Zwem

Van taai naar goed

Eens even weer een update over mijn eigen sporten. Het is een dikke maand geleden dat ik schreef over het oppikken van draden, en zo voelt het nog steeds een beetje, al ben ik dan wel een stuk verder met die draad. Ik vond het best wel een beetje taai.

De vorige keer schreef ik ook al over de onderuit geschoffelde fitheid, welnu, ik was nog een keer niet fit: m’n buikpijn-met-onduidelijke-oorzaak waar ik zo af en toe last van heb speelde na negen maanden weer eens op, en dat zeldzaam heftig. Er is nu een stijgende lijn, maar ik voel me nog steeds niet helemaal top.

De taaiheid zat hem ook wel in een boel andere dingen aan mijn hoofd, zoals politiek (het verkiezingsprogramma is zo goed als af, ik verzamel deze week de amendementen) en werk (grote klus aan een spannende offerte voor vier jaar werk met z’n vieren).

Verder is opbouwen onvermijdelijk een beetje ruk. Hardlopen bijvoorbeeld, dat begint pas net weer lekker te voelen – zo gaat dat. Ik ben ook nog erg traag. Ik schreef de vorige keer al over de ‘hobbel’ bij het zwemmen in de vorm van een zere schouder. Het zijn typisch dingen die niet gebeuren als ik consistent train. Consistentie is zo knetterbelangrijk – als ik dat nog niet wist, voelde ik het nu aan den lijve.

Ik was ook nog van fietsvakantie + corona ruim twee kilo afgevallen, en dat kwam er een paar weken terug in rap tempo weer bij, gelukkig maar, maar ik voelde me toen wel even wat vadsig. Al met al ben ik duidelijk een tijdje uit balans geweest!

Maar het verbetert. Zwemmen gaat nu gelukkig goed, ik heb zelfs één keer wonderbaarlijk lekker gezwommen met m’n snelste losse baantje ooit geklokt: 22 seconden (waar kwam dat nou weer vandaan?). Ik heb ook alweer een boel lol gehad op Zwift (voorbeeld), ook nog lekker buiten gefietst (waaronder Kapelle-Kapellen-Kapelle en de gravelrit Jo off the Roo’t, allebei met manlief), m’n eerste dip in de Oosterschelde van het seizoen gedaan, en lekker geyoga’t, tot vorige week zelfs buiten. Hier wat foto’s:

Tijdens Jo off the Roo’t: de pauzeplek

Voetselfie – bij m’n eerste dip dankzij het hoge water geen zand aan m’n voeten

Weer een Kapelle aan de verzameling toegevoegd, deze met een N

Inmiddels uitgegroeid tot mijn favoriete fietsroute: buitendijks langs de Westerschelde

Ik heb ook al mijn eerste drie kilometer ooit gelopen op een baan(-tje) – iets wat ik deze winter een paar keer wil herhalen bij de JaRo-testlopen om te zien of het daadwerkelijk lukt om sneller te worden, want dat is het plan. Van die eerste testloop hield ik mega-spierpijn over. Niet gek: ik had nog nauwelijks op tempo getraind.

#Projectdaglicht is net deze week, aan z’n zesde seizoen begonnen: in de wintertijd ga ik elke dag in het daglicht naar buiten, in totaal minstens zeven uur per week. Gewandeld heb ik nog niet zo veel, maar voor maandag staat een lange gepland, 20 km, en dat betekent dat ik dan ook weer helemaal voldoe aan mijn eigen definitie van fitheid.

Dus het gaat hier best wel goed allemaal. Al voelt dat niet altijd zo!

 

Door |2025-10-29T19:55:02+01:0029 oktober 2025|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Draden oppikken

Voor mijn gevoel ben ik op het ogenblik bezig met het oppikken van allerlei draden. Ik had sinds eind juli niet meer hardgelopen en nauwelijks gezwommen – alleen een paar (overigens heerlijke) korte duiken in diverse zeeën op vakantie na. Op de foto zie je mij in actie tijdens de langste ervan, bij Gravelines:

En ook met fietsen had ik het gevoel dat ik een draad moest oppakken. Op een fietsvakantie doe ik niks intensiefs, maar bovendien: het ziek-zijn schoffelde m’n op vakantie opgedane fitheid onderuit. Dat vond ik wel zuur, moet ik zeggen: ik kwam fit en ontspannen thuis, dat gevoel heeft welgeteld één dag geduurd, toen sloeg corona toe. Ondertussen ben ik weer helemaal beter, sneller dan de vorige keer. Het duurde wel weer twee weken voordat de lamlendige vermoeidheid weg was, en dat ging, net als de vorige keer, getrapt: steeds een paar dagen stilstand en dan ineens een grote stap vooruit. De vermoeidheid zat dit keer vooral in mijn hoofd en mijn ogen, conditioneel had ik er minder last van dan in 2022. De eerste keer weer reizen en werken vorige week dinsdag hakte er nog flink ik, maar dat zat hem deels ook in de onwennigheid na een lange periode zonder bijvoorbeeld drukke treinen. Deze week was alles weer normaal.

Het oppikken van de draden gaat niet zonder slag of stoot, merk ik:

  • Fietsen gaat goed vooruit. Ik ben m’n trainingen geleidelijk weer wat intensiever aan het maken, grotendeels op Zwift, terug naar de lol daarvan van vorig jaar. Net vanochtend heb ik weer eens een wedstrijdje gereden, nog niet heel succesvol (ik werd halverwege gelost), maar wel voor het eerst weer echt intensief (hallo omslagpunt, long time no see!) (foto hieronder links). Vorige week deed ik een van de gezelligste ritjes ooit, in een klein vrouwengroepje – kletsen via de chat (foto rechts).

