Vrouwensport

Opvallend veel 40+-succes op de Spelen

Waar voor velen 40 de leeftijd is waarop ze vinden dat ze ‘oud’ zijn, waren er op de Olympische Spelen opvallend veel 40+’ers die het goed deden. Jorrit Bergsma (40) won twee schaatsmedailles, dat wist ik al, en de nieuwsbrief van The Well HQ zette vanochtend de 40+-vrouwen op een rijtje: snowboarder Claudia Riegler (52) was de oudste vrouw die ooit deelnam aan de Winterspelen, Silvana Tirinzoni (46) won zilver bij het curlen en Elana Meyers-Taylor (41) goud in de bobslee. Mooie rolmodellen!

 

Door |2026-02-25T14:25:01+01:0025 februari 2026|Vrouwensport|0 Reacties

The Well HQ over de overgang

De nieuwsbrief van The Well HQ had vorige maand twee korte maar interessante stukjes over de overgang (nouja, over de ‘menopauze’ schrijven ze zelf, dat blijft verwarrend in het Engels). Ik las ze met instemming.

Allereerst: vrouwen die veel (duur-)sporten hebben net zo veel last van de overgang als andere vrouwen. Ik citeer:

a 2025 study by Hamilton et al discovered that even highly active women experience menopause and its physical symptoms in similar ways to the rest of the population. Top menopause symptoms among female endurance athletes included sleep problems (88%), sexual problems (74%), anxiety (72%), hot flushes (65%) and joint / muscle pains (63%).

Ik vind dat een belangrijke relativeerder ten opzichte van de vele boodschappen dat sporten ‘moet’ in de overgang. Iets wat ik wel eens heb horen omschrijven als ‘alsof je opvliegers weg kunt sporten’ – wat niet zo is.

Voor mij is nog frappant aan het rijtje gerapporteerde klachten: de hoge score van slaapproblemen – precies ook mijn grootste probleem toen, maar het gaat toch heel erg vaak alleen maar of vooral over die opvliegers. En wat me opvalt als ontbrekend: de invloed op lekker kunnen sporten, zoals de grillige prestaties. Wel concludeert het stukje dat je je trainingen wellicht aan moet passen.

De andere oproep is om je niet blind te staren op hormonen alleen – iets wat ik laatst ook schreef. Het gaat in de overgang ook om sociale en culturele zaken. Ik citeer weer:

When entering perimenopause, many midlife women are at the peak of their career, and / or looking after children, and / or caring for older relatives, and / or running households, and / or … well, the list goes on. Any one of these roles comes with pressure, yet many midlife women live several (or even all of them) at once. Sprinkle on some social mediatastic ideas that we’re all supposed to be sleek, healthy, happy, fulfilled and the best version of ourselves … and yeah, it’s a whole set of psycho-socio-cultural symptoms to contend with.

En dat alles in een ‘man’s world’ nog ook! Dat valt niet uit te vlakken. Ten opzichte van een generatie geleden is de druk op vrouwen van rond de 50 enorm toegenomen, al is het alleen maar in  hoe veel uren ze werken. Dat dat een keer gaat kraken, is niet zo gek. De rommelende hormonen zijn in het totaal maar één factor.

 

 

Door |2026-02-04T14:51:27+01:004 februari 2026|Vrouwensport|0 Reacties

‘Use or lose’ je vetverbranding

Het valt me vaker op: dat sommige duursporters overdrijven met hun koolhydraat-inname. Een uurtje zwemmen kan echt zonder sportdrank, en laatst keek ik verwonderd naar de aanwijzingen op Zwift om tijdens een rustige duurtraining al binnen een half uur te ‘refuelen’. Dat is niet nodig, en, zo weet ik al langer, en het kan tegen je werken. Niet alleen zijn het extra calorieën die gewoon meetellen voor het geheel, maar ook maak je het je spieren als het ware te gemakkelijk: die kunnen lekker die weinig zuurstof kostende koolhydraten opsouperen en hoeven niet aan die wat moeilijker te verstoken vetten te beginnen. Maar een goede vetverbranding is essentieel om te presteren en voor je gezondheid – juist om die te stimuleren zijn rustige duurtrainingen.

Recentelijk leerde ik daar ook nog over dat er tegenwoordig recreatieve sporters zijn met verhoogd risico op diabetes, vanwege een overdosis snelle suikers in de vorm van sportvoeding. Daar zit mogelijk achter dat ze horen over hoe de profs tegenwoordig tot wel 120 gram koolhydraten en meer per uur wegwerken – iets wat bij hen tot verbeterde prestaties werkt, maar wat je als recreant zeker niet moet naäpen, en al helemaal niet in rustige trainingen.

En zeker niet als je een dagje ouder wordt. Dat was voor mij de nieuwe les uit een tweeluik aan artikelen in Fiets Magazine. In nummer 12 van 2025 ging het over wat er gebeurt in ouder wordende spieren en hoe je daar zo lang mogelijk goed mee kan blijven presteren. Daarin niets nieuws qua praktische strekking. Moraal: ‘use it or lose it’ en leef verder ook gezond.

Wel vond ik daarin al interessant om te leren wat er op celniveau gebeurt als je ouder wordt: het aantal mitochondrieën blijft gelijk, maar ze werken minder goed samen (‘fragmentatie’) en dat hangt samen met de vetverbranding. Oudere sporters hebben meer vet statisch opgeslagen in hun spieren, en dat verstoort de energiehuishouding.

Die gedachte wordt in het meest recente nummer (2 van 2026) verder uitgewerkt. Juist oudere duursporters hebben baat bij het trainen van hun vetverbranding. Koolhydraatverbranding beschadigt de mitochondrieën namelijk meer en je wilt je spieren juist stimuleren om dat statisch opgeslagen vet te gebruiken (althans, dat neem ik aan, dat staat er niet zo letterlijk).

