Maandarchieven: juli 2021

Zwemmen gaat weer lekker!

Op 12 mei zwom ik voor het eerst na de lockdown van dik vijf maanden, gister heb ik de balans opgemaakt in de vorm van een CSS-test: 400 en dan 200 meter voluit zwemmen, de tijden van elkaar aftrekken en door 2 delen, en dat getal, de critical swim speed, is een maat voor je duurtempo, omgerekend naar 100 meter. Die snelheid zou je net vast moeten kunnen houden, over, pak ‘m beet, een kilometer.

Ik kwam uit op 1’58,5 en dat is een teken dat ik weer aardig terug op niveau ben. Ik ben wel sneller geweest al, tot wel een seconde of 4 (1 per baantje). Dat was in elk geval net voor de eerste lockdown zo, wat ook net na de cursus Powerstroke was, toen zwom ik op m’n snelst ooit. Maar in deze tijd van het jaar, met veel openwaterzwemmen en weinig gerichte intervallen op de CSS-intensiteit, is het eigenlijk heel normaal. Ik ben er tevreden mee, ik was blij geweest met alles onder de 2′.

Voor een volgende stap heb ik weer een goeie winter nodig, met gerichte zwembadtrainingen – en misschien die cursus Powerstroke op herhaling. Ik heb het technische gevoel daarvan voor het grootste deel weer te pakken, maar het komt nog net niet helemaal samen zoals toen, dus dat ik m’n romprotatie echt aan m’n doorhaal weet te verbinden. Dat lukte ook vorig jaar om deze tijd niet.

Als ik het me goed herinner, zwem ik nu wel beter, sneller en lekkerder. Ondanks de langere pauze. Wat me de afgelopen tijd geholpen heeft, zijn acht weken van dinsdagavond-trainingen geweest. De eerste vier weken was dat nog een ’toetje’ van de conditie- en techniekgroep die ik net voor de eerste lockdown was gestart. Die lag sindsdien elk ogenblik stil natuurlijk, en bij elke herstart kregen we er een paar trainingen zomaar bij, wat erg aardig was. Zodoende heb ik veel meer trainingen gehad dan waar ik ooit voor betaald heb. Ik had er zelfs nog twee meer kunnen doen, maar toen kon ik niet meer vanwege de andere cursus, waarover zo meer.

Die vier zwembadtrainingen waren eigenlijk precies wat ik nodig had om de techniek weer op te frissen. We gingen helemaal back to basics. Dat was een beetje noodgedwongen door de omstandigheden: er was meestal maar één trainer voor mijn groep (die uit twee personen bestond) en de beginnerscursus. Dus deden wij mee met de beginners. Dat was qua omvang en intensiteit en kennis enzo weliswaar wat slapjes, maar wel helemaal goed na zo’n lange tijd niet zwemmen. Hoge elleboog is een rare beweging als je ‘m vijf maanden niet hebt gedaan!

Daarna verhuisde ik op de dinsdagavond naar het open water, in ’t Waaltje, om daar een korte cursus slagfrequentie in open water te doen. Dat was stevig aanpoten! Het was al een tijd geleden dat ik in open water boven de 2,2 km uit was gekomen – mijn vaste stukjes hier bij ons achter in de Schie zijn 2,1 (‘rondje veerhuiseiland’) of 2,2 (‘retourtje Doenbrug’). Bovendien zwem ik in open water standaard rustig, geen intervallen of hoog tempo. Nou, nu wel! Mijn armen vielen eraf! En dat alleen al was hartstikke leuk, om zo aan de bak te moeten!

’t Waaltje is bovendien schitterend zwemwater. Het enige wat eraan ontbrak was het zwoele zomeravondgevoel, want het blijft maar kwakkelen met deze zomer. Alleen op de laatste dinsdag, vorige week, was het wat warmer.

