Boeken

Terug-, nee, vooruitblik: de plannen

Ja, ik heb ook weer nieuwe plannen. In de eerste plaats de marathon hier in de stad. Ik schreef het al naar aanleiding van de Kustmarathon: ik wil nog één keer proberen om een marathon hardlopend uit te lopen, dus zonder wandelen. Dan moet het in ongeveer 4,5 uur kunnen lukken. Ik heb nu drie marathons gelopen (Istanbul, in de Ironman en de Kustmarathon), maar met veel wandelen en met heel langzame tijden. Dat blijf ik niet zo doen: als het met fatsoenlijk trainen weer niet lukt, houd ik het voor gezien, dan is het niks voor mij. Als ik straks in april na 30 km weer moet gaan wandelen, wandel ik naar de dichtstbijzijnde metro, is het plan.
 
In de aanloop naar die marathon ga ik een paar trainingsevenementen doen, zoals een georganiseerde trainingsloop, een halve marathon en misschien nog wel een enkel korter loopje ook. Ik heb zondag al een 5 km gelopen, maar toen was ik niet zo op dreef en het parcours was zwaar, dus dat viel nog niet zo mee. Wel leuk trouwens, in een zonnig Westvoorne.
 
Ik heb mijn eigen schema geschreven. Dat moet ik nu wel kunnen ook, hè, als hardlooptrainer-in-opleiding. Vanwege mijn slechte ervaringen in de aanloop naar Istanbul doe ik het nog steeds zonder lange duurlopen – zeg nooit nooit, wie weet wat er nog gebeurt, maar er zal iets drastisch moeten veranderen wil ik dat ooit nog opnieuw gaan doen. De twee dertig kilometers die ik toen in de voorbereiding gelopen heb, zijn nog steeds een beetje traumatisch, zeg maar, zie ook deze blogpost van toen. Ik heb moeten onderkennen dat ik in Istanbul vermoedelijk licht overtraind aan de start stond  – in elk geval moe. Als ik vergelijk hoe ik me toen voelde met 28 augustus ’s ochtends vroeg, dat was een wereld van verschil. In april wil ik me voelen zoals in augustus.
 
Dus zonder lange duurlopen, maar wel meer dan in de marathonrevolutie-aanpak, want de maximaal 42 weekkilometers daarin loop ik nu al, als ik een beetje mijn best doe.  Dus ik ga wel een paar keer langer dan 14 kilometer lopen (eens per maand en maximaal de 25 kilometer van de Heinenoordtunnelloop), en als maximale weekomvang tegen de 50 kilometer. Daarbij de fiets als crosstraining: afhankelijk van het weer de komende maanden wil ik opbouwen naar die beoogde 4,5 uur, zodat ik mijn hart-longconditie daar wel aan laat wennen. Dat moet geen probleem zijn, behalve dan bij kou, wind en gladheid.
 
Trouwens, over die marathonrevolutiemethode – ik blijf dat interessant vinden, en vond de controverse die het oproept mooi behandeld in deze post. Ik doen verder bij het terugblikken niet veel meer aan links naar interessante leesstof, maar hiervoor maak ik graag een uitzondering. Ik heb zelf nog niet ‘bewezen’ dat de aanpak werkt, maar ik vind het wel interessant hoe de controversie iets laat zien van onze calvinistische sportmoraal: dat je kennelijk pijn ‘moet’ lijden om iets te ‘mogen’ bereiken.
 
Daarnaast blijf ik bezig met techniek. en bij lopen hoort natuurlijk ook als doel: mijn diploma halen als trainert, als het goed is, gebeurt dat de dag voor de marathon!
 
Daarna het triathlonseizoen. Ik heb een selectie aan wedstrijden gepland: Ter Aar (1/8e), Krimpen (kwart), Oud-Gastel (1/3e), Bocholt (Mitteldistanz), 010 (nog niet ingeschreven, wordt denk ik  kwart), Binnenmaas (kwart). Daaruit wil ik nog gaan kiezen wat mijn hoofddoel wordt. Ze zijn allemaal ‘in de herhaling’ en ik wil minstens in Bocholt voor een parcoursrecord gaan; in Oud-Gastel misschien ook wel. Een keer ergens op het podium staan in mijn leeftijdscategorie? Een PR op de kwart? Lekker knallen? Dat heb ik al twee seizoenen niet gedaan, in 2015 door blessureleed en in 2016 door de grote focus op duur. En in elk geval: ervan genieten! Het zijn stuk voor stuk leuke triathlons, dus dat moet wel kunnen lukken.
 
Het lijkt me ook leuk om een paar zwemtochten in de herhaling te doen, want die heb ik afgelopen jaar erg leuk gevonden: Kattendijke-Wemeldinge, Jan de Koele en de Branderszwemtocht bijvoorbeeld. Bij de thuistocht in de Schie, kan ik helaas niet, want dan is de Vrouwentriathlon in Utrecht en daar word ik als vrijwilliger verwacht, want ook dat blijf ik doen. Mogelijk kan ik dat dit jaar een keer combineren met zelf meedoen?
 
En een paar leuke fietstoertochten, zeker als manlief die ook gaat doen, want die heeft ook plannen, best heftige zelfs – daarover de volgende keer meer. Sámen hebben we ook een plan, namelijk weer een keer lang weg om een grote fietstocht maken, mogelijk in Nieuw-Zeeland, en ook daarvoor ga ik trainen. Wat ik verder in de tweede helft van 2017 ga doen, weet ik nog niet. Over het grote twijfelpunt ook een volgende keer.
 
 
Door |2017-01-10T17:49:57+01:0010 januari 2017|Boeken, Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|0 Reacties

Terugblik: turbulentie!

Flyer toneeluitvoering BloedbruiloftZomaar ineens was dat grote doel waar ik twee jaar naar toe had gewerkt behaald en het proces ten einde. Zeker in de laatste maanden had het een groot deel van mijn tijd en aandacht opgeslurpt, en had ik er nogal wat voor opzij geschoven – ik schreef daar eerder over (voorbeeld). Van die focus heb ik enorm genoten, maar ik heb er ook naar uitgekeken om weer tijd en aandacht te hebben voor andere dingen.
 
