Fiets

Tijdrichtgericht trainen (2): spinning

Spinning doe ik al sinds 2001, ik ben begonnen bij een van de eerste sportscholen in Nederland waar dat kon. Toen ik nog alleen fietste, deed ik het elke week, misschien op hoogzomer na. Later werd het wat minder, ik fietste ’s winters sowieso minder en ik vond het lastig om de intensiteit ervan te combineren met zware hardlooptrainingen.

Want spinning is intensief – ik streef naar hoge pieken. Het is immers maar een uur, en als ik dan niet diep ga, voegt het qua trainen weinig toe. Bovendien leent het zich heel goed tot diepgaan, met de opzwepende muziek, het gezelschap en de fiets die een torenhoge trapfrequentie mogelijk maakt.

Dat heftige diepgaan, daar had ik deze herfst wel weer eens zin in. Bovendien past dat goed bij de tijdrittraining en wist ik dat ik deze winter geen hardloopdoelen zou gaan nastreven. Dat maakte ruimte voor een zware training.

Ik was sinds de eerste lockdown nauwelijks meer in de sportschool geweest, en er zijn wel wat dingen veranderd waar ik nogal aan moest wennen. Het aantal spinninglessen per week was al verminderd ten opzichte van jaren geleden, en nu zijn het er nog minder. Juist de momenten die mij het beste uitkwamen, zijn van het rooster geschrapt. De spoeling is nu dun: maandag-, dinsdag- of woensdagavond. Waarvan dinsdag het handigste uitkomt: dan is de les laat en kan ik ervoor eten.

Daar komt bij dat reserveren verplicht is, via een app, en soms lastig. De plekken worden één week van tevoren vrijgegeven, wat betekent dat je je precies op het moment dat de les begint kunt inschrijven voor die van volgende week. En dus zitten de meeste spinners met hun telefoon in hun handen klaar in de zaal. Ik vind dat helemaal niks, dat gehannes met zo’n telefoon. Maar ik ben het ook maar gaan doen om een plekje te bemachtigen. Want de lessen lopen soms snel vol (al is er ook al een keer een niet doorgegaan bij te weinig aanmeldingen, maar dat had met het WK voetbal te maken).

De wachtlijst is helemaal ongelukkig: iedereen op die lijst krijgt tegelijk bericht als er plek is, en wie zich dan het eerst aanmeldt, heeft de plek. Aangezien ik ook in het dagelijks leven niet aan mijn telefoon vastgeplakt leef, is het me laatst overkomen dat ik zeven keer achter het net viste en uiteindelijk geen plek had. Dat is zo frustrerend, dat ga ik niet nog een keer doen. Het was mogelijk een beetje januari-probleem: drukker dan anders door goede-voornemens-sportschoolbezoekers.

Kortom, in een ideale wereld zou ik een andere logistiek willen. En meer lessen. Ik speel met de gedachte om over te stappen naar een sportschool waar je ‘on demand’ virtuele lessen kunt volgen. Maar daar staat tegenover dat ik de lessen bij FitsportLand wel heel leuk en goed vind, vaak met goede muziek, en dat de instructeur en het gezelschap ook wel helpen om diep te gaan. Niet dat ik veel aanspraak heb, ik heb soms de indruk dat de anderen elkaar allemaal al jaren kennen van de voetbal enzo, maar alleen al hun aanwezigheid stimuleert.

Want dat ga ik, en dat is de bedoeling. Met het oog op de tijdrit heb ik twee trainingsdoelen bij spinning:

  • Zeer intensief trainen, met een hartslag royaal boven m’n omslagpunt. Dat is intensiever dan nodig is voor de tijdrit, maar dat is om dat anaerobe gebied te ontwikkelen. Dat past mooi  nu in het seizoen, want op de fiets krijg ik zo’n hoge intensiteit niet voor elkaar, al is het alleen maar omdat ik dan ook nog altijd een oog op het verkeer moet houden. Ik haal af en toe (niet elke week) een slag of 8 boven m’n omslagpunt,en dan houdt de wereld toch een beetje op te bestaan, zal ik maar zeggen. Op de wegfiets is dat niet veilig, bij spinning is het tof. Hoe hoog mijn hartslag oploopt, verschilt per week. Het hangt af van de les en van eventuele restjes vermoeidheid bij mijzelf. Boven mijn omslagpunt komen lukt vrijwel altijd wel. Dat het af en toe zo hoog wordt als 8 slagen erboven, verrast me wel. In al die jaren dat ik ook veel hardliep werd het nooit zo hoog.
  • Zwaar trappen – krachttraining dus. Ook dat kan prima op de spinningfiets, door de weerstand hoog te zetten. Om gewoon te trappen of om een running of hoover te doen – staan met je bovenlijf stil. Dat komt hard aan op je bovenbenen!

Verder draagt spinning nog wel wat bij aan mijn coördinatie (zeer hoge trapfrequentie, staan, soms balansoefeningen) en hitte-verwerking (ik krijg het er snikheet bij), en houdt het het fietsen leuk in deze grauwe, natte en waterkoude maand.

Alles bij elkaar is het wel een loodzware training, de zwaarste in een gewone trainingsweek, waar ik dus goed van moet herstellen. Echte voorbereidingstraining ook, want het is dus net niet tijdrit-specifiek, ook niet door de andere fiets. Die specifiekere training, daarvoor heb ik straks nog de maanden met beter weer.

Het voordeel van een telefoon bij me hebben is dat ik een foto kan maken. Hier is mijn uitzicht vanaf de spinningfiets, van gisteravond, toen ik, voor zover ik me herinner voor de allereerste keer ooit, de enige vrouw was in de les:

 

Door |2023-02-22T14:19:29+01:001 februari 2023|Fiets|2 Reacties

Tijdritgericht trainen (1): krachttraining

Ik kondigde het al aan: mijn hoofddoel voor 2023 (trefwoorden: tijdrit, kort, fietsen) vraagt om anders trainen dan de afgelopen heleboel seizoenen. Ik ga een serietje blogposts daaraan wijden. Eerst maar over datgene wat me de afgelopen weken de meeste hoofdbrekens heeft gekocht: krachttraining.

Eerst een beetje historie: ik doe al jaren krachttraining, deels voor sterkere fietsbenen en deels voor ‘de rest’: bovenlijf, buikspiere, core stability. Eerst deed ik dat in de sportschool op fitness-wijze, later met bodybalance erbij, en sinds de coronacrisis thuis, in yoga-vorm. Voor de fietsbenen deed ik toen echter geen aparte oefeningen meer, daar had ik thuis de spullen niet voor. Ik trainde op de fiets wel krachtgericht, vooral door een aantal keer maximaal de Beneluxtunnel uit te raggen. Eigenlijk ging dat allebei hartstikke goed.