  • Hardlopen opbouwen gaat ook goed, al voel ik wel dat het hard aankomt. Het is toch echt een heel andere belasting dan fietsen. Ik voel m’n voeten, hamstrings, bovenbenen, rug en buikspieren. Ik heb nu drie keer hardgelopen, 3, 4 en 5 kilometer, alles rustig. En steeds met minstens twee dagen rust ertussen om de spierpijn helemaal weg te laten trekken. Die wordt wel al minder, dat is mooi. Steady verder zo voorlopig. Plan is om op te bouwen naar 11 kilometer rustige duur (dan is het dippen in de Oosterschelde in bereik), en verder wat aan snelheid te werken – dat heb ik vorig seizoen nauwelijks gedaan. Leuke loopjes doen weer ook, is het plan voor de winter.
  • Zwemmen ging even minder goed, tot mijn verbazing. De eerste keer weer naar het zwembad had ik lekker gezwommen, alleen rustige techniek. De tweede keer deed ik er een klein schepje bovenop: techniekoefeningen met paddles, één baantje vlinderslag (zwaar!) en 100 meter wat harder. Tijdens die 100 meter kreeg ik last van m’n schouder en dat werd tijdens rustig uitzwemmen best wel venijnig. Ik heb twee dagen pijn gehad – frappant dat ik zo snel over een grens ging, dat heb ik bij zwemmen nog nooit zo gehad. Mogelijk speelden de restantjes corona een rol, plus de belasting van de yoga die ik deze maand ook weer wat toegewijder doe. Het was wel een waarschuwingssignaal: voorzichtig! Ik heb voorlopig ook geen bijzondere zwemplannen, het openwaterzwemmen gaat ‘m niet meer worden dit seizoen.
  • Ook weer wat meer yoga deze maand dus. Op vakantie doe ik dat minimaal, alleen op rustdagen een beetje, en raak ik wat core-stability-kracht kwijt. Bovendien is een fietsvakantie nogal eenzijdig bewegen, en daar helpt zo’n maand ook mee. Bedoeling was om er weer een echte streak van te maken, maar die strandde al na twee dagen in de corona-koorts. Ik doe het deze maand wel bijna elke dag, en dat is lekker. Ik volg Adriene’s kalender losjes.

Ik voel me nog zeker niet zo goed als een maand geleden, maar er is wel een basis – ergens is die fietsvakantievorm natuurlijk nog wel. Ik heb nog een groot verlangen naar veel buiten zijn, waar het abrupte einde van zomer en vakantie achter zit. Ik heb ook altijd het gevoel dat ik een soort buffer moet opbouwen om de winter door te komen – al hoop ik dat die net zo goed te doorstaan wordt als de vorige. Zo hoop ik op nog wat lekker fietsweer voor buiten de komende tijd, het weerbericht ziet er goed uit. Morgen heb ik een lunchafspraak in Bergen op Zoom, ga ik lekker op de fiets!

Door |2025-09-25T13:46:44+02:0025 september 2025|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Mentale zwemles

Gister een leerzame ervaring tussen Wemeldinge en Kattendijke, met het woensdagavondgroepje. Het woei harder dan ik had verwacht en we hadden die wind en dus ook stevige golfslag tegen in de ebstroom. Ik vond die golven erg zwaar: ik kwam geen moment in mijn ritme, want dat wordt door die golven verstoord. Harken is dat dan dus. Bovendien vragen golven, kwallen (niet heel veel maar wel grote en felgekleurde) en navigeren (Dies’ gele boei in het vizier houden) zo veel van mijn aandacht dat er niks overblijft voor techniek. Daardoor zwem ik slechter dan ik kan, en daar ben ik me ook van bewust. Samen voelt het alsof ik amper vooruit kom.

Daarbij komt dat ik gister en ook de keer meezwemmen ervoor de langzaamste van de groep was. De rest van de achterhoede is er dan niet, op vakantie enzo. De anderen zijn sneller – dat is op zich grappig: tussen de triatleten doe ik best aardig mee, maar tussen de ervaren ‘echte’ (zee-)zwemmers niet. Maar dan moet er dus iemand van hen op me wachten, zoals gister Dies dus, en later Margreta – want ja, je doet het als groep (dank, beiden!). Maar die kan dan dus geen eigen tempo zwemmen. Dat vind ik niet helemaal comfortabel.

Ik heb nog steeds weinig gevoel voor tijd in het open water, het voelde in elk geval als eindeloos lang zwemmen, en ik werd een beetje bezorgd of ik het wel vol ging houden. Ik was dus blij toen we afbogen naar Kattendijke en mijn armen het nog steeds deden.

Eenmaal daar met vaste grond onder de voeten keek ik op mijn horloge: ik had 1 uur en 2 minuten gezwommen. Dat is niks bijzonders: net die twee minuten trager dan de vorige keer. Tsjonge, dat viel mee!

Dat was een wijze les qua zeezwemmen: zo heel veel maakt die golfslag dus niet uit. De zwaarte zat hem in mijn gedachten erover: gehark, geen ritme, ik ben te traag, dit gaat eindeloos duren, ik houd de hele boel op, ze moeten op me wachten. Alleen mentale zwaarte dus. Leerzaam!

Met dat besef ben ik weer een heel klein stukje zee-zwem-ervarener geworden.