Vetverbranding trainen doe je door in je rustige duurtrainingen alleen water te nuttigen, zeker de eerste uren. Niet te veel tussendoortjes naast drie goede maaltijden per dag. Pas 2 à 3 uur na de maaltijd gaan trainen. Dat zijn dingen die ik doe en die ik eigenlijk vanzelfsprekend vind. Ik ben sowieso altijd wat ambivalent over sportvoeding omdat het ook iets megacommercieels is: peperdure suiker in een folietje met een marketingsaus eroverheen. Ik eet liever een krentenbol, banaan of bolus. Ik moet zelfs opletten dat ik tijdig ga oefenen met juist wel koolhydraten aanvullen voor tijdens het belangrijke evenement. Want dan wil je wel die snelle, handige koolhydraten kunnen gebruiken. Voor mij is dan 60 gram per uur al heel wat overigens.

Andere tips om de vetverbranding te stimuleren: nuchter trainen, dus voor je ontbijt – iets wat ik nooit gedaan heb. Het lijkt me veel te naar en ik zou bang zijn voor ondermijning van m’n weerstand. Er zijn sowieso kanttekeningen bij te zetten, zeker voor vrouwen (maar geen idee hoe dat na de menopauze is) en voor sporters die gevoelig zijn voor eetproblemen.

Je kunt ook je totale koolhydraatinname over de dag beperken of zelfs ketogeen eten, maar ik moet zeggen dat dat mij veel te ver gaat. Ik denk wel eens: het lijkt erop de meningen over koolhydraten gepolariseerd zijn: van de profs nadoen met hun 120 gram per uur tot ze tot evil verklaren door de aanhangers van (al dan niet intermittent) vasten en keto. Een béétje normaal doen met eten, à la adviezen van het Voedingscentrum, lijkt mij een betere aanpak.

 

Door |2026-01-26T14:17:53+01:0026 januari 2026|Fiets, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

60!

Vandaag ben ik 60 geworden. Dat vraagt om reflectie op het afgelopen decennium. Dit weblog startte ik immers onderweg naar een hele triathlon op mijn 50e (die post heeft nog steeds de mooiste titel van het hele blog, bijna tien jaar na dato), en in de tussenliggende tijd heb ik me uitvoerig verdiept in de ‘ouder wordende sporter’. Hoe is het om tien jaar ouder te zijn?

Ik met pulIn het kort: het gaat nog steeds gewoon heel goed. Ik merk heus wel dat ik ouder word, maar in het sporten verandert niet zo veel en het gaat me in een aantal opzichten ook beter dan tien jaar geleden. En het allerbelangrijkste: ik kan nog steeds met veel plezier sporten, daar is niet veel aan veranderd. Ik werk deze gedachtegang hieronder uit en illustreer ‘m hieronder met wat vrolijke foto’s van de afgelopen tijd. Ter vergelijking is die links hiernaast van tien jaar (en twee maanden) geleden.

Ik merk dat ik ouder word

Ik hoef er maar voor in de spiegel te kijken. Ik heb een grijze kop haar, en het is waar: alles gaat hangen, behalve mijn tandvlees, dat trekt op. Mijn ogen zijn ongetwijfeld onderweg naar een staaroperatie. Ik heb wat schade opgelopen: door de verkoudheid van voorjaar 2024 ben ik mijn reukvermogen voor een deel kwijt en na de infectie van 2023 zijn mijn darmen ook nooit meer helemaal de oude geworden. Van allebei weet ik niet of het ooit nog goedkomt.

In het sporten verandert niet zo veel

Bij het sporten merk ik niks van die grijze haren en de rimpels. Als ik me richt op de meetbare dingen en daarbij abstraheer van de momentopnames en de trainingsperiodisering, dan is er eigenlijk maar één ding dat achteruit is gegaan in die tien jaar: mijn hardlooptempo. Ik liep net voor m’n 50e een enkele keer een halve marathon binnen de twee uur; ik zou niet weten waar ik dat nog vandaan zou moeten halen. Ik heb me er ook al een tijdje niet meer op toegelegd, maar zelfs dan – dat is echt buiten mijn bereik.

Mijn zwemmen is tussentijds nog wel sneller geweest dan tien jaar geleden. Dat is een kwestie van techniek. Ik leer nog steeds bij, maar het verrommelt ook steeds weer, dus hoe hard ik zwem, hobbelt op en neer met hoe veel moeite ik ervoor doe en hoe lang geleden en hoe nuttig de meest recente cursus was.

Fietsen is niet zo veel veranderd, en zeker niet de procent per jaar verouderingseffect waar het vaak over gaat – ik ben niet tien procent slechter dan tien jaar geleden. Op dit moment in het laagseizoen ligt mijn FTP zelfs net ietsje hoger dan precies tien jaar geleden, wat ik te danken heb aan meer en gerichter fietsen. In goede vorm in het seizoen haal ik nog steeds ongeveer dezelfde waarde van net onder de 4 W/kg. Hooguit kost dat wat meer moeite, in de zin van: ik kon dat toen bereiken naast meer hardlopen dan nu. M’n duurvermogen is niet veranderd.

Herstellen doe ik ook gewoon nog goed en ik kan nog steeds zware trainingsweken aan. Mijn maximale hartslag daalt maar mijn rusthartslag ligt sinds de menopauze ook aanzienlijk lager, dus ik heb nog steeds een bijna even groot hartslagbereik. Mijn gewicht is stabiel, mijn bloeddruk ook (weet ik dankzij de metingen bij het plasma geven).

Het gaat me beter

In één opzicht is het nu fysiek zo veel beter dan tien jaar geleden: de overgang is echt voorbij. Vorig jaar nog trokken er wat restantjes weg: de droge mond, de hartkloppingen en wellicht ook de disbalans in m’n bekken waar ik jaren mee heb gerommeld. Sinds de zomer is mijn bekken-rug-nek ineens probleemloos. Kan ook toeval zijn of aan iets anders liggen, maar opvallend is het wel. En dan had ik het over de allerlaatste sporen van de overgang, veel was daarvoor al verbeterd. Tien jaar geleden zat ik er nog dik in en moest de ergste tijd zelfs nog komen. Ik knijp nog regelmatig in mijn handjes bij deze stabiliteit, groter dan ooit tevoren. Ik denk wel eens: mannen hebben dit altijd, wat een verschil!

