Waarom

Terugblik: de rest van de wereld

De terugblik is wat navelstaarderig aan het worden, dus ik doe er even een bredere kijk op de wereld tussendoor, wel gekoppeld aan mijn sportervaringen.
 
Het jaar van mijn Ironman was voor die wereld geen makkelijk jaar. Het meest schokkend vond ik nog het Brexit-referendum, zo kort nadat ik in een triathlonweekend negen landsgrenzen was overgestoken, waarvan twee in de wedstrijd, en voor het eerst in Schengen was geweest. Ik heb daar nog vaak aan terug moeten denken, het gaat er natuurlijk ook nog vaak over, maar ook omdat ik op de dag van de uitslag misschien wel de mooiste fietsrit had van alle trainingen van afgelopen zomer. Ik heb daar toen niet eens zo uitgebreid over geschreven, het was ‘maar’ een training immers. Maar dit verhaal heb ik sindsdien al een paar keer verteld, bijvoorbeeld in het kader van waarom sporten zo goed en zo fijn is:
 
Ik had die vrijdag 180 fietstrainingskilometers op het programma staan, en ik zou een ‘rondje eilanden’ doen: naar de wide open spaces van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse dammen en dijken, weilanden en watervlaktes, het land waar ik vandaan kom en me mee verbonden voel. ’s Ochtends wilde ik wel nog even het nieuws zien, vanwege de uitslag van het Brexit-referendum. Wat een mokerslag!
 
Met een donderwolk van hier tot gunter rond mijn hoofd stapte ik op de fiets. Ik had eerst wind tegen en het ging nog regenen ook, maar dat paste wel bij mijn stemming.
 
Gaandeweg draaide ik gunstiger in de wind en het weer klaarde op tot stralend zonnig. Mijn hoofd ging daarin mee, en helemaal opgeruimd en verfrist kwam ik na 180 kilometer thuis aan. Ik had de Brexit niet opgelost, dat kan niet natuurlijk. Ik was er zelfs niet intensief mee bezig geweest. Ik kon me later niet herinneren waar ik dan wel aan had gedacht. Maar dat maakt niet uit: het fietsen, het weer, de vele uren van alleen zijn en het landschap hadden hun heilzame werk gedaan.
 
De andere verkiezingsuitslag, die in de VS, zag ik veel beter aankomen – en alles went, denk ik. Diezelfde week was ik meer onder de indruk van het overlijden van Leonard Cohen. Kijk maar naar mijn Ironman-playlist: daar staan twee nummers van hem in, al is er eentje gezongen door iemand anders. Dat hij er niet meer is, dat raakt me. Al heeft hij een aardige leeftijd bereikt en heeft hij bovendien als laatste album nog een geweldige nalatenschap afgegeven:
 
cohen
 
Het titelnummer, ‘You want it darker’, man-o-man, dat gaat tot diep in mijn ziel. Luister vooral naar die prachtige donkere tonen van het koor.
 
Het is dat album en vooral dat nummer dat me de afgelopen maanden begeleidde, onder andere in de auto naar de bijeenkomsten van de hardlooptrainersopleiding. Die deels ook nog in het Olympisch Stadion waren, daar waar ik Cohen in 2012 voor het eerst live zag – een van de mooiste concertervaringen uit mijn hele leven.
 
Dan was het in november ook nog een jaar geleden dat manlief en ik de marathon van Istanbul liepen. Wat er in die stad en verder in Turkije sindsdien allemaal gebeurd is, dat kan ik amper bevatten. Er zijn aanslagen geweest, de een na de ander, op of vlakbij plaatsen waar wij ook geweest zijn. En dan die staatsgreep en de nasleep daarvan. Die marathon, die startte bij de brug die toen nog Bosporusbrug heette, maar nu de ‘15 Juli Martelaarsbrug’ – dat zou ik toch moeilijk uit mijn strot krijgen. We voeren er de dag na onze marathon op onze rondvaart over de Bosporus zo naartoe (en ergens achter die moskee was die aanslag van Oud&Nieuw, als ik het goed zag op tv):
 

2015_11_16_0086

 Dat zijn zo wat beschouwingen. Dát ik zo geschokt was door het Brexit-referendum, was om vele redenen, maar ook omdat op dat moment tot me doordrong wat een roekeloze gok dat was geweest van Cameron. De polarisatie in ons deel van de wereld vraagt om veel grotere bezonnenheid dan dat. Voor dit nog zo nieuwe jaar hoop ik daarom, naast op vrede in Syrië, op veel wijsheid bij onze eigen leiders. 
 
Door |2017-01-08T17:31:49+01:008 januari 2017|Fiets, Triathlon algemeen, Waarom|0 Reacties

Terugblik: turbulentie!

Flyer toneeluitvoering BloedbruiloftZomaar ineens was dat grote doel waar ik twee jaar naar toe had gewerkt behaald en het proces ten einde. Zeker in de laatste maanden had het een groot deel van mijn tijd en aandacht opgeslurpt, en had ik er nogal wat voor opzij geschoven – ik schreef daar eerder over (voorbeeld). Van die focus heb ik enorm genoten, maar ik heb er ook naar uitgekeken om weer tijd en aandacht te hebben voor andere dingen.
 
Zo had ik me al voor de Ironman ingeschreven voor toneel (in februari uitvoering, komt dat zien!), een opleiding in de acceptance-and-commitmenttherapie (ACT) en ik had me voorgenomen om eindelijk examen te doen in de schriftelijke cursus Sportpsychologie en coaching die ik anderhalf jaar eerder in huis had gehaald.
 
Dat is allemaal gelukt:
 
Certificaat ACT-opleiding
Diploma sportpsychologie en coaching
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Als eindopdracht voor die opleiding Sportpsychologie heb ik trouwens een workshop ‘Omgaan met wedstrijdspanning’ ontworpen. Geschikt voor groepen, dus als iemand interesse heeft voor bijvoorbeeld de atletiekvereniging, hoor ik dat graag. Ik heb het thema geïllustreerd met wat ik nog steeds één van mijn mooiste Ironmanfoto’s vind – van kort voor de start:
 

2016_08_28_0063

 En toen… zat er nog meer ruimte in mijn tijd en er kriebelde van alles,  ook nog eens aangewakkerd door die ACT-opleiding (die was erg leuk, goed, nuttig), en ook wel omdat het met mijn werk redelijk rustig was. Met een beetje kabbelen neem ik niet zo gauw genoegen, vandaar dat gekriebel.
 
Het leidde uiteindelijk tot drie nieuwe plannen die nu volop in werking zijn:
 
  • Ik ga weer een boek schrijven! Of ik moet zeggen: we, want het is samen met Nicole. De werktitel is ‘Je hoeft geen supermens te zijn om  je grenzen te verleggen’; we willen trainingsadviezen geven voor ‘gewone stervelingen’ of ‘mindere goden’ (‘voor losers’, zegt manlief). Ons is het namelijk al een tijd een doorn in het oog dat de trainingsadviezen die je in boeken en op internet vindt, gericht zijn op, of op z’n minst afgeleid zijn van, toppers. Daar vindt immers het onderzoek plaats, en daar verdienen trainers het beste hun brood. Maar als je, bijvoorbeeld, ouder bent, minder getalenteerd of ergens een andere beperking hebt, dan vind je weinig. Dat gat willen wij vullen, deels met echte adviezen en kennis, deels met ervaringsverhalen van onszelf en anderen – en Nicole voegt daar een geweldige dosis humor aan toe!
    Er is een hoop meer over te zeggen, natuurlijk, maar dat doen we wel in het boek. Jullie horen er natuurlijk te zijner tijd meer over – na deze terugblik zet ik een punt achter dit weblog, maar ik zal nog zeker terugkomen als er iets te melden is over het boek. Dat kan nog wel even duren natuurlijk. Als je ideeën hebt voor de uitgave ervan, dan horen we dat graag!
  • En toen…. Besloot ik ook nog hardlooptrainer te worden, althans, de opleiding te gaan volgen. Sinds half november ben ik HIO, hardlooptrainer-in-opleiding, bij RunningHolland. Ik vond het tijd worden om twee jaar gemopper op hoe de trainingen bij RA gaan om te zetten in iets constructies (probleem is nu wel dat ik alleen maar kritischer word, maarja, da’s een tussenfase), een papiertje halen leek me goed voor mijn geloofwaardigheid als schrijver van een boek met trainingsadviezen, en ik heb nog vagelijk ook wel een gevoel van missie om iets te betekenen vooral voor vrouwen die zich tegen heug en meug naar de sportschool slepen omdat ze ‘moeten’ sporten. Maar concreet is dat nog niet, ik heb nog geen heldere plannen voor zelf trainer zijn.
    Eerst die opleiding maar eens. Die is leuk maar pittig. Ik heb er veel aan voor mijn eigen lopen (zie mijn verhaal van eerder over techniek, dit is de andere ‘input’ voor daar hard aan werken op het ogenblik), vind het leuk om met de groep samen te trainen en elkaar aan het werk te zien, ik leer ervan bijvoorbeeld op het gebied van anatomie en fysiologie en ook po het gebied van hardloop-trainingsleer meer tot in detail dan eerder. Ik vind het leuk om zelf trainingen te geven en dat gaat ook goed tot nu toe – ik heb al flink wat kwaliteiten gescoord, want dat is de beoordelingswijze.
    Maar het kost wel veel tijd (dertien zaterdagmiddagen in Amsterdam, plus flink wat huiswerk) en ik vind het soms oncomfortabel om de langzaamste te zijn in de groep – want ja, dat ben ik, en ik heb zelfs al een stuip van faalangst gehad bij een moeilijke oefening. Hoe het eraan toe gaat sterkt me wel in de overtuiging dat er een gat in de markt is voor trainers speciaal gericht op de mindere goden.
  • Van een heel andere orde: ik heb de moed bij elkaar verzameld en ben gestopt met de hormoonsuppletie die ik sinds april gebruikte vanwege mijn slechte slapen, vermoedelijk een overgangskwaal. De pillen hielpen (denk ik), maar ik voelde me er oncomfortabel bij: ervoer het een beetje als de natuur tegenwerken (overgang is geen ziekte) en mezelf chemisch aanpassen om de ratrace vol te kunnen houden, iets waar ik bij ritalin en anti-depressiva altijd tegen ben geweest. Bovendien had ik zo geen idee meer hoe het zat met mijn eigen veranderende hormonen. Ik voelde me wel heel kunstmatig vlakgetrokken. Dat was lekker, maar ook onnatuurlijk. En wat ging ik zo uit de weg?
    Ik voelde me in de periode na de Ironman zó goed dat ik dacht: ik durf het wel weer zonder. Zelfs als het slapen weer zo slecht wordt als ervoor, trek ik dat voorlopig wel, en hopelijk kom ik dan hormonaal in rustiger vaarwater. Mocht ik het niet trekken, dan zijn die pillen er als vangnet. Maar nu: weg ermee! 
    Ik vond het superspannend, maar het gaat prima. Ik slaap redelijk – goed genoeg in elk geval. Minder goed dan met de pillen of dan vroeger, maar veel beter dan de voorgaande vijf jaar, royaal genoeg om goed bij te functioneren. Ik snap ook beter waarom ik slecht slaap als dat zo is, wat meer grip erop geeft. Meer in het algemeen voel ik me op dit moment niet die speelbal van mijn hormonen die ik vorig jaar was. Terwijl het allemaal nog zeker niet voorbij is: nog geen menopauze in zicht. Wel word ik minder vaak ongesteld (hèhè, eindelijk). 
    Over het allerslechtste slapen van vorig jaar denk ik achteraf dat ik mogelijk op het randje van overtraindheid zat, als gevolg van de lange duurlopen in de aanloop naar de marathon en daarna het trainen te vroeg weer te zwaar oppakken. De combinatie van winter + hormonale disbalans + iets te zwaar trainen ontregelde mijn slapen kennelijk, waardoor het helemaal een uitputtingsslag c.q. vicieuze cirkel werd. Maar slecht slapen deed ik de 4 jaren daarvoor ook al, en waarom het ten opzichte daarvan nu zo veel beter is, weet ik niet. Ik ben echt niet vier jaar lang overtraind geweest. Maar ik ben wel blij met hoe het nu gaat!
En zo was het dus in oktober en november best turbulent. Ik zat in verschillende opleidingsachtige situaties tegelijk, dat was druk, en ik moest me in al die situaties verhouden tot enerzijds de groep en anderzijds de persoon vóór de groep (die ook nog wel eens wat over mij roept, zeg maar), en dat terwijl ik het spannend vond hoe het met mijn slapen zou gaan. Maar zo heb ik het gevoel dat ik mezelf ook wel heel hard ontwikkelde. Die comfortzone, die was ik onderweg naar de Ironman al kwijt; ik heb ‘m nog steeds niet teruggevonden!
 
