Zwem

Weer triatleet worden: 2 schouderklopjes, 1 les

Toen ik laatst schreef dat ik me hier zou melden kort voor mijn eerste triathlon in ruim 14 maanden, dacht ik daarbij aan mijn gebruikelijke procesevaluatie net voor de wedstrijd. Kort daarna realiseerde ik me dat ik vandaag sowieso zou moeten schrijven eigenlijk, want: het is vandaag precies 10 jaar geleden dat ik finishte in de Ironman van Vichy! Dat is iets om hier te memoreren  natuurlijk. Foto:

‘You are an Ironman’, 28-8-2016.

Vergeleek ik in die vorige post met vorig jaar, dit keer een vergelijking met 10 jaar geleden. Of nouja: er is op één punt een interessant verschil met 10 jaar geleden. Ik bedoel: er zijn een heleboel verschillen met 10 jaar geleden, bijvoorbeeld dat ik nu niet aan een hele triathlon zou moeten denken. Maar één verschil heeft me wel een beetje bezig gehouden: trainen voor die Ironman vroeg volledige toewijding, daar moest en mocht van alles voor wijken, en dat was deze zomer heel anders. Met consequenties vooral, gek genoeg, voor mijn fietsen. Ik leg het uit.

Net terug van vakantie keek ik vooruit naar de 2,5 maand die me restten tot morgen, en waarin ik mezelf van vakantiefietser weer in triatleet wilde veranderen. In een beetje goed presterende triatleet, want 1 kilometer zwemmen en 40 kilometer fietsen lukken me ongetraind nog wel. 10 kilometer hardlopen niet, dat had prioriteit. Verder had ik wel een beetje een beeld bij wat ik bij elk van de sporten wilde bereiken. Welnu, ik kan mezelf voor hoe ik dat sindsdien heb gedaan twee schouderklopjes geven, en ik heb een les geleerd:

Schouderklopje 1: Hardlopen

Hardlopen is gewoon goed gegaan: ik heb nu 3 keer 10 kilometer of langer gelopen, lekker en met plezier, en ook al best wel wat aan tempo gedaan in wedstrijdjes en intervaltrainingen. Naast de 4 korte wedstrijden van de JARO zomercup heb ik ook nog meegedaan met de (vanwege de hitte tot 6 kilometer ingekorte) Boulevardloop en de 6 kilometer bij de 15 van Wolphaartsdijk (ook heet, niet ingekort; foto).

Waar ik nu sta, is ongeveer het maximale waar ik half juni op had durven hopen. Dat ondanks de hitte en de achillespeesproblemen waarmee ik thuiskwam en die nog steeds niet 100 procent over zijn (kom ik binnenkort hier nog op terug). Dik tevreden dus.
Met één ding had ik echter geen rekening gehouden, en dat is dat ik morgen niet 10 maar 12,5 kilometer moet lopen. Triathlon Hoeksche Waard wordt namelijk een run-bike-run vanwege de slechte waterkwaliteit. Oef! Echt heel erg jammer, want dat maakt het voor mij echt heel erg veel minder leuk: zwemmen gaat net zo lekker, het accent verschuift naar wat eigenlijk mijn slechtste onderdeel is en dat wordt wel erg veel zo (mijn maximale duurlooplengte was 11 kilometer), het leek me een tof zwemparcours, en als ik eerst 7,5 kilometer moet lopen fiets ik ook minder lekker en goed. Het is niet anders en het past in het plaatje van deze zomer, maar het drukt wel mijn enthousiasme.

Schouderklopje 2: Zwemmen

Zwemmen heeft mijn verwachtingen overtroffen. Daar heeft de Oosterschelde-oversteek waar ik eerder over schreef veel mee te maken: die motiveerde me om lang te zwemmen en gaf me een zwem-kick. Ik heb sindsdien ook alweer twee keer met de plaatselijke groep openwaterzwemmers Kattendijke-Wemeldinge meegezwommen en de Vlissingse Zeezwemrace volbracht. Van die laatste hieronder een foto-impressie; manlief was mee als fotograaf.

Kleine zwemmertjes met op de achtergrond een groot schip

Wat zwemmen in Vlissingen bijzonder maakt: de vaargeul is dichtbij.

Ik met groenbruine aanslag op m'n (blije) gezicht onder dubbele badmuts en zwembrilletje

Algensnor en-baard?

Ervoor hadden manlief en ik trouwens nog een ‘kleine oversteek’ gezwommen die ik hier nog niet had gemeld: naar Tiengemeten en terug, voor ons heel romantisch, want dat hadden we in ons eerste weekend samen, 24 jaar geleden, ook gedaan en sindsdien niet meer.
Het is dus een toffe zwemzomer geworden! Hard gaat het nog niet, maar ik zwem wel lekker en technisch ook nog steeds wel redelijk, volgens mij, en ik heb mijn schouders sterker voelen worden. Dus ik dacht: kom maar op met die kilometer morgen! Maar helaas, dat gaat hem niet worden dus.

De les

Plan was om op de fiets het gat te dichten tussen de goed ontwikkelde rustige duur en pure kracht waarmee ik thuiskwam. Dat is niet gelukt. Aan die twee polen heb ik eigenlijk nog te veel gedaan, en aan wat er conditioneel tussenin zit (het hoog-intensieve gebied) te weinig. Het is altijd maar een momentopname, maar bij de laatste training, vorige week vrijdag, had ik de indruk dat mijn FTP nu lager is dan half juni in plaats van hoger. Dat was niet de bedoeling natuurlijk, maar in die trainingen zat duidelijk te weinig structuur:

  • Ik heb een paar keer een intervaltraining opgeofferd aan een leuke tocht. Zo heb ik bijvoorbeeld in een week drie lange tochten gemaakt. Op de maandag reed ik met wat paperassen voor mijn jaarrekening en belastingopgave bij me via een heerlijke omweg via Tholen naar Dreischor, waar Marian van mijn administratiekantoor zit. Op donderdag had ik een lunchafspraak in Vlissingen en toen dacht ik: zal ik dat dan met trein of auto doen en daarna alsnog een intervaltraining? Nee, toch maar met de fiets naar Vlissingen, veel te lekker. Een paar dagen later had manlief wel zin in een gemeenschappelijk ritje dat al langer op mijn verlanglijst stond: de Keetie van Oosten-Hage route. Dat werd een week van 267 kilometer, 0 daarvan intensief. Maar wel hartstikke mooie en lekker!Bordje Keetie van Oosten-Hage route
  • Ik had wat moeite met de uitvoering van de blokjestrainingen (4X8′ op FTP). Net terug van vakantie lukte het niet om mezelf in die mate pijn te doen; dat vraagt echt een heel andere mindset dan vakantiefietsen. Daarna had ik twee keer pech: te druk op de route en/of te harde wind voor een nette uitvoering. Als ik moet remmen en sturen of te hard ga in de meewind, krijg ik het beoogde vermogen niet voor elkaar, en daarbij ging dan ook wat frustratie daarover een rol spelen. De VO2-max-intervallen, korter en op hoger vermogen, gingen beter.
  • Ik heb zware krachttraining gedaan. Dat was om de kracht van de fietsvakantie te behouden maar ik ben zelfs nog verder gekomen, verder dan in heel lang. Ik sta er nu zelfs beter voor dan in de 2 jaren dat ik me specifiek richtte op het fietsen, voor de Radweltpokal. Uiteindelijk kan ik daar ver mee komen, lijkt me, en ik heb nog verder weg liggende doelen (volgend jaar EK triathlon voor masters). Eén keer ging ik daarna een intervaltraining doen en dat is dan toch duidelijk lastig, want zware krachttraining komt echt hard aan. Mijn explosieve vermogen, dus wat ik kort maximaal kan trappen, is sinds half juni door die krachttraining wel nog toegenomen.
  • Fietsen was een beetje de sluitpost van m’n trainen. Dat hardlopen, dat ‘moest’ vanwege de triathlonplannen, en voor hardlopen en zwemmen motiveerden de evenementen ook, maar met die vastliggende evenementen, daar uitgerust voor willen zijn, sowieso het broodnodige herstellen tussendoor, zeker van die hard-aankomende krachttraining, de hitte, werk (want ja, ook dat liep de hele zomer door, niet heel druk, maar toch) en af en toe ook nog andere leuke dingen (foto-impressie van een paar daarvan hieronder) was het een heel gepuzzel om de trainingsweek ‘rond’ te krijgen. Dan mocht intensief fietsen als eerste wijken, want die 40 kilometer, die lukt sowieso wel, en dan rijd ik vast nog best wel hard ook. Het deed me wel weer realiseren hoe lastig het is om 3 sporten tegelijk goed te krijgen – wat een puzzel is triathlontraining toch!
    Scholekster

