Trainer

Drie aanvullingen

Over drie onderwerpen waarover ik onlangs heb geblogd, heb ik een aanvulling. Het gaat om Action Type, de overgang en de e-bike. Hier komen ze:

Over Action Type bedacht ik later nog een vraag. In de cursus ging het er steeds over dat je je motorische voorkeuren moet benutten om optimaal te presteren. Dat snap ik. Maar is het om optimaal ouder te worden niet juist ook goed om ánders te bewegen dan je motorische voorkeur? Het is bij het ouder worden een bekend verschijnsel: je gaat steeds meer staan naar je steeds dieper ingesleten vanzelfsprekende bewegingspatronen, en dat kan zo ver gaan dat dat andere manieren van bewegen belemmert, en uiteindelijk zelfs je voorkeursmanier. Ik heb dat zelf al gemerkt toen ik alleen maar fietste: dat is motorisch zo makkelijk dat ik een boel coördinatie in andere richtingen dan rechtdoor verloor, en uiteindelijk last kreeg van m’n bekken en onderrug. Ik moest júist roteren, keren en draaien, om in die richtingen sterk en soepel te blijven. Tegen mijn voorkeur in. Ik weet niet of het bij het type motorische voorkeuren van Action Type ook zo werkt, maar ik kan het me zo voorstellen. Op het scherm verscheen op een gegeven moment een tekening van iemand een bepaalde voorkeur, en die had bijna een bochel. Er klonk wat gegrinnik uit de zaal: alle ouderen krijgen die voorkeur. Dat is niet zo, maar ik kan me voorstellen dat mensen met die motorische voorkeur inderdaad eerder en erger krom gaan lopen als ze ouder worden. Zouden die daar ’tegenin’ moeten oefenen om daar geen of minder last van te krijgen?

* * *

Over de overgang verscheen een week na het NRC-artikel waar ik het ook over had een ingezonden brief van Lisette Thooft die ik met instemming las, zeker ook vanwege haar kritiek op het ‘oestrogeentekort’, waar ik ook over struikelde:

Geen fout van de natuur

In het artikel over hormoonsuppletie bij overgangsklachten (22/11) wordt stress genoemd in een enkel zinnetje „En stress is een enorme boosdoener.” Waarom krijgen we geen serieuze informatie over het effect van stressvermindering op overgangsklachten? En waarom zo weinig over leefstijl, voeding, slaaphygiëne, schermgebruik, relatieproblematiek en zingeving?

De vanzelfsprekendheid waarmee gesproken wordt van een vermeend „tekort/gebrek aan oestrogeen” in en na de overgang vind ik nogal onthutsend. Vrouwen zijn ná hun vruchtbare jaren óók toe aan een ander leven, met minder geslachtshormonen en met meer zelfzorg: meer ruimte voor ontspanning, autonomie, voor de behoeften van hun ziel.

De menopauze is geen fout van de natuur die we kunnen rechtzetten met medicatie, maar een biologisch, psychologisch, sociaal en cultureel belangrijke periode in vrouwenlevens. Een overgang die ons voorbereidt op een volgende levensfase, met wijsheid en innerlijke rust.

Voor het voorbereid worden op een volgende levensfase hoorde ik nog een mooie metafoor in het filmpje van een lezing van professor Ellen de Bruijn: de overgang is als een verbouwing van je keuken. Het is nodig want de oude keuken (je vruchtbare lijf) voldoet niet meer, het een tijd stressvol en een boel gedoe, maar het levert uiteindelijk wel een mooie nieuwe keuken op. Zo is het, al zou ik daar wel bij aantekenen dat die ‘keuken’ wel ook een jaar of tien ouder is geworden in de tussentijd. Ik bedoel: veroudering gaat gewoon door in de jaren van de overgang. En op z’n slechtst in de overgang had je mij met die metafoor niet getroost, daarvoor was het ‘gedoe’ toen te ingrijpend. Dat filmpje is trouwens een mooie introductiecursus over de rol van de vrouwelijke geslachtshormonen in de levensloop – niet alleen de overgang dus, maar dat gedeelte is wel ook gewoon goed.

* * *

Over de e-bike vond ik medestanders in de vorm van twee sprekers op het Fietssymposium, georganiseerd door enkele Statenfracties waaronder die van GroenLinks-PvdA. Het ging over een heleboel: mobiliteit, veiligheid, fietsparkeren… én gezondheid. Sportarts Maarten Koornneef en professor Frank Backx, leden van het Expertpanel Fietsen en Gezondheid, presenteerden resultaten van onderzoek waaruit blijkt dat de opmars van de e-bike een negatief gevolg gehad heeft voor de volksgezondheid: er worden in totaal minder minuten gefietst, zeker door jongeren, en wat e-bikers op de fiets afleggen, is te weinig intensief voor een serieuze gezondheidsbijdrage. Per kilometer scheelt het 53 procent!

De beide sprekers lieten zien dat er een samenhang is tussen intensiteit en gezondheidseffect, en die is niet lineair: hoog intensief sporten legt per tijdseenheid veel meer gewicht in de zaal dan matig intensief, laat staan extensief. Ze raadden iedereen, dus ook ouderen, dan ook aan om er af en toe stevig tegenaan te gaan, al is het maar maximaal een brug op rijden – even goed doortrekken doet al heel veel. Ik was blij dat te horen, want ik ga nog wel eens in discussie over of intensief sporten op hogere leeftijd wel goed en verantwoord is. Ja, mits geen hartproblemen. Gezonde ouderen mogen diep gaan, dat is juist goed.