En oja, ondertussen  moest ik ook nog gewoon werken. En dat werd nog een okee jaar ook, dat ik onlangs financieel kon afronden op net iets meer dan mijn streefomzet, en een boel interessante dingen gedaan ook. De zomer was erg rustig, maar dat kwam goed uit dit jaar!
 
Zwart gat na de Ironman? Absoluut niet. Eerder is het zo dat ik aan het Ironmanproces extra zelfvertrouwen heb overgehouden en dat meteen heb benut. Frappant genoeg verscheen precies daarover een artikel in Pyschologie Magazine van november: dat dat de meerwaarde is van afzien. Sportpsycholoog Gerald Weltevreden legt het in dat artikel uit. Blijf je altijd maar in je comfort zone, dan daalt je zelfvertrouwen. Van een uitdagend doel stijgt het – als het maar niet té uitdagend is. Ik had dat zelf op die manier nog niet zo helder voor ogen, maar het vat wel de afgelopen periode in één keer samen.
 
Ik zei eerder al, hè: geweldig, dat Ironman-proces. Kijk eens wat het oplevert!
 
Door |2017-01-06T10:33:46+01:006 januari 2017|Boeken, Loop, Trainer, Triathlon algemeen, Vrouwensport, Waarom|0 Reacties

Terugblik: het sporten sindsdien

De eerste keer dat ik na de Ironman weer naar Bodybalance ging, vond ik het emotioneel om te voelen hoe groot het verschil was met ervoor. Weg de permanente focus op dat ene doel, weg de altijd aanwezige voorzichtigheid van ‘wel heel blijven!’, welkom ontspanning, en ook: welkom veel meer lef om mijn grenzen op te zoeken.

Bij zwemmen durfde ik zo mezelf ineens weer wel pijn te doen – ik heb bijna anderhalf jaar lang voorzichtig gezwommen, enerzijds omdat ik nog altijd in mijn schouder het restant van de peesontsteking voelde (bijna weg nu) en anderzijds omdat met het zwemmen van die lange afstanden, het steunen op het aerostuur van de triathlonfiets en de kracht- en stabiliteitsoefeningen mijn schouders doorlopend zwaar belast waren, en ik ze zeker niet over het randje wilde duwen. Niet dat ik dat nu wel wilde, maar ik kon wel weer eens een gokje wagen – de paddles weer eens opzoeken bijvoorbeeld.

De lange periode zonder iets te ‘moeten’ qua duur of snelheid maakte dat ik een lange rust- en overgangsperiode inging. Ik ben net vorige week weer begonnen met opbouwen. Dat was lekker: niks moest per se, in geval van twijfel ging ik niet sporten, ik hoefde niet te ‘bijten’ op iets moeilijks en ik stopte zodra ik ergens iets vervelends voelde. Al met al heb ik nog best wel veel gedaan, maar weinig met snelheid en/of duur. En zo ontstond er ruimte om met techniek aan de slag te gaan. Ik heb op dat vlak zowel bij het zwemmen als bij het hardlopen een stap vooruit gezet.

Voor het zwemmen heb ik opnieuw een cursus gedaan bij Zwemanalyse. Net als twee jaar terug de elite-cursus bij trainer Roy, waar ik eigenlijk te langzaam voor ben maar wel ervaren genoeg. Je hebt dan maar drie keer les, maar wel intensief: twee uur lang, in een klein groepje (4 à 6) en met video-analyse ter plekke en naderhand uitgeschreven.

Er vielen allerlei kwartjes en om een lang verhaal kort te maken: bij de laatste les deden we een CSS-test en de 400 meter die ik toen zwom, was mijn snelste ooit. En dat terwijl ik een pittige werkdag achter de rug had en me voor mijn gevoel een beetje naar het zwembad toe had gesleept, dus er eigenlijk niets van had verwacht. Progressie! Voor het eerst in jaren! Ik zwem m’n CSS-baantjes nu zo’n 2 seconden sneller dan ooit eerder,  en als ik dit weet uit te bouwen, komt de kilometer onder de 20 minuten echt in zicht.

Over de techniek: Ik had het eerst vervelend gevonden om te moeten onderkennen dat mijn grootste techniekfout van twee jaar geleden, het achteruit trekken van mijn elleboog in plaats van stuwen met hand en onderarm. Dat is te zien op deze foto – het beeld is een still uit de video van het laatste baantje van mijn 400-meter-PR, overgenomen uit Roy’s laatste analyse. Ik ben dus best een beetje moe en die elleboog zou eigenlijk boven mijn hand moeten zijn:

Ik weet niet of ik dat ooit helemaal af ga leren maar ik geloof dat ik nu eindelijk echt weet waar ik de verbetering daarvan moet zoeken.

Bovendien heb ik (denk ik) wat kleinere verbeteringen gemaakt. Ik was misschien hier en daar wat hypercorrect geworden in het uitstrekken, de hoge elleboog en de ‘traagheid’ van de glijslag, en daardoor geforceerd gaan zwemmen. Mijn ritme is iets omhoog, ik steek dynamischer in en hoop dat het met die elleboog nu goed gaat. Aandachtspunt is nog om m’n hand niet weg te draaien voordat m’n slag af is, daar was ik me niet van bewust en ik heb de indruk dat alleen al dat beter doen wezenlijk scheelt. 

Sommige verbeteringen voelen ontspannener voor mijn schouder, en daar was ik ook naar op zoek. Ik voel de slag nu meer in mijn bovenrug dan  in mijn schouder ‘aankomen’ als ik zwaarder train, dat is goed. Ik ben benieuwd of het ook scheelt voor die verkleumende handen in het open water. Vooralsnog train ik lekker verder op duur, kracht en techniek. De lol daarin is ook weer helemaal terug. Voor het eerst in drie jaar is er wezenlijke progressie!

De lessen bij Zwemanalyse zijn bovendien erg leuk – ook al is het altijd even slikken om jezelf op video te zien. Twee uur lang bestaat de wereld uit niets anders dan zwemtechniek, en dat is naast leerzaam ook heel ontspannend! En dan krijg je aan het eind ook nog een heus soort zwemdiploma:

Certificaat borstcrawlcursus

Dan het lopen. Al langer had ik interesse voor ‘barefootrunning’. Bij de Chi-running in mei liet Annemarie de schoenen daarvoor voelen en zien – tsjonge, wat lekker licht! Bovendien zou het volgens haar heel goed bij die techniek passen en hem ook stimuleren. Ik heb altijd graag op blote voeten gelopen, deed vroeger op het strand niet anders, ook hardlopend over langere afstanden. En toen ik wat ging lezen erover, dacht ik: zit wat in. Maar ermee gaan experimenteren in de aanloop naar de Ironman, dat ging niet, want je moet die andere belasting voor je voeten rustig opbouwen.

Een paar dagen na de Kustmarathon zat ik al bij natuurlijkhardlopen.nl en ik kwam thuis met deze schoenen: licht, geen demping, zero drop (geen hoogteverschil tussen voor en achter) en met veel teenruimte:

schoentjes

En daarbij kreeg ik een opbouwschema dat ik in grote lijnen braaf gevolgd heb, soms zelfs op helemaal blote voeten op de loopband in de sportschool, dat loopt ook erg lekker:

img
Dat viel nog niet mee, want ondanks mijn goede getraindheid kwam deze nieuwe vorm van lopen keihard aan op mijn kuiten (m. soleus vooral) – meer dan op mijn voeten. De stap van 5 naar 8 minuutjes bijvoorbeeld, toen kon ik de volgende ochtend amper de trap af komen van de spierpijn. Waarschijnlijk maak ik bij  het lopen nu pas voor het eerst  echt gebruik van de elasticiteit van mijn achillespees. Elastischer, dat is hoe het voelt: dat ik makkelijker de ‘stuiter-energie’ kan benutten – dat heet ook wel ‘reactiviteit’. Ik loop op ‘de schoentjes’ dan ook veel makkelijker harder – wat ook wel een beetje een valkuil is vanwege die kuitspieren (niet te hard, niet te hard, niet te hard!).

