Fiets

Heel anders dan de taaiheid van vorig jaar

Tijdje niet geschreven, maar geen nieuws was goed nieuws: ik was gewoon lekker aan het trainen. Net als vorig jaar moest ik ‘verbreden’ na een fietsvakantie, vooral: de andere sporten weer oppakken. Ik herinnerde me van toen dat ik dat best wel taai vond, ik schreef daar een blogpost over. Ik herken die taaiheid dit jaar wel, maar ik ervaar het toch als heel anders. Het ís ook heel anders.

Wat ik herken, is dat het verbreden in het begin helemaal niet zo makkelijk is. Na dik 6 weken niet fietsen en zwemmen gaan die sporten gewoon moeizaam: het duurt een tijdje voor ik weer lekker loop en zwem. Met duurlopen heb ik de 10 kilometer ondertussen in the pocket, maar o, wat traag! Ik keek even terug en ook vorig jaar liep ik die eerste wat langere duurlopen heel traag. Hoort erbij, kennelijk.

Wat ik dit jaar duidelijk ook taai vond, was om me weer te ‘onderwerpen’ aan het meer prestatiegerichte trainen. Aan tempo’s en vermogens enzo, aan mezelf pijn doen. In dat opzicht vond ik dus zelfs fietsen een beetje taai! Want de basis is prima, maar op vakantie doe ik echt geen zware intervallen en heb ik geen enkel snelheidsdoel. Van vakantiefietser weer triatleet worden vergde dus ook een verandering van mindset.

Daarmee heb ik meteen een verschil met vorig jaar te pakken: toen had ik alleen voor hardlopen doelen, voor de andere 2 sporten niet. Zwemmen ging meteen in de onderhoudsstand, omdat ik wist dat er tussen toen (oktober) en het volgende triathlonseizoen nog een fietsvakantie zou zitten. Fietsen deed ik wel, maar met een ver weg liggend doel. Nu wilde ik 2,5 maand na thuiskomst klaar zijn voor een kwart triathlon. Dat gaf richting, maar ook druk.

Er kwam nog meer druk bij voor het zwemmen toen sportmaatje Dies aankondigde weer een oversteek van de Oosterschelde te organiseren. Dat doet hij 1 keer per jaar en het leek me gaaf om aan mee te doen, maar de vorige twee jaren kon ik niet. Nu was het wat krap qua opbouw: ging dat al lukken, op 1 augustus 3,3 kilometer zwemmen in zee? Met in mijn achterhoofd dat ik vorig jaar in het opbouwen een schouder overbelastte – een van de meest taaie dingen van toen. Daarvoor wilde ik van tevoren ook wel wat langer zwemmen, maar ook dat valt in de categorie ‘taai’. Ik zwalkte wat heen en weer tussen dat toch doen en denken ‘te veel druk’.

Uiteindelijk had ik een kleine week van tevoren in het open water het goede gevoel ineens te pakken en zwom ik 2,4 kilometer in een acceptabel tempo. Toen heb ik me aangemeld, en zodoende heb ik op 1 augustus inderdaad de Oosterschelde overgezwommen. Onder begeleiding van een heuse mosselkotter en in een grote groep. Ik heb er 1,5 uur over gedaan, zo lang heb ik in geen jaren gezwommen (mijn horloge gaf bijna 3,8 kilometer, het zal zo’n 3,5 geweest zijn). Maar het ging goed, ik was niet eens de laatste tussen een boel doorgewinterde zeezwemmers, en het was ontzettend gaaf. Hier sta ik helemaal links (met oranje badmuts) op de dijk van finishplek Gorishoek:

 

Ik ben wel nog nooit zo kapot geweest van zwemmen. We moesten na dat fotomoment nog even terugzwemmen naar de kotter die je op de achtergrond ziet, want de steiger was kapot. Ik was blij dat dat niet verder was dan dit! Henk was meegevaren en zette me in de allerlaatste meters op de foto:

Op de terugweg op de fiets vanuit Yerseke zwalkte ik de Postbrug op en de dag erna voelde ik me nog brak. Maar dat is ook stevig trainen natuurlijk en het was de moeite waard!

Die oversteek was wel het tofste om te doen, maar zo zijn er de afgelopen tijd wel meer dingen die het opbouwen minder taai maken dan vorig jaar. Ik schreef al over de zomercup, sindsdien was ik bij de 2e 3 kilometer 20 seconden sneller, bemoedigend.

Eindsprint bij de 3e Zomercup (3 km) - ik haal daarmee net Marina inWat ik verder leuk vind, is om te merken hoe mijn vorm zich weer verbreedt. Hoe ik van alleen-fietser weer ook hardloper, zwemmer en yoga’er word. Zonder problemen – een deel van de taaiheid van vorig jaar zat ‘m denk ik in misschien wel het grootste verschil met nu: toen zat er tussen de fietsvakantie en weer gaan trainen 2 weken ziek met corona. Ik denk dat ik daardoor toen veel meer spierpijn had dan nu, en ook een groter ‘gat’ had in mijn fietsconditie. Dat gat heb ik nu ook wel gevoeld: ik heb een goede lange, rustige duurconditie en veel kracht in mijn benen, maar het intensieve duurgebied blijft achter. Vorig jaar was dat nog veel erger zo. Ik ben het gat nu al aan het vullen – dat zijn die zware, op vermogen gerichte intervallen op de fiets.

Wat wel ook taai is, maar op een andere manier, is dat het zo’n extreme zomer is. Dat heeft dus niet met opbouwen na de fietsvakantie te maken, maar met het weer. Er gaat regelmatig iets niet door vanwege de hitte of het wordt ingekort, en vooral hardlopen moet ik goed timen. En is het een keer niet te warm, waait het te hard: in mijn euforie na de Oosterschelde-oversteek had ik me op de valreep ingeschreven voor de Vlissingse Zeezwemrace, maar die werd geannuleerd. Woensdag nieuwe kans.

Niet heel lang daarna ga ik afbouwen en toewerken naar mijn 1e triathlon in 14 maanden, ik kijk ernaar uit! Kort ervoor meld ik me weer.

Door |2026-08-13T17:27:06+02:0013 augustus 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Fitheidnijd

In mijn eerste winter in Kapelle schreef ik hier over mijn zwembadfrustraties. Die gemoedelijke Zeeuwen leken in het zwembad te veranderen in horken die geen rekening houden met snellere zwemmers en er zelfs een uitgesproken hekel aan uiten. Het is sindsdien niet meer zo erg geweest. De Bloesem heeft nu een snelle baan, het is minder druk en ik weet beter op welke tijden ik ruimte heb.

Maar vorige week had ik toch weer een ronduit slechte ervaring. Ik ging als experiment naar het banenzwem-uur in het buitenbad van Stelleplas in Heinkenszand. Dat ken ik van 2 zwemlopen, de foto hieronder is van die in 2024. Het is een leuk bad en met het huidige weer is buiten zwemmen gewoon lekkerder dan binnen – af en toe naar het zwembad heb ik nodig voor mijn techniek.

Het buitenbad van Stelleplas onder heel andere omstandigheden: tijdens de zwemloop van 2024.

Wat bleek? Het was druk, veel drukker dan ik had verwacht. Dat er geen lijnen waren, had ik dan weer wél verwacht. Maar zo zwommen dus een heleboel mensen kriskras door elkaar, en ik zag geen ordening op snelheid of slag. Net als bij die eerdere ervaringen viel me op dat er niemand wat harder zwom – het was allemaal dobberen. Ik ben geen topzwemmer maar, zo zag ik, ik was wel twee keer zo snel als de op-een-na-snelste. Ik wist dus meteen: dit gaat ‘m niet worden.

Toch maar het beste ervan maken, ik had net € 8,10 euro betaald (oef) om binnen te komen. Dus ik van start, zo veel mogelijk al die breeduit zwaaiende schoolslagbenen vermijdend bij het inhalen en frontale botsingen voorkomend. Ik deed m’n uiterste best. Van enige vorm van zelf met m’n techniek bezig zijn was geen sprake, ik was alleen maar aan het slalommen. Ik liet zelfs mijn benen maar in de pullbuoy, scheelt gespetter. Kortom: ik was erg bezig met niet te hinderen.

