Vrouwensport

Drie aanvullingen

Over drie onderwerpen waarover ik onlangs heb geblogd, heb ik een aanvulling. Het gaat om Action Type, de overgang en de e-bike. Hier komen ze:

Over Action Type bedacht ik later nog een vraag. In de cursus ging het er steeds over dat je je motorische voorkeuren moet benutten om optimaal te presteren. Dat snap ik. Maar is het om optimaal ouder te worden niet juist ook goed om ánders te bewegen dan je motorische voorkeur? Het is bij het ouder worden een bekend verschijnsel: je gaat steeds meer staan naar je steeds dieper ingesleten vanzelfsprekende bewegingspatronen, en dat kan zo ver gaan dat dat andere manieren van bewegen belemmert, en uiteindelijk zelfs je voorkeursmanier. Ik heb dat zelf al gemerkt toen ik alleen maar fietste: dat is motorisch zo makkelijk dat ik een boel coördinatie in andere richtingen dan rechtdoor verloor, en uiteindelijk last kreeg van m’n bekken en onderrug. Ik moest júist roteren, keren en draaien, om in die richtingen sterk en soepel te blijven. Tegen mijn voorkeur in. Ik weet niet of het bij het type motorische voorkeuren van Action Type ook zo werkt, maar ik kan het me zo voorstellen. Op het scherm verscheen op een gegeven moment een tekening van iemand een bepaalde voorkeur, en die had bijna een bochel. Er klonk wat gegrinnik uit de zaal: alle ouderen krijgen die voorkeur. Dat is niet zo, maar ik kan me voorstellen dat mensen met die motorische voorkeur inderdaad eerder en erger krom gaan lopen als ze ouder worden. Zouden die daar ’tegenin’ moeten oefenen om daar geen of minder last van te krijgen?

* * *

Over de overgang verscheen een week na het NRC-artikel waar ik het ook over had een ingezonden brief van Lisette Thooft die ik met instemming las, zeker ook vanwege haar kritiek op het ‘oestrogeentekort’, waar ik ook over struikelde:

Geen fout van de natuur

In het artikel over hormoonsuppletie bij overgangsklachten (22/11) wordt stress genoemd in een enkel zinnetje „En stress is een enorme boosdoener.” Waarom krijgen we geen serieuze informatie over het effect van stressvermindering op overgangsklachten? En waarom zo weinig over leefstijl, voeding, slaaphygiëne, schermgebruik, relatieproblematiek en zingeving?

De vanzelfsprekendheid waarmee gesproken wordt van een vermeend „tekort/gebrek aan oestrogeen” in en na de overgang vind ik nogal onthutsend. Vrouwen zijn ná hun vruchtbare jaren óók toe aan een ander leven, met minder geslachtshormonen en met meer zelfzorg: meer ruimte voor ontspanning, autonomie, voor de behoeften van hun ziel.

De menopauze is geen fout van de natuur die we kunnen rechtzetten met medicatie, maar een biologisch, psychologisch, sociaal en cultureel belangrijke periode in vrouwenlevens. Een overgang die ons voorbereidt op een volgende levensfase, met wijsheid en innerlijke rust.

Voor het voorbereid worden op een volgende levensfase hoorde ik nog een mooie metafoor in het filmpje van een lezing van professor Ellen de Bruijn: de overgang is als een verbouwing van je keuken. Het is nodig want de oude keuken (je vruchtbare lijf) voldoet niet meer, het een tijd stressvol en een boel gedoe, maar het levert uiteindelijk wel een mooie nieuwe keuken op. Zo is het, al zou ik daar wel bij aantekenen dat die ‘keuken’ wel ook een jaar of tien ouder is geworden in de tussentijd. Ik bedoel: veroudering gaat gewoon door in de jaren van de overgang. En op z’n slechtst in de overgang had je mij met die metafoor niet getroost, daarvoor was het ‘gedoe’ toen te ingrijpend. Dat filmpje is trouwens een mooie introductiecursus over de rol van de vrouwelijke geslachtshormonen in de levensloop – niet alleen de overgang dus, maar dat gedeelte is wel ook gewoon goed.

* * *

Over de e-bike vond ik medestanders in de vorm van twee sprekers op het Fietssymposium, georganiseerd door enkele Statenfracties waaronder die van GroenLinks-PvdA. Het ging over een heleboel: mobiliteit, veiligheid, fietsparkeren… én gezondheid. Sportarts Maarten Koornneef en professor Frank Backx, leden van het Expertpanel Fietsen en Gezondheid, presenteerden resultaten van onderzoek waaruit blijkt dat de opmars van de e-bike een negatief gevolg gehad heeft voor de volksgezondheid: er worden in totaal minder minuten gefietst, zeker door jongeren, en wat e-bikers op de fiets afleggen, is te weinig intensief voor een serieuze gezondheidsbijdrage. Per kilometer scheelt het 53 procent!

De beide sprekers lieten zien dat er een samenhang is tussen intensiteit en gezondheidseffect, en die is niet lineair: hoog intensief sporten legt per tijdseenheid veel meer gewicht in de zaal dan matig intensief, laat staan extensief. Ze raadden iedereen, dus ook ouderen, dan ook aan om er af en toe stevig tegenaan te gaan, al is het maar maximaal een brug op rijden – even goed doortrekken doet al heel veel. Ik was blij dat te horen, want ik ga nog wel eens in discussie over of intensief sporten op hogere leeftijd wel goed en verantwoord is. Ja, mits geen hartproblemen. Gezonde ouderen mogen diep gaan, dat is juist goed.