Ik heb het einde van het schema net voor kerst gehaald, maar waar het al die maanden lang net goed ging, joeg ik toen m’n kuitspieren wel even over de kling. Van een duurloop op 1e kerstdag ben ik terug komen strompelen en de training erna moest ik overslaan. Gewoon lopen gaat weer goed maar ik moet met de schoentjes weer een stapje terug doen. Ik weet ook nog niet zo goed hoe ik het opbouwen daarmee kan combineren met nu weer echt gaan trainen. Ik deed duurloopjes wel zo dat ik eerst op die schoentjes liep, terug thuis uitkwam en dan m’n gewone schoenen aantrok voor de resterende  kilometers. Twee weken terug heb ik een keer een deel van de RA-training erop gedaan, maar dat omkleden kost vrij veel tijd. En voor een succesvolle marathon moet ik voorzichtig zijn met die kuiten.

Het is dus nog een beetje zoeken, maar ik wil er wel mee verder, zeker om er regelmatig op te blijven trainen om zo mijn techniek vooruit te helpen. En misschien wel om er helemaal op over te gaan. Als ik ervan overstap op gewone schoenen, ervaar ik die als vreemd ‘wegzakkerig’ zacht, zoiets als een te zachte matras, en die dikke hak zit in de weg.

Sinds half november ben ik ook nog op een andere manier met mijn looptechniek bezig, want ik doe een opleiding, maar daarover een andere keer meer. Belangrijkste accent op dit moment is mijn armzwaai – dat ik meer met mijn armen ga doen en minder roteer in mijn schouders. Daartoe ben ik ook weer fors bezig met core stability: het planken heb ik op iets lager niveau bijgehouden en ga ik nu weer opbouwen, en ik doe andere buikspieroefeningen. Alles om dat ‘geschommel’ eruit te halen en die reactiviteit beter te kunnen benutten.

Ook al is het nog steeds moeilijk om  het bij ‘gewoon’ lopen goed te doen, toch loop ik voor mijn gevoel beter. Ik was ook niet ontevreden over hoe het er op dit filmpje uitzag. Wel houd ik daar mijn heupen kunstmatig stijf, ook weer zo’n hypercorrectie-dingetje (tegen het roteren) en is er een verschil tussen rechts en links, waarvan ik niet precies weet hoe het komt, misschien gewoon door m’n scheve knie rechts. Links gaat beter, met ook een betere middenvoetslanding bijvoorbeeld.

Dan nog over de rest. Ik bodybalance weer en merk daar progressie bij. Ik doe wat krachttraining en extra rekken voor mijn liezen en sartorius, vanwege de overbelasting daarvan bij zowel Ironman als Kustmarathon.

Ik ben ook weer een nieuwe poging aan het wagen om van die eindeloze bekken-scheefstand-problemen af te komen, met Krullaards Perfect Rest (KPR). Ik had namelijk als restant van de blessure van anderhalf jaar geleden nog steeds van die ‘vlagen’ waarop er iets scheeftrok rond mijn linkerheup/bekken/onderrug, doortrekkend naar mijn schouder, en waar noch fysiotherapeut noch chiropractor raad voor wisten, omdat het meer een banden- dan een gewrichtenprobleem was (kennelijk). Niet heel veel last van, maar wel hinderlijk. Na twee behandelingen weet ik nog niet of het het echt gaat oplossen, maar ik geef het nog niet op. Het gaat vooral op en neer nog.

Bij die KPR-behandeling horen ook oefeningen (ik oefen me een ongeluk) en inlegzooltjes die onder je hiel een beetje ‘wiebelen’, waardoor je bekken gestimuleerd wordt om zelf beter z’n balans te zoeken. Die lopen prima, maar ze hebben één nadeel: ook die zijn belastend voor m’n kuiten. Dat ik mijn kuiten vlak voor kerst overbelastte, lag mede aan de bijna 18 km die ik die week op die zooltjes heb gewandeld. Ik ben me toch sterke kuiten aan het kweken, niet normaal!

O, en het fietsen? Nou, daar is die bekkenbehandeling zeker ook op gericht. Ik had immers net voor de Ironman last gekregen van mijn rechterknie, en waarschijnlijk lag dat ook aan ergens iets scheefs of anderszins afwijkends in de buurt van heup/bekken, als ik diep zit – op andere fietsen dan de triathlonfiets heb ik er geen last van. Ik heb dat eerst met de chiropractor geprobeerd en later dus met KPR. De laatste keer op de triathlonfiets, met oudjaar, had ik daarop ook geen last meer, maar het voelde nog wel een beetje raar. Ik heb goede hoop dat het helemaal goed gaat komen.

Heel vaak heb ik het niet uitgeprobeerd, dat fietsen op de triathlonfiets. Want het fietsen stond zo’n beetje stil, zoals elk jaar in deze tijd. Althans, zo ervaar ik dat dan, maar ik heb toch nog wel eens een week van in totaal 7 uur gemaakt, en altijd wel minstens iets van 3 – dat is wat ik ‘niet fietsen’ noem, want echt gericht trainen is dat niet. Het is op de stadsfiets, en af en toe op de Afrika-fiets woon-werk heen en weer naar Den Haag. Dat loopt soms best wel op, en zo onderhoud ik mijn fietsconditie dus wel, dat gaat elke winter zo en dan bouw ik daarop makkelijk verder.

Alles bij elkaar heb ik dus vooral vaak gesport, met veel aandacht voor techniek, maar niet lang of hard, en een beetje naar hoe het uitkwam. Mijn Movescount-overzicht is dan ook een ratjetoe met op het oog veel lopen (de lengte van het streepje duidt de tijdsduur aan): 

Allerlei symbooltjes
Dat ziet er heftiger uit dan het was. Lopen was soms maar een kwartier, met nog wandelen ertussendoor ook – op die nieuwe schoentjes. De langste training, die groene, was dat wandelen, en bij een paar er lang uitziende hardlooptrainingen heb ik meer stilgestaan dan gelopen, vanwege alle instructie. Of zo’n dag als de een-na-laatste bijvoorbeeld, de dag voor kerst – drie keer getraind??? Nee, één keer naar de sportschool gegaan, daar eerst spinning gedaan (omdat het te hard woei voor buiten fietsen), daarna een kwartier op blote voeten op de loopband, en daarna nog wat kracht- en souplesse-oefeningen. En eigenlijk de allereerste dag van weer opnieuw gaan opbouwen ook, 24 december – spinning had ik sinds half augustus niet meer gedaan!

Ik heb die lange overgangsperiode als leuk en nuttig ervaren. Om goed te herstellen, maar ook om techniek zó op de eerste plaats te kunnen zetten, omdat er voorlopig toch niets ‘moet’ aan duur of snelheid. Dat ‘hoort’ weliswaar eigenlijk zo, bij goeie triathlon-periodisering, maar ik had het nooit zo welbewust gedaan. Met nieuwe dingen bezig zijn en iets leren – er is niets wat mij zo motiveert! 

Ik heb dus voor mijn gevoel wel weer een nuttige stap gezet. Ik ben benieuwd wat dat gaat opleveren nu ik weer ga opbouwen voor het nieuwe seizoen. Over de triathlonplannen daarvoor een andere keer.

 
Door |2017-01-04T10:23:34+01:004 januari 2017|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Waarom, Zwem|2 Reacties

Terugblik: de twee nawee-evenementen

Ik hoopte al voor mijn Ironman dat ik in de ‘naweeën’ ervan nog twee evenementen zou kunnen doen die allebei best zwaar waren, maar die ik dan zou kunnen doen op de al opgebouwde vorm, dus zonder er opnieuw voor te trainen. Dat ging vooral afhangen van de mate van herstel, en, in het eerste geval, ook nog van het weer. Welnu, het is allebei gelukt en het was allebei erg leuk. Daar houd je dan dit soort parafernalia aan over:
 
O.a. medaille, badmuts en startnummer
Het eerste evenement was de Branderszwemtocht in Schiedam. Die had ik vorig jaar al willen doen, maar toen was het in september al zo koud geweest dat het water was afgekoeld tot beneden een voor mij acceptabel zwembare temperatuur. Dit jaar was de nazomer prachtig – erg van genoten sowieso – en op de dag van de zwemtocht was het water nog zo’n 20 graden. Dat is prima te doen, en het was bovendien warm en zonnig: een stralende dag.
 
Schiedam tijdens de Brandersfeesten en onder een stralende zon, dat is die stad op z’n mooist en ik heb de zwemtocht dan ook ervaren als een fraai rondje zwemmend sightseeën. Borstcrawlend zie je niet eens zo heel veel, maar toch vond ik het bijzonder om vlak langs de zwaarden van oude schepen te zwemmen, door een eeuwenoude sluis, langs oude kades en vlak langs tot in het water hangende takken van treurwilgen.
 
Ik ken Schiedam goed, maar zo had ik het nog nooit ervaren, en opnieuw besefte ik dat één van de leuke dingen van het Ironman-proces is geweest dat ik op gekke plekken ben gekomen, plekken waar je anders nooit komt. Zoals ín de Schiedamse havens en grachten dus. Grappig is ook dat je start en finisht bij twee distilleerderijen, zoals het Schiedam betaamt natuurlijk.
 
Het was dus een leuke, goed georganiseerde tocht. Het zwemmen ging ook goed: als het 3,8 km was geweest, was ik een kwartier sneller geweest dan in Vichy, maarja, het was wel in wetsuit. Desalniettemin vond ik het ook wel weer lang, voor m’n verkleumende handen en voor m’n schouders. Dus blij dat ik er was, maar heel tevreden!
 
Enigszins alarmerend vond ik wel dat manlief zo ongeveer net zo  snel had gezwommen als ik. Hallo, wel achter me blijven, hè? Ik kon ‘m juist altijd op deze ene sport nog wel verslaan.
 