Na een baantje of 6 werd ik aangesproken door een oudere vrouw in plat Zeeuws. Dat het echt niet kon zoals ik ‘als een blinde kip tekeer ging’, zoals net ‘tegen dat vrouwtje’.

Huh?

Ik heb uitgelegd dat ik de hele tijd (onder water, dus onzichtbaar, had ik erbij moeten zeggen) aan het kijken was. Dat maakte weinig indruk, ze vond het niet kunnen, dus heb ik er maar ingegooid ‘banenzwemmen is voor iedereen’. Dat snoerde haar de mond.

Net als toen in Goes wilde ik daarna eigenlijk meteen weg, ik voelde me echt ontzettend onwelkom. Maar ik ik dacht ook: ik laat me niet kisten en zwem in elk geval de kilometer uit. Dat heb ik gedaan, op hangen en wurgen; ik had niet de indruk dat de andere zwemmers ook maar enige rekening met mij hielden.

Onder de douche raakte ik in gesprek met een paar andere zwemsters die me gelukkig wel begrepen en ook nog een paar tips voor me hadden over andere tijdstippen en de beste plek (daar waar het trapje in de weg zit – uh…). Dat verzoende me weer enigszins, maar helemaal lekker weg ging ik niet. Gelukkig wachtte me nog een fietsrit naar huis, altijd goed voor mijn humeur.

Met deze ervaring nog vers in mijn geheugen las ik zaterdag de column van Arjen van Veelen in de NRC waarin hij beschrijft dat hij hardlopers graag ‘liefdevol wil tacklen’ omdat ze weerzin bij hem oproepen, walging bijna. De column zette me aan het denken. Ik herken wel een paar dingen die hij schrijft, zoals de neiging van sommige lopers om in hun eigen wereld te verdwijnen (met oordoppen op middenop het fietspad lopen), hardlopen als hip statussymbool, de nadruk op kwantificatie en het soms wat al te nadrukkelijke narcistische vertoon van afgetrainde spierbundels. Ik kan ook afgeven op de mate waarin sport een instrument is in neoliberaal kapitalisme, dat vind ik zelfs een interessante invalshoek aan de column (maar met een wel erg vooringenomen oordeel over lopers, alsof je niet anders kan lopen dan als, ik citeer, ‘heraut van het laatmodern competitief kapitalisme’).

De column heeft bovendien deels een luchtige toon, maar toch dacht ik al vanaf het begin: als je je zo stoort aan hardlopers, dan triggeren die kennelijk iets bij je. En dat geeft hij in de loop van de tekst toe:

Hardlopers laten je je slecht voelen over je lusten, je luiheid, je vetrolletjes.

Er viel een kwartje: fitheid irriteert mensen. Dat is ook wat er achter die lompheid in de zwembaden zit: dezelfde weerzin, voortkomend uit irritatie. Het gegeven dat ik als vrouw met grijs haar hard (nouja….) borstcrawl, betekent dat dat kan: een oudere vrouw kan harder zwemmen dan op dobbertempo. Dat kan confronterend zijn. Bijvoorbeeld voor andere oudere vrouwen die zichzelf heel sportief vinden omdat ze naar het zwembad gaan. Daarom is het zwembadgedrag in deze vergrijsde omgeving erger dan in het jongere Rotterdam.

Het deed me denken aan de ervaring van een tijdje terug. In kwam nieuw bij een overleggroepje waarin een bepalende vrouw van ongeveer mijn leeftijd zichzelf heel sportief vond. Ze kwam bijvoorbeeld op de fiets, vanaf ongeveer dezelfde afstand als ik. Op e-bike en alleen als het goed weer was. En toen kwam ik erbij. Ze mocht me niet, dat was duidelijk. Ik weet het niet zeker natuurlijk, maar ik denk dat ik tergend was voor haar zelfbeeld: ik kwam altijd op de fiets, ook als het slecht weer was, en ik trapte zelf. Het kon dus duidelijk veel sportiever dan zij. Dat is naar.

Ik moet bekennen dat ik me soms ook echt superieur voel, een van de dingen die Arjan van Veelen storen aan hardlopers – hun aura van deugdzaamheid. Ik schreef hierboven niet voor niets ‘dobberaars’, dat is een oordeel. En ik vind mezelf daadwerkelijk een fietser van de betere soort dan al die gemakzuchtige luiwammesen met hun suffe hulpmotortjes.

Ik geef toe: niet mijn beste eigenschap. En mogelijk voelen mensen dat aan en reageren ze er stekelig op – ze hebben dan ergens nog een punt ook.

Maar om een misverstand uit de wereld te helpen: ik sport niet zoveel omdat ik met mijn fitheid andere mensen de ogen uit wil steken. Fitheid is bijvangst van een boel plezier en van het leven zoals ik dat wil lijden. De waarde van een mens zit ‘m niet in hoe fit die is. Ik zal e-bikers of trage schoolslagzwemmers dan ook nooit tacklen, zelfs niet liefdevol. Ik vraag alleen maar om een beetje ruimte om te doen wat me dierbaar is.

 

Door |2026-07-18T13:03:02+02:0018 juli 2026|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Alcohol: ongezonde, lekkere zelfmedicatie

Onlangs adviseerde de Gezondheidsraad om alcholgebruik te ontmoedigen en te ‘denormaliseren’. Ik voelde me aangesproken, want ik had net hier een enthousiast verslag geschreven over een fietsreis waarin bier het doel was. Ik had de blogpost nog tam gehouden op dat punt: in onze dagelijkse Polarsteps-verslagen ging het regelmatig over de streekbieren die we proefden en mijn zoektocht naar kleine flesjes wijn uit de gebieden waar we doorheen fietsten. Dat is ook normaliseren, en ja, ik drink alcohol. Op vakantie dagelijks. Terwijl mijn gezondheid mij lief is. Hoe zit dat?

Het lekkerste Franse streekbiertje, op de laatste avond in dat land

Ik weet dat elk glas alcohol gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Alcohol is een drug, behoorlijk verslavend, en met een boel negatieve gevolgen. Ik kan me ook verbazen over hoe gewoon het is. Bijvoorbeeld om met een glaasje op in de auto te stappen (ik hanteer zelf die 0,0 die de Gezondheidsraad in het verkeer bepleit) of om veel te drinken op bedrijfsborrels en aanverwanten. Of over hoe gauw je voor ‘ongezellig’ wordt uitgemaakt als je niet drinkt. Over hoe zeer sommige evenementen een aanleiding zijn voor ongelofelijke zuippartijen. Enzovoort. In dat opzicht ga ik mee met de Gezondheidsraad: daar mag wel wat aan gebeuren.

Me klem zuipen doe ik niet, maar ik merk de verslavendheid wel. Na thuiskomst had ik even moeite om uit de gewoonte van elke dag drinken te komen. Ik begrens mezelf onder andere door elk jaar een ‘maand droog’ te houden. Ik ben overigens ook bepaald niet de enige drinkende sporter: sporters drinken gemiddeld meer dan niet-sporters.

Dus ja, oppassen met die alcohol. Ik zou ook niemand aanmoedigen om te gaan drinken. Dat is ook niet de strekking van deze blogpost. Maar ik mis iets in de anti-alcoholverhalen: het simpele gegeven dat drank lekker is. Een koud biertje op een warme dag, een Westmalle Tripel, een glaasje wijn bij de pasta… Het verkennen van de smaken van streekbieren is voor ons een genoeglijk onderdeel van elke vakantie, net zoals we graag lokale lekkernijen proeven. Alcoholvrije bieren worden beter, maar halen het toch niet bij het echte werk, om over alcoholvrije wijn maar te zwijgen.

Voor mij is het helder: als ik wijn en bier niet lekker zou vinden, zou ik nauwelijks drinken. In de tijd dat ik slecht rook, dronk ik veel minder, want ik proefde het toch niet. Doe dan maar spa rood. Een paar jaar geleden ontdekten we Gimber voor in dat bubbeltjeswater, en dat vinden we bij het eten heel lekker. Sindsdien drinken we minder.

