijna moe van worden, als ik het zo lees, maar het tegendeel is het geval. Het meeste wat ik deed was rustige duur, en in dat opzicht was het dus wel een overgangsmaand. Ik voel me topfit, mede dankzij zo veel naar buiten in de herfst.

Het was bovenal een heerlijke maand, en wat ben ik vaak blij geweest met m’n nieuwe woonomgeving!

 

Door |2024-10-30T17:56:59+01:0031 oktober 2024|Fiets, Loop, Waarom, Zwem|0 Reacties

‘Extreem’ sportende millennials?

Nicole attendeerde me op een aflevering van Stand van Zaken over ‘sportfanaten‘: millennials die extreme sporten doen. Leuk om te zien, vooral omdat er van alles bekends in zat: de Wassenaarse zwemloop (die deed ik twee keer, waarvan één keer met Nicole), de marathon van Rotterdam, een vleugje triathlon én een van mijn hardlooptrainersopleiders, Dave Baars.

Maar om nou te zeggen dat dat allemaal zo extreem was… Beetje vreemd om een zwemloop op één hoop te gooien met de Marathon des Sables. Het leek wel alsof alles wat anders was dan drie keer per week naar de sportschool ‘extreem’ was. Eens een keertje tien kilometer of meer hardlopen maakt je toch bepaald nog geen fanaat. Wees blij dat die lui sporten, en nog lekker buiten ook, zou ik zeggen.

Eén ding leerde ik er wel van: dat het voor die jongere generatie, grote doelgroep, een soort festival is. Dat verklaart wel de ‘gekkigheid’ en de luidruchtigheid bij veel evenementen, en het helemaal uit je dak gaan als je een loopje finisht.

Verder is het volgens mij helemaal niet zo generationeel. Als je ziet hoe veel mijn generatie uitgeeft aan multisport… althans, de welvarenden. Het is meer een klasse-verschijnsel volgens mij: hoogopgeleid, Randstad, goede banen.

Toch wel interessant dus, en vooral leuk om te zien!

 

Door |2024-10-26T17:56:36+02:008 oktober 2024|Loop, Trainer, Waarom, Zwem|2 Reacties

Kwallen. Of: een jeugdtrauma overwinnen

In zee zwemmen heb ik van huis uit meegekregen: mijn ouders deden dat ook graag. Het kan niet anders of ik heb ook angst voor kwallen van hen overgenomen. Ik herinner me in elk geval dat ik er van jongs af aan voor ben gewaarschuwd.

Nu is zo’n waarschuwing in Westerschelde wel op zijn plek. Daar komen namelijk soms gevaarlijke kwallen voor. We noemden ze ‘boterkwallen’, ik weet niet of dat biologisch helemaal klopt. Ik ben ooit één keer fors met zo’n gevaarlijkere kwal in aanraking gekomen. Hij zat toen tussen mijn arm en mijn lijf, en dus werd ik over een flink oppervlak gestraald. Dat deed meteen gemeen veel pijn, en eenmaal uit het water werd het me zwart voor ogen – ik viel bijna flauw en had de rest van de dag hoofdpijn.

De lessen uit mijn jeugd en die ene nare ervaring bezorgden mij stevige kwallenfobie. Die heeft in de loop van mijn leven wel heel wat zeezwemplezier in de weg gestaan. Als ik wilde zwemmen, liep ik eerst heen en weer langs water- en vloedlijn om te kijken of ik kwallen zag, en als dat er meerdere waren of zelfs maar één echt enge, dan was ik het water niet in te krijgen. Ik ben er ook wel uitgesprint als ik iets engs zag of voelde – of meende te voelen. Toen ik leerde duiken, kwamen we een keer op de weg terug naar de boot door een kwallenschool – ik ging ervan hyperventileren. Bij een zwemtocht voor de kust van Vlissingen en bij triathlon Brouwersdam waren de overige omstandigheden ook lastig, maar de kwallen gaven de doorslag: niet voor herhaling vatbaar.

Ook met die ene nare ervaring was ik me ervan bewust dat mijn angst toch vooral irrationeel was. Veel kwallen doen niks, en anders is het hooguit een beetje prik. Te vergelijken met brandnetel, en daar draai ik mijn hand niet voor om. Ach ja, sommige mensen hebben het voor muizen of spinnen, ik voor kwallen. Zelfs bij foto’s van enge kwallen voel ik wat draaien in m’n maag.

En toen verhuisde ik naar Kapelle en leek niks me leuker dan volop zwemmen in de Oosterschelde. Zo vaak mogelijk aansluiten bij het groepje dat wekelijks tussen Kattendijke en Wemeldinge zwemt – heerlijk, leek me, het ultieme openwaterzwemmen. Van de paar keer dat ik aan de zwemtocht had meegedaan, herinnerde ik me amper kwallen.

Maar. Toen ging ik mee, en toen bleek het werkelijk te barsten van de kwallen. Althans, in mijn perceptie – de doorgewinterde zwemmers hier vonden het allemaal nog wel meevallen. Sowieso zijn ze laconiek: volgens hen zijn er in de Oosterschelde geen echt gevaarlijke kwallen en is het hooguit even vervelend. Gewoon doorzwemmen, dan spoelt de netel ook al weg.