Ik ben ook minder blessuregevoelig, mogelijk ook een gevolg van die stabiliteit en van nog tien jaar lang mijn lichaam beter leren kennen. Een paar dagen na mijn 50e verjaardag blesseerde ik mijn voet dusdanig dat ik maandenlang niet kon lopen; van dat soort ellende ben ik al heel lang gevrijwaard (afkloppen). De routine die ik sinds de coronatijd heb, met dagelijkse oefeningen en een wekelijkse dosis Yoga with Adriene, doet me goed. Ik ben daardoor ook eerder leniger dan stijver ten opzichte van mijn 50e.

Door het dippen en #projectdaglicht kom ik beter door de winters dan ooit tevoren. Ik weet niet of het daardoor komt, maar de afgelopen tien jaar ben ik veel minder vaak verkouden geweest dan voor mij gebruikelijk was. Ik heb een winter overgeslagen aan de andere kant van de wereld (een van de absolute hoogtepunten van het decennium!) en een tijdje speelden de coronamaatregelen een rol, maar ook sindsdien is het minder frequent. Ik heb alleen in 2018/2019 een periode gehad waar ik als vanouds vaak liep te snotteren.

Ik denk dat ik ook beter train dan tien jaar geleden: gedoseerder en gerichter, vooral qua hardlopen. Dat is wel verrassend eigenlijk, hoe lang het kostte om uit te dokteren waar ik het het beste op doe. Belangrijk inzicht daarbij voor mij was dat ervaren zwaarte belangrijker is dan gemeten intensiteit. Dat maakt voor mij voor een lange duurloop veel  uit: qua intensiteit is dat een lichte training, maar qua ervaren zwaarte bepaald niet. Ik moet die dus ‘meetellen’ bij de zware trainingen, waarvan ik er in een week maar hooguit twee ‘mag’ doen. Dat beperkt wat ik aan zware intervaltrainingen kan doen.

Dat is het grootste verschil met tien jaar geleden: ik heb geleerd dat ik hardlopen niet te zwaar moet maken, dat ik daarin veel minder aankan dan veel andere mensen of dan wat in de boekjes staat, zeg maar. Of nouja, ‘aankunnen’ is niet het goede woord, het gaat om hoe ik het trainingseffect bereik dat ik wil.

Recentelijk heeft het inruilen van het wat lukrake en loodzware spinning voor gedoseerdere intervaltrainingen op Zwift ook uitstekend uitgepakt, en het is nog leuker ook.

Buiten de sport gaat het me ook gewoon goed. Ik ben bijvoorbeeld blij hoe mijn werk zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld en met mijn vriendenkring; de verhuizing naar Kapelle is een goeie zet geweest, en Henk en ik zijn still going strong. Ik maak me wel meer zorgen over de ontwikkelingen in de wereld dan tien jaar geleden. Ik zag ergens staan dat 2016 het laatste ‘onschuldige’ jaar was: daarna kwamen corona en Trump.

Nog steeds veel plezier

Er zijn soms van die momenten, bijvoorbeeld als ik blokjes rijd op de triathlonfiets, de blubber van mezelf of m’n fiets afspoel na een gravelrit of me op Zwift in bochten wring om bij een groepje aan te klampen dat ik denk: ik had vroeger nooit gedacht dit op m’n (bijna) 60e nog steeds even leuk te vinden. Het past allemaal niet zo in het beeld van een vrouw van 60. Ik zeg wel eens voor de gein: ik hoor eigenlijk rond te tuffen op een e-bike. Ik denk dat ik ergens toch een beeld had van dat meer inkakken en blasé worden hoort bij ouder worden. Maar op dat punt voel ik me helemaal niet ouder. Wat ik leuk vind, verandert gewoon niet. Op andere gebieden dan sport merk ik dat ook.

Nouja, een klein beetje verandert het toch wel. Ik heb bijvoorbeeld in het afgelopen decennium afscheid genomen van de wens een fatsoenlijke marathon te kunnen lopen – dat zit er niet in voor mij en ik vind het lange lopen ook niet leuk genoeg. De afgelopen jaren ben ik vooral meer gaan doen waar ik goed in ben: fietsen, korter lopen. Ik hoef niet meer zo nodig iets te doen waar ik duidelijk minder voor in de wieg gelegd ben – in die parabel over de appelboom die probeert peren voort te brengen ben ik nu blijer met m’n appels. Ik hoef mijn grenzen niet meer per se te verleggen, erbinnen is ruimte genoeg om mezelf stevig uit te dagen.

Op vakantie in Ierland afgelopen zomer merkte ik bovendien dat mijn bereidheid tot afzien kleiner is geworden. Dat betrof dan niet eens zozeer het fietsen, meer het behelpen op slechte campings in dito weer. Daar zit ook iets in van niets meer hoeven te bewijzen – ik hoef niet meer te laten zien hoe stoer ik ben.

Door deze ontwikkelingen is mijn plezier eerder groter dan minder groot – tien jaar geleden ‘moest’ ik nog meer van mezelf. Met terugwerkende kracht denk ik: dat was zelfs wel eens te veel. Dat heeft me ook veel gebracht en ik heb er geen schade aan overgehouden, maar hoe het nu is, is wel beter. Wijsheid komt duidelijk met de jaren…

Ik moet niet meer presteren maar ik wil het wel nog steeds. Zo lang ik sporten leuk blijf vinden en er gezond genoeg voor ben, blijf ik doorgaan. Ook al was ik bij de triathlons die ik afgelopen jaar deed al een paar keer de oudste deelneemster. Toch mooi om dan lang niet laatste te worden!

 

Door |2026-01-21T10:30:24+01:0020 januari 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

Over een mannenwereld en andere observaties bij het atletieksymposium

Ik kom net terug van het symposium over de toekomst van de Zeeuwse atletiek. Met de hoofdvraag ‘hoe kweken we meer Zeeuwse toppers?’ (mijn formulering) heb ik niks, daar heb ik eerder al over geschreven, dus ik hoorde eigenlijk niet tot de doelgroep, maar ik vond het toch wel interessant. Volgens sommige sprekers is er wel degelijk een stevige relatie met de breedtesport: de sprekers van AVLO Lokeren (een vooraanstaande Vlaamse atletiekclub) benadrukten dat je in de jeugd een soort piramide moet hebben met een brede basis, waar uiteindelijk aan de top een paar van overblijven, en de spreker van AV Scheldesport (Zeeland’s meest voorbeeldige atletiekvereniging – ook weer mijn woorden) benadrukte het belang van inclusiviteit en een grote vereniging voor iedereen, waarvan toppers dan een ‘bijproduct’ zijn.