Halflege fles Gimber op tafel buiten

De Gimber staat al klaar voor het avondeten zometeen

Maar dat is niet het hele verhaal. In een artikel in de NRC over het advies van de Gezondheidsraad zegt oud-verslaafde en nu ervaringsdeskundige Roxane Catz:

Het probleem is dat alcohol vaak óók iets lijkt op te lossen: stress, eenzaamheid, spanning, onzekerheid, verveling.

Dat lijkt me een essentieel punt, dat ik zelf wel eens heb geformuleerd als: zie maar eens dit leven te leven in deze wereld, helemaal zonder genotsmiddelen, zonder af en toe wat verzachting en ontsnapping. Het is moeilijk om het leven onverdund tot je te nemen, zal ik maar zeggen. Zeker nu, ben ik geneigd te zeggen, maar genotsmiddelen zijn van alle tijden en culturen.

Te veel verzachting en ontsnapping is niet goed, maar een beetje mag wel. Anders ben je namelijk hardvochtig streng tegen jezelf. Of laat ik het bij mezelf houden: als ik van mezelf niet zou mogen drinken, ben ik wel heel streng voor mezelf. Af en toe de teugels laten vieren is goed. Heel goed zelfs, in een maatschappij die sterk disciplineert. Dat stoort me ook aan het advies van de Gezondheidsraad: we moeten brave burgers zijn.

Ikzelf gebruik alcohol ook wel eens om iets op te lossen, vooral slecht slapen. Een borrel bijvoorbeeld om na een late vergadering mijn drukke hoofd tot bedaren te brengen of in slaap te vallen bij lichamelijk ongemak. Ik weet dat alcohol de kwaliteit van mijn slaap negatief beïnvloedt, maar het kan me helpen inlapen en als ik niet inslaap, is er niet eens slaap waar de kwaliteit van beïnvloed kan worden.

Als ik op zulke slechte momenten niet zou mogen drinken, had ik misschien eerder behoefte aan medicijnen, en of dat nou de oplossing is… Bijwerkingen, verslaving, en het moet nog via de dokter ook, terwijl ik het nu in eigen hand heb. Een paar jaar geleden had ik een discussie met iemand die fel tegen alcohol was. In het gesprek vertelde zij dat zij ritalin, pijnstillers en slaapmiddelen gebruikte. Ik flapte eruit: ‘ja, zo kan ik het ook, afgeven op alcohol’. We praatten door en toen noemde zij mijn borrels ‘zelfmedicatie’ en daar zit wel wat in.

Ik (met dichte ogen, rommelig haar en warme kleren) drink uit een glas rode wijn

In de Rioja aan de Rioja

De meeste mensen die ik ken die niet drinken en ook geen andere genotsmiddelen gebruiken, daar zou ik niet mee willen ruilen. Omdat voor hen individueel geldt wat een ingezonden-brieven-schrijver (Ruud Gubbels) naar NRC schreef over landen, naar aanleiding van het artikel waar ik net uit citeerde: ze zijn niet gelukkig:

Waar de Gezondheidsraad aan voorbij gaat is het positieve van (een beetje) alcohol. De lijst van meest gelukkige landen ter wereld wordt aangevoerd door landen waar stevig wordt ingenomen. Die leven ondanks de alcohol ook nog eens het langste. Zet daartegenover de landen die alcohol absoluut verbieden: die staan ongeveer onderaan de lijst van geluk, leven aanzienlijk korter en hebben altijd oorlog en conflicten. Proost!

 

Door |2026-07-11T18:47:50+02:0011 juli 2026|Fiets, Triathlon algemeen, Waarom|1 Reactie

Elk nadeel heeft zijn voordeel

Mijn vorige post was een beetje brommerig, maar ondertussen lijkt het allemaal wat in mijn voordeel te kantelen. De badkamerverbouwing gaat nog steeds door en dat is nog steeds ontregelend, maar het is koeler, mijn triathlonfiets was al binnen een dag gerepareerd (dank, Jansen Wielersport!) en ik had vandaag een probleem dat goed uitpakte voor m’n sporten: vanwege de treinproblemen bij Rotterdam ben ik niet naar Den Haag gegaan, ik heb vanuit huis gewerkt. Dat was qua werk minder prettig, maar zo had ik wel tijd om te trainen. Zodoende deed ik m’n eerste krachttraining en blokjes op de triathlonfiets. Dat was mijn 4e trainingsdag op rij, dus er lijkt schot in te komen.

Belangrijker nog was wat ik me kort na het schrijven van die vorige post realiseerde: ik kan er moeilijk over doen, maar het is ook simpelweg zo dat ik me beter voel als ik wél regelmaat heb in m’n sporten. Dat ligt aan 2 dingen: enerzijds het effect van het sporten zelf, voor lichaam en geest, en anderzijds het gegeven dat níet sporten een symptoom is van dat er iets niet klopt in m’n leven op dat moment. Te druk, te chaotisch, te veel ‘gedoe’, te heet. Allemaal dingen waar ik me sowieso niet beter van ga voelen. Daar was vorige week even niet zo veel aan te veranderen, en aan dat laatste lukt dat sowieso niet, maar als het lang niet lukt om regelmaat in mijn sporten te krijgen, moet ik iets veranderen aan wat ik wél kan beïnvloeden. Dat inzicht hielp me meteen bij een paar agenda-keuzes voor de komende tijd.

Het komt wel goed dus. Ik ben weer lekker aan het sporten. Kom maar op met die triathlons!

 

Door |2026-06-30T20:33:44+02:0030 juni 2026|Fiets, Triathlon algemeen|0 Reacties

Sommige dingen blijf ik herhalen

Vanaf eind augustus staan er 3 triathlons in mijn agenda: Hoeksche Waard (kwart), Hulst (kwart) en Zierikzee (achtste). Dus wist ik wat me te doen staat nu: mezelf van vakantiefietser omturnen in triatleet. Weer gaan hardlopen en fietsen; fietsconditie onderhouden en toespitsen.

Nou, dat viel even tegen. Vond ik.

Nouja, één ding viel mee: ik ben fit van vakantie teruggekomen en dat ook gebleven. Vorig jaar lag ik meteen de eerste week thuis ziek op de bank, en dat was toch een beetje schrikbeeld. Ik zei het nog in Pamplona bij de fietsbus: hierin geen corona oplopen please. Dat is gelukt.

Maar ik heb nog geen structuur in mijn trainingen omdat de omstandigheden niet mee zaten:

  • De eerste week thuis was chaotisch, net een beetje meer dan verwacht. Na 6 weken weg van huis is er een boel te ordenen, op te ruimen en weer in gang te trekken. Er lag een berg was en schoon te maken kampeerspullen, de tuin was een jungle, de anti-spam-beveiliging van dit blog was verlopen en bleek er 1 ‘echte’ reactie tussen 250 spamgevallen te zitten, ik moest dingen regelen omdat er een hele week geen treinen reden hier (dat nieuws was ons overvallen), ik was nog vol van de vakantie en uitte dat onder andere in het schrijven een boel blogposts  – dat soort dingen, en dan nog een boel meer. Dat laatste was erg leuk om te doen, net zoals het bijpraten met buren, vrienden en partijgenoten. Het kostte me een week om orde te scheppen.
  • Mijn achillespees had echt wel rust nodig. Het gaat nog steeds een beetje op en neer. Hardlopen gaat goed en ik heb al dagen gehad die helemaal okee waren, maar soms heb ik ineens last van een klein stukje wandelen, of van een misstap ofzoiets thuis. Dan meldt-ie zich weer. Niet veel pijn, maar ook nog niet helemaal 100 % dus.
  • Begin deze week kreeg ik mijn 2e gordelroosvaccinatie. Ik was er nog net wat beroerder van dan van de 1e: slecht geslapen, misselijk, paar uur op de bank gehangen, grote rode vlek op een pijnlijke arm – sporten uitgesloten. Na 24 uur was het ergste leed geleden, maar nog een dag extra deed mijn lijf het graag kalm aan. Ik besloot daarom die avond onderweg naar Wemeldinge dat ik in de Oosterschelde alleen ging afkoelen, niet ‘serieuzer’ zwemmen dan dat. Dat was verstandig, denk ik, en het was prachtig:

Aansluitend gebeurden er twee dingen tegelijk die allebei knap ontregelend waren. Allereerst werd het snikheet. Hier geen code rood, maar toch wel echt serieus heet (gister 35 graden). Ik kan er redelijk tegen en voelde dat het wende, maar toch slurpt het aandacht en energie. De hitte in huis liep bovendien verder op dan anders, want tegelijk begon bij ons het werk aan een nieuwe badkamer. Dat was hoognodig – er groeiden paddenstoelen op het douchemuurtje en bij het slopen bleek dat dat op instorten stond. Zo kwamen de werklui meer ‘bouwfouten’ tegen. Fijn om die op te lossen en straks een badkamer te hebben naar onze smaak.
Maar de timing was ongelukkig. Zo liepen de 2 bouwers vanwege het slopen woensdag de hele tijd in en uit, waardoor de buitendeuren open bleven en de hitte dus onbelemmerd naar binnen kon stromen, de keuken in. Daarbij werd mijn werkkamer te heet en in de woonkamer kon ik niet werken vanwege de onrust en de herrie. Met ook nog eens geen treinen moest ik voor het eerst ooit uitwijken naar een werkplek elders.
De dagen erna had ik weliswaar geen dringend werk, maar gingen vanwege de hitte enkele andere afspraken niet door , waardoor ik nog meer bovenop de chaos thuis zat. Gistermiddag zijn we het maar ontvlucht door naar de film te gaan. Dat was leuk en lekker, maar ik heb er wel na thuiskomst, op het heetst van de dag, voor gezorgd dat het huis een beetje leefbaar werd voor het weekend. Terwijl ik aan het vegen was, hoorde ik dat de Kuiprun die voor morgen op het programma stond, werd afgelast. Helaas, al maakt dat voor m’n hoeveelheid sporten niet uit – dan morgen maar een ander stukje lopen.

Collage van badkamerverbouwingstaferelen. Denk hier 35 graden bij, plus drilboorgeluiden.

  • Fietsen en zwemmen gaan wel in de hitte en vandaag is het ‘maar’ 30 graden, maar toen ik vanochtend een rondje wilde gaan fietsen, ging het onweren, veel vroeger dan verwacht, met rukwinden. Het bleef de hele dag zo instabiel dat ook het afgesproken zwemmen ’s middags geen goed idee was. Exit laatste kans op zwemmen deze week. Het zit gewoon echt niet mee!
  • Komende week heb ik een werkpiekje met reizen naar Den Haag en Amsterdam, met overnachting – dinsdag en donderdag zit trainen er niet in.
  • En dan kwam er nog bij dat m’n triathlonfiets kuren heeft. Ik realiseerde me dat ik die fiets een jaar nauwelijks heb gebruikt, dat is er nooit goed voor. Ik ben ‘m komende week kwijt voor een reparatie aan de trap-as en ik moet nog verder onderzoeken wat er met de achterband is, of er gewoon maar een nieuwe op doen, waar ik het afgelopen week te heet voor vond: ik krijg ‘m niet hard genoeg opgepompt en dan ga ik na een half uur fietsen zwabberen.

Ik voel dan zo’n onvrede opkomen, zo van: wat doe ik toch weinig, ik raak m’n vorm kwijt, ik word vadsig!

Maar dan denk ik, en zeg ik tegen mezelf: kijk naar dat rijtje bullets, laat dat eens tot je doordringen – wat had je wanneer dan méér willen doen, zonder door te draaien?

Bovendien: er gaan dingen al best wel goed. Ik heb het hardlopen alweer op kunnen bouwen tot 4 kilometer, ik heb in die eerste week thuis wel 3 keer gezwommen, waarvan 2 keer lekker zonder wetsuit in open water, ik heb testritjes gereden op de triathlonfiets, ik heb allerlei verschillende yoga gedaan voor weer wat meer veelzijdigheid in m’n bewegen, en vanmiddag ben ik uiteindelijk uitgeweken naar Zwift – met onze gloednieuwe ventilator erbij.

Weer wat geleerd: dan kan Zwiften dus bij 30 graden. Zo deed ik bovendien m’n eerste intervaltraining.

Dat was allemaal fijn, maar het voelt als weinig, zeker ten opzichte van weken van 500 kilometer fietsen. In mijn ideale wereld had ik deze week ook nog drie keer gezwommen, een lange duurrit gedaan van 3 uur of meer, en krachttraining.

Uh, ja. Misschien is dat sowieso alleen mogelijk in een ideale wereld.

De komende weken ga ik op zoek naar een goede balans in mijn voorbereiding op die triathlons. En voor de zoveelste keer zeg ik tegen mezelf: (1) wees mild, en (2) accepteren, die omstandigheden – er zit niks anders op!

 

Door |2026-06-27T19:43:34+02:0027 juni 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Afscheid van schoenen

Ik had begin mei uitvoerig geschreven over de lastige zoektocht naar nieuwe fietsvakantieschoenen. Ik was toen eigenlijk al op vakantie; de zoektocht had in april plaatsgevonden en werd best een beetje stresserig omdat ons vertrek naderde. Ik had uiteindelijk de knoop doorgehakt in het voordeel van de nieuwe roze schoenen. Nadat die in de breedte waren opgerekt, zaten ze lekker.

Althans, ik twijfelde nog wel: ik had geen tijd meer gehad om ze te beproeven op een lange rit. En dus nam ik de oude schoenen mee, voor het geval dat:

Ik had met mezelf afgesproken dat ik op de eerste rustdag, Verdun, na 5 fietsdagen, de knoop door ging hakken: een van de twee paren zou ik daar achterlaten. Dat was sowieso geen ramp, want het nieuwe paar had maar € 15 gekost en het oude was al ver heen. Hoe ver is te zien op de foto die ik maakte van het kleine avontuurtje dat een schoen beleefde op de eerste camping, in de regen: beklommen worden door een huisjesslak:

Het ging goed met de nieuwe schoenen, dus in Verdun was het dan zo ver: ik heb de oude weggegooid:

En dat doet me dan toch wat. Met die schoenen ben ik naar de Noordelijke IJszee gefietst en door Nieuw-Zeeland en Tasmanië. We hebben zo veel meegemaakt samen – ik hecht soms maf veel aan zulke spullen. Maar het was echt op. Na 11 jaar trouwe dienst.

Met de nieuwe schoenen ging ik verder. In de hittegolf in de Pyreneeën kreeg ik toch een beetje last van een drukpunt. Klimmen in de hitte, dat zijn omstandigheden waar je echt álles bij gaat voelen als het ook maar enigszins niet klopt. Een tapeje loste het probleem op:

Iets lastiger was dat ik aan m’n andere voet een zere achillespees kreeg, maar ik heb geen idee of dat aan de schoenen lag. Ik kan dat sowieso niet goed verklaren. Hopelijk was het eenmalig. Anders ga ik misschien toch nog een keer naar die ouwetjes terugverlangen.

 

Door |2026-06-22T18:33:27+02:0022 juni 2026|Fiets|0 Reacties

De 11e Trappist

Toen we ons 10e Trappistenklooster bezochten, september 2022 in Engeland, en daar hoorden dat het klooster in de VS gestopt was met bier brouwen, ontstond meteen het plan om de resterende brouwende kloosters ook per fiets te bezoeken. Dat ging toen nog om Rome en Oostenrijk, maar dat laatste klooster is er ondertussen ook al mee gestopt en er kwam er weer een bij: het klooster van San Pedro de Cardeña, in de buurt van Burgos, Spanje. We zijn net terug van onze fietstocht daarheen.

Ik zou dus kunnen zeggen: we hebben 2400 (2402, om precies te zijn) kilometer gefietst voor een biertje. Nouja, voor drie biertjes: ze hebben een dubbel, tripel en quadrupel. Zonder ATP-keurmerk overigens, omdat het niet in het klooster gebrouwen wordt, maar het is wel Trappistenbier. En lekker.