Ik hoorde het met veel plezier aan, ik voelde me aan alle kanten bevestigd. Wat me ook aansprak: zij pleiten ervoor om de e-bike voor scholieren niet te normaliseren. Dus niet accepteren dat er op uitje meegaan die niet zelf trappen, er geen speciale fietsparkeerplekken voor maken, enzovoort. Bij jongeren hoort zelf trappen de norm te zijn. Ook zij zien met lede ogen aan hoe zeer de ondersteuning oprukt – ze hadden al een e-loopfietsje voor peuters gesignaleerd!

 

 

Door |2025-12-04T18:39:13+01:004 december 2025|Fiets, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

Na de overgang op je pootjes terechtkomen

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een ergerlijk én interessant artikel over hormoonsuppletie. Om maar te beginnen over het ergerlijke: het artikel wekt de suggestie dat je heel erg lang overgangsklachten houdt. Meteen al aan het begin bijvoorbeeld:

Een golf van hitte die ineens opstijgt, vanuit je buik, via de borst en hals naar je wangen – dat is een opvlieger. Zeker driekwart van de vrouwen tussen 40 en 60 jaar heeft er geregeld last van.

Het staat er misschien net niet letterlijk, maar toch suggereert het dat 75 procent van de vrouwen twintig jaar lang last heeft van opvliegers. Last dus ook nog, in de zin van: er is een verschil tussen een overgangsverschijnsel en een overgangsklacht (waarvan akte: ik heb maar een paar hinderlijke opvliegers gehad, jaren geleden, en vond dat zeker niet het grote probleem van de overgang). Met zo’n dramatische uitvergroting jaag je jongere vrouwen angst aan en schets je een karikatuur van vrouwen tussen de 40 en de 60.

Elders gaat het over tot  ’tien jaar na de menopauze’ met hormoonsuppletie beginnen – dan nog overgangsklachten, dat is heel erg lang, dat is een zeldzaamheid (bij mijn weten). Dus zoiets, ik citeer weer:

Hormoontherapie beschermt tegen hart- en vaatziekten en tegen botontkalking, dat is bewezen. Met name wanneer een vrouw opvliegers heeft en ze er binnen tien jaar na de laatste menstruatie mee begint.

Ja, heel veel vrouwen hebben overgangsklachten, maar bij de meeste vrouwen is er binnen een paar jaar na de menopauze een nieuw evenwicht ontstaan en dan verdwijnen de klachten. Dan treedt er een nieuwe levensfase in, wel met enkele gezondheidsrisico’s, zoals die osteoporose en hart- en vaatziekten, maar, zo blijkt uit het artikel, daarin zijn hormonen maar één van de factoren.

En zo kom ik op het interessante aan het artikel. Ik wist dat oestrogeen gebruiken het risico op die post-menopauzale gezondheidsproblemen verlaagt, maar ik begrijp uit dit artikel dat dat dus waarschijnlijk een indirect effect is. Bijvoorbeeld: opvliegers zijn een klap voor je bloedvaten en door die te verminderen met hormoonsuppletie, bescherm je je vaten. Maar als je geen opvliegers hebt, is dat beschermende effect er mogelijk niet.

Hormoonsuppletie als zodanig is (waarschijnlijk) geen simpele levensverlenger, niet de ‘heilige graal’ voor gezond oud worden, zo zegt het artikel. Voor mijzelf vind ik dat geruststellend: ik heb geen overgangsklachten meer, en dus staat mijn gezondheid daardoor ook niet extra onder druk.

(En ik vind het ook nog geruststellend in een ander opzicht: het wil er bij mij niet zo goed in dat gezond oud worden voor vrouwen in een pilletje zou zitten. Net zoals ik er ook niet aan wil om het woord oestrogeentekort te gebruiken, alsof elke oudere vrouw een tekort heeft aan een bepaald stofje. Dat is framing waar ik commerciële belangen van de farmaceutische industrie achter vermoed. Maar dat terzijde.)

Wat ik me nu wel afvraag, is hoe veel vrouwen er eigenlijk zijn die inderdaad die ’tien jaar na de menopauze’ wel nog echt overgangsklachten hebben: opvliegers, slapeloosheid, stemmingswisselingen, hersenmist, hartkloppingen, enzovoort – en waar dan dus niet iets anders de oorzaak van is. Ikzelf dus niet, en ik ken ze niet, maar ik weet wel dat er heel grote verschillen tussen vrouwen zijn in hoe zij door de overgang heen komen.

Wat mijzelf betreft: ik voelde me vanaf ongeveer een jaar na mijn laatste menstruatie (2019) weer een stuk stabieler en fitter. Sindsdien trokken ook nog wat andere dingen weg. Het afgelopen jaar zelfs nog: de hartkloppingen en de droge mond. Ik vond de overgang rot, en het heeft bij mij wel zo’n negen jaar geduurd (2011-2020). Ik ben nu dus zo’n 15 jaar ouder dan toen het begon, dat wel – dat gaat ondertussen gewoon door natuurlijk. En, om niet ook angst aan te jagen: die negen jaar waren niet doorlopend alleen maar rot. Ik deed er onder andere een hele triatlon in en ik fietste 3,5 maand Down Under.

In de workshops die ik geef over sporten in de overgang, vertel ik dat verhaal over het nieuwe evenwicht, en dus ook dat de overgang echt over gaat en dat je dan weer lekker door kunt. Zo heb ik het zelf ervaren, zo hebben de meeste vrouwen om mij heen het ervaren (voor zover ik weet) – maar misschien ben ik daarin te optimistisch. Misschien vinden sommige vrouwen die nieuwe balans pas heel laat of helemaal niet. Ik ga daar in het vervolg wat voorzichtiger mee zijn, en op zoek naar meer informatie hierover: in hoeverre komen de meeste vrouwen na de overgang hormonaal weer op hun pootjes terecht?