Over de bewegingsarmoe onder de jeugd ging het ook even, maar daar werd niet veel mee gedaan. Nouja, Jos den Hollander liet in een presentatie zien hoe ze clinics voor jongeren organiseren waardoor hun motoriek verbetert. Daaraan viel me op dat het best brave, gestructureerde oefeningen waren, terwijl er even later in filmpjes van TeamNL wél gespeeld werd. Aan dat soort oefeningen had ik als kind een hekel, net zoals ik aan gym op school een hekel had. Maarja, aan mij is ook geen topper verloren gegaan. En ik speelde nog wel buiten. De cijfers daarover waren schokkend, ik weet het niet meer precies, maar in een paar decennia is het gemiddelde wekelijkse aantal uren buiten spelen van 30 naar 4 gegaan ofzoiets, en al die vrijgekomen uren zitten kinderen achter schermen.

Ik heb zo al meteen een aantal ‘highlights’ genoemd: die twee voorbeeld-verenigingen hadden interessante verhalen en Den Hollander gaf die cijfers over de jeugd en een inkijkje in het trainen van TeamNL (overigens zonder duidelijke relatie daartussen). De andere sprekers waren ook de moeite waard: René Zweedijk had interessante data over de hoge frequentie van blessures in de atletiek-jeugd, en hoe dat uitval veroorzaak en Walter Houtzager vertelde over motorisch leren. Ik pikte er alles bij elkaar nog een boel losse dingetjes van op, maar niet veel wat voor mijzelf of dit blog direct relevant is. Eén ding misschien: het ‘Noorse interval’ (als ik google, denk ik dat ze Rønnestad-intervallen bedoelden, het ging om iets als 30X45″ hard/15″ rustig). Kan ik wel eens proberen. Het belang van variatie, een algemene atletische ontwikkeling en een individuele aanpak passeerde weer, maar dat is niks nieuws.

Aan het eind van de middag werd organisator Niek Flipse ‘Lid van Verdienste’ van de Atletiekunie, wat een feestelijk einde was. Net daarvoor waren de conclusies wat mij betreft wel helemaal blijven hangen: het afrondende forum bestond uit individuele bijdragen, niet uit het trekken van gezamenlijke rode draden. Van de losse bijdragen was het antwoord op de hoofdvraag ook niet altijd even helder geweest. Voor mij niet zo erg, maar voor de belanghebbenden wel wat onbevredigend, lijkt me. Hoe nu verder met de Zeeuwse atletiek? Ik zou het niet durven zeggen. Nouja, suggesties, dat wel, maar geen gezamenlijk standpunt, laat staan een actieplan. Misschien is dat wat vroeg, maar er had volgens mij wel meer ingezeten.

Tot slot moet mij nog één ding van het hart. Ik had weer eens een stevige Zeeuwse cultuurshock, vooral door de herhaling. Bij het Fietssymposium vorige maand was me opgevallen dat alle sprekers mannen waren, en dat de vrouwen assistentie verleenden, en nog knullig ook. Ik vond dat best wel heftig eenzijdig al, maar vandaag overtrof dat nog: weer alleen mannelijke sprekers, geen enkele vrouw te horen (er was er eentje in het vizier voor het afsluitende forum, maar die bedankte voor de eer) en in het publiek minder dan tien procent vrouwen. In de Randstad is zoiets volgens mij tegenwoordig ondenkbaar. De man-vrouw-verhouding ligt hier schokkend scheef. Indirect heeft dat ook te maken met het ‘kweken’ van toppers. De enige spreker die het specifiek had over vrouwen, Zweedijk, weet de verhoogde blessuregevoeligheid van pubermeisjes aan de hormonen en de menstruatie. Dat is ergens het ‘makkelijke’ verhaal: het verschil tussen mannen en vrouwen zit ‘m in de biologie, en daar is niks aan te doen. Maar er zijn meer verschillen die maken dat topsport voor meisjes lastiger is dan voor jongens. Lees er Good for a girl maar eens op na. It’s a man’s world, nog steeds.

 

Door |2025-12-21T10:17:34+01:0020 december 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|1 Reactie

Drie aanvullingen

Over drie onderwerpen waarover ik onlangs heb geblogd, heb ik een aanvulling. Het gaat om Action Type, de overgang en de e-bike. Hier komen ze:

Over Action Type bedacht ik later nog een vraag. In de cursus ging het er steeds over dat je je motorische voorkeuren moet benutten om optimaal te presteren. Dat snap ik. Maar is het om optimaal ouder te worden niet juist ook goed om ánders te bewegen dan je motorische voorkeur? Het is bij het ouder worden een bekend verschijnsel: je gaat steeds meer staan naar je steeds dieper ingesleten vanzelfsprekende bewegingspatronen, en dat kan zo ver gaan dat dat andere manieren van bewegen belemmert, en uiteindelijk zelfs je voorkeursmanier. Ik heb dat zelf al gemerkt toen ik alleen maar fietste: dat is motorisch zo makkelijk dat ik een boel coördinatie in andere richtingen dan rechtdoor verloor, en uiteindelijk last kreeg van m’n bekken en onderrug. Ik moest júist roteren, keren en draaien, om in die richtingen sterk en soepel te blijven. Tegen mijn voorkeur in. Ik weet niet of het bij het type motorische voorkeuren van Action Type ook zo werkt, maar ik kan het me zo voorstellen. Op het scherm verscheen op een gegeven moment een tekening van iemand een bepaalde voorkeur, en die had bijna een bochel. Er klonk wat gegrinnik uit de zaal: alle ouderen krijgen die voorkeur. Dat is niet zo, maar ik kan me voorstellen dat mensen met die motorische voorkeur inderdaad eerder en erger krom gaan lopen als ze ouder worden. Zouden die daar ’tegenin’ moeten oefenen om daar geen of minder last van te krijgen?