Het bezoek aan het klooster, dinsdag 9 juni, was natuurlijk een geweldige bekroning van de fietstocht. Het was 11 kilometer fietsen van Burgos, waar we 3 dagen eerder waren aangekomen. Het was al een groots moment om het te zien liggen (vanaf ongeveer 1000 meter hoogte, het op 1 na hoogste punt van onze hele reis!):

Zicht op groot klooster in groen dal

We kregen van broeder Ismaël een Engelstalige rondleiding door het ook historisch interessante en indrukwekkende klooster – voor ons tweetjes, want er waren geen andere belangstellenden. Daarna kochten we het bier en nog wat andere souvenirtjes. Het was te kil om het meteen buiten op te drinken, dus fietsten we terug naar ons appartement in Burgos, en toen:

Selfie van blije Henk en Louise die proosten met glazen met donker, schuimend bier

Dat was de bekroning van onze tocht, ook nog op Henks verjaardag.

Maar het was natuurlijk niet echt zo dat we zo’n eind gefietst hebben alleen maar voor 3 biertjes. We dronken meer lekker bier (Frankrijk is echt een bierland geworden), we bereikten onze tussendoelen en bovendien wilden we er gewoon een mooie fietsreis van maken. Dat is hartstikke goed gelukt: het is allemaal heel goed gegaan, ondanks dat het weer niet echt meezat. De eerste twee weken waren koud (soms maar een graad of 12 overdag) en nat (veel miezer, een enkel stortbui); vrij kort daarna volgde een hittegolf (royaal boven de 30 graden), net toen we in de Pyreneeën waren. Het mocht de pret niet drukken – niet echt. De wind heeft geen grote rol gespeeld, alleen op 1 dag in Spanje was die hinderlijk aanwezig. Verder hebben we hem ook wel vaak mee gehad, onder andere langs de Rhône.

Tussendoelen

De tussendoelen waren tof. Verdun, Arles en Lourdes stonden al lang op mijn verlanglijst, daar planden we rustdagen, en nog langer wilde ik al eens Frankrijk op de fiets van Noord naar Zuid doorkruisen om te zien hoe het landschap verandert van ‘net zoals bij ons’ in mediterraan.

Welnu, Verdun was interessant en indrukwekkend, vooral het zicht op 17.000 oorlogsgraven (1918):

Heleboel witte kruisen

Op Arles werd ik verliefd, bijvoorbeeld tijdens de wandeling over de oude begraafplaats, door Van Gogh geschilderd:

Zonnige laan met bomen en in de verte een oude boog

Lourdes ontroerde me, meer dan ik had verwacht, al zal de grote hoeveelheid religieuze kitsch me ook bijblijven:

Heleboel heel fel gekleurde plastic Maria-beeldjes, allemaal hetzelfde behalve het formaat

Op het veranderende landschap keek ik mijn ogen uit. Grootste overgang was toen we kort na het plateau van Langres (waterscheiding Noordzee/Kanaal – Middellandse Zee) ineens tussen de wijngaarden reden:

Louise op de fiets, op de rug gezien, omringd door wiinranken

Daarna werd het geleidelijk mediterraner. Twee dagen later oogde Trévoux bijvoorbeeld ineens heel zuidelijk:
Stadje tegen heuvel langs brede rivier, kleuren zacht geel en oranje(Let ook op de mooie brug over de Rhône. We fietsten veel over jaagpaden langs rivieren en kanalen zagen dus vele daarvan.)

Later fietsten we over de Via Rhôna veel door landbouwgebied en zagen hoe het koolzaad, de tarwe en de gerst rijpten. En dan ineens: olijven, lavendel (nog niet in bloei), gewassen die we niet thuis konden brengen, en nog piepkleine zonnebloemen – kennelijk groeien die heel hard:

2 kleine zonnebloemplantjes in een akkerAls ’toetje’ ging nog een wens in vervulling: we zijn vanuit Burgos met de trein een dag naar Madrid geweest. Die stad stond ook al lang op mijn verlanglijst, maar ze kon me niet zo bekoren, veel te druk met auto’s bijvoorbeeld, maar goed om dat zelf te constateren én het moois ook te zien.

Heel grappig: voor de treinreis kreeg ik mijn allereerste ‘oudelullenkorting’ ooit: de tarjeta dorada. Met één enkeltje hadden we hem er al uit en we zijn ook nog met de trein (en fietsen) van Burgos naar Pamplona gegaan, want vanaf daar vertrok onze fietsbus. Zo liep de korting nog verder op, overigens dankzij de vriendelijke mevrouw van Renfe op het station in Burgos die de treinreizen voor ons regelde:

Tarjeta dorada op Louises naam, voor € 6

Route

Als je de kaart voor ogen hebt, begrijp je al dat we niet de kortste weg naar Burgos genomen hebben. Dat klopt:

Kaart van de route, als een soort omgekeerde L: eerst vrij oostelijk door Frankrijk en vanaf de Middellandse Zee naar het westen

We fietsten in twee dagen naar Namen, volgden vanaf daar de Maasroute tot aan de bron en Langres, staken toen door naar de Saône voor de Véloroute du Soleil, volgden die tot aan de Middellandse Zee. Vanaf daar hebben we onze eigen routes bepaald, vanaf Narbonne daarbij geïnspireerd door de Katharen-Basken-fietsroute, tot aan Saint-Jean-Pied-de-Port. We gingen met een tak van de Jakobsroute over de Pyreneeën en door tot Viana in Spanje, en de laatste dagen volgden we weer een eigen route, door de Rioja. In en na Burgos kwamen er nog een paar ritjes bij, in Madrid en Pamplona bijvoorbeeld, zodat ik in totaal 2518 kilometer fietsten (Henk 10 meer door 2 boodschappenritjes).

In het algemeen beviel het fietsen in Frankrijk beter dan in Spanje. Spanje heeft nauwelijks fiets-infrastructuur en het landschap is soms lang hetzelfde, wat dan de vele hoogtemeters minder lonend maakt. Het hoogtepunt qua fietsen, letterlijk en figuurlijk, was wel in Spanje: de Pyreneeënpas, de Roelandspas of Puerto de Ibañeta, 1057 meter hoog. De klim is lang maar niet heel steil en dus goed te doen. De pas zelf lag net in de wolken:

Op de voorgrond een kruis, tegen een mistige lucht met flauw, omfloerst zonnetje

Meteen eroverheen scheen de zon – de wolken vervlogen. Dan denk je: hallo Spanje! Maar daar waren we dus al. De grens ligt daar, gek genoeg, in het dal aan de Franse kant van de berg: het grootste deel van de klim was al in Spanje.

Over de lengte van de klim: ik heb sinds de herfst getraind voor deze vakantie, naast de ‘droge’ krachttraining onder andere in de vorm van ‘strength endurance’ trainingen op Zwift. Daarbij zaten wel eens trainingen die dan ‘long climbs’ heetten en dan moest ik altijd gniffelen: dat ging dan om maximaal 12 minuten. Ik wist niet precies hoe lang we over de pas zouden gaan doen, maar wel dat je dat beter in uren dan in minuten kon aangeven. Het werd uiteindelijk, met twee korte pauzes, ongeveer 2,5 uur.

Er waren een paar dagen wel serieus zwaar, vooral de dag dat we in Lourdes aankwamen. In zinderende hitte moesten we toen over klimmetjes die te steil waren voor ons, met onze bepakte fietsen. Ergens rond de 10 procent houdt het sowieso wel op, en op die dag, in de hitte en ook al de 7e dag op rij sinds de laatste rustdag, gingen daar nog wel wat procentjes vanaf. Het lopen met de fiets was zelfs zwaar: ik kookte.

