Maandarchieven: augustus 2019

Zelfverwoesting? Nee, begrenzing!

Cover boekDan het laatste boek van de serie zomerrecensies op dit blog van de laatste weken, en dat is bepaald niet het minste: het heeft me van allemaal het meest aangezet tot nadenken. Het is niet een echt sportboek, maar ik zag wel de relevantie. Het gaat om Het Zelfverwoestingsboek van Marian Donner. Ik heb er zo veel over te zeggen dat dit eigenlijk meer een essay is dan een recensie. Met uiteindelijk als wijze les: bepaal weloverwogen je sportdoelen.

Het kan altijd beter

Het eerste belangrijke punt dat Donner maakt, past in een trend – ik had het hier eerder bijvoorbeeld ook al over Intimiteit, dat zit ook in die hoek, en in de media hoor ik er ook regelmatig over: de observatie dat de huidige maatschappijvorm (noem het maar het neoliberale kapitalisme), aanzet tot een onbegrensde individuele verbeterdrang. Je kunt altijd nog beter, mooier, succesvoller, gezonder, slanker, rijker, sneller en sterker worden, en dat ‘moet’ ook, om te kunnen scoren, bijvoorbeeld op de sociale media – waarvan ook het aantal likes altijd meer kan.

In drie woorden samengevat: ‘Better never stops’.

Verbeteren is op zich mooi natuurlijk, het is mogelijk zelfs een ingebouwde behoefte van de mens – de oude Grieken hadden het er in elk geval al over. En enige mate van zelfdisciplinering is ook niet verkeerd en ook niet voorbehouden aan het huidige tijdsgewricht.

Maar al dat verbeteren heeft momenteel een keerzijde: de permanente onvrede van het nooit goed genoeg zijn en het over je grenzen gejaagd worden omdat álles beter moet. Dat wordt wel gezien als de oorzaak van de epidemie van onder andere depressie en burn-out.

En als je dat krijgt, ligt dat ook weer aan jezelf: je bent een ‘loser’ als je niet mee kan komen. Je hebt dan niet genoeg je best gedaan.

Het is een knetterhard mensbeeld. Ik ben blij met zoveel kritische publicaties erover. Dat maakt mij bewuster en het geeft ook hoop op verandering.

Je kunt ook jezelf altijd verbeteren

Maar Donner gaat verder. Ze betoogt dat ook het ‘werken aan jezelf’ mateloos kan zijn. Je kunt altijd een nog beter mens worden. Ook dat is nooit goed genoeg. Kijk maar naar de hoeveelheid zelfhulpboeken.

Daar begint het voor mij een beetje te jeuken. Want ook ik doe daaraan mee. Het hele idee van sportkunstenaar, van sport als levenskunst is dat je van sporten een beter mens wordt: stronger, wiser, kinder, in de woorden van één van mijn inspiratiebronnen.

Dat ‘moet’ dus kennelijk, een beter mens worden? Altijd maar op jacht naar stronger, wiser, kinder? Daarin schuilt datzelfde risico van mateloosheid. En van dus eigenlijk ook nooit zomaar goed genoeg zijn.

En er is nog iets. Door al dat werken aan onszelf komen we niet toe aan werken aan een betere, andere wereld. Altijd maar beter zijn met jezelf verbeteren draagt bij aan het behoud van de status quo. Ook daarin heeft het neoliberale kapitalisme het goed voor elkaar.

Nou, die zat. Ik las het boek vlak voor de triathlon van Klazienaveen, en op één moment in het parc fermé voor de start keek ik om me heen en dacht ik: ‘en wat als al deze mensen nou eens deze dag niet aan een triathlon hadden besteed, maar aan het werken aan een betere wereld?’ Ik had op dat moment acuut kunnen stoppen met sporten.

Ik ben gewoon van start gegaan, en heb met plezier en toewijding gesport. Maar de vraag heeft me sindsdien niet meer losgelaten. Hoe verhoudt sport als levenskunst zich tot de wens of zelfs noodzaak de wereld te verbeteren? Donner heeft het daar niet rechtstreeks over, ik heb er zelf over doorgedacht.

De wereld verbeteren

Die noodzaak tot het veranderen van de wereld is er, volgens mij: ik maak me zorgen over de klimaatcrisis en over de toenemende ongelijkheid tussen de ‘have’s’ en de ‘have not’s’ die tot zo veel polarisatie leidt. Aan de klimaatcrisis draagt mijn sporten rechtstreeks bij: wij gebruiken onze auto bijna alleen maar om naar sportevenementen te gaan; ik vlieg regelmatig om ergens anders te gaan fietsen, van een weekje Portugal of Mallorca tot de halve wereld over; onze volgende plannen betreffen Azië.