 

Door |2025-12-04T18:02:32+01:0026 november 2025|Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

Workshops looptrainersdag editie 3

Het wordt een jaarlijkse traditie: afgelopen zaterdag was ik voor de derde keer op rij naar de Looptrainersdag van de Atletiekunie om daar workshops te geven. Het was weer erg leuk.

Anders dan de vorige twee jaren ben ik al op vrijdag naar Papendal gegaan. Ik had dat al vroeg bedacht: het is een eind rijden en ik had op zaterdagavond ook nog een concert, en dan ’s ochtends heen rijden zou de dag erg lang maken. Maar, zo had ik bedacht, ik zou het af laten hangen van het weer, want ik ging het alleen doen als ik vrijdagmiddag een rondje zou kunnen gravelen. Daar leent de omgeving van Papendal zich erg goed voor.

Nou, het weer had ik me niet beter kunnen wensen. Wat een mazzel, zeg – het leek wel (na-)zomer. Ik heb enorm genoten van de zon op de herfstbladeren:

Het werd natuurlijk wel vroeg donker en de route bleek op sommige plekken technisch lastig, dus ik moest ‘m inkorten, maar dat maakte de lol niet geringer. Heerlijke fietsmiddag!

En zodoende was ik zaterdagochtend vroeg genoeg om de plenaire opening bij te wonen, samen met de wel 1100 aanwezigen – al was dat wel zittend op de grond kijken naar een scherm (niet de handigste zaalopstelling, vond ik):

Michel Butter sprak er enkele behartigenswaardige woorden die ik in mijn workshops terug kon laten komen, over het belang van plezier en over hoe je van blessures kunt leren.

Mijn eigen workshops gingen weer goed, vond ik. Volle bak, twee keer (35 trainers per groep). Ik gaf eerst de algemene ‘Optimaal training geven aan ouder wordende lopers’ en daarna de wat specifiekere ‘Zin en onzin o ver hardlopen in de overgang’. Ik had allebei een klein beetje aangepast op basis van voortschrijdend inzicht. Het was allebei de keren lekker dynamisch, dus met veel inbreng van de deelnemers. Daar leer ik elke keer weer van!

 

 

Door |2025-11-11T10:49:26+01:0011 november 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

Praten over sporten in de overgang

Gister was ik naar Papendal, op uitnodiging van De Loper. Die groep organiseert elk jaar een dag met workshops voor hun leden. Ik was uitgenodigd om drie rondes workshop te geven over hardlopen in de overgang, voortkomend uit mijn workshop op de Looptrainersdag daarover vorig jaar (dit jaar in herhaling overigens). Ik vond het heel leuk om te doen. Het contact vooraf was al prettig geweest en ik vond de sfeer gister top.

De workshops gingen ook goed: veel interesse, van vrouwen in de doelgroep, maar ook van mannen met algemene interesse of als trainer. Ik vond een paar reacties opmerkelijk en leerzaam. Zo vertelde één vrouw dat zij pas klachten kreeg na de menopauze – waar in het algemeen, en ook bij mij, het zwaartepunt van de overgang vóór de menopauze ligt. In één groep had een deelneemster uit mijn casus (verhaal over mezelf) angst opgepikt als overgangssymptoom. Dat heb ik er niet bewust in geschreven en het staat dan ook niet in de voorbeelduitwerking, maar het klopt wel. Althans, het klopt dat ik ten tijde van die casus angst had, ja (ik heb daarover wat verteld in het interview in het FD in januari). De angst werd opgeroepen door de overgangsperikelen, maar was als zodanig geen overgangssymptoom – angstig ben ik wel eens vaker, zal ik maar zeggen.

Papendal is twee uur rijden, vooral heen heel rustig op de weg zo op zondagochtend vroeg, en zo kon ik ondertussen mijn gedachten laten gaan. Ik realiseerde me dat er nog steeds dingen veranderen, zes jaar na de menopauze. Althans, dat denk ik. Twee jaar geleden kreeg ik vrij plotseling last van een erg droge mond. Ik ben daarvoor zelfs nog naar dokter en tandarts gegaan – die zagen niks bijzonders. Ik heb er best lang last van gehad, tot, ja, wanneer was dat? Want, zo realiseerde ik me gister: het is over. Hopelijk gaat dat met de droge ogen ook nog een keer gebeuren.

Tijdens de workshop realiseerde ik me ineens iets anders over mezelf, wat ik pas op de terugweg verder kon uitdenken. Ik zeg erin dat vrouwen in de overgang de neiging hebben om er een schepje bovenop te doen, wat het alleen maar erger maakt. Dat is het meest zichtbaar bij vrouwen die al hun hele leven worstelen met hun gewicht. Als ze in de overgang aankomen, gaan ze nog fanatieker lijnen, wat hun lichaam nog verder uit balans trekt. Ik bedacht gister: ik heb dat ook gedaan, vooral door tijdens de overgang te bedenken dat ik een marathon wilde lopen. Het kwartje viel toen ik het had over het gebrek aan trainingsprogressie (‘non-respons’) tijdens de maanden van trainen volgens de marathonrevolutie. Ineens dacht ik: ik kan wel allerlei goede redenen gehad hebben om graag een marathon te willen lopen toen, maar het was qua hardlopen voor mij wel heel degelijk een heel dikke schep erbovenop. Dat had ik me nog niet gerealiseerd, frappant genoeg.

(Overigens is het niet zo dat ik dan dus denk: die marathons had ik beter niet kunnen doen. Ik zou zeggen: als je nog graag dingen doet in je leven, ga die dan niet een ongewisse tijd zitten uitstellen alleen maar omdat je in de overgang bent. Mijn realisatie zat ‘m er vooral in dat ik een blinde vlek had voor m’n eigen ‘schepje erbovenop’, en dat ik achteraf wel denk: ik heb toen dus ook niet ingezien dat ik het risico nam mijn lijf nog verder uit balans te brengen. ‘Moet kunnen’, was mijn houding. Het is er denk ik weer een voorbeeld van dat ik in die jaren op het randje van sportverslaving verkeerde, waar ik ook in het FD over vertelde. Gelukkig is het goedgekomen.)