Een paar andere dagen waren ook nog aan de zware kant: twee keer omdat we moesten omrijden waardoor we boven de 100 kilometer uitkwamen en een keer in Spanje met ook veel hoogtemeters nadat ik een nacht slecht had geslapen door een geïrriteerde blaas. Net op die dag nam manlief wel deze prachtfoto:

Louise op haar rug gezien, in afdaling glooiende weg, vergezicht richting een stadje met kerktoren

Spanje is sowieso veel klimmen, al hadden we er ook een heerlijk relaxte dag met een prachtige geleidelijke klim langs de rivier de Trión. En een keer bespaarde een lift ons flink wat hoogtemeters: om koffie te gaan drinken in het centrum van Laguardia (prachtige stad in de Rioja):

Louise stapt lachend met fiets uit lift, op de achtergrond kun je ver kijken (heuvels)

We moesten wel eens een enkele keer vaker lopen, zeker voordat we beter in de gaten kregen hoe we konden voorkomen dat de navigatie-apps ons over wegen stuurden die met bagage niet te doen zijn: te steil of te ruwe gravel. Wat vooral Google ‘fietsroute’ vindt, deed ons wel eens fronsen. Jammer dat die apps geen optie ‘met bagage’ hebben. We leerden ermee omgaan, maar in Spanje tuinden we er toch nog een keer in:

Louise loopt met fiets op stoffige, bonkige, stijgende gravelweg

Over dat omrijden nog, één keer daarvan keek ik wel bijzonder op m’n neus. Het EK tijdrijden vorig jaar liep vlakbij onze route langs de Rhône, en ik had vanuit een helicoptershot gezien dat  daar een fietsbrug was over de Drôme, vlakbij de monding. Van de hele route was ik me dus maar van één fietsbrug echt bewust, en die wilde ik op de foto natuurlijk. En net uitgerekend die was afgesloten:

Bord: attention passerelle Viarhona barréé au 31-05, suivre deviation

Ja, lekker, met je Déviation – dat was 20 kilometer omrijden!

De andere keer omrijden was om een te drukke weg te vermijden. Toen hadden we eerder kunnen gaan kamperen, maar we zijn doorgereden omdat een camping eerder ons niet wilde hebben (minimum 2 nachten) en we bovendien dan een duik in de Middellandse zee konden doen:

Louise in zee

Het was dus af en toe wel zwaar, maar zeker niet te, en ik heb het uitstekend doorstaan, met alleen voorbijgaande kleine dingetjes (die blaas, een dagje zadelpijn enzo). Op in de laatste week een irritatie van m’n rechter achillespees na, die was wel vervelend. Beetje vreemd, achillespeesblessure van fietsen, al voelde ik het op de fiets alleen bij op- en afstappen en steppen. Dat heb ik op de huurfiets in Madrid heel veel moeten doen, en toen was het wel even echt pijnlijk. Het is ondertussen over. Mogelijk is er een relatie met m’n structurele bekkenprobleem – aan die kant voelt het net wat stijf. Of ligt het toch aan mijn nieuwe schoenen (het zijn uiteindelijk die roze geworden)? Verder kon ik gewoon onbelemmerd genieten van het fietsen. Ik heb wel wat onderhoud gepleegd, onder andere op drie rustdagen die twee favoriete yoga-sessies gedaan.

Andere mooie dingen

Er viel veel te genieten. Hier nog wat hoogtepunten, op chronologische volgorde:

  • Op de eerste dag sloegen we meteen een stuk fietsen over: we zijn met de waterbus langs Antwerpen gevaren. Das was ongeveer even snel als fietsen, bespaarde ons de drukte van de stad, maakte dat deze reis toch nog één bootje bevatte (verder geen veren ofzo gehad), en het was leuk, met onder andere dit doorkijkje vanaf de kade naar de stad:
    Toren kathedraal Antwerpen
  • Op de derde dag troffen we op onze 1e Franse camping vrienden Willem en Dinet. Dat was gezellig en ze hebben voor ons gekookt, en wat ook zeer welkom was: hun caravan met vloerverwarming. We hadden toen al 2 dagen in de regen gefietst en we droogden onze sokken op hun vloer!
  • Bij de bron van de Maas stond Henk op beide oevers tegelijk (het is eerst niet meer dan een miniem greppeltje):

Henk in triomfantelijke spreidstand, water is niet zichtbaar, hooguit een begroeide verdieping in het gras

  • Diezelfde dag kwamen we aan in Langres, een erg mooie stad (daartussenin had overigens nog wel een taai stuk fietsen gezeten, steeds op en neer in de regen en tegenwind):

Louise in poort oude stadsmuur

  • Een paar dagen later hadden we een route over memory lane: we passeerden Taizé, waar ik aan het begin van mijn studententijd een paar keer ben geweest, en eindigden die dag in Macon in een hotel waar manlief en ik meer dan 20 jaar geleden hadden overnacht op weg naar de Alpen, en goede herinneringen aan hadden. Het was opgeknapt en in andere handen, maar nog steeds leuk. Die dag was ook tof fietsen, over een voormalige spoorlijn, inclusief lange tunnel. Zulke fietspaden hebben we in Frankrijk meer gehad, ideaal, want ze zijn nooit te steil. Hetzelfde gold voor de jaagpaden, ook die hadden we veel. Klassiek uitziende ingang van hotel, Henks bepakte fiets naast de deur
  • Een dag later kwamen we aan in Lyon, waar we een rustdag hadden gepland. We hadden lage verwachtingen maar vonden het een verrassend mooie, leuke en aangename stad. Met een interessant museum, precies daar waar Saône en Rhône samenvloeien. Deze foto is door het raam van het museum genomen:Twee brede rivieren komen samen, daar vormt land een puntje; met wat weerspiegeling
    Lyon bleek bovendien goed doorfietsbaar, onder andere vanwege een fiets-voetganger-bus-tunnel onder het hooggelegen oude centrum door:
    Louise op rug gezien, fietst door tunnel, die is beetje vaag (belichting) maar je ziet wel fietspad, voetpad en busbaan
  • Orange en Avignon vonden we ook schitterend, en op die dagen fietsten we steeds in het zicht van de Mont Ventoux. Ik wist niet dat die het decor vormt voor die beroemde pont d’Avignon (on y danse). Op de foto is dat niet heel goed te zien, maar het is ‘m wel, wat je op de achtergrond omhoog ziet gaan:
    De (halve) brug van Avignon, daar staan mensen op, op de achtergrond bomen en vagelijk de onderkant van een berg
  • Na vertrek uit Arles reden we door een landschap waarin we ons thuis voelden: het estuarium van de Rhône. Als we beter keken, was het verschil met dat van de Schelde toch wel groot: er groeide rijst en je zag er exotische vogels (ibissen):
    3 zwarte ibissen in het water
  • Paar dagen later nóg een prachtige stad: Carcassonne. Met een wandelpad waarop de schoenen even uit moesten:
    Henk staat tot z'n enkels in het water van een riviertje op een betonnen dammetje, hij zwaait
  • Kort daarna gingen we de eerste glimpen opvangen van wat dagenlang een indrukwekkende muur aan onze linkerhand zou zijn, voorzien van witte pieken: de Pyreneeën. Die zware dag met te steile klimmen bijvoorbeeld, dat was wel steeds met de Pic du Midi op links:
    Besneeuwde top met gebouwen erop van het observatorium (sterk ingezoomd)
  • Vanaf de pas over de Pyreneeën volgden we een paar dagen lang de Jakobsroute, langs de Camino Francés. We keken onze ogen uit op de vele pelgrims – de massaliteit ervan is fascinerend en voor ons ontmoedigend. Wat we al helemaal niet begrepen: pelgrimstocht op e-bike (en dan nog over de voetpaden rijden ook). We kampeerden één nacht op het veld van een pelgrimsherberg:
    Tent met 2 fietsen erbij in groen veldje met bomen erachter
  • Daar, in Puente de Reina, en later ook in Pamplona maakten de vele middeleeuwse bruggen indruk. Sowieso vonden we het bijzonder hoe goed middeleeuwse en zelfs Romeinse bouwwerken in Zuid-Frankrijk en Spanje behouden zijn gebleven:
    Louise loopt met fiets op oude, met klimop begroeide boogbrug
  • Burgos stal mijn hart. Zo mooi is de stad niet, maar wat een levendigheid! Er gebeurde de hele tijd van alles, van politieke demonstraties tot filmopnames en historische re-enactments. We keken rond in leuke winkeltjes, bezochten de beroemde kathedraal, een nieuw en ruim museum over de eerste Europeanen, én een concert van een Amerikaans koor. Op de terugweg daarvan ontmoetten we reuzen:

Optocht van 4 grote, historisch geklede poppen (dame, koning, ridder, koningin?), op de achtergrond de kathedraal van Burogs

  • De terugreis, 19 uur in de bus, was doorbijten, maar leidde nog wel tot een memorabel moment: onze enige lekke band. Nouja, lekke band is een understatement; zo zag het wiel van de fietsaanhanger er rond 2 uur ’s nachts in de buurt van Bordeaux uit (foto door de chauffeur) – desalniettemin kwamen we volgens planning in Breda aan:
    Band nog op de velg aan de kar, helemaal aan flarden (sprietjes)

Ik heb dan ook nog eens mijn professionele ogen uitgekeken op allerlei taal-dingen – daarover ben ik bezig met een serie op mijn andere weblog.