Het tweede nawee-evenement was de Kustmarathon, de marathon met het mooiste parcours van heel Nederland, finishend op steenworp afstand van waar ik ben opgegroeid. Die had ik al een paar keer gewandeld en nog vaker als supporter van manlief meegemaakt. Nu dus zelf als deelnemer. Dat had nog wat voeten in de aarde gehad, want de inschrijving was al gesloten, maar gelukkig doen ze aan goede startnummerruiling en zo kon ik toch mee doen (Jetty, bedankt!).
 
Het was een hele belevenis, maar het was wel loodzwaar, dus het werd een lange middag. Ik was uiteindelijk 8 minuten voor de tijdslimiet van 6 uur binnen, met nog 12 mensen ofzoiets achter me in de uitslag (er moeten er wel heel wat buiten tijd zijn binnengekomen en uitgestapt).
 
Het was springtij, en de bijna 7 km op het strand van Noord-Walcheren was dus ploeteren door het mulle zand. Op z’n smalst was het maar een paar meter breed! Ik vond het zelfs om te wandelen al zwaar, en dat heeft dus heel veel tijd en energie gekost. Ik had natuurlijk ook totaal niet getraind op onverhard lopen, alles rond mijn enkels en in mijn liezen schrok zich te pletter.
 
Maar het was dus wel een prachtige strandwandeling. En het kon me toch niet zo veel schelen, qua tijd – het was een nawee, hè? Er heeft  op het strand iemand tegen me aan lopen mopperen omdat die z’n streeftijd niet ging halen, die zou gaan uitstappen. Ik dacht: zet de knop om en geniet van je strandwandeling. Verder was het trouwens wel weer gezellig in de achterhoede.
 
Na het mulle zand was de fut er ook wel uit en dan komt nog een boel hoogteverschil in de duinen. Alles wat omhoog ging of zanderig was moest ik wandelen, verder ging dribbelen nog wel een beetje. De laatste 5 km waren niet echt leuk meer, maarja, toen wilde ik natuurlijk finishen. Dat dat nog zo krap werd, dat verbaasde me wel. Henk had het nog iets gunstiger gehad qua getij, maar toch was het ook voor hem de langzaamste editie van de Kustmarathon, al maakte het in zijn klassering niet uit – iedereen was langzaam.
 
Dus bepaald geen mega-prestatie, maar ik heb er wel van genoten. Ik had de dagen ervoor voor werk veel binnen gezeten, de dag ervoor zelfs bij een symposium in zo’n onderaardse college-zaal zonder ramen, en dan is zo’n middagje luchten heerlijk. Het weer was beter dan verwacht, ik had een jackje bij me voor het geval het zou regenen en waaien als ik al moe was en moest wandelen, maar dat heb ik niet nodig gehad. Ik heb er zelfs een beetje verbrand hoofd aan overgehouden – en een finishersshirt. Beide zijn te zien op deze foto van de dag erna:
 
Ik met rood hoofd in roze finishersshirt
Wel schrok ik van hoe mijn benen direct na de finish voelden. Ik had die plek die ik na Vichy voelde weer overbelast (aanhechting in lies van de sartorius-spier) en ik had spectaculaire blaren van het zand in m’n schoenen. Maar dat viel uiteindelijk allemaal best wel mee. Ik was fit genoeg om erna de traditionele mosselen op de Vlissingse Boulevard te eten, met mijn broer, die bij de finish op ons wachtte.
 
Dat was het ook meteen, qua evenementen, of althans: ik heb sindsdien nog meegedaan aan een 5 kilometer-nightrun, met Nicole, dat was leuk, en we hebben net vandaag samen de Zwemvierdaagse volbracht (zie ook vorig jaar). Het eerstvolgende grote evenement op de agenda voor mij is, jawel, de marathon hier in de stad. Ik wil nog één keer proberen of ik dat kan, 42 kilometer lopen zónder te wandelen….
 
Door |2016-12-30T15:10:53+01:0030 december 2016|Loop, Waarom, Zwem|0 Reacties

Dank

Ironman kon worden, dat kon ik niet in m’n uppie. Hier komt mijn dankwoord.
 
Dank aan…..
 
In de eerste plaats de man die mij al meer dan 14 jaar uit de wind houdt. Hij is daarmee begonnen op 15 juni 2002 en hij is het blijven doen. Zonder daarbij ook maar één stayerregel te overtreden!
Zoenen!
In de dagen rond de Ironman was Henk mijn fotograaf en mental coach, daarover schreef ik al eerder, maar ook mijn kok, chauffeur, verzorger, trainingsgenoot, mecanicien én supporter. Hij heeft mijn twijfels, mijn zenuwen en mijn oogkleppen verdragen en me altijd gesteund in het ‘project Ironman’. Hij is ook ooit degene geweest die me bij de triathlonsport introduceerde. En nu is hij zelfs een beetje jaloers op mijn status en op dat mooiste shirt van de hele wereld…. Ojee, krijgt dat een vervolg? Henk, Ironman op je zestigste? Ik draai volgend jaar de rollen met alle liefde om!
 
Mijn trainingsbegeleider: Coen van Topvorm. Ik heb hem amper meer nodig omdat ik in al die jaren al zo veel van hem heb geleerd. Maar de paar adviezen die hij gaf, resulterend in mijn trainingsschema, met onder andere het twee-op-één-principe (elke derde week een herstelweek in plaats van elke vierde), het investeren in fietsen boven de 180 km en het lange taperen pakten hartstikke goed uit.  De maximaaltesten bij hem waren ook prettig bemoedigend, en ik kon altijd bij hem terecht voor vragen.
 
bier-selfie

Met Jo, na het fietsen

Mijn trainingsmaatjes: in de eerste plaats Jo, met wie ik samen een week in de Algarve fietste en die week werd het kantelpunt: daarvoor sukkelde ik met alles; daarna ging het goed. Dat is geen toeval!
 
Dan Nicole (fietsen en hoera, steeds meer zwemmen), Bob (lopen), Philip (fietsen), Christiane (die ik wel wat aandeed in de Schie, dat heb ik op dit blog niet eens durven opbiechten: ze werd na ons zwemmen ziek), de lunchuur-zwemgenoten van Zwembad West, Marijke (wandelen) en zal ik ook Jolanda (sauna) noemen? Sauna was vooral ontspanning, maar voor mij ook hitte-training.
 
Mijn club: Rotterdam Atletiek, de trainers en clubgenoten daar, met name trainer Aad en clubgenoot (en eerder mede-Tri-Experience-borstcrawl-leerling) Perry omdat hij vertelde over zijn ervaringen met het koude water bij de Ironman van Kopenhagen en me zo op het spoor zette van, uiteindelijk, Vichy, om zeker te zijn van warm zwemmen.
 
Met Nicole, vóór het fietsen

Met Nicole, vóór het fietsen

Degenen die mijn lijf heel houden: in de eerste plaats Masseur Marcel, al een bekende op dit blog. Als alles was gegaan zoals hij had gehoopt, dan had hij ten tijde van mijn Ironman in Spanje gewoond en daar een yoga-resort gehad. Voor mij was het fijn dat dat werd uitgesteld; hem wens ik toe dat hij zijn plannen binnenkort wel kan verwezenlijken. En dan kom ik een keer een weekje yoga doen, hoor!
 
Dan de fysiotherapeuten Marianne en Leanne, chiropractor Mulder en osteopaat Ferry (zelf oud-triatleet), die me regelmatig uit de knoop halen en verder ook adviseren. Ze begrijpen alle vier hoe belangrijk sporten voor een sporter is. Op het laatst was het advies van sportdiëtiste Sandra erg fijn.
 
Mijn huisarts moet ik hier toch ook noemen, dokter De Lorenzo, ook al vindt hij een paar keer per week een half uur op de crosstrainer staan genoeg sport voor een vijftiger. Hij wilde me wel een recept geven voor hormoonsuppletie vanwege mijn slechte slapen door de overgang, en dat spreekt bepaald niet vanzelf, heb ik begrepen. Ik weet niet waar ik nu zou staan zonder die pillen, maar als ik nog steeds regelmatig nachten van twee uur had gemaakt, zoals ik deed in februari en maart, dan was die Ironman nooit gelukt. Ik ben ambivalent over de pillen, wil er ook weer vanaf – maar wat is het fijn om weer normaal te slapen.
 
Jeroen van Tri-Run, die ik hier ‘bike-fitter’ noem, maar hij heeft me niet alleen goed op m’n fiets gezet maar ook breder geadviseerd.
 
Die fiets is nu in onderhoud bij fietsenmaker Den Braber hier in de buurt en hij reed en schakelde in Vichy als een zonnetje.
 
Annemarie Pruyt, voor de chi-running.
 
Tri-Experience en Zwemanalyse die me leerden borstcrawlen.
 
Mijn sportschool, Fitsportland, al zegt een Ironman ze daar niet zo veel. Bodybalance en spinning waren wel belangrijke trainingsingrediënten en ze geven daar prima instructie.
 
Al die organisatoren en vrijwilligers van al die evenementen die mijn tussendoelen waren of waar ik om een andere reden was. In het bijzonder de collega’s van het organisatieteam van de Vrouwentriathlon. Volgens mij zette bijvoorbeeld Kitty me op het spoor van de marathonrevolutie en Sione van betere core stability.
 
Dank ook aan alle mede-sporters (v/m) met wie ik ’n woordje wisselde bij die evenementen, in het bijzonder in juni in Luxemburg.
 
De leden van het triathlonforum en het forum van Fiets – daar heb ik reuzeveel van geleerd en ook veel plezier mee. Mijn andere digitale en papieren inspiratiebronnen heb ik hier steeds zo veel mogelijk vermeld.
 
De Ironman-organisatie, niet alleen voor het evenement en het een woord geven aan mijn nieuwe status, maar ook voor het regelmatig rondmailen en twitteren van waardevolle tips.
 
Dank ook aan de vrienden die zelf niks met triathlon hebben, want dat voorkwam dat ik helemaal achter die oogkleppen verdween. Fijn hoe Marjan en Engelien toch meteen wilden weten hoe het was gegaan.
 
