Fiets

Mijn seizoentje zit erop

Ik ben twee triathlons verder dan woensdag. Ze waren leuk! Het ging allebei goed, en er waren contrasten: donderdag was een nieuwe triathlon, vanochtend mijn vijfde deelname in Ter Aar, dus op vertrouwd terrein. Donderdag was het warmer dan gevreesd dankzij de zon die er net doorheen kwam, vanochtend was het koeler en winderiger dan gedacht; de zon liet zich niet zien.  Manlief deed donderdag zelf ook mee; vandaag was hij chauffeur, soigneur, supporter en hij maakte foto’s, dus die in deze post zijn allemaal van Ter Aar en niet van de Biesbosch.

Het gaat me op het ogenblik vooral om het fietsen, en dat ging allebei wel goed, al viel vandaag me een beetje tegen. Dat lag deels aan de wind. Ik had donderdag 33,7 km/u gemiddeld gefietst, niet helemaal voluit gaand, en ik had gehoopt vandaag wel voluit en dan door de grens van de 34 te gaan, voor het eerst ooit. Maar daarvoor woei het dus te hard. En misschien was ik ook in iets minder goede doen: de twee tussenliggende dagen voelde ik me wat brak: moe, onrustig geslapen, gister verhoogde rusthartslag. Ik twijfelde toen zelfs nog of ik wel zou kunnen starten, maar vandaag is beter. Ik kwam uit op een NP van 5 Watt hoger dan donderdag, en beide triathlons braken eerdere vermogens-records. Maar dus nog geen snelheidsrecord. Naar omstandigheden heb ik gewoon goed gefietst. Het voelde ook lekker. Donderdag ook trouwens.

Zwemmen was allebei de keren okee. De watertemperatuur donderdag viel me mee (graad of 17) en het was een mooi plasje. Vandaag raakten we op het laatst met z’n vieren in de baan in een inhaal-veldslag verwikkeld, maar dat is in het zwembad altijd wel even zo.

Relatief heb ik vandaag beter gelopen, mede dankzij het koele weer – 1 seconde per kilometer langzamer dan donderdag, maar ik had meer gegeven op de fiets, dus dat is okee. Het harde fietsen voel ik sowieso wel, dat moet ik bij het lopen bekopen, maar dat was dit seizoen de bedoeling. Net zoals het ook okee was dat wisselen beide keren traag ging, daar laat ik toch wel veel liggen. Vandaag kreeg ik m’n schoenen niet aan. Daar ben ik totaal niet mee bezig geweest; als ik weer serieus met triathlon aan de slag wil, moet ik daarom andere hardloopschoenen.

Waar ik donderdag heb genoten van het parcours, met hardlopen over een klein paadje langs uiterwaarden met ganzen en schapen, moest ik vandaag accepteren dat voor het eerst Ter Aar geen Ter Huh werd. Nouja, dat is dan maar zo. Het blijft een leuke triathlon, kleinschalig en overzichtelijk en van alles wat. Het was wel iets anders omdat er minder startseries op de 1/8e en kwart waren, en in plaats daarvan jeugdcompetitie. Daardoor was het veel drukker, want jeugd heeft meer toeschouwers en begeleiders.

Grappig: mijn buurman in de wisselzone, en dus ook baangenoot bij het zwemmen, was steeds in de buurt. Dat heb ik nooit eerder meegemaakt, dat iemand anders op alledrie de onderdelen ongeveer even hard gaat als ik. Uiteindelijk heb ik hem met een paar seconden verslagen. Het was beide keren gezellig, donderdag met veel debutanten ook.

Donderdag keek ik een beetje op mijn neus dat ik in het kleine startveld drie leeftijdsgenotes voor me had, waarvan er één ook nog harder had gefietst. Vandaag eindigde ik in het linkerrijtje van de vrouwen (12e van 27). Ik doe nog steeds lekker mee! En nu het vizier dus nog meer richting fietsen. Hopelijk onder wat gunstigere omstandigheden van weer en lijf dan de afgelopen maanden.

Tot slot toch nog één foto van donderdag: de leukste medaille ooit, voor mij als knaagdierliefhebber:

 

Door |2023-05-21T17:00:19+02:0021 mei 2023|Fiets, Triathlon algemeen|1 Reactie

Mijn seizoentje gaat beginnen

Morgen doe ik mijn eerste triathlon van het seizoen, en dan meteen zondag nog een, allebei de 1/8e.  En dat is het dan ook voorlopig. Nouja, ik doe er ook nog een als fietser in een duo of trio, en misschien eind september ook nog wel een. Maar na zondag gaat ook hardlopen in de onderhoudstand en gaat de focus dus nog meer op het fietsen, met nog drie maanden tot aan mijn hoofddoel. Van de twee aanstaande triathlons is die van morgen een opwarmertje, om er weer even in te komen, en vooral ook: genieten van het parcours. Zondag wil ik in Ter Huh zo hard mogelijk fietsen, als tussentijds testje weer.

Dit is dus opnieuw een schakelmoment in het seizoen. Het zit voor mijn gevoel kort op het vorige, en helaas heb ik in de tussenliggende weken weer niet onbekommerd kunnen trainen. Waar ik tussen eind februari en 9 april last had gehad van drukte, familieomstandigheden en gekneusde ribben, had ik sindsdien nog steeds wel wat drukte en omstandigheden, last van m’n rug als gevolg van die ribben, een zo-zo trainingsweekend en meteen daarna, jawel, werd ik verkouden. Dat was ik de hele winter nog niet geweest, sterker nog, het was op de dag af 51 weken geleden, voor mij nogal bijzonder, zeker in een winter waarin er nogal wat virussen zijn rondgegaan.