    Foto die manlief maakte tijdens excursie Zeeuws Landschap naar een inlage op Noord-Beveland

    Wespennest in buis

    Idem – je kijkt hier in een trapleuning de dijk op

    Ik op de rug gezien in bootje

    Stukje varen in onze Hobie-trapkajak, voor het eerst op het Veerse meer

* * *

Nou, duidelijk, lijkt me: ten opzichte van volledige toewijding en alles laten wijken voor de triathlons die er nu aan komen liet ik juist van alles voorgaan: sporten waar ik zin in had, van de zomer genieten, leuke dingen doen, evenementen en verder weg liggende doelen.

Was dat okee? Ja, dat was helemaal okee. Het was een fijne zomer met veel lang buiten zijn (al was het soms te heet, deed de droogte pijn aan mijn ogen en maak ik me zorgen over de klimaatverandering). Ik voel me ontspannen en fit. En zo belangrijk zijn die aankomende triathlons niet, zeker niet de run-bike-run morgen. Ik wist ook al vantevoren: in 2,5 maand tijd ga ik sowieso niet op mijn best zijn. Dat heeft gewoon meer tijd nodig. Ik heb er bovendien van geleerd dat op mijn best zijn niet alleen meer tijd, maar ook meer toewijding vraagt. Die les neem ik mee voor die volgende plannen.

Maar goed, eerst morgen. Triathlon Hoeksche Waard was op het vorige parcours en onder de oude naam, Binnenmaas, de ‘moeder aller triathlons’ voor mij: de eerste die ik ooit zag toen ik manlief kwam supporteren, 24 jaar geleden (in hondenweer toen trouwens), en de eerste die ik zelf deed, 15 jaar geleden. Daar kwam nog bij dat het brandpunt van het nieuwe parcours, Strijensas, manliefs geboortedorp is. We zien er ongetwijfeld een boel bekenden. Ook zonder zwemmen is dat genoeg om naar uit te kijken, ook omdat we dat nieuwe parcours de eerste twee edities niet hadden kunnen doen (vorig jaar waren we nog op vakantie, het jaar daarvoor hadden we autopech). Ik heb me goed kunnen voorbereiden met, na nog wat materiaaltests vorige week (ook nodig na die lange triathlonloze tijd), rustige dagen met lekker veel yoga. Ik ben er dus wel klaar voor. Qua prestatie verwacht ik er niet veel van, maar hopelijk wordt het wel gewoon leuk.

Door |2026-08-28T10:27:02+02:0028 augustus 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|1 Reactie

Heel anders dan de taaiheid van vorig jaar

Tijdje niet geschreven, maar geen nieuws was goed nieuws: ik was gewoon lekker aan het trainen. Net als vorig jaar moest ik ‘verbreden’ na een fietsvakantie, vooral: de andere sporten weer oppakken. Ik herinnerde me van toen dat ik dat best wel taai vond, ik schreef daar een blogpost over. Ik herken die taaiheid dit jaar wel, maar ik ervaar het toch als heel anders. Het ís ook heel anders.

Wat ik herken, is dat het verbreden in het begin helemaal niet zo makkelijk is. Na dik 6 weken niet fietsen en zwemmen gaan die sporten gewoon moeizaam: het duurt een tijdje voor ik weer lekker loop en zwem. Met duurlopen heb ik de 10 kilometer ondertussen in the pocket, maar o, wat traag! Ik keek even terug en ook vorig jaar liep ik die eerste wat langere duurlopen heel traag. Hoort erbij, kennelijk.

Wat ik dit jaar duidelijk ook taai vond, was om me weer te ‘onderwerpen’ aan het meer prestatiegerichte trainen. Aan tempo’s en vermogens enzo, aan mezelf pijn doen. In dat opzicht vond ik dus zelfs fietsen een beetje taai! Want de basis is prima, maar op vakantie doe ik echt geen zware intervallen en heb ik geen enkel snelheidsdoel. Van vakantiefietser weer triatleet worden vergde dus ook een verandering van mindset.

Daarmee heb ik meteen een verschil met vorig jaar te pakken: toen had ik alleen voor hardlopen doelen, voor de andere 2 sporten niet. Zwemmen ging meteen in de onderhoudsstand, omdat ik wist dat er tussen toen (oktober) en het volgende triathlonseizoen nog een fietsvakantie zou zitten. Fietsen deed ik wel, maar met een ver weg liggend doel. Nu wilde ik 2,5 maand na thuiskomst klaar zijn voor een kwart triathlon. Dat gaf richting, maar ook druk.

Er kwam nog meer druk bij voor het zwemmen toen sportmaatje Dies aankondigde weer een oversteek van de Oosterschelde te organiseren: Yerseke-Gorishoek (Tholen). Dat doet hij 1 keer per jaar en het leek me gaaf om aan mee te doen, maar de vorige twee jaren kon ik niet. Nu was het wat krap qua opbouw: ging dat al lukken, op 1 augustus 3,3 kilometer zwemmen in zee? Met in mijn achterhoofd dat ik vorig jaar in het opbouwen een schouder overbelastte – een van de meest taaie dingen van toen. Daarvoor wilde ik van tevoren ook wel wat langer zwemmen, maar ook dat valt in de categorie ‘taai’. Ik zwalkte wat heen en weer tussen dat toch doen en denken ‘te veel druk’.