Ik hoorde het met veel plezier aan, ik voelde me aan alle kanten bevestigd. Wat me ook aansprak: zij pleiten ervoor om de e-bike voor scholieren niet te normaliseren. Dus niet accepteren dat er op uitje meegaan die niet zelf trappen, er geen speciale fietsparkeerplekken voor maken, enzovoort. Bij jongeren hoort zelf trappen de norm te zijn. Ook zij zien met lede ogen aan hoe zeer de ondersteuning oprukt – ze hadden al een e-loopfietsje voor peuters gesignaleerd!

 

 

Door |2025-12-04T18:39:13+01:004 december 2025|Fiets, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

Reactie over toekomst Zeeuwse atletiek

Volgende maand is er een symposium over de toekomst van de Zeeuwse atletiek, mede georganiseerd door Jan Roose, over wie het hier al vaker is gegaan als organisator van lopen en crossen. Ik stuurde Jan onderstaande gedachten, onder andere reagerend op zijn blogposts:

Als ik het Zeeuwse hardlopen observeer, valt me bepaald niet op dat er niet hard genoeg gelopen wordt. Ik zeg het maar even lomp: de top interesseert me geen lor. Ik heb er niets aan als er ergens een Zeeuws record gelopen wordt. Knap, hoor, maar ik vind het knapper om zó te sporten dat je het over, zeg, veertig jaar ook nog met plezier doet. Er is immers best een spanningsveld tussen presteren op de korte en op de lange termijn.

Wat ik wél leuk vind, is om een streekgenoot op TV goed te zien presteren – en dat is het geval in de vorm van Shirin van Anrooij. Zij is nu veldrijder/wielrenner, maar heeft in haar jeugd bij AV’56 gelopen, en dat heeft haar duidelijk geen windeieren gelegd. Zo slecht is het in Zeeland dus niet gesteld met het afleveren van wereldtoppers. En dat gebeurt niet zo vaak, dat is nogal logisch.

Wat me verder opvalt, is dat er in Zeeland heel veel loopjes zijn, en dat bij een groot deel daarvan juist de achterhoede ontbreekt – een groep die er elders wel is. Als ik meedoe aan bijvoorbeeld een internationale Parkrun, een van de Vestinglopen van Epic Sports en de grote evenementen van Golazo, eindig ik halverwege het veld. In Zeeland eindig ik  steevast in de achterhoede. Aan de crossen in het Zeeuwse Crosscircuit word ik zelfs op achterstand laatste – die doe ik dus  niet meer.  Waar is de groep Zeeuwse lopers achter mij? Die zie ik alleen bij de randevenementen van de Kustmarathon.

Dat er gemiddeld langzamer gelopen wordt, de hardloopbeleving verandert en dat men niet meer lid wil worden van een sportvereniging (in het algemeen en de jeugd in het bijzonder), dat zijn geen Zeeuwse fenomenen, dat speelt landelijk. Ik zou zeggen: tap daar kennis van af over wat daaraan wél te beïnvloeden is.

Wat ook landelijk speelt en dus ook in Zeeland, is bewegingsarmoe – van jong tot oud. Veel belangrijker dan hoe hard er aan de top gelopen wordt, vind ik dat zo veel mogelijk mensen van alle leeftijden, sexen en achtergronden met plezier kunnen lopen of een andere sport beoefenen. Drempels opwerpen voor meedoen aan loopjes of lid worden van een atletiekvereniging lijkt me het paard in dat opzicht achter de wagen spannen. Zelfs als dat betere Zeeuwse tijden oplevert, vind ik dat een ongewenste ontwikkeling.

In mijn waarneming is er tot slot nog een wereld te winnen in de vorm van beter trainen: goed gericht, geïndividualiseerd, gedoseerd. Mijn allereerste trainer zei het ooit: er zijn twee soorten sporters, de ene doet te veel, de ander te weinig. Technologie speelt daarin dan ook een dubbelrol: waar de een zich door de hartslagmeter onterecht laat dempen, laat de andere zich door de tijden op het horlogeschermpje over de kling jagen. Ook dat is echter geen typisch Zeeuws probleem.

 

Door |2025-11-29T18:51:18+01:0029 november 2025|Loop, Trainer|0 Reacties

Na de overgang op je pootjes terechtkomen

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een ergerlijk én interessant artikel over hormoonsuppletie. Om maar te beginnen over het ergerlijke: het artikel wekt de suggestie dat je heel erg lang overgangsklachten houdt. Meteen al aan het begin bijvoorbeeld:

Een golf van hitte die ineens opstijgt, vanuit je buik, via de borst en hals naar je wangen – dat is een opvlieger. Zeker driekwart van de vrouwen tussen 40 en 60 jaar heeft er geregeld last van.

Het staat er misschien net niet letterlijk, maar toch suggereert het dat 75 procent van de vrouwen twintig jaar lang last heeft van opvliegers. Last dus ook nog, in de zin van: er is een verschil tussen een overgangsverschijnsel en een overgangsklacht (waarvan akte: ik heb maar een paar hinderlijke opvliegers gehad, jaren geleden, en vond dat zeker niet het grote probleem van de overgang). Met zo’n dramatische uitvergroting jaag je jongere vrouwen angst aan en schets je een karikatuur van vrouwen tussen de 40 en de 60.

Elders gaat het over tot  ’tien jaar na de menopauze’ met hormoonsuppletie beginnen – dan nog overgangsklachten, dat is heel erg lang, dat is een zeldzaamheid (bij mijn weten). Dus zoiets, ik citeer weer:

Hormoontherapie beschermt tegen hart- en vaatziekten en tegen botontkalking, dat is bewezen. Met name wanneer een vrouw opvliegers heeft en ze er binnen tien jaar na de laatste menstruatie mee begint.