 

Door |2025-07-24T10:01:42+02:0024 juli 2025|Zwem|0 Reacties

Kwallentherapie voor gevorderden

Vorig jaar schreef ik over mijn kwallenangst, en hoe een seizoen Kattendijke-Wemeldinge zwemmen een soort exposure therapie was. Dit jaar duurde het nogal eer ik dat stuk weer heb gezwommen. Eerst woei het steeds te hard en daarna was ik moe of ik kon niet.

Ondertussen begreep ik van de regelmatige zwemmers dat er dit jaar heel veel kwallen zijn. Er stond ook nog een deprimerend stuk in de regionale krant: dat het er steeds meer worden door klimaatverandering.

Gister ging er weer een groep, en dit keer had ik geen excuus: ik kon, ik voelde me goed, en het was veel te warm voor andere sporten en dan natuurlijk hartstikke lekker om te zwemmen. Maar durfde ik, qua kwallen? Uh, nou, ja, vooruit dan maar. In het besef: als ik het daarom laat, verlies ik ook de lol van het zwemmen in de Oosterschelde. Oftewel: ik laat me niet inpakken. Wat ik vorig jaar ook al schreef: feel the fear and do it anyway. Wel in dat bedekkende badpak.

Nou, het barstte inderdaad van de kwallen. In alle soorten, maten en kleuren, dus ook de griezeligste: grote blauwe 🪼 en bruine. Ik hield er wat geprik aan mijn gezicht aan over, vooral aan mijn neus. Best wel gemeen geprik: ik voelde het totdat ik 3 uur later in slaap viel. En ik vond het niet fijn. Halverwege was ik het tijdelijk ook echt zat, al die engerds.

Maar toch: de balans was positief: heerlijk gezwommen verder, water bijna 22 graden! Het was gezellig. Klaar voor vertrek, ik ben die helemaal rechts, met oranje boei voor m’n benen:

En daar gaan we (spot de oranje boei, weer rechts):

Qua kwallenangst merkte ik toch een groot verschil met vorig jaar: ik was minder panisch. Ik vond het nog steeds niet fijn en af en toe schrok ik behoorlijk (met m’n vingers in zo’n blubber, bleh, of een grote gekleurde engerd heel dichtbij). Maar ik bleef rustig – zeker niet meer dat tegen hyperventileren aan van vorig jaar. Niet meer non-stop pep-zelftalk nodig – het bleef bij dat ‘bleh’ en ‘oeps’… en dan weer door. En dus ook niet meer eenmaal in Wemeldinge dolblij dat de mentale veldslag er eindelijk op zat. Het prikken was ook nog wel een soort-van interessant: bij mij zag je niks, en dat was bij een paar anderen ook zo, maar weer anderen hadden knalrode vlekken of bulten. En erg is het verder niet – beetje prik, nou en?

Dus: in seizoen twee van de jeugdtraumaoverwinning merk ik dat ik vorder!

 

Door |2025-07-02T15:30:30+02:002 juli 2025|Zwem|1 Reactie

Slechte generale?

Ik had de triathlon in Stein al lang op mijn verlanglijstje staan vanwege het bijzondere fietsparcours: naar verhouding lang (1 kilometer zwemmen, 60 fietsen, 10 lopen) en met echte Limburgse klimmetjes erin. Bovendien een ‘klassieker’ en bekend als leuk. Het kwam steeds niet uit, het was nooit naast de deur ook natuurlijk, maar dit jaar wel. Manlief wilde ook wel, dus we schreven ons vroeg in. Pas erna kwamen mijn plannen voor de halve volgende week, en ik dacht wel nog: hmm, beetje veel, Stein dan maar gebruiken als doorgevoerde tapertraining.

Vorige week keek ik eens op de website om te zien hoe het programma was enzo, en toen keek ik enorm op mijn neus: niet 60 kilometer fietsen met heuvels, maar 40 in de vorm van vier platte rondjes (nouja, wel met brug) met nogalliefst drie 180-graden-bochten erin:

In plaats van de ‘lange afstand’ heette het nu ‘standaardafstand’, wat ik nog steeds Olympische afstand noem, OD. Betekende ook langer zwemmen: 1500 meter. Dat vind ik niet zo erg (manlief zat er meer mee), maar ik zou nevernooitniet naar Limburg zijn afgereisd voor een gewone OD. Met ook nog eens een echt rottig fietsparcours. Keren, dat is echt geen porem, zeker niet als het druk is, met de deelnemers verspreid over die vier rondjes. En dat 12 keer!

Ik weet nog steeds niet helemaal zeker of ik verkeerd heb gekeken toen we ons inschreven, of dat ze later de afstand hebben gewijzigd. Dat laatste zou zeker kunnen. We begrepen dat de omwonenden klaagden over de drukte van de fietsers. En wat me opvalt is dat nergens in de nieuwsberichten op de site staat dat het fietsen niet meer is zoals voorheen. Dat is toch echt te stilletjes gegaan, vind ik, de communicatie daarover.

Nouja, we stonden nou eenmaal ingeschreven, het hotel was geboekt, en we gingen er maar het beste van maken natuurlijk, lekker even weg. Zaterdagmiddag op het gemakje naar Stein gereden, ingecheckt op bekend terrein, want in dat hotel verbleven we drie nachten tijdens ons Rondje langs de Randjes in 2021: met rustdag en onze ‘koninginnerit’ langs de randjes van Zuid-Limburg. Giro gekeken, en toen het parcours wezen verkennen, nouja, op de 180-graden-bochten na en in Stein ook niet precies. Het was er verder wel mooi, langs de Maas.

In de laatste kilometers terug naar het hotel liep mijn achterwiel wat aan. Daar hebben we naar gekeken, wiel recht gezet, okee.