Dus op dat punt mag ik niet mopperen, maar door de timing kreeg ik wel wat zelfmedelijden: wéér niet lekker kunnen trainen, ik krijg de regelmaat er maar niet in. Ik moest bovendien leuke dingen afzeggen en had enkele saaie en hangerige dagen. Vorige week had ik zelfs een dagje verhoging en ik snotter nog steeds – wat bij mij altijd lang duurt.

Nou goed. Ondertussen kregen twee mensen in mijn omgeving veel slechter gezondheidsnieuws, dus waar zeur ik over. Ik heb het al vaker gezegd: als op mijn leeftijd verkoudheid je grootste gezondheidsprobleem is, valt het allemaal nogal mee.

En oja, over het gebrek aan onbekommerd trainen: het is ook nog eens heel vaak slecht weer. Met – gelukkig – een enkele uitzondering, zoals afgelopen zondag, toen ik gelukkig net weer genoeg was opgeknapt om samen met Nicole mee te doen aan de Vestingloop Hellevoetsluis, een werkelijk schitterend parcours:

Nicole in actie op de vesting

Morgen wordt ook gewoon koud, voor een triathlon op Hemelvaartsdag. Ik heb zin in het verzetje, ben benieuwd naar het parcours; als ik kan sporten, gaat dat best wel lekker. Ondanks alles heb ik er dus gewoon zin in!

 

Door |2023-05-17T15:57:35+02:0017 mei 2023|Fiets, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Soms loopt het anders

Ik ben vandaag onverwacht een rustig dagje thuis. Ik zou eigenlijk nog met maatje Jo in Limburg fietsen, maar het liep anders.

Het begon eigenlijk al anders te lopen eind maart. We zouden namelijk eigenlijk vanaf 30 maart vier dagen gaan, lekker fietsen in de heuvels. Maar we waren toen allebei niet in goeden doen, en de weersverwachting was dramatisch slecht, met veel regen en kou. We hebben toen kort van tevoren geannuleerd en daar geen spijt van gekregen.

Het tripje verzet naar de afgelopen dagen, en vanwege de hogere kosten in de mei-vakantie een andere overnachtingsplek gekozen. Opnieuw hadden we een beetje zorgen over het weer: veel regen in de voorspellingen, vrijdag zelfs ‘code geel’, maar de Buienradar gaf ons ook wel goede hoop.

Ik had er zin in. Het is in meerdere opzichten een veeleisende tijd geweest, fijn om er even tussenuit te gaan. Ik voelde dat meteen bij vertrek: ah, lekker! Ik was ook net weer uit de kreukels en had dus zin in veel fietsen, lekker buiten zijn en de gezelligheid van samen op stap.

Jo opgepikt bij het station en koers gezet richting Limburg. We hadden vanwege die weersverwachting geen haast. In de auto regen, maar uiteindelijk een aardig rondje Meinweg kunnen doen. Beetje regen, de enige heftige bui viel toen we net in de buurt waren van een riante bushalte waar we konden schuilen. Mooi tochtje, het meest in Duitsland, onder andere langs een voormalige munitie-opslagplek (foto).

Alleen schakelde mijn fiets voor geen meter en moest ik twee keer lopen toen het wat serieuzer omhoog ging. Fiets is net 21 geworden en tobt al een tijdje met weigerachtige achterderailleur. Dat gaf wat zorgen voor de volgende dagen, maar ik had wel goede hoop op een Limburgse fietsenmaker.

Toen we aan het eind van de middag doorreden naar Zuid-Limburg, kwamen we wel in serieuze hoosbuien terecht, maar toen zaten we zelf droog natuurlijk. Genoeglijk avondje in de herberg, met een lekker biertje erbij.

Relaxed naar bed, en ik dacht: ik val zo lekker om voor een lange nacht.

Niet dus.

Om middernacht ben ik maar eens een tijdje naar buiten gegaan voor de verandering, en om twee uur ben ik er ook nog even uit gegaan. Daarna, rond een uur of half 3, ben ik in slaap gevallen, tot half 8. Toen werd ik wakker met een ochtendhumeur van jewelste. Ik had geen idee wat er aan de hand was. Ik ben geen heel goede slaper, maar de laatste tijd gaat het eigenlijk gewoon goed. Het was een beetje benauwd en het bed was niet super, maar ik heb wel eens onder slechtere omstandigheden geslapen, of korter geslapen zonder zo’n donderbui om m’n hoofd bij het wakkerworden. Jo had ook beroerd geslapen, frappant.

Enfin, na een goed ontbijt afgedaald naar Mechelen en daar overtrof de fietsenmaker m’n stoutste verwachtingen: voor acht euro m’n derailleur afgesteld en en passant ook nog even m’n ketting gesmeerd en de voorrem rechtgezet. Hulde, Hub Nix!

Daarna onderweg voor een langere tocht Wallonië in, langs de stuwmeren van Gileppe (foto – in het echt indrukwekkend!) en Wesertal.

Lekker gefietst, ondanks wat miezerregen en de beruchte kwaliteit van het wegdek in Wallonië. Het is een hoek van België die ik eigenlijk amper ken. Prachtig en afwisselend landschap. Veel rustiger dan in Limburg. Schakelen ging goed, al duurde het lang voor ik er weer echt vertrouwen in kreeg. Daar zal dat maar langzaam opklarende ochtendhumeur ook achter gezeten hebben.

Eind van de middag terug. Opnieuw een genoeglijk avondje in de herberg.

En opnieuw een beroerde nacht.

Nog veel beroerder eigenlijk: dit keer was ik om half 5 nog wakker, daarna ben ik in slaap gevallen, tot tegen achten. Het was weliswaar eerst gehorig, zowel uit het restaurant als van de bovenburen, maar dat was ook weer niet zo erg dat het de slapeloosheid kon verklaren, en na middernacht was het stil. Ik snapte er weer niks van. Dit was zelfs voor mijn doen in slechte tijden zeer extreem – mijn slechtste nacht sinds de allerergste vlaag tijdens de overgang, in 2016.