Los van al die hoogtepunten was het dagelijkse fietsen gewoon heerlijk, met de dagelijkse koffiestops (de Spaanse café con leche vind ik de lekkerste koffie van allemaal), de boodschappen op de gekste plekken, en ook de rest van het dagelijkse trekkersbestaan, in de tent en in appartementen en een paar hotels. We hebben echter minder gekampeerd dan verwacht, deels door het slechte weer, en deels ook wel omdat een appartementje beter uitkwam. Het was makkelijk te regelen steeds ook (lang leve het laagseizoen!) en zo konden we wel zelf koken. Ook speelde een rol dat kamperen definitief niet meer is wat het vroeger was: we waren wel eens de enige tent tussen muren van grote campers. Pas op de laatste camping, bij Pamplona, hadden we de ouderwetse camping-gezelligheid, vooral door de mede-fietsbusreizigers. Met hen hadden we het er nog over: dat je steeds zo’n heel huishoudentje ’s ochtends op 2 fietsen kunt laden, blijft toch wel een wondertje.

Op naar #12

Ik kan alleen maar zeggen: wat een fantastische reis! Het was eerst wel ook spannend. Ik had het per dag gepland om op manliefs verjaardag aan de Trappist te zitten en daarbij gedacht: dat is wel ambitieus. Kunnen we dat nog, op ons 60e/68e? Bij vertrek hier (foto door buurman Marco) op zaterdag 2 mei had ik best stress, ook omdat alles afronden en inpakken voor 6 weken weg niet zonder lijkt te kunnen:

Henk en Louise met bepakte fietsen op een plaatsje

Ja, we kunnen het nog. Royaal zelfs. We liepen op een gegeven moment zelfs 3 dagen voor op mijn planning. Eén dag was door een rekenfout (boekje van de Véloroute du Soleil vond ik sowieso niet heel handig), één dag doordat we tussen Lyon en Arles langere afstanden aankonden dan ik had ingeschat (vlak, dalend, wind mee), en in de Pyreneeën hebben we iets ingekort. Dat leverde 3 ‘jokers’ op, waarvan we er 2 hebben ingezet in de vorm van een extra rustdag vóór de Pyreneeënpas en in wat kortere dagen door Spanje (allebei fijn). Zo waren we nog steeds ruim op tijd in Burgos.

Dát we het gehaald hadden, dat ik goed had gepland, dat we, in precies 5 weken tijd, 2400 kilometer hadden gefietst, op eigen kracht, dat maakte op 7 juni het zien van dit bordje een kippenvelmoment:

Kleurrijk bordje Burgos

 

En in de vensterbank staan nu deze drie trofeeën:

3 lege bierflesjes: dubbel, tripel en quadrupel van Cardena

En ja, de eerste plannen voor de 12e Trappist zijn er al. We willen via Slovenië en Kroatie naar Rome. Gaat nog wel even duren, maar het kriebelt nou al!

 

Door |2026-06-23T16:13:40+02:0018 juni 2026|Fiets|1 Reactie

Terug

Even een kort bericht: ik ben vandaag terug van zes weken fietsen, een geweldige tocht! Sinds 2 mei verschenen de berichtjes hier ‘achter mijn rug’. Ik pik gauw de draad weer op en zal binnenkort een blogpost schrijven over de vakantie. Voor wie niet wil wachten: onze Polarsteps is vanaf nu openbaar.

Door |2026-06-15T10:24:30+02:0015 juni 2026|Fiets|0 Reacties

‘Intensief’ sporten en je hart

Het was onlangs in het nieuws: dat ‘intensieve’ duursport slecht is voor het hart en vaten van 35+’ers. Daar was een boel over te doen. In mijn omgeving hoorde ik bijvoorbeeld al iemand commentaar hebben op intensieve intervallen, er werd gespeculeerd over hoe veel uren dan ‘intensief’ zou zijn, en over de vraag of het vooral hardlopers zou betreffen (want hogere hartslag) of fietsers (want meer uren).

Nou ben ik geen arts en ik ken het onderzoek niet uit eerste hand, dus ik schrijf deze post met voorzichtig voorbehoud – dit is een disclaimer. Maar met wat ik er wel van weet, door erover te lezen voor mijn boek en uit eigen belang (lichte hartritmestoornis) valt het wel mee. Het zit voor zover ik weet zo dat ‘intensief’ hier wil zeggen: veel uren en dan altijd hard, harder, hardst. Denk aan topsporters (al worden die tegenwoordig wel beter begeleid, denk/hoop ik) en aan de stoerderiken van ‘nooit onder de 30 gemiddeld’, ‘rustig lopen kan ik niet’, ‘altijd tot het gaatje gaan’, ‘het doel van trainen is uitgeput raken’, enzovoort.

Anders gezegd: het gaat om overmatig sporten, vaak voortkomend uit mateloosheid of dwangmatigheid, zoals bij een sportverslaving. In combinatie met onvoldoende rust en herstel; in combinatie met ook nog eens overmatig werken bijvoorbeeld. Het gaat om niet luisteren naar je lichaam, dat heus wel signalen geeft dat het te veel is allemaal. Om roofbouw dus. En dat jarenlang. Dat kun je inderdaad beter niet doen, en dat is nogal wiedes.

Het gaat dus níet om goed gedoseerde intensieve intervallen en wedstrijden. Dat is af en toe juist goed, ook als je ouder wordt: gebruiken, dat hart en die spieren! Het gaat ook niet simpelweg om een bepaald aantal uren per week. Als je de vele uren in grote meerderheid rustig houdt (zoals bij het 80-20-principe van gepolariseerd trainen), zorgt voor voldoende rust en herstel, én goed voor jezelf zorgt, is er niets mis met veel sporten en soms hard. Sterker nog: volgens sommige theorieën zijn we daarvoor gemáákt, in de zin van: er evolutionair aan aangepast.

De crux zit dus heel erg in het woord intensief, dat in het bericht (‘overmatig’) anders gebruikt wordt dan bijvoorbeeld in de trainingsleer (‘boven je omslagpunt’).

Dat is zoals ik het begrepen heb (maar ik herhaal hier m’n disclaimer).

Wat er dan nog bijkomt, zo begreep ik, is de nodige ‘bias’: vertekening van de voorstelling van zaken. In de eerste plaats, bijna onvermijdelijk, in het onderzoek. Dat is mogelijk hartafwijkingen op het spoor gekomen die niet ‘klinisch relevant’ zijn. Ze hebben naar een boel sporters gekeken, en dan vinden ze er relatief veel met iets afwijkends aan hun hart. Maar mogelijk kunnen die daar gewoon de 100 mee halen, zonder klachten. Zonder dat onderzoek zouden die afwijkingen niet aan het licht gekomen zijn. In het NOS-bericht zit dat een beetje verstopt aan het einde: als sporter moet je je laten controleren op de ‘gewone’ oorzaken van hartziekten, zoals bloeddruk, suiker en cholesterol. Daaraan overlijden mensen wél voortijdig. Maar dat is nou net iets heel anders als wat ze bij die onderzochte sporters aantroffen: hartritmestoornissen en verkalkte kransslagaderen.