Okee dan. De eerste twee keer waren het alleen van die kleine witte, en die doen sowieso niks. Desalniettemin schrok ik me af en toe een hoedje van ze onder me te zien, of er zo ‘pok’ tegenaan zwemmen met je hand – het onverwachte daarvan speelt een rol natuurlijk.

Aangenaam vond ik het niet, ik moest op mezelf inpraten dat het geen kwaad kon, dat het niet erger was dan een brandnetel, dat het zwemmen verder heerlijk was en een fijn onderdeel van de sportieve inburgeringscursus. Dat ging wel, het kost wel veel mentale energie en ook wel fysieke, want van een forse schrik kom ik prompt stil te liggen.

Het hielp wel dat er niets gebeurde – ik werd niet gestraald. Mede dankzij de bescherming van het neopreen natuurlijk. Soms kon ik wel lachen om mezelf: aan het eind van lang zwemmen worden m’n kuiten steeds sowieso wat kramperig (door het wetsuit?), en als ik dan zo’n ‘pok’ had, schoot de kramp er soms spontaan in.

De derde keer Kattendijke – Wemeldinge heb ik echt peentjes gezweten. Niet alleen waren het nóg meer van die kleine witte, maar ook zag ik veel grotere, met van die ogen, en blauwe en bruinachtige. Sommige hadden zichtbare slierten en van die ‘blubber’ onder het lichaam. Mijn zelf-peptalk bereikte nieuwe hoogten, en dit keer werd ik wel een beetje gestraald: net een klein prikplekje op m’n enkel. Maar dat is op zich dus helemaal niet erg. Het was al over eer ik thuis was.

Tussendoor ben ik een paar keer op eigen houtje wezen zwemmen, met Henk en/of Marc, en toen waren er nauwelijks kwallen. Dat kan dus ook. Genieten!

Wel ging het volgende probleem dagen: het water wordt zo warm dat het lekkerder is om zonder wetsuit te zwemmen. Maar dat scheelt nogal in m’n gevoel van veiligheid en bescherming. Ik kreeg de tip van een badpak met lange mouwen en een zwemlegging. Online was dat nog een aardige zoektocht langs aanbieders voor andere doelgroepen (moslima’s en grote maten), maar ik heb ze gevonden. Ze zijn van Billabong, een Australisch merk, ja, daar kennen ze ook enge kwallen, al gaat het meer om surfers te beschermen tegen de zon, begrijp ik.

(voor de fans van Roan Atkinson: I’m a mime!)

Het zwemt goed, maar gister trok ik voor het lange eind toch nog graag m’n Zeilvis aan. We zwommen voor het eerst (voor mij dan)omgekeerd: met de ebstroom mee, van Wemeldinge naar Kattendijke. Even na de start kwamen we door een school van die kleine witte, dat ging goed, ik bleef rustig en accepteerde de paar ‘poks’. Daarna waren er een tijdlang helemaal geen en was het idyllisch zwemmen in helder water op een prachtige zomeravond.

Maar daarna…. zag ik de ene na de andere grote, bruinige met slierten en blubber. Ik stierf weer duizend doden. Het nadeel van dat heldere water is dat je ze hartstikke goed ziet. Gelukkig zitten ze vooral wat dieper en zie je ze dus onder je – aan zo’n geval in m’n gezicht moet ik toch echt niet denken. Nouja, die gedachte heb ik dan natuurlijk wél. Urgh.

Ik heb er minstens één geraakt, maar ook weer zonder erg. Dat scheelde wel: kennelijk doen ook die engerds niets. Weer een stap.

Poe. Ik was blij toen we er waren, de stroom werkte niet heel hard mee, dus we waren lang onderweg. Fysiek geen probleem, maar mentaal was ik wel toe aan kwalloosheid.

Elke keer als ik weer bezig ben met mezelf moed inpraten en kalm houden, komt er ook wel een gedachte op als ‘waarom doe ik mezelf dit aan?’ Ik kan me voorstellen dat er wel een moment komt dat het me te gek wordt, maar op dit moment geldt voor mij duidelijk: ‘feel the fear and do it anyway’. Als ik dit zwemmen opgeef omwille van m’n kwallenangst, dan is die angst me de baas. Terwijl het dus een irrationele angst is. Als ik hiermee doorga, kan ik doen wat ik op dit moment supergraag doe (op die kwallen na). Ik laat me niet inpakken door angst. Daar is sporten sowieso goed voor: het biedt een speelveld om je angst onder ogen te zien, en daarvan wordt je wereld groter.

En ik vorder dus echt. Ik wist dat een paar weken geleden al: ik sprint niet meer het water uit bij de eerste de beste kwal en ik hyperventileer er ook niet van. Dat is al een hele stap. Gister merkte ik dat ik rustig door een school witte kwalletjes heen kwam zwemmen, en dat ook enger geen kwaad kan. Ik ben druk bezig met het overwinnen van een jeugdtrauma. En ik ben hartstikke lekker aan het zwemmen!

Dus: feel de kwallenfear and swim in de Oosterschelde anyway!

(de kwallenfoto’s bij deze post maakte ik langs het strand van Egmond, half juni)

Door |2024-07-19T15:14:48+02:0019 juli 2024|Waarom, Zwem|0 Reacties
Ga naar de bovenkant