Uiteindelijk had ik een kleine week van tevoren in het open water het goede gevoel ineens te pakken en zwom ik 2,4 kilometer in een acceptabel tempo. Toen heb ik me aangemeld, en zodoende heb ik op 1 augustus inderdaad de Oosterschelde overgezwommen. Onder begeleiding van een heuse mosselkotter en in een grote groep. Ik heb er 1,5 uur over gedaan, zo lang heb ik in geen jaren gezwommen (mijn horloge gaf bijna 3,8 kilometer, het zal zo’n 3,5 geweest zijn). Maar het ging goed, ik was niet eens de laatste tussen een boel doorgewinterde zeezwemmers, en het was ontzettend gaaf. Het moment halverwege, met Yerseke en Gorishoek allebei even ver weg, vond ik tof, en de aankomst in Gorishoek was triomfantelijk. Hier sta ik helemaal links (met oranje badmuts) op de dijk van de finishplek:

Ik ben wel nog nooit zo moe geweest van zwemmen. We moesten na dat fotomoment nog even terugzwemmen naar de kotter die je op de achtergrond ziet, want de steiger was kapot. Ik was blij dat dat niet verder was dan dit! Henk was meegevaren en zette me in de allerlaatste meters op de foto:

Op de terugweg op de fiets vanuit Yerseke zwalkte ik de Postbrug op en de dag erna voelde ik me nog brak. Maar dat is ook stevig trainen natuurlijk en het was de moeite waard!

Die oversteek was wel het tofste om te doen, maar zo zijn er de afgelopen tijd wel meer dingen die het opbouwen minder taai maken dan vorig jaar. Ik schreef al over de zomercup, sindsdien was ik bij de 2e 3 kilometer 20 seconden sneller, bemoedigend.

Eindsprint bij de 3e Zomercup (3 km) - ik haal daarmee net Marina inWat ik verder leuk vind, is om te merken hoe mijn vorm zich weer verbreedt. Hoe ik van alleen-fietser weer ook hardloper, zwemmer en yoga’er word. Zonder problemen – een deel van de taaiheid van vorig jaar zat ‘m denk ik in misschien wel het grootste verschil met nu: toen zat er tussen de fietsvakantie en weer gaan trainen 2 weken ziek met corona. Ik denk dat ik daardoor toen veel meer spierpijn had dan nu, en ook een groter ‘gat’ had in mijn fietsconditie. Dat gat heb ik nu ook wel gevoeld: ik heb een goede lange, rustige duurconditie en veel kracht in mijn benen, maar het intensieve duurgebied blijft achter. Vorig jaar was dat nog veel erger zo. Ik ben het gat nu al aan het vullen – dat zijn die zware, op vermogen gerichte intervallen op de fiets.

Wat wel ook taai is, maar op een andere manier, is dat het zo’n extreme zomer is. Dat heeft dus niet met opbouwen na de fietsvakantie te maken, maar met het weer. Er gaat regelmatig iets niet door vanwege de hitte of het wordt ingekort, en vooral hardlopen moet ik goed timen. En is het een keer niet te warm, waait het te hard: in mijn euforie na de Oosterschelde-oversteek had ik me op de valreep ingeschreven voor de Vlissingse Zeezwemrace, maar die werd geannuleerd. Woensdag nieuwe kans.

Niet heel lang daarna ga ik afbouwen en toewerken naar mijn 1e triathlon in 14 maanden, ik kijk ernaar uit! Kort ervoor meld ik me weer.

Door |2026-08-14T10:07:08+02:0013 augustus 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|1 Reactie

Fitheidnijd

In mijn eerste winter in Kapelle schreef ik hier over mijn zwembadfrustraties. Die gemoedelijke Zeeuwen leken in het zwembad te veranderen in horken die geen rekening houden met snellere zwemmers en er zelfs een uitgesproken hekel aan uiten. Het is sindsdien niet meer zo erg geweest. De Bloesem heeft nu een snelle baan, het is minder druk en ik weet beter op welke tijden ik ruimte heb.

Maar vorige week had ik toch weer een ronduit slechte ervaring. Ik ging als experiment naar het banenzwem-uur in het buitenbad van Stelleplas in Heinkenszand. Dat ken ik van 2 zwemlopen, de foto hieronder is van die in 2024. Het is een leuk bad en met het huidige weer is buiten zwemmen gewoon lekkerder dan binnen – af en toe naar het zwembad heb ik nodig voor mijn techniek.

Het buitenbad van Stelleplas onder heel andere omstandigheden: tijdens de zwemloop van 2024.

Wat bleek? Het was druk, veel drukker dan ik had verwacht. Dat er geen lijnen waren, had ik dan weer wél verwacht. Maar zo zwommen dus een heleboel mensen kriskras door elkaar, en ik zag geen ordening op snelheid of slag. Net als bij die eerdere ervaringen viel me op dat er niemand wat harder zwom – het was allemaal dobberen. Ik ben geen topzwemmer maar, zo zag ik, ik was wel twee keer zo snel als de op-een-na-snelste. Ik wist dus meteen: dit gaat ‘m niet worden.

Toch maar het beste ervan maken, ik had net € 8,10 euro betaald (oef) om binnen te komen. Dus ik van start, zo veel mogelijk al die breeduit zwaaiende schoolslagbenen vermijdend bij het inhalen en frontale botsingen voorkomend. Ik deed m’n uiterste best. Van enige vorm van zelf met m’n techniek bezig zijn was geen sprake, ik was alleen maar aan het slalommen. Ik liet zelfs mijn benen maar in de pullbuoy, scheelt gespetter. Kortom: ik was erg bezig met niet te hinderen.

Na een baantje of 6 werd ik aangesproken door een oudere vrouw in plat Zeeuws. Dat het echt niet kon zoals ik ‘als een blinde kip tekeer ging’, zoals net ‘tegen dat vrouwtje’.

Huh?

Ik heb uitgelegd dat ik de hele tijd (onder water, dus onzichtbaar, had ik erbij moeten zeggen) aan het kijken was. Dat maakte weinig indruk, ze vond het niet kunnen, dus heb ik er maar ingegooid ‘banenzwemmen is voor iedereen’. Dat snoerde haar de mond.

Net als toen in Goes wilde ik daarna eigenlijk meteen weg, ik voelde me echt ontzettend onwelkom. Maar ik ik dacht ook: ik laat me niet kisten en zwem in elk geval de kilometer uit. Dat heb ik gedaan, op hangen en wurgen; ik had niet de indruk dat de andere zwemmers ook maar enige rekening met mij hielden.

Onder de douche raakte ik in gesprek met een paar andere zwemsters die me gelukkig wel begrepen en ook nog een paar tips voor me hadden over andere tijdstippen en de beste plek (daar waar het trapje in de weg zit – uh…). Dat verzoende me weer enigszins, maar helemaal lekker weg ging ik niet. Gelukkig wachtte me nog een fietsrit naar huis, altijd goed voor mijn humeur.

Met deze ervaring nog vers in mijn geheugen las ik zaterdag de column van Arjen van Veelen in de NRC waarin hij beschrijft dat hij hardlopers graag ‘liefdevol wil tacklen’ omdat ze weerzin bij hem oproepen, walging bijna. De column zette me aan het denken. Ik herken wel een paar dingen die hij schrijft, zoals de neiging van sommige lopers om in hun eigen wereld te verdwijnen (met oordoppen op middenop het fietspad lopen), hardlopen als hip statussymbool, de nadruk op kwantificatie en het soms wat al te nadrukkelijke narcistische vertoon van afgetrainde spierbundels. Ik kan ook afgeven op de mate waarin sport een instrument is in neoliberaal kapitalisme, dat vind ik zelfs een interessante invalshoek aan de column (maar met een wel erg vooringenomen oordeel over lopers, alsof je niet anders kan lopen dan als, ik citeer, ‘heraut van het laatmodern competitief kapitalisme’).