Maar de oplossing is niet simpel. Stoppen met sporten? Nee, dat is ‘m zeker niet. Om minstens drie redenen.

In de eerste plaats, dat heb ik hier ook al vaker geschreven: ik heb sporten nodig voor zowel mijn lijf als mijn hoofd. Dat je dingen ‘moet’ doen om je staande te houden in de wereld en mee te doen in de maatschappij, dat erkent Donner ook. Als ik niet zou sporten, zou ik bovendien onhebbelijker zijn, m’n frustratie eerder uiten richting andere mensen. Ook dat kan niet de bedoeling zijn, en het verbetert zeker de wereld niet. Op die wereld heb ik maar weinig grip. Heel veel tijd stoppen in het verbeteren ervan zou daarom tot machteloze frustratie leiden – niet te harden.

Ten tweede: zelf ineens heel erg goed je best moeten doen om maar, bijvoorbeeld, klimaatbewust te leven is precies diezelfde valkuil: het moet altijd beter, je kunt altijd meer doen, en als je dat niet doet, ligt het aan je jezelf. Het neoliberale dogma, maar dan in een alternatieve vorm.

Als we allemaal diep gebukt gaan onder vliegschaamte, hoeven de RyanAirs en de KLM’s van deze wereld niet te veranderen, hoeft ook de regelgeving op vlieggebied niet te veranderen. Dan laden we op onze eigen schouders wat in een groter verband niet klopt.

Ten derde: ik vind sporten leuk, ik kan er enorm van genieten. Het boek heeft als ondertitel ‘waarom we meer moeten stinken, drinken, bloeden, branden en dansen’. Zo heel letterlijk bedoelt Donner dat niet, net zoals ze ook heus niet vindt dat we onszelf moeten verwoesten. Ze bedoelt wel dat er aan dingen simpelweg voor de lol of zomaar doen, niks mis is. Niet alles hoeft een verbeterproject te zijn. Ook werken aan een betere wereld niet, dat kan ook weer ‘moeten’ worden.

Doe nou eens gewoon niks moeten, dat is Donners zelfverwoesting. Wees eens níet streng voor jezelf. Faal, wijk af, wees ongezond en lelijk – en ondermijn daarmee dat harde systeem. In plaats van je er dienstbaar aan te maken.

Dus er is niks mis met sporten, zo lang dat maar niet helemaal in het licht komt te staan van altijd maar beter, sneller, verder, sterker, gezonder, slanker, toffer, mooier, enzovoort.

Begrensd sporten

Oftewel: er is niks mis met sporten, zo lang je maat houdt. Dat voegt dit boek toe aan hoe ik sport als levenskunst zie: er is een noodzaak tot begrenzing, tot goed genoeg zijn. Het moet niet altijd meer zijn.

Dat zit hem er vooral in dat je bij het bepalen van je doelen de afweging maakt: als ik dit doe, ten koste van wat gaat dat dan, en is dat het me waard? Hoe wil ik leven?

Voor mij is dat in helder geworden door dat jaar van m’n hele triathlon. Dat was gaaf, maar er moest zo veel voor wijken dat ik het niet voor herhaling vatbaar vond. Ik wil een leven met plek voor weekendjes wandelen met vriendinnen, voor bloedgeven als donor en voor Buitenkunst – dat waren concrete voorbeelden van dingen die ik dat jaar niet kon doen.

Ik denk dat ik in staat zou zijn om een hele triathlon te volbrengen in minder tijd dan de 15u18 van 28 augustus 2016. Dat kriebelt af en toe, en dat heeft het bij vlagen zelfs best sterk gedaan. Zal ik nog een keer? Maar nee, de prijs die ik daarvoor moet betalen is me te hoog: mijn leven wordt dan te eenzijdig.

Want dat is verstopt onder ‘better never stops’: dat elke keuze voor meer en beter ook ten koste gaan van iets anders. Ik volg een paar sportgerelateerde accounts op Twitter en als ik zie hoe veel tips voor beter trainen, eten en herstellen daar passeren in een week… dat trekt allemaal, maar ik zou een dagtaak hebben aan ze allemaal uitvoeren.

Er kan een heleboel, maar moet het ook? Nee dus. Het kan zelfs niet, en dat is een belangrijk besef.