Met het oog op de tijdrit wilde ik deze wintermaanden, qua trainen de aanloopperiode, toch weer wat gerichtere krachttraining gaan doen. Oefeningen, dus. Althans, ik was daar ambivalent over: sterke benen, ja graag! Maar ik heb er eigenlijk ook de schurft aan, aan oefeningen doen in de sportschool. Ik wil daar zeker niet vaker dan één keer per week heen, voor spinning, en dan kan ik daarvoor wel wat doen. Maar één keer per week zet geen zoden aan de dijk. Dus ook thuis wat. Maar wat dan?

Eerst maar eens die ene keer in de sportschool. Dat viel niet helemaal mee. Ik betrapte mezelf erop dat ik het te zwaar maakte. Ik had een paar keer nare spierpijn, ik kreeg last van mijn rug, de training erna viel in het water want nog niet hersteld, mijn totale trainingsbelasting werd te hoog. Dat ging niet goed. Daar zaten twee dingen achter:

  • Mijn gevoel van: krachttraining hoort zwaar te zijn. Drie sets van 20 herhalingen is al veel, en als je die herhalingen niet een stuk zwaarder maakt dan fietsen, voegt het niks toe. Immers, op de fiets maak je duizenden herhalingen. Ik heb die gedachte mogelijk in mijn hoofd wat uitvergroot vanwege die hekel aan oefeningen. Immers, als het niet leuk is, moet het nuttig zijn, en hoe zwaarder, des te nuttiger – zo redeneerde ik. Dat was wel een wijs inzicht, vond ik: aha, dus daarom sporten sommige mensen te zwaar. Het werd wel ook nog gevoed door een paar dingen die ik las over krachttraining voor fietsen, zo van: plan het goed ten opzichte van je fietstrainingen, want herstel duurt lang. Dat impliceert ook dat het heftig is.
  • De totale keten is bij mij niet in balans. Uiteindelijk zijn het mijn quadriceps die op de fiets de grote krachtleveranciers zijn, maar bij oefeningen is de hele keten van kuiten tot aan mijn rug betrokken. Van onder naar boven wordt die steeds minder sterk. Die spierpijn had ik dus vooral in mijn bilspieren, en mijn rug werd er ook niet happy van. Vooral niet, denk ik, van de legpress. Daarvan heb ik inmiddels begrepen (o.a. van masseur Marcel) dat die veelal wordt afgeraden omdat je daarmee je bekken en dus ook rug in een bepaalde stand dwingt, in plaats van die onderdelen hun eigen houding te laten vinden. Maar daarmee trainde ik wel die quadriceps optimaal. Als ik de andere oefeningen, squats en lunges, licht genoeg maak voor mijn bilspieren en rug, doen mijn quadriceps niet zo veel. Dilemma…

Maar goed, verstand laten prevaleren: legpress exit, oefeningen lichter (dan maar eerst die bilspieren en rug optrainen, het is niet anders), en vooral voor ogen houden dat ‘a little goes a long way’ – Adriene’s motto, en iets wat ik ondervonden heb door de yoga. Die twee coronawinters met veel yoga, daarvan kreeg ik sterkere schouders, zonder dat ik me hoefde af te beulen.

Geen gebeul meer dus, liever consistente, kleine stapjes.

Met kleinere stapjes werden twee andere krachttrainingen per week mogelijk: eentje thuis, waar ik voor de lunges en de squats de gewichten vervang door een rugzak of een tas (oude sporttas van manlief) met zand erin:

En de andere buiten: traptraining. Hard bijvoorbeeld de trap van een van de vele bruggen hier in de omgeving oplopen tijdens een hardlooptraining komt wél vooral aan op mijn quadriceps, en is ook nog eens wél leuk om te doen. Hier ben ik bezig op de trap van de – aftandse – loopbrug over de Van Hogendorpweg:

Ik hoop dat ik zo een goede krachtroutine te pakken heb, en dat die vruchten gaat afwerpen!

 

Door |2023-02-22T14:23:47+01:0021 januari 2023|Fiets, Loop|0 Reacties

Hoera, Friel is het met me eens!

Dat was even spannend: op Twitter kondigde Joe Friel een stuk aan over ‘Fast After 60/70’. Hij is de auteur van het onvolprezen Fast After 50, dat voor mijn eigen boek een belangrijke inspiratiebron is. Wat zou hij schrijven over nog oudere sporters? Toch niet iets wat ik heb gemist, hoop ik? Ik klikte meteen door.

Mijn boek heeft geen duidelijke leeftijds-bovengrens, de oudste geïnterviewde is 73. Elke grens is willekeurig: die 73-jarige, daar zouden qua fitheid een boel jongere sporters jaloers op zijn. Friel lijkt daar iets anders over te denken. Hij schrijft in contrast met 50+ over sporters van 60+:

This is the age group, as well as the next level of aging athletes—those in their 70s and even beyond—that needs the most guidance. Things are changing rapidly for these folks and the sports world doesn’t quite grasp the uniqueness of their challenge.

Dat betwijfel ik, of althans: zo lang je nog voldoende gezond bent, zie ik eerder een gradueel en geen principieel verschil. Andere dingen dan zo’n leeftijdsgrens spelen een grotere rol: je gezondheid, je mate van getraindheid, man of vrouw (vanwege de overgang/menopauze). Misschien speelt hier een rol dat Friels referentiekader vooral prestatiegerichte mannen zijn? Het gebrek aan aandacht voor vrouwen was zo’n beetje mijn grootste kritiekpunt op Fast After 50 en dat het gaat om presteren blijkt wel uit het woord fast in de titel. In beide opzichten is mijn boek veelzijdiger (al zeg ik het zelf ???? ).

Maar verder kijk ik nergens van op. Friel bepleit bijvoorbeeld de e-bike als enige manier om in heuvelachtig gebied rustig te kunnen blijven fietsen. Zit wat in, lijkt me, en ook in mijn boek gaat het daar even over, of althans: dat de e-bike een nuttig hulpmiddel kan zijn om te kunnen blijven doen wat je graag doet. Eén van mijn voorbeelden is van een fietster met last van haar knieën die de e-bike alleen gebruikt op vakantie, om de berg op te komen. Zo kan ze tenminste nog naar het buitenland op fietsvakantie.

De rest van het stuk bepleit afwisseling tussen sporten. En precies daar gaat in mijn boek een hele paragraaf over, met een interview erbij.

Niks nieuws onder de zon bij Friel. Gelukkig maar. Ik ben erg benieuwd naar de rest – het wordt een hele serie. Erg fijn hoe hij zijn kennis deelt!

 

 

Door |2023-01-18T15:29:07+01:0018 januari 2023|Boeken, Fiets, Vrouwensport|3 Reacties

Ik heb zin in 2023

Ik heb er al een paar keer op gezinspeeld: ik heb een bijzonder nieuw doel voor 2023. Ik ga meedoen aan een wereldkampioenschap! In augustus is in St Johann in Tirol (Oostenrijk) de Radweltpokal (informeel wk) tijdrijden voor Masters, en dat is mijn hoofddoel voor het seizoen. Het gaat om een tijdrit van 20 kilometer.