Ergens om een uur of 2 bedacht ik ineens: ik wil hier weg, ik wil naar huis. Er is iets helemaal niet pluis hier, dat vertelt mijn lichaam mij; ik weet niet wat het is, maar ik ga mezelf dit niet nog een derde nacht aandoen.

Wat daar zeker een rol in speelde was dat ik nog 225 kilometer moest autorijden. Twee slechte nachten is daardoor eigenlijk al geen porem, dat weet ik, maar een derde, oef… Ik durfde er niet op te vertrouwen dat ik die derde nacht wel zou slapen, en ik weet ook dat de gedachte ‘ik moet wel slapen want anders kan ik morgen niet autorijden’ funest is voor je slaap. Ik ben best wel ervaringsdeskundig in mezelf door slechte nachten loodsen, maar hier hield het voor mij op.

Jo moest er even over denken, maar ook zij had opnieuw een slechte nacht gehad, en ze wilde dus wel mee. We hebben eerst nog een kort rondje gefietst over een paar van de klassieke Limburgse klimmetjes: Camerig/Vijlenerbos, Vaalserberg/Drielandenpunt (foto) en Schweiberg.

Dat is altijd leuk en Limburg lag er prachtig bij, met de fruitbloesem en opvallend veel paardebloemen. Het was droog maar wel wat dreigend en dus ook een beetje drukkend warm. Ik had brakke benen: de dag ervoor was best lang geweest voor mijn huidige getraindheid, en ik was natuurlijk niet goed hersteld. Slapen is daar nogal belangrijk voor.

We zijn ’s middags teruggereden. Gelukkig ging dat allemaal goed – wel met opnieuw een hoosbui. Jo ontdekte dat er geen treinen reden tussen hier en Den Haag en besloot toen om bij ons vandaan naar huis in Haarlem te fietsen. Gelukkig hoefde ik zoiets niet meer – ik was thuis en bij manlief, en ik voelde een nog grotere opluchting dan vrijdag bij vertrek.

Ik heb in m’n eigen bed dik 9 uur geslapen en voel me vandaag een ander mens, zeker na de herstel-yoga ‘XL’ (anderhalf uur) van vanochtend (veel rekken en losmaken, beetje core met Adriene’s upper back love, yoga for the spine en runners yoga). Daar had ik zomaar alle tijd voor.

Waar ik gister nog dacht: ‘waarom zit het nou de hele tijd maar niet mee?’ denk ik vandaag vooral: ‘weggaan was een goede beslissing’. Het liep anders dan verwacht, maar ja, ik heb óók lekker gefietst, ben veel buiten geweest (bij aangename temperatuur en qua regen goed wegkomend), en ik heb gezelligheid ervaren.

En tot slot was het goed om te merken dat thuis zo fijn kan zijn.

 

Door |2023-05-09T09:05:49+02:008 mei 2023|Fiets|1 Reactie

Uit de kreukels komen

Het ‘makkelijke’ aan fysiek ongemak na vallen is dat het in principe gewoon geneest. Dat is simpeler dan een overbelastingsblessure of iets onduidelijks. ‘Gewoon’ wil echter niet zeggen dat het herstel in een rechte lijn gaat, dat vond ik wel interessant om te zien. Hier de ups en downs van de laatste weken:

  • De gekneusde ribben begonnen eenmaal ingetapet (na een week – zie foto – de tape heeft twee weken gehouden) aan een weg omhoog maar wel met betere en slechtere dagen. In die weken kon ik steeds meer, op sportgebied, en dat was dan ook steeds met ongemak, maar dat leek een soort noodzakelijk kwaad. Het diepere ademhalen bijvoorbeeld, dat was steeds ongemakkelijk omdat ik dan tegen stijfheid aan ademde, maar daardoor kwam het wel los.
  • Na een week of vier was de kneuzing wel zo’n beetje hersteld, maar toen zat er nog iets muurvast in m’n rug. Bij de tijdrit heb ik die spier (?) een beetje geweld aangedaan, dus toen hield ik een flinke tijd last van mijn rug. Uiteindelijk kon ik op 21 april naar de chiropractor die mijn rug los heeft gemaakt. Wat een verademing (ook letterlijk).
  • Maar…. die ontspanning in m’n rug schoot een beetje door en prompt trok m’n bekken hartstikke scheef. Zo scheef was het in jaren niet geweest. Ik liep er bijna mank van en ik kreeg last van een knie. Dat voelde ik bij elke stap. Een paar dagen kon ik toen helemaal niks, uit angst die knie verder te beschadigen. Dat was mentaal een paar dagen superzwaar, want dacht ik er eindelijk te zijn, was ik ineens nog verder van huis. Ik had verder ook een paar stressvolle dagen en juist dan kan ik enorm verlangen naar ‘de wei in’, maar dat ging dus niet. Vorige week maandag klotste m’n chagrijn hier tegen de plinten, zal ik maar zeggen.
  • De dinsdag erna, vorige week dus, kon ik terug naar de chiropractor, bekken rechtgezet, en ze had wat peptalk: die knie beschadigen zou niet zo gauw gebeuren, dus ik mocht wel sporten. En dat ging ook, dus ik heb net een lang weekend achter de rug waarin ik lekker kon trainen, kon doen wat ik wilde, met vooral een boel fietsen. Heerlijk, zeker zondag, eindelijk ook eens een dag mooi weer en dus onbekommerd voor een lange rit op weg.
  • Tijdens die lange rit voelde ik wel nog steeds behoorlijke stijfheid aan de gekneusde kant en daardoor moet die heup harder werken dan normaal. Vandaag daarvoor nog een keer naar de chiropractor geweest. Het is nu zeven weken geleden en nog steeds niet helemaal over, maar ik kan wel alles weer.
  • Toen de ribben zo ver genezen waren dat ik weer wat mobieler werd, ging me opvallen dat de bij mijn eerste val gekneusde pink nog steeds zeer deed. Er leek helemaal geen schot in te zitten, maar de laatste twee weken lijkt het toch te verbeteren, mede dankzij het intapen dat ik weer ben gaan doen. Desalniettemin ben ik net naar de huisarts geweest om te checken of er niet toch meer nodig is. Mogelijk is er inderdaad ergens een beetje iets gescheurd geweest ofzoiets, daar zou ik een foto voor kunnen laten maken, maar vervolgens is de behandeling niet anders. Get vergt gewoon geduld….
  • Bij de huisarts heb ik ook nog even laten kijken naar een ander plekje dat zeer blijft doen, al heb ik daar heel weinig last van: de onderkant van m’n elleboog. Die doet zeer als ik op mijn onderarm rust, wat ik niet veel doe, maar bijvoorbeeld wel bij de onderarm-plank. Daar heeft de zenuw kennelijk een tik gehad en dat kan inderdaad heel lang duren.