Zo had ik me al voor de Ironman ingeschreven voor toneel (in februari uitvoering, komt dat zien!), een opleiding in de acceptance-and-commitmenttherapie (ACT) en ik had me voorgenomen om eindelijk examen te doen in de schriftelijke cursus Sportpsychologie en coaching die ik anderhalf jaar eerder in huis had gehaald.
 
Dat is allemaal gelukt:
 
Certificaat ACT-opleiding
Diploma sportpsychologie en coaching
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Als eindopdracht voor die opleiding Sportpsychologie heb ik trouwens een workshop ‘Omgaan met wedstrijdspanning’ ontworpen. Geschikt voor groepen, dus als iemand interesse heeft voor bijvoorbeeld de atletiekvereniging, hoor ik dat graag. Ik heb het thema geïllustreerd met wat ik nog steeds één van mijn mooiste Ironmanfoto’s vind – van kort voor de start:
 

2016_08_28_0063

 En toen… zat er nog meer ruimte in mijn tijd en er kriebelde van alles,  ook nog eens aangewakkerd door die ACT-opleiding (die was erg leuk, goed, nuttig), en ook wel omdat het met mijn werk redelijk rustig was. Met een beetje kabbelen neem ik niet zo gauw genoegen, vandaar dat gekriebel.
 
Het leidde uiteindelijk tot drie nieuwe plannen die nu volop in werking zijn:
 
  • Ik ga weer een boek schrijven! Of ik moet zeggen: we, want het is samen met Nicole. De werktitel is ‘Je hoeft geen supermens te zijn om  je grenzen te verleggen’; we willen trainingsadviezen geven voor ‘gewone stervelingen’ of ‘mindere goden’ (‘voor losers’, zegt manlief). Ons is het namelijk al een tijd een doorn in het oog dat de trainingsadviezen die je in boeken en op internet vindt, gericht zijn op, of op z’n minst afgeleid zijn van, toppers. Daar vindt immers het onderzoek plaats, en daar verdienen trainers het beste hun brood. Maar als je, bijvoorbeeld, ouder bent, minder getalenteerd of ergens een andere beperking hebt, dan vind je weinig. Dat gat willen wij vullen, deels met echte adviezen en kennis, deels met ervaringsverhalen van onszelf en anderen – en Nicole voegt daar een geweldige dosis humor aan toe!
    Er is een hoop meer over te zeggen, natuurlijk, maar dat doen we wel in het boek. Jullie horen er natuurlijk te zijner tijd meer over – na deze terugblik zet ik een punt achter dit weblog, maar ik zal nog zeker terugkomen als er iets te melden is over het boek. Dat kan nog wel even duren natuurlijk. Als je ideeën hebt voor de uitgave ervan, dan horen we dat graag!
  • En toen…. Besloot ik ook nog hardlooptrainer te worden, althans, de opleiding te gaan volgen. Sinds half november ben ik HIO, hardlooptrainer-in-opleiding, bij RunningHolland. Ik vond het tijd worden om twee jaar gemopper op hoe de trainingen bij RA gaan om te zetten in iets constructies (probleem is nu wel dat ik alleen maar kritischer word, maarja, da’s een tussenfase), een papiertje halen leek me goed voor mijn geloofwaardigheid als schrijver van een boek met trainingsadviezen, en ik heb nog vagelijk ook wel een gevoel van missie om iets te betekenen vooral voor vrouwen die zich tegen heug en meug naar de sportschool slepen omdat ze ‘moeten’ sporten. Maar concreet is dat nog niet, ik heb nog geen heldere plannen voor zelf trainer zijn.
    Eerst die opleiding maar eens. Die is leuk maar pittig. Ik heb er veel aan voor mijn eigen lopen (zie mijn verhaal van eerder over techniek, dit is de andere ‘input’ voor daar hard aan werken op het ogenblik), vind het leuk om met de groep samen te trainen en elkaar aan het werk te zien, ik leer ervan bijvoorbeeld op het gebied van anatomie en fysiologie en ook po het gebied van hardloop-trainingsleer meer tot in detail dan eerder. Ik vind het leuk om zelf trainingen te geven en dat gaat ook goed tot nu toe – ik heb al flink wat kwaliteiten gescoord, want dat is de beoordelingswijze.
    Maar het kost wel veel tijd (dertien zaterdagmiddagen in Amsterdam, plus flink wat huiswerk) en ik vind het soms oncomfortabel om de langzaamste te zijn in de groep – want ja, dat ben ik, en ik heb zelfs al een stuip van faalangst gehad bij een moeilijke oefening. Hoe het eraan toe gaat sterkt me wel in de overtuiging dat er een gat in de markt is voor trainers speciaal gericht op de mindere goden.
  • Van een heel andere orde: ik heb de moed bij elkaar verzameld en ben gestopt met de hormoonsuppletie die ik sinds april gebruikte vanwege mijn slechte slapen, vermoedelijk een overgangskwaal. De pillen hielpen (denk ik), maar ik voelde me er oncomfortabel bij: ervoer het een beetje als de natuur tegenwerken (overgang is geen ziekte) en mezelf chemisch aanpassen om de ratrace vol te kunnen houden, iets waar ik bij ritalin en anti-depressiva altijd tegen ben geweest. Bovendien had ik zo geen idee meer hoe het zat met mijn eigen veranderende hormonen. Ik voelde me wel heel kunstmatig vlakgetrokken. Dat was lekker, maar ook onnatuurlijk. En wat ging ik zo uit de weg?
    Ik voelde me in de periode na de Ironman zó goed dat ik dacht: ik durf het wel weer zonder. Zelfs als het slapen weer zo slecht wordt als ervoor, trek ik dat voorlopig wel, en hopelijk kom ik dan hormonaal in rustiger vaarwater. Mocht ik het niet trekken, dan zijn die pillen er als vangnet. Maar nu: weg ermee! 
    Ik vond het superspannend, maar het gaat prima. Ik slaap redelijk – goed genoeg in elk geval. Minder goed dan met de pillen of dan vroeger, maar veel beter dan de voorgaande vijf jaar, royaal genoeg om goed bij te functioneren. Ik snap ook beter waarom ik slecht slaap als dat zo is, wat meer grip erop geeft. Meer in het algemeen voel ik me op dit moment niet die speelbal van mijn hormonen die ik vorig jaar was. Terwijl het allemaal nog zeker niet voorbij is: nog geen menopauze in zicht. Wel word ik minder vaak ongesteld (hèhè, eindelijk). 
    Over het allerslechtste slapen van vorig jaar denk ik achteraf dat ik mogelijk op het randje van overtraindheid zat, als gevolg van de lange duurlopen in de aanloop naar de marathon en daarna het trainen te vroeg weer te zwaar oppakken. De combinatie van winter + hormonale disbalans + iets te zwaar trainen ontregelde mijn slapen kennelijk, waardoor het helemaal een uitputtingsslag c.q. vicieuze cirkel werd. Maar slecht slapen deed ik de 4 jaren daarvoor ook al, en waarom het ten opzichte daarvan nu zo veel beter is, weet ik niet. Ik ben echt niet vier jaar lang overtraind geweest. Maar ik ben wel blij met hoe het nu gaat!
En zo was het dus in oktober en november best turbulent. Ik zat in verschillende opleidingsachtige situaties tegelijk, dat was druk, en ik moest me in al die situaties verhouden tot enerzijds de groep en anderzijds de persoon vóór de groep (die ook nog wel eens wat over mij roept, zeg maar), en dat terwijl ik het spannend vond hoe het met mijn slapen zou gaan. Maar zo heb ik het gevoel dat ik mezelf ook wel heel hard ontwikkelde. Die comfortzone, die was ik onderweg naar de Ironman al kwijt; ik heb ‘m nog steeds niet teruggevonden!
 