De column heeft bovendien deels een luchtige toon, maar toch dacht ik al vanaf het begin: als je je zo stoort aan hardlopers, dan triggeren die kennelijk iets bij je. En dat geeft hij in de loop van de tekst toe:

Hardlopers laten je je slecht voelen over je lusten, je luiheid, je vetrolletjes.

Er viel een kwartje: fitheid irriteert mensen. Dat is ook wat er achter die lompheid in de zwembaden zit: dezelfde weerzin, voortkomend uit irritatie. Het gegeven dat ik als vrouw met grijs haar hard (nouja….) borstcrawl, betekent dat dat kan: een oudere vrouw kan harder zwemmen dan op dobbertempo. Dat kan confronterend zijn. Bijvoorbeeld voor andere oudere vrouwen die zichzelf heel sportief vinden omdat ze naar het zwembad gaan. Daarom is het zwembadgedrag in deze vergrijsde omgeving erger dan in het jongere Rotterdam.

Het deed me denken aan de ervaring van een tijdje terug. In kwam nieuw bij een overleggroepje waarin een bepalende vrouw van ongeveer mijn leeftijd zichzelf heel sportief vond. Ze kwam bijvoorbeeld op de fiets, vanaf ongeveer dezelfde afstand als ik. Op e-bike en alleen als het goed weer was. En toen kwam ik erbij. Ze mocht me niet, dat was duidelijk. Ik weet het niet zeker natuurlijk, maar ik denk dat ik tergend was voor haar zelfbeeld: ik kwam altijd op de fiets, ook als het slecht weer was, en ik trapte zelf. Het kon dus duidelijk veel sportiever dan zij. Dat is naar.

Ik moet bekennen dat ik me soms ook echt superieur voel, een van de dingen die Arjan van Veelen storen aan hardlopers – hun aura van deugdzaamheid. Ik schreef hierboven niet voor niets ‘dobberaars’, dat is een oordeel. En ik vind mezelf daadwerkelijk een fietser van de betere soort dan al die gemakzuchtige luiwammesen met hun suffe hulpmotortjes.

Ik geef toe: niet mijn beste eigenschap. En mogelijk voelen mensen dat aan en reageren ze er stekelig op – ze hebben dan ergens nog een punt ook.

Maar om een misverstand uit de wereld te helpen: ik sport niet zoveel omdat ik met mijn fitheid andere mensen de ogen uit wil steken. Fitheid is bijvangst van een boel plezier en van het leven zoals ik dat wil lijden. De waarde van een mens zit ‘m niet in hoe fit die is. Ik zal e-bikers of trage schoolslagzwemmers dan ook nooit tacklen, zelfs niet liefdevol. Ik vraag alleen maar om een beetje ruimte om te doen wat me dierbaar is.

 

Door |2026-07-18T13:03:02+02:0018 juli 2026|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Sommige dingen blijf ik herhalen

Vanaf eind augustus staan er 3 triathlons in mijn agenda: Hoeksche Waard (kwart), Hulst (kwart) en Zierikzee (achtste). Dus wist ik wat me te doen staat nu: mezelf van vakantiefietser omturnen in triatleet. Weer gaan hardlopen en fietsen; fietsconditie onderhouden en toespitsen.

Nou, dat viel even tegen. Vond ik.

Nouja, één ding viel mee: ik ben fit van vakantie teruggekomen en dat ook gebleven. Vorig jaar lag ik meteen de eerste week thuis ziek op de bank, en dat was toch een beetje schrikbeeld. Ik zei het nog in Pamplona bij de fietsbus: hierin geen corona oplopen please. Dat is gelukt.

Maar ik heb nog geen structuur in mijn trainingen omdat de omstandigheden niet mee zaten:

  • De eerste week thuis was chaotisch, net een beetje meer dan verwacht. Na 6 weken weg van huis is er een boel te ordenen, op te ruimen en weer in gang te trekken. Er lag een berg was en schoon te maken kampeerspullen, de tuin was een jungle, de anti-spam-beveiliging van dit blog was verlopen en bleek er 1 ‘echte’ reactie tussen 250 spamgevallen te zitten, ik moest dingen regelen omdat er een hele week geen treinen reden hier (dat nieuws was ons overvallen), ik was nog vol van de vakantie en uitte dat onder andere in het schrijven een boel blogposts  – dat soort dingen, en dan nog een boel meer. Dat laatste was erg leuk om te doen, net zoals het bijpraten met buren, vrienden en partijgenoten. Het kostte me een week om orde te scheppen.
  • Mijn achillespees had echt wel rust nodig. Het gaat nog steeds een beetje op en neer. Hardlopen gaat goed en ik heb al dagen gehad die helemaal okee waren, maar soms heb ik ineens last van een klein stukje wandelen, of van een misstap ofzoiets thuis. Dan meldt-ie zich weer. Niet veel pijn, maar ook nog niet helemaal 100 % dus.
  • Begin deze week kreeg ik mijn 2e gordelroosvaccinatie. Ik was er nog net wat beroerder van dan van de 1e: slecht geslapen, misselijk, paar uur op de bank gehangen, grote rode vlek op een pijnlijke arm – sporten uitgesloten. Na 24 uur was het ergste leed geleden, maar nog een dag extra deed mijn lijf het graag kalm aan. Ik besloot daarom die avond onderweg naar Wemeldinge dat ik in de Oosterschelde alleen ging afkoelen, niet ‘serieuzer’ zwemmen dan dat. Dat was verstandig, denk ik, en het was prachtig:

Aansluitend gebeurden er twee dingen tegelijk die allebei knap ontregelend waren. Allereerst werd het snikheet. Hier geen code rood, maar toch wel echt serieus heet (gister 35 graden). Ik kan er redelijk tegen en voelde dat het wende, maar toch slurpt het aandacht en energie. De hitte in huis liep bovendien verder op dan anders, want tegelijk begon bij ons het werk aan een nieuwe badkamer. Dat was hoognodig – er groeiden paddenstoelen op het douchemuurtje en bij het slopen bleek dat dat op instorten stond. Zo kwamen de werklui meer ‘bouwfouten’ tegen. Fijn om die op te lossen en straks een badkamer te hebben naar onze smaak.
Maar de timing was ongelukkig. Zo liepen de 2 bouwers vanwege het slopen woensdag de hele tijd in en uit, waardoor de buitendeuren open bleven en de hitte dus onbelemmerd naar binnen kon stromen, de keuken in. Daarbij werd mijn werkkamer te heet en in de woonkamer kon ik niet werken vanwege de onrust en de herrie. Met ook nog eens geen treinen moest ik voor het eerst ooit uitwijken naar een werkplek elders.
De dagen erna had ik weliswaar geen dringend werk, maar gingen vanwege de hitte enkele andere afspraken niet door , waardoor ik nog meer bovenop de chaos thuis zat. Gistermiddag zijn we het maar ontvlucht door naar de film te gaan. Dat was leuk en lekker, maar ik heb er wel na thuiskomst, op het heetst van de dag, voor gezorgd dat het huis een beetje leefbaar werd voor het weekend. Terwijl ik aan het vegen was, hoorde ik dat de Kuiprun die voor morgen op het programma stond, werd afgelast. Helaas, al maakt dat voor m’n hoeveelheid sporten niet uit – dan morgen maar een ander stukje lopen.

Collage van badkamerverbouwingstaferelen. Denk hier 35 graden bij, plus drilboorgeluiden.