Alles bij elkaar kan ik nog steeds wel voelen dat het een zware tijd is geweest. De drie weken tussen het overlijden van mijn schoonvader en het verschijnen van mijn boek, met de twee vallen erin en dus ook een week waarin ik veel pijn had van die ribben, behoren tot de meest veeleisende uit mijn leven. Ook leuk dus, met het boek, maar het was alle zeilen bijzetten. Er kwam nog een boel achteraan ook, deels gewoon weer suffe pech, zoals het stukgaan van mijn computer vorige week. Het is gewoon niet mijn beste tijd. En dan ook nog qua weer zo’n prutvoorjaar….

Wat er aan vorm onder alle pijntjes vandaan komt, is echter helemaal niet zo slecht. Dankzij wat ik zo goed en zo kwaad mogelijk toch heb kunnen doen de afgelopen weken. Bovendien ga ik voelen dat ik meer tijd heb dan in heel lang doordat het boek af is. Ik merk aan mijn werkagenda ook dat ik een tijd te druk ben geweest voor relatiebeheer – het is nogal rustig. Dat kan financieel gelukkig wel even lijden, en het maakt tijd voor nog meer herstel, ook van mijn hoofd. Ik hoop vooral heel erg dat het nu een tijdje allemaal een beetje mee blijft zitten!

 

Door |2023-05-03T08:46:42+02:002 mei 2023|Fiets, Triathlon algemeen|0 Reacties

Push-ups alleen tegen de saaiheid

Toen ik in 2006 uit Amsterdam wegverhuisde, vond ik het afscheid van mijn oude sportschool moeilijk. Ik had het bij Jerry’s (bestaat niet meer, dus geen link) naar mijn zin, voelde me er thuis. In m’n nieuwe omgeving ging ik een heleboel sportscholen af voor proeflessen. Nergens vond ik wat ik achtergelaten had. Uiteindelijk koos ik voor de sportschool met de beste spinninglessen – want daar gaat het me vooral om.

Ik was net lid geworden toen ik tijdens de spinningles erop aangesproken werd door de instructeur dat ik niet meedeed met de push-ups. Opgelet: push-up is helemaal niet het goede woord, het is meer slingeren, want dat doe je met je bovenlijf, heen en weer richting je stuur.

Ik kende push-ups helemaal niet van waar ik in Amsterdam had gespind: niet bij Jerry’s, en daarvoor niet bij voor zover ik weet de eerste sportschool in Nederland waar je spinning kon doen (ik heb het over 2001, ik herinner het me niet precies, was het Fitness First?) Ik heb daar hartstikke goed leren spinnen, ik pluk daar tot op de dag van vandaag de vruchten van, maar push-ups, homaar. Ik vond het dan ook maar ‘raar’.

Het was vervelend om het op m’n gloednieuwe plek meteen ‘fout’ te doen. Ik zei iets als ‘dat kan ik niet met een hartslag rond m’n omslagpunt’ en toen ging ik volgens die instructeur ook nog eens veel te diep te vroeg in de les. Huh?

Hij zei ook nog: Lance Armstrong (daar kon je het toen nog gewoon over hebben) doet ook push-ups.

Waarop ik dacht: maar toch echt niet op de fiets.

En wat ik ook dacht: laat me toch. Wat maakt het voor de anderen uit als ik in een hoekje even iets niet doe?

Ik ben gebleven, ik ben later bij een andere ‘juf’ gaan spinnen en die liet me mijn gang gaan als ik niet meedeed. Die gaf sowieso veel vrijheid, iets wat ik zeer waardeerde maar wat helaas maar weinig instructeurs doen – bijvoorbeeld een vrij nummer aan het eind. Dat je dan naar eigen inzicht rustig aan kunt doen of juist nog even diepgaan, al naar believen staand of zittend met hoge of lage trapfrequentie. Voor mijn trainingsdoelen zou dat fijn zijn. Afgelopen dinsdag bijvoorbeeld kon ik in de les m’n ei niet helemaal kwijt en had ik graag aan het eind nog even alles eruit gegooid.

Sinds mijn spinning-herstart in oktober train ik weer regelmatig bij die instructeur van 17 jaar geleden – helaas zijn de lessen van die andere juf uit het rooster. Nog steeds zijn de lessen goed, maar nog steeds zitten er push-ups in. Ik doe dan halfslachtig mee: op half tempo. Dat vind ik beter te coördineren en heeft wat nut voor souplesse in m’n rug.