Tot slot: ik vond het frappant hoe veel vrouwen in de overgang het slechte slapen herkennen, en hoe heftig dat is. Ik kon helaas die vrouwen niet veel oplossingen daarvoor bieden. Op de terugweg luisterde ik naar een paar podcasts, en in een ervan, een editie van Topsporttopics over herstel, ging het ook over slapen. Ik hoorde daarin voor het eerst dat slecht slapen meetbare gevolgen heeft voor de glycogeen- en eiwitsynthese in de spieren. Met andere woorden: het negatieve effect van slecht slapen op je herstel is meetbaar. Voor een van de sprekers, Louis Delahaije (altijd fijn om hem te horen!) is slapen ook nog een soort mysterie – je kunt een boel voorwaarden scheppen, maar verder… en ja, zo is het.

 

Door |2025-09-22T11:16:03+02:0022 september 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

En (niet) door!

Direct na m’n halve triathlon dacht ik: “Voor de volgende triathlon schrijf ik een blogpost met als titel ‘En door!’, want de leuke dingen volgen elkaar wel heel snel op, dus ik ga niet stilzitten.” Die ‘volgende’ is morgen, maar dat ‘en door’, daar zaten wat haken en ogen aan. Er waren inderdaad een paar dingen heel leuk, met name:

  • Op 9 juni, Tweede Pinksterdag, organiseerde Jan Roose een speciale loop ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag. Dat was frappant: ook manlief was die dag jarig, die werd 68. Het supergezellige evenement bestond uit twee delen: eerst de ‘Alles piept en kraakt’-loop van 2,6 kilometer (twee rondjes om de Stelleplas) en daarna een uurloop: zo veel mogelijk rondjes lopen en na een uur het rondje afmaken. Manlief heeft dat uur aan het eind zo weten te rekken dat hij in precies 68 minuten finishte. Ik had daarvoor meegedaan aan ‘Alles piept en kraakt‘, want dat deed het toen zeer zeker nog, zo kort na de halve triathlon, en een dik kwartier lopen voelde als meer dan genoeg. Bij de uurloop heb ik Jan helpen administreren:
  • Afgelopen zondag zijn manlief en ik op excursie geweest door het Verdronken Land van Saeftinghe. Dat stond al lang op mijn verlanglijst, en het was inderdaad geweldig: lekker glibberen en glijden door geulen, slikken en schorren, en ondertussen genieten van het bijzondere landschap en de vogels:

Maar het waren ook twee best lastige weken. Het herstel van de halve triathlon viel me vies tegen. Ik had bij dat loopje van Jan piepende luchtwegen, daarna hield ik een paar dagen last van m’n bronchiën, dus mogelijk had ik iets onder de leden dat (gelukkig) niet doorzette. Ik bleef lang moe, met nog restanten spierpijn in mijn benen. Ook deze week was ik een paar dagen moe, futloos en uit m’n hum, na een paar keer slecht slapen en dinsdag weer door m’n heup zwikken met de bijbehorende pijn die doortrekt tot in mijn nek en schouder (urgh – die pijn en ook de frustratie zuigen energie weg). Ik heb een boel dagen dus niets anders gedaan dan wat yoga, stadsfiets en een korte duik in zee. En twee mogelijkheden om Kattendijke-Wemeldinge mee te zwemmen laten passeren: dat was me te veel (je kan daar niet halverwege stoppen hè).

Daartussenin zaten wel nog twee stevige inspanningen: de twee Rides for the Roses. Allebei zijn goed gegaan, mijn benen wilden dat net wel weer, en het was een fikse prestatie. Maar het was bepaald niet ontspannen fietsen en ik ervoer het als heel anders dan vorig jaar. Ik heb er dan ook gemengde gevoelens aan overgehouden:

  • Bij de Ladies Night Ride reed ik in een kopgroepje van drie, zonder moterbegeleiding (vorig jaar vond ik dat juist zo leuk), veelal gewoon in het verkeer en op drukke punten wel met verkeersregelaars, maar die zagen we overeind krabbelen als we eraan kwamen en die stonden dan net op tijd op hun plek. Dat voelde onveilig; ik reed niet op mijn gemak. Ik had ook sterk de indruk dat het niet de bedoeling was om hard te rijden. Echt best wel hard trouwens: in een uur terug over 30 km. Dat was wel een kick. En dat kan alleen met nul tussenstops; het hadden er vijf ofzoiets kunnen zijn! Over de finish verdwenen de andere twee snel, en daar stond ik dan, in m’n uppie, op een leeg plein, zonder verzorging, nouja, een doosje pepermuntjes – een hapje en een drankje waren er kennelijk alleen op die tussenstops. Gelukkig kwamen na een tijdje de resterende twee Kapelse dames als nummers 4 en 5 over de finish, en met hen was het terrasje wel heel gezellig.
    De Kapelse delegatie bij de Ladies Night Ride
  • Bij de Ride Midden-Zeeland van 120 kilometer (voor ons 137 in totaal) leidde het parcours eerst over Walcheren, waar het op een mooie zaterdagmiddag knetterdruk is met toeristen, en later viel het samen met de route van de korte afstanden, knetterdruk met e-bikes en aanverwanten. Dat gaat niet samen, allebei niet, met grote, rommelige pelotons racefietsers (inclusief enkele ongeleide projectielen). Ik heb me zowel geschaamd als geërgerd – het waren een boel Randstad-frustraties all over en ik vond het eigenlijk ook best wel gevaarlijk. Niet voor herhaling vatbaar eerlijk gezegd. Manlief was bovendien uit zijn hum, want zijn gloednieuwe fietscomputer (verjaarskado van mij) haperde – inmiddels is die terug naar de fabriek.