En oja, ondertussen  moest ik ook nog gewoon werken. En dat werd nog een okee jaar ook, dat ik onlangs financieel kon afronden op net iets meer dan mijn streefomzet, en een boel interessante dingen gedaan ook. De zomer was erg rustig, maar dat kwam goed uit dit jaar!
 
Zwart gat na de Ironman? Absoluut niet. Eerder is het zo dat ik aan het Ironmanproces extra zelfvertrouwen heb overgehouden en dat meteen heb benut. Frappant genoeg verscheen precies daarover een artikel in Pyschologie Magazine van november: dat dat de meerwaarde is van afzien. Sportpsycholoog Gerald Weltevreden legt het in dat artikel uit. Blijf je altijd maar in je comfort zone, dan daalt je zelfvertrouwen. Van een uitdagend doel stijgt het – als het maar niet té uitdagend is. Ik had dat zelf op die manier nog niet zo helder voor ogen, maar het vat wel de afgelopen periode in één keer samen.
 
Ik zei eerder al, hè: geweldig, dat Ironman-proces. Kijk eens wat het oplevert!
 
Door |2017-01-06T10:33:46+01:006 januari 2017|Boeken, Loop, Trainer, Triathlon algemeen, Vrouwensport, Waarom|0 Reacties

Dank

Ironman kon worden, dat kon ik niet in m’n uppie. Hier komt mijn dankwoord.
 
Dank aan…..
 
In de eerste plaats de man die mij al meer dan 14 jaar uit de wind houdt. Hij is daarmee begonnen op 15 juni 2002 en hij is het blijven doen. Zonder daarbij ook maar één stayerregel te overtreden!
Zoenen!
In de dagen rond de Ironman was Henk mijn fotograaf en mental coach, daarover schreef ik al eerder, maar ook mijn kok, chauffeur, verzorger, trainingsgenoot, mecanicien én supporter. Hij heeft mijn twijfels, mijn zenuwen en mijn oogkleppen verdragen en me altijd gesteund in het ‘project Ironman’. Hij is ook ooit degene geweest die me bij de triathlonsport introduceerde. En nu is hij zelfs een beetje jaloers op mijn status en op dat mooiste shirt van de hele wereld…. Ojee, krijgt dat een vervolg? Henk, Ironman op je zestigste? Ik draai volgend jaar de rollen met alle liefde om!
 
Mijn trainingsbegeleider: Coen van Topvorm. Ik heb hem amper meer nodig omdat ik in al die jaren al zo veel van hem heb geleerd. Maar de paar adviezen die hij gaf, resulterend in mijn trainingsschema, met onder andere het twee-op-één-principe (elke derde week een herstelweek in plaats van elke vierde), het investeren in fietsen boven de 180 km en het lange taperen pakten hartstikke goed uit.  De maximaaltesten bij hem waren ook prettig bemoedigend, en ik kon altijd bij hem terecht voor vragen.
 
bier-selfie

Met Jo, na het fietsen

Mijn trainingsmaatjes: in de eerste plaats Jo, met wie ik samen een week in de Algarve fietste en die week werd het kantelpunt: daarvoor sukkelde ik met alles; daarna ging het goed. Dat is geen toeval!
 
Dan Nicole (fietsen en hoera, steeds meer zwemmen), Bob (lopen), Philip (fietsen), Christiane (die ik wel wat aandeed in de Schie, dat heb ik op dit blog niet eens durven opbiechten: ze werd na ons zwemmen ziek), de lunchuur-zwemgenoten van Zwembad West, Marijke (wandelen) en zal ik ook Jolanda (sauna) noemen? Sauna was vooral ontspanning, maar voor mij ook hitte-training.
 
Mijn club: Rotterdam Atletiek, de trainers en clubgenoten daar, met name trainer Aad en clubgenoot (en eerder mede-Tri-Experience-borstcrawl-leerling) Perry omdat hij vertelde over zijn ervaringen met het koude water bij de Ironman van Kopenhagen en me zo op het spoor zette van, uiteindelijk, Vichy, om zeker te zijn van warm zwemmen.
 