Dat doel heeft twee grote consequenties voor het trainen, nu al:

  • Voor het eerst sinds 2010 ligt mijn prioriteit weer helemaal bij het fietsen. Waar ik de jaren hiervoor één fietstraining per week in de winter wel genoeg vond, zijn het er nu twee. Als straks de dagen serieus gaan lengen en het warmer wordt, komt er nog een bij. Zwemmen staat sinds oktober al in de onderhoudsstand, ook nodig om m’n bovenlijf sterk te houden (één keer per week, plus het winterzwemmen) en hardlopen dient deze winter het fietsen. Geen groot loopdoel dus, en zeker niet te veel lopen (twee keer per week), om voldoende energie over te houden voor het fietsen.Over de invulling van ’tijdritgericht lopen’ schrijf ik hier binnenkort wel meer.
  • Het gaat om een wedstrijd die korter is dan waar ik ooit eerder voor heb getraind: ongeveer 35 minuten. Dat betekent dat in verhouding ik meer intensiteit moet realiseren in mijn trainingen, en dus minder duur. Voor het fietsen ben ik daarom in oktober weer begonnen met wekelijkse spinning. Sinds november is daar krachttraining bijgekomen. Ook over die beide nieuwe (nouja, hernieuwde) trainingsvormen schrijf ik binnenkort hier wel meer.
    In zijn totaliteit is deze manier van trainen nieuw voor me en mijn lijf moet er nog behoorlijk aan wennen – ik heb heel wat spierpijn gehad de afgelopen tijd. Ik vind het wel heel leuk! Ik leer er alweer veel van, en dat drijft mij altijd enorm.

Ik ben benieuwd wat dit me gaat opleveren, en ook dat is een doel van het geheel: hoe ver kan ik op mijn 57e nog komen met fietsen, als ik daar weer helemaal voor ga?

Zo is het ook wel een beetje gekomen: de laatste twee seizoenen kwam ik uit op een hoger FTP (vermogen bij omslagpunt/anaerobe drempel) dan de jaren ervoor: net boven de 230 Watt (3,7 Watt/kg). Dat was het hoogste sinds ik in 2011 van fietser triatleet werd. En dat was eigenlijk zonder al te veel gerichte training.

Dat maakte me wel nieuwsgierig. Ik ben ouder geworden, maar ik weet beter hoe ik moet trainen, mijn basis is alleen maar breder geworden, en ik ben stabieler dan in heel lang nu die k*t-overgang voorbij is. Hoe goed kan ik nog worden? Zo is dit ook een experiment dat mooi past bij de thematiek van mijn boek dat in de komende trainingsperiode gaat verschijnen.

Ik heb mijn FTP in december daarom ook weer eens wat gecontroleerder laten bepalen, in de vorm van een maximaaltest bij Topvorm, waar ik vroeger ook kwam. Mijn eigen meting (220 Watt nu in het ‘laagseizoen’) klopt, leerde ik daarvan, dat is ook mooi.

En nu kijken hoe het zich gaat ontwikkelen! 250 Watt, zou dat realistisch zijn? Ik heb geen idee, ik ben benieuwd!

Ik heb er zin in, dus ik wens mezelf een mooi 2023 – en jullie ook!

 

Door |2023-01-01T11:12:38+01:001 januari 2023|Fiets|1 Reactie

2022 was een goed jaar, X 7

Tijd voor mijn gebruikelijke sportieve jaaroverzicht. Het was een goed sportjaar, in zeven opzichten. Die zet ik hieronder op een rijtje, elk voorzien van een toepasselijke foto, en samen met de mitsen en maren die er ook waren maar duidelijk ondergeschikt aan de goede grote lijn.

1. Het was weer veel gewoner dan de voorgaande twee jaren, en wat was dat fijn. Gelukkig: er kon vanaf het vroege voorjaar weer wél van alles doorgaan. Lekker gewoon weer naar het zwembad kunnen, de sportschool herontdekt, en vooral: ik heb met volle teugen genoten van mijn vele loopjes, zwemevenementen en triathlons van dit jaar.
De ‘gewoonheid’ vertaalde zich bovendien in weer veel meer stadsfietsritjes. Hoe veel, dat weet ik niet precies, want ik klok die niet, maar ik denk dat het vanaf april vaak weer de gebruikelijke gemiddeld 3-3,5 uur per week is geweest.
Desalniettemin had corona nog invloed op dit sportjaar, vooral in de vorm van mijn eigen besmetting, begin juni. Daardoor kon ik niet meedoen aan de laatste Vrouwentriathlon en liep ik voor mijn gevoel een tijd nogal achter de feiten aan. Ik was, met net ervoor ook nog verkouden, zeven weken lang in meer of mindere mate beperkt in het sporten. Ik vond dat best wel spannend, vanwege de vele verhalen over langdurige covid-gevolgen. Maar ik herstelde gewoon helemaal. Daarna was ik een tijdlang wel steeds trainingsachterstanden aan het wegwerken (voorbeeld). Uiteindelijk kwam alles op z’n pootjes terecht en raakte ik vanaf augustus goed in vorm.

Tijdens mijn eerste triathlon na de covid, in Oud Gastel in juni – ik zou even later uitstappen maar wel toch heel tevreden

2. Ik heb de goede dingen uit de coronatijd behouden: ik doe nog steeds regelmatig yoga (in totaal 94 uur dit jaar), onder andere voor rekken, buikspieren en core stability, die routine doet me nog steeds veel goed. Ik heb het regelmatige wandelen, voor het lekker, op het Pelgrimspad, bij de stiltewandelingen en in het kader van #projectdaglicht (inmiddels in seizoen 3), erin gehouden.
Mede daardoor is de grootste kwantitatieve uitschieter van dit jaar het wandelen: 744 km, meer dan ooit. Daar zat de vakantie op de Brabantse Wal bij, met 125 km in vijf dagen, maar de rest was allemaal ‘tussendoor’. Wandelen heeft voor mijn gevoel nu echt mijn vierde sport. Zodoende deed ik die erbij op mijn grote-definitie-van-fit-dag, op 1 september – een van de leukste sportdagen van het afgelopen jaar.