Ik zou ook graag iemand willen bedanken van wie ik de naam niet weet en die ik nooit meer zie in Zwembad West, maar vroeger wel: man van toen een jaar of 30, donker haar, rode zwembroek, goeie zwemmer (instructeur?). We maakten een jaar of vijf geleden langs de kant een keer een praatje en ik zei toen tegen hem dat ik niet kon borstcrawlen omdat ik daar niet sterk genoeg voor was: na een paar baantjes verzuurden mijn armen. Hij zei toen: ‘Dat is geen kwestie van kracht, maar van techniek. Je probeert waarschijnlijk te hard te gaan; probeer eens rustiger te zwemmen’. Ik ben op basis van zijn woorden gaan experimenteren, en hij bleek gelijk te hebben – hartstikke gelijk zelfs! Vooral als ik buiten zwem, kan ik me er nog steeds over verbazen: kijk eens, ik kan kilometers lang  borstcrawlen! Wie had dat ooit gedacht! En dan moet ik nog vaak aan hem denken. Hij heeft een grote rol gespeeld in mijn triathlon-ontwikkeling, waarschijnlijk zonder zich daarvan bewust te zijn of het zich zelfs maar te herinneren.
Ik gebruik het gesprek met hem ook wel eens als voorbeeld als het gaat om zingeving: hoe je soms in kleine, terloopse dingen iets voor iemand kunt betekenen.
 
En tot slot: jullie. Dank, alle lezers van en reageerders op dit weblog. Ik schreef het al eerder: dat schrijven, dat wordt nog afkicken voor me! Ik heb het weblog in mijn diepste dalen wel eens als druk ervaren: als ik het Ironman-project zou opgeven of als het zou mislukken, dan had ik dat hier moeten bekennen. Maar dankzij het schrijven erover heb ik er meer van geleerd en meer uitgehaald; het is één van de dingen geweest die het proces zo zeer de moeite waard hebben gemaakt. Ik heb het met plezier gedaan, ik heb genoten van jullie reacties op dit blog en via andere kanalen.
Uiteindelijk was het verlangen om voor jullie een keer een blogpost te schrijven met de titel ‘I am an Ironman’ óók een grote motivator: ik keek daar stiekem al heel lang naar uit.
 
 
Door |2016-09-08T16:43:19+02:008 september 2016|Boeken, Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport, Waarom, Zwem|1 Reactie

Zwart gat?

Neehoor, geen zwart gat. Vandaag begin ik weer gewoon met werken, en dat verdient de komende tijd wat meer aandacht. Net zoals andere niet-sport-zaken.  Maar ook op sportgebied kijk ik alweer vooruit.

Op de top van de huidige topvormgolf surf ik nog even mee naar twee evenementen: ik wil de Branderszwemtocht zwemmen, die wilde ik vorig jaar al doen maar toen was het water al te koud (het is nu nog zo mooi en warm dat ik best in Almere had kunnen starten, komend weekend, in plaats van Vichy, met m’n behoefte aan warmte, maarja, dat weet je niet van tevoren, hè? Bovendien word je dan geen Ironman, dat doet dat merk toch wel heel sterk).

En: ik ben bezig met het overnemen van een startbewijs voor de Kustmarathon. Daar speelt een beetje Zeeuws chauvinisme een rol, dat ik die graag op m’n palmares wil hebben: de marathon over het mooiste parcours van Nederland, finishend op steenworp afstand van waar ik lang heb gewoond – we wandelden vroeger vaak van Vlissingen naar Zoutelande, over het strand. Mag op 1 oktober weer bij gewandeld worden, vind ik, over het strand en de duinen, het is een loodzwaar parcours. Tijd maakt me niet uit.

Daarna gaat het gas er opnieuw af en wil ik gaan leren lopen op minimalistische schoenen. Dat idee spreekt me aan en ik vind dat mijn voeten nog wel wat sterker mogen worden. Volgend triathlonseizoen wil ik vooral weer eens lekker knallen op afstanden tot en met de Olympische, en dan vooral regionaal en wat later in het seizoen (niet meer zwemmen in te koud water, urgh).

Daartoe heb ik nog wat huiswerk te doen: dat recentelijk ontstane knieprobleem oplossen. Ik heb al contact gehad met bike-fitter Jeroen van Tri-run, en hij heeft me geadviseerd wat dingen uit te proberen qua positie en dan naar de chiropractor te gaan om naar mijn heup te laten kijken. Mogelijk drukt die in die diep gebogen houding mijn knie uit z’n voegen. Daar kan ik wel wat mee.

Ik twijfel nog over de marathon van Rotterdam: zal ik nog één keer proberen om een marathon wel helemaal uit te hardlopen? Er is echt nog progressie, en met die marathonrevolutie-aanpak, wie weet? De inschrijving is nog niet geopend, dus ik mag nog even doortwijfelen…

Waar ik nog wel mee zit, is een nieuw schrijfdoel. Dit weblog loopt op z’n eind: mission accomplished, ik heb nog een paar nootjes op mijn zang en daarna zet ik hier een punt achter. Maar ik ben voor mijn gevoel nog niet uitgeschreven, vooral niet over het thema ‘sport en vrouwen van rond de 50’. Maar hoe ik daar een vervolg aan ga geven, daar ben ik nog niet uit. Hmm… nou, daar dreigt dan wel een zwart gaatje! Maar ik weet ook: die vullen zich. Soms uit onverwachte hoek. Kan korter duren of langer, maar komt goed. Ik ben benieuwd.

Door |2016-09-05T10:33:57+02:005 september 2016|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Waarom, Zwem|0 Reacties

I am an Ironman!

Toen ik gister aan het derde looprondje begon, landde het besef dat ik het zou gaan halen, maar dat ik dan niet helemaal moest gaan lopen lanterfanteren. Ik ben uiteindelijk gefinisht in 15 uur, 8 minuten en 46 seconden, 51 minuten voor de tijdslimiet. Het is gelukt! Maar in dat derde rondje realiseerde ik me twee dingen:

  1. Toen ik aan de onderneming ‘hele triathlon op m’n 50e’ begon, dacht ik dat ik het nét zou kunnen halen, als het een beetje mee zou zitten. Inderdaad.
  2. Het was een mooie dag, maar de weg erheen was nog mooier.

Ik werk beide gedachten uit.

Kan net, als het meezit

Ik wist toen ik aan deze onderneming begon, dat ik er mijn grenzen mee zou opzoeken en oprekken. Dat was ook de lol ervan: zo’n doel is maximaal uitdagend en ook heel spannend. Ik heb daarover op dit blog veel geschreven (voorbeeld). In de afgelopen jaren heb ik meermalen zwaar getwijfeld aan het ooit behalen van het doel – heb ik ook niet onder stoelen of banken gestoken, m’n gekwakkel (voorbeeld). Maar het is gelukt, en daartoe heeft het ook wel een beetje meegezeten.

Wat er mee heeft gezeten, is ten eerste het trainen sinds eind maart. Daarover heb ik hier geschreven: dat had echt niet beter gekund. Het ging zelfs zo goed dat ik moet toegeven dat ik ondertussen was gaan verwachten dat er een betere tijd dan dit voor me mogelijk was geweest. Maar ik wist ook: een hele triathlon is ongewis.

Wat er verder ook meezat, waren de omstandigheden. Het pakte inderdaad zo uit dat 30 graden na dagen van 36 goed te doen is. Sterker nog: ik heb het op de fiets zelfs een beetje fris gehad, want toen was het weer op z’n slechtst, met harde wind en een paar spatjes regen, en ook een donkere lucht in de verte, die er spannend uitzag, maar echt slecht is het dus niet geworden. Aan het eind van het fietsen werd het weer zonnig en warm, en het begin van het lopen voelde zelfs even naar warm, maar toen ik bij de eerste verzorgingspost water over me heen had gegooid en daarna de eerste brug opkwam waar een briesje was, ging het wel. En vervolgens koelde het alleen maar af richting de avond, en was de temperatuur prima.

Ik kreeg wat voor mij de reden was om voor Vichy te kiezen: warmte, maar niet te gek. Het zwemwater was misschien wel het lekkerste waar ik ooit in heb gezwommen: 25 graden. Toch was nou juist het zwemmen de enige duidelijk nadelige omstandigheid: zonder wetsuit, dus trager, en ik was uiteindelijk nog trager dan ik had verwacht, maar dat gold voor iedereen die ik erover gehoord heb, dus dat lag niet aan mij. Mijn GPS heeft ruim 4 km geklokt. Ondanks de rolling start was het bovendien de hele tijd rommelig, met lui die plotseling schoolslag gingen zwemmen en dan stilvielen, en talloze zigzaggers – terwijl het heel makkelijk navigeerbaar was, want het waren met boeien afgezette baantjes.

Klaar voor de start - beetje strak bekkie, hè?

Klaar voor de start – beetje strak bekkie, hè?

Ik had het de eerste 500 meter ook moeilijk door het wennen, want je staat eerst lang te wachten voor de start en dan ineens spring je het water in en hops, daar ga je dan – met al die wedstrijdspanning nog in je lijf, dus ik kreeg mijn ademhaling niet onder controle. Ik vind de start van openwaterzwemmen vaak even lastig, maar meestal niet 500 meter lang. Het derde ‘baantje’ van 0,95 km was het smalste en daar raakte ik door de rommeligheid ook weer uit mijn ritme.

Bijna is het zover...

Bijna is het zover…

Bovendien kreeg ik, ondanks de 25 graden, wéér dooie vingers. Is dat omdat dat het dan weliswaar warmer is, maar zonder wetsuit dan toch weer koud voor mijn lijf, of is het iets zwemtechnisch, dat ik bij lang zwemmen iets afklem? Toch eens uitzoeken. In elk geval: ik was blij dat het erop zat, een kwartier langzamer dan verwacht/gehoopt: 1u45.

Die arm met het witte horloge is de mijne, midden in het gekrioel

Die arm met het witte horloge is de mijne, midden in het gekrioel

Ook bij het fietsen viel mijn tijd me tegen, 6u45, terwijl dat voor mijn gevoel okee ging. Ik reed vooral in het begin moeiteloos op de intensiteit die ik wilde, en kon genieten van de power in die goed getrainde én uitgeruste benen. Later werd het wel iets zwaarder, maar ik weet toch niet waar ik het heb laten liggen. Nouja, 180 km is toch wel lang natuurlijk, daarbij de wind in het eerste rondje, de klimmetjes, twee sanitaire stops die relatief veel tijd kostten omdat de dixi’s onhandig geplaatst stonden (stukje lopen van de weg af) – maar dan nog, ik had iets meer verwacht. In het tweede rondje heb ik wel lekker pacman gespeeld: een boel fietsers ingehaald. In het eerste rondje was ik zelf voorbijgestormd door de hele voorhoede in hun tweede rondje.