Met Nicole, vóór het fietsen

Met Nicole, vóór het fietsen

Degenen die mijn lijf heel houden: in de eerste plaats Masseur Marcel, al een bekende op dit blog. Als alles was gegaan zoals hij had gehoopt, dan had hij ten tijde van mijn Ironman in Spanje gewoond en daar een yoga-resort gehad. Voor mij was het fijn dat dat werd uitgesteld; hem wens ik toe dat hij zijn plannen binnenkort wel kan verwezenlijken. En dan kom ik een keer een weekje yoga doen, hoor!
 
Dan de fysiotherapeuten Marianne en Leanne, chiropractor Mulder en osteopaat Ferry (zelf oud-triatleet), die me regelmatig uit de knoop halen en verder ook adviseren. Ze begrijpen alle vier hoe belangrijk sporten voor een sporter is. Op het laatst was het advies van sportdiëtiste Sandra erg fijn.
 
Mijn huisarts moet ik hier toch ook noemen, dokter De Lorenzo, ook al vindt hij een paar keer per week een half uur op de crosstrainer staan genoeg sport voor een vijftiger. Hij wilde me wel een recept geven voor hormoonsuppletie vanwege mijn slechte slapen door de overgang, en dat spreekt bepaald niet vanzelf, heb ik begrepen. Ik weet niet waar ik nu zou staan zonder die pillen, maar als ik nog steeds regelmatig nachten van twee uur had gemaakt, zoals ik deed in februari en maart, dan was die Ironman nooit gelukt. Ik ben ambivalent over de pillen, wil er ook weer vanaf – maar wat is het fijn om weer normaal te slapen.
 
Jeroen van Tri-Run, die ik hier ‘bike-fitter’ noem, maar hij heeft me niet alleen goed op m’n fiets gezet maar ook breder geadviseerd.
 
Die fiets is nu in onderhoud bij fietsenmaker Den Braber hier in de buurt en hij reed en schakelde in Vichy als een zonnetje.
 
Annemarie Pruyt, voor de chi-running.
 
Tri-Experience en Zwemanalyse die me leerden borstcrawlen.
 
Mijn sportschool, Fitsportland, al zegt een Ironman ze daar niet zo veel. Bodybalance en spinning waren wel belangrijke trainingsingrediënten en ze geven daar prima instructie.
 
Al die organisatoren en vrijwilligers van al die evenementen die mijn tussendoelen waren of waar ik om een andere reden was. In het bijzonder de collega’s van het organisatieteam van de Vrouwentriathlon. Volgens mij zette bijvoorbeeld Kitty me op het spoor van de marathonrevolutie en Sione van betere core stability.
 
Dank ook aan alle mede-sporters (v/m) met wie ik ’n woordje wisselde bij die evenementen, in het bijzonder in juni in Luxemburg.
 
De leden van het triathlonforum en het forum van Fiets – daar heb ik reuzeveel van geleerd en ook veel plezier mee. Mijn andere digitale en papieren inspiratiebronnen heb ik hier steeds zo veel mogelijk vermeld.
 
De Ironman-organisatie, niet alleen voor het evenement en het een woord geven aan mijn nieuwe status, maar ook voor het regelmatig rondmailen en twitteren van waardevolle tips.
 
Dank ook aan de vrienden die zelf niks met triathlon hebben, want dat voorkwam dat ik helemaal achter die oogkleppen verdween. Fijn hoe Marjan en Engelien toch meteen wilden weten hoe het was gegaan.
 
Ik zou ook graag iemand willen bedanken van wie ik de naam niet weet en die ik nooit meer zie in Zwembad West, maar vroeger wel: man van toen een jaar of 30, donker haar, rode zwembroek, goeie zwemmer (instructeur?). We maakten een jaar of vijf geleden langs de kant een keer een praatje en ik zei toen tegen hem dat ik niet kon borstcrawlen omdat ik daar niet sterk genoeg voor was: na een paar baantjes verzuurden mijn armen. Hij zei toen: ‘Dat is geen kwestie van kracht, maar van techniek. Je probeert waarschijnlijk te hard te gaan; probeer eens rustiger te zwemmen’. Ik ben op basis van zijn woorden gaan experimenteren, en hij bleek gelijk te hebben – hartstikke gelijk zelfs! Vooral als ik buiten zwem, kan ik me er nog steeds over verbazen: kijk eens, ik kan kilometers lang  borstcrawlen! Wie had dat ooit gedacht! En dan moet ik nog vaak aan hem denken. Hij heeft een grote rol gespeeld in mijn triathlon-ontwikkeling, waarschijnlijk zonder zich daarvan bewust te zijn of het zich zelfs maar te herinneren.
Ik gebruik het gesprek met hem ook wel eens als voorbeeld als het gaat om zingeving: hoe je soms in kleine, terloopse dingen iets voor iemand kunt betekenen.
 
En tot slot: jullie. Dank, alle lezers van en reageerders op dit weblog. Ik schreef het al eerder: dat schrijven, dat wordt nog afkicken voor me! Ik heb het weblog in mijn diepste dalen wel eens als druk ervaren: als ik het Ironman-project zou opgeven of als het zou mislukken, dan had ik dat hier moeten bekennen. Maar dankzij het schrijven erover heb ik er meer van geleerd en meer uitgehaald; het is één van de dingen geweest die het proces zo zeer de moeite waard hebben gemaakt. Ik heb het met plezier gedaan, ik heb genoten van jullie reacties op dit blog en via andere kanalen.
Uiteindelijk was het verlangen om voor jullie een keer een blogpost te schrijven met de titel ‘I am an Ironman’ óók een grote motivator: ik keek daar stiekem al heel lang naar uit.
 
 
Door |2016-09-08T16:43:19+02:008 september 2016|Boeken, Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport, Waarom, Zwem|1 Reactie

Ik sta in de krant!

Even een snel bericht: het speelde al een tijdje, en vandaag is het verschenen: een artikel in De Volkskrant over trainen voor de Ironman (zaterdag is die in Nederland), en één van de drie portretten is van mij. Dus: gauw naar de winkel allemaal! Of voor wie Internettoegang heeft: de link.