Streekpad Brabantse Wal in september, etappe 2. Henk kan me zo wel uittekenen, denk ik: met routeboekje

3. Ik heb mooie prestaties behaald. De duidelijkste is het PR op de kwart triathlon, ondanks een verkoudheid, op 22 mei in Ter Aar. Dat PR was een langgekoesterde wens. Andere mooie prestaties vond ik de 1/3e in Leiderdorp (waarin ik ‘revanche’ nam voor het uitstappen in mijn eerste post-covid-triathlon, de 1/3e in Oud Gastel), de kwart triathlon in Hengstdijk, waar ik onverwacht vloog op de fiets, en in het najaar twee goede vijf kilometers bij de Parkrun (in de buurt van mijn PR van vorig jaar, volgens mijn horloge zelfs een keer sneller, maar misschien is dat een meetfout).
Bij de triathlons viel me dit jaar op dat de sporten goed in balans waren: in Ter Aar alledrie, later vooral de verhouding tussen fietsen en lopen. Ik was daar de afgelopen jaren wat mee aan het klooien en daar heb ik van geleerd. De ‘midzomerse’ loopimpuls van de halve marathon pakte goed uit. De vele rustige duur daarvoor tranfereerde mooi naar het fietsen, iets wat ik vaker heb gemerkt, en was natuurlijk ook gewoon goed voor het lopen tijdens de erop volgende triathlons. Vooral in Leiderdorp heb ik voor mijn doen opvallend goed gelopen, na ook hard fietsen.

Hengstdijk

4. Het zwemmen kwam aan het eind goed. Ik vond dat namelijk misschien wel de grootste teleurstelling van het sportjaar: dat mijn zwemmen zo snel stagneerde. Ik had de hoop dat ik met eindelijk weer wat lijn erin en met een herhaling van de cursus Powerstroke de techniek en snelheid zou kunnen terugvinden van net voor de eerste lockdown. Toen, februari 2020 dus, zwom ik op mijn snelst en was ik op weg naar een kilometer in 19 minuten – wat nooit is gelukt, want toen sloten de zwembaden. Ik begon dit seizoen lekker, maar rond de tijd van mijn covid-besmetting in juni stagneerde de snelheid en daarna ging die zelfs behoorlijk achteruit. Mogelijk heb ik toen te veel energie gegeven aan het lopen en het fietsen?
Zodoende heb ik weliswaar bij dat PR in Ter Aar in mei het hardst ooit gezwommen in een triathlon (precies 20 minuten over een kilometer), maar in Bodegraven in september, ook in het zwembad, had ik 10’30 nodig voor de halve afstand… Ik heb ook voor mijn gevoel nooit de techniek teruggevonden die ik had in de winter van ‘19/’20. Dat was frustrerend.
Ik heb wel leuke zwemdingen gedaan, waaronder de Jan de Koele zwemtocht en – samen met Niels – zwemmen in de sneeuw in Amsterdam en in de Bosbaan. Het zwembad van Pernis bleek ook een ontdekking.
En uiteindelijk werd kwam het winterse doorzwemmen en werd het zo toch nog een bijzonder zwemjaar. Dat is voor mij altijd een grote kick: nieuwe dingen doen, mijn grenzen verleggen. Niet met snelheid dit jaar, maar dus wel met koud water ervaren.
Mijn zwemgetallen zijn overigens onbetrouwbaar omdat m’n horloge die sport stelselmatig slecht meet. Ik kom uit op 120 kilometer, het is ongetwijfeld heel wat meer geweest.

In de Schie in november, met m’n thermometer-eend

5. Ik heb een boel nieuwe dingen gedaan. Dat winterzwemmen dus, maar ik heb ook aan mijn verzameling triathlonafstanden de XS kunnen toevoegen en ik heb drie nieuwe multisportwedstrijden gedaan: de swimbike L en twee zwemlopen, eentje in het zwembad en eentje in zee en duinen, samen met Nicole. Die XS en de swimbike voerden manlief en mij naar Grevelingen (F), erg leuk. De triathlons van Bodegraven en Hengstdijk deed ik ook voor het nieuwe parcours, en vooral Hengstdijk was geweldig, met onze slaapplaats klem tegen het parc fermé. Sinds oktober ben ik ook ‘nieuw’ aan het trainen, daarover binnenkort meer, als ik het ga hebben over mijn plannen voor 2023.

Net uit het water tijdens de XS in Gravelines (juli)

6. Ik ben het hele jaar fit geweest. Okee, in het voorjaar kort achter elkaar dus die verkoudheid en covid, maar dat was het dan ook, en dat is voor mijn doen beter dan gemiddeld qua infecties, voor het vierde jaar op rij. Ik heb blessurevrij kunnen sporten, nouja, ook dat bijna: ik heb wat last van mijn pols gehad met nog steeds wat restantjes, en dat ganglion uit oktober zit er nog steeds. Dat hindert nauwelijks bij het sporten. De chiropractor houdt me nog steeds mobiel, maar daar kwam ik het afgelopen jaar beduidend minder dan de jaren ervoor, ook een goed teken. Ik voel me ook nog steeds stabieler worden voor wat betreft het ‘wegtrekken’ van de overgang.
Hoe goed het me vanaf de herfst is gegaan, is echt opvallend. Het wemelt van de luchtweginfecties en voor mij was het een drukke en soms ook stressvolle tijd. Maar mijn lichaam geeft geen krimp. Lekker hoor!
(Die drukke tijd had voor een deel te maken met een ander soort hoogtepunt van het jaar: dat mijn boek Optimaal blijven sporten er komt, dus dat ik een uitgever heb gevonden en dat boek ondertussen in het drukproefstadium is!)

Te verschijnen in maart 2023!

7. Sporten heeft me weer veel plezier gegeven. Nouja, niet alleen maar. Ik had het al over de zwemfrustratie en er was ook een loopfrustratie: dat het in het voorjaar niet lukte een goeie halve marathon te lopen. De tweede poging was mogelijk net op een slechte dag, maar de eerste, overigens wel een heel leuke dag met Robin, snap ik toch niet helemaal, ook achteraf niet. Het enige wat ik kan bedenken is dat ik toch weer net iets te zwaar had getraind, iets te vaak in de aversie – benen die niet meer willen.
Ik heb gelukkig ook heel veel heel lekker gelopen. Net iets meer dan vorig jaar: ik ging tien dagen geleden door de grens van de 1000 hardloopkilometers. Het is mijn op-een-na-hoogste kilometeraantal ooit, alleen in 2015 liep ik meer.
En ik heb ook weer lekker gefietst. Het voelde als een beetje mager fietsjaar, maar dat blijkt niet uit de cijfers: 4000 geklokte km is okee, te vergelijken met vorig jaar. Toen was het meer, maar dat zit ‘m vooral in de vakantie. Dit jaar was de fietsvakantie een stuk korter, maar wel een hoogtepunt: naar ons tiende Trappistenklooster in Engeland. Daarna was ik zomaar ineens in bloedvorm, ook erg lekker. De laatste paar maanden heb ik de lol van spinning weer teruggevonden (10 uur in totaal).
Uiteindelijk is dit punt het allerbelangrijkste. En dan niet de kilometers, de uren of de wattages, maar wel het plezier, de ontspanning, de zelfzorg, de gezelligheid met de sportmaatjes (met name: Henk, Nicole, Niels, Robin, Marijke, Leon en Jo, Henks groepsgenoten bij RA en de vaste mede-Parkrunners). Het was er weer allemaal dit jaar, en ik houd het er graag in.
Bij dit punt zou ik talloze foto’s kunnen plaatsen, van al die mooie en fijne dingen van het jaar. Ik heb gekozen voor een illustratie van de gezelligheid en de terugkeer van de evenementen:

Met Nicole na de finish van een van de eerste evenementen weer: de vestingloop in Gorinchem in maart

Hier zijn de getallen nog even, in vergelijking met de vorige twee jaren:

(kilometers)

2022

2021

2020

Zwemmen

?
(> 120 km)

   75

 132

Fietsen

4004

4863

4686

Hardlopen

1034

1003

 780

Wandelen

744

456

549

Door |2022-12-31T17:02:39+01:0031 december 2022|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Waarom, Zwem|2 Reacties

Doorfietsen

ik wil deze winter wat meer trainen op de fiets dan de afgelopen jaren. Al een hele tijd lag de focus in de winter op hardlopen, en als dan tussendoor fietsen ook nog eens uitkwam, was dat mooi meegenomen. Mijn fietsconditie onderhield ik ook wel door de stadsfietsritjes. Dit jaar wil ik er meer werk van maken, maar ik was vergeten hoe moeilijk dat is.