Gegeten, Champions League finale gekeken, naar bed. Hartstikke beroerd geslapen. Het was benauwd – Stein had geen noodweer, maar wel wat gerommel in de verte en wat regen, en het was wel broeierig.  Manlief snurkte een beetje, het bed lag niet lekker en ik kon m’n draai niet vinden. Zo’n nacht waarin ik een hotelkamer wat claustrofobisch vind, alles zwarter is dan overdag en mijn gedachten dus afdwalen naar rampscenario’s over 180-graden-bochten en ook over het niet kunnen vinden van de tweede wisselzone. Zo’n nacht dat ik blij ben als die erop zit. Gelukkig heb ik die tegenwoordig niet vaak meer.

Desalniettemin met goede moed opgestaan en de laatste voorbereidingen getroffen, met zo te voelen goede benen en dito zin. Voordeel: tijdens sporten voel ik het slaapgebrek niet.

En toen… liep onderweg naar de inschrijfplek m’n achterwiel opnieuw aan. En best wel heftig ook. Het lag niet aan het wiel, maar aan de rem: die veerde niet meer goed terug. Bij de centrale plek heeft nog iemand van sponsor Isaac ernaar gekeken en het gesmeerd, maar volgens hem was mogelijk het veertje stuk en daar kon hij niets aan doen. Technische assistentie was er verder niet.

Mijn humeur zakte tot ver beneden nulpunt. Ik besloot wel te gaan zwemmen en me daarna af te melden. Mijn eerste DNF vanwege materiaalpech in vijftien triathlonseizoenen.

Het zwemmen ging okee, in lekker water van 20 graden, maar met in het eerste stuk wat gewoel en gedrang en een rottige landgang en finish waar ik me echt op moest hijsen: de onderste trede van de trap hing ongeveer gelijk met het wateroppervlak. En dan dus dizzy verder de trap op. Ik heb over het zwemmen een kleine 31,5 minuut erover gedaan ongeveer, okee, en het voelde technisch goed. Derde tijd van de elf D40+, zag ik later, ook niet verkeerd.

En dat was het dan. De enige trofee van van de dag is dan ook een badmuts, wel een goeie en leuke:

Gewacht op manlief, daarna m’n fiets naar het hotel gebracht om ‘m alvast in de auto te leggen. Terug naar het centrum van Stein gewandeld om mijn spullen uit de tweede wisselzone te halen en manlief aan te moedigen….

Achteraf zagen we in de uitslagen dat zowel hij als ik de oudste deelnemer was van onze sexe: ik de oudste vrouw (alweer) en hij de oudste man. We worden triathlon-opa&oma zo!

Nadat Henk gefinisht was (hij zei dat het fietsparcours inderdaad k*t was, je stond gewoon echt stil in die bochten), ben ik hardlopend terug naar het hotel gegaan. Met wat file terug naar huis, en vannacht 10 uur geslapen.

En nou moet ik de komende dagen snel op zoek naar een fietsenmaker die verstand heeft van die verzonken, aerodynamische remmen van een triathlonfiets. En  nog maar een tapertraining doen in Zwift ofzo.

Voordeel: ik denk nu niet ‘dan volgend jaar maar’. Voor dit fietsparcours hoeft het niet. Ik dacht zelfs nog even wrang ’s ochtends: ‘die 180-graden-bochten worden me maar mooi bespaard’.

En maar hopen dat dit echt was: een slechte generale repetitie voor volgende week.

 

Door |2025-06-02T17:23:33+02:002 juni 2025|Fiets, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Het trainen zit erop!

Het laatste blokje van drie weken trainen, onderweg naar een halve triathlon op 7 juni, zit erop! Het is weer goed gegaan, op een paar details na. Ik heb een paar dingen een beetje ingekort om de totale belasting in de hand te houden, maar dat gaat dan om dingen als een intervalletje minder, een iets korter duurloopje in de koppeltraining, of wat korter in open water zwemmen – niet om heel essentiële zaken dus. De totale belasting liep lichamelijk op, door het zware trainen maar ook omdat ik me niet helemaal fit voelde: ik had een dicht oor, wat duidt op een virusje ofzoiets, en ik blijf sukkelen met m’n rechterheup die af en toe niet lekker in z’n gewricht zit. Ik loop bij een nieuwe chiropractor die waarschuwde dat het eerst erger kan worden – niet de handigste timing, spannend voor 7 juni, maar goed. Ik kan meestal wel de drie sporten, omdat dat rechte belasting is.

De totale belasting bleef ook mentaal fors: met dat passen en meten waar ik het in mijn vorige blogpost al over had moest ik het sporten wel met hand en tand verdedigen tegen andere claims op mijn agenda. Maar dat is gelukt. Een halve triathlon is duidelijk wel het randje, zeg maar – dat weet ik ook nog wel van de voorbereiding op de hele, dat er dan serieus andere dingen in mijn leven moeten wijken. Nu was het allemaal nog net te combineren.

Nog een andere reden waarom ik aanpassingen moest maken was het weer. Vandaag woei het knetterhard en dat heeft ertoe geleid dat ik niet de volle zes uur heb gefietst, maar maar vijf: vier uur buiten in windkracht 6 à 7, in de tegenwind veel in manliefs zuchtje (❤️ daar rijd ik al bijna 23 jaar graag in) en daarna een uurtje op Zwift. Maar goed, dat is ook weer zo’n detail eigenlijk.