Begrenzing geldt in het bijzonder ook voor materiaal, want daarin komt dat neoliberale kapitalisme helemaal tot uitdrukking natuurlijk: je materiaal kan ook altijd nog beter, en dan word je sneller. Je kunt je, zeker in de triathlonsport, helemaal arm kopen en zo grote bedrijven rijk maken.

En ja, dat levert wat op. Ik heb bijvoorbeeld zelf nagedacht over andere wielen. Ik rijd op de doodgewone wielen die bij mijn fiets geleverd werden. Daarmee ben ik bij langere wedstrijden een uitzondering: met hoge velgen of zelfs een dicht achterwiel zou ik sneller kunnen zijn. Maar dan hebben we het over honderden euro’s. Ik trek daar een grens: dat vind ik het niet waard.

Het gaat om het trekken van zulke grenzen. Waar ze precies liggen, daarin zullen mensen van elkaar verschillen. Eén van de overwegingen kan zijn of je tijd en aandacht vrij wil maken om je in te zetten voor een betere wereld. Dat ‘moet’ niet, maar het is wel de overweging waard. Ik ben daar nog niet uit trouwens. Ik doe wel wat dingen, maar is het genoeg? En wat zou een volgende stap kunnen zijn? Ik heb geen idee.

Een andere overweging is dat er voldoende ruimte in je leven over moet blijven om te ‘stinken, drinken, bloeden, branden en dansen’ – in Donners woorden. Dus niet alleen maar strak in de presteer- en verbeterdiscipline, maar ook rustig kunnen aanklooien en ‘slechte’ dingen doen – nouja, die zijn dus niet slecht.

Sport als levenskunst in het neoliberale kapitalistische tijdperk betekent dus ook: niet klakkeloos meegaan in het verder, sneller, meer en beter. Grenzen trekken, bezinnen, alleen en samen. Ook dat is sportkunstenaarschap.

* * *

Tot slot drie andere dingen die ik me voorneem om te ontkomen aan de ‘altijd beter/nooit goed genoeg’-drang:

  1. Voortdurend mijn vinger aan de pols: in hoeverre geniet ik van wat ik aan het doen ben met mijn sport? Is het goed puur omwille van zichzelf? Ik wist altijd al dat dat belangrijk was, maar in mijn prioriteitenlijst is het toch nog maar weer eens gestegen. Ik neem me ook opnieuw voor andere sporters juist daarnaar te vragen – in hoeverre heb je genoten? Dat is belangrijker dan de tijd of welk ander prestatie- of verbeterdoel dan ook.
  2. Vieren wat ik bereik. Mijn prestatie accepteren als zijnde het beste wat mijn lijf in die omstandigheden eruit weet te schudden – en dat is dus goed genoeg. Het hoeft niet altijd beter. Elke prestatie verdient onvoorwaardelijke aandacht. Dat neem ik me ook voor in contact met anderen: als iemand een halve marathon heeft gedaan, niet vragen wanneer de hele volgt, of een snellere. Gewoon blij zijn met die halve marathon. Of zelfs met een ‘mislukking’. Ik heb dit al in de praktijk gebracht in Klazienaveen: ja, ik wilde onder de 6 uur, en nee, dat  is niet gelukt, maar het was toch okee, want dat is wat mijn benen wilden, na die training en onder die omstandigheden.
  3. En ja, het sterker, wijzer, aardiger worden heeft ook nog altijd z’n plek. Zeker als je ‘aardiger’ oprekt tot ‘socialer’. Want levenskunst is niet per se alleen maar met jezelf bezig zijn. Je kunt wel degelijk met sporten een beter mens worden, en een beter mens betekent een betere wereld – in je eigen directe omgeving.

 

Door |2019-08-31T18:16:21+02:0031 augustus 2019|Boeken, Triathlon algemeen, Waarom|1 Reactie

Sportbrein viel een beetje tegen

Volgende boek (hierna nog één, althans, als ik niet tussentijds wéér iets leuks lees): Het sportbrein. Mythes uit de sportpsychologie ontrafeld. Dat viel me een beetje tegen. Dat is natuurlijk altijd een kwestie van verwachtingen: op basis van de ondertitel had ik meer ‘debunking’ van mythes verwacht. Dat is echter maar af en toe een paginaatje. De rest is eigenlijk een algemene inleiding in de sportpsychologie en mentale training.

Over die mythes: dat is leuk, ik houd van het ontzenuwen van onwaarheden. Die pagina’s zijn dus ook de sterke kant van het boek. Het gaat om van die zaken als ‘Je moet steeds 100 % gefocust’ zijn – dat kan helemaal niet. Of ‘never change a winning team’. Jawel, want anders dreigt het op je lauweren rusten of de wet van de remmende voorsprong. Enzovoort.