Zoals altijd bij TriExperience was het ook weer super-interessant. We zijn met behulp van de tempo-trainer op zoek gegaan naar onze natuurlijke slagfrequentie (54) en naar het verhogen daarvan voor meer snelheid. Bij mij ligt er voor de kortere triathlons wel een kans om ‘m naar 58 op te trekken, maar dat moet ik nog wel trainen. Met de tempo-trainer gaat dat in open water dus ook, zonder de zwembadklok. Het piepje geeft bovendien een prettig soort houvast, ik vond het wel lekker zwemmen ermee. Want dat is hoe het werkt, dat is een van de dingen die de tempo-trainer kan: piepen op de beoogde frequentie, als een zwem-metronoom.

Buiten die dinsdagavonden heb ik eerst in het zwembad veel techniek gedaan en daarna ben ik in het open water omvang gaan opbouwen. Het is heerlijk om weer te zwemmen. Ik ben me er door de afgelopen anderhalf jaar extra van bewust dat het niet vanzelf spreekt om dat te kunnen doen. Het is nog steeds een beetje behelpen met reserveringen en andere aanpassingen, maar het kán, en dat is heel fijn.

 

Door |2021-07-27T19:27:07+02:0027 juli 2021|Zwem|0 Reacties

“Blog: prijzen, zwembaden”

Sinds vorige week is het voor mij qua werk zomer-rustig: weinig afspraken of deadlines. Dat gaat bijna elk jaar zo, en is altijd een uitgelezen kans om aan klusjes toe te komen die al een tijd wachten. Die noteer ik op een soort lange-termijn-to-do-lijst. Het meeste is werkgerelateerd of huishoudelijk. Ik heb vandaag al een paar klusjes kunnen wegstrepen, lekker.

Eén van de oudste dingen op het lijstje is het punt ‘Blog: prijzen, zwembaden, herrie’. Dat waren drie thema’s waarover ik wilde schrijven, en die bedacht ik al ergens in de loop van het seizoen van 2019. Het was er niet zo van gekomen en toen kregen we corona en leek het nogal zinloos om het te hebben over de prijzen van triathlons, de doolhoven in zwembaden en de herrie bij evenementen. Dat leken luxeproblemen in een tijd dat er niets doorging en de zwembaden dicht waren.

En zo stonden die thema’s eindeloos op de to-do-lijst. Ze blijken niet aan relevantie ingeboet te hebben. Nouja, die herrie bij evenementen, de keiharde muziek uit slechte speakers vooral, dat zou ik echt uit mijn geheugen moeten opdiepen dus die laat ik even zitten. Maar over geld en zwembaden wil ik wel degelijk iets actueels kwijt.

Vorige week moest ik in Delft zijn en dat kwam zo uit dat ik daar kon gaan zwemmen – elders zwemmen doe ik graag, en het is er al lang heel weinig van gekomen door de lockdowns en het vele thuiswerken. Nu dan. Ik keek wel op dat m’n reservering voor het Sportfondsenbad € 6,10 kostte, voor drie kwartier.

Sodeju, wat is dat duur.

Eenmaal daar hoorde ik dat de gemeente het niet subsidieert en dat dat dus de prijs is waarvoor het commercieel is uit te baten. Oef. Hopelijk blijft Rotterdam subsidiëren.

Even later begreep ik dat er ook nog 5 minuten van de tijd af gingen, om voor mij onduidelijke redenen. Omgerekend kostte het zwemmen € 9,15 per uur, voor een doodgewoon 25-meter-badje. Ter vergelijking: in Zwembad West kost een los kaartje € 4,20 voor een uur. Al was dat vorige week theorie, want dat zwembad was toen dicht vanwege corona-besmettingen.

Nou maakt voor mij die paar euro niet uit natuurlijk, maar mij is in Zwembad West wel eens opgevallen hoe druk het is als het ‘euro-zwemmen’ is, of was, ik weet niet of het nog bestaat: vrijzwemmen voor € 1. Het zwembad staat in een arme wijk van Rotterdam, en dan is zelfs € 4,20 nog te veel. We ‘moeten’ allemaal bewegen, maar dan moet dat niet te veel kosten. Waarom de gemeente Delft het zwembad niet subsidieert, geen idee. Slim lijkt het me niet.