Door het weer is het ook niet gelukt om al een of twee keer Kattendijke-Wemeldinge zwemmen. Het groepje doet dat standaard op woensdagavond, en op de twee woensdagavonden waarop ik redelijkerwijs kon (qua agenda en watertemperatuur) woei het windkracht 4 of 5 uit het noorden. Dan is de Oosterschelde een heus golfslagbad, en de combinatie van golven, wind, watertemperatuur en openwater-onwennigheid aan het begin van het seizoen schrikten me af. Ik zag aan de Strava’s van degenen die wel gingen dat ze er vijf kwartier over deden, en dat is veel meer dan nodig voor een halve triathlon en dus onnodig zware belasting.

Zo heb ik dus minder in open water gezwommen dan ik in gedachten had gehad, maar wel net genoeg, in het havenkanaal van Goes. De eerste keer voelde onwennig in m’n wetsuit; de tweede keer voelde al vertrouwder en kon ik me beter richten op het ook in open water technisch goed zwemmen.

Dat handhaven van m’n techniek, daarover leerde ik nog wel een lesje, want bij de Zwemloop Stelleplas heb ik eigenlijk belabberd gezwommen. Mijn snelste baangenoot hoopte 9’50 te zwemmen en dat wilde ik ook wel, dus ik dacht: daar ga ik achteraan. Maar zo forceerde ik mezelf en was ik bovendien veel te veel naar hem aan het kijken. Met als gevolg: mijn hoofd te hoog en ‘zwabberend’. De hoogte is op deze foto (door supporter manlief gemaakt) te zien, en let ook op de daarmee samenhangende te grote beenslag, ook net te zien:

Dat gezwabber kreeg ik zelf tegen het eind in de gaten, maar toen kreeg ik het niet meer gecorrigeerd. En uiteindelijk zwom ik wéér 10-blank, voor de zoveelste keer. Vlak achter die baangenot, die ik in de laatste baantjes weer terug inhaalde nadat ik een tijdje op een gaatje had gezwommen.

Achteraf denk ik: pff, hoe hardleers kun je zijn. Maanden bezig om technisch weer goed te zwemmen, en onder invloed van een wedstrijdje gaat alles overboord. Nouja, niet alles, maar wel de basis. Gelukkig zag het er op andere foto’s beter uit:

Enfin, een wijze les, hoop ik.

Verder was het leuk trouwens, die zwemloop. Ook redelijk gelopen, en het was vooral gevoelsmatig een groot verschil met vorig jaar. Toen was het de eerste wedstrijd vanuit het nieuwe huis, en wist ik amper waar ik was. Nu is de route naar Stelleplas vertrouwd en waren er bekenden.

Heel leuk in dit laatste blok was de parcoursverkenning van de Line Crossers Triathlon. Het is een geweldig fietsparcours! Schitterend landschap, mooie wegen, en razendsnel. Als ik zonder enige aandacht voor aerodynamica (ik had zelfs m’n banden niet opgepompt) op 90 procent van m’n beoogde wedstrijdvermogen bij windkracht 4 al 29 km/u rijd, dan ben ik echt benieuwd hoe hard ik daar kan ‘om het echie’.

Iets anders waar ik me de afgelopen weken mee heb beziggehouden, waren allerlei praktische voorbereidingen. Er bleek aan het begin van het seizoen van alles op of bijna op: mijn daglenzen  (die draag ik alleen bij multisport-evenementen), het ‘smeermiddel’ voor onder m’n wetsuit (ik blijf TriSlide het fijnst vinden, maar het is maar op heel weinig plekken te bestellen) en haarbandjes (mijn haar is sinds april een stuk korter dus niet meer standaard in een knotje, maar voor onder een badmuts maak ik een piepklein staartje). Mijn zeven jaar oude wetsuit had reparatie nodig –  daardoor trekt het moeilijker aan en uit, want het was bij mijn enkels aan het uitscheuren. Ik heb nog volop verder geëxperimenteerd met voeding. Naast de Sis-gels, die ik moest bijbestellen, heb ik ook losse maltodextrine gekocht om m’n eigen energiedrank van te maken. Dat gaat nu allemaal goed – net op tijd.

Er moeten nog een paar dingen: anti-lek-vloeistof in m’n fietsbanden, fiets moet nog gepoetst, extra bidonhouder erop. Enzovoort. Er komt best wel veel bij kijken zo!

Maar het trainen zit erop, dat is een lekker idee. Tot aan 7 juni is het nu een kwestie van rusten én van twee andere triathlons. Ik meld me daar weer over!

 

Door |2025-05-30T10:56:45+02:0025 mei 2025|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Op naar het laatste blok

Even een trainingsupdate. Ten opzichte van de vorige ben ik vier weken verder, oftewel een kwart van de duur van m’n trainingsschema richting de halve triathlon: drie weken opbouwend trainen en een rust- en herstelweek. Het gaat nog steeds goed, maar die drie trainingsweken waren wel de moeilijkste tot nu toe. Dat lag er niet aan dat ze ineens zoveel zwaarder waren ofzoiets, maar aan mijn werk. Ik had het vanaf eind februari steeds al druk, door een samenloop van omstandigheden bij twee opdrachtgevers, en die samenloop bereikte in de eerste twee trainingsweken (week 15 en 16) zijn hoogtepunt, met onder andere drie hotelovernachtingen om de volgende ochtend tijdig in de Randstad te kunnen beginnen. Er zat ook wat ‘gedoe’ bij en het weekend ertussenin was druk vanwege de Rotterdamse marathon (manlief heeft z’n 36e uitgelopen!), dus het was serieus aanpoten. Het is me nèt gelukt om alles op mijn schema te doen, maar dat was af en toe wel op het nippertje in het enige beschikbare gaatje en/of met merkbaar verlaagde ‘output’ (tempo of vermogen) door vermoeidheid.