Ik heb het zelf nog niet gezien, nouja, alleen een halve scan van @kingfishererik. Het was heel leuk om aan mee te werken, zowel met de journalist als de fotograaf! Ik heb van de fotograaf ook nog een paar andere foto’s gekregen, die zal ik binnenkort hier plaatsen.

Door |2016-07-28T08:54:23+02:0028 juli 2016|Boeken, Triathlon algemeen|0 Reacties

To do

Naast al dat trainen (mijn laatste trainingsblokje is gister begonnen) kost de Ironman-voorbereiding ook nog in een ander opzicht tijd en aandacht. Ik ben al een tijdje bezig met het doordenken van de hele logistiek. Dat gaat om vragen als:

  • Wat ga ik eten en drinken, wat neem ik daarvan zelf mee en wat pak ik aan onderweg, hoe ga ik wat ik zelf meeneem op de fiets doen? Zodoende oefen ik vlijtig met m’n hele eet- en drinkschema en ben ik aan de High5 omdat ik die daar ga krijgen.
  • Wat voor spulletjes worden het precies? Welk zwembrilletje, welke sport-BH, welke sokken, doe ik lenzen zo lang of houd ik toch een bril bij de hand, kleed ik me om voor het lopen, dat lijkt me wel lekker, koop ik nog een nieuw triathlonpakje want het oude is wat vaal (nee dus – want het zit perfect en ik hoorde zondag nog iemand klagen over schuurplekken van een nieuw pakje en dat is erger dan vaal), heb ik nog nieuwe hardloopschoenen nodig (ja, dat wel), moet mijn fiets nog voor een check-up (ja, ook maar), moeten er nog nieuwe plaatjes onder mijn fietsschoenen – ja, dat ook, rotklus altijd, want mijn voeten zijn daarin twee prinsesjes op de erwt.
  • Hoe ga ik me beschermen tegen de mogelijke middenfranse zon en hitte? Zonnebrandcreme, petje dat past op mijn XL hoofd, zonnebril? Bestaan er nog fietsshirts met lange mouwen voor in de hitte? Lijkt van niet, maar gelukkig kan ik zoiets lenen van manlief. Nog meer drinken, hoeveel dan, moeten daar dan mineralen in? Hoe vind ik de balans tussen te veel en te weinig drinken? Met die vraag ben ik laatst bij een sportdiëtiste geweest, dus ik houd nu bij hoe veel vocht ik verlies in een training – later meer daarover. Zal je zien dat het straks koud en nat is in Vichy, maar dat ben ik wel gewend!
  • ontopofyourgameWat ga ik de laatste dagen voor de wedstrijd doen? Dat is een nieuwe vraag, en ik ben op het idee gekomen om daarover na te denken door het boek On top of your game. Mental skills to maximize your athletic performance van Carrie Cheadle. Ik werd op Cheadle geattendeerd via Twitter, las wat van haar en dacht: daar wil ik wel meer van lezen. Voor de top van mijn eigen game, maar ook omdat ik mentale training sowieso interessant vind. Het is het beste boek dat ik ken op dit vlak. Je moet er wat Amerika uitfilteren, zal ik maar zeggen: ietsje ‘yes you can’ eraf en de affirmaties wat aanpassen aan wat je wel je strot uitkrijgt, maar dan is het leuk en nuttig.
    Belangrijkste nieuwe idee dat ik eruit haalde, was dat van de wedstrijdvoorbereiding. Daarbij dacht ik altijd aan de uren voor de start op de dag zelf, maar door het boek bedacht ik dat ik ook de dagen ervoor kan voorbereiden, om ervoor te zorgen dat ik met de optimale spanning aan de start sta. Ik heb nogal eens last van te veel wedstrijdspanning – bij de marathon bijvoorbeeld. Terwijl ik op mijn best presteer bij juist wat onderspanning, wat ik ‘het komt als ik het niet verwacht’ noem. Maarja, ik ben al twee jaar bezig met 28 augustus 2016, dus ga dan maar eens niets zitten verwachten op 25, 26 en 27 augustus… 
    Nou, hoe ik dat ga doen, daar denk ik dus over na. Het gaat vooral om afleiding: hoe houd ik mezelf aangenaam bezig die laatste dagen? Ik zou me in Vichy en omstreken uitstekend een paar dagen kunnen vermaken, wandelend en fietsend in het Centraal Massief bijvoorbeeld. Maar nou net dat mag niet, want dat is te vermoeiend. Vandaar: wat is er verder te doen in Vichy (o.a. de thermale baden), welke boeken neem ik mee, welke muziek?  

Ik heb al heel wat dingen van de to-do-lijst kunnen afvinken. Hier zijn wat recente aankopen bijvoorbeeld:

schoenen, pet en tubeHet worden denk ik de schoenen rechtsonder. Het petje, daar ben ik blij mee, ik liep daar zomaar tegenaan bij een outlet en het zit perfect – echt zeldzaam voor mijn grote hoofd. En die zonnebrandcreme, die smeert makkelijk uit voor zo’n hoge factor.

De nieuwe plaatjes zitten er ook al onder sinds zaterdag, hèhè:

Plaatjes en gereedschap

 

 

Door |2016-07-27T15:16:33+02:0027 juli 2016|Boeken, Triathlon algemeen|0 Reacties

Chi-running: theorie en praktijk

Een paar weken terug schreef ik over de cursus chi-running die ik heb gedaan. Zoals ik toen al schreef, vond ik het meteen leuk en nuttig, al schrok ik wel van de spierpijn in mijn kuit en vroeg ik me af of het wel slim was om in de opbouw naar een Ironman zo met m’n techniek aan de slag te gaan.

Die twijfels zijn weg: sinds de tweede les weet ik wat die spierpijn me wilde leren: m’n hele onderkant (onderbenen, voeten, tenen) meer ontspannen. Geen rare spierpijn meer gehad dus, en sindsdien opvallend lekker gelopen. Niet dat ik nu ineens een volleerd chi-runner ben, ik heb vooral nog moeite om mijn armen erbij te betrekken zonder daarbij meteen weer de hele onderkant te verrommelen qua techniek. Maar ik weet waar ik aan moet werken, en dat is al leuk – dat is ook het hele idee van chi-running, dat je je richt op het proces, op het lopen zelf dus, en je lichaam waarneemt en mild corrigeert.