Iets soortgelijks bedacht ik twee seizoenen geleden ook over triathlons. Zo’n evenement is veel eenmaliger dus minder van invloed op het beweeggedrag, maar dan nog hoop ik dat er triathlons blijven bestaan die weinig kosten. Ik heb de inschrijfgelden rap zien stijgen in de afgelopen jaren. En wel zo dat ik denk dat de toegankelijkheid onder druk komt te staan.

Eén van de kostenposten waar ik bijvoorbeeld mijn vraagtekens bij zet is die van de tijdregistratie met matten en chips. Dat is hartstikke leuk natuurlijk, precies je splittijden weten, maar het drijft de prijs nogal op en veel triatleten hebben dusdanige sporthorloges dat ze zelf ook een aardig eind komen met precisie-meten. .

Wat daar net de afgelopen weken nog bijkomt is dat ik de indruk heb dat het juist de kleine, niet-commerciële evenementen zijn die het momenteel moeilijk hebben de boel georganiseerd te krijgen. Een commerciële organisator als TriHard, waarvan ik net TriRotterdam deed en TriAlmere nog op de agenda, die redt het wel. Maar ik vond m’n sprint met € 55 een prijzige triathlon en voor dat bedrag net niet goed genoeg georganiseerd – vooral dat de medailles op waren vond ik echt een blunder.

Inmiddels is er weer veel onzeker en zijn twee evenementen die ik op mijn verlanglijst had staan geannuleerd: de Hoeksche Waard Challenge, georganiseerd door een vereniging, en de Branderszwemtocht, nogal op het goede doel gericht. Kan toeval zijn, maar ik ben bang dat het dat niet is. Hopelijk lukt het die organisaties na twee verloren jaren toch overeind te blijven.

Tot slot nog even terug naar de zwembaden. Wat in Delft ook niet zo’n succes was, was dat het qua coronamaatregelen voor mijn gevoel een stap terug in de tijd was: je mocht je voor het zwemmen niet omkleden, wat voor mij betekende dat ik de wc in moest, want ik had er al niet meer aan gedacht dat ik m’n badpak aan moest hebben en dat was knap onhandig geweest ook, met eerst naar Delft fietsen voor een lunchafspraak en daarna pas zwemmen. In de banen gold bovendien een eenrichtingverkeer, wat betekent dat je steeds onder de kurken door moet duiken. Dat is in Zwembad West zelfs nooit geweest, en bijna alles is daar weer gewoon.

Door corona is zodoende nog extremer dan wat ik eerder ook al had geobserveerd: dat elk zwembad anders is. Ik ben er in de loop der tijd in een heel aantal wezen banenzwemmen, en ze zijn allemaal verschillend. Ik heb heel wat lopen dwalen en stuntelen met poortjes, kluisjes, hokjes en douche-knopjes.

Daar wilde ik lang geleden al eens over schrijven: dat er zo weinig eenheid zit in het ontwerp van zwembaden. Okee, een luxe-probleem. Maar met ook nog sterk verschillende corona-maatregelen kan het best behelpen zijn. Ik voelde me donderdag in Delft niet op mijn gemak. Een echte uitwedstrijd.

Zo, en nu kan ik ‘blog: prijzen en zwembaden’ afstrepen, ‘herrie’ laat ik nog even staan.

 

Door |2021-07-20T17:19:08+02:0020 juli 2021|Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Acht keer knallen langs de roeibaan

Gister heb ik mijn eerste triathlon van het seizoen gedaan: de sprint van TriRotterdam. Ik wist al een tijdje dat ik daarbij wilde zijn omdat twee van mijn coachees zouden starten in de rookie race, en toen het dichterbij kwam en zekerder werd dat het door zou gaan, kon ik de verleiding niet weerstaan. Het ging toen net weer wat beter met m’n rug, maar toch heb ik voor de korte afstand gekozen. Tien kilometer hardlopen leek me tricky, en bovendien: acht rondjes fietsen om die roeibaan leek me niet zo leuk.

Bij deze triathlon ben ik vaker gestart, ook toen het nog triathlon010 heette, en ook al is het eigenlijk in Zevenhuizen, het is toch een beetje een thuistriathlon natuurlijk. Van de organisatie, TriHard, had ik vorig jaar een positieve indruk gekregen over hoe ze met de corona-omstandigheden omgingen, onder andere omdat ze ‘against all odds‘ TriOuderkerk lieten doorgaan. Dat gaf vertrouwen.