  • Fietsen en zwemmen gaan wel in de hitte en vandaag is het ‘maar’ 30 graden, maar toen ik vanochtend een rondje wilde gaan fietsen, ging het onweren, veel vroeger dan verwacht, met rukwinden. Het bleef de hele dag zo instabiel dat ook het afgesproken zwemmen ’s middags geen goed idee was. Exit laatste kans op zwemmen deze week. Het zit gewoon echt niet mee!
  • Komende week heb ik een werkpiekje met reizen naar Den Haag en Amsterdam, met overnachting – dinsdag en donderdag zit trainen er niet in.
  • En dan kwam er nog bij dat m’n triathlonfiets kuren heeft. Ik realiseerde me dat ik die fiets een jaar nauwelijks heb gebruikt, dat is er nooit goed voor. Ik ben ‘m komende week kwijt voor een reparatie aan de trap-as en ik moet nog verder onderzoeken wat er met de achterband is, of er gewoon maar een nieuwe op doen, waar ik het afgelopen week te heet voor vond: ik krijg ‘m niet hard genoeg opgepompt en dan ga ik na een half uur fietsen zwabberen.

Ik voel dan zo’n onvrede opkomen, zo van: wat doe ik toch weinig, ik raak m’n vorm kwijt, ik word vadsig!

Maar dan denk ik, en zeg ik tegen mezelf: kijk naar dat rijtje bullets, laat dat eens tot je doordringen – wat had je wanneer dan méér willen doen, zonder door te draaien?

Bovendien: er gaan dingen al best wel goed. Ik heb het hardlopen alweer op kunnen bouwen tot 4 kilometer, ik heb in die eerste week thuis wel 3 keer gezwommen, waarvan 2 keer lekker zonder wetsuit in open water, ik heb testritjes gereden op de triathlonfiets, ik heb allerlei verschillende yoga gedaan voor weer wat meer veelzijdigheid in m’n bewegen, en vanmiddag ben ik uiteindelijk uitgeweken naar Zwift – met onze gloednieuwe ventilator erbij.

Weer wat geleerd: dan kan Zwiften dus bij 30 graden. Zo deed ik bovendien m’n eerste intervaltraining.

Dat was allemaal fijn, maar het voelt als weinig, zeker ten opzichte van weken van 500 kilometer fietsen. In mijn ideale wereld had ik deze week ook nog drie keer gezwommen, een lange duurrit gedaan van 3 uur of meer, en krachttraining.

Uh, ja. Misschien is dat sowieso alleen mogelijk in een ideale wereld.

De komende weken ga ik op zoek naar een goede balans in mijn voorbereiding op die triathlons. En voor de zoveelste keer zeg ik tegen mezelf: (1) wees mild, en (2) accepteren, die omstandigheden – er zit niks anders op!

 

Door |2026-06-27T19:43:34+02:0027 juni 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Van taai naar goed

Eens even weer een update over mijn eigen sporten. Het is een dikke maand geleden dat ik schreef over het oppikken van draden, en zo voelt het nog steeds een beetje, al ben ik dan wel een stuk verder met die draad. Ik vond het best wel een beetje taai.

De vorige keer schreef ik ook al over de onderuit geschoffelde fitheid, welnu, ik was nog een keer niet fit: m’n buikpijn-met-onduidelijke-oorzaak waar ik zo af en toe last van heb speelde na negen maanden weer eens op, en dat zeldzaam heftig. Er is nu een stijgende lijn, maar ik voel me nog steeds niet helemaal top.

De taaiheid zat hem ook wel in een boel andere dingen aan mijn hoofd, zoals politiek (het verkiezingsprogramma is zo goed als af, ik verzamel deze week de amendementen) en werk (grote klus aan een spannende offerte voor vier jaar werk met z’n vieren).

Verder is opbouwen onvermijdelijk een beetje ruk. Hardlopen bijvoorbeeld, dat begint pas net weer lekker te voelen – zo gaat dat. Ik ben ook nog erg traag. Ik schreef de vorige keer al over de ‘hobbel’ bij het zwemmen in de vorm van een zere schouder. Het zijn typisch dingen die niet gebeuren als ik consistent train. Consistentie is zo knetterbelangrijk – als ik dat nog niet wist, voelde ik het nu aan den lijve.

Ik was ook nog van fietsvakantie + corona ruim twee kilo afgevallen, en dat kwam er een paar weken terug in rap tempo weer bij, gelukkig maar, maar ik voelde me toen wel even wat vadsig. Al met al ben ik duidelijk een tijdje uit balans geweest!

Maar het verbetert. Zwemmen gaat nu gelukkig goed, ik heb zelfs één keer wonderbaarlijk lekker gezwommen met m’n snelste losse baantje ooit geklokt: 22 seconden (waar kwam dat nou weer vandaan?). Ik heb ook alweer een boel lol gehad op Zwift (voorbeeld), ook nog lekker buiten gefietst (waaronder Kapelle-Kapellen-Kapelle en de gravelrit Jo off the Roo’t, allebei met manlief), m’n eerste dip in de Oosterschelde van het seizoen gedaan, en lekker geyoga’t, tot vorige week zelfs buiten. Hier wat foto’s:

Tijdens Jo off the Roo’t: de pauzeplek

Voetselfie – bij m’n eerste dip dankzij het hoge water geen zand aan m’n voeten

Weer een Kapelle aan de verzameling toegevoegd, deze met een N

Inmiddels uitgegroeid tot mijn favoriete fietsroute: buitendijks langs de Westerschelde

Ik heb ook al mijn eerste drie kilometer ooit gelopen op een baan(-tje) – iets wat ik deze winter een paar keer wil herhalen bij de JaRo-testlopen om te zien of het daadwerkelijk lukt om sneller te worden, want dat is het plan. Van die eerste testloop hield ik mega-spierpijn over. Niet gek: ik had nog nauwelijks op tempo getraind.

#Projectdaglicht is net deze week, aan z’n zesde seizoen begonnen: in de wintertijd ga ik elke dag in het daglicht naar buiten, in totaal minstens zeven uur per week. Gewandeld heb ik nog niet zo veel, maar voor maandag staat een lange gepland, 20 km, en dat betekent dat ik dan ook weer helemaal voldoe aan mijn eigen definitie van fitheid.

Dus het gaat hier best wel goed allemaal. Al voelt dat niet altijd zo!

 

Door |2025-10-29T19:55:02+01:0029 oktober 2025|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Draden oppikken

Voor mijn gevoel ben ik op het ogenblik bezig met het oppikken van allerlei draden. Ik had sinds eind juli niet meer hardgelopen en nauwelijks gezwommen – alleen een paar (overigens heerlijke) korte duiken in diverse zeeën op vakantie na. Op de foto zie je mij in actie tijdens de langste ervan, bij Gravelines:

En ook met fietsen had ik het gevoel dat ik een draad moest oppakken. Op een fietsvakantie doe ik niks intensiefs, maar bovendien: het ziek-zijn schoffelde m’n op vakantie opgedane fitheid onderuit. Dat vond ik wel zuur, moet ik zeggen: ik kwam fit en ontspannen thuis, dat gevoel heeft welgeteld één dag geduurd, toen sloeg corona toe. Ondertussen ben ik weer helemaal beter, sneller dan de vorige keer. Het duurde wel weer twee weken voordat de lamlendige vermoeidheid weg was, en dat ging, net als de vorige keer, getrapt: steeds een paar dagen stilstand en dan ineens een grote stap vooruit. De vermoeidheid zat dit keer vooral in mijn hoofd en mijn ogen, conditioneel had ik er minder last van dan in 2022. De eerste keer weer reizen en werken vorige week dinsdag hakte er nog flink ik, maar dat zat hem deels ook in de onwennigheid na een lange periode zonder bijvoorbeeld drukke treinen. Deze week was alles weer normaal.