Er volgde een lang Paasweekend, en toen dacht ik wel weer bijgekomen te zijn, maar het omgekeerde bleek het geval: op de dinsdag erna voelde ik me pas echt ingestort. Ik werd moe en chagrijnig wakker, ik zwikte weer eens door m’n heup (lastig kwaaltje toch de laatste tijd) en ik kreeg niets uit mijn handen. Toen pas zakte de adrenaline, volgens mij – het weekend was mogelijk nog te druk geweest, al was het met leuke dingen. Ik bleef een paar dagen moe en ik herstelde slecht, merkte ik. Dat viel me tegen, maar er zat niks anders op dan het te accepteren.

Zondag was echt het keerpunt: ik werd fit en energiek wakker en manlief en ik hebben die dag een plannetje uitgevoerd dat ik van de winter al had bedacht: met de bus naar de halte van de Westerscheldetunnel en daar het Grenslandpad oppakken (LAW 11) en ‘run-walk’end naar huis, dus afwisselend hardlopen en wandelen, deels over onverharde ondergrond, 27 kilometer lang. Dat ging goed, het was leuk, en het was vooral ook fantastisch mooi met de zon, de bloeiende meidoorns, het frisse groen en de vele vogels. Een goede lange, rustige duurtraining ook, en ik ben nu bovendien heel Zuid-Beveland over dat pad te voet doorkruist: van die bushalte tot de grens met Brabant.

Sindsdien voel ik me weer goed. Dus: een moeizaam blokje, met drie door werkdrukte en -stress bepaalde weken, maar nog steeds wel goed getraind.

In de rust- en herstelweek, die vandaag eindigt, heb ik wel maar weinig gerichts gedaan. Wat extra yoga, en maar twee ‘echte’ trainingen: een keer zwemmen en een loop-intervaltraining. De rest viel meer in de categorie ‘fun’: een half uurtje Zwiften bij de Puck Pieterse Celebration Ride (véél te warm maar wel geinig), een stukje kayakken met manlief, nog een keer de Zak van Zuid-Beveland in om met Karin uit Delft te wandelen en fietsen,

Wie zei daar iets over mooie meidoorns?

én de laatste dip van dit seizoen en het eerste stukje ‘echt’ zwemmen: in wetsuit borstcrawlen. Met kayakbegeleiding; manlief maakte deze foto:

Klein stukkie nog maar (500 meter), het was zoals altijd wennen, maar yes, het openwaterseizoen is begonnen!

Dus best een boel gedaan, maar met voorbereiden op een halve triathlon had het weinig te maken. Dat was nodig, want zo kon ik ook mentaal bijkomen na drie weken waarin ik misschien net iets te veel discipline had opgebracht. Achteraf gezien had ik beter eerder een tandje eraf kunnen doen. Maarja, altijd lastig, want het sporten is in zo’n intensieve tijd ook wel m’n verzetje en m’n uitlaatklep.

Nu sta ik aan de vooravond van het laatste blok van drie weken. Daar zitten de langste trainingen in natuurlijk: twee lange fietstrainingen, één keer lang lopen nog, en twee koppeltrainingen. Het bleek nogal passen en meten om alles wat ik wil doen in m’n agenda te krijgen. Werk is weliswaar weer normaal en ik heb in principe tijd zat, maar er vallen een paar afspraken net een beetje onhandig, ik moet toch ook nog weer een keer naar Amsterdam, twee keer naar Den Haag, en privé een dagje naar Antwerpen. Én er zijn twee leuke dingen die ik graag wil doen en waar ik dus omheen plan: de zwemloop van Heinkenszand en de Meidoorntocht.

Het plannen is gelukt, en het weerbericht blijft er maar goed uitzien:

Wat een lente, niet normaal – onze tuin is uitgedroogd, maar om te sporten kan het bijna niet beter

Ik heb er weer zin in. Op naar het laatste kwart van m’n schema!

Enne, oja: als eigen baas betekent drukte ook goed verdienen. Dat was in maart en april zeker zo, en daar ben ik blij mee. Ik hoef me eigenlijk de hele rest van het jaar in dat opzicht nergens meer druk om te maken. Wat een luxe!

 

Door |2025-05-04T17:16:18+02:004 mei 2025|Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Eindelijk weer lekker zwemmen

Ik zwom op m’n lekkerst en snelst nu ruim vijf jaar geleden, net voor de eerste corona-lockdown. Dat was toen het resultaat van een cursus bij TriExperience. Wat ik toen vooral ervoer, was dat ik met mijn hele lichaam zwom, in plaats van met losse onderdelen. Dat was een fijn ‘holistisch’ gevoel en ik ging er harder door, vooral doordat ik met de inzet van mijn heupen via de rotatie van mijn lichaam extra dynamiek kon geven aan de stuwbeweging.

Toen kwam een periode zonder zwemmen, gevolgd door relatief veel openwaterzwemmen (nooit goed voor m’n techniek), wat blessureleed, meer lockdown, een paar cursussen die niet datzelfde effect hadden (waaronder, frappant genoeg, een herhaling van die cursus Powerstroke) – en terug vond ik dat gevoel nooit. Of hooguit eens een enkele slag. Ik ben er een paar keer dichtbij geweest, maar dan verrommelde het ook weer.

Want zo voelt het dan: in plaats van zwemmen als ‘one moving part’ (woorden die Adriene veel gebruikt) valt m’n slag dan uiteen in losse, net niet helemaal goed gecoördineerde onderdelen. Dan kan ik soms nog best wel aardig zwemmen, maar ten opzichte van dat gevoel van 2020 is het toch harken, en tien procent langzamer dan in 2020, soms wel meer zelfs. Frustrerend was het.