* * *

Over de overgang verscheen een week na het NRC-artikel waar ik het ook over had een ingezonden brief van Lisette Thooft die ik met instemming las, zeker ook vanwege haar kritiek op het ‘oestrogeentekort’, waar ik ook over struikelde:

Geen fout van de natuur

In het artikel over hormoonsuppletie bij overgangsklachten (22/11) wordt stress genoemd in een enkel zinnetje „En stress is een enorme boosdoener.” Waarom krijgen we geen serieuze informatie over het effect van stressvermindering op overgangsklachten? En waarom zo weinig over leefstijl, voeding, slaaphygiëne, schermgebruik, relatieproblematiek en zingeving?

De vanzelfsprekendheid waarmee gesproken wordt van een vermeend „tekort/gebrek aan oestrogeen” in en na de overgang vind ik nogal onthutsend. Vrouwen zijn ná hun vruchtbare jaren óók toe aan een ander leven, met minder geslachtshormonen en met meer zelfzorg: meer ruimte voor ontspanning, autonomie, voor de behoeften van hun ziel.

De menopauze is geen fout van de natuur die we kunnen rechtzetten met medicatie, maar een biologisch, psychologisch, sociaal en cultureel belangrijke periode in vrouwenlevens. Een overgang die ons voorbereidt op een volgende levensfase, met wijsheid en innerlijke rust.

Voor het voorbereid worden op een volgende levensfase hoorde ik nog een mooie metafoor in het filmpje van een lezing van professor Ellen de Bruijn: de overgang is als een verbouwing van je keuken. Het is nodig want de oude keuken (je vruchtbare lijf) voldoet niet meer, het een tijd stressvol en een boel gedoe, maar het levert uiteindelijk wel een mooie nieuwe keuken op. Zo is het, al zou ik daar wel bij aantekenen dat die ‘keuken’ wel ook een jaar of tien ouder is geworden in de tussentijd. Ik bedoel: veroudering gaat gewoon door in de jaren van de overgang. En op z’n slechtst in de overgang had je mij met die metafoor niet getroost, daarvoor was het ‘gedoe’ toen te ingrijpend. Dat filmpje is trouwens een mooie introductiecursus over de rol van de vrouwelijke geslachtshormonen in de levensloop – niet alleen de overgang dus, maar dat gedeelte is wel ook gewoon goed.

* * *

Over de e-bike vond ik medestanders in de vorm van twee sprekers op het Fietssymposium, georganiseerd door enkele Statenfracties waaronder die van GroenLinks-PvdA. Het ging over een heleboel: mobiliteit, veiligheid, fietsparkeren… én gezondheid. Sportarts Maarten Koornneef en professor Frank Backx, leden van het Expertpanel Fietsen en Gezondheid, presenteerden resultaten van onderzoek waaruit blijkt dat de opmars van de e-bike een negatief gevolg gehad heeft voor de volksgezondheid: er worden in totaal minder minuten gefietst, zeker door jongeren, en wat e-bikers op de fiets afleggen, is te weinig intensief voor een serieuze gezondheidsbijdrage. Per kilometer scheelt het 53 procent!

De beide sprekers lieten zien dat er een samenhang is tussen intensiteit en gezondheidseffect, en die is niet lineair: hoog intensief sporten legt per tijdseenheid veel meer gewicht in de zaal dan matig intensief, laat staan extensief. Ze raadden iedereen, dus ook ouderen, dan ook aan om er af en toe stevig tegenaan te gaan, al is het maar maximaal een brug op rijden – even goed doortrekken doet al heel veel. Ik was blij dat te horen, want ik ga nog wel eens in discussie over of intensief sporten op hogere leeftijd wel goed en verantwoord is. Ja, mits geen hartproblemen. Gezonde ouderen mogen diep gaan, dat is juist goed.

Ik hoorde het met veel plezier aan, ik voelde me aan alle kanten bevestigd. Wat me ook aansprak: zij pleiten ervoor om de e-bike voor scholieren niet te normaliseren. Dus niet accepteren dat er op uitje meegaan die niet zelf trappen, er geen speciale fietsparkeerplekken voor maken, enzovoort. Bij jongeren hoort zelf trappen de norm te zijn. Ook zij zien met lede ogen aan hoe zeer de ondersteuning oprukt – ze hadden al een e-loopfietsje voor peuters gesignaleerd!

 

 

Door |2025-12-04T18:39:13+01:004 december 2025|Fiets, Trainer, Vrouwensport|3 Reacties

Na de overgang op je pootjes terechtkomen

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een ergerlijk én interessant artikel over hormoonsuppletie. Om maar te beginnen over het ergerlijke: het artikel wekt de suggestie dat je heel erg lang overgangsklachten houdt. Meteen al aan het begin bijvoorbeeld:

Een golf van hitte die ineens opstijgt, vanuit je buik, via de borst en hals naar je wangen – dat is een opvlieger. Zeker driekwart van de vrouwen tussen 40 en 60 jaar heeft er geregeld last van.

Het staat er misschien net niet letterlijk, maar toch suggereert het dat 75 procent van de vrouwen twintig jaar lang last heeft van opvliegers. Last dus ook nog, in de zin van: er is een verschil tussen een overgangsverschijnsel en een overgangsklacht (waarvan akte: ik heb maar een paar hinderlijke opvliegers gehad, jaren geleden, en vond dat zeker niet het grote probleem van de overgang). Met zo’n dramatische uitvergroting jaag je jongere vrouwen angst aan en schets je een karikatuur van vrouwen tussen de 40 en de 60.

Elders gaat het over tot  ’tien jaar na de menopauze’ met hormoonsuppletie beginnen – dan nog overgangsklachten, dat is heel erg lang, dat is een zeldzaamheid (bij mijn weten). Dus zoiets, ik citeer weer:

Hormoontherapie beschermt tegen hart- en vaatziekten en tegen botontkalking, dat is bewezen. Met name wanneer een vrouw opvliegers heeft en ze er binnen tien jaar na de laatste menstruatie mee begint.

Ja, heel veel vrouwen hebben overgangsklachten, maar bij de meeste vrouwen is er binnen een paar jaar na de menopauze een nieuw evenwicht ontstaan en dan verdwijnen de klachten. Dan treedt er een nieuwe levensfase in, wel met enkele gezondheidsrisico’s, zoals die osteoporose en hart- en vaatziekten, maar, zo blijkt uit het artikel, daarin zijn hormonen maar één van de factoren.

