Fiets

E-bike-onderzoek

Ik heb hier al vaker mijn scepsis over het oprukken van de e-bike uitgedrukt. Vandaar dat ik met interesse las dat er net onderzoek is geweest naar de voor- en nadelen ervan. Niet dat er iets nieuws in staat, maar wel goed dat dat op een rijtje staat, specifiek voor de Nederlandse situatie. Het komt erop neer dat een e-bike alleen maar voordelen heeft als die je uit de auto houdt, en dat is vaak niet het geval, zeker niet voor jongeren.

Wat me in de samenvatting die ik las opvalt, is dat de e-bike wel voordelen kan hebben voor ‘ouderen en mensen met een beperking, overgewicht of een chronische aandoening‘. Ouderen is daarin een vage term, en ik denk dat leeftijd een veel minder belangrijke rol speelt dan dan een beperking, overgewicht of aandoening. Ik bedoel: ik denk dat je als gezonde ‘oudere’ ook beter zelf kan trappen en daar prima toe in staat bent. Als dat niet (meer) zo is, val je onder ‘mensen met een beperking, overgewicht of een chronische aandoening’. Dan is het dus onnodig om ouderen apart te noemen.

 

Door |2026-03-03T17:45:36+01:003 maart 2026|Fiets|0 Reacties

Op naar de 2e 3

Het is weer zo ver: procesevaluatie de dag voor de wedstrijd. Van de winter-hardlooptraining dit keer. Want morgen loop ik weer een 3 kilometer op het schaatsbaantje in Goes, als Jaro-testloop. Zo ben ik in oktober begonnen, toen liep ik er 16’30 over, met amper looptraining achter de rug en als doel voor de winter om sneller te worden. Liefst: om weer net zo snel te worden als een paar jaar geleden. Want vorig jaar stond duur centraal en de twee jaar daarvoor fietsen, en daardoor had mijn loopsnelheid geleden.

Plan was om in de winter elke maand zo’n testloop te lopen, maar dat is niet gelukt: in december was ik verkouden en eind januari bij het WK veldrijden. Zodoende heb ik niet geoefend in wat ik morgen ga doen. Het wordt zo morgen nog maar mijn tweede 3 kilometer ooit.

Maar dat is dan ook het enige wat niet is gelukt. Ik ben namelijk eigenlijk al tevreden. Ik ben zeker sneller geworden. In intervaltrainingen ben ik weer net zo snel als een paar jaar geleden. Afgelopen zaterdag liep ik zelfs mijn op-een-na-snelste kilometer ooit, voor zover ik heb geklokt: 4’47.

Elzen vandaag in bloei – ben ik volgens mij licht allergisch voor

Dus doel al bereikt eigenlijk, hopelijk morgen nog een leuke kers op de taart. Vooraf had ik bedacht dat die 3 kilometer toch echt wel onder de 15’30 zou moeten kunnen. Misschien kom ik wel in de buurt van de 15’00? Dat zou top zijn en dan is mijn snelheid echt terug op niveau. Maar of dat erin zit – geen idee. Daarvoor moeten de ‘uncontrollables’ ook meewerken, zoals het weer. Net de laatste paar dagen voel ik me bovendien een beetje ‘watterig’ in m’n hoofd, misschien iets hooikoorts?

Waar ik ook tevreden over ben, is dat ik met veel plezier getraind heb. Ik wisselde vier soorten trainingen af: duurloop (maximaal 12 kilometer), intervallen van 3X1 km (later wat langer) rond m’n vermoede anaerobe drempel en dus een beetje ingehouden, en het korte (7X400) en nog kortere (12X200) werk, gecontroleerd voluit. Relatief veel intervaltrainingen dus, en dat doe ik graag. Ik kom er ook gemiddeld energieker van thuis dan van een duurloop, zo merkte ik. Zeker als ik het combineerde met dippen in Wemeldinge!

Wat me de afgelopen tijd opviel is dat die korte intervallen echt als techniektraining werken: ik voelde vooral voor de kerst dat ik mijn benen aan het leren was om snelheid te maken. Ik had toen van de 200’tjes ook steeds spierpijn in m’n bovenbenen, die hadden duidelijk iets te leren. Ik heb ook geëxperimenteerd en ben bijvoorbeeld mijn armen meer gaan inzetten. Voor me uit kijken in plaats van naar de grond blijft een aandachtspunt.

Er zit nog steeds ook wel wat rek op, denk ik. Ik heb eigenlijk maar drie maanden getraind. Nouja, het waren er vier, maar ik heb rond kerst drie weken niet gelopen: eerst die verkoudheid,  daarna deed ik de Festive 500 en daar kwam ik uit met een ‘platgetrapte’ voet waardoor die even rust nodig had. Dat is het enige echte auwtje dat ik heb gehad, en het lag niet eens aan het intensieve hardlopen.

De rek zit hem er ook in dat ik in die vier maanden ook nog veel heb gefietst en ook daarin progressie heb geboekt. Ik probeerde wekelijks vijf keer trainen te verdelen over beide sporten door ze beide afwisselend 2 of 3 keer per week te doen. Dat was wel pittig; een keertje zwemmen per week gebruikte ik als actieve rust. Sinds begin van dit jaar doe ik er ook nog krachttraining bij, en ook dat kwam aan, vooral op mijn knieën. Maar het ging allemaal goed en ik ging dus best wel hard vooruit, erg fijn om te merken.

Na morgen gaat het vizier weer meer naar fietsen. Het kriebelt wel om eens wat langer achter elkaar en nog wat specifieker voor lopen door te trainen. Dat moet dan wachten tot na de volgende fietsvakantie.

Ik meld me na morgen met een verslag!

Door |2026-02-28T10:33:40+01:0027 februari 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Maatwerk fietsreizen bij Raj

Klein reclameberichtje, op speciaal verzoek! Toen wij in 2018 op Tasmanië fietsten, leerden we daar Raj kennen, een echte wereldfietser. We hebben een beetje contact gehouden, zeker ook omdat hij prachtige foto’s maakt voor zijn blog. Hij liet ons nu weten dat hij een eigen bedrijf begonnen is met maatwerk fietsreizen (‘It is basically a referral program through friends, cyclists, and people who want to go on an adventure but don’t know how to plan it.’): https://www.wanderbull.com/expeditions. Hij ontwerpt fietsreizen en verleent ondersteuning, motto: ‘Ride your dream yourney’. Hij noemt het zelf een experiment. Ik hoop dat het slaagt!

 

Door |2026-02-25T13:42:39+01:0025 februari 2026|Fiets|0 Reacties

Mijmeren over herstel en leeftijd

Ik keek er de laatste paar weken een paar keer van op hoe moe ik was na iets zwaars. Met m’n 60e verjaardag net achter de rug dringt zich dan de vraag op: herstel ik op deze leeftijd slechter?

Het korte antwoord: ik heb geen idee. Ik weet al uit wat ik erover gelezen heb dat herstel een dusdanig slecht meetbaar proces is dat niet goed is vast te stellen in welke mate je langzamer herstelt als je ouder wordt. Ik bedoel: iedereen zegt dat, dat je dan langzamer herstelt, maar meetbaar is dat niet. Omdat een groot deel van herstel sowieso niet meetbaar is. Herstel is iets wat plaatsvindt in een nog niet helemaal opgehelderde wisselwerking tussen lichaam en geest. Eén aspect daarvan is dat als je denkt dat je niet goed hersteld bent, dat ook zo is – en omgekeerd.