Knoppie-druk. Blij dat het zwemmen erop zit!

Knoppie-druk. Blij dat het zwemmen erop zit!

Toen ik ging lopen, liep ik een uur achter op mijn ingeschatte tijd. Ik had ook nog bewust royaal de tijd genomen voor het wisselen. Geen probleem, want ik had nog steeds ruim de tijd. Op basis van de laatste koppeltraining had ik verwacht iets harder te kunnen gaan lopen, maar het was dus net warm en de fut was er toch best wel uit al. Dus veel meer dan dribbeltempo zat er niet in, met wat wandelen tussendoor. Maar dat heb ik wel vier rondjes lang redelijk vlak kunnen doen, met een tijd net boven de 6 uur als resultaat. Daarmee heb ik mezelf niet verrast, maar ook niet teleurgesteld. Dat lange lopen is gewoon moeilijk voor me, en na 180 kilometer fietsen helemaal. Ik had bovendien zeker een okee dag, maar geen topdag, niet zo’n dag om boven mezelf uit te stijgen. Daarvoor is het misschien ook allemaal te groot en te veel.

Doorkomst bij de verzorgingspost halverwege het fietsen

Doorkomst bij de verzorgingspost halverwege het fietsen

Andere dingen gingen prima: ik kon goed eten en drinken, ben nooit misselijk of flauw geweest, het heeft niet geklotst maar ik moest wel af en toe plassen – dat kon niet beter. Doordat het koeler was dan bij de parcoursverkenning, had ik geen last van brandende voetzolen of van mijn lenzen. Amper blaren ook, ondanks al dat koelwater over me heen. De pijn in mijn benen bij het lopen was ‘gewone’ pijn, van vermoeidheid: er is niks stuk. Ik had voor noodgevallen pijnstillers in m’n special needs bag, maar die heb ik niet gebruikt.

Bijna klaar met fietsen. Ik houd de houding nog net.

Bijna klaar met fietsen. Ik houd de houding nog net.

Mijn lijf deed het verder ook goed, alleen die rechterknie was wat weerbarstig. Die moest ik om de paar kilometer op de fiets even overstrekken dan met een draai van mijn voet ‘klik’ laten zeggen, dan ging het goed. Het lijkt wel alsof hij door het fietsen ‘ontspoort’. Geen pijn gehad, wel wat ongemak, maar alleen op de fiets. Thuis gaan uitzoeken of het aan de afstelling ligt of aan mijn lijf – maar dat is al met het oog op volgend seizoen.

Met al die gunstige dingen blijf ik toch maar 52 minuten binnen de tijdslimiet. Veel meer zit er niet in voor mij, denk ik. Bij meer kou of meer klimmen of meer pech of minder trainen of heter kan ik het wel schudden. Ik bedoel: het kan niet veel beter dan nu, dan dit jaar, dan gister, en dat realiseerde ik me onderweg: het is nu of nooit. En ik weet dat je nooit nooit moet zeggen, maar nu denk ik: dit was echt eenmalig. Daar komt ook het volgende punt bij om de hoek kijken:

De weg erheen was mooier dan de dag zelve

Het lastigste moment: beginnen met lopen op het heetst van de dag

Het lastigste moment: beginnen met lopen op het heetst van de dag

Ja, het was een gave dag, gister. Het moment van finishen, dat is super indrukwekkend. Het was al donker natuurlijk, en ineens loop je dan in het spotlight de arena binnen, met muziek, allemaal mensen, high-fives gevend en de speaker met het luide ‘You are an Ironman’. Net ervoor dacht ik: ik ga janken. Maar ik had uiteindelijk alleen maar een enorme smile op mijn gezicht (en vochtige ogen).

Daarna volgde trouwens ook meteen wel een beetje anticlimax, want ik werd voor een bord geduwd voor een foto en daarna een enorme, bijna lege loods in gebonjourd. Fans mogen daar niet bij, want je hebt meteen toegang tot de fietsen en andere spullen. Dat snap ik wel, maar ik had natuurlijk niets liever gewild op dat moment dan manlief in de armen vallen. Die zag ik wel van achter een hek, en uiteindelijk pas toen ik met m’n hele boeltje werd ‘vrijgelaten’ – want zo voelde het wel een beetje.

Lopen viel toch niet tegen

Lopen viel toch niet tegen

Manlief was ook verantwoordelijk voor een paar andere fijne momenten: hij heeft zijn taak van mental coach en fotograaf uitstekend vervuld! Allerbelangrijkste moment was toen hij net ook aan het begin van dat derde rondje (ja, dat was het sleutelmoment) zei dat ik het zou gaan halen als ik zou blijven dribbelen + wandelen. Dat had ik net zelf ook bedacht, maar het was fijn om dat bevestigd te horen.

Ironman2016-stukje wandelen mag

Een stukje wandelen mag – ik strek daar mijn handen omdat die dik werden

Wat verder ook leuk was, was dat de vrijwilligers van de drankposten halverwege het laatste rondje begonnen te feliciteren. Op sommige van die posten was het op dat moment ook heel gezellig aan het worden, dat was grappig om te zien. En het was sowieso gaaf om de hele dag in het Frans toegejuicht te worden: Allez, allez, bon courage, allez Louise! En félicitations, dus. En in de Franglais-varianten – bij de Australian exit zei een behulpzame vrijwilliger dat ik ‘ze big yellow on ze rrright’ moest houden (boei).

Onder de bogen van het kuuroord in het centrum

Onder de bogen van het kuuroord in het centrum

Over felicitaties gesproken: ik vond het ook erg leuk om de eerste daarvan van de thuisblijvers al in ontvangst te nemen toen ik mijn telefoon aanzette: masseur Marcel had de live tracking gevolgd en ons loopmaatje/mede-triathleet Marcel (toeval, diezelfde naam) was al op de hoogte: hij had me live zien binnenkomen op de finishcamera. Die athlete tracking doet het dus goed!

Goed drinken is belangrijk

Goed drinken is belangrijk

Ander mooi moment was de Australian exit, de 50 meter lopen van de ene vlonder naar de ander tussen de twee helften van het zwemmen. Toen speelde net Queens ‘We will rock you’ en dat werd ons luidkeels toegezongen door het publiek aan de wal.

Het was ook mooi om ’s ochtends tijdens het zwemmen de zon te zien opgaan tussen de skyline van Vichy, en tijdens het lopen weer onder. Het laatste rondje was donker en dat was ook heel mooi, met de lichtjes langs het water. Ik vond het loopparcours sowieso fraai: langs het water, over twee bruggen en door het centrum van de stad.

Lachje voor de coach

Lachje voor de coach

Het donker was echter ook wel lastig, en in het donkerste stuk park langs de oever van het meer was ik blij dat er tien meter voor me een lotgenoot liep met een wit shirt. Ik haalde hem later in, bedankte hem, en zo knoopten we een praatje aan dat we tot vlak voor de finish hebben volgehouden, samen opwandelend, stevig doorstappend. Leuke kerel, Roemeen. Het enige echte contact dat ik heb gehad. Ik heb nog een enkele keer iets gezegd, bijvoorbeeld tegen een Britse Louise toen ik haar inhaalde op de fiets ‘We have the same name’, maar daar kwam niks op terug. Het was ongezellliger dan in Luxemburg. Misschien ook wel doordat er amper Nederlanders waren en mijn Frans niet goed genoeg is. Of was iedereen eerst te gespannen en daarna te moe?

Bijna donker maar ik lach nog

Bijna donker maar ik lach nog steeds

Maar goed, er was echt meer dan genoeg om het een memorabele dag te laten zijn, echt waar. Maar wat me ook bij zal blijven, is dat het loodzwaar was. Ik beschreef het zwemmen al, ik was blij dat het erop zat. Meteen op de fiets dacht ik: oef, m’n schouders. Die wenden wel een beetje, maar de laatste 50 kilometer hadden die het toch helemaal gehad met de fietshouding. En 180 km is een pleuriseind – het zijn eigenlijk drie pleuriseinden. Dat is het hele idee ervan natuurlijk, maar het is écht lang.

Dus ook bij het fietsen blij dat het erop zat. Maar het begin van het lopen – oef. En echt heel lekker heb ik nooit gelopen, ik was blij dat het nog een beetje ging, en dat op een gegeven ogenblik de pijn in mijn benen niet meer erger werd – die had vast een maximum bereikt. Althans, zo voelde het, maar in Istanbul had ik uiteindelijk zeerdere benen.

De finish-arena

De finish-arena

Desalniettemin: het is eerst steeds wennen en daarna doodgaan, en het duurt per onderdeel en in totaal lang. Het werd natuurlijk ook een heel lange dag: we waren om kwart voor 5 opgestaan, nadat ik amper had geslapen. Telkens als ik wegdommelde, schrok ik weer wakker van zo’n gedachte als ‘Als ik maar geen lekke band krijg’. We waren net na middernacht weer terug in ons huisje, hebben nog aan bier en chips gedaan, en lagen na 1 uur in bed. Een dag van 20 uur! Weer niet heel geweldig geslapen, ik was om klokslag kwart voor 5 weer wakker en ben om 5 uur op zoek gegaan naar iets te eten. Daarna nog twee uurtjes eraan vastgeknoopt. Ik kan nu bijkomen, en die slechte nachten waren ingecalculeerd. Maar toch.

Mijn moment van glorie: You are an Ironman!

Mijn moment van glorie: You are an Ironman!