Bovendien voelt het lopen beter dan in lange tijd. Rustige duurlopen voelen lichter en mijn tempo daarbij is zo af en toe weer terug naar wat het twee jaar geleden was; in de tussenliggende tijd was ik (veel) langzamer, waarvan ik al dacht dat dat voor een deel aan mijn techniek lag, dat die erop achteruit was gegaan sinds ik langere duurlopen was gaan doen: het was hoe langer hoe sjokkeriger en zwoegeriger geworden allemaal. Achteraf gezien heb ik de marathontraining vorig jaar echt niet goed aangepakt.  

Ook heb ik voor het eerst sinds de voetblessure weer snelle stukken gelopen, en ook dat ging wel lekker. Ik heb dinsdag voor het eerst weer het hele programma meegedaan met mijn groep van RA, en ik heb zelfs vorige week mijn snelste 100-metertjes ooit gelopen, denk ik, met de chi-sprinttechniek. Niet dat ik daar nu meteen zo veel aan heb voor de Ironman, maar het is wel leuk en het geeft wel vertrouwen erin dat ik met het lopen weer de weg omhoog heb gevonden.

Cover boek DryerZoals ik graag doe als ik iets nieuws leer en/of enthousiast ben, ben ik boeken gaan lezen over chi-running. Eerst het boek van de man die het heeft uitgevonden: Danny Dreyer. Daarna las of hoorde ik ergens dat het kleinere, goedkopere boek van diens leerling en de Nederlandse chi-running pionier Marion Meesters ‘eigenlijk’ beter is, en heb ik dat ook maar besteld. Dreyers boek telt 342 pagina’s (€ 24,95), Meesters’ 190 kleinere (voor een tientje).

Volgens mij mis je inderdaad met dat kleinere boek niet heel veel, behalve dan dat Dreyer veel dieper ingaat op de techniek van chi-running. Ik vond dat leuk en nuttig om te lezen, maar dat was na de cursus. Ik vraag me af of je de techniek wel uit een boek kunt leren, of nouja: ik zou dat niet kunnen. Dat extra volume is voor een deel typisch Amerikaanse ‘wol’: er staat nogal vaak hetzelfde, want die extra techniek staat er dan wel drie keer in, met veel woorden.

Ik moet wel bekennen dat het woord mindful in de titel van Meesters’ boek me afgeschrokken zou hebben als ik dat had gelezen vóór de cursus. Ik heb niets tegen mindfulness als zodanig, maar wel tegen de modegrill die het is (of was?). Dreyer gebruikt de term body sensing en daar kan ik eigenlijk meer mee, vooral omdat hij minder beladen en misbruikt is. Wat het is bij chi-running, beschrijf ik eigenlijk hierboven: procesgericht lopen, met je aandacht bij je lichaam. Helemaal prima  – mijn allergie betreft alleen het woord. Meesters gebruikt het een enkele keer in het boek en heeft het ook over body sensing – het staat vast op de cover om marketingredenen.

chi-runningboek2Allebei leuke en nuttige boeken dus, vooral om me bij de les te houden: regelmatig in bladeren en ‘oja’ denken, want ongetwijfeld gaat er in de loop van de tijd iets scheefgroeien in wat ik me herinner van de chi-running-techniek. Dat van Meesters heeft inderdaad een betere prijs-kwaliteitverhouding, maar ik vind het ook leuk om het hele chi-runningverhaal te lezen in de woorden van de grondlegger ervan.

Beide boeken lezen ook als reclame voor chi-running, met veel juichverhalen: citaten en ervaringen van mensen die dankzij chi-running anders en beter zijn gaan lopen, ja, leven zelfs. Mooi – maar zo veel dat het me ook sceptisch gemaakt zou hebben als ik niet zelf er al wat van ervaren had. Nu lees ik die verhalen eerder ter bevestiging en vind ik ze hoopgevend. Voor mij is het immers nog wat pril, maar ik ben wel benieuwd wat chi-running mij verder gaat opleveren. Wordt vervolgd dus!

 

Door |2016-06-10T18:32:22+02:0010 juni 2016|Boeken, Loop|0 Reacties

“Misschien sla ik een beetje door”

Onder bovenstaande titel heeft Psychologie Magazine deze maand (nr. 5) een artikel over extreem sporten. Aan het woord komen een triatleet, een ultraloopster, een bergbeklimmer die traint voor de Mount Everest en een ultramarathonloper. Die trainen achtereenvolgens 15-20 uur per week, 10-30 uur, 10-15 uur en 15-20 uur.

Ter vergelijking: ik ga in een enkele week, zoals laatst in Portugal en ook later in de zomer nog met de lange duurtrainingen, naar de 18 uur per week als maximum. In de rustigste wintermaanden zit ik op zo’n zes uur. Vorige week tien uur; de helft daarvan was in één keer een lange, rustige fietstocht zondag, de Omloop van Rotterdam, die met meer wind mee en zonder de twee ijswaterbuien heel wat korter had geduurd (maar die wel leuk was)! Deze week blijf ik op een paar uurtjes steken, want ik ben zo verkouden dat ik vandaag zelfs werk heb moeten afzeggen, dus trainen zit er even niet in.

De vraag is natuurlijk wat ‘doorslaan’ is en daarop geeft een slotbeschouwing wel een aardig genuanceerd antwoord, vooral bij monde van Bram Bakker: soms ligt er een echt probleem onder zo’n hobby, zoals een eetstoornis, maar een problematische verslaving is sporten niet gauw. Dat fanatieke sporters klachten krijgen als ze ineens niet meer kunnen sporten, duidt meer op een stressreactie die optreedt uit gewoontevorming dan op echt afkicken. Veel sporten wordt pas problematisch als het je functioneren op andere terreinen ondermijnt, zoals je relatie, sociale contacten of je werk. Of als je je lichaam uitput, dan krijg je een sport-burn-out.