Ja, heel veel vrouwen hebben overgangsklachten, maar bij de meeste vrouwen is er binnen een paar jaar na de menopauze een nieuw evenwicht ontstaan en dan verdwijnen de klachten. Dan treedt er een nieuwe levensfase in, wel met enkele gezondheidsrisico’s, zoals die osteoporose en hart- en vaatziekten, maar, zo blijkt uit het artikel, daarin zijn hormonen maar één van de factoren.

En zo kom ik op het interessante aan het artikel. Ik wist dat oestrogeen gebruiken het risico op die post-menopauzale gezondheidsproblemen verlaagt, maar ik begrijp uit dit artikel dat dat dus waarschijnlijk een indirect effect is. Bijvoorbeeld: opvliegers zijn een klap voor je bloedvaten en door die te verminderen met hormoonsuppletie, bescherm je je vaten. Maar als je geen opvliegers hebt, is dat beschermende effect er mogelijk niet.

Hormoonsuppletie als zodanig is (waarschijnlijk) geen simpele levensverlenger, niet de ‘heilige graal’ voor gezond oud worden, zo zegt het artikel. Voor mijzelf vind ik dat geruststellend: ik heb geen overgangsklachten meer, en dus staat mijn gezondheid daardoor ook niet extra onder druk.

(En ik vind het ook nog geruststellend in een ander opzicht: het wil er bij mij niet zo goed in dat gezond oud worden voor vrouwen in een pilletje zou zitten. Net zoals ik er ook niet aan wil om het woord oestrogeentekort te gebruiken, alsof elke oudere vrouw een tekort heeft aan een bepaald stofje. Dat is framing waar ik commerciële belangen van de farmaceutische industrie achter vermoed. Maar dat terzijde.)

Wat ik me nu wel afvraag, is hoe veel vrouwen er eigenlijk zijn die inderdaad die ’tien jaar na de menopauze’ wel nog echt overgangsklachten hebben: opvliegers, slapeloosheid, stemmingswisselingen, hersenmist, hartkloppingen, enzovoort – en waar dan dus niet iets anders de oorzaak van is. Ikzelf dus niet, en ik ken ze niet, maar ik weet wel dat er heel grote verschillen tussen vrouwen zijn in hoe zij door de overgang heen komen.

Wat mijzelf betreft: ik voelde me vanaf ongeveer een jaar na mijn laatste menstruatie (2019) weer een stuk stabieler en fitter. Sindsdien trokken ook nog wat andere dingen weg. Het afgelopen jaar zelfs nog: de hartkloppingen en de droge mond. Ik vond de overgang rot, en het heeft bij mij wel zo’n negen jaar geduurd (2011-2020). Ik ben nu dus zo’n 15 jaar ouder dan toen het begon, dat wel – dat gaat ondertussen gewoon door natuurlijk. En, om niet ook angst aan te jagen: die negen jaar waren niet doorlopend alleen maar rot. Ik deed er onder andere een hele triatlon in en ik fietste 3,5 maand Down Under.

In de workshops die ik geef over sporten in de overgang, vertel ik dat verhaal over het nieuwe evenwicht, en dus ook dat de overgang echt over gaat en dat je dan weer lekker door kunt. Zo heb ik het zelf ervaren, zo hebben de meeste vrouwen om mij heen het ervaren (voor zover ik weet) – maar misschien ben ik daarin te optimistisch. Misschien vinden sommige vrouwen die nieuwe balans pas heel laat of helemaal niet. Ik ga daar in het vervolg wat voorzichtiger mee zijn, en op zoek naar meer informatie hierover: in hoeverre komen de meeste vrouwen na de overgang hormonaal weer op hun pootjes terecht?

 

Door |2025-12-04T18:02:32+01:0026 november 2025|Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

Action Type: wel en niet overtuigd

In sportkringen zoals in Sportgericht gaat het best wel vaak over Action Type, een  methode om individuele motorische voorkeuren te achterhalen en daar, bijvoorbeeld, je coaching op af te stemmen. Ik vond het altijd wel intrigerend, zeker ook omdat ik vroeger veel heb gehad aan de MBTI, die eraan verwant is. Ik had al wel eens wat proberen te lezen over die motorische voorkeuren, maar daar kwam ik op papier toch niet goed uit – het ging dan om best lastige concepten als ‘walking from the top/bottom’. Gisteravond kwam het eindelijk eens uit om een korte introductiecursus te doen, georganiseerd via NLCoach, gegeven door Martijn Leonard, in Woudenberg.

De avond heeft opgeleverd wat ik ervan hoopte: die Action Types aan den lijve ervaren. Dat was leuk, want we gingen echt zelf aan de slag met elkaar – en  in tafeltenniscoach Philip had ik een prettige partner. Wat ik ook leuk vond, waren filmpjes van voetballers waarin je hun type ‘aan het werk’ kon zien. Zo zijn die motorische voorkeuren inderdaad voor me gaan leven.

Maar… ik ben niet overtuigd. Het was me sowieso allemaal te absoluut, en als dan de docent het illustreert met een bekende in de zaal, ja, dan klopt alles natuurlijk, en bij de zorgvuldig daarop uitgezochte topsporters ook – daar wordt de wetenschapper in mij sowieso al kritisch van. En bij het allereerste testje klopte het bij mij niet. [ Ik neuzel even voor de kenners, ik ga het niet precies uitleggen: ik ben in MBTI-termen overduidelijk een N in mijn waarnemingsstijl, en dan zou ik rechtop met mijn armen naar voren stabieler moeten staan dan in een squat met m’n armen naar achter – maar dat was duidelijk omgekeerd. Een N ben ik echter wel degelijk, van die letter en de I ben ik voor wat betreft mijn MBTI-type heel zeker – de andere twee zijn wat minder uitgesproken. ] De docent zei toen dat het onder stress kan omkeren, zat ik misschien niet lekker in mijn vel? Dat vond ik nogal wat, ik was me daar niet van bewust. Ik weet bovendien zeker dat ik die test altijd ‘fout’ zou doen, dus juist niet volgens de voorspelling voor een N.