Ik ben ook de hele dag op mijn hoede geweest om niet bij zoiets eenmaligs om iets lulligs gediskwalificeerd te worden. Alles gedaan om stayeren te vermijden (er werd niet veel gestayerd trouwens, voor zover ik heb gezien), braaf niks aangenomen van Henk en die heeft zelfs amper met me meegelopen (dat mag ook niet, da’s hulp van buitenaf), netjes alles in de ecozones weggegooid, enzovoort. Okee om me aan de regels te houden, maar het rottige bij zo’n evenement is dat het iets willekeurigs heeft: als je de pech hebt dat er net jury in de buurt is, hang je als je een gelletje aanneemt van je supporter, dat is reden voor een directe DQ. Maar ongezien kan alles natuurlijk. Het was mede daarom dat ik het verlaten van de wisselzone als bevrijding ervoer: nu ben ik niet meer startnummer 147 die onderworpen is aan de jury, maar gewoon weer burger Louise.

Moe maar met het allermooiste shirt aan van de hele wereld!

Moe maar met het allermooiste shirt van de hele wereld!

Ik heb dat allemaal gewild en opgezocht, die lange dag, die zwaarte. Ik wist waar ik aan begon. Ik wilde dit een keer meemaken. Daar ben ik me de hele dag van bewust geweest. Ik heb nooit verwacht dat het makkelijk zou zijn. Daarvoor moet je zoiets ook niet doen natuurlijk. Ik heb me ook vrijwillig onderworpen aan de jury en het Ironman-circus dat me ook wat benauwde.

Ik heb er zelf voor gekozen om als hele triathlon een Ironman te kiezen. Omdat die goed georganiseerd zijn, maar ook omdat ik anders niet deze titel boven deze blogpost had kunnen zetten. En die ga ik nooit vergeten.

Het is de mooiste titel van dit hele blog.

 

Door |2016-08-29T16:53:42+02:0029 augustus 2016|Triathlon algemeen, Waarom|22 Reacties

Schilderij

De weg en het doel, da’s al een oude filosofische kwestie, waarvan de moraal vooral is dat je niet te veel op het doel gefocust moet zijn. Ik heb dat bij het sporten wel eens moeilijk gevonden.

In de aanloop naar de marathon vorig jaar maakte trainingsbegeleider Coen toen een mooie vergelijking: de hele weg naar zo’n doel toe, alle training en andere voorbereiding, dat is het schilderij. Dat stáát. Het enige wat je dan op de wedstrijddag nog hoeft te doen, is er je handtekening onder zetten.

Ik vond dat een mooi beeld, maaarrrrrrr…. nouja, ik vond dat gewoon lastig. Ik vind het fijn om doelgericht te trainen, maar hing te veel op aan dat doel, dacht nogal in termen van ‘lukken’ versus ‘mislukken’.

Ik schrijf in de verleden tijd, want de afgelopen weken ben ik ervan bewust geweest hoe zeer ik genoot van het schilderwerk en hoe mooi het schilderij al geworden is. Ik beschreef gister hoe goed mijn vorm is, daar geniet ik elke dag van, en ik heb, ondanks de zwaarte, met veel plezier getraind.

Dat zat hem deels in de vele bijzondere evenementen die de Ironman-voorbereiding mogelijk maakte, met name de drie zwemtochten in Schie, Oosterschelde en Maas, maar ook het gewone trainen. Die keer dat ik vroeg was gaan zwemmen en om 9 uur al 3,5 km gezwommen had – die dag kon niet meer stuk. Of die keer dat ik vanwege de uitslag van het Brexit-referendum strontchagrijnig bij slecht weer op de fiets stapte. Met het weer klaarde halverwege mijn humeur op en ik kwam na 180 km tevreden thuis: wind langs en door de kop gehad, genoten van de wide open spaces van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden.

Het zit hem ook in het peentjes zweten op de spinningfiets, in het prettige relaxte gevoel als de bodybalance-les eindigt met tien minuten op m’n rug liggen ademhalen, in het gemak van weer snelle intervalletjes kunnen lopen, in al dat buiten spelen, in de gezelligheid van de trainingsmaatjes, in het gevoel wéér meer te kunnen dan even geleden, het hèhè van thuiskomen en op de bank neerstorten of van hoe lekker de douche dan voelt en het eten smaakt. Een deel daarvan is gewoon en maak ik elk jaar mee, maar het Ironman-doel was het allemaal net wat intenser en bijzonder.

Het schilderij is af, nouja, zo goed als. Nu alleen die handtekening nog. Maar dat schilderij neemt alvast niemand mij meer af. Wat er volgende week zondag ook gebeurt.

Klaproos

Mijn moeder schilderde; dit is het laatste schilderij dat ze maakte (2009)

 

Door |2016-08-18T14:25:52+02:0018 augustus 2016|Triathlon algemeen, Waarom|0 Reacties

De beste

Een paar maanden geleden zei ik tegen iemand dat ik ernaar aan het streven was om op 28 augustus ‘de beste versie van mezelf’ te zijn. Hij verstond het niet goed, en vroeg: ‘de beste zijn?’ Nee, de beste ga ik niet zijn, niet ten opzichte van anderen. Ik wil wel de beste zijn tegenover mezelf – de best mogelijke versie van  mezelf.

En dat is aardig gelukt, en daar ben ik hartstikke blij mee. Ik ben in bloedvorm. Daar heb ik veel voor gedaan, met overigens ook een heleboel hulp en steun (daarover een andere keer meer), maar het levert dus ook veel op.

Mijn trainingsschema heeft prima uitgepakt voor alledrie de sporten en de rest. Ik ben misschien op elk van de losse onderdelen al eens ietsje beter geweest. Maar nog nooit zijn alledrie de sporten en de bijkomende zaken allemaal tegelijk op dit niveau geweest, en dat voelt hartstikke goed! Ik zet het per onderdeel op een rijtje.

Zwemmen

Van de drie sporten is zwemmen nog het minst uit de verf gekomen de afgelopen tijd, en dat was een bewuste keuze. Misschien had ik met drie in plaats van twee keer trainen per week wel een minuutje per kilometer sneller kunnen zijn. Maar dat scheelt dan dus op de Ironman vier minuten – lekker belangrijk.

En let op de misschien. Want misschien had ik mijn schouders dan juist overbelast. Want die piepten en kraakten toch nogal, zeker door de vervangende trainingen in de maanden dat ik niet kon hardlopen (februari en maart), maar ook toen ik begon met opbouwen in april. Dat was van de combinatie van zwemmen  met het steunen op het aerostuur van de triathlonfiets en het planken (belangrijke oefening voor m’n core stability). Ik denk dan ook dat mijn schouders op dit moment op z’n sterkst ooit zijn. Een enkeling heeft al wat gezegd ook over dat dat zichtbaar is aan mijn spieren – al blijft het weinig, ik blijf gewoon iel in mijn bovenlijf.

Een heel goede of snelle zwemmer zal ik dan ook nooit worden.  Maar ik kom er wel, ook over 3,8 km. Ik heb me vooral gefocust op die lange afstand. Was ik vorig jaar nog blij met die ene keer dat ik 3,5 kilometer zwom, in de afgelopen maanden heb ik diezelfde afstand een paar keer als ‘gewone’ training gezwommen, en ik ben er in evenementen zelfs nog overheen gegaan. Daarbij merk ik wel dat ik dat lange zwemmen taai blijf vinden: ik krijg dode vingers en ik vind het saai. Ik vind het heerlijk om in het water te zijn, maar niet voor zo heel lang. Ook dat beperkt wel wat ik bij zwemmen kan bereiken.

In het zwembad heb ik daarnaast mijn best gedaan om mijn techniek en snelheid overeind te houden. Mijn snelste kilometer ooit zwom ik 2,5 jaar geleden op een achternamiddag in de kerstvakantie: 20’34. Waar ik toen dacht dat de 20-minutengrens nabij kwam, ging ik vervolgens alleen maar achteruit. Er sloop een techniekfout in (mijn armen met mijn ellebogen naar achter trekken in plaats van met mijn handen en onderarmen stuwen), en tegen de tijd dat ik dankzij een cursus van Zwemanalyse eraan kon gaan werken dat weer goed te krijgen raakte ik geblesseerd: de vage heup-bekken-blessure van vorig jaar trok mijn schouder uit het lood, met een peesontsteking als gevolg. Ik begreep toen al dat zo’n peesontsteking meer dan een jaar kan duren, en inderdaad: er zijn nu dagen dat ik het niet meer voel. Maar in de tussentijd heb ik dus altijd met (overigens goed draaglijke) pijn gezwommen en met een beperking in de coördinatie van mijn linkerarm. Af en toe raak ik hem nu lekker, en ik denk dat ik die PR-tijd op de kilometer weer kan benaderen, als ik me daar nu op zou richten.

Maar waar ik mee begon: die paar seconden of zelfs minuten zijn voor de Ironman niet belangrijk. Ik ben blij dat ik het zwemmen leuk heb kunnen houden. Want naast de kou en taaiheid van het open water en de saaiheid (tegeltjes kijken) en soms de irritante drukte in het zwembad is ook mijn gebrek aan progressie de afgelopen jaren soms wel demotiverend geweest.

Daar staat tegenover dat ik de afgelopen tijd een paar geweldige openwaterevenementen heb gedaan. De sfeer bij die kleinere zwemtochten is hartstikke leuk, en bovendien: zo kom je nog eens ergens: in de Maas en de Oosterschelde bijvoorbeeld. Mijn openwaterrobuustheid is daardoor ook toegenomen – beetje drukte, golven, niet weten waar ik ben, die eerste voor mijn ademhaling rottige minuten – geen probleem!

Fietsen

Een paar jaar geleden zei ik al eens een keer tegen trainingsbegeleider Coen: ik hoef maar naar m’n fiets te kijken en ik schiet in vorm. Nouja, ik moet wel wat doen, maar relatief weinig om goed te zijn. Al jaren is een beproefd recept om per week één lange, rustige duurtraining te doen en me daarnaast bij spinning een keer totaal ‘in het rood’  (boven m’n omslagpunt) te werken en verder ook de extremen op te zoeken: extreem zwaar, extreem hoge trapfrequentie. Nog voor ik wist dat dat zo heette, deed ik dus aan ‘gepolariseerd trainen’: veel lang en rustig (komt stadsfiets nog bij) met weinig kort héél hard. En dat werkt voor mij bij fietsen als een trein.