Wel is het zo dat mensen die extreem sporten vaak sowieso extreme mensen zijn, die anders op andere manieren naar een extreme kick zouden zoeken, bijvoorbeeld in drank of drugs. Net als bij drugsverslaafden hebben hun hersenen een beloningscentrum dat niet makkelijk aanslaat, en dus sterke prikkels nodig heeft, zoals de euforie na een wedstrijd.

Dat herken ik wel: ik heb wel eens gedacht dat het fijn zou zijn als ik me ook zonder veel te sporten lekkerder zou kunnen voelen. Ik heb dat meer in verband gebracht met ‘in mijn hoofd zitten’ waar sporten me uithaalt, maar wie weet heb ik inderdaad ook wel een beloningscentrum dat moeilijk ‘aanslaat’.

De triatleet in de voorbeelden zou eigenlijk wel op willen schalen naar 30 uur trainen in de week, maar hij is net vader geworden en doet daarom juist een stap terug. 30 uur in de week – dan vraag ik me af, dat moet toch richting professioneel niveau gaan? Maar er staat dat hij fulltime werkt. Daar schiet mijn voorstellingsvermogen wel tekort, hoe je dat kan bolwerken. Maarja, dat hebben veel niet-sporters bij mij ook al, en ik vind het wel meevallen.

De enige dame van de vier, de ultraloopster, zegt meteen aan het begin van haar interview: ‘Toen ik 50 werd trakteerde ik mezelf op een hardlooptocht van 169 kilometer in 46 uur rond de berg Fuji’. Die formulering ga ik onthouden: ik ben 50 geworden en ik trakteer mezelf op een Ironman!  

 

Door |2016-04-21T14:07:35+02:0021 april 2016|Boeken, Triathlon algemeen|0 Reacties

Geen non

Er staat dit weekend een ingezonden brief in de krant (NRC) die volgens mij aardig aansluit bij mijn post van afgelopen dinsdag. Het is een reactie op een artikel van vorige week, waarbij ik ook al ‘nounou’ had gedacht. Een ‘nounou’ dat vooral betekent: is die niet een beetje al te obsessief bezig met eten?

Kilo’s af willen vallen tijdens een zware trainingsperiode in de hoop zo sneller te worden, daarom je ‘altijd’ aan je dieet houden, begeleiding door een voedingskundige (in termen van ‘hulp nodig hebben’), je bakje kwark goed timen, geen drop, geen bier, want dat zijn ‘lege calorieën’, en dus al dromen van waar je je aan tegoed gaat doen na de marathon… voor mij gaat dat te ver.

Nou heb ik makkelijk praten, dat besef ik wel, want ik heb geen gewichtsprobleem, althans, eerder het omgekeerde: als ik intensief train, moet ik flink eten om geen ‘vogelnekje’ te krijgen en om te voorkomen dat mensen gaan vragen of het wel goed met me gaat. Ik weeg me zo af en toe, als ik eraan denk, en mijn gewicht is stabiel net boven de 60, met een marge van zo’n 2 kilo en een BMI van net onder de 20.

Maar veel belangrijker is: ik sport voor mijn plezier, en dus eet ik ook nog steeds met plezier, en daar zitten ‘foute’ dingen tussen – zo moge wel blijken uit mijn overzicht van dinsdag. Ik zit niet met wat snoep en alcohol, ik time mijn eten niet precies en er zijn, afhankelijk van je visie op gezond eten (het lijkt soms wel een religie op het ogenblik), nog een boel verbetermogelijkheden. Maar dat gaat mij al gauw te ver ook.

Ik doe mijn best volgens een soort 80/20-principe: als 80 % van mijn eten okee is, maakt die resterende 20 % niet zo veel. Maar zelfs dat meet of bereken ik niet heel precies. Ik meet of bereken vrijwel niets precies, behalve dan voor wedstrijden. Dat moet ook niet hoeven, vind ik. In je lijf zit ook geen telraam, hè? Ik doe veel op gevoel – dus af en toe geef ik ook lekker toe aan een vreetbui; heb ik kennelijk in de periode daarvoor net iets te weinig gegeten.

Kortom: ik leef niet bepaald als een monnik, uh, non, dat lijkt me ook op mijn niveau nergens op slaan.

In dat artikel van vorige week is het vooral dat al weken van tevoren uitkijken naar wat je allemaal mag ná de marathon dat voor mij een signaal is dat er iets te ver gaat, dat je je lijf op strafkamp hebt gestuurd. En één zinnetje vind ik veelzeggend: ‘het is fijn te weten dat ik niets aan het toeval heb overgelaten’. Aha, denk ik dan, dat is de clue: onzekerheidsreductie. Je streng aan een dieet, of ook trainingsschema, houden geeft een gevoel van controle, iets waar duursporters sowieso bovengemiddelde behoefte aan hebben (ja, ik ook). Houd je je aan je dieet, dan ben je goed bezig. Maar dat is wel schijnzekerheid, en het kan obsessieve trekjes aannemen.

In de krant van vandaag staat een ingezonden brief die iets heel soortgelijks betoogt, en beter verwoord dan dat ik hier doe, vooral aan het eind, met ook nog eens een grappig plaatje erbij:

gooiweegschaalweg

Nou zou ik niet genoeg hebben aan ’s morgens 2 crackers en een lunch van 4 boterhammen. Maar met de strekking van het stuk ben ik het eens!

 

Door |2016-04-16T18:44:35+02:0016 april 2016|Boeken, Triathlon algemeen|0 Reacties

Ergerlijk boek, maar wel wat van geleerd

Cover boekDe zin uit het boek Het duurloopmisverstand waar ik het het meest hartgrondig mee eens ben, staat op p. 155 en is niet afkomstig van schrijver Klaas Lok, maar van ene Rob Boot die reageert op een eerdere druk van het boek:

Het zou fijn wezen als je een tweede boek zou schrijven, iets losser van je eigen referentiekaders, in een nog meer aansprekende taal maar uiteraard wel gebaseerd op de Souplessemethode!