Tot nu toe geen commentaar, maar afgelopen dinsdag sprak de instructeur me er weer op aan: m’n push-ups moesten sneller. Dat schoot bij mij nogal verkeerd, want ik was er net voor het eerst in vier weken weer, na de gekneusde ribben, met een rug die nog niet helemaal de oude is. Dus ik vond het al heel wat dat ik er weer was.

Dus ik zei iets als: ik kom net terug van gekneusde ribben en ik ben toch al niet zo van de push-ups, dus ik doe voorzichtig.

Met de muziek op de achtergrond weet ik niet of de instructeur dat verstond. Hij zei iets als ‘push-ups horen er wel bij’, waarop ik zei ‘vind jij’, maar dat heeft hij echt niet gehoord, denk ik. Zelf moest ik er meteen om gniffelen: Louise heeft weer eens een autoriteitsconflict. Dat ik kracht bijzette door de push-ups vervolgens maar helemaal te laten zitten.

Nou heb ik sinds 2006 een boel bijgeleerd over trainen, en zodoende kan ik veel beter dan in 2006 beargumenteren waarom ik push-ups bij spinning maar niks vind:

  • Je traint er niks mee. Echte push-ups, op de grond, zijn zware krachttraining, maar met je kont op een zadel is het niks anders dan je bovenlijf heen en weer slingeren. Het enige wat dat eventueel toevoegt, is wat souplesse aan je rug, maar dan kan het beter rustig.
  • Het is een ongecoördineerde beweging, omdat je ondertussen doortrapt. Dat geeft een relatief hoog blessurerisico. Dat is wat ik als eerste aanvoelde: bij zo’n hoge hartslag houdt coördinatie van andere dingen dan trappen nogal op. Maar elke oefening die niet direct met fietsen te maken heeft is maar ongelukkig op een fiets natuurlijk.
  • Het hindert het fietsen. Dat is de andere kant van het vorige punt: als je je bovenlijf heen en weer beweegt, kun je niet fatsoenlijk doortrappen. Als je iets niet moet doen bij goed fietsen is het wel wild met je bovenlijf heen en weer schudden.

Daar ben ik allemaal redelijk van overtuigd, maar toch heb ik de ochtend erna maar eens gegoogled op ‘spinning push-ups’ en wat blijkt? Ik heb gelijk. Volgens een aantal Amerikaanse deskundigen zitten push-ups alleen maar in een spinningles om ‘m minder saai te maken. Ze noemen dezelfde nadelen als ik.

(Ik heb het er de afgelopen maanden al vaker over gehad: ik zet m’n zoektocht naar een andere sportschool voort. Of misschien moet ik beslissen het zonder te doen, in elk geval zonder spinning, dat lukte in de coronajaren ook goed. De komende tijd ga ik minder spinnen, omdat ik meer buiten ga fietsen. Dat zal wel schelen.)

 

Door |2023-04-13T18:01:48+02:0013 april 2023|Fiets|0 Reacties

Hier kan ik mee verder

Vrijdagavond zei ik tegen manlief: dit wordt m’n slechtst voorbereide wedstrijd ooit. Ik ben niet alleen vier weken aan het kwakkelen geweest met gekneusde ribben, maar meer in het algemeen heb ik al een hele tijd zo veel andere dingen aan mijn hoofd dat ik weinig bezig was geweest met de tijdrit van gister.

Ik zei dat vrijdagavond toen ik erachter kwam dat de ventielen van m’n fiets verstopt zaten. Er zit antilekvloeistof in de banden en die hebben te lang stilgestaan. Gelukkig lukte het bij de stand met technische assistentie om m’n achterband op 7 bar te krijgen. Voor was nog net hard genoeg. M’n fiets heeft meer kleine mankementjes, de komende tijd maar eens mee aan de slag.

Gelukkig was het mooi weer – eindelijk zon, en beslist warm genoeg voor kort-kort.

Ik heb een korte warming-up gedaan bij de stand van TrueKinetix, die fiets wilde wel eens proberen.

Dat de warming-up te kort was, paste in het plaatje van de slechte voorbereiding. Ik had het ‘pielen’ met zo’n fiets onderschat, dus toen was ineens de tijd op. Nouja.

Toen na even ouwehoeren met andere deelneemsters van mijn serie…

… van start!

En eigenlijk ging het toen nog best wel goed. Ik vond 28 kilometer/51’30 nog best lang duren onderweg, maar eenmaal over de finish leek het in een flits voorbij gegaan te zijn. Wonderbaarlijk, die tijdsbeleving bij zoiets. Ik herinner me nog dat ik na het laatste keerpunt de vermoeidheid ging voelen en toen dacht: straks bij m’n hoofddoel ben ik er nu gelukkig al.

Ik heb een fatsoenlijk vermogen gereden, zeker gezien het gekwakkel met m’n ribben. Het is zo’n beetje wat ik andere jaren ook kon aan het eind van het seizoen: gemiddeld vermogen 225 Watt en NP van 232. Dus heeft mijn wintertraining inderdaad vruchten afgeworpen en dat is een mooie basis om mee verder te gaan.

M’n longen ontdekten nog een stijf stuk ribbenkast, wat hoger dan de kneuzing – maximaal ademhalen in de aerohouding ging steeds meer pijn doen. Ik heb dat eerder gehad in het genezingsproces, dat ik merkte dat mijn longen niet hun normale ruimte konden benutten. Daarna was het dan steeds los en had ik dus meer ruimte, hopelijk werkte dat nu ook zo. Verder ging het met die ribben en de stijve onderrug best okee. Vandaag wel fikse spierpijn in het midden van m’n rug, maar dat is deels ook het gebrek aan gewenning aan de aerohouding.