Fietsen is mijn oudste en beste sport, en ook de enige waar ik dus kan merken dat ik ouder word. Ik doe al maximaaltesten sinds 2001 en ja, die hoge hartslagen en bijbehorende vermogens van toen, die zijn Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij. Maar wat ik bij een bepaalde hartslag nog wel presteer, daar is eigenlijk niet zo veel aan veranderd. Dat schommelt die 15 jaar al mee met hoe veel ik train, en is op het ogenblik op het beste niveau dat ik daarbij in de loop der jaren haalde, vergelijkbaar met de aanloop naar de Marmotte (2003) of de Afrika-reis (2008), mijn beste fietsjaren. 

Ik vind het hooguit door al het duurwerk lastiger dan toen om lang met een hoge hartslag te rijden: een korte triathlon of tijdritje helemaal rond mijn omslagpunt rijden, dat is twee jaar geleden.  Maar ook dat is op het moment weer minder belangrijk: de Ironman, dat wordt hoog in de duurzone.

En dat gaat wel goedkomen. Volgens Coen moet ik 30 gemiddeld kunnen halen, ik ga zelf uit van net iets langzamer dan dat. En ik heb er ontzettend veel zin in. Een keer echt serieus aan de bak moeten met het fietsen, dat was misschien wel de belangrijkste aanleiding om een keer een hele triathlon te willen doen. Want 180 km, dat is een serieuze afstand en daar heb ik serieus lang voor getraind – leuk om de kaap van de 200 km weer eens te ronden. De 90 van de halve vond ik nog niet uitdagend genoeg, ook omdat ik me op de fiets bij een langere triathlon altijd zal moeten inhouden om energie te sparen voor het…

Lopen

Dit onderdeel zou sowieso het spannendste worden. Mijn eerste marathonervaring was niet heel succesvol en ik wist dus: dat wordt een flink stuk wandelen, straks in Vichy. Hoeveel wandelen, daar gaat mijn eindtijd van afhangen, en ik durf er nog steeds geen voorspelling voor te doen.

En toen werd het dit vroege voorjaar ineens nog veel spannender, want in februari vond ik het al een opgave om op het station van de fietsenstalling naar het perron te wandelen, op m’n bergschoenen. Maar de sesamoïditis kwam net op tijd weer goed en is misschien wel een ‘blessing in disguise’ geweest, omdat het me aanzette tot nadenken over mijn looptrainingsaanpak. Ik moest onderkennen dat ik mezelf met lange duurlopen wel heel veel geweld aandoe. Vandaar de nieuwe trainingsaanpak, volgens de sportrusten/marathonrevolutiemethode, gevolgd door de chi-running.

Hardlopen werd één groot experiment zo. Hoe het allemaal gaat uitpakken op 42 kilometer na 180 km fietsen is spannend, maar op dit moment sta ik er verrassend goed voor. Door dat geweld van die lange duurlopen was mijn tempo in de afgelopen twee jaar achteruit gegaan, maar ik heb het nu net weer terug: zowel mijn duurloop- als intervaltempo zijn terug op het oude niveau. Alleen heb ik dus niet langer dan 17,5 km gelopen, op de run-bike-run van Luxemburg na. Ik ben superbenieuwd hoe lang ik in Vichy kan blijven hardlopen.

Belangrijker nog: ik heb de lol in hardlopen weer terug. Ik was toch aardig moeizaam aan het lopen sjokken geweest, heel vorig kalenderjaar. Zonder lange duurlopen en met een betere (en zich ook nog doorverbeterende) techniek voelt lopen weer lekker. Ik ben erg benieuwd waar het me gaat brengen, eerst bij de Ironman, mogelijk op de lange termijn ook nog andere dingen. Waar ik tot niet zo heel lang geleden dacht: ik doe het nog één keer, 42 km lopen, daarna noooooooooooit meer, denk ik nu wel eens: zal ik met deze aanpak nog eens een losse marathon aandurven?

De rest

En dan zijn er ook nog de belendende onderdelen:

  • Core stability, belangrijke ondersteuner en blessure-voorkomer: Ik ben misschien ooit al eens ‘krachtpatseriger’ geweest, althans, ik heb vijf minuten kunnen planken, doe er nu vier, en de sit-ups die ik nu met vijf kilo doe kon ik ooit met twaalf. Maar dat was toen wel veel eenzijdiger: juist teveel op dat krachtpatsen gericht en te weinig op souplesse en coördinatie. Ik ben tevreden met wat ik heb bereikt. Zo heb ik bijvoorbeeld veel beter geleerd om mijn bekkenbodem ontspannen te houden en mijn balans, bijvoorbeeld bij aanzetten op de fiets, uit de dwarse buikspieren te halen. Dat is met soms frustrerend kleine stapjes gegaan, maar de aanhouder wint!
  • Voeding: ik heb toegewijd geoefend met eten en drinken tijdens het sporten. Daarnaast heb ik vooral mijn best gedaan op gezond en veel eten. Mijn gewicht zit op de ondergrens van wat normaal is voor mij: net boven de 60 kilo, mijn ‘topvormgewicht’. Het dreigde er  in juni onder te zakken en dat was niet de bedoeling, dus sindsdien eet ik dus nog meer. Als ik zie hoe afgetekend mijn beenspieren zijn, denk ik wel dat mijn vetpercentage heel laag is. Ik voel me prima, ook op dit vlak kon het volgens mij niet beter zonder dat het geforceerd zou worden. Ik bedoel: ik heb geen heel streng dieet ofzo, ik heb bijvoorbeeld net wel weer een ‘maand droog’ achter de rug maar dat doe ik elk jaar, maar nu kijk ik uit naar een dagelijks glaasje Franse wijn zometeen, ze hebben vast wel iets lekkers regionaals daar in de Auvergne!
  • Mentaal: ik schreef een tijdje geleden al dat ik mezelf van een B in een C heb omgewerkt om een Ironman aan te durven, en ik heb sowieso wat angsten en twijfels onder ogen moeten zien in dit hele proces (voorbeeld). Comfort zone, daar moet je toch uit, zeggen ze, nou, soms wist ik niet eens meer waar die was. Best therapeutisch, Ironmantraining. Ik heb daar wel over geschreven ook (voorbeeld), en dat schrijven heeft óók geholpen. Ik heb nog nooit met zo veel vertrouwen (moeilijk woord voor mij) naar zo’n groot en ongewis evenement uitgekeken. Ik heb ook nog nooit zo sterk het gevoel gehad dat ik gaandeweg al zo veel mooie dingen bereikt heb en dat niemand mij dat nog af kan nemen, ongeacht wat er op 28 augustus gaat gebeuren. Veel genoegen in het proces dus, niet alleen in het doel. Maar daarover een van de volgende dagen!
Door |2016-08-17T08:56:09+02:0017 augustus 2016|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Waarom, Zwem|0 Reacties

Klaarder wordt het niet

Ik krijg de vraag nu heel regelmatig: ben je er klaar voor? Uh, ja. Nouja, klaarder dan dit wordt het niet. Mijn to-do-lijst is zo’n beetje afgewerkt. Ik taper nog lekker voort, ben al wat minder sloom dan vorige week. En, belangrijkste: ik heb goed getraind, daar kan ik op vertrouwen.

Alle belangrijke trainingen heb ik volgens plan gedaan, en ik heb sowieso al maandenlang niet veel gemist. Ik las ergens dat het okee is als je 80 % van je schema haalt; ik zat daarboven. Ik las ook ergens dat je in de aanloop naar een hele triathlon minstens één keer 150 km moet hebben gefietst, ik zat er vier keer ruim boven. Mijn laatste en langste koppeltraining ging hartstikke goed. Meer had ik ook niet kunnen doen, ik heb mijn grenzen opgezocht en verlegd. Dat geeft vertrouwen: klaarder dan dit kan ik niet zijn.

Maar klaar? Een inspanning van deze omvang, ben je daar ooit echt klaar voor? Het is ongewis, hoe dan ook. Ik heb geen idee hoe mijn armen het gaan vinden om na 1,5 uur zwemmen nog dik 6 uur op het aerostuur te moeten steunen. Ik heb geen flauw idee hoe het is om na die 1,5 uur zwemmen en dik 6 uur fietsen  nog te gaan lopen, laat staan 42 km, en ik weet al helemaal niet hoe de marathonrevolute-methode uit gaat pakken op die lange afstand. En hoe gaat mijn lijf zich houden op zo’n extreem lange dag, ook de zwakkere plekken, waar de afgelopen tijd wat kleine pijntjes zaten bijvoorbeeld?

Al jaren geleden begreep ik van ervarener triathleten dat de hele altijd iets ongrijpbaars heeft, dat het eigenlijk slecht te voorspellen is hoe het zal gaan. Het is een avontuur, en dat is juist ook een reden om het te willen.

Ook ongewis zijn de omstandigheden. Ik probeer te controleren wat ik kan, maar de rest ga ik ondergaan. Belangrijk aspect daarvan is het weer, en dat is dan ook de reden dat ik dit vandaag schrijf: de Ironman is net binnen het bereik van de 14-dagen-weerberichten gekomen. Ik kijk al wat langer af en toe naar het weerbericht voor Vichy, en heb de wind nooit boven de windkracht 3 zien uitkomen, vaak staat er zelfs een 1, iets wat ik voor hier nooit zie. Het regent er af en toe, een enkele keer veel zelfs, en dan kan het ook onweren – hmm, dat moeten we niet hebben, maar dat is zeldzaam.

14daagseDe temperatuur heb ik zien variëren van een zeer comfortabele 20 graden tot een snikhete 33 (vandaag bijvoorbeeld). Ik heb voor deze bestemming gekozen vanwege de warmte: ik heb het liever te warm dan te koud en ik heb warm zwemwater nodig. Over ’te heet’ moet ik dus niet miepen, ook niet nu ik vanwege de slechte zomer hier amper in de hitte heb getraind.

Nou goed, ik weet ook wel, 14 dagen vooruit zegt nog helemaal niets. Ik keek een uur geleden, en toen was de voorspelling voor de 28e 12 mm regen. Dat is nu alweer gedaald tot 4. Bij 27 graden en windkracht 3. Voorlopig en onder voorbehoud en met allemaal mitsen en maren vind ik dat okee!

 

Door |2016-08-15T11:04:16+02:0015 augustus 2016|Triathlon algemeen, Waarom|4 Reacties
Ga naar de bovenkant