Eén ding is makkelijk: spinning. Daarvoor ga ik wekelijks naar de sportschool en ik train ermee op hoge intensiteit, kracht en techniek. Dat is eigenlijk alles wat er nu nodig is, op rustige duur na: ritjes van twee uur of meer. Dat is toch echt een stuk lastiger, om vier redenen die elkaar versterken:

  • Het weer is slechter. Ik ben best bereid een beetje kou te lijden of regen te weerstaan, maar er zijn grenzen. Het is gelukkig tot nu toe een heel milde herfst.
  • De tijd is veel beperkter, om twee redenen: de dagen zijn korter en ik heb het drukker met werk en andere dingen. Dit probleem versterkt het vorige: als ik maar weinig tijd heb, ‘moet’ het net dan fatsoenlijk weer zijn.
  • Ik kan het niet altijd opbrengen om ook nog ‘voor de lol’ te gaan fietsen. Dat hangt samen met de vorige twee punten: ik fiets voor de drukte al veel op de stadsfiets, soms onder slechte omstandigheden. As ik in een week al een paar keer ben natgeregend of tegen de wind in heb gebeukt, dan heb ik niet meer zo veel zin om in die paar uur net iets acceptabeler weer in het weekend nóg eens op de fiets te stappen. Dat gevoel was ik de afgelopen jaren kwijtgeraakt, deels door het hardlopen, maar deels ook door de corona-beperkingen, waardoor ik veel minder op de stadsfiets reed dan gewoonlijk en dan – gelukkig – nu weer.
  • Ik fiets niet binnen, niet anders dan dat uurtje spinning in de sportschool. Ik gebruik geen Tacx, zit niet op Zwift e.d. Natuurlijk zou dat de problemen van donker en weer ondervangen, maar toch: ik moet er niet aan denken. Ik ga naar buiten of ik ga niet.

Maar tot nu toe lukt het buiten eigenlijk best wel. Wat ik veel doe is het stadsfietsen uitbreiden, met van die ‘randgevallen’ tussen vervoer en trainen in: heen en weer naar werk in Den Haag bijvoorbeeld. Dat is twee uur fietsen op een dag en dat is een mooie rustige duurtraining, alleen zit er een werkdag tussen. Nouja, vooruit dan maar. Vorige week fietste ik zo bijna 5,5 uur bij elkaar, met ook nog bijna een uur kortere stadsfietsritjes erbij. En zag ik bijvoorbeeld dit begin van de dag:

De week ervoor heb ik gemountainbiket, ook een aardige verzoening met de toen winterse omstandigheden:

Kortom: doorfietsen is uitdagend maar tot nu toe gaat het hartstikke goed!

 

 

 

Door |2022-11-29T19:40:27+01:0029 november 2022|Fiets|1 Reactie

Een bijzondere oktobermaand

Met de triathlon van Hengstdijk vorige maand kwam er een einde aan mijn triathlonseizoen en begon wat in trainingstermen een overgangsperiode genoemd wordt: een tussentijd om goed uit te rusten en weer gretig te worden, voordat de opbouw naar nieuwe doelen begint. Het is een periode om wel te mogen maar niks te moeten. In de zin van: geen schema, binnen m’n grenzen blijven (= niet opbouwen), makkelijk een keertje overslaan als dat beter uitkomt, sporten naar behoefte.

Dat kwam gelegen, want ik wist van tevoren al: ik zou een knetterdrukke werkmaand ingaan. Die werd nog drukker dan verwacht, en ondertussen vraagt ook Henks situatie nog steeds aandacht. Hij heeft ondertussen de tweede staaroperatie gehad dus wordt het met zijn ogen wat overzichtelijker, maar het is nog steeds behelpen voor hem. Voor mij is het wennen aan een nieuwe thuissituatie, die overigens ook zo z’n voordelen heeft: waarschijnlijk gaat zijn lange periode van arbeidsongeschiktheid naadloos over in zijn vervroegde pensionering.

Ik heb dus weinig tijd gehad om te sporten. Een paar keer schoot er wat bij in vanwege drukte of te moe, en dat was eigenlijk wel goed. Sport diende de broodnodige ontspanning. Vooral het wandelen was daar fijn voor.

Zo zakt m’n conditie wel wat in, maar dat is niet erg. Dat is juist de bedoeling: om te kunnen pieken, moeten er ook dalen zijn. Regelmaat houd ik er toch wel in, daarvoor vind ik sporten veel te fijn.

Op het ‘niks moeten’ maakte ik een uitzondering: elke week een keer in het open water zwemmen. Ik weet: als ik dat in oktober niet meteen doorzet, lukt het niet meer. Zo ging het de afgelopen twee jaar, waarin ik vage voornemens om langer door te zwemmen niet concretiseerde. Met de ervaring van de koud-water-workshop erbij is dat concretiseren wel gelukt, althans: tot nu toe, en dat is voor het eerst. Belangrijkste wat ik toen leerde is dat de kunst is om kou te verdragen. Dat klinkt simpel, maar het was toch een eye opener: dat doorzwemmers de kou ook heus voelen, maar zich er niet door laten tegenhouden. Kou voelen is het probleem niet – wat is nou eventjes kou verdragen, niks toch?

Het is nu nog helemaal niet zo koud natuurlijk, het water is zelfs al wekenlang niet eens kouder geworden, maar zo kan ik wennen. Ik heb de afstand iets kunnen uitbouwen zelfs, maar het hoeft niet lang – tien minuten is al genoeg, gister zwom ik het dubbele. Het bevalt uitstekend. Ik ben benieuwd hoe lang ik het ga volhouden. Zo lang mogelijk, in principe, maar ik stop als het me te gek wordt.

Nou was het natuurlijk wel een makkelijke maand voor dat zwemmen, en een heerlijke maand om toch lekker naar buiten te gaan. Het is zorgelijk qua klimaatverandering, zo’n warme oktober, maar ik vind het voor mezelf wel heel lekker. Naast warm en zonnig is het ook prachtig. Ik heb bij wandelen, hardlopen en fietsen volop genoten van het licht, de herfstkleuren….

