Jaararchieven: 2014

Zwemles #zinin

Vanavond heb ik de tweede van drie lessen van mijn elitecursus zwemmen van Zwemanalyse. Dat woord ‘elite’ vind ik nog steeds wat vreemd klinken in combinatie met mij, maar de eerste les, zes weken geleden, was wel degelijk precies wat ik nodig had. Ik ben dus erg benieuwd wat de tweede les gaat brengen. In elk geval popel ik om te horen of ik mijn huiswerk goed heb gedaan.

Dat huiswerk, dat bestond alleen uit techniek. In de vorige les leerde ik dat er een fikse techniekfout in mijn slag was geslopen: ik trok in de doorhaal mijn elleboog naar achter, in plaats dan dat ik mijn hand naar achter duw om me af te zetten tegen het water. Daar was ik me niet van bewust. Ik had op allerlei technische dingen leren letten, maar net dat niet. En zelfs met ‘letten op’ sluipen er fouten in, want ik had gezworen dat ik mijn armen keurig uitstrekte, maar de video en foto’s toonden anders. Deze foto komt uit het geschreven verslag (wat een service, hè?!):
Gebogen elleboog

Ik vond het zelfs op dat beeld nog niet echt heel ‘duidelijk’ om te zien, maar inmiddels zie en voel ik het bij het zwemmen ook en ben ik ook bezig écht die elleboog uit te strekken. Het is een mooi voorbeeld van hoe moeilijk het is om in het water precies te weten wat je ledematen doen en waar ze zich bevinden: je proprioceptie is slechter dan op het land. Daarom is zwemmen ook zo’n technische puzzel, en heel anders dan de twee andere triathlonsporten. Het maakt het ook leuk trouwens.

Ik ben deze cursus gaan doen omdat ik gefrustreerd raakte over het zwemmen. Toen ik drie jaar geleden mijn eerste kilometer borstcrawlde, in 23 minuut-nogwat, deed ik maar wat. Ik heb sindsdien twee borstcrawlcursussen gevolgd bij Tri-Experience en heb ook al die jaren drie keer per week toegewijd gezwommen, overigens wel met onderbreking van fiets- en wandelvakanties waarna het vaak voelde alsof ik qua kracht en conditie weer bij nul moest beginnen. Ik zou verwachten dat ik dan echt wel die, zeg, vier minuten sneller zou hebben moeten kunnen worden. Niet dus.

Ik ging op een gegeven moment alleen nog maar achteruit. Op één van de eerste dagen van dit jaar zwom ik vrijwel achteloos wat achteraf mijn snelste kilometer ooit bleek te zijn, in 20’34. Op weg naar het breken van die 20-minutengrens, dacht ik, maar niet dus. In het triathlonseizoen was ik een minuut per kilometer langzamer. Daar snapte ik niks van. Het gaat me niet eens zozeer om die minuut, want een minuut per kilometer is straks 4 minuten op een totale duur van die hele triathlon van minstens een uur of 13, dus dat kan niet bommen, zeg maar. Het gaat meer vooral om dat ik wil dat mijn trainen rendeert.

Dus dat is nu voor mij ook alweer een puzzel: hoe kan ik het beste trainen voor dat zwemmen? Ik heb eigenlijk nog geen idee. Wel is me duidelijk dat ik het vooral van techniek moet hebben. Ik moet het zeker niet hebben van mijn kracht. Ik zal ook nooit een topzwemmer worden, met mijn iele bovenlijf en kleine handjes, en veel te laat ermee begonnen. Ik kan daarom ook wel accepteren dat ik niet veel sneller zal worden. Het is wat mij betreft ook prima om die tering naar de nering te zetten en me te richten op zo ergonomisch mogelijk eerst 1,9 en daarna 3,8 kilometer zwemmen overleven. Ook prima – maar dat wil ik dan doen met zo min mogelijk inspanning. Kan ik weer meer hardlopen, zeg maar, daar is wel degelijk meer te winnen voor me nog. En/of ik ga mijn training anders opbouwen, want ook dat is vorig jaar misgegaan, denk ik: dat ik te vroeg op snelheid ben gaan trainen en zo te vroeg heb gepiekt.

Waar ik het voor fietsen wel weet en bij hardlopen begin te snappen, heb ik eigenlijk nog geen flauw idee hoe ik in het zwemmen het beste gedij. De elitecursus helpt me daar echter wel bij, vanwege de grote individuele aandacht voor mijn techniek. Het was een beetje een gok, ik was er door googlen op geattendeerd, maar die eerste les smaakte dus zeker naar meer.

Vandaar: vanavond zwemles, #zinin!