Andere testjes klopten wel, al was er nog eentje onduidelijk (geen verschil). Onderweg naar huis dacht ik: ik had moeten vragen met hoe veel precisie het model voorspelt, dus hoe groot het verband tussen persoonlijkheid (MBTI) en motoriek (Action  Type) is. Ik meende me te herinneren een keer gelezen te hebben dat het in de verste verte geen 100 procent is. Dus even gegoogled, en het is nog erger: het verband tussen persoonlijkheid en motoriek is zeer zwak, zo blijkt uit onderzoek. Interessant detail: het gaat in dat onderzoek net om die dimensie die bij mij ook niet klopte.

Wat werken met Action Types wel oplevert, is dat je goed naar het individu moet kijken. De workshop heette dan ook ‘Maatwerk in coaching’. Dat vond ik er interessant aan: te vaak gaat het bij bijvoorbeeld techniek om een bepaald ideaal- of juist gemiddeld model. Maar dat hoeft echt niet voor iedereen te werken. Als je individuen in een model perst, ondermijn je hun kracht. Daar ben ik wel degelijk ook van overtuigd!

 

Door |2025-11-25T14:55:58+01:0025 november 2025|Trainer|0 Reacties

Telt elke minuut elke dag?

Soms hangt een onderwerp in de lucht… Vandaag in het VRT-nieuws bericht over onderzoek waaruit blijkt dat matig tot intensief bewegen boven de 55 helpt voor de cognitieve gezondheid, dagelijks en meer is beter. Interessant stuk! Drie gedachten erbij:

  • ‘Intensief’ is een lekker vage term – als stevig doorwandelen eronder valt, zoals in het artikel, is het een andere opvatting van intensief dan zoals ik het zou begrijpen, namelijk als het korte, harde werk dat je doet in een intervaltraining. Dat is sowieso lastig bij alles over sporten en trainen: iedereen gebruikt die termen anders. Zelfs als het preciezer klinkt, zoals bij de namen voor de trainingszones (Z2, D3 enzo).
  • In mijn recente stuk over de ideale trainingsweek staat niet dat je dagelijks zou moeten bewegen. Ik kan me goed voorstellen dat dat positieve effecten heeft. Mijn gedachte bij dat niet adviseren is dat als je serieus lang en zwaar traint, daar ook rustdagen tegenover moeten of mogen staan. Dagelijks bewegen is prima als dat inderdaad een half uur stevig wandelen is, maar als het gaat om vele uren of harde intervallen of zware krachttraining, ligt dat – volgens mij – anders. Als je ‘elke dag wat doen’ voorop zet, is het risico dat je die dagelijkse beweging korter en lichter houdt dan ik optimaal zou achten. Mijn idee is dus liever de ene dag echt lang of zwaar en daarna een rustdag, dan dat ‘middelen’ over twee dagen. Op een rustdag kan je natuurlijk wel prima een wandelingetje maken. (Disclaimer: ik baseer me niet op onderzoek naar het effect op de cognitieve gezondheid van ouderen, wel op algemene trainingsleer.)
  • De suggestie in het artikel van ‘meer en vaker is beter’ kan mensen triggeren om te veel te doen en sportverslaving in de hand werken. Want ja, dat doen óók 55+’ers. Zeker als ze een te overtrokken positief beeld hebben van het effect van bewegen op hun gezondheid. Het besef van die trigger lijkt amper te bestaan want het beeld van ouderen is dat die te weinig bewegen, maar te veel komt echt voor. Ik praatte in de pauze van de Looptrainersdag zaterdag nog even met iemand over een sportverslaafde loper. Die liep vaker en harder dan hij mocht van de cardioloog. Een loper van 70, welteverstaan.

 

Door |2025-11-13T09:43:19+01:0012 november 2025|Loop, Trainer|0 Reacties

Workshops looptrainersdag editie 3

Het wordt een jaarlijkse traditie: afgelopen zaterdag was ik voor de derde keer op rij naar de Looptrainersdag van de Atletiekunie om daar workshops te geven. Het was weer erg leuk.

Anders dan de vorige twee jaren ben ik al op vrijdag naar Papendal gegaan. Ik had dat al vroeg bedacht: het is een eind rijden en ik had op zaterdagavond ook nog een concert, en dan ’s ochtends heen rijden zou de dag erg lang maken. Maar, zo had ik bedacht, ik zou het af laten hangen van het weer, want ik ging het alleen doen als ik vrijdagmiddag een rondje zou kunnen gravelen. Daar leent de omgeving van Papendal zich erg goed voor.

Nou, het weer had ik me niet beter kunnen wensen. Wat een mazzel, zeg – het leek wel (na-)zomer. Ik heb enorm genoten van de zon op de herfstbladeren:

Het werd natuurlijk wel vroeg donker en de route bleek op sommige plekken technisch lastig, dus ik moest ‘m inkorten, maar dat maakte de lol niet geringer. Heerlijke fietsmiddag!

En zodoende was ik zaterdagochtend vroeg genoeg om de plenaire opening bij te wonen, samen met de wel 1100 aanwezigen – al was dat wel zittend op de grond kijken naar een scherm (niet de handigste zaalopstelling, vond ik):

Michel Butter sprak er enkele behartigenswaardige woorden die ik in mijn workshops terug kon laten komen, over het belang van plezier en over hoe je van blessures kunt leren.

Mijn eigen workshops gingen weer goed, vond ik. Volle bak, twee keer (35 trainers per groep). Ik gaf eerst de algemene ‘Optimaal training geven aan ouder wordende lopers’ en daarna de wat specifiekere ‘Zin en onzin o ver hardlopen in de overgang’. Ik had allebei een klein beetje aangepast op basis van voortschrijdend inzicht. Het was allebei de keren lekker dynamisch, dus met veel inbreng van de deelnemers. Daar leer ik elke keer weer van!