Vorig jaar harkte ik wel heel ernstig, en na het openwaterseizoen, dus vanaf oktober, ben ik daarom stevig mijn best gaan doen op de techniek. Het verbeterde wel weer iets, maar eigenlijk viel het me niet mee. Er was iets waar ik kennelijk geen grip op had, en waardoor het harken bleef. Een beetje beter harken misschien, maar niet wezenlijk anders. En ik bleef regelmatig dagen houden waarop ik ‘m helemaal niet raakte.

Dus, toen ik zag dat Zwemanalyse in Goes een gevorderdencursus organiseerde, heb ik me daarvoor ingeschreven, in de hoop op persoonlijke aandacht waardoor ik de ‘missing link’ kon vinden. Ik heb eerder dingen gedaan bij Zwemanalyse en de kleine groepen zijn daar de sterke kant van. De cursus begon 31 januari en bestond uit zes lessen van een uur op vrijdagavond, onregelmatig verspreid over de periode tot 11 april.

Persoonlijke aandacht kreeg ik zeker, want we waren maar met z’n drietjes! Bij de aandacht van trainer Conzuela kwam ook nog een geschreven uitwerking van een video-analyse (de plaatjes hieronder zijn daaruit).

Dat heeft gewerkt! Het is nog net niet helemaal stabiel, vooral niet als ik harder probeer te zwemmen, dus het is nog net niet zoals in 2020, maar ik kan wél weer zwemmen als één geheel, en m’n heupinzet gebruiken voor het stuwen. De eerste keer dat het allemaal weer in elkaar klikte was in de vierde les, en dat was een bijzonder moment. Mezelf zwemmend weer een geheel voelen raakte me.

De twee belangrijkste ontbrekende schakels in mijn techniek waren:

  • In het uitduwen naar achter, dus waar mijn hand bij mijn heup uitkomt, zorgen dat die hand in een hoek van 90 graden blijft, dus blijft duwen tegen het water tot het laatste moment. En niet uitdraait naar plat tegen mijn heup aan, met m’n pink naar boven:
    Dat was iets wat ik jaren geleden ook al eens gehoord had, maar compleet vergeten was. Daar had ik dus nul aandacht aan besteed sinds 2020.
  • Op dat moment van uitduwen met de andere hand écht helemaal naar voren strekken. Zo komt er tussen dat uitduwen en het strekken een soort spanning, waarmee dat de rotatie zich uit mijn heupen kan ‘voortplanten’ naar die uitduwende hand. Mezelf strekken, daar ben ik wel mee bezig geweest, maar het moest nog verder, nog actiever dan wat ik oefende, en dus in samenhang met het vorige punt. Die dagen dat ik ‘m helemaal niet raakte, dat zat hem vooral hierin. Kennelijk vind ik het lastig om ver genoeg uit te strekken als ik moe ben of er niet helemaal bij met mijn hoofd – dat merk ik nu ook nog.

Als ik deze twee dingen goed voor elkaar krijg, en daarbij ontspannen zwem, dan geeft dat weer dat gevoel van zwemmen met mijn hele lichaam. Zonder meer kracht te zetten zwem ik bovendien zo 1 à 2 seconden per baantje sneller. Er gingen nog twee andere cruciale stappen aan vooraf in de cursus die de voorwaarden schiepen:

  • Die ontspanning én voldoende roteren, die bereik ik door de schouder boven water helemaal ‘open te gooien’. Anders gezegd: die elleboog boven water moet omhoog. Daardoor kan m’n onderarm ontspannen hangen, met m’n vingertoppen bijna over het water scherend. We hebben in de cursus precies dit veel geoefend, onder andere door met de duim van die hand je schouder aan te tikken. Roteren oefende ik ook wel, maar ook net niet ‘fanatiek’ genoeg.
  • M’n hoofd goed in positie houden. Ik heb de neiging om te veel naar voren te kijken:
    (een gewoonte die – denk ik – een effect is van drukke zwembaden – zo voorkom ik tegen iemand aan te zwemmen). Bovendien wiebel ik ermee: ik til het op om adem te halen bijvoorbeeld. Als ik het recht en stil houd, kan ik m’n ruggengraat ervaren als stabiele, rechte lijn waaromheen ik roteer. Dat is vergelijkbaar met de ‘danda’ van yoga en ook met de ‘needle in cotton’ van chirunning. Dat gevoel had ik bij zwemmen nooit eerder gehad.

Daarbij is er nog één één ding dat ik weer minder ben gaan doen, en dat gaf ook troost: m’n beenslag. In de cursus vorig jaar ben ik daar veel mee bezig geweest. Ik kwam op alleen mijn benen amper vooruit en dacht al jaren dat ik daar wel iets enorm liet liggen. Mijn beenslag verbeterde door veel erop te oefenen wel, in de zin dat ik op alleen benen wat harder ging, maar ik zwom daar in zijn totaliteit bepaald niet harder door, en ik vond het zwaar. Conzuela raadde me aan terug te gaan naar die kleine beenslag van voorheen. Dan maar weinig met m’n benen doen doen. Ik zwem dan beter en ik spaar in de triathlon mijn benen ook nog eens voor het fietsen en lopen. Dat luchtte me op!