Door |2014-12-03T17:27:56+01:003 december 2014|Zwem|0 Reacties

Lang koud nat haar

De hele triathlon is niet het enige lange-termijnproject waarmee ik bezig ben; sinds voorjaar 2011 laat ik ook mijn haar groeien. Ik heb mijn hele leven kort haar gehad, en ik was benieuwd hoe het is om lang haar te hebben. Sowieso, maar zeker ook omdat ik een gezonde, voluminueze bos heb die best gezien mag worden. Zelfs met toenemend grijs erin. Het is in de tussentijd, met ook wat stappen terug om het een beetje toonbaar te houden, tot op mijn schouders gegroeid ondertussen, het langste haar dat ik ooit gehad heb.

Over dat lange haar is een boel te zeggen, laat ik het hier tot één ding beperken: dat het best onhandig is bij het sporten. Aanleiding voor deze blogpost nu is dat het buiten best wel koud is, en dat dat lastig is als ik ben wezen zwemmen. Het duurt namelijk hartstikke lang voordat dat lange haar droog is, en zo zit ik dan op de fiets terug uit het zwembad met die koude, vochtige kop. Ik zou het in het zwembad kunnen föhnen, maar dat kost veel extra tijd en ik houd daar helemaal niet van.

Ik zet dus nu maar een latex badmuts op in plaats van de gebruikelijke stoffen, maar die zit niet zo lekker (toch een beetje een soort condoom over je hoofd), en ook die houdt het ook niet helemaal droog. Dat heeft dan weer een ander nadeel, want ik kan mijn haar dan natuurlijk ook niet onder de zwembaddouche uitspoelen, dan is alles voor niks, en zo blijft er dus onder dat latex zwembadwater zitten – bleh. Mijn haar dan thuis alsnog uitspoelen kost helemáál veel extra tijd en gedoe.

Dit komt nog bovenop eerder ondervonden onhandigheden bij het zwemmen: dat dat haar in mond, neus en ogen hangt als ik het los houd, en dat het zich in het water uit zijn knotje of staartje loswurmt. Vandaar dus die stoffen badmuts, waar ik overigens wel vrede mee heb: het is een kekke bandana, die lekker zit, en in een kleur die ook goed zichtbaar is in open water.

En dat is dus allemaal nog los van de andere sporten: van het haar dat in mijn ogen hangt bij het hardlopen, en dat nu wel braaf in een knotje blijft zitten, maar in een tussenfase was ik afhankelijk van een haarband. En dat een knotje dat goed zit voor hardopen in de weg zit onder een fietshelm, dus bij een triathlon moet ik het knotje bijna in mijn nek leggen, en daar was afgelopen seizoen mijn haar nog aan de korte kant voor plus dat het zich dan weer moeilijk onder een badmuts laat stoppen. Ja, staart kan ook, maar dat vind ik geen gezicht, daar is mijn haar ook nog niet lang genoeg voor. Misschien komend seizoen wel?

En dan zwijg ik nog over de haren die ik de hele tijd overal tegenkom, ook op plaatsen waar dat beslist niet de bedoeling is, zoals in mijn eten of de afvoer van de wastafel verstoppend. Je schijnt ongeveer 100 haren per dag te verliezen, en het maakt voor hun zichtbaarheid nogal uit of dat lange of korte zijn, zo merk ik.

Gedoe, hoor, lang haar, en dat is allemaal nieuw voor mij. En juist daarom is het ook leuk, want ik houd van nieuwe dingen, dat zit ook achter het hele triathlon-avontuur. Want ik kan wel mopperen over die knotjes, tot begin van dit jaar wist ik niet eens hoe je er eentje maakte, ik heb dat moeten leren van een YouTube-filmpje (geweldig wat die jonge meiden kunnen voor de camera!). En dat soort dingen, daarom is het toch de moeite waard.

Door |2014-12-02T17:23:56+01:002 december 2014|Zwem|0 Reacties

De onopzettelijke Ironman

Afgelopen weekend mijn eerste leuke triathlonboek gelezen. Het was pas mijn tweede triathlonboek ooit, en het eerste was The Triatlete’s Training Bible, en dat las ik meer om van te leren, wat overigens ook leuk is, maar toch anders – want The accidental Ironman is vooral hilarisch – al is het alleen maar vanwege de ondertitel ‘how triathlon ruined my life’. Valt overigens wel mee, hoor, dat ruïneren. Zelfs zijn relatie overleeft al z’n gekkigheden en z’n vele getrain. Zijn vrouw vergeeft het hem  kennelijk zelfs dat hij zo nodig op haar 40e verjaardag een marathon moet gaan lopen – in Zweden nogalliefst.