En zo kom ik op het interessante aan het artikel. Ik wist dat oestrogeen gebruiken het risico op die post-menopauzale gezondheidsproblemen verlaagt, maar ik begrijp uit dit artikel dat dat dus waarschijnlijk een indirect effect is. Bijvoorbeeld: opvliegers zijn een klap voor je bloedvaten en door die te verminderen met hormoonsuppletie, bescherm je je vaten. Maar als je geen opvliegers hebt, is dat beschermende effect er mogelijk niet.

Hormoonsuppletie als zodanig is (waarschijnlijk) geen simpele levensverlenger, niet de ‘heilige graal’ voor gezond oud worden, zo zegt het artikel. Voor mijzelf vind ik dat geruststellend: ik heb geen overgangsklachten meer, en dus staat mijn gezondheid daardoor ook niet extra onder druk.

(En ik vind het ook nog geruststellend in een ander opzicht: het wil er bij mij niet zo goed in dat gezond oud worden voor vrouwen in een pilletje zou zitten. Net zoals ik er ook niet aan wil om het woord oestrogeentekort te gebruiken, alsof elke oudere vrouw een tekort heeft aan een bepaald stofje. Dat is framing waar ik commerciële belangen van de farmaceutische industrie achter vermoed. Maar dat terzijde.)

Wat ik me nu wel afvraag, is hoe veel vrouwen er eigenlijk zijn die inderdaad die ’tien jaar na de menopauze’ wel nog echt overgangsklachten hebben: opvliegers, slapeloosheid, stemmingswisselingen, hersenmist, hartkloppingen, enzovoort – en waar dan dus niet iets anders de oorzaak van is. Ikzelf dus niet, en ik ken ze niet, maar ik weet wel dat er heel grote verschillen tussen vrouwen zijn in hoe zij door de overgang heen komen.

Wat mijzelf betreft: ik voelde me vanaf ongeveer een jaar na mijn laatste menstruatie (2019) weer een stuk stabieler en fitter. Sindsdien trokken ook nog wat andere dingen weg. Het afgelopen jaar zelfs nog: de hartkloppingen en de droge mond. Ik vond de overgang rot, en het heeft bij mij wel zo’n negen jaar geduurd (2011-2020). Ik ben nu dus zo’n 15 jaar ouder dan toen het begon, dat wel – dat gaat ondertussen gewoon door natuurlijk. En, om niet ook angst aan te jagen: die negen jaar waren niet doorlopend alleen maar rot. Ik deed er onder andere een hele triatlon in en ik fietste 3,5 maand Down Under.

In de workshops die ik geef over sporten in de overgang, vertel ik dat verhaal over het nieuwe evenwicht, en dus ook dat de overgang echt over gaat en dat je dan weer lekker door kunt. Zo heb ik het zelf ervaren, zo hebben de meeste vrouwen om mij heen het ervaren (voor zover ik weet) – maar misschien ben ik daarin te optimistisch. Misschien vinden sommige vrouwen die nieuwe balans pas heel laat of helemaal niet. Ik ga daar in het vervolg wat voorzichtiger mee zijn, en op zoek naar meer informatie hierover: in hoeverre komen de meeste vrouwen na de overgang hormonaal weer op hun pootjes terecht?

 

Door |2025-12-04T18:02:32+01:0026 november 2025|Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

Workshops looptrainersdag editie 3

Het wordt een jaarlijkse traditie: afgelopen zaterdag was ik voor de derde keer op rij naar de Looptrainersdag van de Atletiekunie om daar workshops te geven. Het was weer erg leuk.

Anders dan de vorige twee jaren ben ik al op vrijdag naar Papendal gegaan. Ik had dat al vroeg bedacht: het is een eind rijden en ik had op zaterdagavond ook nog een concert, en dan ’s ochtends heen rijden zou de dag erg lang maken. Maar, zo had ik bedacht, ik zou het af laten hangen van het weer, want ik ging het alleen doen als ik vrijdagmiddag een rondje zou kunnen gravelen. Daar leent de omgeving van Papendal zich erg goed voor.

Nou, het weer had ik me niet beter kunnen wensen. Wat een mazzel, zeg – het leek wel (na-)zomer. Ik heb enorm genoten van de zon op de herfstbladeren:

Het werd natuurlijk wel vroeg donker en de route bleek op sommige plekken technisch lastig, dus ik moest ‘m inkorten, maar dat maakte de lol niet geringer. Heerlijke fietsmiddag!

En zodoende was ik zaterdagochtend vroeg genoeg om de plenaire opening bij te wonen, samen met de wel 1100 aanwezigen – al was dat wel zittend op de grond kijken naar een scherm (niet de handigste zaalopstelling, vond ik):

Michel Butter sprak er enkele behartigenswaardige woorden die ik in mijn workshops terug kon laten komen, over het belang van plezier en over hoe je van blessures kunt leren.

Mijn eigen workshops gingen weer goed, vond ik. Volle bak, twee keer (35 trainers per groep). Ik gaf eerst de algemene ‘Optimaal training geven aan ouder wordende lopers’ en daarna de wat specifiekere ‘Zin en onzin o ver hardlopen in de overgang’. Ik had allebei een klein beetje aangepast op basis van voortschrijdend inzicht. Het was allebei de keren lekker dynamisch, dus met veel inbreng van de deelnemers. Daar leer ik elke keer weer van!

 

 

Door |2025-11-11T10:49:26+01:0011 november 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

Praten over sporten in de overgang

Gister was ik naar Papendal, op uitnodiging van De Loper. Die groep organiseert elk jaar een dag met workshops voor hun leden. Ik was uitgenodigd om drie rondes workshop te geven over hardlopen in de overgang, voortkomend uit mijn workshop op de Looptrainersdag daarover vorig jaar (dit jaar in herhaling overigens). Ik vond het heel leuk om te doen. Het contact vooraf was al prettig geweest en ik vond de sfeer gister top.