Het oppikken van de draden gaat niet zonder slag of stoot, merk ik:

  • Fietsen gaat goed vooruit. Ik ben m’n trainingen geleidelijk weer wat intensiever aan het maken, grotendeels op Zwift, terug naar de lol daarvan van vorig jaar. Net vanochtend heb ik weer eens een wedstrijdje gereden, nog niet heel succesvol (ik werd halverwege gelost), maar wel voor het eerst weer echt intensief (hallo omslagpunt, long time no see!) (foto hieronder links). Vorige week deed ik een van de gezelligste ritjes ooit, in een klein vrouwengroepje – kletsen via de chat (foto rechts).

  • Hardlopen opbouwen gaat ook goed, al voel ik wel dat het hard aankomt. Het is toch echt een heel andere belasting dan fietsen. Ik voel m’n voeten, hamstrings, bovenbenen, rug en buikspieren. Ik heb nu drie keer hardgelopen, 3, 4 en 5 kilometer, alles rustig. En steeds met minstens twee dagen rust ertussen om de spierpijn helemaal weg te laten trekken. Die wordt wel al minder, dat is mooi. Steady verder zo voorlopig. Plan is om op te bouwen naar 11 kilometer rustige duur (dan is het dippen in de Oosterschelde in bereik), en verder wat aan snelheid te werken – dat heb ik vorig seizoen nauwelijks gedaan. Leuke loopjes doen weer ook, is het plan voor de winter.
  • Zwemmen ging even minder goed, tot mijn verbazing. De eerste keer weer naar het zwembad had ik lekker gezwommen, alleen rustige techniek. De tweede keer deed ik er een klein schepje bovenop: techniekoefeningen met paddles, één baantje vlinderslag (zwaar!) en 100 meter wat harder. Tijdens die 100 meter kreeg ik last van m’n schouder en dat werd tijdens rustig uitzwemmen best wel venijnig. Ik heb twee dagen pijn gehad – frappant dat ik zo snel over een grens ging, dat heb ik bij zwemmen nog nooit zo gehad. Mogelijk speelden de restantjes corona een rol, plus de belasting van de yoga die ik deze maand ook weer wat toegewijder doe. Het was wel een waarschuwingssignaal: voorzichtig! Ik heb voorlopig ook geen bijzondere zwemplannen, het openwaterzwemmen gaat ‘m niet meer worden dit seizoen.
  • Ook weer wat meer yoga deze maand dus. Op vakantie doe ik dat minimaal, alleen op rustdagen een beetje, en raak ik wat core-stability-kracht kwijt. Bovendien is een fietsvakantie nogal eenzijdig bewegen, en daar helpt zo’n maand ook mee. Bedoeling was om er weer een echte streak van te maken, maar die strandde al na twee dagen in de corona-koorts. Ik doe het deze maand wel bijna elke dag, en dat is lekker. Ik volg Adriene’s kalender losjes.

Ik voel me nog zeker niet zo goed als een maand geleden, maar er is wel een basis – ergens is die fietsvakantievorm natuurlijk nog wel. Ik heb nog een groot verlangen naar veel buiten zijn, waar het abrupte einde van zomer en vakantie achter zit. Ik heb ook altijd het gevoel dat ik een soort buffer moet opbouwen om de winter door te komen – al hoop ik dat die net zo goed te doorstaan wordt als de vorige. Zo hoop ik op nog wat lekker fietsweer voor buiten de komende tijd, het weerbericht ziet er goed uit. Morgen heb ik een lunchafspraak in Bergen op Zoom, ga ik lekker op de fiets!

Door |2025-09-25T13:46:44+02:0025 september 2025|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Mentale zwemles

Gister een leerzame ervaring tussen Wemeldinge en Kattendijke, met het woensdagavondgroepje. Het woei harder dan ik had verwacht en we hadden die wind en dus ook stevige golfslag tegen in de ebstroom. Ik vond die golven erg zwaar: ik kwam geen moment in mijn ritme, want dat wordt door die golven verstoord. Harken is dat dan dus. Bovendien vragen golven, kwallen (niet heel veel maar wel grote en felgekleurde) en navigeren (Dies’ gele boei in het vizier houden) zo veel van mijn aandacht dat er niks overblijft voor techniek. Daardoor zwem ik slechter dan ik kan, en daar ben ik me ook van bewust. Samen voelt het alsof ik amper vooruit kom.

Daarbij komt dat ik gister en ook de keer meezwemmen ervoor de langzaamste van de groep was. De rest van de achterhoede is er dan niet, op vakantie enzo. De anderen zijn sneller – dat is op zich grappig: tussen de triatleten doe ik best aardig mee, maar tussen de ervaren ‘echte’ (zee-)zwemmers niet. Maar dan moet er dus iemand van hen op me wachten, zoals gister Dies dus, en later Margreta – want ja, je doet het als groep (dank, beiden!). Maar die kan dan dus geen eigen tempo zwemmen. Dat vind ik niet helemaal comfortabel.

Ik heb nog steeds weinig gevoel voor tijd in het open water, het voelde in elk geval als eindeloos lang zwemmen, en ik werd een beetje bezorgd of ik het wel vol ging houden. Ik was dus blij toen we afbogen naar Kattendijke en mijn armen het nog steeds deden.

Eenmaal daar met vaste grond onder de voeten keek ik op mijn horloge: ik had 1 uur en 2 minuten gezwommen. Dat is niks bijzonders: net die twee minuten trager dan de vorige keer. Tsjonge, dat viel mee!

Dat was een wijze les qua zeezwemmen: zo heel veel maakt die golfslag dus niet uit. De zwaarte zat hem in mijn gedachten erover: gehark, geen ritme, ik ben te traag, dit gaat eindeloos duren, ik houd de hele boel op, ze moeten op me wachten. Alleen mentale zwaarte dus. Leerzaam!

Met dat besef ben ik weer een heel klein stukje zee-zwem-ervarener geworden.

 

Door |2025-07-24T10:01:42+02:0024 juli 2025|Zwem|0 Reacties

Kwallentherapie voor gevorderden

Vorig jaar schreef ik over mijn kwallenangst, en hoe een seizoen Kattendijke-Wemeldinge zwemmen een soort exposure therapie was. Dit jaar duurde het nogal eer ik dat stuk weer heb gezwommen. Eerst woei het steeds te hard en daarna was ik moe of ik kon niet.

Ondertussen begreep ik van de regelmatige zwemmers dat er dit jaar heel veel kwallen zijn. Er stond ook nog een deprimerend stuk in de regionale krant: dat het er steeds meer worden door klimaatverandering.

Gister ging er weer een groep, en dit keer had ik geen excuus: ik kon, ik voelde me goed, en het was veel te warm voor andere sporten en dan natuurlijk hartstikke lekker om te zwemmen. Maar durfde ik, qua kwallen? Uh, nou, ja, vooruit dan maar. In het besef: als ik het daarom laat, verlies ik ook de lol van het zwemmen in de Oosterschelde. Oftewel: ik laat me niet inpakken. Wat ik vorig jaar ook al schreef: feel the fear and do it anyway. Wel in dat bedekkende badpak.