Over de rest, dus het meer algemene gedeelte: dat is denk ik interessant voor beginners in de sportpsychologie en de mentale training. Ik wist het eigenlijk allemaal al. En ik vind Focus veel beter. Vooral omdat dat boek een duidelijke invalshoek kiest en die uitwerkt. Het Sportbrein doet van alles een beetje, en ik ben bang dat het daardoor ook weinig praktisch is.

Het ‘ergste’ voorbeeld van de vluchtigheid is de bespreking van de Wave Work Roles. Dat  zijn acht rollen, maar ‘om de leesbaarheid niet in het gedrang te brengen’ (p. 44) staan er maar drie beschreven. Huh? Die drie rollen staan elk op één pagina met een plaatje erbij. Mij lijkt dat je ze makkelijk alle acht zo zou kunnen beschrijven. Een lezer voor wie dat te ver gaat, bladert er zo doorheen.

Maar goed. Lezers helpen, dat is mijn andere vak.

 

Door |2019-08-21T12:49:51+02:0021 augustus 2019|Boeken|0 Reacties

Twee lekkere leesboeken

Nog even door met m’n leesverslagen. Ik heb twee lekkere leesboeken gelezen:

Lopen voor je leven, van Els Beerten. Eigenlijk een boek voor jongeren, maar ik vond het als 50+’er ook de moeite waard. Hooguit is de opbouw wat simpel: er is ‘iets’ ergs gebeurd in het leven van de hoofdpersoon, Noor, en daar krijg je gaandeweg zo hier en daar een hint over, en pas aan het eind wordt het uitgelegd. Dat is een nogal recht-toe-recht-ane spanningsboog, die overigens wel aanzet tot doorlezen.
Dat erge inspireert Noor tot hardlopen, ze blijkt een talent, en ze loopt al op haar achttiende een marathon. Het boek telt de kilometers van die marathon af, om en om met hoe ze de wedstrijd beleeft en terugblikken op haar leven, hoe ze tot daar gekomen is. Met dat erge dus, maar ook met hardlopen als manier om vrij te zijn. Noor is zeker een sportkunstenaar!

Life’s too short to go so f*cking slow. Lessons from an epic friendship that went the distance, van Susan Lacke. Een echt heus triathlonleesboek, dat was al even geleden! Deze hoofdpersoon, Susan zelf, is niet happy met haar leven en haar lijf als ze een Ironman-triatleet leert kennen. Deze inspireert haar, ze gaat ook sporten. Lopen gaat haar al gauw goed af; het blijft altijd grappig hoe knullig Amerikanen zijn op de fiets en ook eerste-triathlon-ervaringen zijn sappig. Ze schrijft zich al heel gauw in voor ook een hele Ironman, en die finishen lukt nog ook (enigszins jaloersmakend makkelijk….). Haar leven verbetert ondertussen aanzienlijk. Maar dan wordt die vriend ziek, en maakt ze voor het eerst mee dat ze bij een wedstrijd niet kan finishen.
Haar eigen verhaal is me misschien net iets te zondagskinderig, maar het verhaal over Carlos laat zien dat het leven niet maakbaar is. In het laatste gedeelte van het boek hield ik het dan ook niet droog. Het is erg lekker geschreven!

 

Door |2019-08-19T17:20:51+02:0019 augustus 2019|Boeken, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

And the winner is… anders!

Okee, ik beloofde te schrijven over de leuke boeken. Welnu, om te beginnen heb ik de afgelopen maanden een heel zwikje sporters-biografieën gelezen. Hier zes mini-recensies:

  • Marcel van Roosmalens Op pad met de dikke prins over Theo Janssen. Mijn indruk uit recensies is dat je het helemaal niks vindt óf geweldig, en ik vond het geweldig, maar ik houd dan ook heel erg van de droge observaties van Van Roosmalen. Een echt sportboek is het echter niet, het gaat bijna meer over het schrijven van een boek. Over een voetballer, dat wel.
  • Nog een voetballer: Gijp, van Michel van Egmond. Daar was ik een beetje laat mee natuurlijk, met het lezen van die bestseller van een paar jaar terug. Vond ik niet geweldig, ik vind de persoon René van der Gijp niet interessant genoeg voor zo’n dik boek.  
  • Nog een late: Mijn gevecht, van (en over) Thomas Dekker (en Thijs Zonneveld). Had ik al zo veel over gehoord en gelezen dat er weinig nieuws meer in stond, maar ik heb het wel in één ruk uitgelezen. Zonneveld kan wel schrijven, en de doping- en andere sterke verhalen blijven smeuïg.
  • Peter Post. Een fenomeen in de wielersport, van Fred van Slogteren. Een stuk minder goed geschreven en nogal afstandelijk voor een biografie, maar wel leerzame wielergeschiedenis.
  • Abdi Nageeye. Atleet zonder grenzen, van André van Kats. Bijzonder levensverhaal; Nageeye vluchtte maar liefst twee keer van Somalië naar Nederland.
  • Nog even over wielrenners dan: Anders, van (en over) Stef Clement (en Thomas Olsthoorn). Geschreven en verschenen net na het eind van Clements wielercarrière, dus zowel terugblik op een mooie carrière als heroriëntatie: Clement ontdekt de wereld buiten het wielrennen, en die bevalt hem eigenlijk veel beter dan die erbinnen. Met mijn interesse in sport als levenskunst vond ik dit het bijzonderste boek van de zes!  

 

Door |2019-08-11T16:57:39+02:0011 augustus 2019|Boeken|0 Reacties

Zomer-drukdrukdruk

Al een paar weken lang heb ik heel weinig werk, zoals meestal in de zomer, wat ik eigenlijk wel lekker vind. Dus ik ben niet druk met werk. Dus je zou zeggen: dan heeft ze wel tijd om te bloggen. Maar kijk eens aan: m’n laatste post is al meer dan 3 weken geleden. Dat komt: ik ben zo in de zomer wél druk met andere dingen:

  • Ik ben veel aan het trainen. Ik ben ineens weer helemaal fietser, als ik naar mijn logboek kijk. Ik maak lange ritten, als voorbereiding op de 180 kilometer tijdrit op 14 september, als fietser bij de trio-triathlon van Almere. Het gaat goed, al is het soms wel behelpen met het weer. Ik schrijf op dit moment eigenlijk tegen wil en dank: Jo en ik hadden vandaag in Limburg willen gaan fietsen, maar met het voorspelde onweer hebben we dat  maar niet gedaan. Het waait ook heel veel, af en toe onaangenaam veel op de fiets, en een paar weken terug was het te snikheet om ook maar iets te doen. Dus het is wat passen en meten, maar op zich gaat het trainen gewoon goed. Van veel fietsen word ik bovendien gelukkig! 
    Zwemmen en hardlopen staan op een wat lager pitje, maar ik heb wel onder andere de Boulevardloop kunnen toevoegen aan mijn palmares (ook al winderig) en een zeezwemclinic gedaan (ook al, pff… ik kwam niet tegen wind en stroming in, erg frustrerend). 
  • Ik heb genoten van de Tour de France, de wedstrijd zelf en de ‘bijverschijnselen’: de praatprogramma’s en vorige week het criterium van Wateringen. En sindsdien alweer van Remco Evenepoel (Classicá San Sebastian en EK tijdrijden) – wat een kerel. En ja, ook het overlijden van Bjorg Lambrecht liet me niet onberoerd. Ik had zelf net die dag met windkracht 5 achter mijn snelste tijd ooit gereden op het traject Vlissingen (broer) – thuis, ik kwam thuis en mijn broer appte het en op dat moment realiseerde ik me maar weer eens hoe kwetsbaar een fietser eigenlijk is.
  • Ik ben lekker aan het lezen, boel mooie en interessante sportboeken, en het is de hoogste tijd dat ik daar eens wat meer over ga bloggen. Wordt vervolgd dus.
  • Ik ben ook nog bezig met wat gezondheidsdingetjes. Ik kom bij een nieuwe chiropractor die een nieuwe diagnose heeft gesteld voor mijn bekken-heup-scheeftrekken en van wie ik nu vooral mijn linkerlies heel fanatiek moet rekken. Ik ben benieuwd wat dat me op gaat leveren. Het ging al best wel goed, maar echt weg of over was het niet. Wie weet. Ik heb ook nog steeds overgangsgedoe, of althans: ik zit nu ook in een medische mallemolen vanwege de hartkloppingen die ik daaraan wijt, dat is wel vervelend. Maar het belemmert mijn functioneren niet; ik voel me prima. De huisarts wil het alleen verder uitzoeken.
  • En verder doe ik wat zomerklusjes en ik rommel wat rond op m’n gemakje. Want ook daarvoor is het zomer!

 

Door |2019-08-09T14:12:13+02:009 augustus 2019|Fiets, Loop, Vrouwensport, Zwem|0 Reacties
Ga naar de bovenkant