Ik keek er wel van op dat vorige week uit de lucht viel dat je je moest laten testen voor toegang, nouja, ik niet dus, want ik ben al volledig gevaccineerd. Gelukkig maar. Maar het zou mijn eerste ervaring met de CoronaCheck-app worden – een systeem waar ik sowieso m’n bedenkingen bij heb, en net vorige week werd wel duidelijk dat het totaal faalt. Ik ben blij dat ik niet voor m’n triathlonnetje eindeloos in de rij heb hoeven staan tussen het meest besmettelijke volk van dit moment: het uitgaanspubliek. Dan lijkt me het getest moeten worden riskanter dan het doen van de triathlon zelf.

Ik heb de hele week netjes getaperd, dus kalm aan gedaan en een paar gerichte trainingen gedaan, naar de masseur geweest, het eten van zaterdagavond bepaald (overschotel met courgette en pasta), enzovoort. Dus ik was er wel klaar voor, sterker nog, ik zat me duidelijk in te houden en kreeg fikse beweegbehoefte.

Toen werd het toch nog even spannend vanwege de nieuwe maatregelen, maar uiteindelijk leidde dat er alleen toe dat er geen publiek welkom was. Jammer, manlief had meegewild voor foto’s en om dan de 18 km terug naar huis te lopen als eigen training. Het is sowieso door het compacte parcours een leuke kijk-triathlon. Het zag er nu, toen ik aankwam, vreemd rustig uit, maar alles heeft ook zo z’n voordelen: alle ruimte om te parkeren bijvoorbeeld.

Wel goed dat ik zelf meedeed, anders had ik m’n coachees niet eens kunnen zien dus. Nu kon ik ze zien starten:

Daarna had ik alle tijd om mezelf voor te bereiden, zoals het inrichten van het plekje in het parc fermé:

Op naar de start – met eigenlijk geen idee wat ik kon verwachten, maar wel met de hoop dat ik eens onder de 1,5 uur zou kunnen duiken, wat een PR op de sprint zou opleveren. Dat ik geen idee had, zat hem er vooral in dat ik mijn eigen trainen de afgelopen maanden als nogal rommelig heb ervaren, waardoor ik voor geen van de drie sporten echt helemaal op dreef ben. Dat kwam door een optelsom van omstandigheden:

  • Corona. Ik ben nog niet terug op niveau na vijf maanden niet zwemmen, al begint het wel weer te komen. Ook ontbreekt het me aan een ambitieus triathlondoel: dat was ik had, is geannuleerd. Zonder zo’n doel sport ik weliswaar nog steeds graag en veel, maar er zit wat minder lijn in en ook wat minder druk achter. Tot slot heeft corona nog steeds ook wel grote invloed op mijn dagelijks leven, vooral door het thuiswerken. Het gaat bij vlagen, maar soms ben ik daar wel moe en zat van. De permanente onzekerheid knaagt soms ook, net als de frustratie om de ‘clusterfuck’ van het beleid.
  • Het weer. Ik ervaar eigenlijk bijna heel 2020 al als lastig. Het voorjaar was extreem koud en nat, toen was het even heet, en nu is het al wekenlang soms nat en kil maar vooral instabiel en benauwd. Dat heeft vooral m’n fietsen wel gehinderd, zwemmen ook een beetje.
  • Fysiek ongemak. Tussen december en mei had ik last van m’n schouder waardoor ik niet lang op de race- of triathlonfiets kon zitten. Dat is over: het is als sneeuw voor de zon verdwenen toen ik weer kon zwemmen. Mijn rechterschouder heeft het zwemmen kennelijk enorm gemist! Recentelijk heb ik een paar weken getobd met een rib en rug. Ook dat is over, maar ik heb daardoor al een tijdje weinig hardgelopen, terwijl dat net lekker ging en ik er fietsen voor op een zacht pitje had gezet (zie vorige post). Fietsen heb ik dus net juist wat meer gedaan, maar in totaal toch veel minder dan normaal. 
  • Drukte. Ik heb in juni knetterhard gewerkt (fijn voor m’n portemonnee!) en daarbij ook nog geprobeerd de Tour en het EK te volgen én te genieten van de dingen die sinds lang weer mogen, zoals film en theater. Dat was leuk, maar het is ook even schakelen en passen en meten qua tijd.