Zonsopgang op de fiets onderweg naar een opdrachtgever in Leiden (28e). Als je goed kijkt, zie je op het weiland de schapen in mistflarden staan.

…en de vele prachtige paddenstoelen, vooral op de houtstapels in Park Zestienhoven:

Ook dat zwemmen met de herfstzon was gaaf, dat maak ik voor het eerst mee. Deze foto met streep zonlicht maakte manlief gisteren:

Iets minder fraai is dat ik, ondanks relatief weinig sporten, een paar pijntjes heb opgelopen. Dat is niet toevallig natuurlijk – het valt me eigenlijk nog mee hoe goed mijn lijf het heeft gehouden de afgelopen maand. Het meest opvallende van de gebreken is een bult op mijn pols die er mogelijk al langer zit: ganglion, een onschuldige cyste. Hij laat zich moeilijk op de foto zetten, maar dit geeft een indruk (dit is dus m’n linkerpols):

Wat oorzaak en gevolg is, weet ik niet, maar ik heb meer pijntjes in die pols en hand. Ik heb er niet veel last van, moet wel yoga aanpassen want er volop op steunen gaat niet.

Het is me wel duidelijk dat de manier van leven van afgelopen maand niet goed voor me is en dus ook niet lang vol te houden. Dat hoeft ook niet: de drukte wordt minder, en mede vanwege de pijntjes zet ik de overgangsperiode nog even voort; november komt er ook nog bij.

Ik ben wel al in één opzicht naar het volgende seizoen aan het gluren: ik heb spinning weer opgepakt. Dat had ik sinds februari 2020 niet meer gedaan. Ik had er weer zin in en het blijkt ook leuk om weer te doen. Bovendien heb ik snode plannen met het fietsen. Daarover later meer.

 

Door |2022-10-31T12:33:35+01:0031 oktober 2022|Fiets, Loop, Waarom, Zwem|2 Reacties

Kwart triathlon Hengstdijk 👍

Afgelopen weekend was het slot van zowel mijn triathlonseizoen (begonnen in mei) als mijn vakantie. Die vakantie was op 1 september begonnen en leidde via Bodegraven, de Brabantse Wal en de abdij van Mount Saint Bernard naar… Hengstdijk. Ik heb jaren geleden bedacht dat het me leuk leek om alle Zeeuwse triathlons te doen, en daar, in Zeeuws-Vlaanderen was er zondag een.

Nouja, Zeeuwse triathlon… het is er een die onder Belgische organisatie valt, zo zeer zelfs dat het inschrijven met een Nederlandse licentie met een omweg moest. Ik had er ook alleen maar van gehoord dankzij Lennart73 van het Triathlonforum, in de Nederlandse communicatiekanalen gaat het er niet over. Ik heb het dan ook geheel als Belgische enclave in Nederland ervaren, met als hoogtepunt dat ik bij de doorkomst na mijn eerste loopronde werd omgeroepen als ‘een deelneemster uit Nederland’ ???? In de uitslag ligt het er ook dik bovenop:

Maar ik loop op de zaken vooruit. De Kwart triathlon Hengstdijk vindt plaats op een camping, De Vogel. Toen we donderdag op zoek gingen naar accommodatie, bleek daar nog een sta-caravan te huur. Dat was sowieso al leuk, maar we wisten helemaal niet wat we zagen toen we zaterdagmiddag aankwamen: onze caravan stond klem naast de wisselzone! Dichterbij kon niet!

Ze waren het parc fermé nog aan het opbouwen. Aan de andere kant, een meter of tien lopen… de zwemstart!

Voor mij betekende het vooral een superrelaxte aanloop. Ik kon op m’n dooie akkertje m’n voorbereidingen treffen, ondertussen nog de ontknoping van het WK wielrennen kijkend. Wetsuit aantrekken kon vlak van tevoren voor onze eigen deur.

Zo ontspannen waren de uren voor een triathlonstart nooit eerder! Ik had ook nog eens als een blok geslapen, dus ik voelde me kakelvers.

Desalniettemin: ik had geen idee wat ik qua prestatie kon verwachten. Een wandel- en een fietsvakantie zijn niet de beste voorbereiding voor een wedstrijd, ik had me in Engeland okee maar niet altijd super gevoeld en ik had vrijdag nog wat restanten fietsvermoeidheid gemerkt, samen met een stijve rug. Gezwommen heb ik in de vakantieweken weinig, en al heel lang niet in wetsuit en zeker niet in koud water – dat is razendsnel afgekoeld immers, de laatste keer in de Schie kon nog zonder wetsuit. In België is het triathlonniveau hoog, dus ik dacht nog: als ik maar niet laatste word.

Het was inderdaad even schrikken in het koude (en brakke) water van de kreek en wat hannesen met m’n wetsuit uittrekken, maar verder heb ik lekker gezwommen. Ik kon zowaar op mijn techniek letten, dat is zeldzaam tijdens een triathlon!

Ik had ook al meteen in de gaten dat ik me over dat laatste worden geen zorgen hoefde te maken. Vooraan ging het razendsnel, maar ik haalde al heel gauw zwemmers uit de eerste twee starts (twee en vier minuten voor ons gestart) in.

Het waren twee rondjes, inclusief landstart en Australian exit (landgang tussen de rondes):

Ik deed er dik 22 minuten over (ik heb geen Strava-link want mijn GPS heeft het niet goed gedaan).

Okee dan, altijd fijn als het zwemmen erop zit. Want toen kon ik na de wissel…

lekker gaan fietsen.

Het fietsparcours was drie weken geleden veranderd, en dat vond ik jammer. Het zou namelijk naar het noorden voeren, naar de oever van de Schelde, en dat leek me super. In plaats daarvan werden het vier bochtige rondjes door de polder. Het was inderdaad geen sinecure: bochtig en smal én het was bietencampagne, dus blubber, steentjes en andere zooi op de weg.

Geen makkelijk parcours, wel lieflijk landschap op een prachtige zondagochtend – wat een mazzel met het weer hadden we!

En tot mijn verbazing wilden mijn benen álles wel. Ze hebben zelden zo goed gevoeld in een triathlon. Was ik al heel erg blij  met Bodegraven, dit ging nog veel beter. Nouja, gemiddeld niet harder, daar was het het parcours dus niet naar. Ik heb precies 32 gereden, oftewel 1:24:40 over de 45 kilometer, met een vermogen dat in de buurt komt van de losse tijdrit van vorig jaar. Huh?

Het voelde super. Wat ik nog nooit heb gehad: ik had af en toe het idee dat ik iets concentratie verloor of even iets minder doortrapte, en dan keek ik met de verwachting dat m’n gemiddelde vermogen wel gezakt zou zijn. Maar dat was dan steeds niet zo. Mijn benen leken het wel vanzelf te doen!