Ik ging wat mijmeren over die vraag en toen bedacht ik al gauw dat ik onderscheid moet maken tussen twee soorten herstel:

  1. Bijkomen van lichamelijke inspanning, zoals een zware training of wedstrijd. Sportief herstel, zeg maar, de meest standaard opvatting van herstel in de sport. Nou, daarover kan ik eigenlijk niks zinnigs zeggen, omdat ik nooit eerder gesport heb zoals nu. Ik ben voor het eerst ooit aan het trainen voor een korte loopafstand (3 kilometer), dus weinig omvang maar wel veel intensiteit (relatief, en voor mijn doen), in combinatie met fietsen gericht op de volgende fietsvakantie. De combinatie is relatief veel ‘benenwerk’, en dat heb ik wel gevoeld. Meer dan vroeger? Geen idee, want toen trainde ik anders.
  2. Bijkomen van de rest van mijn leven, zal ik maar zeggen. Van zware dagen. Van op mijn tenen lopen en van overprikkeling enzo. Als ik minder goed herstel dan toen ik jonger was, is het op dit gebied, maar ook dat is hele moeilijk te zeggen, want ook die zwaarte is slecht te vergelijken met vroeger. Ik werk dat hieronder uit.

De vermoeidheid van de afgelopen weken betrof twee vrijdagen achter elkaar waarop ik in de Randstad moest zijn voor werk. Dat zijn sowieso lange dagen met vroeg op en veel reistijd. De eerste dag beschreef ik op mijn andere weblog. Nog een week later had ik een nog veel langere dag in Utrecht, met werk en etentje. Leuke dag die vlekkeloos verliep totdat ik aan de terugreis begon: half uur vertraging die ik doorbracht op steenkoude, tochtige perrons, daardoor na middernacht thuis, en het laatste stukje werd de trein overspoeld met een carnavalsmeute. Dus waar ik naar mijn bed zat te verlangen moest ik me nog verhouden tot een boel herrie en gehos. Het was gelukkig niet agressief (de late Zeeuwse treinen zijn berucht).

Van beide dagen moest ik daarna langer dan één dag bijkomen, en dat vond ik lang. Na die eerste vrijdag liep ik op zondag een moeizame duurloop, en na die tweede haalde ik zelfs op maandag nog mijn normale loopintervaltempo’s niet, overigens wel na zondag een stevige fietstraining in de vorm van twee Zwift-activiteiten. Hieronder een screenshot van een moment daaruit, bij gebrek aan hardloopfoto’s van de laatste tijd:

Die sessie ging goed, maar een dag later was ik moe. Dus dan ga ik toch denken: het hakt er meer in dan vroeger. Maar tegelijkertijd weet ik: ik heb geen idee met wat in mijn verleden ik ze moet vergelijken:

  • Niet met wat, want ik heb nooit eerder rond middernacht in een hossende trein gezeten, en vroeger reisde ik niet steeds over zulke afstanden. Ik wist toen we naar Zeeland verhuisden dat het reizen het heikele punt zou zijn van hier wonen, omdat het tijd en energie kost. Dat mag ook, er staat veel tegenover, en meestal gaat het goed. Dit was nogal wat pech in korte tijd. Dus misschien waren deze dagen gewoon zwaar. Of misschien heb ik wat minder energie tot mijn beschikking dan vroeger, waardoor een even zware dag als toen nu relatief belastender is?
  • Niet met wanneer: ik heb eigenlijk geen enkel betrouwbaar ijkpunt. Ik moet niet 1 of 2 jaar terugkijken, want als ik dan achteruitgang zou merken, moet ik gauw naar de dokter, want zo hard slaat de leeftijd niet toe. En als ik langer terugkijk, is er geen enkel moment waarop mijn leven zo liep als nu. Twee jaar geleden verhuisde ik, daarvoor had ik een darmontsteking en kon ik zulke drukke dagen vaak helemaal niet aan, daarvoor was het corona-tijd en was alles anders, daarvoor had ik jarenlang last van de overgang, dan zijn we ineens al in 2011, toen had ik heftige gordelroos, eind 2009 overleed mijn moeder met voorgeschiedenis en nasleep, het jaar daarvoor zat ik 4 maanden in Afrika en kwam ik overtraind terug, en dan zijn we ineens al in 2007, op m’n 41e. Dat weet ik niet meer hoor, hoe ik me toen voelde na zware dagen. Ik heb ergens ook wel een soort geluk als laatbloeier, want ik heb nooit meegemaakt hoe snel ik als twintiger herstelde, ik kan me voorstellen dat dat merkbaarder is. Voor zover daarover iets te zeggen is, want heel betrouwbaar is je geheugen niet voor dit soort dingen.

Uitgaand van 2007 als ijkpunt weet ik wel dat ik toen nog alleen fietste, niet hardliep, laat staan snelle intervallen over 400 meter. Hardlopen is bij mij gevoeliger voor vermoeidheid dan fietsen, dus kan ik daar niet goed mee vergelijken. En omdat ik nog nooit eerder heb getraind zoals nu, heb ik ook geen ander referentiepunt. Misschien ‘mislukken’ dat soort intervaltrainingen sowieso wel vaker? Dus misschien zegt een keer te traag zijn niks over leeftijd en gebrek aan herstel maar hoort het er gewoon bij? Over de grote lijn ging het prima, daarover binnenkort meer.

Wat er ook nog speelt: misschien kan ik vermoeidheid wel beter toelaten dan vroeger. Als ik nog langer terugga, heb ik herinneringen aan doorgaan totdat ik ziek werd. Althans, zo ging het bijvoorbeeld in 1996/1997: na de conceptversie, leescommissieversie én definitieve versie van mijn proefschrift werd ik telkens ziek, de derde keer zelfs met een heftige griep. Misschien was ik toen wel af en toe net zo moe, maar dan nam ik mezelf in de houdgreep en duwde door. Dat niet meer doen is geen teken van slecht herstel, maar van beter voor mezelf zorgen.

Dat is een van de valkuilen van concluderen dat je minder snel herstelt als je ouder wordt: leeftijd is maar één van de vele factoren die herstel beïnvloeden. Natuurlijk, leeftijd speelt een rol – het is zo’n beetje de essentie van veroudering dat je lichaam slechter wordt in zichzelf repareren. Maar tussen al die andere factoren van sport, werk en leven is het op mijn 60e niet bepalend. Ik bedoel: ik laat me niet beperken door de gedachte ‘ik ben 60 dus ik herstel minder goed’, wetende hoe belangrijk het is om een realistisch, maar optimistisch beeld te hebben van veroudering. Daar schreef ik een boek over!

 

Door |2026-02-23T21:23:54+01:0023 februari 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Intelligentie voor atleten?