De workshops gingen ook goed: veel interesse, van vrouwen in de doelgroep, maar ook van mannen met algemene interesse of als trainer. Ik vond een paar reacties opmerkelijk en leerzaam. Zo vertelde één vrouw dat zij pas klachten kreeg na de menopauze – waar in het algemeen, en ook bij mij, het zwaartepunt van de overgang vóór de menopauze ligt. In één groep had een deelneemster uit mijn casus (verhaal over mezelf) angst opgepikt als overgangssymptoom. Dat heb ik er niet bewust in geschreven en het staat dan ook niet in de voorbeelduitwerking, maar het klopt wel. Althans, het klopt dat ik ten tijde van die casus angst had, ja (ik heb daarover wat verteld in het interview in het FD in januari). De angst werd opgeroepen door de overgangsperikelen, maar was als zodanig geen overgangssymptoom – angstig ben ik wel eens vaker, zal ik maar zeggen.

Papendal is twee uur rijden, vooral heen heel rustig op de weg zo op zondagochtend vroeg, en zo kon ik ondertussen mijn gedachten laten gaan. Ik realiseerde me dat er nog steeds dingen veranderen, zes jaar na de menopauze. Althans, dat denk ik. Twee jaar geleden kreeg ik vrij plotseling last van een erg droge mond. Ik ben daarvoor zelfs nog naar dokter en tandarts gegaan – die zagen niks bijzonders. Ik heb er best lang last van gehad, tot, ja, wanneer was dat? Want, zo realiseerde ik me gister: het is over. Hopelijk gaat dat met de droge ogen ook nog een keer gebeuren.

Tijdens de workshop realiseerde ik me ineens iets anders over mezelf, wat ik pas op de terugweg verder kon uitdenken. Ik zeg erin dat vrouwen in de overgang de neiging hebben om er een schepje bovenop te doen, wat het alleen maar erger maakt. Dat is het meest zichtbaar bij vrouwen die al hun hele leven worstelen met hun gewicht. Als ze in de overgang aankomen, gaan ze nog fanatieker lijnen, wat hun lichaam nog verder uit balans trekt. Ik bedacht gister: ik heb dat ook gedaan, vooral door tijdens de overgang te bedenken dat ik een marathon wilde lopen. Het kwartje viel toen ik het had over het gebrek aan trainingsprogressie (‘non-respons’) tijdens de maanden van trainen volgens de marathonrevolutie. Ineens dacht ik: ik kan wel allerlei goede redenen gehad hebben om graag een marathon te willen lopen toen, maar het was qua hardlopen voor mij wel heel degelijk een heel dikke schep erbovenop. Dat had ik me nog niet gerealiseerd, frappant genoeg.

(Overigens is het niet zo dat ik dan dus denk: die marathons had ik beter niet kunnen doen. Ik zou zeggen: als je nog graag dingen doet in je leven, ga die dan niet een ongewisse tijd zitten uitstellen alleen maar omdat je in de overgang bent. Mijn realisatie zat ‘m er vooral in dat ik een blinde vlek had voor m’n eigen ‘schepje erbovenop’, en dat ik achteraf wel denk: ik heb toen dus ook niet ingezien dat ik het risico nam mijn lijf nog verder uit balans te brengen. ‘Moet kunnen’, was mijn houding. Het is er denk ik weer een voorbeeld van dat ik in die jaren op het randje van sportverslaving verkeerde, waar ik ook in het FD over vertelde. Gelukkig is het goedgekomen.)

Tot slot: ik vond het frappant hoe veel vrouwen in de overgang het slechte slapen herkennen, en hoe heftig dat is. Ik kon helaas die vrouwen niet veel oplossingen daarvoor bieden. Op de terugweg luisterde ik naar een paar podcasts, en in een ervan, een editie van Topsporttopics over herstel, ging het ook over slapen. Ik hoorde daarin voor het eerst dat slecht slapen meetbare gevolgen heeft voor de glycogeen- en eiwitsynthese in de spieren. Met andere woorden: het negatieve effect van slecht slapen op je herstel is meetbaar. Voor een van de sprekers, Louis Delahaije (altijd fijn om hem te horen!) is slapen ook nog een soort mysterie – je kunt een boel voorwaarden scheppen, maar verder… en ja, zo is het.

 

Door |2025-09-22T11:16:03+02:0022 september 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

En (niet) door!

Direct na m’n halve triathlon dacht ik: “Voor de volgende triathlon schrijf ik een blogpost met als titel ‘En door!’, want de leuke dingen volgen elkaar wel heel snel op, dus ik ga niet stilzitten.” Die ‘volgende’ is morgen, maar dat ‘en door’, daar zaten wat haken en ogen aan. Er waren inderdaad een paar dingen heel leuk, met name:

  • Op 9 juni, Tweede Pinksterdag, organiseerde Jan Roose een speciale loop ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag. Dat was frappant: ook manlief was die dag jarig, die werd 68. Het supergezellige evenement bestond uit twee delen: eerst de ‘Alles piept en kraakt’-loop van 2,6 kilometer (twee rondjes om de Stelleplas) en daarna een uurloop: zo veel mogelijk rondjes lopen en na een uur het rondje afmaken. Manlief heeft dat uur aan het eind zo weten te rekken dat hij in precies 68 minuten finishte. Ik had daarvoor meegedaan aan ‘Alles piept en kraakt‘, want dat deed het toen zeer zeker nog, zo kort na de halve triathlon, en een dik kwartier lopen voelde als meer dan genoeg. Bij de uurloop heb ik Jan helpen administreren:
  • Afgelopen zondag zijn manlief en ik op excursie geweest door het Verdronken Land van Saeftinghe. Dat stond al lang op mijn verlanglijst, en het was inderdaad geweldig: lekker glibberen en glijden door geulen, slikken en schorren, en ondertussen genieten van het bijzondere landschap en de vogels:

Maar het waren ook twee best lastige weken. Het herstel van de halve triathlon viel me vies tegen. Ik had bij dat loopje van Jan piepende luchtwegen, daarna hield ik een paar dagen last van m’n bronchiën, dus mogelijk had ik iets onder de leden dat (gelukkig) niet doorzette. Ik bleef lang moe, met nog restanten spierpijn in mijn benen. Ook deze week was ik een paar dagen moe, futloos en uit m’n hum, na een paar keer slecht slapen en dinsdag weer door m’n heup zwikken met de bijbehorende pijn die doortrekt tot in mijn nek en schouder (urgh – die pijn en ook de frustratie zuigen energie weg). Ik heb een boel dagen dus niets anders gedaan dan wat yoga, stadsfiets en een korte duik in zee. En twee mogelijkheden om Kattendijke-Wemeldinge mee te zwemmen laten passeren: dat was me te veel (je kan daar niet halverwege stoppen hè).