Nou, het barstte inderdaad van de kwallen. In alle soorten, maten en kleuren, dus ook de griezeligste: grote blauwe 🪼 en bruine. Ik hield er wat geprik aan mijn gezicht aan over, vooral aan mijn neus. Best wel gemeen geprik: ik voelde het totdat ik 3 uur later in slaap viel. En ik vond het niet fijn. Halverwege was ik het tijdelijk ook echt zat, al die engerds.

Maar toch: de balans was positief: heerlijk gezwommen verder, water bijna 22 graden! Het was gezellig. Klaar voor vertrek, ik ben die helemaal rechts, met oranje boei voor m’n benen:

En daar gaan we (spot de oranje boei, weer rechts):

Qua kwallenangst merkte ik toch een groot verschil met vorig jaar: ik was minder panisch. Ik vond het nog steeds niet fijn en af en toe schrok ik behoorlijk (met m’n vingers in zo’n blubber, bleh, of een grote gekleurde engerd heel dichtbij). Maar ik bleef rustig – zeker niet meer dat tegen hyperventileren aan van vorig jaar. Niet meer non-stop pep-zelftalk nodig – het bleef bij dat ‘bleh’ en ‘oeps’… en dan weer door. En dus ook niet meer eenmaal in Wemeldinge dolblij dat de mentale veldslag er eindelijk op zat. Het prikken was ook nog wel een soort-van interessant: bij mij zag je niks, en dat was bij een paar anderen ook zo, maar weer anderen hadden knalrode vlekken of bulten. En erg is het verder niet – beetje prik, nou en?

Dus: in seizoen twee van de jeugdtraumaoverwinning merk ik dat ik vorder!

 

Door |2025-07-02T15:30:30+02:002 juli 2025|Zwem|1 Reactie

Slechte generale?

Ik had de triathlon in Stein al lang op mijn verlanglijstje staan vanwege het bijzondere fietsparcours: naar verhouding lang (1 kilometer zwemmen, 60 fietsen, 10 lopen) en met echte Limburgse klimmetjes erin. Bovendien een ‘klassieker’ en bekend als leuk. Het kwam steeds niet uit, het was nooit naast de deur ook natuurlijk, maar dit jaar wel. Manlief wilde ook wel, dus we schreven ons vroeg in. Pas erna kwamen mijn plannen voor de halve volgende week, en ik dacht wel nog: hmm, beetje veel, Stein dan maar gebruiken als doorgevoerde tapertraining.

Vorige week keek ik eens op de website om te zien hoe het programma was enzo, en toen keek ik enorm op mijn neus: niet 60 kilometer fietsen met heuvels, maar 40 in de vorm van vier platte rondjes (nouja, wel met brug) met nogalliefst drie 180-graden-bochten erin:

In plaats van de ‘lange afstand’ heette het nu ‘standaardafstand’, wat ik nog steeds Olympische afstand noem, OD. Betekende ook langer zwemmen: 1500 meter. Dat vind ik niet zo erg (manlief zat er meer mee), maar ik zou nevernooitniet naar Limburg zijn afgereisd voor een gewone OD. Met ook nog eens een echt rottig fietsparcours. Keren, dat is echt geen porem, zeker niet als het druk is, met de deelnemers verspreid over die vier rondjes. En dat 12 keer!

Ik weet nog steeds niet helemaal zeker of ik verkeerd heb gekeken toen we ons inschreven, of dat ze later de afstand hebben gewijzigd. Dat laatste zou zeker kunnen. We begrepen dat de omwonenden klaagden over de drukte van de fietsers. En wat me opvalt is dat nergens in de nieuwsberichten op de site staat dat het fietsen niet meer is zoals voorheen. Dat is toch echt te stilletjes gegaan, vind ik, de communicatie daarover.

Nouja, we stonden nou eenmaal ingeschreven, het hotel was geboekt, en we gingen er maar het beste van maken natuurlijk, lekker even weg. Zaterdagmiddag op het gemakje naar Stein gereden, ingecheckt op bekend terrein, want in dat hotel verbleven we drie nachten tijdens ons Rondje langs de Randjes in 2021: met rustdag en onze ‘koninginnerit’ langs de randjes van Zuid-Limburg. Giro gekeken, en toen het parcours wezen verkennen, nouja, op de 180-graden-bochten na en in Stein ook niet precies. Het was er verder wel mooi, langs de Maas.

In de laatste kilometers terug naar het hotel liep mijn achterwiel wat aan. Daar hebben we naar gekeken, wiel recht gezet, okee.

Gegeten, Champions League finale gekeken, naar bed. Hartstikke beroerd geslapen. Het was benauwd – Stein had geen noodweer, maar wel wat gerommel in de verte en wat regen, en het was wel broeierig.  Manlief snurkte een beetje, het bed lag niet lekker en ik kon m’n draai niet vinden. Zo’n nacht waarin ik een hotelkamer wat claustrofobisch vind, alles zwarter is dan overdag en mijn gedachten dus afdwalen naar rampscenario’s over 180-graden-bochten en ook over het niet kunnen vinden van de tweede wisselzone. Zo’n nacht dat ik blij ben als die erop zit. Gelukkig heb ik die tegenwoordig niet vaak meer.

Desalniettemin met goede moed opgestaan en de laatste voorbereidingen getroffen, met zo te voelen goede benen en dito zin. Voordeel: tijdens sporten voel ik het slaapgebrek niet.

En toen… liep onderweg naar de inschrijfplek m’n achterwiel opnieuw aan. En best wel heftig ook. Het lag niet aan het wiel, maar aan de rem: die veerde niet meer goed terug. Bij de centrale plek heeft nog iemand van sponsor Isaac ernaar gekeken en het gesmeerd, maar volgens hem was mogelijk het veertje stuk en daar kon hij niets aan doen. Technische assistentie was er verder niet.

Mijn humeur zakte tot ver beneden nulpunt. Ik besloot wel te gaan zwemmen en me daarna af te melden. Mijn eerste DNF vanwege materiaalpech in vijftien triathlonseizoenen.

Het zwemmen ging okee, in lekker water van 20 graden, maar met in het eerste stuk wat gewoel en gedrang en een rottige landgang en finish waar ik me echt op moest hijsen: de onderste trede van de trap hing ongeveer gelijk met het wateroppervlak. En dan dus dizzy verder de trap op. Ik heb over het zwemmen een kleine 31,5 minuut erover gedaan ongeveer, okee, en het voelde technisch goed. Derde tijd van de elf D40+, zag ik later, ook niet verkeerd.

En dat was het dan. De enige trofee van van de dag is dan ook een badmuts, wel een goeie en leuke:

Gewacht op manlief, daarna m’n fiets naar het hotel gebracht om ‘m alvast in de auto te leggen. Terug naar het centrum van Stein gewandeld om mijn spullen uit de tweede wisselzone te halen en manlief aan te moedigen….

Achteraf zagen we in de uitslagen dat zowel hij als ik de oudste deelnemer was van onze sexe: ik de oudste vrouw (alweer) en hij de oudste man. We worden triathlon-opa&oma zo!