Strava deelt af en toe gratis proef-maanden uit voor het betaalde abonnement. Afgelopen maand was ik de gelukkige en kon ik zo kennismaken met de extra functionaliteiten die dat biedt. Eén daarvan is ‘athlete intelligence’: door AI gegenereerde feedback op je training. Dat ziet er zo uit – dit is een representatief voorbeeld van wat ik steeds kreeg:

Wat opvalt, is dat het keurige zinnen zijn. Dat blijft natuurlijk een indrukwekkend prestatie van generatieve AI: het is qua taal niet te onderscheiden van wat mensen doen – iets waar ik voor mijn werk veel mee bezig ben (voorbeeld). Dit zou door een menselijke coach geschreven kunnen zijn. Die zou ik dan graag nog wel een betere taakverdeling willen aanleren tussen kop (vetgedrukt) en body (gewoon). Daar staat namelijk deels dezelfde inhoud in net iets andere woorden. Dat hoeft niet, het maakt de tekst onnodig lang en het kan verwarrend zijn. Is sterk hetzelfde als solide?

Inhoudelijk is het ook zeker geen onzin. In die maand heb ik de AI-coach twee keer betrapt op een inhoudelijke fout. Beide keren noemde hij (of zij?) mijn duurlooptempo ‘anaeroob’. Wonderlijke fout: nogal een blunder als je ziet wat er verder allemaal wel goed gaat.

Maar wat me verder vooral opviel, zijn de beperkingen van zo’n AI-coach:

  • De analyse betreft een heel specifieke tijdsspanne: enerzijds deze losse training, anderzijds de lijn over 10 of soms 30 dagen. Wat daardoor niet meegenomen wordt, zijn meerdere trainingen achter elkaar of juist de veel langere termijn. Zo deed ik in de proefperiode een keer twee Zwift-sessies van een uur achter elkaar, wat dan samen een duurtraining is. Dat is de ‘coach’ totaal ontgaan: de feedback betrof de twee losse dingen. Ook de ene keer dat ik heen en weer fietste naar Waarde (15 kilometer) om daar een groepsduurloop te doen (foto hieronder – ik ben die in het oranje jack; ik liep een van de twee mooie rondjes mee) zag de coach niet als in totaal een duurinspanning, maar als drie losse dingetjes.
    De focus op de ‘streak’ van 10 dagen is dan weer wat wonderlijk omdat het voor mij normaal is om vrijwel dagelijks te sporten en daarin sporten af te wisselen. Ik ging me zelfs afvragen of het niet beter was als m’n ‘coach’ eens een keer zou zeggen: nu is het tijd voor een rustdag. Ik herinner me één keer waarin ik na de training dacht: gelukkig is het morgen zo ver. Maar AI weet niet van mijn plannen en bleef maar doorgaan over die ‘indrukwekkende’ consistentie.
  • De focus ligt erg op gemiddelde snelheid. Dat is een heel irrelevante maat. In een intervaltraining zoals die van hierboven zal m’n gemiddelde me worst wezen. Mijn doel was toen 4x1km op 5’30, dat ging prima, en daartussenin wandel ik zelfs even. Nog irrelevanter is gemiddelde snelheid op de fiets. Daar spelen de omstandigheden ook nog eens een grote rol en nog gekker: de coach zag geen verschil in de soorten fietstrainingen. Zo bleef hij mijn trainingen vergelijken met een gemiddelde waar een groepsrit op Zwift in zat (33,2 km/u – aerodynamisch voordeel maar Zwift flatteert ook) maar ook een rondje gravelen op m’n vakantiefiets (18,5 km/u). De AI-coach zou dat eigenlijk moeten kunnen zien, vind ik, want er is makkelijk uit de data op Strava te halen wat voor soort fiets het is. En hij zou ook moeten weten dat het bij een intervaltraining niet om het gemiddelde gaat. Ik moest wel eens denken aan de grap over statistici: met hun ene voet in het ijs en met hun andere voet in vuur, en dan zeggen: gemiddeld is de temperatuur lekker.
  • Al die veren in m’n reet – niet normaal, wie zit daarop te wachten? Ik hoef echt niet elke keer te horen dat het sterk, solide, consistent en indrukwekkend was. En het is ook niet nodig om het mogelijk negatieve puntje (laag gemiddelde) meteen weg te poetsen. Dat deed-ie ook steeds, soms met andere argumenten. Kom op, ik ben een volwassen sportvrouw, ik kan wel wat hebben. En zó ‘indrukwekkend’ is het niet, zeg, kom op. Doe normaal. Nouja, dat is kenmerkend voor de output van grote taalmodellen: ze praten je graag naar de mond. Ik vind ook Chat-GPT wel eens irritant slijmerig.

De nadruk op de dag-tot-dag-streak en de complimenten verraden volgens mij wel wat over de manier waarop deze AI getraind is: om mensen aan te zetten om meer te gaan bewegen. Daarvoor is consistentie belangrijk en wellicht helpen al die complimenten. Dat is echter niet hoe ik sport of waarvoor ik Strava gebruik. Dat mij ‘coach’ dat niet wist en zich niet aan mij kon aanpassen – tsja, echt intelligent is iets anders dan dit soort tekstjes genereren natuurlijk.

Kortom: voor mij was de toegevoegde waarde van ‘athlete intelligence’ nul. Strava vind ik leuk als sociaal medium. Om mijn sporten in goede banen te leiden heb ik het niet nodig. Voor mij geen betaald abonnement dus.

Door |2026-02-11T17:19:26+01:0011 februari 2026|Fiets, Loop, Trainer|3 Reacties

‘Use or lose’ je vetverbranding

Het valt me vaker op: dat sommige duursporters overdrijven met hun koolhydraat-inname. Een uurtje zwemmen kan echt zonder sportdrank, en laatst keek ik verwonderd naar de aanwijzingen op Zwift om tijdens een rustige duurtraining al binnen een half uur te ‘refuelen’. Dat is niet nodig, en, zo weet ik al langer, en het kan tegen je werken. Niet alleen zijn het extra calorieën die gewoon meetellen voor het geheel, maar ook maak je het je spieren als het ware te gemakkelijk: die kunnen lekker die weinig zuurstof kostende koolhydraten opsouperen en hoeven niet aan die wat moeilijker te verstoken vetten te beginnen. Maar een goede vetverbranding is essentieel om te presteren en voor je gezondheid – juist om die te stimuleren zijn rustige duurtrainingen.

Recentelijk leerde ik daar ook nog over dat er tegenwoordig recreatieve sporters zijn met verhoogd risico op diabetes, vanwege een overdosis snelle suikers in de vorm van sportvoeding. Daar zit mogelijk achter dat ze horen over hoe de profs tegenwoordig tot wel 120 gram koolhydraten en meer per uur wegwerken – iets wat bij hen tot verbeterde prestaties werkt, maar wat je als recreant zeker niet moet naäpen, en al helemaal niet in rustige trainingen.

En zeker niet als je een dagje ouder wordt. Dat was voor mij de nieuwe les uit een tweeluik aan artikelen in Fiets Magazine. In nummer 12 van 2025 ging het over wat er gebeurt in ouder wordende spieren en hoe je daar zo lang mogelijk goed mee kan blijven presteren. Daarin niets nieuws qua praktische strekking. Moraal: ‘use it or lose it’ en leef verder ook gezond.