Dus ik heb lekker gesport, maar scherp – nee.

Enfin, wij van start. Zonder wetsuit: tot mijn verrassing was de watertemperatuur in het zonnetje opgelopen tot boven de 22 graden. Ik had nog even ruzie met de knopjes van m’n nieuwe horloge en dat is ook niet helemaal goed gegaan helaas. Ondertussen zag ik zo’n beetje het hele zwemveld voor me uit speren, althans, zo voelde het. Een groot deel daarvan heb ik daarna weer ingehaald. Mijn zwemtijd, 17:42, valt wat tegen, ik denk dat het langer was dan 750 meter en mijn zwemmen is gewoon ook nog niet stabiel. Het voelde wel goed.

Eerste wissel ging vlekkeloos, en altijd fijn om te gaan fietsen. Toen ontdekte ik dat van de knopjes, dus weer even wat horloge-gepiel, en daarna: knallen. Vier rondjes rond de roeibaan is een intervaltraining van 8 rechte stukken hard (boven FTP) en in de bochten van de kopse einden steeds even herstellen. Dat pakte hartstikke goed uit: ondanks toenemende wind reed ik 33,2 gemiddeld – één van m’n snelste bikesplits ooit, en net wat sneller dan in 2018, toen ik in de winter ervoor 5000 kilometer had gefietst Down Under. Wauw, waar komt dat vandaan?! Ik had het op de fiets al in de gaten en dat was een grote kick.

De tweede wissel was even lastig: er hing een fiets in de weg op mijn plek, die viel van het rek toen ik ‘m opzij duwde, toch maar even netjes geweest en ‘m opgeraapt. Ik vond het sowieso iets rommelig in het parc fermé, er liepen ook wat mensen in de weg en sommigen namen met hun spulletjes wel erg veel ruimte in. Toen ik inpakte om weg te gaan, trof ik bovendien een vreemde helm tussen m’n spullen aan. Aan het nummer erop kon ik zien dat de bijbehorende fiets al weg was, dus ik heb ‘m maar afgegeven als gevonden voorwerp.

Het lopen begon daarna zeer moeizaam: het eerste stuk van 1,25 km recht tegen de wind in was ik voor mijn gevoel niet vooruit te branden. Gelukkig was het op dat moment wel zwaar bewolkt en niet zonnig, want dit was al warm en benauwd genoeg. Langzaam-maar-zeker kwam er iets meer schot in, zeker toen ik als mikpunt een bekende voor me zag: een man van de Veenendaalse triathlonvereniging met wie ik voor de start even had staan praten. Nu haalde ik hem (70+) in en kon ik bij het passeren even hallo zeggen.

Volgens de officiële meting heb ik zo toch m’n streeftempo van 5’30/km gehaald – ik had zelf wat trager geklokt. Wel kon ik aardig uitsprinten, en dat zette Esther op de foto:

Zo kwam ik in 1uur29-nogwat over de finish, zag ik, dus hoera, voor het eerst onder de 1u30 inderdaad! De nogwat bleek later wel 59 seconden te zijn, hahaha! Ik snoep al jaren bij elke sprint die ik doe een paar seconden van m’n PR af.

De medailles waren op, helaas, ik ben benieuwd of  ik die nog nagestuurd krijg. Ze waren bij de serie ervoor al op, beetje suf – Esther was de eerste finisher geweest die het zonder moest doen.

Hier de officiële uitslag, die lang op zich deed wachten overigens:

Als ik 3e word van 9 50+-vrouwen en 29e van alle vrouwen, dan was D50+ dus relatief sterk, dat is af en toe zo. De vorige keer won ik bij de D50+, met een langzamere tijd. Mijn age group is zo klein dat het qua klassering alle kanten op kan gaan. Wel veel vrouwen, 94 van de 250 – dat was me niet zo opgevallen eigenlijk. Wel had ik al horen omroepen dat een bekende van me de lange afstand had gewonnen: Jelte, m’n hardlooptrainersopleidingsgenoot. Ik wist niet dat die ook zo hard kon zwemmen en fietsen.