Nadat Henk gefinisht was (hij zei dat het fietsparcours inderdaad k*t was, je stond gewoon echt stil in die bochten), ben ik hardlopend terug naar het hotel gegaan. Met wat file terug naar huis, en vannacht 10 uur geslapen.

En nou moet ik de komende dagen snel op zoek naar een fietsenmaker die verstand heeft van die verzonken, aerodynamische remmen van een triathlonfiets. En  nog maar een tapertraining doen in Zwift ofzo.

Voordeel: ik denk nu niet ‘dan volgend jaar maar’. Voor dit fietsparcours hoeft het niet. Ik dacht zelfs nog even wrang ’s ochtends: ‘die 180-graden-bochten worden me maar mooi bespaard’.

En maar hopen dat dit echt was: een slechte generale repetitie voor volgende week.

 

Door |2025-06-02T17:23:33+02:002 juni 2025|Fiets, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Het trainen zit erop!

Het laatste blokje van drie weken trainen, onderweg naar een halve triathlon op 7 juni, zit erop! Het is weer goed gegaan, op een paar details na. Ik heb een paar dingen een beetje ingekort om de totale belasting in de hand te houden, maar dat gaat dan om dingen als een intervalletje minder, een iets korter duurloopje in de koppeltraining, of wat korter in open water zwemmen – niet om heel essentiële zaken dus. De totale belasting liep lichamelijk op, door het zware trainen maar ook omdat ik me niet helemaal fit voelde: ik had een dicht oor, wat duidt op een virusje ofzoiets, en ik blijf sukkelen met m’n rechterheup die af en toe niet lekker in z’n gewricht zit. Ik loop bij een nieuwe chiropractor die waarschuwde dat het eerst erger kan worden – niet de handigste timing, spannend voor 7 juni, maar goed. Ik kan meestal wel de drie sporten, omdat dat rechte belasting is.

De totale belasting bleef ook mentaal fors: met dat passen en meten waar ik het in mijn vorige blogpost al over had moest ik het sporten wel met hand en tand verdedigen tegen andere claims op mijn agenda. Maar dat is gelukt. Een halve triathlon is duidelijk wel het randje, zeg maar – dat weet ik ook nog wel van de voorbereiding op de hele, dat er dan serieus andere dingen in mijn leven moeten wijken. Nu was het allemaal nog net te combineren.

Nog een andere reden waarom ik aanpassingen moest maken was het weer. Vandaag woei het knetterhard en dat heeft ertoe geleid dat ik niet de volle zes uur heb gefietst, maar maar vijf: vier uur buiten in windkracht 6 à 7, in de tegenwind veel in manliefs zuchtje (❤️ daar rijd ik al bijna 23 jaar graag in) en daarna een uurtje op Zwift. Maar goed, dat is ook weer zo’n detail eigenlijk.

Door het weer is het ook niet gelukt om al een of twee keer Kattendijke-Wemeldinge zwemmen. Het groepje doet dat standaard op woensdagavond, en op de twee woensdagavonden waarop ik redelijkerwijs kon (qua agenda en watertemperatuur) woei het windkracht 4 of 5 uit het noorden. Dan is de Oosterschelde een heus golfslagbad, en de combinatie van golven, wind, watertemperatuur en openwater-onwennigheid aan het begin van het seizoen schrikten me af. Ik zag aan de Strava’s van degenen die wel gingen dat ze er vijf kwartier over deden, en dat is veel meer dan nodig voor een halve triathlon en dus onnodig zware belasting.

Zo heb ik dus minder in open water gezwommen dan ik in gedachten had gehad, maar wel net genoeg, in het havenkanaal van Goes. De eerste keer voelde onwennig in m’n wetsuit; de tweede keer voelde al vertrouwder en kon ik me beter richten op het ook in open water technisch goed zwemmen.

Dat handhaven van m’n techniek, daarover leerde ik nog wel een lesje, want bij de Zwemloop Stelleplas heb ik eigenlijk belabberd gezwommen. Mijn snelste baangenoot hoopte 9’50 te zwemmen en dat wilde ik ook wel, dus ik dacht: daar ga ik achteraan. Maar zo forceerde ik mezelf en was ik bovendien veel te veel naar hem aan het kijken. Met als gevolg: mijn hoofd te hoog en ‘zwabberend’. De hoogte is op deze foto (door supporter manlief gemaakt) te zien, en let ook op de daarmee samenhangende te grote beenslag, ook net te zien:

Dat gezwabber kreeg ik zelf tegen het eind in de gaten, maar toen kreeg ik het niet meer gecorrigeerd. En uiteindelijk zwom ik wéér 10-blank, voor de zoveelste keer. Vlak achter die baangenot, die ik in de laatste baantjes weer terug inhaalde nadat ik een tijdje op een gaatje had gezwommen.

Achteraf denk ik: pff, hoe hardleers kun je zijn. Maanden bezig om technisch weer goed te zwemmen, en onder invloed van een wedstrijdje gaat alles overboord. Nouja, niet alles, maar wel de basis. Gelukkig zag het er op andere foto’s beter uit:

Enfin, een wijze les, hoop ik.

Verder was het leuk trouwens, die zwemloop. Ook redelijk gelopen, en het was vooral gevoelsmatig een groot verschil met vorig jaar. Toen was het de eerste wedstrijd vanuit het nieuwe huis, en wist ik amper waar ik was. Nu is de route naar Stelleplas vertrouwd en waren er bekenden.

Heel leuk in dit laatste blok was de parcoursverkenning van de Line Crossers Triathlon. Het is een geweldig fietsparcours! Schitterend landschap, mooie wegen, en razendsnel. Als ik zonder enige aandacht voor aerodynamica (ik had zelfs m’n banden niet opgepompt) op 90 procent van m’n beoogde wedstrijdvermogen bij windkracht 4 al 29 km/u rijd, dan ben ik echt benieuwd hoe hard ik daar kan ‘om het echie’.

Iets anders waar ik me de afgelopen weken mee heb beziggehouden, waren allerlei praktische voorbereidingen. Er bleek aan het begin van het seizoen van alles op of bijna op: mijn daglenzen  (die draag ik alleen bij multisport-evenementen), het ‘smeermiddel’ voor onder m’n wetsuit (ik blijf TriSlide het fijnst vinden, maar het is maar op heel weinig plekken te bestellen) en haarbandjes (mijn haar is sinds april een stuk korter dus niet meer standaard in een knotje, maar voor onder een badmuts maak ik een piepklein staartje). Mijn zeven jaar oude wetsuit had reparatie nodig –  daardoor trekt het moeilijker aan en uit, want het was bij mijn enkels aan het uitscheuren. Ik heb nog volop verder geëxperimenteerd met voeding. Naast de Sis-gels, die ik moest bijbestellen, heb ik ook losse maltodextrine gekocht om m’n eigen energiedrank van te maken. Dat gaat nu allemaal goed – net op tijd.

Er moeten nog een paar dingen: anti-lek-vloeistof in m’n fietsbanden, fiets moet nog gepoetst, extra bidonhouder erop. Enzovoort. Er komt best wel veel bij kijken zo!

Maar het trainen zit erop, dat is een lekker idee. Tot aan 7 juni is het nu een kwestie van rusten én van twee andere triathlons. Ik meld me daar weer over!

 

Door |2025-05-30T10:56:45+02:0025 mei 2025|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties
Ga naar de bovenkant