Wel vond ik daarin al interessant om te leren wat er op celniveau gebeurt als je ouder wordt: het aantal mitochondrieën blijft gelijk, maar ze werken minder goed samen (‘fragmentatie’) en dat hangt samen met de vetverbranding. Oudere sporters hebben meer vet statisch opgeslagen in hun spieren, en dat verstoort de energiehuishouding.

Die gedachte wordt in het meest recente nummer (2 van 2026) verder uitgewerkt. Juist oudere duursporters hebben baat bij het trainen van hun vetverbranding. Koolhydraatverbranding beschadigt de mitochondrieën namelijk meer en je wilt je spieren juist stimuleren om dat statisch opgeslagen vet te gebruiken (althans, dat neem ik aan, dat staat er niet zo letterlijk).

Vetverbranding trainen doe je door in je rustige duurtrainingen alleen water te nuttigen, zeker de eerste uren. Niet te veel tussendoortjes naast drie goede maaltijden per dag. Pas 2 à 3 uur na de maaltijd gaan trainen. Dat zijn dingen die ik doe en die ik eigenlijk vanzelfsprekend vind. Ik ben sowieso altijd wat ambivalent over sportvoeding omdat het ook iets megacommercieels is: peperdure suiker in een folietje met een marketingsaus eroverheen. Ik eet liever een krentenbol, banaan of bolus. Ik moet zelfs opletten dat ik tijdig ga oefenen met juist wel koolhydraten aanvullen voor tijdens het belangrijke evenement. Want dan wil je wel die snelle, handige koolhydraten kunnen gebruiken. Voor mij is dan 60 gram per uur al heel wat overigens.

Andere tips om de vetverbranding te stimuleren: nuchter trainen, dus voor je ontbijt – iets wat ik nooit gedaan heb. Het lijkt me veel te naar en ik zou bang zijn voor ondermijning van m’n weerstand. Er zijn sowieso kanttekeningen bij te zetten, zeker voor vrouwen (maar geen idee hoe dat na de menopauze is) en voor sporters die gevoelig zijn voor eetproblemen.

Je kunt ook je totale koolhydraatinname over de dag beperken of zelfs ketogeen eten, maar ik moet zeggen dat dat mij veel te ver gaat. Ik denk wel eens: het lijkt erop de meningen over koolhydraten gepolariseerd zijn: van de profs nadoen met hun 120 gram per uur tot ze tot evil verklaren door de aanhangers van (al dan niet intermittent) vasten en keto. Een béétje normaal doen met eten, à la adviezen van het Voedingscentrum, lijkt mij een betere aanpak.

 

Door |2026-01-26T14:17:53+01:0026 januari 2026|Fiets, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

60!

Vandaag ben ik 60 geworden. Dat vraagt om reflectie op het afgelopen decennium. Dit weblog startte ik immers onderweg naar een hele triathlon op mijn 50e (die post heeft nog steeds de mooiste titel van het hele blog, bijna tien jaar na dato), en in de tussenliggende tijd heb ik me uitvoerig verdiept in de ‘ouder wordende sporter’. Hoe is het om tien jaar ouder te zijn?

Ik met pulIn het kort: het gaat nog steeds gewoon heel goed. Ik merk heus wel dat ik ouder word, maar in het sporten verandert niet zo veel en het gaat me in een aantal opzichten ook beter dan tien jaar geleden. En het allerbelangrijkste: ik kan nog steeds met veel plezier sporten, daar is niet veel aan veranderd. Ik werk deze gedachtegang hieronder uit en illustreer ‘m hieronder met wat vrolijke foto’s van de afgelopen tijd. Ter vergelijking is die links hiernaast van tien jaar (en twee maanden) geleden.

Ik merk dat ik ouder word

Ik hoef er maar voor in de spiegel te kijken. Ik heb een grijze kop haar, en het is waar: alles gaat hangen, behalve mijn tandvlees, dat trekt op. Mijn ogen zijn ongetwijfeld onderweg naar een staaroperatie. Ik heb wat schade opgelopen: door de verkoudheid van voorjaar 2024 ben ik mijn reukvermogen voor een deel kwijt en na de infectie van 2023 zijn mijn darmen ook nooit meer helemaal de oude geworden. Van allebei weet ik niet of het ooit nog goedkomt.

In het sporten verandert niet zo veel

Bij het sporten merk ik niks van die grijze haren en de rimpels. Als ik me richt op de meetbare dingen en daarbij abstraheer van de momentopnames en de trainingsperiodisering, dan is er eigenlijk maar één ding dat achteruit is gegaan in die tien jaar: mijn hardlooptempo. Ik liep net voor m’n 50e een enkele keer een halve marathon binnen de twee uur; ik zou niet weten waar ik dat nog vandaan zou moeten halen. Ik heb me er ook al een tijdje niet meer op toegelegd, maar zelfs dan – dat is echt buiten mijn bereik.

Mijn zwemmen is tussentijds nog wel sneller geweest dan tien jaar geleden. Dat is een kwestie van techniek. Ik leer nog steeds bij, maar het verrommelt ook steeds weer, dus hoe hard ik zwem, hobbelt op en neer met hoe veel moeite ik ervoor doe en hoe lang geleden en hoe nuttig de meest recente cursus was.

Fietsen is niet zo veel veranderd, en zeker niet de procent per jaar verouderingseffect waar het vaak over gaat – ik ben niet tien procent slechter dan tien jaar geleden. Op dit moment in het laagseizoen ligt mijn FTP zelfs net ietsje hoger dan precies tien jaar geleden, wat ik te danken heb aan meer en gerichter fietsen. In goede vorm in het seizoen haal ik nog steeds ongeveer dezelfde waarde van net onder de 4 W/kg. Hooguit kost dat wat meer moeite, in de zin van: ik kon dat toen bereiken naast meer hardlopen dan nu. M’n duurvermogen is niet veranderd.

Herstellen doe ik ook gewoon nog goed en ik kan nog steeds zware trainingsweken aan. Mijn maximale hartslag daalt maar mijn rusthartslag ligt sinds de menopauze ook aanzienlijk lager, dus ik heb nog steeds een bijna even groot hartslagbereik. Mijn gewicht is stabiel, mijn bloeddruk ook (weet ik dankzij de metingen bij het plasma geven).

Het gaat me beter

In één opzicht is het nu fysiek zo veel beter dan tien jaar geleden: de overgang is echt voorbij. Vorig jaar nog trokken er wat restantjes weg: de droge mond, de hartkloppingen en wellicht ook de disbalans in m’n bekken waar ik jaren mee heb gerommeld. Sinds de zomer is mijn bekken-rug-nek ineens probleemloos. Kan ook toeval zijn of aan iets anders liggen, maar opvallend is het wel. En dan had ik het over de allerlaatste sporen van de overgang, veel was daarvoor al verbeterd. Tien jaar geleden zat ik er nog dik in en moest de ergste tijd zelfs nog komen. Ik knijp nog regelmatig in mijn handjes bij deze stabiliteit, groter dan ooit tevoren. Ik denk wel eens: mannen hebben dit altijd, wat een verschil!

Ik ben ook minder blessuregevoelig, mogelijk ook een gevolg van die stabiliteit en van nog tien jaar lang mijn lichaam beter leren kennen. Een paar dagen na mijn 50e verjaardag blesseerde ik mijn voet dusdanig dat ik maandenlang niet kon lopen; van dat soort ellende ben ik al heel lang gevrijwaard (afkloppen). De routine die ik sinds de coronatijd heb, met dagelijkse oefeningen en een wekelijkse dosis Yoga with Adriene, doet me goed. Ik ben daardoor ook eerder leniger dan stijver ten opzichte van mijn 50e.