De andere bias is die van de media. Die lijken altijd wel erg gretig te duiken op negatieve berichtgeving rond sporten. Wordt er iemand onwel bij een loop, dan haalt dat de voorpagina. Ik denk altijd dat dat te maken heeft met geruststelling voor de vele niet-sporters onder de lezers en misschien ook wel onder de journalisten: zie je wel, ik doe het goed, ik hoef niet meer te sporten (waar ik een hekel aan heb/geen zin in heb/niet aan toekom).

Ik herhaal nog een keer m’n disclaimer. Maar één ding hoef ik niet te disclaimen, namelijk het belangrijke advies in het artikel: ga bij plotseling en niet anders verklaarbaar prestatieverlies altijd naar de dokter. Tussen de regels door staat er ook nog een ander advies: waan jezelf niet onkwetsbaar. Die hoor ik ook wel: de overtuiging dat je gezond bent omdat je sport. Zo is het zeer zeker ook niet…

 

Door |2026-04-30T19:30:42+02:0014 mei 2026|Fiets, Loop, Trainer, Triathlon algemeen|0 Reacties

Lastige spulletjes

Ik had onlangs een paar lastige aankopen, in de zin van: gepaard gaand met zoeken, twijfelen, wikken en wegen. Ik schreef hier al dat m’n sporthorloge stuk was, na 6 jaar trouwe dienst – is dat lang genoeg eigenlijk, is dat wat je mag verwachten? Ik heb nog contact gehad met de klantenservice van Polar en het op hun advies een tijdje in een sopje laten weken (in een voerbakje van hamster Taco!).

Maar dat hielp niet, en eerder de naaimachineolie ook niet. Het is echt mechanisch stuk en dat is niet te repareren. Einde oefening. En de Vantage M is niet meer verkrijgbaar.

Nou stel ik enerzijds hoge eisen aan een sporthorloge: het moet al m’n sporten fatsoenlijk registreren, inclusief triathlons. Dat betekent dat het een multisporthorloge moet zijn. Waaraan een sensor te koppelen is om m’n vermogen op de fiets te meten. Daarbij moet het dan ook nog niet al te lomp zijn, op mijn dunne pols.

Anderzijds wil ik juist een heleboel dingen niet die horloges tegenwoordig wel kunnen. Ik wil er niet mee naar muziek luisteren, berichten erop lezen of ermee betalen. En ik wil ook niet dat mijn horloge me vertelt hoe ik me voel (herstel, slaap) of wat ik moet doen (trainingsprogramma’s). Of dat het de dokter vervangt (ECG-meting enzo). Daar wil ik dus ook allemaal niet voor betalen. (Over het nadeel van al dat tellen en meten enzo van horloges en aanverwanten las ik overigens onlangs een geweldige column: het is de doodsteek van vreugde).

Het was handig om Polar trouw te blijven, vanwege het platform. En m’n Vantage M is goed bevallen, misschien op het zwemmen na: in het zwembad altijd baantjes te weinig, en in het open water te veel afstand. Maar daar kan ik wel mee leven.

Zo kwam ik uit op een Polar Pacer, mooie aanbieding van de MediaMarkt (zo’n € 40 minder dan waar-ie nu voor te koop staat daar). Wit weer, en o, wat lijkt het op m’n oude Vantage! De bediening is hetzelfde en ik kon een boel gegevens in één klap importeren. Instellen was zodoende een fluitje van een cent. Ik moest ‘m nog wel wat dingen afleren (zoals m’n slaap meten), maar al met al is het zo een redelijk smooth overgang.

Het horloge doet het goed. Het lijkt erg op de Vantage – inclusief het matige banen tellen helaas, maar daar zit ik niet erg mee. De batterij gaat duidelijk langer mee, dat is fijn. Wel moet ik in de app gedetailleerde grafieken over m’n verbranding negeren. Dus dat ik bij het zwemmen 1 % eiwit zou hebben verbrand, haha. Dat soort metingen zijn buiten het laboratorium een totale slag in de lucht, en wat dan nog: kan je niks mee. Maar dat is in de app; het horloge zelf heb ik zo kunnen ‘dresseren’ dat ik, beter dan bij het oude, geen dingen in beeld krijg die ik niet wil.

 

Lastiger was het verhaal schoenen. Ik ben al een tijdje op zoek naar nieuwe fietsvakantieschoenen. De oude (links op de foto hieronder) zijn afgetrapt, na meer dan 10 jaar gebruik: de zool komt los van het bovenwerk. Het lastige aan fietsvakantieschoenen is dat ik er enerzijds lang op moet kunnen fietsen, ook onder zware omstandigheden (klimmen, hitte), en dan ik er anderzijds ook een beetje fatsoenlijk op moet kunnen lopen. Niet lang, maar wel genoeg om boodschappen te doen en even rond te kijken in een stadje ofzoiets. Mijn voeten zijn nogal prinsesjes op de erwt en helemaal beoordelen kan ik schoenen pas als ik ze goed heb beproefd.

In december kocht ik de blauwe, 2e van links. Ik bleef erover twijfelen. Wat in de winkel hun sterke punt was (veel steun), was in de praktijk ook  hun zwakte: net wat beperkend/benauwend. Toen ik tijdens een wat langere testrit brandende voetzolen kreeg, wist ik: ik moet verder zoeken.

Zodoende gingen manlief en ik naar de Fietsvoordeelshop in Goes. Die stopt met het sportieve segment en heeft daarom een serieuze ramsj: 75 % korting, en op de roze (3e) zelfs nog meer omdat die een beetje beschadigd zijn. Samen kochten we 3 paar schoenen, een helm en een Ortlieb boodschappentas voor € 150, de nieuwprijs van de rechterschoenen!

Blij mee, maar ik moest ze nog wel beproeven natuurlijk. Helaas… Van de zwarte kreeg ik op een langere rit hartstikke zere voeten: brandende voetzolen en pijn. De roze fietsen goed maar doen pijn als ik loop, zelfs al is dat maar een paar stappen. Die pijn is in beide gevallen op die uitstekende knokige stukjes van m’n voeten, zie pijl. Dat is eerder ook wel eens een probleem geweest, maar het lijkt wel alsof die plekken gevoeliger worden. Ik weet dat je bij het ouder worden, en zeker als vrouw, ‘kussentjes’ verliest onder je voeten waardoor die kwetsbaarder worden, misschien geldt dat voor de zijkant ook? En heb ik daardoor ook  meer last van voetenbranden?

Lastig. Ik heb vervolgens hulp gezocht van een schoenmaker in Goes, waar ik eerder ook al m’n hardloopschoenen succesvol had laten oplappen toen daar een teennagel doorheen ging piepen. Die heeft m’n oude schoenen gerepareerd, dat was spannend maar het ging toch nog net, en de roze opgerekt precies op de plek van die knokige botjes. Ook dat is geslaagd, en sindsdien heb ik keuzestress: ik kan kiezen uit twéé paar schoenen! Nouja, ten opzichte van net ervoor is dat een luxeprobleem.

En toen kwam de buurman ineens ook nog met een tip voor winterschoenen. Die sluimeren al jaren op m’n verlanglijst ergens, en zeker als ik nog eens een Festive 500 wil doen, is het toch echt verstandig. Desalniettemin was het er nog nooit van gekomen; ook dit leek me een lastige aankoop. De buurman zag die NW-schoenen en vertelde dat hij net van dat merk winterschoenen had gekocht bij Futurum, met een mooie korting. Nu is het moment daarvoor natuurlijk, ook al gebruik ik ze dan de eerste maanden niet. Ik heb de zijne gepast en op basis daarvan mijn maat gegokt (ik durf amper schoenen te kopen zonder te passen, het is zo’n gok, en aan terugsturen heb ik een hekel). Goed gegokt, blij mee! Althans, voorlopig. Ik heb ze nog niet beproefd, dat komt komende winter pas.

 

 

Door |2026-04-30T19:28:10+02:006 mei 2026|Fiets, Triathlon algemeen|1 Reactie
Ga naar de bovenkant