Het is dus heel erg grappig, met die typische Britse humor en enorme zelfspot – en dan zijn waarschijnlijk nog een boel grappen me ontgaan vanwege de subtiele taaldingen en de vele hints naar Britse omstandigheden en actualiteit. Brunt neem de hele triathlonwereld op de hak, met z’n ijdele imponeergedrag en z’n gadget-manie bijvoorbeeld. Maar hij neemt dus vooral zichzelf op de hak, ook al mogen zijn prestaties er best zijn. Althans, sommige, want soms klooit hij vooral maar wat aan. Zo doet hij zijn eerste marathon en triathlon zonder veel training of voorbereiding, en ja, dan gaat er van alles mis. Maar zo ‘accidental’ is alles nou ook weer niet. Althans, we rollen er allemaal enigszins in, en van het een komt dan het ander, en dat is bij hem niet anders.

Wat hem daarbij precies drijft, daarvoor moet je wat tussen de regels door lezen. In elk geval is hij kennelijk nogal beïnvloedbaar, want er hoeft maar iemand uit zijn sportvriendenkring te roepen ‘doe je ook mee aan X?’ of hij doet het, ongeacht of dat nou een Ironman is of een loopje om de hoek. Heel eerlijk is hij als hij opbiecht dat je je als veeltrainende triatleet superieur kunt voelen aan het klootjesvolk dat maar wat komt ronddobberen in het zwembad, of dat helemaal de bank niet afkomt en daar dik zit te worden. Geen fraaie gedachten en je leest ze dan ook niet zo vaak, maar als ik eerlijk ben zijn ze wel herkenbaar.

Naast grappig en ontzettend goed leesbaar gaat het boek ook nog echt ergens over. Bijvoorbeeld: het wordt ergens halverwege ronduit ontroerend, als Brunt omschrijft wat bij de Ironman van Lanzarote de aanleiding is voor zijn ‘personal worst’. Ik zal dat niet verklappen, want het is echt een boek dat je zelf moet lezen!

Door |2014-12-01T17:21:54+01:001 december 2014|Boeken|0 Reacties

“Kost dat niet heel veel tijd?”

Heb ik daar nou tijd voor, voor al dat sporten? Nou, nee, die heb ik niet, die maak ik. Ik bedoel: er zit geen gat in mijn tijd dat ik opvul met sporten. Het is passen en meten. Maar dat doe ik graag. En ja, ik zit ook nog regelmatig een avond op de bank en ik heb ook nog andere hobbies en niet-sportende vrienden. En een man en een huishouden, maar geen kinderen – dat scheelt.

Mijn trainingsschema uitvoeren lukt niet altijd, maar meestal wel. Ik heb het voordeel van eigen baas zijn en dus mijn eigen tijd kunnen indelen. Bovendien kan ik dankbaar gebruik maken van de dalen in mijn werkbelasting. Als ik thuis aan het werk ben, ga ik graag in het lunchuur zwemmen bijvoorbeeld. Het is met mijn werk wel hollen of stilstaan, want waar op een dag thuis alles kan, heb ik ook wel dagen waarin ik met een vroege trein naar Amsterdam of verder vertrek en ergens in de loop van de avond eindelijk weer eens thuis ben, met twee keer een reis in de spits achter de rug en soms daartussenin met een weerbarstige groep gestoeid. Dan is sport hooguit ontspannend, voor zover het nog lukt op die tijd van de dag.

Een enkele keer combineer ik wat en ga ik zwemmen in de buurt van mijn opdrachtgever, of ook wel bij bezoek aan mijn broer in Vlissingen – het Vlissingse zwembad zit ruim in zijn jasje qua banenzwem-uren. En in de zomer is de zwempuzzel een stuk makkelijker: dan trek ik thuis mijn wetsuit aan en spring ik zo achter ons huis in de Schie.

In geval van twijfel (stress, moe) laat ik ook wel eens wat vervallen. En soms gebeurt dat tegen wil en dank. Zoals laatst: afspraak liep uit, maar ik kon nog net op tijd terug zijn om mijn RA-loopgroep tegemoet te lopen, want de training zou in onze richting zijn. Maarja, toen werkte de NS niet mee en werd het nog dik een  half uur later… grumbel. Niet trainen die avond dus; de volgende dag lopend naar het zwembad dan maar, zo sla ik ook wel eens twee vliegen in één klap.

Of die keer dat ik in het zwembad ontdekte dat mijn badpak nog thuis aan de lijn hing te drogen. Razendsnel ging ik na of ik die week nog op een ander moment kon gaan zwemmen – ik ken de openingstijden van de zwembaden binnen een half uur fietsen uit mijn hoofd. Maar nee. Nouja, diezelfde avond nog, maar ik had manlief beloofd om eindelijk eens een avond rustig thuis te zijn…

Ach, en zo is er wel eens wat. Maar meestal lukt het dus met enig gepuzzel wel. Die puzzel leg ik meestal voor een week vooruit. Soms kost het enige hoofdbrekens, en dan moet ik meel eraan herinneren dat lopen te piekeren over wanneer welke training toch wel écht een luxeprobleem is!