Na de finish nog even staan praten met Ivo en Esther, gezellig, en zij hadden het ook goed gedaan. Toen huiswaarts, zoals de bedoeling was qua coronamaatregelen. Dik tevreden op de bank, Tour en EK kijken. Nu een beetje moeie rug, dat is op dit moment duidelijk m’n zwakste plek.

Het smaakt naar meer, zo’n middagje buitenspelen. Er staan nog twee triathlons en een zwemloop op de planning – maar opnieuw is alles ontzettend onzeker. Laten we hopen dat het meevalt, met het oog op veel meer dan alleen een paar triathlons. 

 

Door |2021-07-12T11:23:08+02:0012 juli 2021|Fiets, Trainer, Triathlon algemeen|2 Reacties

Het gaat om de totale belasting

Ik heb de laatste tijd zowel in theorie als in praktijk geleerd dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat de totale trainingsbelasting goed hanteerbaar is. Dat wil zeggen dat je eigenlijk relatief licht en makkelijk moet trainen – meestal.

Eerst de theorie. Enigszins druppelsgewijs via forums en twitter drong tot mij door dat er een nieuwe, andere opvatting is van gepolariseerd trainen. Ik ken dat eigenlijk alleen maar als: het overgrote deel van je tijd (pak ‘m beet: 80 %, al komt dat niet nauw) train je rustige duur, een beperkt deel van je tijd train je hoog-intensief. Wat ik opving, was dat ook wel geformuleerd wordt als: de meeste van je trainingssessies (die 80 % weer) houd je licht en makkelijk, een beperkt deel van je sessies zijn zwaar. Van die eerste soort herstel je snel, de tweede vraagt langer herstel.

Dat klinkt misschien niet zo anders, maar dat is het wel. De eerste opvatting rekent op basis van tijd en intensiteit (hartslag, tempo, vermogen); de tweede opvatting rekent op basis van sessies en ervaren zwaarte en herstelduur. Dat zijn verschillende dingen.

Voor mijzelf betekent het bijvoorbeeld dat als ik lange, rustige duurlopen doe, die volgens de eerste opvatting onder de rustige pool vallen, maar in de tweede opvatting onder de zware. Ik vind langer dan ongeveer 1,5 uur lopen gewoon zwaar. Dus dat wil zeggen dat ik bij drie keer in de week hardlopen gericht op een halve marathon, eigenlijk drie zware sessies doe: die lange duurloop, lange intervallen op halve-marathontempo, en korte, snellere intervallen – die ik weliswaar leuk vind om te doen en niet als heel zwaar ervaar als ik bezig ben, maar die me soms wel spierpijn bezorgen. In de eerste opvatting doseer ik ‘rustig’ en ‘intensief’  zo prima, maar in de tweede opvatting train ik zo te zwaar.

Aan de andere kant ervaar ik zelfs een intensieve fiets-intervaltraining meestal als goed te doen. Aan het eind van een interval lig ik weliswaar met m’n tong op het stuur, maar uitfietsend herstel ik al en ik kom fris thuis. De dag erna ben ik er zeker van hersteld. Die trainingen vallen voor de duur van de intervallen onder de intensieve pool in de eerste opvatting, maar onder de lichte, makkelijke in de tweede.

Mijn indruk is dat die tweede opvatting ‘voortschrijdend inzicht’ is, dus dat bijvoorbeeld iemand als Stephen Seiler, de wetenschapper achter gepolariseerd trainen, van visie is veranderd. Dat weet ik niet helemaal zeker, en ik weet ook niet helemaal zeker of die redenatie van hierboven over mezelf klopt, dus of je bij die tweede opvatting inderdaad van subjectieve, ervaren zwaarte moet uitgaan. Dat staat nergens, maar dat zou kunnen komen omdat het een typisch mindere-goden-probleem is. Trainingsleer gaat erg uit van toppers en geen enkele toploper vindt rustige duur zo zwaar; dat is voor mij zo omdat ik geen goede loper ben.