Bij het vermogen valt mijn snelheid tegen: 32,8 km/u, ik heb daar al eens harder gereden met minder vermogen. Het beetje wind dat er was, stond niet gunstig, en verder waren er die mankementjes, de zachte voorband, niet helemaal optimaal aerodynamisch zitten door rug en ribben. Bovendien zag ik later op de foto’s (overigens allemaal door m’n trouwe supporter, chauffeur en fotograaf manlief gemaakt) dat m’n shirt ook wind ving:

Oeps!

Dat mag allemaal wel wat beter.

Gelukkig waren er ook flatteuzere foto’s bij, zoals deze:

Ik werd zevende van negen D40+-vrouwen. Het niveau was weer eens knetterhoog, dat is steeds bij die wedstrijd. Ik zei nog tegen die dame voor de start: alleen al het materiaal is intimiderend.

Na mijn finish liep ik bijna recht tegen Jeanette aan, en zo kon ik haar inderdaad een exemplaar van Optimaal blijven sporten geven, waar zij onder andere in hoofdstuk 2 in staat:

Verder ook nog wat mensen gesproken over het boek, dus het was ook in dat opzicht welbesteed.

In de auto onderweg naar huis dacht ik al: ‘uh, m’n helm?’ En jahoor: die had ik laten liggen. Hij is terecht, begreep ik, hopelijk komt-ie snel weer thuis. Verstrooider zijn dan normaal, daar heb ik vaker last van als ik een vol hoofd heb.

Ik hoop voor de komende periode op een verder wat luwere tijd, zodat ik met meer aandacht kan sporten. Ik heb werk aan de winkel met m’n materiaal en met wennen aan de aerohouding, maar dat is ook precies wat er de komende tijd op het programma staat: vaker op de triathlonfiets. Er komt voorlopig wekelijks een keer zo’n training bij, ten koste van de ene week spinning en de andere week hardlopen. Zo wordt de training specifieker. Leuk!

 

Door |2023-04-10T11:26:03+02:009 april 2023|Boeken, Fiets|0 Reacties

Schakelpunt

Je kan het allemaal zo mooi plannen, hè… Morgen rijd ik mijn eerste tijdrit van het seizoen, als schakelpunt van basis- naar opbouwtrainingsperiode, en daaromheen zou ik de balans opmaken. Dat zou leiden tot een pre-wedstrijd-blogpost over de vraag waar heeft de wintertraining die ik hier uitvoerig beschreef me gebracht, dus wat voor basis heb ik nou, en wat verwacht ik van die eerste tijdrit? Dat laatste in het kader van mijn gebruikelijke ‘evalueer het proces voor de wedstrijd’.

Maarja, toen gebeurde er ineens van alles, met als gevolg dat ik zes weken lang niet normaal heb kunnen trainen, waarvan anderhalve week helemaal niet en daarna eerst zeer beperkt, met die gekneusde ribben. Het gaat daar weer goed mee: het is bijna over en ik kan weer alles – ik kan het zelfs af en toe helemaal vergeten. Ik kan dus zeker morgen starten, en dat is al heel wat.

Wat er nog bij kwam, was het vele slechte weer. Dat schoffelde uiteindelijk de laatste uitgebreide trainingsmogelijkheid onderuit: ik zou vorige week met maatje Jo vier dagen in Limburg gaan fietsen, maar het weerbericht was dramatisch en dat kwam dus bovenop de fysieke beperkingen (bij haar ook) en dan bleef er weinig over om al die moeite voor te doen. We hebben een alternatieve vierdaagse kunnen plannen in mei. De vier dagen rust bleken erg goed voor mijn lijf en hoofd – maar toch jammer ook.

Vervolgens moest ik me deze week óók nog aanpassen qua vervoer: woensdag moest ik naar Leiden, maar dat kon niet met de trein, nouja, dan had ik om moeten rijden doe ik er net zo lang over als op de fiets, in meer chaos. Dan liever fietsen, ook al was het in de aanloop naar de tijdrit beter geweest om een korte tapertraining te doen. Nood breekt wet en gelukkig scheen de zon.

Goed voorbereid op morgen ben ik dus niet. Er is hier en daar wel wat vorm onder die gekneusde ribben vandaan gekomen gelukkig, maar ik heb geen idee waar ik sta. Het had niet veel zin om nog te proberen er een FTP-test uit te persen afgelopen week, dat was zonde van de trainingstijd, ook vanwege de broodnodige rust ervoor. Ik heb wel weer op de triathlonfiets kunnen trainen, en daarbij met een schuin oog naar m’n vermogensmeter gekeken. Dat viel me niet tegen. Morgen dan maar ook zien als FTP-veldtest. Die wel wat, maar niet heel veel zegt over mijn progressie in de winterperiode.

Desalniettemin kijk ik er wel naar uit. Als vrolijke opsteker en oppepper richting het seizoen. Bovendien: Jeanette uit hoofdstuk 2 van Optimaal blijven sporten is er ook, en ik kan haar dan het boek geven 😀

 

Door |2023-04-08T18:06:52+02:007 april 2023|Fiets|0 Reacties

Spinning was het nieuws

Ik geloofde bijna mijn oren niet gisteravond bij ‘Dit was het nieuws‘. Sport is daar niet bepaald een standaard onderwerp, maar  De deelnemers moesten bedenken wat het nieuwsbericht was bij de kop ‘Emotionele massage’ (vanaf minuut 23) en Peter Pannekoek wist dat (vanaf 25’40): het ging over nieuwe, hippe sportvormen in het algemeen en Rocycle in het bijzonder. Hij bleek dat zelf te doen en vertelde er in geuren en kleuren over – zoals alleen hij dat kan.