 

 

Door |2025-11-11T10:49:26+01:0011 november 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties

De ideale trainingsweek voor het dagje ouder

Ik was laatst met een sportieve vriendin aan het filosoferen over hoe een ideale trainingsweek op onze leeftijd (globaal rond de 60) er eigenlijk uitziet, als die gericht is op zo fit mogelijk blijven als je ouder wordt. Dat onderwerp sloot aan bij de webinar van vorige week. Hieronder een opzetje, maar eerst een boel disclaimers.

Disclaimers

Hoe de ideale trainingsweek eruit ziet, verschilt van persoon tot persoon en is dus niet in algemene zin te zeggen. Ik moet dan altijd denken aan Joe Friel, die in antwoord op zo’n beetje elke vraag begint met ‘it all depends’. De ideale invulling van een trainingsweek hangt af van:

  • Je eigen norm voor fitheid. Wat ‘fit’ is, is immers niet gedefinieerd. Het is wel iets om goed over na te denken. Tijdens het webinar passeerde in de chat een opmerking over hoe sommige senioren vinden dat ze fit zijn omdat ze alles op de fiets doen. Maar alleen fietsen is niet genoeg (zeker niet als dat op een e-bike is, dacht ik er zelf bij). De vraag was: hoe praat je die naar een meer allround aanpak toe? Daaruit blijkt een meer algemene norm, al is die niet zo expliciet: zo bewegen dat je zo lang mogelijk zo vitaal mogelijk blijft en chronische aandoeningen buiten de deur houdt. Dat omvat bijvoorbeeld ook dat je lenig blijft en je botten sterk  – twee dingen waar fietsen niet goed in voorziet. Maar helemaal scherp omschreven is het niet. Een competitieve sporter, dus een ‘master’ die wedstrijden doet, zal de lat hoger leggen dan wat ik hieronder doe – dat doe ik zelf ook, daar kom ik aan het eind op terug.
  • De rest van je leven. Als je in het dagelijks regelmatig loopt te sjouwen, met boodschappentassen, volle emmers, zakken potgrond of de stofzuiger – ik noem maar wat – is krachttraining minder belangrijk dan als je dat niet doet. In het webinar ging het om het behouden of bevorderen  van fysieke, sociale, mentale en cognitieve gezondheid – bewegen kan aan alle vier een bijdrage leveren. Maar dat hoeft misschien niet. Om maar even van mezelf uit te gaan: ik vind dat ik cognitief fiks uitgedaagd word in andere levensgebieden, en ook mijn sociale behoeften worden deels anders ingevuld, al speelt sporten daar wel en rol in (dat filosoferen met die vriendin bijvoorbeeld, dat was wel tijdens een wandeling). Voor mijn fysieke en mentale gezondheid – ja, daarvoor is sporten knetterbelangrijk.
  • Wat je graag doet. Een  ideale trainingsweek geeft namelijk vooral ook plezier. Je programma hoeft niet elke keer van begin tot eind leuk te zijn, maar in zijn totaliteit moet het voldoende plezier en voldoening geven. Dat is nodig voor de mentale gezondheid en je houdt het anders niet vol. En dat volhouden, dat is wel de bedoeling, liefst tot je laatste snik. Het is dus iets om regelmatig te monitoren: word ik er wel happy van? Zo voorkom je ook dat je overtraind raakt, want plezier verdwijnt dan als eerste.
  • Je uitgangspositie. Als je niet al een basis hebt, moet je er eerst rustig naartoe opbouwen, en dat kan maanden of zelfs jaren duren. Als je van ver komt en een grote stap wilt zetten, zou ik niet zomaar losgaan, maar deskundige begeleiding zoeken. Je moet dat van hieronder ook maar allemaal kunnen, en daar heb je een dosis geluk bij nodig. Het kan om fysieke beperkingen gaan, maar ook praktische en financiële. Daar ben ik me zeer van bewust. Wat ik hieronder ga omschrijven, is niet voor iedereen weggelegd, ook niet na opbouwen. Dan moet je eigen aanpassingen maken en doen wat je wel kunt, motto: iets is beter dan niets. Als je rond je zestigste of ouder zo traint als hieronder staat, dan doe je het goed, maar dan mag je ook je handjes dichtknijpen. Dat doe ik regelmatig.

De ideale trainingsweek

Nou goed, met dat allemaal in het achterhoofd, hier komt-ie:

  1. 2-3 keer per week een duursport naar keuze of een combinatie van duursporten. Daarmee sla je een grote slag voor hart en bloedvaten, spieren, brein, psyche en nog een heleboel andere dingen. Een mix van sporten voorkomt eenzijdigheid. Hardlopen is ideaal, vanwege het grote effect op de botdichtheid. Wandelen en e-biken kunnen in de mix, maar dan wel in combinatie met iets anders voor het intensievere bewegen. Zwemmen heeft als voordeel dat je je bovenlijf erbij gebruikt.
    • 1 keer per week lang en rustig. ‘Lang’ is liefst twee uur of meer – af en toe veel meer graag. Dat is bij zwemmen en hardlopen lastig, dan is een uur wel genoeg, of ga ook eens wandelen of fietsen. Doe dit zo mogelijk buiten, onder alle omstandigheden, dan blijf je daar ook beter tegen bestand en buiten, zeker bij daglicht, heeft sowieso voordelen. En dus echt rustig. Te rustig kan bijna niet, nouja, je moet wel dóórgaan. Dus bij het zwemmen niet langs de kant hangen ouwehoeren.
    • 1 keer per week kort en hard, in intervalvorm waarbij je jezelf écht uitdaagt: hartslag en ademhaling fiks omhoog, je spieren voelen branden. Dat kan door alleen maar gewoon heel hard te gaan, maar ook heel goed is het doen in combinatie met het verzwaren van de inspanning: omhoog fietsen of lopen, fietsen met een groot verzet, zwemmen met paddles. Dan voorzie je al meteen in krachttraining ook (zie hieronder).
      In hoeveelheid, aard en duur van intervallen en hun rustpauzes kun je eindeloos variëren, maar het komt eigenlijk niet heel nauw. Ik zou zeggen: doe in elk geval korte (maximaal 1 minuut) en iets langere (rond de 2 minuten), zodat je echt gas kan geven. Doe dat op gevoel, zodat je je altijd aanpast aan de vorm van de dag. Als je opbouwt naar een wedstrijd ofzoiets, kan het beter wat systematischer en preciezer, maar daar gaat het hier niet om.
    • De eventuele derde keer houd je licht. Een tweede keer een zware intervaltraining is namelijk al gauw te veel van het goede, en trap ook niet in de valkuil van dan twee half-zware intervaltrainingen te doen, dat is vlees noch vis. Dus houd deze derde training zo licht dat je makkelijk de andere twee kunt doen.
      Deze derde training lijkt me nodig als je verder weinig beweegt. Als je voor je dagelijkse vervoer fietst en wandelt of op een andere manier aan, zoals dat heet, ‘geïntegreerde beweging’ komt, dan hoeft het niet.
  2. Oefeningen, met vier ingrediënten. Die kun je combineren tot een allround programma dat je twee keer per week doet, maar ook splitsen in meerdere korte, gerichte sessies per week. Ik vind het lastig in te schatten hoe veel tijd dat dan  in totaal kost – minstens twee uur wel, denk ik.
    Je kunt de oefeningen zelf thuis doen, in een groepje of in de sportschool. Je kunt een standaard programma doen, zoals in een sportschoolklasje, maar besteed een deel van de tijd gericht op wat voor jou belangrijk is: je eigen zwakke punten, al dan niet ontstaan door de eenzijdigheid van je duursport. Als je geen idee hebt waar voor jou de accenten liggen en hoe je daar oefeningen op richt, vraag dan een fysiotherapeut om advies. Het is sowieso slim om je in het begin te laten begeleiden, want de uitvoering van deze activiteiten komt nauw, zowel qua techniek als belasting. De bedoeling is dat je je grenzen net opzoekt: het moet allemaal zwaar, moeilijk en uitdagend genoeg zijn om effect te hebben, maar niet zo zwaar dat je je blesseert of overbelast. Dit zijn de ingrediënten, die goed te combineren zijn – in pilates, bodybalance en een beetje pittige yoga bijvoorbeeld zit alles:

    • Kracht, vooral gericht op de spieren die je niet bij je duursport gebruikt en in elk geval met core stability erin (buik- en andere rompspieren die belangrijk zijn voor je houding).
    • Lenigheid: rekken en strekken, vooral gericht op de spieren die verkorten van je duursport en op je individuele stramme onderdelen. Vrijwel bij ons allemaal zijn hamstrings, heupopeners, borstspieren (hartopeners) en rug (twists/draaiingen) belangrijk om lenig te houden.
    • Balans, door ‘wiebelige’ oefeningen te doen in verschillende houdingen. Hiervoor geldt sterk dat de oefeningen echt moeilijk genoeg moeten zijn. Als je er nooit eens bij omvalt, zijn ze te makkelijk. We balanceren ons hele leven al, dus wil dit iets toevoegen, dan moet je jezelf uitdagen.
    • Coördinatie, door veelzijdige oefeningen. Dit betekent dat alleen krachttraining op sportschool-apparaten niet genoeg is, want die oefeningen zijn coördinatief te makkelijk: je traint dan losse spieren in plaats van met elkaar samenwerkende ketens. Dit ingrediënt kan ook wat uit je comfort zone zijn omdat je er juist dingen bij doet die niet in je vanzelfsprekende bewegingspatroon zitten. Dus doe vooral dingen die je misschien niet denkt te kunnen, of maar net. En wissel af: als je iets beheerst, ga dan op zoek naar iets nieuws.
  3.  1X per week iets wat je reactievermogen uitdaagt en onverwacht keren en draaien ‘afdwingt’ – wat bijvoorbeeld goed kan door een balsport of tikkertje ofzoiets. Dit kan ook voorzien in de ingrediënten balans en coördinatie uit de oefeningen.

Langs mijn eigen meetlat

Ik voldoe hier zelf niet helemaal aan. Ik doe aan die oefeningen van punt 2 in totaal misschien nèt genoeg, maar in het ideale geval zou ik er nog een keer per week serieuzere krachttraining bij moeten doen. Daarbij ook liften, dus zware gewichten tillen, en iets met impact voor mijn bovenlijf met het oog op de botdichtheid daar, dus een zware bal vangen ofzo. Maar aan ballen en de sportschool heb ik een hekel. Ook onderdeel 3 komt bij mij onvoldoende uit de verf, mijn hele leven al. Mijn reactievermogen wordt nog wel een beetje uitgedaagd op de fiets, zeker bij het gravelen of in druk verkeer, maar een balsport, nevernooitniet – daar heb ik een hekel aan. Bij punt 1 doe ik meer dan het minimum, veel meer zelfs: liefst zes trainingen per week plus nog wat geïntegreerd. Want ik heb daar andere doelen mee dan alleen fit blijven. Dat compenseert wel wat van 2 en 3, maar bovendien: nog meer erbij zou te veel worden, fysiek en qua tijd. Ik ben zo wel tevreden. Die extra krachttraining, uh, misschien na mijn pensionering?