Net toen ik op basis hiervan bedacht had dat ik misschien m’n halvemarathonopbouw moet veranderen, had ik een gevalletje pech waardoor ik wekenlang nauwelijks kon lopen: er was bij de chirpractor iets met een rib-wervelgewricht gebeurd waarvan nog onduidelijk is of dat een gevalletje oeps, foutje was (ontwrichting) of iets wat broodnodig was en eindelijk loskwam. Van die rib had ik niet zo veel last, maar de grote rugspier eroverheen trok van lopen in een zeer pijnlijke kramp die ik dan nog dagen voelde. Het is inmiddels beter, maar mijn halvemarathonambities zijn van de baan. Dat heeft ook met het praktische punt te maken.

Dus nu de praktijk. Ik had de hele winter een prima trainingsbalans, met yoga, hardlopen gericht op de tien kilometer, veel wandelen en af en toe fietsen bij goed genoeg weer. In mei veranderde dat kort na elkaar allemaal: ik ging weer zwemmen, eindelijk werd het minder koud en nat en kon ik dus meer gaan fietsen, en tegelijkertijd veranderde ik m’n looptraining voor de halve marathon – met de zwaarte zoals hierboven beschreven.

Dat ging dus niet goed, nouja, dat lukte niet. Wat ik vooral merkte, was dat fietsen er veel minder van kwam dan ik had gehoopt of gewild. Geen tijd voor, te moe, of uit anticipatie: ‘ik kan wel lang gaan fietsen, maar voor morgen staat een zware hardlooptraining op het programma’. Of gewoon geen zin – ook een veeg teken, want normaal gesproken fiets ik dolgraag in deze tijd van het jaar.

Daarna ging het lopen dus even niet, en toen m’n rug weer een béétje okee was, ben ik prompt voor een lange tocht op de fiets gesprongen terwijl ik die week ook al een intervaltraining had gedaan – ineens was er ruimte.

Ik realiseerde me dat het gewoon te veel, te zwaar is om drie sporten tegelijk te willen opbouwen, zwemmen ook nog eens vanaf nul. Dat gevoel van ‘geen zin om te fietsen’ was een signaal van net iets te grote lichamelijke belasting. In een tijd dat het bij vlagen druk en veeleisend is met werk en ook nog steeds niet allemaal even relaxed of gewoon: het thuiswerken valt me bij vlagen zwaar, ik had een paar dagen last van m’n tweede vaccinatie (niks ergs, maar wel moe en hartkloppingen), de mogelijkheden die de versoepelingen bieden zijn fijn maar ook wennen en ze kosten tijd. Daarbij nog EK en Tour en dat gáát gewoon niet allemaal.

Terug naar de tekentafel, en dat werd dus: hardlopen terug naar de onderhoudsstand. Mijn langste geplande loop is tien kilometer bij een triathlon, dus daar koers ik nu op.

Ik leer hier veel van voor toekomstige trainingsperiodes:

  • De sporten los van elkaar opbouwen, hooguit twee tegelijk. Niet met z’n drietjes tegelijk dus. Als ik dat eventueel wél wil, ervoor zorgen dat de rest van m’n leven niet te veeleisend is (wat ik deed in 2016 in aanloop naar de Ironman).
  • Mijn trainingsplannen in samenhang bekijken, en dan niet alleen naar de tijdsverdeling tussen rustig en intensief kijken, maar ook naar de totale zwaarte – niet meer dan ongeveer twee zware trainingen per week, en in anderszins veeleisende periodes nog minder zelfs. (Nou hoop ik trouwens dat ik niet nog een keer ga meemaken dat ik bij zwemmen weer moet herbeginnen na vijf maanden zonder, maar dat terzijde.)

Voor nu zijn de halvemarathonambities voorlopig dus de deur uit, ik fiets weer wat meer (ook goed voor m’n hoofd, vooral de lange, rustige ritten), én ik kijk inmiddels uit naar mijn eerste triathlon: volgende week zondag is het zo ver!

Door |2021-07-01T17:13:00+02:001 juli 2021|Fiets, Loop, Trainer, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties
Ga naar de bovenkant