En oja: een heleboel triatleten trainen nog veel meer, velen twee keer per dag, dus bijvoorbeeld ’s ochtends vroeg zwemmen en dan uit het werk nog lopen of fietsen. Ik doe dat alleen als het qua planning eens een keer zo uitkomt, maar liever niet – daar ligt toch echt wel een grens voor mij, zowel in de tijd als in de belastbaarheid van mijn lijf, maar vooral ook: omdat ik verder ook nog een leven over wil houden. Maar in de ogen van de fanatieken ben je ‘lui’ als je niet twee keer per dag traint, dat heb ik er wel eens horen zeggen. Het is dus allemaal relatief.

Door |2014-11-28T17:13:04+01:0028 november 2014|Triathlon algemeen|0 Reacties

Als…

Ik heb vandaag mijn beste lange afstand ooit gelopen – dat geeft moed. Ik ben dit seizoen bezig de halve marathon beter onder de knie te krijgen. Vorig jaar heb ik een fatsoenlijke gelopen in 1u 58’43, en dit seizoen gaat het tot nu toe allemaal beter: de lange duurlopen gaan makkelijker en de snelheid komt ook makkelijker. Twee weken geleden heb ik de eerste halve marathon van het seizoen gelopen. Ik had toen geen topdag en het was zwaar in de wind en op het harde asfalt van de gloednieuwe A4, en dus kwam ik niet verder dan 2u01’59, en dat was een teleurstelling (al was het wel erg leuk om te doen, die A4run).

medaille

Vanochtend was een ‘tussendoortje’: een wedstrijd die niet op mijn schema stond maar die me wel leuk leek en die een intensieve duurloop verving: 10 Engelse mijlen bij Spirit (‘Spirit goes British’). Bij Spirit kom ik vaker; manlief was er lid voordat hij naar Rotterdam verhuisde, en ik loop altijd graag in de Hoeksche Waard.

Ook dit keer weer. De omstandigheden waren ideaal. Ik twijfelde even, maar koos voor korte broek en dat bleek zelfs nog bijna te warm. Op 22 november dus hè, wauw! Er was een windje, maar tegen hinderde het niet en de laatste drie kilometers blies het lekker in de rug. Ik raakte bij de start aan de praat met een kerel met wie ik vervolgens 12 kilometer gelijk op liep, keurig vlak net onder de beoogde 5’30 per kilometer. Die laatste kilometers kon ik nog fiks versnellen, en zo liep ik over de 16, 09 kilometer precies 1 uur en 27 minuten, met een fraaie negatieve split (2e helft sneller dan de eerste). Ha, zo wil ik lopen!

Als ik in duurlooptempo (6’ per kilometer) nog 5 km was doorgelopen, had ik een PR op de halve marathon gelopen, en als ik dit tempo had kunnen vasthouden, was het onder de 1u55 geworden. Dat wil ik graag lopen, en nu weet ik in elk geval dat dat reëel is. Hopelijk zijn de omstandigheden binnenkort een keer zo gunstig op de halve. Want als, daar koop je niks voor!

Door |2014-11-22T17:13:17+01:0022 november 2014|Loop|0 Reacties

Omdat-ie zo heet

Als je een bergbeklimmer vraagt waarom die zo’n hoge berg op wil, zegt-ie vaak ‘omdat die berg er is’. Ik heb dat altijd een raar antwoord gevonden, maar ik realiseer me nu dat voor de hele triathlon iets soortgelijks geldt. Nouja, ik wil de triathlon niet zozeer doen omdat hij er is, maar wel omdat hij zo heet.

Een gedachte-experiment: stel dat een kwart triathlon eigenlijk een hele zou heten, wat niet eens zo gek zou zijn, want het is de basis van de Olympische afstand (die is alleen langer zwemmen). Dan zou de huidige achtste dus de halve heten, de huidige halve de dubbel, en de huidige hele de viervoudige, of misschien iets als de Hawai-afstand, waar daar komt-ie vandaan.

Ik denk niet dat ik dan zou overwegen die viervoudige te doen. Waarom zou je iets dubbel of viervoudig doen?

Maar nu wil ik niet de hele tijd met die breuken blijven hannesen. Want een achtste, kwart of halve, dat is altijd maar een deel. Ik wil het geheel. Daarom. Omdat-ie zo heet. En daarmee de norm is.

Door |2014-11-20T17:10:42+01:0020 november 2014|Waarom|0 Reacties

Nieuwe fiets!