Door het dippen en #projectdaglicht kom ik beter door de winters dan ooit tevoren. Ik weet niet of het daardoor komt, maar de afgelopen tien jaar ben ik veel minder vaak verkouden geweest dan voor mij gebruikelijk was. Ik heb een winter overgeslagen aan de andere kant van de wereld (een van de absolute hoogtepunten van het decennium!) en een tijdje speelden de coronamaatregelen een rol, maar ook sindsdien is het minder frequent. Ik heb alleen in 2018/2019 een periode gehad waar ik als vanouds vaak liep te snotteren.

Ik denk dat ik ook beter train dan tien jaar geleden: gedoseerder en gerichter, vooral qua hardlopen. Dat is wel verrassend eigenlijk, hoe lang het kostte om uit te dokteren waar ik het het beste op doe. Belangrijk inzicht daarbij voor mij was dat ervaren zwaarte belangrijker is dan gemeten intensiteit. Dat maakt voor mij voor een lange duurloop veel  uit: qua intensiteit is dat een lichte training, maar qua ervaren zwaarte bepaald niet. Ik moet die dus ‘meetellen’ bij de zware trainingen, waarvan ik er in een week maar hooguit twee ‘mag’ doen. Dat beperkt wat ik aan zware intervaltrainingen kan doen.

Dat is het grootste verschil met tien jaar geleden: ik heb geleerd dat ik hardlopen niet te zwaar moet maken, dat ik daarin veel minder aankan dan veel andere mensen of dan wat in de boekjes staat, zeg maar. Of nouja, ‘aankunnen’ is niet het goede woord, het gaat om hoe ik het trainingseffect bereik dat ik wil.

Recentelijk heeft het inruilen van het wat lukrake en loodzware spinning voor gedoseerdere intervaltrainingen op Zwift ook uitstekend uitgepakt, en het is nog leuker ook.

Buiten de sport gaat het me ook gewoon goed. Ik ben bijvoorbeeld blij hoe mijn werk zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld en met mijn vriendenkring; de verhuizing naar Kapelle is een goeie zet geweest, en Henk en ik zijn still going strong. Ik maak me wel meer zorgen over de ontwikkelingen in de wereld dan tien jaar geleden. Ik zag ergens staan dat 2016 het laatste ‘onschuldige’ jaar was: daarna kwamen corona en Trump.

Nog steeds veel plezier

Er zijn soms van die momenten, bijvoorbeeld als ik blokjes rijd op de triathlonfiets, de blubber van mezelf of m’n fiets afspoel na een gravelrit of me op Zwift in bochten wring om bij een groepje aan te klampen dat ik denk: ik had vroeger nooit gedacht dit op m’n (bijna) 60e nog steeds even leuk te vinden. Het past allemaal niet zo in het beeld van een vrouw van 60. Ik zeg wel eens voor de gein: ik hoor eigenlijk rond te tuffen op een e-bike. Ik denk dat ik ergens toch een beeld had van dat meer inkakken en blasé worden hoort bij ouder worden. Maar op dat punt voel ik me helemaal niet ouder. Wat ik leuk vind, verandert gewoon niet. Op andere gebieden dan sport merk ik dat ook.

Nouja, een klein beetje verandert het toch wel. Ik heb bijvoorbeeld in het afgelopen decennium afscheid genomen van de wens een fatsoenlijke marathon te kunnen lopen – dat zit er niet in voor mij en ik vind het lange lopen ook niet leuk genoeg. De afgelopen jaren ben ik vooral meer gaan doen waar ik goed in ben: fietsen, korter lopen. Ik hoef niet meer zo nodig iets te doen waar ik duidelijk minder voor in de wieg gelegd ben – in die parabel over de appelboom die probeert peren voort te brengen ben ik nu blijer met m’n appels. Ik hoef mijn grenzen niet meer per se te verleggen, erbinnen is ruimte genoeg om mezelf stevig uit te dagen.

Op vakantie in Ierland afgelopen zomer merkte ik bovendien dat mijn bereidheid tot afzien kleiner is geworden. Dat betrof dan niet eens zozeer het fietsen, meer het behelpen op slechte campings in dito weer. Daar zit ook iets in van niets meer hoeven te bewijzen – ik hoef niet meer te laten zien hoe stoer ik ben.

Door deze ontwikkelingen is mijn plezier eerder groter dan minder groot – tien jaar geleden ‘moest’ ik nog meer van mezelf. Met terugwerkende kracht denk ik: dat was zelfs wel eens te veel. Dat heeft me ook veel gebracht en ik heb er geen schade aan overgehouden, maar hoe het nu is, is wel beter. Wijsheid komt duidelijk met de jaren…

Ik moet niet meer presteren maar ik wil het wel nog steeds. Zo lang ik sporten leuk blijf vinden en er gezond genoeg voor ben, blijf ik doorgaan. Ook al was ik bij de triathlons die ik afgelopen jaar deed al een paar keer de oudste deelneemster. Toch mooi om dan lang niet laatste te worden!

 

Door |2026-01-21T10:30:24+01:0020 januari 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

De plannen

Zo aan het begin van het nieuwe jaar is een mooi moment om het weer eens te hebben over de plannen en doelen voor de komende tijd. Welnu, dit zijn ze, chronologisch:

  • 60 worden – over 9 dagen al! Daar kom ik nog op terug.
  • Een snelle 3 kilometer lopen bij de JaRo-testloop van eind februari – mijn hardloopdoel voor deze winter.
  • Fietsvakantie!
  • September: triathlonnen. Ik sta er op dit moment voor één ingeschreven, met plannen voor nog drie: Hoeksche Waard, Herkingen, Hulst en Zierikzee. Hulst is sowieso een kwart en in Zierikzee heb ik voor de 1/8e gekozen, die andere twee weet ik nog niet. Er is niet overal een aparte D60+-categorie, maar als die er wel is, wil ik het daar goed in doen natuurlijk.
  • En dan, verder vooruit kijkend: in 2027 is het EK triathlon in Oostenrijk. Wie weet gaan manlief (dan H70+) en ik daaraan meedoen. Dat is nog een beetje een wild idee, maar het kriebelt wel!
Door |2026-01-11T15:06:00+01:0011 januari 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Twee tips

Even links naar twee recente interessante dingen voor de optimaal-blijvende-sporter:

  • Goeie tip: huppel! Ik doe dat eigenlijk alleen in m’n warming-up voor een loop, en dan zeker geen half uur. Misschien toch eens vaker en langer doen.
  • Uit een onderwerp op het forum van Fiets leer ik dat sommige gedreven fietsers juist minder gaan fietsen na hun pensionering. Dat is anders dan ik zou verwachten. Ik vat de redenen kort samen: woon-werkverkeer valt weg, het ‘moeten’ wordt minder, de omstandigheden gaan een grotere rol spelen (ook als gevolg van de grotere vrijheid), ze krijgen andere bezigheden (vrijwilligerswerk, wandelen/fotograferen), de jaren gaan tellen en fietsen als ontspanning of afleiding van werk is minder nodig.