Over die haperende computer gesproken: mijn vermogensmeter (Powertap P1 uit 2018) heeft het ook begeven. Om iets kleins: het dopje van het batterij-vakje kan niet meer los zonder het te slopen, en nieuwe dopjes zijn niet meer verkrijgbaar, althans, niet in Europa. En mogelijk helpt dat ook niet omdat de batterij waarschijnlijk gelekt heeft – daardoor zit het dopje muurvast en de inbus draait dol. Het is een tijd van veel praktisch ‘gedoe’, ook buiten het sporten om. Dat zijn allemaal kleine dingen die per stuk niet zo belangrijk zijn, maar van allemaal bij elkaar ben ik ook moe. Of gewoon aan vakantie toe ofzoiets.

Nou goed, zo leefde ik dus toe naar de triathlon van morgen, eentje waar ik naar had uitgekeken: de bijzondere ter gelegenheid van Oud Gastel 750 jaar. Een unieke triathlon, Oud Gastel is altijd leuk, een mooie aanwinst voor mijn collectie afstanden (750 meter zwemmen, 75 kilometer fietsen, 7,5  kilometer lopen), en voor mij fijne verhoudingen, met dat lange fietsen. Ik had zelfs alweer een nieuwe vermogensmeter, de chiropractor had me uit de knoop gehaald die altijd samenkomt met die verzwikte heup en van het weinige sporten deze week ben ik nou toch wel echt uitgerust. Ik had er zin in. Hooguit had ik me wat zorgen gemaakt om 75 kilometer fietsen in de hitte met maar twee bidons.

Dat was naïef, dacht ik later – in het nieuws was het al gegaan over afgelastingen.

Want donderdagmiddag kwam ik thuis en zei manlief meteen: ‘heb je het slechte nieuws al gehoord?’ Nee, wat? Hele triathlon van Oud Gastel op z’n kop, vanwege de hitte en blauwalg in het water. Het meeste is afgelast, en de 750-afstand is veranderd in een korte run-bike-run die ook nog eens knettervroeg start.

Wat een deceptie. Het zit echt niet mee op het ogenblik – al kon ik dat na een paar minuten ook wel weer relativeren en het ook heel sneu vinden voor de organisatie. Blauwalg is duidelijk, dan kan zwemmen niet doorgaan. Maar het is  wel extreem – het was er eerdere jaren ook wel eens warm, dus ik had dit even niet zien aankomen. Ik had al wel begrepen dat dit een extreem blauwalgjaar is, vanwege de droogte en de warmte. En die hitte, tsja… ik denk dat we met z’n allen beter met hitte om moeten leren gaan, met het oog op het veranderende klimaat, in plaats van alles maar af te gelasten en in te korten – straks kan er ’s zomers niks meer. Maarja, stel dat er weer een dode valt ofzoiets. Lastig, dat snap ik wel.

Nou goed, we hadden even twijfels, maar na een nachtje slapen hebben we er toch wel weer een beetje zin in, motto ‘vooruit dan maar’. Omdat Oud Gastel leuk is, en omdat wél gaan ook een vorm is van ons aanpassen aan de omstandigheden. Op zo’n korte afstand kan manlief bovendien op z’n retrofiets, vindt-ie ook leuk.

Dus: wekker om half 5 morgenochtend…

 

Door |2025-06-23T12:24:04+02:0020 juni 2025|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport|1 Reactie

Een memorabele dag in de Biesbosch

Sohee, dat was een heftig dagje gister bij de Line Crossers triathlon. Ik schreef hier vrijdag al dat ik me wat zorgen maakte over het weer. Harde wind en kou betekent langzamer fietsen, sowieso en door slechtere aerodynamica. Langzamer fietsen met een limiettijd betekent: minder tijd om te lopen. Plus dat kou meer wisseltijd kost, en vooral: veel energie.

Op het moment dat ik dat schreef, had ik toch iets optimistischere verwachtingen al dan hoe het gister uitpakte. Ik heb het zelfs met de warmste kleren die ik voorbereid had koud gehad op de fiets, het heeft knetterhard gewaaid en het heeft geregend. Het ging drie ronden lang nog enigszins, maar de vierde was echt vreselijk: ik stond bijna stil in de tegenwind en wat er op dat moment viel, zat dichtbij hagel. Ook het lopen was koud, nat en winderig, tot een paar kilometer voor de finish.

In hoeverre het die omstandigheden zijn geweest dat het lopen niet goed ging of dat ik mijn lopen had overschat, dat weet ik niet, het zal een beetje van allebei geweest zijn, maar in elk geval: de limiet van 6u15 heb ik niet gehaald, ik was 11 minuten langzamer. Ik was tijdens het fietsen al een beetje bang dat mijn benen te veel kou te verduren hadden gehad, en hoe dan ook: het lopen ging niet goed. Ik liep eigenlijk vanaf het begin niet hard genoeg, mijn energie raakte op, maar vooral: ik kreeg kramp boven m’n rechterenkel – had ik nooit eerder gehad. Dat was jammer. Ik moest af en toe wandelen en wist halverwege dat ik het niet zou gaan halen.

Maar ik mocht wel doorgaan. Met de bezemwagen achter me aan. Ik was toen de laatste deelnemer geworden namelijk. Na het fietsen had ik er nog een paar achter me, maar die kwamen me voorbij. Die bezemwagen had van mij niet gehoeven: buiten tijd is buiten tijd, hij  mocht me wel voorbij en dan zou ik buiten mededinging uitlopen – ik wilde naar de finish. Maar het ‘moest’, zo zei hij, achter de laatste deelnemer blijven, anders moest ik instappen. Ik vond dat nog even best wel lastig, om zo veel geduld van iemand te vragen. Het duurde wat kilometers om me daaroverheen te zetten en de twijfel om in die auto te stappen overboord te kieperen. Net die laatste kilometers gingen ook weer ietsje beter. Dank aan de bezemwagenchauffeur voor het geduld!