Ik heb een nieuwe fiets gekocht! Nouja, besteld, en ik moet not even wachten. Maar de kogel is door de kerk. Tsjonge-jonge, wat had dat een boel voeten in de aarde.

Ergens van de zomer bedacht ik dat ik mezelf wel eens plezier zou mogen doen met een nieuwe fiets. Met de oude heb ik vorige maand ons 12,5-jarig samenzijn gevierd, en ik ben enorm aan die fiets gehecht. Dat is oud, in de racefietswereld, en het is een fiets om te toeren, niet om triathlons mee te rijden. Nouja, tot nu toe ging dat ook prima; ik vond het niet zo interessant om een paar duizend euro neer te tellen om 174e te worden in plaats van 177e. Maar met het oog op de langere afstanden kan ik het mezelf wel heel wat makkelijker maken met een nieuwe fiets. Gewoon vanwege de nieuwheid, en ook wel wat specifieker voor de triathlon.

Dus was de vraag: wordt het een nieuwe racefiets, met opzetstuur, of een triathlonfiets? Ik heb wat mensen gevraagd, wat gegoogled en forums gelezen, maar erg duidelijk werd het me nog niet. Eerst maar eens naar BikeMotion vorige maand. Leuke avond gehad en erna duizelde het me van de fietsen, maar ik had nog steeds geen antwoord op de meest prangende vraag.

Meer googlend kwam ik terecht op http://tri-run.nl/triathlon-time-trial/ en daar vond ik dan wel een antwoord (als je geen zin hebt om de tekst te lezen op die pagina – de foto’s onderaan maken het verschil in geometrie ook duidelijk). Zo ging ik naar een triathlonfiets neigen en bovendien wist ik toen ook meteen waar ik heen wilde voor de broodnodige bike-fitting.
Zo gezegd, zo gedaan, en ik kon al snel terecht bij Jeroen van Tri-run. Erg leuke middag gehad daar, daar vertel ik nog wel eens meer over, en uiteindelijk rolden er een paar fietsen uit die voor mij geschikt waren en binnen mijn budget. Of eigenlijk twee maar, allebei van Felt.

Vervolgens heb ik me een slag in de rondte gegoogled om te zoeken naar onafhankelijke informatie over die Felt-fietsen, want Jeroen verkoopt die, en ik vertrouw hem wel, maar toch even kijken. Nouja, nergens iets kritisch. Of, anders gezegd: Felt-triathlonfietsen in het algemeen en de B14 in het bijzonder zijn fietsen met een bijzonder gunstige prijs-kwaliteitverhouding. Dus wilde ik die wel bestellen. Nouja, ik moest ook nog even gerustgesteld worden over of het überhaupt wel doenlijk is om in de drukte van de Randstad in zo’n ligstuur te trainen – en om die vraag te stellen werd ik eindelijk maar eens lid van het Triathlonforum waar ik al meer dan een jaar op meelas.

Dus ik weer naar Tri-run (weer een keer naar Hilversum dus), en toen ik daar kwam binnenwandelen, had Jeroen slecht nieuws voor me: die B14’s waren in mijn maat uitverkocht, niet alleen bij hem, maar bij Felt zelf. Hoe bestaat het?! Het zijn de modellen voor 2015, sinds oktober op de markt, en dan zijn ze half november al uitverkocht?? Ja dus. Ze zouden er ergens in het voorjaar misschien weer zijn, op z’n gunstigst. En daar wilde ik niet op wachten – ik wil er komend fietsseizoen op rijden.

Sip stond ik nog wat te drentelen in de winkel en me te realiseren dat ik helemaal geen plan-B had, behalve dan de tweedehandsmarkt in de gaten houden. Totdat Jeroen bedacht dat misschien één maat groter ook passend te maken was. Met mijn relatief lange benen en kort bovenlijf heb ik immers ofwel een kleine maat fiets nodig waarvan het zadel en stuur omhoog gezet worden, ofwel een grotere fiets waarvan het stuur dichterbij gehaald wordt – dat ouwetje en ook mijn ‘Afrikafiets’ ogen derhalve gedrongen. Jeroen is gaan rekenen aan de grotere maat en kwam tot de conclusie dat die inderdaad ook gaat passen.

Pfoe!

En die is nu dus in bestelling. Ik ben heel erg benieuwd, het gaat een heel andere fietservaring worden! Trainen voor die 90 kilometer van de halve triathlon van komend seizoen zou ik op mijn oude racefiets op routine kunnen, maar zo gaat het dus toch nog spannend worden! Ik hoop in de winter al een klein beetje te kunnen wennen, en vanaf maart gaat het dan hopelijk los.