Het frappante: ik herkende wat hij zei. Net. Ik was namelijk gisterochtend zelf voor het eerst bij Rocycle geweest. Ik zit al een tijdje met wat onvrede bij spinning (beperkt rooster, lastig reserveren, telefoons te dominant, ongezellig – maar wel steengoede lessen). Vorige week deed ik mee aan een spinningmarathon (dat kwam per ongeluk net goed uit met die gekneusde ribben: staan en diepgaan ging nog niet, maar een spinningfiets wiebelt en hobbelt niet en het was zo een mooie rustige duurtraining van twee uur) en kreeg toen in de kleedkamer van een andere deelneemster Rocycle als tip.

Van het uitgebreide rooster, de flexibele reservering, het telefoonverbod en de strippenkaart in plaats van abonnement ging ik watertanden. Ze zei alleen wel dat het nogal ‘Amerikaans’ was en dat je ook dingen moest doen met gewichtjes enzo – dus een ander type spinning. Dus ik was gewaarschuwd.

Nou, ik erheen, en ik heb mijn ogen uitgekeken. Het is een superstrakke ‘studio’ die wémelt van de jonge, hippe vrouwen. In fitnesskleding, want fietsen doen ze niet. De meesten waren in lange broek, ik was de enige in fietsbroek. Fietsschoenen hebben zij dus ook niet, maar die krijg je er dan ook bij – die waren wel goed trouwens. Maar ik zag dus al aan de kleding: het is geen fietstraining, het is een ‘workout’. Motto’s:

Ja, allemaal Engels dus, dat is ook hip. Ik vond het een cultuurschok van jewelste, want in mijn sportschool ben ik soms de enige vrouw, zit ik aardig in de gemiddelde leeftijd, en draagt iedereen fietskleding. Een ander contrast zit in regel nummer 2, uh, rule 02, die ik wel kan waarderen juist (ik schreef eerder over de telefoons):

 

Okee, de zaal in. Die is donker met kaarslicht, volgens Peter Pannekoek omdat jonge vrouwen zich dan minder bekeken voelen. Met een ‘juf’ die non-stop praat, en die daarbij ook wat levenswijsheden over je uitstort – dat is die emotionele massage. Wel okee trouwens, hoor, het was zeker geen onzin, maar wel erg positivo (zie rule 01) en ik hoef dat niet bij spinning. De fiets had een tik in de crank, ik ben vergeten dat te zeggen, misschien was dat pech.

Belangrijker vond ik echter dat het meer een dansje is dan fietsen. Het is de hele tijd van voor naar achter en van links naar rechts (letterlijk), zal ik maar zeggen, in een choreografie, allemaal tegelijk – Pannekoek beschrijft dat bloemrijk. Of met je handen overpakken als een bezetene en dan ook nog klappen tussendoor. Dat wil ik niet. De kunst van fietsen, zeker van tijdrijden, is juist om je lijf stil te houden, en bovendien kan en wil ik geen coördinatieve hoogstandjes verrichten met een hartslag rond m’n omslagpunt. En inderdaad houd je op een gegeven ogenblik de pedalen stil om met gewichtjes aan de slag te gaan voor je armen. Dat vind ik alleen maar onhandig, dan zit dat stuur in de weg, en zonde van de fietstijd – het is maar 45 minuten.

Ik kon op zich wel aardig fietsen, op goeie muziek, maar daarvoor moest ik dus wat ‘gedans’ laten gaan, en dat is niet helemaal de bedoeling volgens mij. Het maakte mij nu niet zo veel uit, want ik was qua herstel van mijn gekneusde ribben blij om weer te kunnen staan op de pedalen en mijn hartslag weer op te kunnen voeren – hallo omslagpunt, fijn je weer te zien!

Bovendien keek ik mijn ogen uit. Rocycle heeft een grote groep hippe jonge vrouwen weten aan te trekken. Voor mij is het niks, maar ik vind het wel leuk om te zien. Wel kon ik twee gedachten niet onderdrukken:

  • Ik hoop dat die meiden nog eens de lol van echt sporten gaan ontdekken. Van trainen in plaats van een workout doen. En waarbij het niet uitmaakt hoe strak je lijf is of hoe je haar zit.
  • Ik deed al aan spinning toen jij nog niet eens geboren was.

Die tweede gedachte, daar denk ik dan wel ‘oma vertelt’ achter 😉

 

Door |2023-03-31T19:17:43+02:0031 maart 2023|Fiets, Vrouwensport|0 Reacties

Tijdritgericht trainen (4): de rest

Met de posts over krachttraining, spinning en hardlopen heb ik al een groot deel van mijn huidige trainingen beschreven. Wat er specifiek voor het fietsen nog bijkomt, is een wekelijkse duurrit – nog steeds een beetje behelpen qua seizoen, maar het is ook al een paar keer leuk en lekker geweest. Samen met de wekelijkse in totaal ongeveer drie uur op de stadsfiets is het een aardige hoeveelheid fietsen – véél meer dan de afgelopen jaren.

Alles bij elkaar is deze winter- of basistraining voor de tijdrit al best veel. Er is niet veel ruimte voor nog andere dingen, maar zeker nog wel wat. Dat is dus niet tijdritgericht, maar wel mede-door-de-tijdrit-bepaald:

  • Het winterzwemmen – still going strong! Het is nog steeds een geweldig experiment. Het went inmiddels echt – gister heb ik comfortabel meer dan tien minuten gezwommen in water van zes graden. Verrassend hoe lekker dat is!
  • Zwemonderhoud: ik ga ook nog één keer per week naar het zwembad, om mijn zwemmen te onderhouden. Ik moet zeggen: dat is mentaal eigenlijk de lastigste training van de week. Ik wil het blijven doen, met het oog op de triathlon en omdat mijn schouders dat zwemmen nodig hebben. Als ik er ben, vind ik het meestal ook lekker om in het water te zijn. Maar ik heb vaak niet zo’n zin, en daar heeft mee te maken dat ik nogal doelloos ben natuurlijk. Het mag niet te zwaar zijn: dat heeft geen zin en het zou mijn totale trainingsbelasting te groot maken. Dus klungel ik maar wat aan. Beetje techniek, beetje kracht, paar sprintjes, wat schoolslag zwemmen tussendoor, ‘speelgoed’ (pullbuoy, snorkel enzo) mee. Ontspanning en plezier zoeken. Dat lukt dan gelukkig meestal wel – als het maar niet te druk is. Een tijdje terug was ik met Nicole in het Inge de Bruijn zwembad in Barendrecht, dat was leuk: ik was daar nooit eerder geweest, het was gezellig en altijd leuk om andere tegeltjes te zien.
  • Yoga. Ik doe de meeste training voor core stability en buikspieren nog steeds met Adriene, inmiddels verwerkt in mijn thuis-krachttraining. Daarnaast doe ik ook wekelijks wat aan rekken en/of voor de ontspanning, naar behoefte. Dat doet me nog steeds heel veel goed!
  • Wandelen – zo af en toe een ommetje, voor het lekker, de gezelligheid, #projectdaglicht en de ontspanning. Heerlijk om dan de eerste tekenen van lente te zien:

Het is best veel, alles bij elkaar, maar goed te doen. Wat ik wel merk, is dat mijn gewone leven een stuk dynamischer is dan in de voorgaande winters, toen ik onder de corona-beperkingen vooral thuis naar m’n beeldscherm zat te koekeloeren. Samen met het sporten is dat wel pittig soms. Maar ook erg fijn! Zo was ik afgelopen vrijdag naar mijn eerste vak-conferentie in drie jaar, in Leuven, compleet met hotelovernachting. En ja, ook daar heb ik een ommetje gedaan!

 

Door |2023-02-22T14:20:46+01:0013 februari 2023|Fiets, Zwem|0 Reacties

Tijdritgericht trainen (3): hardlopen

Huh, hardlopen voor een tijdrit? Ja! Mijn training hoeft nu nog niet heel specifiek te zijn. Ik wil hardlopen sowieso onderhouden, maar het dient ook echt wel twee tijdritgerichte doelen:

  1. Basisconditie onderhouden, vooral rustige duur. Ik heb al jaren de ervaring dat de duurconditie van hardlopen uitstekend ’transfereert’ naar het fietsen. Als ik voor een halve marathon train bijvoorbeeld, met duurlopen van twee uur, fiets ik daarna makkelijk twee uur of meer. Het enige waar ik dan aan moet wennen is de zit, maar mijn benen geven geen krimp. Ik loop op het moment om de week een duurloop van zo’n 15 kilometer (ruim 1,5 uur). Daarmee kan ik dus prima mijn conditie onderhouden in de tijd van het jaar dat fietsen minder aangenaam is. Hardlopen kost minder tijd, dus ben je minder blootgesteld aan de elementen, het kan zelfs in het donker, en bij slechter weer (hardere wind, stukjes glad).
  2. Oefenen met wedstrijden ‘in het rood’. De tijdrit straks is zo kort dat dat een inspanning wordt boven mijn omslagpunt/anaerobe drempel. Dat doet pijn – al na een paar minuten gaan mijn benen dan ‘niet zo hard! dit houden we niet vol’ roepen, en de kunst is om dat te negeren. Dat kan ik goed oefenen hardloopwedstrijdjes tot maximaal een kilometer of zes. De vijf kilometer van de Parkrun is er ideaal voor. Ik wilde die dit seizoen minstens elke maand lopen, en dat is in september, oktober en november gelukt, en dat leverde inderdaad inzicht op over hoe ik dat kan doen, dik 25 minuten die benen negeren. Sindsdien zit de klad er een beetje in: ik was een keer te moe, het was een andere keer te slecht weer, en ik had andere hardloopplannen. Dat is geen probleem – het voornemen staat nog voor de komende maanden.

Die andere hardloopplannen, die dienen ook een belangrijk doel: de wintertraining leuk houden. Daartoe heb ik vanaf november een boel leuke loopjes gedaan. Ik schreef er al eerder over, de vier die ik daar in het vizier had waren ook allemaal leuk: de Tankloop, de Nieuwsjaarsloop van Spirit (1e, dubbele, foto hieronder), de Gorzentrailrun (samen met Nicole, 2e foto) en de Kraanvogelloop.

Ik loop twee keer in de week, en met die leuke dingen, de duurlopen en af en toe een vijf kilometer blijft er niet eens zo heel veel gewone trainingstijd over. Als ik ga trainen, doe ik een intervaltraining, ik verwerk daarin de traptraining en houd het verder licht, om ervoor te zorgen dat de totale belasting niet te groot wordt – wat wil zeggen: om ervoor te zorgen dat ik steeds voldoende hersteld ben om bij spinning diep te gaan.

Ik blijf hardlopen omdat ik wel degelijk triatleet blijf en niet straks weer bij nul wil moeten beginnen met opbouwen, en ook omdat ik van vroeger weet dat alleen fietsen voor mijn lijf te eenzijdig is. Hardlopen houdt mijn heupen en onderrug soepeler, dat kan ik voelen, en wat ik wéét is dat hardlopen goed is voor mijn post-menopauzale botten – de beste osteoporosepreventie die er is.

Maar bovenal blijf ik hardlopen omdat het lekker is. Diepgaan op vijf kilometer is lekker, die loopjes zijn hartstikke leuk, en hardlopen blijft een heerlijke manier van luchten en van invullen van #projectdaglicht. Dat dat dan deze winter ook nog helpt voor de sportieve fietsdoelen is helemaal mooi.

Door |2023-02-22T14:16:17+01:003 februari 2023|Fiets, Loop|0 Reacties
Ga naar de bovenkant