En toen werd de finish er eentje om nooit te vergeten. Ik dacht dat ik niet meer echt kon finishen, want ja, te laat. Maar nee: er stond een soort erehaag van vrijwilligers me op te wachten, die gingen allemaal klappen en juichen, ik werd ‘doordouwer’ genoemd door de speaker (haha, ja), de finishboog stond gewoon nog en direct daarna stond de burgemeester van Altena me op te wachten voor mijn medaille:

Daar is geen foto van, ook al was manlief mee en maakte hij andere foto’s. Totdat hij zelf in mijn vierde fietsronde zijn loopschoenen aantrok: hij is het laatste rondje me me meegelopen. Dat was heel fijn, want anders was het zeer eenzaam geworden. We waren maar met 83 deelnemers, waarvan er 76 zijn gefinisht. Het lopen was één grote ronde, en het grootste deel van de tijd was er niemand in zicht. Af en toe vrijwilligers – ik denk dat er meer vrijwilligers dan deelnemers waren, en die waren allemaal super-aardig en enthousiast. Terwijl het ook voor hen geen aangename omstandigheden waren natuurlijk.

Dat verlatene van die ene grote ronde, dat is ook wel het unieke aan deze triathlon. Ik schreef net in de evaluatie dat ik in vijftien jaar triathlon nog geen mooiere ben tegengekomen qua natuur. Ik vond het bij mijn – zonnige en warme – verkenning van het fietsparcours al prachtig, en tijdens de eerste fietsronde gister opnieuw. Het was heel anders, met dat ruige van het slechte weer en de rust van de vroege ochtend. Het had iets van Schotland ofzo, maar dan plat. De looproute volgde deels het fietsparcours en nam nog een prachtige doorsteek. Overal water, groen, weidse luchten, en roof- en watervogels. Het leek wel een natuurexcursie Biesbosch. Manlief zag een lepelaar en stond nog even met een ganzenei in zijn handen. Hij had gehoord dat het er ook barst van de bevers, maar die zijn slecht te zien natuurlijk. ’s Ochtends was het zwemparcours in het Steurgat ook al zeer fraai geweest: mooi water tussen groene muren. En die hele omgeving krijgt nog extra kleur door het verhaal over de dappere linecrossers.

Over het zwemmen gesproken: dat ging hartstikke goed. Ik denk dat het te kort was, maar met 36’30 (zelf geklokt) ben ik sowieso dik tevreden. We hadden een aparte vrouwenstart, met z’n zeventienen ofzoiets, “de kleinste startgroep ooit”, zo constateerde een van de andere vrouwen, en ja, dat klopt ook wel – en ik denk dat ik weer de oudste was:

Ik ben die met dat witte horloge, 5e van rechts – maar liefst vier anderen in hetzelfde merk en type wetsuit

Dus dat was rustig zwemmen met alle ruimte. Daardoor kon ik me goed concentreren op m’n techniek. Grote boeien maakten navigeren ook nog eens makkelijk. Het water was 18 graden, zo zei men, en dat was aanzienlijk warmer dan de buitenlucht.

Op naar de eerste wissel:

Die ging okee maar niet heel snel. Nouja, bij zo’n lange afstand is dat niet heel erg. Met goede moed aan het fietsen begonnen, al ziet dat er op de foto anders uit:

Manlief maakte bij mijn eerste doorkomst foto’s en gaf me bij de tweede een nieuwe bidon:

Het fietsen ging eigenlijk gewoon goed. Ik wilde 190 Watt gemiddeld rijden en dat lukte prima. Eten en drinken ging ook geheel volgens plan. Tegen het eind van de derde ronde begaf wel m’n vermogensmeter het: batterij op. Ik vermoedde al zoiets en had hem willen vervangen, maar dat ging van de week niet zomaar: de inbusbout van het sluitdekseltje van de batterij is versleten en de sleutel draait dol. Daar is vast ook wel wat aan te doen, maar dat is ten onder gegaan aan het probleem met de rem. Nouja, ik wist na drie rondjes wel hoe het moest voelen, dus dan maar zonder metertje door.

Maar toen kwam dus wel die qua weer afgrijselijke vierde ronde, met rukwinden en ijsregen. Waar ik na drie rondjes op 31,2 km/u gemiddeld doorkwam, zakte dat weg tot 30,8 en dat was net genoeg om het precies in 3 uur te halen. Dat viel tegen, maar dat lag aan het weer – ik heb me kranig geweerd, vind ik.

Dus eigenlijk ging alles goed op het lopen na. Daar kan ik wel mee leven. Ik had zeker op beter lopen gehoopt, maar het zat er echt niet in.

Om het verhaal van de dag even af te maken: de wekker ging om 5 uur, oef – maar gelukkig had ik wel goed geslapen. Om 6 uur reden we weg, met de playlist die ik in 2016 voor mijn Ironman aanlegde op de speakers, dat was fijn. Ondertussen kletterde de regen af en toe tegen de voorruit en zag ik op de auto-thermometer dat het 11 graden was. Oef! We waren er tegen half 8, en dat was maar net genoeg tijd om alles in gereedheid te brengen, want parkeren en me melden kostte wat tijd.

Ik was ook nogal aan het prutsen met de tatoeage-nummers die je op je hand moest plakken (doe mij maar gewoon met stift). Uiteindelijk heeft een EHBO-dame me nog geholpen met het water dat je daarvoor nodig had, desalniettemin lag het meeste er al af nog voor ik startte. Een stukje van een 7 zit er echter nu nog:

Maar alles net op tijd klaar.