Tot nu toe al twee keer en straks voor de derde keer naar Hilversum, een avondje Utrecht, al dat googlen en lezen en zoeken en denken en wikken en wegen… Manlief merkte al een keer op dat het kopen van een fiets meer tijd kost dan het kopen van een huis!

Zoiets dus, maar dan 1 maat groter
Foto: dit was de laatste in maat 51 bij Tri-run in de winkel; maat 54 is voor mij in bestelling. Het is de voorste fiets, de rode. En je mag er dus niet aan zitten!

Door |2014-11-18T17:04:18+01:0018 november 2014|Fiets|0 Reacties

Sporten en de overgang

Ik zat laatste wat te googlen op enerzijds ‘overgang’ en anderzijds ‘sport’, ‘hardlopen’ e.d. Ik was benieuwd of ik ergens iets kon vinden wat aansluit bij twee van mijn ervaringen en ook wel vage vragen – want het valt allemaal nogal mee, die overgang, ik hang bepaald niet van opvliegers aan elkaar, maar dat er hormonaal het een en ander aan het veranderen is, dat is onmiskenbaar. Ik vroeg me af hoe andere sportende vrouwen omgaan met twee lastige verschijnselen:

  • De grillige menstruatie, zowel in timing als in intensiteit – wat als je net tijdens een, zeg, marathon, helemaal leegloopt? Of dan ineens onverwachts… enfin, zoiets dus. Het is mij nog steeds gelukt om genante situaties te voorkomen, maar dat vraagt soms wel wat kunst- en vliegwerk, zeg maar.
  • Het extremer worden van de invloed van de hormonen op je prestatie. Zo noem ik het maar even – wat ik merk, of meen te merken, is dat ik me in de eerste helft van mijn cyclus beter voel dan normaal/vroeger/gemiddeld, en in de tweede helft slechter (gerekend vanaf dag 1 van mijn menstruatie), en dat de invloed op mijn sportieve prestaties navenant is: in die laatste twee weken ben ik minder goed, en noteer ik altijd wel een keer ‘niet vooruit te branden’ in mijn trainingslogboek. Ik heb dat altijd wel een beetje gehad, PMS-achtig ook, maar het verschil wordt groter. Althans, ook weer niet elke maand, want als er één ding de overgang kenmerkt is het wel grilligheid – ook de grilligheid is grillig, zeg maar. Hebben andere vrouwen dat ook, en houden ze daar rekening mee met, bijvoorbeeld, de planning van wedstrijden?

Twee vragen, boel googlen, maarre… geen antwoord, hoor. Nouja, ik vond één oud forumtopic waarin ooit punt 2 werd besproken, dus daarin ben ik kennelijk niet de enige. Over punt 1 vond ik niks. Het is natuurlijk ook nogal een taboe-onderwerp, dat snap ik ook wel, maar allez, op het internet kan alles, toch?

Wel vond ik andere zaken. Verschillende sites betogen dat sporten helpt tegen overgangsverschijnselen (voorbeeld 1, voorbeeld 2). Zal zeker wel, maar ik vind dat altijd de ‘brave’ opvatting van sport voor vrouwen. Zo van: mannen sporten voor de lol en voor de prestatie, vrouwen omdat het goed voor ze is, of het nou voor de slanke lijn is of tegen opvliegers. Dat het goed is, is mooi meegenomen, maar het is voor mij bepaald niet de belangrijkste reden. En als ik zie hoe veel vrouwen zich tegen heug en meug naar de sportschool slepen, vraag ik me af of het wel zo goed is. Voor je lijf misschien, maar voor je ziel?

Verder vond ik ook nog een boel ellende. Als je op het internet afgaat, kunnen massa’s vrouwen helemaal niet meer sporten in die jaren. Sterker nog, ze kunnen niet veel anders meer dan op de bank zitten, en dat is dan ook wat ze elkaar aanraden, op een forum als dat van vrouwenovergang.nl.. Zie bijvoorbeeld dit op-de-bank-zitten-advies of dit onderwerp waarin beweerd wordt dat sporten boven de 50 niet goed kan zijn voor een vrouw , of dit, over dat sporten de overgang erger maakt. 

Ik lees het allemaal met verbijstering. Het zal inderdaad zo zijn dat een heleboel vrouwen deze periode als heel zwaar ervaren en kennelijk op zo’n forum (h)erkenning zoeken. Mij is het volkomen vreemd, zowel de inhoud als de sfeer: zo veel ellende bij elkaar bevestigen. Al kan ik me dan ook nog wel iets voorstellen tegen dat op-de-kop-zitten van vrouwen om ze maar aan het sporten te krijgen omdat dat zo goed voor hen is (zie vorige punt).