Dus: ik zwem eindelijk weer lekker. Ik ben sinds eind januari veel met techniek bezig geweest en niet met tempo, dus echt veel harder gaat het volgens mij nog niet. Zeker niet als ik sprint. Het bleek maar weer: een sprinter ben ik echt niet. In de laatste les zwom ik van ons drietjes het snelste setje van 4X100 honderd meter, maar veruit de langzaamste 50 meter voluit. Ik had daarbij wel m’n tijd het beste voorspeld, en dat leverde me een gouden badmuts op 😇:

Door |2025-04-25T15:06:07+02:0025 april 2025|Zwem|0 Reacties

Feel the fear and swim anyway

Ik had de laatste tijd af en toe per e-mail wat contact met Juanita, naar aanleiding van mijn boek. Zij stuurde mij een link naar een gastblog dat ze schreef voor Swim in Balance over hoe ze daar leerde met plezier te zwemmen door haar waterangst te overwinnen. Ik mailde terug: wat een fraai voorbeeld van motto (en boektitel) ‘feel the fear and do it anyway’! En dat je op je 48e nog wat goed kunt maken van wat er in je kindertijd mis is gegaan – waarmee je ook iets aan je identiteit verandert. Dat is inderdaad wat sport kan doen. Dus: lees die blogpost! En Swim in Balance ga ik in de gaten houden.

 

Door |2025-04-22T10:31:51+02:0022 april 2025|Boeken, Zwem|0 Reacties

Halverwege

Kattendijke, vlakbij start en finish van de Oosterscheldeloop

Mijn trainingsschema voor de halve triathlon op 7 juni begon op 10 februari. Dat betekent dat ik nu halverwege ben. Dat is een raar idee. Het voelt alsof ik nog weinig heb gedaan, behalve dan af en toe lang lopen. En die halve triathlon komt hard dichterbij zo. De tijd is gevlogen.

Ter illustratie: vorige week deed ik voor het eerst dit seizoen een fietstraining met korte, intensieve intervallen buiten, in plaats van in Zwift. Dat ging goed maar een beetje rommelig, en toen dacht ik: ik mag hier wel eens wat meer structuur in aanbrengen. Toen realiseerde ik me: ja, voor nog drie keer. Dat is alles al. Schrik!

Maar: het gaat goed, dat schreef ik vorige week ook al. Dat gevoel van ‘weinig gedaan’ is een goed teken. Een passend schema is immers niet loodzwaar, maar zorgt voor consistente kleine stapjes vooruit. Die stapjes zijn soms in trainingen amper te merken en soms is het dan ook bijna niet te geloven dat de vooruitgang er is.

Afgelopen zaterdag kreeg ik een prettige bevestiging van de progressie: bij de Oosterscheldeloop overtrof ik mijn eigen verwachtingen op wat in mijn schema ‘snelle duurloop’ heet (15 kilometer): ik liep onder de 6’/km. Dat is van jaren her. Het ging nog vrij makkelijk ook, tot op 3,5 kilometer voor het einde – dat laatste stuk was met tegenwind, dus dat was doorbijten, maar dat lukte. Prachtige loop trouwens, in – alweer – stralende zon!

Het ‘hard dichterbij komen’ is eigenlijk ook okee. Want ik ben er bijna klaar voor. Of liever gezegd: als ik morgen of nouja, zeg volgende week, een halve triathlon zou moeten doen, dan had ik eigenlijk maar één echte zorg, en dat is hoe m’n rug na drie uur van de triathlonfiets af zou komen. Die houding is immers vrij zwaar, en die rug moet dan nog 21 kilometer lopen ook en daar heb ik ‘m ook hard bij nodig. Daar heb ik dus nog trainingsarbeid te verrichten. Ik zit op dik twee uur in die houding nu, daar moet nog een beetje bij en koppeltrainingen met lopen. Daar heb ik nog de tijd voor en dat is dan ook prioriteit #1 de komende weken.

Op het punt van de houding opbouwen had ik bij het maken van mijn schema één ding over het hoofd gezien, zo realiseerde ik me gaandeweg: dat er met maar één duurtraining op de triathlonfiets per twee weken minstens twee maar soms, met een rust- en herstelweek ertussen of wat schuiven in m’n schema, zelfs meer weken tussen die trainingen in zitten. Dat is te lang, dan raak ik steeds tussendoor kwijt wat ik heb opgebouwd. Ik improviseer wat om dat op te lossen en er elke week mee bezig te zijn: een extra training op die fiets in de rust- en herstelweek, een intervaltraining verlengen, en wat ook zou kunnen: een lange duurtraining op twee verschillende fietsen, dus met een ‘overstap’ thuis. Dat is nog niet uitgekomen, maar zou ook kunnen.

De consequentie van het belang van die houdingsopbouw is overigens wel dat ik minder op mijn nieuwe fiets rijd dan gehoopt. Dat doet nou even pijn, maar is een kwestie van geduld.

Iets anders wat ik nog niet heb gedaan is in open water zwemmen – meer dan m’n wekelijkse dip. Dat kan ook nog niet, gezien de watertemperatuur. Die kruipt omhoog – de nachten zijn koud. Zal wel goed komen. Als ik naar het zwembad ga, zwem ik altijd wel zo rond die 1900 meter, met vaak ook nog wel ‘fratsen’ (andere slagen, techniekoefeningen) erbij. Non-stop zou ik taai vinden maar het zou wel lukken. Hopelijk een paar keer doen in de Oosterschelde vanaf half mei.

De rest van de tweede helft van m’n opbouw brengt me hopelijk in zo goed mogelijke vorm aan de start op 7 juni. Door nog meer van die kleine stapjes dus. De structuur en doelgerichtheid van zo trainen vind ik fijn. Als het zo lekker blijft gaan als nu, is het dus alleen maar leuk!

 

Door |2025-04-03T15:47:15+02:006 april 2025|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties
Ga naar de bovenkant