Enfin, toen dus van start, en dan is het ineens 6 uur en 26 minuten later – zo’n wedstrijd doet altijd iets wonderlijks met mijn beleving van tijd. Ik was behoorlijk kapot toen ik over de finish kwam. Gauw m’n fiets uit de wisselzone gehaald, want die werd al onttakeld. Ik was zo moe dat ik amper m’n spullen naar de auto kon dragen, gelukkig hielp manlief ook daarbij. Ook warme en droge kleren aantrekken bij de auto was geen sinecure. Daarna vlot thuis, tegen 5 uur. Daar wat dingen uitgehangen en opgeruimd, het wassen van alle natte zooi uitgesteld tot vandaag. Gedoucht en gegeten en verder vooral niks meer gedaan – beetje krant lezen en voetbal kijken enzo. Daarbij m’n eerste bier in vier weken gedronken, want ik had m’n jaarlijkse maand droog aan de wedstrijdvoorbereiding gekoppeld. Ik had gruwelijk zere benen, vooral bij opstaan uit een stoel. Ook vandaag, na een lekker lange nacht, voelt mijn lijf nog behoorlijk aangeslagen, van enkels tot nek zo’n beetje, ik heb zelfs spierpijn in mijn buikspieren. Maar dat gaat allemaal gewoon weer herstellen, er is niks stuk – m’n lastige rechterheup vond alles best.

Wel denk ik dat dit mijn laatste halve triathlon was. Ik heb het nog een keer geprobeerd, na eerdere vergelijkbare ervaringen, maar als ik zelfs met deze loopvorm en -getraindheid moet wandelen en er 2u37 over doe, dan is het voor mij gewoon te hoog gegrepen – ook zonder strenge tijdslimiet (vind ik). Ik schreef het vrijdag al: ik word er ook niet sneller meer op. Gelukkig zijn kortere triathlons ook heel leuk. Als dit inderdaad mijn laatste is, dan was die in elk geval memorabel!

 

Door |2025-06-09T10:48:19+02:008 juni 2025|Triathlon algemeen, Vrouwensport|1 Reactie

Lucile als zeldzaam vrouwbeeld

Alex attendeerde me erop dat in de aflevering van Koers van de Kameraden van afgelopen week (aflevering 9) een bijzondere leeftijdsgenote van me voorkomt. Lucile heeft pas op oudere leeftijd het wielrennen ontdekt, bleek daar heel goed in te zijn, en wist zich te plaatsen voor het WK Masters van afgelopen zomer in Denemarken, bij de vrouwen 55-60.

Ik denk dat het in de serie wel vaker over oudere sporters is gegaan, ik heb die niet helemaal gezien: na een paar afleveringen vond ik het te kabbelend: traag, versnipperd en te weinig interessant. Maar het portret van Lucile vond ik wel boeiend. Ik werd heen en weer geslingerd tussen ‘ze gaat wel heel erg ver’ en een gevoel van herkenning of anders gezegd: ik vond het bijzonder dat zo’n afwijkend vrouwbeeld bij omroep Max ruimte krijgt. Ik heb het er vaker over gehad: als het over 50+-vrouwen en fietsen gaat, gaat het over een beetje rondkakken op een e-bike. Dát is het ‘oudere-fietsvrouwbeeld’. Niet iemand op een tijdritfiets die gericht traint, zenuwachtig is voor de koers en haar eten afweegt. Dat laatste doe ik niet, zeer zeker niet, en ik eet ook echt geen dingen die ik niet lekker vind alleen maar voor de koolhydraten – dat valt wat mij betreft onder het ‘ze gaat wel heel erg ver’. Maar ik vind veel ook heel herkenbaar en dat is heel zeldzaam.

Nu ik de zestig nader en al een heel aantal keren de oudste deelneemster was, voel ik dat weer extra: er zijn maar heel weinig rolmodellen, heel weinig vrouwen van boven de 50 die prestatiegericht sporten en daar lol aan beleven. Goed dat Lucile in beeld was dus!

 

Door |2025-06-06T10:06:44+02:006 juni 2025|Fiets, Vrouwensport|0 Reacties

Oudste vrouw fietst het hardst

Het bijzonderste moment van de Dordtse Biesbosch Triathlon gisteren was toen ik de uitslag zag: bij de vrouwen was ik in mijn serie de oudste deelnemer, en ik had de snelste fietstijd. Huh? Nou, dat zegt wat over mij, maar vooral ook wat over de andere vrouwen. Zeker als je erbij neemt dat ik de vierde zwemtijd had, maar de 15e looptijd, van 19. Okee, lopen is veruit mijn minste onderdeel, maar dit is nog veel schever dan anders: de andere vrouwen konden vooral goed hardlopen. Dat er bij de jongeren niemand harder fietste, tsja, dat is eigenlijk absurd. Het waren ook nog eens bepaald niet mijn favoriete omstandigheden: het woei zo hard dat ik blij was dat ik veilig aankwam.

Maar goed, los van de uitslagen: het was leuk, ik ben tevreden. Voor wat betreft mijn eigen prestatie was ik vooral blij met het zwemmen: niet alleen met het resultaat, maar ook met dat ik, zoals ik me had voorgenomen, technisch goed kon blijven zwemmen. Dat is in open water en/of een wedstrijd bepaald niet vanzelfsprekend. Ik had het ‘riedeltje’ van de recente lessen van Zwemanalyse in mijn hoofd: rekken – duwen- naar beneden kijken – oksel openen. En dat ging 500 meter lang goed, en dan zwem ik dus prompt een halve minuut harder dan laatst tijdens de zwemloop, al is dat niet helemaal vergelijkbaar. Het water was wel even koud (16,5 graad), en het lastigste onderdeel van het hele zwemmen was uit het water komen, want dat was ontzettend glibberig.