Op het Slowtwitch-forum, een Amerikaanse triathlon-site, zijn wel 45+-vrouwen actief. Maar ook daar vraagt in een onderwerp een vrouw zich af of het geringe aantal vrouwen boven de 45 dat deelneemt aan triathlons te maken heeft met de tol die de overgang vraagt. Daar zal zeker iets in zitten, maar ik denk dat een sociologisch effect groter is: het is ‘gek’ voor oudere vrouwen om aan prestatiegerichte sport te doen (daarover op dit blog ongetwijfeld vaker wat).

Verder kwam ik ergens een keer de opmerking tegen dat oudere vrouwen die nog wel goed meekomen, ongetwijfeld allemaal hormonen slikken (ik kan dat niet meer vinden, dus deze moet even zonder bronvermelding). Dat vind ik ook nog wel interessant. Zou het? In elk geval: ik niet, ik ben het niet van plan, al zeg ik nooit ‘nooit’ bij dit soort dingen. Ik hoop in elk geval zeker niet dat ik ooit in de verleiding kom om met zulke middelen mijn sportieve prestaties op te krikken. Want dat beschouw ik als doping. Zou daar ooit op gecontroleerd worden?

Door |2014-11-10T17:14:41+01:0010 november 2014|Vrouwensport|0 Reacties

Trainingsdoelen en –schema winter 2014/’15

Mijn hoofddoel is om in 2016 een hele triathlon te volbrengen. Belangrijkste tussendoelen zijn het volbrengen van een ‘fatsoenlijke’ halve triathlon in juni 2015 en het lopen van mijn eerste marathon in de herfst daarna. Van de drie sporten is lopen voor mij het heetste hangijzer: ik ben geen snelle zwemmer maar dat maakt niet zo veel uit, ik kan die 3,8 km vast wel overleven; fietsen is mijn oudste en ‘sterkste’ sport en de enige van de drie die ik echt goed beheers en waar ik veel ervaring mee heb. Maar dan nog dat lopen… daarin gaat dus de meeste energie zitten de komende tijd.

Onderweg naar de halve triathlon ben ik op dit moment bezig met de halve marathon beter onder de knie te krijgen, en in januari en februari ook al langer dan die 21 km te lopen (zodat ik straks na die 90 kilometer fietsen denk ‘het is máár 21 kilometer hardlopen). Vanaf maart ga ik dan ook weer fietsen. Het zwemmen is op dit moment vooral gericht op techniek, met behulp van een elite-cursus van Zwemanalyse; in het nieuwe jaar komt daar dan ook weer wat snelheid en duur bij.

Op dit moment is mijn trainingsschema 2-0-3 (+1). Dat is cryptisch voor:

  • Ik zwem twee keer in de week een uurtje, vooral op techniek dus.
  • Ik fiets niet, althans, ik train niet voor het fietsen. Wel rijd ik meestal bij elkaar nog 2 à 5 uur per week in brokjes van 10-30 minuten en soms langer op mijn stadsfiets. Dat is geen trainen, maar vervoer, maar het scheelt wel toch.
  • Ik loop drie keer per week hard, in principe twee keer bij de atletiekvereniging RA. Daar doen we verschillende intervallen en loopscholing, op de baan en ‘buiten’. Afhankelijk van de aard van de training en of ik lopend of op de fiets erheen ga, is dat 10 à 18 km hardlopen. In het weekend dan een lange duurloop van 2 uur of een wedstrijd.
  • Die ‘(+1)’ slaat op de krachttraining/fitness die ik doe: eens per week ga ik een half uur naar de sportschool voor krachttraining voor de zwem- en fietsspieren en voor de beroemde ‘core stability’, goed voor alledrie de sporten en ook nog wel voor het dagelijks leven. Overigens doe ik de twee belangrijkste oefeningen (schouders en plank) ook nog één van de twee keren bij RA in het krachthonk.

Als ik dit netjes spreid over de week, houd ik één rustdag over, en die dag doe ik dan ook zo min mogelijk, dus liefst ook niet op de stadsfiets rijden, en dat zeker niet lang, zwaar of hard (dus niet tegen de wind in een trein moeten halen). En dit is ook het maximale programma – het komt met enige regelmaat voor dat ik iets oversla, vanwege extra rust nodig en/of om planningsredenen.

Door |2014-11-03T17:01:27+01:003 november 2014|Triathlon algemeen|0 Reacties

Mijn niveau: PR’s en andere mijlpalen

Deze post is bedoeld om mede-sporters een beetje een idee te geven van mijn niveau. Ik pas ‘m daarom af en toe aan. 