Door |2025-11-10T12:18:27+01:0010 november 2025|Trainer|0 Reacties

De senior bestaat niet

Ik heb net een leuk webinar gevolgd, ‘Passend beweegaanbod: zo betrek en bereik je álle senioren’. Het ging uit van het Kenniscentrum Sport & Bewegen in het kader van de week van de motoriek. Ik was niet echt de doelgroep, want het was vooral voor beleidsmakers en ‘beweegstimuleerders’. Maar het was eigenlijk voor het eerst dat ik iets las of deed ofzoiets waar duidelijk erkenning was voor het feit dat er prestatiegericht sportende ouderen (inclusief vrouwen) bestaan. De eerste spreker had het over een ‘overbuurvrouw van boven de 70 die marathons loopt’, en dat je die niet motiveert door ‘wandelen voor senioren’ aan te bieden – dat vindt zo iemand ‘suf’. Maar voor de meest inactieve groep, vaak met meerdere chronische aandoeningen, is wandelen te veel. Dat is onafhankelijk van leeftijd, want iemand van 53 kan ook al in een scootmobiel zitten en nauwelijks meer bewegen.

Er is dus een breed en divers aanbod nodig om alle senioren hun hele leven lang te laten sporten. Wat er is, is vaak op de toch al behoorlijk vitale ouderen gericht, en, zo dacht ikzelf: de allervitaalsten hebben geen speciaal aanbod nodig. Vergelijk: mijn marathonlopende echtgenoot van 65+ is lid van een gewone atletiekvereniging. Hooguit dreigt daar eenzijdigheid en in de toekomst een zwart gat.

Het belangrijkste hiaat in beweegaanbod zit ‘m in de moeilijkste doelgroep (van de vier die hier onderscheiden worden). Dat zijn sterke mensen in een kwetsbare positie (want ‘kwetsbaren’ is ook weer suf – daar was ik het ook mee eens, ik vind kwetsbaar al jaren een jeukwoord). Als je amper kunt bewegen, is alleen al het komen naar een sportactiviteit een hoge drempel. En daar kan nog een boel bijkomen, van financiën tot taalproblemen. Ook voor hen gaat het niet om tijdverdrijf, maar om iets waar je je beter van gaat voelen: fysiek maar ook sociaal, cognitief en psychisch. Een ‘Stappenplan passend beweegaanbod’ is in de maak. 

Het webinar eindigde met een oproep om bij de gemeenteraadsverkiezingen rekening te houden met dit webinar. In de chat passeerden ook nog interessante tips met links, onder andere naar Cognitieve Fitness, de Vitality Experience, het Athletic Skills Model en de Wandelbond. De moeite waard dus!

 

Door |2025-11-04T17:09:34+01:004 november 2025|Trainer|0 Reacties

Bram Bakker in Kapelle

Afgelopen vrijdag was ik bij een kleine maar zeer fijne lezing: in Lectori, de boekhandel in ons dorp (ja, Kapelle heeft een boekwinkel 😀) sprak Bram Bakker, voormalig psychiater en hardloper. Aanleiding was enerzijds zijn nieuwe boek Hardlopen als lichaamswerk en anderzijds zijn deelname aan de Kustmarathon gister. Ik bedoel: hij moest toch in Zeeland zijn – is dat overigens wel vaker, zo begreep ik. We waren met een stuk over tien geïnteresseerden, in een sfeervolle setting in een hoekje van de winkel, erg knus.

Ik hoor en lees Bram Bakker graag. Ik had hem één keer eerder in het echt gezien: bij mijn opleiding runningtherapie. Mijn indruk vrijdag was dat hij nog radicaler is geworden in zijn kritiek op de reguliere geestelijke gezondheidszorg, en eigenlijk ook wel op de maatschappij als geheel. Hij leek me stelliger over de mate waarin we door opvoeding en maatschappij in ons hoofd gejaagd worden en verslaafd gemaakt aan allerlei manieren om maar niet te hoeven voelen. Ik herkende veel van wat hij zei, van mezelf (ik heb zelf in de tijd van mijn burnout iets ontdekt wat ik zo ‘fietsen als lichaamswerk’ zou kunnen noemen) of van anderen, en hij voegde daar dingen aan toe die ik nog niet wist of waar ik van opkeek. Dat is eigenlijk precies goed, als lezing: een heleboel haakjes om de nieuwe dingen aan te hangen.

Eigenlijk ging het helemaal niet veel over hardlopen, meer over dat niet-voelen van allerlei oude pijn, verdriet en angst. Daarbij zit ook intergenerationele pijn, dus ellende die je erft van je voorouders. Dat wist ik – ik weet van mezelf dat ik kenmerken vertoon die typisch zijn voor tweede-generatie-oorlogsslachtoffers – in mij zitten restanten van mijn (oude) vaders oorlogstrauma. Oorlog is iets wat tot erfelijke psychische last leidt, seksueel misbruik noemde Bakker ook, maar wat ik nog nooit eerder had gehoord: overleden kinderen. In al onze voorgeschiedenissen zit verdriet om miskramen en doodgeboren en jong gestorven kinderen. Mijn moeder had bijvoorbeeld eigenlijk een oudere broer moeten hebben, maar die heeft maar heel kort geleefd. Wat dat voor mijn opa en oma én voor haar, als volgende kind, betekend heeft, daarover ging het vroeger net zo min als over wat mijn vader in de oorlog had meegemaakt. Dat heb ik me nooit eerder gerealiseerd.