Iets anders wat ik wilde oefenen, was goed wisselen meteen daarna, en dan vooral het snel uittrekken van m’n wetsuit. Dat vind ik altijd een hele hijs, maar nu helemaal. Mijn Zeilvis Aanval is aan zijn achtste seizoen begonnen, het was aan het uitscheuren bij mijn enkels en dat heb ik onlangs gerepareerd – maar daardoor zit het strakker om mijn enkels dan voorheen. Maar ook dat ging goed – oefenen geslaagd. Op deze foto kom ik net uit het water en is mijn linkerhand al op zoek naar het touwtje om de rits open te trekken:

Toen goed gefietst, wel erg bezig met de wind: drie rondjes schuin links tegen, schuin rechts tegen, mee, en dat per rondje harder.

Prima 2e wissel, en daarna okee gelopen (geen last van heup), met opnieuw merkbare invloed van de wind. Tevreden over de finish, als zevende dame, en winnares van m’n leeftijdscategorie natuurlijk (ik was de enige D55+; in de eerste serie waren het er vier geweest en zou ik tweede geworden zijn).

Manlief finishte zes minuten later, als derde bij de H65+, en ook tevreden. Hij had op z’n vintage fiets gereden…..

….en het was zijn eerste keer zwemmen sinds de vorige triathlon, eind september!

Het was onze derde deelname – wat wil zeggen dat we alle edities hebben meegemaakt – en dit blijft een erg leuke triathlon: kleinschalig, gemoedelijk, veel ‘rookies’, goed georganiseerd, prachtig parcours, altijd wel wat bekenden, en aan het eind een erg leuke medaille:

We hadden een gezellig hoekje in het parc fermé en stonden wat te ouwehoeren en dollen met een paar jongere kerels. Op een gegeven ogenblik trok één van hen de stoute schoenen aan om ons naar onze leeftijd te vragen. Dat maakte wel indruk: zij wilden ook nog steeds wel lekker triathlonnen als ze zo oud waren als wij. Ons advies: vooral lol blijven houden. Toen we wegliepen, zei ik tegen Henk: we worden rolmodellen zo, als vrolijke oudere sporters. En daar ben ik trotser op dan op m’n fietssnelheid.

(Eerste vier foto’s met dank aan de organisatie)

Door |2025-05-30T13:19:01+02:0030 mei 2025|Fiets, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

Verandering van gel

Het was een langzaam vallend kwartje de afgelopen maanden: ik kan niet meer tegen gewone gelletjes. Ik krijg er fikse onrust in m’n darmen van.

Het besef daalde langzaam in. Onrustige darmen heb ik wel eens vaker, maar ergens in februari ofzo ging me opvallen dat het wel heel vaak op maandag of dinsdag was. Vervolgens dat dat was als ik in het weekend lang had gelopen. En in maart dat het dus mogelijk m’n sportvoeding was. Nadat ik na de Oosterscheldeloop van zondag op maandag slecht had geslapen van het gerommel in mijn buik ben ik maar eens wat gaan experimenteren en googlen. Uit de experimenten bleek dat elk van mijn gels problemen gaf, zelfs die van Maurten die bekend staat om z’n goede verdraagbaarheid.

Google leidde me tot fructose als hoofdverdachte. Het is ook iets wat ik al uit Roar had opgepikt: dat vrouwen vanaf de overgang fructose minder goed kunnen verwerken. Okee. En misschien heb ik dit ook al langer, maar is de relatie me nooit opgevallen.

Ook realiseerde ik me dat niet alleen die onrust in mijn darmen vervelend is als zodanig, maar er ook op duidt dat ik de koolhydraten niet goed opneem, en dus ook niet kan inzetten als energievoorziening tijdens het sporten. Dat blijkt uit de vertraging. Ik hoef niet tijdens het lopen acuut de berm in, zal ik maar zeggen; de onrust komt pas na ongeveer anderhalve dag. Dat doet vermoeden dat de suikers onverteerd mijn darmen ingaan en uiteindelijk in m’n dikke darm de boel op stelten zetten. Daar zijn ze niet voor bedoeld natuurlijk.

Toen ben ik dus op zoek gegaan naar fructoseloze gels. Ik bestelde een proefpakket van Sis. Beetje eigenaardig spul, want het is niet zoet, heeft niet veel smaak en de vergelijking met behanglijm dringt zich op, maar het is prima weg te werken, het geeft energie en mijn darmen blijven rustig. Ook na die met cafeïne erin.

Opgelost, maar toch blijft het vaag, want ik kwam er tijdens het schrijven van deze post achter dat er in een van de gels waar ik last van kreeg, volgens de ingrediëntenlijst geen fructose zit. Geen idee hoe dat zit, misschien is het niet de fructose maar speelt de concentratie snelle suikers als zodanig wel een rol. Stacey Sims, die van Roar, is in het algemeen voor vrouwen niet zo’n fan van gels, en bepleit natuurlijke voeding met ook de andere macro-nutriënten tijdens het sporten. Dus misschien is er iets met geconcentreerde suikers. In die Sis-gels zit ook geen glucose, althans, niet los, alleen in de vorm van de ketens van maltodextrine, een zetmeel.

Van natuurlijke voeding houd ik ook, alleen werkt dat op de fiets nog wel, maar tijdens het lopen niet: ik kan het niet meenemen en ik krijg het niet weg. Voor tijdens het lopen neem ik op 7 juni Sis-gelletjes mee.

En misschien op termijn toch eens bij een sportdiëtist aankloppen.

 

Door |2025-05-06T20:34:24+02:006 mei 2025|Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties
Ga naar de bovenkant