Daartussenin zaten wel nog twee stevige inspanningen: de twee Rides for the Roses. Allebei zijn goed gegaan, mijn benen wilden dat net wel weer, en het was een fikse prestatie. Maar het was bepaald niet ontspannen fietsen en ik ervoer het als heel anders dan vorig jaar. Ik heb er dan ook gemengde gevoelens aan overgehouden:

  • Bij de Ladies Night Ride reed ik in een kopgroepje van drie, zonder moterbegeleiding (vorig jaar vond ik dat juist zo leuk), veelal gewoon in het verkeer en op drukke punten wel met verkeersregelaars, maar die zagen we overeind krabbelen als we eraan kwamen en die stonden dan net op tijd op hun plek. Dat voelde onveilig; ik reed niet op mijn gemak. Ik had ook sterk de indruk dat het niet de bedoeling was om hard te rijden. Echt best wel hard trouwens: in een uur terug over 30 km. Dat was wel een kick. En dat kan alleen met nul tussenstops; het hadden er vijf ofzoiets kunnen zijn! Over de finish verdwenen de andere twee snel, en daar stond ik dan, in m’n uppie, op een leeg plein, zonder verzorging, nouja, een doosje pepermuntjes – een hapje en een drankje waren er kennelijk alleen op die tussenstops. Gelukkig kwamen na een tijdje de resterende twee Kapelse dames als nummers 4 en 5 over de finish, en met hen was het terrasje wel heel gezellig.
    De Kapelse delegatie bij de Ladies Night Ride
  • Bij de Ride Midden-Zeeland van 120 kilometer (voor ons 137 in totaal) leidde het parcours eerst over Walcheren, waar het op een mooie zaterdagmiddag knetterdruk is met toeristen, en later viel het samen met de route van de korte afstanden, knetterdruk met e-bikes en aanverwanten. Dat gaat niet samen, allebei niet, met grote, rommelige pelotons racefietsers (inclusief enkele ongeleide projectielen). Ik heb me zowel geschaamd als geërgerd – het waren een boel Randstad-frustraties all over en ik vond het eigenlijk ook best wel gevaarlijk. Niet voor herhaling vatbaar eerlijk gezegd. Manlief was bovendien uit zijn hum, want zijn gloednieuwe fietscomputer (verjaarskado van mij) haperde – inmiddels is die terug naar de fabriek.

Over die haperende computer gesproken: mijn vermogensmeter (Powertap P1 uit 2018) heeft het ook begeven. Om iets kleins: het dopje van het batterij-vakje kan niet meer los zonder het te slopen, en nieuwe dopjes zijn niet meer verkrijgbaar, althans, niet in Europa. En mogelijk helpt dat ook niet omdat de batterij waarschijnlijk gelekt heeft – daardoor zit het dopje muurvast en de inbus draait dol. Het is een tijd van veel praktisch ‘gedoe’, ook buiten het sporten om. Dat zijn allemaal kleine dingen die per stuk niet zo belangrijk zijn, maar van allemaal bij elkaar ben ik ook moe. Of gewoon aan vakantie toe ofzoiets.

Nou goed, zo leefde ik dus toe naar de triathlon van morgen, eentje waar ik naar had uitgekeken: de bijzondere ter gelegenheid van Oud Gastel 750 jaar. Een unieke triathlon, Oud Gastel is altijd leuk, een mooie aanwinst voor mijn collectie afstanden (750 meter zwemmen, 75 kilometer fietsen, 7,5  kilometer lopen), en voor mij fijne verhoudingen, met dat lange fietsen. Ik had zelfs alweer een nieuwe vermogensmeter, de chiropractor had me uit de knoop gehaald die altijd samenkomt met die verzwikte heup en van het weinige sporten deze week ben ik nou toch wel echt uitgerust. Ik had er zin in. Hooguit had ik me wat zorgen gemaakt om 75 kilometer fietsen in de hitte met maar twee bidons.

Dat was naïef, dacht ik later – in het nieuws was het al gegaan over afgelastingen.

Want donderdagmiddag kwam ik thuis en zei manlief meteen: ‘heb je het slechte nieuws al gehoord?’ Nee, wat? Hele triathlon van Oud Gastel op z’n kop, vanwege de hitte en blauwalg in het water. Het meeste is afgelast, en de 750-afstand is veranderd in een korte run-bike-run die ook nog eens knettervroeg start.

Wat een deceptie. Het zit echt niet mee op het ogenblik – al kon ik dat na een paar minuten ook wel weer relativeren en het ook heel sneu vinden voor de organisatie. Blauwalg is duidelijk, dan kan zwemmen niet doorgaan. Maar het is  wel extreem – het was er eerdere jaren ook wel eens warm, dus ik had dit even niet zien aankomen. Ik had al wel begrepen dat dit een extreem blauwalgjaar is, vanwege de droogte en de warmte. En die hitte, tsja… ik denk dat we met z’n allen beter met hitte om moeten leren gaan, met het oog op het veranderende klimaat, in plaats van alles maar af te gelasten en in te korten – straks kan er ’s zomers niks meer. Maarja, stel dat er weer een dode valt ofzoiets. Lastig, dat snap ik wel.

Nou goed, we hadden even twijfels, maar na een nachtje slapen hebben we er toch wel weer een beetje zin in, motto ‘vooruit dan maar’. Omdat Oud Gastel leuk is, en omdat wél gaan ook een vorm is van ons aanpassen aan de omstandigheden. Op zo’n korte afstand kan manlief bovendien op z’n retrofiets, vindt-ie ook leuk.

Dus: wekker om half 5 morgenochtend…

 

Door |2025-06-23T12:24:04+02:0020 juni 2025|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport|1 Reactie
Ga naar de bovenkant