PR’s, allemaal uit 2014, afstanden die ik vaker heb gedaan:

10 km (Dordrecht): 52’30 Halve marathon (Gouda): 2u58’42 Achtste triathlon (Vrouwentriathlon Beesd): 1u19’58 Kwart triathlon (Ter Aar): 2u35’31

Sinds de start van dit weblog heb ik mijn PR op de 5 km verbeterd tot 25’30, op de halve marathon is er een halve minuut afgegaan en op de achtste triathlon dik 4 minuten. Ik heb bovendien een enkele marathon gelopen en ‘middenafstand’ triathlons gedaan, al was dat best moeizaam. Mijn snelste kilometer tot nu toe zwom ik op mijn 51e verjaardag, januari 2017: 19’54.

Met mijn loop- en triathlonuitslagen verschilt mijn klassering van winnen (één keer werd ik eerste dame bij een lokaal loopje van 5 km hier in Overschie) dan wel een podiumplek (in mijn leeftijdscategorie een paar keer bij een loop van 5 of 10 km en bij één sprint-triathlon), tot ergens ver in de achterhoede net niet laatste worden (1/3 triathlon van Ter Aar, snellere halve marathons). Bij de grote, massale lopen zoals de Bruggenloop eindig ik ergens halverwege het veld, en dus in het ‘linkerrijtje’ in mijn categorie. En nog een indicatie: bij een veldloop in april 2014 werd ik op de langste afstand, 12 kilometer, 8e in mijn categorie. Als ik over de kortste afstand, 6 kilometer, precies half zo lang had gedaan, was ik ook daar 8e geworden, bij een vier keer zo groot deelneemstersveld. Hoeveelste ik word, zegt dus vooral iets over het deelnemersveld. Ik ben tevreden als ik voor mijn gevoel naar behoren heb gepresteerd, en niet op grote achterstand laatste word.

Van het fietsen is het lastiger om PR’s te geven, omdat een fietsprestatie zo afhankelijk is van de omstandigheden (weer, alleen of samen, fiets e.d.). Ik heb op mijn ‘palmares’ als belangrijkste wapenfeiten een Rondje Zuiderzee (320 km), Luik-Bastenaken-Luik en de Amstel Gold Race (150 heuvelachtige kilometers) en La Marmotte (180 kilometer over 4 Alpencols), maar ook de Tour d’Afrique (10.000 kilometer dwars door Afrika, in 4 maanden) en de Tour Arctic (met de laatste 730 kilometer onverhard over de Dempster Highway). In 2017/18 fietste ik 4778 kilometer door Nieuw-Zeeland en op Tasmanie (journaal). 

Mijn fietspiek dateert wel van een aantal jaren geleden, ik ben wel minder geworden door een combinatie van ouder worden en dus een dalende maximale hartslag, een paar wat magere jaren en daarna de verbreding met ook gaan hardlopen en zwemmen erbij. Mijn duurvermogen is nog steeds prima, maar mijn piekvermogen is afgenomen. Wel is bij elke triathlon nog steeds fietsen relatief mijn beste onderdeel. Ik reed bijvoorbeeld in de zomer van 2014 bij elke triathlon (achtste, kwart, derde, dus 20, 40 of 60 km fietsen) tussen de ongeveer 31 en 33 km/u gemiddeld. In 2019 reed ik als onderdeel van een trio-triathlon de 180 km van de Challenge Almere in 5u49 (30,9 km/u gemiddeld) – dat beschouw ik als één van mijn grootste fietsprestaties ooit.

Nog een indicatie voor de kenners van vermogensgetallen: de getallen van een recente maximaaltest. Dat is een stuk minder dan in mijn beste jaren – in 2011 was het maximaal nog boven de 300 Watt bijvoorbeeld, en ik heb 4 Watt/kg gehaald bij mijn omslagpunt. Maar goed, dat is inmiddels wel tien jaar geleden, en mijn maximale hartslag is sindsdien ook al een stuk gedaald door het ouder worden.

En om de getallen af te maken: ik weeg ongeveer 62 kilo bij 1,77 meter (BMI van net onder de 20; vetpercentage is op net boven de 20 geschat). Dat is al jaren stabiel.

Tot slot nog leuk om te vermelden: mijn wandel-palmares: twee keer de Zeeuwse kustmarathon en de BiWanTo, het Grote Rivierenpad (LAW 6, vanaf mijn huis naar Kleef, plus alle varianten), de West Highland Way (Schotland), Coast-to-Coast (Engeland), Wicklow Way (Ierland), het Müllertal Trail (Luxemburg), de zuidelijke helft van Offa’s Dyke Path (Wales/Engeland) en de Dolpo-trekking in Nepal, met daarin mijn hoogste punt ooit (de Baga La pas, 5200 meter).

Door |2014-11-03T16:58:07+01:003 november 2014|Triathlon algemeen|0 Reacties
Ga naar de bovenkant