 

Door |2026-01-06T14:41:37+01:006 januari 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Verslag Festive 500

Vorig jaar heb ik het met het plan gespeeld maar het niet gedaan, dit jaar was het ook even twijfelachtig omdat ik verkouden werd, maar ik ben er vandaag toch aan begonnen: de Festive 500. Het is een ‘challenge’ waar duizenden fietsers aan meedoen, ooit begonnen door Rapha: tussen 24 en 31 december 500 kilometer fietsen. Deze blogpost ga ik de komende dagen bijhouden als verslag. Ik verwerk er ook wat jaar-terugblik-achtige zaken in.

Vooraf: verzetje

Eerst even over het waarom wel/twijfel/niet: ik weet niet meer wanneer ik voor het eerst van de Festive 500 hoorde. Vorig jaar ging ik er voor het eerst over denken. Het leek me wel wat voor deze verder landerige tijd van het jaar, en een mooie gelegenheid om aan de rustige duur te werken met het oog op het nieuwe seizoen. Het is goed te doen: 500 kilometer in een week is zo’n beetje wat we fietsen op fietsvakantie, en dat is met bagage, klimmen en een boel eromheen. Maar wel kwetsbaar qua weer natuurlijk: 500 kilometer zwiften is te veel, al is het alleen maar voor m’n kont. Bovendien geeft juist buiten zijn in deze tijd van het jaar de broodnodige opkikker. Dus ik wilde het wel grotendeels buiten kunnen doen. Dan is zo’n challenge een mooie stok achter de deur.

Vorig jaar had ik nog een boel andere plannen en ging ik het te veel als ‘moeten’ ervaren. Dit jaar ‘moet’ er minder: ik doe geen yoga-streak, het zwembad is gesloten voor onderhoud, hardlopen kan wel even wat minder – een cross die op de planning stond voor komende zaterdag is afgelast. Verder heb ik ook geen grote plannen. Ik heb aan mijn jeugd een allergie voor kerst overgehouden (de verplichte gezelligheid – en daarbij tegenwoordig de kitsch, de commercie en het vele vreten) en veel familie hebben we ook niet, dus alle tijd om te fietsen. Ik had bovendien wel zin in een verzetje. Anders dan vorig jaar naar Schiermonnikoog zijn we niet nog even weg geweest, werk en politiek waren best wel intensief, en de herfst, of eigenlijk zelfs dit hele jaar, was op sportief gebied okee, maar niet top.

Ik hield in de aanloop wel een slag om de arm qua weer. Al te veel wind en nattigheid zou een rode vlag zijn. Nou gaat de zon schijnen en is het acht dagen lang kurkdroog, wie had dat gedacht. Maar wel eerst heel erg koud, zeker omdat het hier fors gaat waaien. Dit geeft de Buienradar voor morgen, met in de vierde kolom de gevoelstemperatuur:

Dus Zwift gaat uitkomst bieden, maar ik verheug me op de zon.

Mijn twijfel zit ‘m in de verkoudheid waar ik eerder al over schreef. Ik was gister nog best wel brak, met een hoofd vol snot. Vandaag is beter, maar ik moet toch echt nog wel voorzichtig zijn. Mogelijk was het gister weer slechter omdat ik maandag gelukkig wél fit genoeg was om naar Hofstade te gaan om naar het veldrijden te kijken, dat was super. Manlief maakte deze foto’s van de winnaars (Lucinda Brand en Mathieu van de Poel):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dus: ik ga ervoor. Als het goed gaat, is het een lekkere opkikker die ik wel kan gebruiken zo mid-winter en post-verkoudheid. En zo niet, dan stop ik ermee. Zo simpel is het eigenlijk!

Dag 1: buiten en binnen

Ik had vanochtend eerst nog even wat anders te doen, maar strakblauwe lucht en zon riepen hard! Tegen 12 uur was het zo ver: in gewone kloffie op de stadsfiets eropuit. Ik moest nog even naar Schore om daar iets te bezorgen en manlief vroeg of ik naar Kloetinge kon rijden om daar bij het andere filiaal van onze bakker bolussen te halen, want hier op het dorp waren ze uitverkocht. Nou, prima, en tussendoor kon ik mooi even buitenom Hansweert rijden. Daar was ik nog nooit geweest, want alles was daar afgesloten sinds we in Kapelle zijn komen wonen – ze waren er de dijk aan het versterken en dat is af. Zodoende was het best een bijzonder ritje: nieuw stukje ontdekken bij m’n aftrap. Ik maakte een schaduw-selfie met de versterkte dijk:

In de kou, al viel dat best wel mee. Nouja, het was in de tegenwind kracht 5 inderdaad hartstikke koud, wat frappant genoeg een jeugdherinnering opriep ofzoiets, zo van: vroeger was het ook wel eens zo koud. Maar in de wind mee en door de zon was het gewoon ronduit heerlijk.

Alleen waren in Kloetinge de bolussen ook uitverkocht. In het filiaal in Goes-Zuid hadden ze ze nog wel, en zo  kwamen er nog wat kilometers bij, 27,7 in totaal, en werd het een late lunch.

Al vrij snel daarna ben ik de spinningfiets opgestapt voor een ritje in Zwift, een groepsrit speciaal voor Festive 500. Grote groep (op het plaatje hieronder zie je maar een deel; het viel in stukken uiteen en een heel enkele keer zat ik zelfs even alleen), allemaal een kek Rapha-shirtje aan:

En dan rijd ik ineens 50 kilometer in 1,5 uur, haha! Nog zonder veel moeite ook. Beetje zweet, ondanks dat het buiten was: de fiets staat onder de overkapping precies in de luwte mét zon. Totaalstand voor vandaag: 78,2 km. Prima eerste dag, leuk zo. En qua verkoudheid: herstel zet door.

Dag 2: vakantiegevoel

Vandaag is die dag van het plaatje hierboven: stralend zonnig, maar gevoelstemperatuur -10. Ofzoiets. In elk geval: ik geef me qua buiten fietsen gewonnen. Dat geeft me de gelegenheid om iets te doen wat ik ook nog nooit gedaan heb: twee keer op één dag zwiften. Je duurtraining splitsen las ik al eens als tip op Sporza en nu komt het goed uit qua kilometers maken. Nouja, dan had ik vanochtend een andere keuze moeten maken misschien, want deze ‘workout’ ging niet zo hard. Ik heb namelijk duurkrachttraining gedaan, met negen intervallen van 4 minuten op lage trapfrequentie (55-60-65 rpm). Best pittig wel. Als plek had ik virtueel New York gekozen, en daar zit hoogteverschil in. Zo kwam ik uit op een voor Zwift laag gemiddelde van 23,3 km/u, 25,6  kilometer gefietst. Nouja, de Festive 500 niet alleen maar vullen met razendsnelle Zwift-sessies is wel zo eerlijk. Brengt de stand op 103,8 km. Onder de overkapping was het goed te doen weer, al had ik aan het begin wel handschoenen aan omdat het stuur van de spinningfiets koud was.