Iets minder was dat er een ambulance me voorbij kwam die even verderop stopte. Dat is altijd schrikken. Ik heb alleen vaag een schim in de berm zien zitten, Henk had gehoord dat er iemand onwel was geworden. Ik kwam gelukkig veilig binnen, op weg naar de tweede wissel:

Ik was benieuwd wat er nog in zou zitten voor het lopen en ook dat viel mee.

De vier rondjes hardlopen over de camping voelden goed en ze waren gezellig, met de deelnemers en de toeschouwers, en omdat manlief elk ogenblik opdook met zijn camera in de aanslag. Van hem moet ik dan lachen:

Maar dat lukt niet altijd:

Henk heeft mij een heleboel keren op de foto gezet, en anderen ook: in totaal meer dan 1500 foto’s! Waaronder deze leuke van de drankpost op het loopparcours:

Ik moest erom lachen dat er bordjes stonden met maximumsnelheid 10, vanwege spelende kinderen.

Waren wij nou die spelende kinderen, uh, volwassenen, of gingen we allemaal te hard?

Ik heb in 55’48 gelopen, wat voor mij een dijk van een tijd is, maar het parcours was wel wat te kort. Gemiddeld heb ik een fractie langzamer gelopen dan bij m’n PR in mei. Met al wekenlang veel minder en rommeliger training. Ook daar ben ik blij mee. Aan het eind had ik nog net wat over om te sprinten:

Ik finishte in 2:50:20. Supertevreden: ik vind dit mijn beste prestatie van het hele seizoen, een van mijn beste ooit. Ik was gister in uitzonderlijk goede doen. Fijn om dat weer te hebben! Bovendien was het een leuke, goed georganiseerde triathlon.

Na de finish kregen we een tegel en foto’s, die ter plekke razendsnel waren afgedrukt, een leuk extraatje.

Ik heb ook nog even staan praten met de man met wie ik op de fiets steeds had stuivertje gewisseld:

Heel kort daarna zat ik op ons balkonnetje nog wat uit te puffen en met m’n Strava in de weer enzo….

… en toen hoorde ik ineens mijn naam omgeroepen – bleek ik nog tweede te zijn geworden bij de D50+ ook! Wat grappig – dit hele seizoen heb ik wedstrijden gedaan waarbij helemaal geen leeftijdscategorieën werden onderscheiden, of alleen 40+. Bij de enige 50+ val ik meteen in de prijzen! Dat is zeer relatief, want (voor zover ik kan zien in de uitslag) waren we maar met z’n drieën en de winnares was zelfs al 60+. Maar toch leuk. Ik ben snel naar het podium gehold en kreeg daar een trofee en een flesje bier:

Nog wat later hebben we even gekeken bij de starts van de middagwedstrijden (divisies) en toen hebben we wel gemaakt dat we wegkwamen, want er stond een speaker naast onze caravan en we raakten de harde, slechte muziek beu. We zijn naar Hulst gereden voor een mooie stadswandeling en daarna hebben we in Vogelwaarde mosselen gegeten. Het was zodoende ook een ontdekkingsreis Zeeuws-Vlaanderen. De dag eindigde met op de bank van ons huisje voetbal kijken. Nacht twee in de caravan ook weer heerlijk geslapen. Vanochtend was het koud in de caravan door het takkeweer – maar toen zat het er ook op.

Seizoen en vakantie zijn zo geëindigd met een klapper. Ik ga nu de overgangsperiode in,  zoals dat heet (moet ik, 3,5 jaar na de menopauze, nog steeds een beetje om grinniken, om dat woord): uitrusten en freewheelen (en ook vrij stevig aan de bak qua werk, de komende weken). Ik ben al bezig met nieuwe plannen, daarover later meer natuurlijk en dan komt ook nog wel een keer een seizoensterugblik. Ik ga in elk geval met een goed gevoel het seizoen uit!

Door |2023-05-13T17:23:22+02:0026 september 2022|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport, Zwem|3 Reacties

Onze tiende Trappist

In 2013 fietsten manlief en ik vanuit huis langs alle acht toenmalige Trappistenkloosters met brouwerij: Achel, Rochefort, Orval, Chimay, Mont des Cats, Westvleteren, Westmalle en La Trappe (Koningshoeven). Dat was toen een prachtige fietsvakantie van drie weken, vol met lekker bier en andere belevenissen – hoogtepunt was dat we in Westvleteren een pintje dronken met een broeder.

Sindsdien zijn er kloosters bijgekomen, en zodoende fietsten we in 2014 in een weekend op en neer naar Zundert, voor de Pinkstermis en hun bier. Er bleven toen nog een paar kloosters over, maar die waren allemaal wat lastiger te befietsen. Toch zat een vervolg nog steeds in ons hoofd.

Dit jaar zijn we een beetje beperkt in hoe lang en hoe ver we weg kunnen. We waren al wezen wandelen, en een weekje Engeland, dat kon ook nog net, en daarin was hun Trappist haalbaar, daar hadden we al eens naar gekeken. Dus dat werd ons doel: de Mount Saint Bernard Abbey, nabij Coalville, 25 kilometer ten noordwesten van Leicester.

We zijn vanuit huis vertrokken. Heen met de boot van Europoort naar Hull. In twee lange dagen via Sutton-on-Trent naar Leicester gefietst, daar twee overnachtingen. Op zaterdag eerst de Parkrun gedaan daar, wat een belevenis, zo groot en divers!

Daarna heen en weer naar de – prachtig gelegen – abdij, voor hun Tynt Meadow bier.

Daarna in drie dagen via Stilton en Thurlow naar Harwich, nachtboot naar Hoek van Holland. Op de laatste dag, gister, hebben we nog een ‘gaatje’ dichtgereden van vorig jaar, toen we op ons rondje langs de randjes van Nederland niet van de Maasvlakte konden overvaren. Nu wel. Meer details en foto’s op onze Polarsteps.

Opnieuw was het een geweldige fietsvakantie. Engeland blijft een heerlijk land, ook al hebben ze fietsen nog niet helemaal begrepen. Ik had er meer dan 20 jaar niet gefietst en sindsdien zijn er fietspaden en dergelijke bijgekomen, maar die zijn niet allemaal gelukkig: ze houden ineens op, lopen dan ineens aan de andere kant van de weg verder, soms maar voor 50 meter, ze zijn vergeven van de hekjes (lastig met onze bagage)…

…en als je braaf oversteekt, sta je eindeloos stil, standaard twee keer op een drukke weg: voor beide weghelften. Vooral in de grote, drukke stad (Hull, Leicester) werden we er gek van. We hadden ook nog een keer een rampzalig slecht stuk klem langs de snelweg.