Dit was maar één voorbeeld – het was een rijke lezing, of eigenlijk: gesprek. Bram Bakker is een boeiende spreker, heel persoonlijk ook, en het was interactief. Ik heb nog wat gevraagd over een thema dat mij nogal bezighoudt: hoe kun je mensen op het spoor zetten van ‘sporten als lichaamswerk’ en voelen in een tijd waarin het sporthorloge met z’n apps regeert? Daar kreeg ik geen kant-en-klaar antwoord op, wel bevestiging van mijn beeld dat je laten bepalen door de data en de algoritmes het risico op burnout en aanverwanten vergroot. Bakker zegt op gevoel te lopen en daardoor zelfs sneller te zijn dan wanneer hij naar zijn tijden kijkt, maar hij draagt wel een Oura-ring. Dat snap ik dan niet helemaal – het is misschien niet strijdig, maar toch op z’n minst onnodig.

Ik heb Hardlopen als lichaamswerk gekocht, ik zal er hier over schrijven als ik het uit heb.

 

Door |2025-10-05T14:51:50+02:005 oktober 2025|Loop, Trainer, Waarom|2 Reacties

Praten over sporten in de overgang

Gister was ik naar Papendal, op uitnodiging van De Loper. Die groep organiseert elk jaar een dag met workshops voor hun leden. Ik was uitgenodigd om drie rondes workshop te geven over hardlopen in de overgang, voortkomend uit mijn workshop op de Looptrainersdag daarover vorig jaar (dit jaar in herhaling overigens). Ik vond het heel leuk om te doen. Het contact vooraf was al prettig geweest en ik vond de sfeer gister top.

De workshops gingen ook goed: veel interesse, van vrouwen in de doelgroep, maar ook van mannen met algemene interesse of als trainer. Ik vond een paar reacties opmerkelijk en leerzaam. Zo vertelde één vrouw dat zij pas klachten kreeg na de menopauze – waar in het algemeen, en ook bij mij, het zwaartepunt van de overgang vóór de menopauze ligt. In één groep had een deelneemster uit mijn casus (verhaal over mezelf) angst opgepikt als overgangssymptoom. Dat heb ik er niet bewust in geschreven en het staat dan ook niet in de voorbeelduitwerking, maar het klopt wel. Althans, het klopt dat ik ten tijde van die casus angst had, ja (ik heb daarover wat verteld in het interview in het FD in januari). De angst werd opgeroepen door de overgangsperikelen, maar was als zodanig geen overgangssymptoom – angstig ben ik wel eens vaker, zal ik maar zeggen.

Papendal is twee uur rijden, vooral heen heel rustig op de weg zo op zondagochtend vroeg, en zo kon ik ondertussen mijn gedachten laten gaan. Ik realiseerde me dat er nog steeds dingen veranderen, zes jaar na de menopauze. Althans, dat denk ik. Twee jaar geleden kreeg ik vrij plotseling last van een erg droge mond. Ik ben daarvoor zelfs nog naar dokter en tandarts gegaan – die zagen niks bijzonders. Ik heb er best lang last van gehad, tot, ja, wanneer was dat? Want, zo realiseerde ik me gister: het is over. Hopelijk gaat dat met de droge ogen ook nog een keer gebeuren.

Tijdens de workshop realiseerde ik me ineens iets anders over mezelf, wat ik pas op de terugweg verder kon uitdenken. Ik zeg erin dat vrouwen in de overgang de neiging hebben om er een schepje bovenop te doen, wat het alleen maar erger maakt. Dat is het meest zichtbaar bij vrouwen die al hun hele leven worstelen met hun gewicht. Als ze in de overgang aankomen, gaan ze nog fanatieker lijnen, wat hun lichaam nog verder uit balans trekt. Ik bedacht gister: ik heb dat ook gedaan, vooral door tijdens de overgang te bedenken dat ik een marathon wilde lopen. Het kwartje viel toen ik het had over het gebrek aan trainingsprogressie (‘non-respons’) tijdens de maanden van trainen volgens de marathonrevolutie. Ineens dacht ik: ik kan wel allerlei goede redenen gehad hebben om graag een marathon te willen lopen toen, maar het was qua hardlopen voor mij wel heel degelijk een heel dikke schep erbovenop. Dat had ik me nog niet gerealiseerd, frappant genoeg.

(Overigens is het niet zo dat ik dan dus denk: die marathons had ik beter niet kunnen doen. Ik zou zeggen: als je nog graag dingen doet in je leven, ga die dan niet een ongewisse tijd zitten uitstellen alleen maar omdat je in de overgang bent. Mijn realisatie zat ‘m er vooral in dat ik een blinde vlek had voor m’n eigen ‘schepje erbovenop’, en dat ik achteraf wel denk: ik heb toen dus ook niet ingezien dat ik het risico nam mijn lijf nog verder uit balans te brengen. ‘Moet kunnen’, was mijn houding. Het is er denk ik weer een voorbeeld van dat ik in die jaren op het randje van sportverslaving verkeerde, waar ik ook in het FD over vertelde. Gelukkig is het goedgekomen.)

Tot slot: ik vond het frappant hoe veel vrouwen in de overgang het slechte slapen herkennen, en hoe heftig dat is. Ik kon helaas die vrouwen niet veel oplossingen daarvoor bieden. Op de terugweg luisterde ik naar een paar podcasts, en in een ervan, een editie van Topsporttopics over herstel, ging het ook over slapen. Ik hoorde daarin voor het eerst dat slecht slapen meetbare gevolgen heeft voor de glycogeen- en eiwitsynthese in de spieren. Met andere woorden: het negatieve effect van slecht slapen op je herstel is meetbaar. Voor een van de sprekers, Louis Delahaije (altijd fijn om hem te horen!) is slapen ook nog een soort mysterie – je kunt een boel voorwaarden scheppen, maar verder… en ja, zo is het.

 

Door |2025-09-22T11:16:03+02:0022 september 2025|Loop, Trainer, Vrouwensport|0 Reacties
Ga naar de bovenkant