Ik schrijf dit tussen de twee sessies in. Straks om 5 uur ga ik verder met een groepsrit in voor mij veruit het grootste Zwift-peloton  ooit: er staan er nu 2781 aangemeld. Om samen te rijden met Eric Min, de CEO van Zwift, ‘a ride that’s equal parts cheer and challenge’. Ik ben benieuwd. Ik weet niet of ik daarna nog tijd heb voor een update, maar in elk geval: het gaat gewoon lekker. Ik vind het leuk, merk ik, om sporten zo centraal te stellen deze dagen. Met niet veel anders aan mijn hoofd dan fietsen. Het lijkt echt een beetje op een fietsvakantie! Misschien is het vakantiegevoel vandaag versterkt door die krachttraining, want die doe ik met het oog op fietsvakanties – er zit er in het nieuwe jaar weer eentje aan te komen!

Dag 3: winterzonnebaden

Dat was gister wel geinig, zwiften met z’n 2500’en ofzoiets, dit keer met kerstshirtjes aan:

Geen moment alleen gezeten, en daardoor bij een lager vermogen dan eergister weer 50 kilometer in 1,5 uur gereden. Me vermaakt met de chat, die heel druk was. Op het hoofdscherm overlapt het dan, wat hierboven te zien is. Op mijn telefoon erbij gaat het razendsnel. Desalniettemin ving ik een paar aardige weetjes op over Zwift van Eric Min. Bijvoorbeeld: in IJsland geeft de overheid subsidie op Zwiften; 1 procent van de IJslanders doet eraan.

Het was ook wel bijzonder om buiten in de donkere vrieskou te zitten, met m’n blote benen en dunne shirtje aan. Meteen van de fiets af was het wel bijtend koud. Ik moet dan altijd nog even m’n fiets afdekken enzo, en dat duurde eigenlijk al te lang. Gelukkig kwam manlief helpen, zoals hij eerder ook al het licht voor me had aangedaan – dat was ik vergeten, en dan zie ik wel erg weinig op het schermpje.

Gister was mijn langste dag ooit op Zwift en de eerste keer dat ik twee sessies op een dag deed. Dat gaat allemaal wel, maar ik snakte naar de echte wereld. Dus vanochtend op de fiets gestapt voor een heuse winterrit. Dat was heerlijk. Nouja, ook wel koud, en die koude lucht is stroperig, dus hard ging het ook niet. Maar het was ongelofelijk mooi. Die stralende zon, manmanman. Ik reed opnieuw achterlangs Hansweert om dat heropende stuk verder te verkennen, en daarna door langs de Westerschelde, sowieso een prachtig stuk. Bij Rilland gekeerd, stukje langs de Oosterschelde terug, wind mee.

Wat daar zag, had ik nog nooit gezien: de slikken waren bevroren. Vooral langs de Oosterschelde was dat een spectaculair gezicht. Helaas is mijn foto daarvan mislukt – mijn telefoon had sowieso wat kuren, die had het ook koud. Eerder had ik langs de Westerschelde deze foto gemaakt, daar zie je het ook een beetje op:

Ik vroeg me daar nog af of pfas in de kou zo raar gaat doen, het blijft tenslotte de ’terrible beauty’ van de Westerschelde, maar later wist ik het wel zeker: nee, dat is echt gewoon bevroren.

Thuis waren één duim en m’n tenen wat koud geworden, maar dat was het meer dan waard!

53 km buiten gereden; eindstand dag 3: 207,6 km. Gaat voortvarend!

Dag 4: gravelen door de Zak

Gister was verder nog wel een drukke dag, want manlief en ik kijken graag veldrijden en schaatsen en dat was gister allebei, én mijn broer kwam eten, wat hier in Kapelle een soort kersttraditie aan het worden is. Het was gezellig, en we lagen ook nog op tijd in bed. Het was wel zo’n dag die duidelijk maakt dat de uitdaging van de Festive 500 ‘m zit in de omstandigheden van deze tijd van het jaar: het weer en de andere bezigheden. In, pak ‘m beet, Nieuw-Zeeland zou ik m’n hand niet omdraaien voor 500 kilometer in acht dagen.

Sterker nog, dat blijken we bijna spontaan gereden te hebben, we gingen dat gister voor de gein eens na. In 2017 fietsten we in deze tijd van jaar op het Zuidereiland. Tweede kerstdag was toen een extra rustdag omdat we even ziek waren geweest, en desalniettemin reden we ongeveer 460 kilometer in de acht festive dagen. Zonder het bewust te doen hadden we toen dus bijna al een Festive 500 voltooid.

Ondertussen had ik bedacht dat ik vandaag wel zin had om de gravelroute weer eens te rijden. Altijd leuk, soort buitenspelen voor  volwassenen is dat slingeren door de Zak. Al dat geslinger heeft als voordeel dat je nooit lang in de koude tegenwind zit. Bovendien wilde ik mijn nieuwe schoenen voor de vakantiefiets beproeven, want die kan ik eventueel nog ruilen. Dus op de vakantiefiets, fiets nummer 4 van de Festive 5o0. Dat is niet de efficiëntste manier om festive kilometers maken. Ik kwam vandaag uit op een gemiddelde van 18,5 km/u! Maar wel lol gehad.

De start was weer prachtig in de zon, maar halverwege trokken ze ineens een grijs gordijn dicht. Dat was jammer, maar het bleef toch wel mooi ook, en  het werd merkbaar iets minder koud. De onverharde wegen en paden lagen er superstrak bij. Ergens bij Kwadendamme zit een normaal heel blubberig dijkje waar ik nog nooit fietsend overheen was gekomen, maar nu wel: alles droog en hard. Net als gister kon ik ook enorm genieten van de rust. Zeeland bijna voor mezelf alleen.

En die schoenen? Die deden het prima. Nouja, ik kreeg koude tenen, maar die had ik gister ook. Het was allemaal duidelijk wat minder ijzig vandaag. De nieuwe schoenhoesjes mochten ook mee:

Eindstand dag 4: 207,6 + 54,2 (waarvan 2,7 in heen en weer naar huis – telefoon vergeten!) = 261,8 km

Dag 5: uitje

Vandaag waren ongetwijfeld de gezelligste kilometers van de Festive 500, want manlief fietste mee! Dat had ik hem gevraagd en ik had er een route voor uitgezocht: een gravelroute over de Kalmthoutse heide en de Brabantse Wal, vanaf Bergen op Zoom.

Daar zijn we vanochtend eerst heengegaan met de trein. Bij Woensdrecht zijn we afgedraaid richting huis, wind mee. Opnieuw stralende zon, duidelijk minder koud. Met ook nog trein, een beetje buitenland en koffie met appeltaart bij de Leeuw van Vlaanderen werd het een heus uitje!

Het was een mooie route. De heide lag er prachtig bij en Ossendrecht lag te schitteren in de zon. Een leuke ontdekking vond ik het stukje langs de antitankgracht, met de forten van Stabroek en Ertbrand. Op een zanderig paadje moesten we ons qua gravelen gewonnen geven, maar verder was het goed te doen, voor manlief zelfs op de racefiets. Wel was het op de heide erg druk, waarbij me opviel dat er nauwelijks vrouwen aan het fietsen waren. Eenmaal in Zeeland werd het weer hartstikke rustig.