Maar soms ging het ineens wel goed: tussen St. Ives en Cambridge reden we over een superstrak fietspad langs een geleide (‘guided’) busbaan waar Nederland nog wat van kan leren:

We lieten ons leiden door Komoot, en dat ging beter als we ‘m op racefiets instelden, niet op toerfiets. Dat was wel vaker over de weg dan. Gelukkig zijn de automobilisten netjes en geduldig, dat viel echt op.

Niet veranderd waren de steile klimmetjes en dito afdalingen, maar dat is deel van de lol.

Net als heerlijk overnachten in oeroude inns of oubollige B&B’s, pints met slap bier drinken en ontbijten met ei, tomaat en bonen, hier (in The Bell Inn in Stilton) onder andere aangevuld met spinazie en vegetarische worstjes.

We hebben in acht dagen ongeveer 575 kilometer gefietst en die waren best pittig. Ik had na Leicester wat zadelpijn, voor mij ongebruikelijk – ik heb een nieuw zadel op mijn vakantiefiets en dat heeft los gezeten en mogelijk scheef gestaan, misschien was dat het. Even verder mee experimenteren. Maandag had ik het er zwaar mee; verder heb ik wel lekker gefietst.

Die maandag zal me ook wel bijbleven: fietsen door een stil Engeland, terwijl hun koningin begraven wordt. We zagen sowieso veel eerbetonen en alle vlaggen halfstok – we reden door een land in rouw. Dit duo op een brievenbus vond ik superschattig:

We hebben geen spat regen gehad, de wind mee, en zon; hooguit was het soms wat kil. We hebben erg genoten van het landschap en het vele buiten zijn.

We hebben kunnen doen wat we wilden doen. Het is een eind fietsen voor een biertje, maar het was natuurlijk een duidelijk voorbeeld van dat de reis belangrijker was dan het doel.

Ondertussen is ook een plan voor de lange termijn ontstaan. In de abdij hoorden we dat de Amerikaanse trappist ermee gestopt is. Dat betekent dat we fietsend de verzameling compleet kunnen maken. Alleen wordt dat wel een serieuze fietsreis: naar Oostenrijk en Italië (Rome). Het kriebelt…

 

Door |2022-09-22T15:49:24+02:0022 september 2022|Fiets, Waarom|0 Reacties

Mooie middag in Bodegraven

Gister heb ik meegedaan aan de 1/8e Najaarstriathlon in Bodegraven. Nouja, najaar… qua temperatuur was het gewoon nog hoogzomer: het was mijn warmste triathlon van dit jaar. Ik was daarom blij dat ik voor de 1/8e had gekozen en niet voor de kwart. Die keuze was omdat ik dit jaar nog geen 1/8e of sprint gedaan had door ziekte tijdens de Vrouwentriathlon, en ik het toch altijd wel een leuke afstand vind: lekker knallen. Daarom dus, en verder was het een toeristische overweging om mee te doen: ook al is Bodegraven hier vlakbij en ben ik er vaak in de buurt geweest, toch kende ik het eigenlijk helemaal niet. Leuk om daar verandering in te brengen.

Ik had me nog maar net ingeschreven of het bericht kwam dat het zwemmen in de Rijn vanwege de droogte niet door kon gaan. Dat is deze zomer schering en inslag in de triathlonwereld: geen of aangepast zwemmen. Bodegraven vond een aanpassing: het zwemmen zou in het binnenzwembad zijn. Tussen het zwembad en de wisselzone met zo’n 350 meter lopen, door een winkelpassage:

Alleen de supermarkt was open, dus het was de Hallo-Jumbo-T1.

De wisselzone zelf was op het centrale plein van Bodegraven, tussen winkels, cafétjes, het stadhuis en het Kaasmuseum! Dat maakte het wel een heel bijzondere triathlon, vond ik. Het fietsparcours leidde door een historisch stukje van het stadje en langs de Rijn. Daarbij was het ook nog eens een echte breedte-triathlon, met divers niveau, veel rookies en jeugd; kleinschalig. Erg leuk! En prima georganiseerd ook. Hier zijn vrijwilligers druk in de weer op de verzorgingspost na de finish:

De foto is gemaakt door Henk, die mee was als fotograaf. Vanwege zijn staaroperatie kon hij zelf niet meedoen: hij mag niet zwemmen. Dat is jammer natuurlijk, maar dankzij zijn bezigheden kan ik hier van de hele gang van zaken foto’s laten zien!

Mijn start was pas om 15:20, wat gek is, eerst nog een hele ochtend gewoon thuis. Meestal zijn triatlonstarts vroeg immers. We waren dan ook ruim op tijd om me aan te melden bij het zwembad….

…. m’n spulletjes klaar te zetten op m’n riante plekje in de wisselzone (ik had extra ruimte door het bankje dat je rechts nog net ziet staan)….

… en met een paar spulletjes richting het zwembad te gaan – voor die lange wissel had je schoenen nodig immers. Hier lig ik klaar voor de zwemstart, handjes aan de muur, ik ben die met de rode badmuts:

Eenmaal aan het zwemmen:

Dat ging trouwens helemaal niet lekker. We zwommen met z’n vieren ongeveer even hard, maar in het zuchtje betekende dat de hele tijd inhouden. Bovendien vond ik de lucht benauwd en ben ik volgens mij uit zwemvorm – de laatste weken zijn wat rommelig geweest op zwemgebied. Dus ik was blij toen ik het tikje op mijn hoofd voelde om aan te geven dat ik nog één keer heen en weer moest:

En opgelucht eruit, na 10’30, urgh, ik was in het voorjaar 30″ sneller:

Toen dus de Hallo-Jumbo-wissel, en daarna lekker de fiets op. Dat ging super! Ik drukte te laat het stop-knopje in, dus ik weet niet precies hoe hard ik heb gereden, het laatste gemiddelde dat ik onderweg heb gezien was 33,6 en daarmee was het een van mijn snelste bike-splits ooit. Lekker dat mijn benen dat alweer wilden, na donderdag. Altijd leuk om veel andere deelnemers in te halen: pacman spelen. Ik kan ook wel concluderen dat het plan om in augustus prioriteit aan het fietsen te geven (zie hier), goed heeft uitgepakt. Het was vrijwel windstil, dat hielp, maar ik had ook de derde fietstijd bij de vrouwen (overall, zie uitslag).

Henk zette me bij de doorkomst op de foto, en toen ik aankwam:

Daarna ging het lopen voor mijn gevoel ook wel lekker, maar m’n tempo viel me tegen. Mogelijk ging de warmte toen toch een rol spelen, ook al voelde het niet te heet. Het parcours had veel schaduw.

Ik finishte in 1:22:32, als 9e van 18 vrouwen, en daar was ik zeker tevreden mee:

Alsof die hele fotoserie van mij nog niet genoeg was, heeft Henk ook nog van de andere deelnemers foto’s gemaakt die vrij toegankelijk zijn.

Tevreden gingen we dus weer terug naar huis. Expeditie Bodegraven: geslaagd!

 

 

Door |2022-09-05T16:48:43+02:005 september 2022|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties
Ga naar de bovenkant