Met 82,2 kilometer was dit een lange dag. Ik voelde aan het eind mijn nek en schouders wel, maar verder alles dik in orde nog. Ik had gister nog een half uurtje yoga gedaan, even lekker alles rekken. Ook toen constateerde ik al: benen prima in orde.

Voor ‘project daglicht’ (in de wintertijd elke dag in het daglicht naar buiten, in totaal 7 uur per week) was dit een mega-week: ik ben op ongeveer 18,5 uur uitgekomen, een record – en dat nog met een boel zon ook. En dat terwijl ik vorige week voor het eerst in de zes edities de 7 uur niet had gehaald: ik was een paar dagen te verkouden om veel naar buiten te gaan. Wat een contrast! En wat een heerlijke week, wat een mazzel, zulke zonnige fietskilometers. Het blijft voelen als een soort wintersportvakantie in eigen land.

De stand: 261,8 + 0,6 (naar het station) + 82,2 = 344,6 km.

Dag 6: naar Francien
Vandaag had ik voor het eerst niet per se heel veel zin om te gaan fietsen. Ook geen tegenzin, hoor, maarja… geen zon. Het was grijs, vochtig, waterkoud, en op de terugweg motregende het licht. Niet echt fotogeniek weer, dit is het Veerse meer:

Daarlangs, dus met een omweg, ben ik heen gereden naar Middelburg, om bij Francien lunchen – vriendin uit Kapelle die een maand geleden is verhuisd. Dus opnieuw Festive-500-gezelligheid, dit keer tijdens een royale pauze.

Eenmaal gewend aan de andere omstandigheden fietste het best, zeker omdat er nauwelijks wind was, en die stond niet ongunstig. Het was ook weer heerlijk rustig: ik was vaak alleen met de vele vogels.

Tussen het Veerse meer en Middelburg ben ik door Kleverskerke gefietst, ik weet niet of ik daar ooit eerder geweest was. In de nieuwbouwwijk waar Francien woont, Mortiere, heb ik wat omgereden. Een deel daarvan was expres, want ik was te vroeg en zo kon ik wat extra kilometers maken. Een ander deel was per ongeluk, want die wijk is nogal een doolhof. Eenmaal eruit op de terugweg was ik zoefzoef recht-toe-recht-aan thuis, ruim voor het donker werd. Toch ook weer dik tevreden.

Vorig jaar was het de hele tijd dit soort weer en nog natter en kouder. Het was dan ook mijn beeld van 500 kilometer fietsen rond deze tijd: een boel waterkou verdragen. En misschien ook nog harde wind. Maar in plaats daarvan was het dagenlang zonnig. Zo’n grijs dagje, ach… Ik voel me op de fiets steeds een Vrouw met een Missie en dat maakt winterfietsen verrassend goed te doen!

De stand: 344,6 + 73,7 = 418,3 km.

Dag 7: door de 7000

Vanmiddag heb ik een afspraak in Rotterdam. Toen ik die maakte, dacht ik qua Festive 500: mooi, 100 kilometer daarheen fietsen, trein terug. Maar ik zag al een paar dagen aankomen  dat dat dan alleen tegenwind zou zijn. En die is wel erg stroperig op het ogenblik, in de kou. Het is bovendien een traject met open dammen en dijken. Nou nee, toch maar niet.

In plaats daarvan zo gepland dat ik vandaag alleen een korte, efficiënte training op Zwift zou doen, een lichte ook. Cadansoefeningen en daarna uitgefietst tot net over de benodigde 30 kilometer met twee sprintjes. Dat leverde een zwik truitjes op – kennelijk weinig snelle vrouwen daar vanochtend.

Memorabeler was dat ik ermee door de grens van 7000 kilometers van dit kalenderjaar ging. Dat is een grote uitschieter. Hier zijn de jaargegevens, waar ik voor morgen alvast de minstens 50 die me nog resteren heb ingevuld (later gecorrigeerd voor wat het echt was):

(kilometers) 2025  2024 2023 2022 2021
Zwemmen* 104  133? 92? 120? 75?
Fietsen 7080  4843 3618 4004 4863
Hardlopen 661  600 617 1034 1003
Wandelen 290  630 640 744 456

*Bij benadering. De weinig precieze zwemkilometers ligt aan mijn horloge, dat soms een paar en soms een heleboel baantjes niet registreert en openwaterzwemmen – meestal – overschat.

Duidelijk te zien is dat het vele fietsen ten koste is gegaan van wandelen. Verder was het een okee jaar – de hardloop- en zwemkilometers vallen me mee. Ik heb niet eens het gevoel dat ik nou zo heel veel gefietst heb. Ja, er zat een fietsvakantie in, maar dat was in bijvoorbeeld 2021 ook zo en zelfs als dat in augustus 1000 kilometer extra heeft opgeleverd, is het totaal nog steeds opvallend hoog. De kilometers in Zwift gaan snel, dat flatteert, en ik heb minder (niet-geregistreerde) stadsfietskilometers dan vroeger in Rotterdam. Aan de andere kant waren de kilometers op vakantie traag en zwaar, en heb ik zelfs deze week nog wat gegraveld, ook niet echt snel.

Wel is duidelijk: in die dik 7000 kilometer zit een boel plezier! Ik heb af en toe wat gemiept over dit sportjaar: dat er veel tegenzat in het triathlonseizoen bijvoorbeeld en er geen grootse prestaties en ik niet altijd op m’n best was op de goede momenten enzo. Dat is ook allemaal waar, maar het was toch ook gewoon een mooi jaar met een boel sportplezier. In de basis is alles prima. Ik ben fit, de kwaaltjes (zoals corona en m’n heupblessure in de eerste helft van het jaar) gingen gewoon weer over, ik heb m’n worteltjes dieper ingegraven in Zeeland en ook buiten het sporten is alles goed. Ik kijk alweer uit naar het nieuwe jaar.

De sportieve afronding van 2025 wordt ook erg mooi: nog één dagje, en dan heb ik m’n challenge afgerond! Dit keer zat het juist allemaal wel mee, want ik had nooit verwacht dat het zo zonnig en mooi zou zijn deze week. Top winterfietsen!

De stand: 418,3 + 31,5 = 449,8 km

Dag 8: voltooid!

Vandaag was nog wel even taai. Ik ben met een omweg over Noord-Beveland naar mijn broer in Vlissingen gefietst. Daar kwam manlief ook heen, met de auto, we aten bij mijn broer en kwamen met de auto terug. Het miezerde toen ik om kwart voor 2 wegfietste, de eerste dikke 30 kilometer had ik de wind tegen, ik reed een paar kilometer verkeerd, ik vond de groepjes vuurwerk-jongeren eng, ik verzamelde heel wat blubber, en ik had een paar kleine pijntjes (knie, voet). Maar op Walcheren was het zonnig en stond de wind gunstiger. Net buiten Middelburg passeerde ik de 500 kilometer en toen ik bij mijn broer thuis m’n rit uploadde, antwoordde Strava met een gloednieuwe badge:

Eindstand: 449,8 + 57 = 506,8 km ✔️ Het was leuk om te doen en heeft gewerkt zoals ik had gehoopt: als opkikker en mooie afronding van het jaar!

 

Door |2025-12-31T21:24:50+01:0024 december 2025|Fiets|2 Reacties
Ga naar de bovenkant