Die Boot doelt erop dat het boek wel heel erg alleen maar op de top gericht is. Misschien niet met zoveel woorden, maar bijna alle voorbeelden draaien om, bijvoorbeeld, tempo’s waarmee je Nederlands kampioen wordt. Lok schudt het hele boek lang allemaal voorbeelden uit zijn mouw waarin het gaat om, bijvoorbeeld, tempo-kilometers van 3′ (ter vergelijking: mijn snelste kilometer ooit was in ongeveer 4’50; 3′ per kilometer loopt in Nederland maar een handjevol). Bijna alle ervaringsverhalen zijn die van kampioenen, waaronder Klaas Lok zelf. Desalniettemin heeft hij het dan ergens toch nog apart over wereldtoppers met talent (p. 45) die anders trainen – kennelijk vindt hij zichzelf, 24-voudig Nederlands kampioen, niet zo getalenteerd. Zoiets staat zelfs in het voorwoord (een ‘verre van bovengemiddelde aanleg’, p. 7).

En dan gaat het ergens over prestatielopers, althans, dat lijkt zo, want het kopje luidt ‘Prestatielopers kunnen ook sneller’ (p. 40), maar dan gaat het na vier alinea’s alwéér over een voormalig wereldrecordhouder op de marathon.

Tsja. Het hele boek lang heb ik het gevoel gehad ‘dit boek gaat dus niet over mij’. Manlief zei gister: het lijkt Marco van Basten wel. Over hem gaat immers ook het verhaal dat hij mislukt is als trainer omdat hij niet om kan gaan met voetballers die minder getalenteerd zijn als hijzelf. Voor sommige toppers is het erg lastig om af te dalen naar het niveau van gewone stervelingen: al die honderdduizenden die óók hardlopen maar die nevernooitniet ook maar kunnen dromen van kampioenschappen

Daar komt nog bij dat het gericht is op afstanden van ongeveer 800 meter tot 10 kilometer. De halve marathon komt ook nog wel aan de orde, en ja, de marathon ook, maar daarvoor vallen ineens toch lange duurlopen uit de lucht en bovendien mag de hele marathon van  Lok ‘afgeschaft’ worden of vervangen door iets van maximaal 30 kilometer lengte, want een mens is niet gebouwd voor het lopen van zulke afstanden en er knappen mensen door af Je hoort ‘m tandenknarsen als hij die alinea (p. 120) afsluit met de zin:

Overigens moet ik wel toegeven dat velen een fantastische bevrediging vinden in het volbrengen ervan.

Wat een contrast met het vorige ‘anti-lange-duurlopen-boek’ dat ik las! Geef mij dat Ik,  hardloper maar; Het duurloopmisverstand irriteert me van de eerste tot de laatste pagina.

Nou heeft Het duurloopmisverstand wel één voordeel ten opzichte van Ik, hardloper, en dat is dat het wel meer diepgang heeft. Zodoende heb ik er één ding van geleerd: waarom je voor hardlopen en fietsen zo anders moet trainen. Bij hardlopen maak je gebruik van je  elasticiteit, het is (als het goed is) een soort veren. Dat heet ok wel ‘reactief’ lopen. Dat doe je vanzelf als je pittige, maar niet idioot harde intervallen loopt – dat is de essentie van deze methode. Een rustige duurloop is eigenlijk te weinig verend, waardoor je gaat lopen sjokken en de vering als het waren tegenwerkt, kapotmaakt misschien wel (mijn woorden).

Ik herken dat: iets harder loop ik technisch veel beter dan dat moeizame gesjok in een duurloop. Zo had ik tijdens het lezen dus toch een vallend kwartje: is mijn duurlooptempo daardoor achteruit gegaan, dat ik mijn toch al gebrekkige vering de das om heb gedaan? Dat het iets looptechnisch was is wel door mijn hoofd gegaan.

Ik herken ook wat  hij schrijft over dat je lichaam kan gaan protesteren en dat je dat dus ook traint, die proteststand. Hé, zou dat verklaren waarom ik m’n beste lange loop liep na nog relatief weinig (duur-)training en eigenlijk op het verkeerde moment?

Ik denk dat ik nu beter snap hoe ik niet moet trainen. Maar op basis van dit boek heb ik geen flauw idee hoe dan wel. Want zo’n slepende duurlooppas, zo geeft Lok toe, is wel ‘misschien economisch voor de marathon’ (p. 40). De intensiteit waarop ik op souplesse loop, kan ik niet lang volhouden. Inderdaad misschien net tot die 10 kilometer waar dit boek vooral over gaat. Dus hoe loop ik dan ooit een langere afstand? ‘Niet’, zou Lok zeggen, denk ik. Gelukkig heb ik ook andere informatiebronnen.

Door |2016-03-08T12:15:55+01:008 maart 2016|Boeken, Loop|1 Reactie

Ik, maximaal-14-kilometer-hardloper?

Cover boekIk schreef een paar dagen geleden dat ik me ging verdiepen in andere loopbenaderingen, namelijk die waarin je een marathon loopt zonder lange duurlopen. Ik heb het eerste boekje daarover nu uit: Ik, hardloper van Stans van der Poel en Koen de Jong. In die aanpak loop je niet langer dan 14 kilometer. Er staan schema’s in het boek, en als ik het goed gezien heb, is de grootste weekomvang voor de marathon 43 kilometer (p. 168). Alles in D2, geloof ik (dat staat er niet heel duidelijk).

Ik denk dat ik dat best wel eens wil proberen. Als ik eenmaal weer kan lopen. Ik heb altijd gedacht: ik geloof daar niet in. Met wat ik weet van trainingsleer en met hoe ‘iedereen’ traint (zoals bij de atletiekvereniging) zijn die duurlopen tot minstens 30 en eigenlijk 35 kilometer essentieel. Maar ik heb ondervonden dat mijn lijf ze slecht verteert (mogelijk ben ik een tijdje van slag geweest na mijn marathon in november), dat ik het niet leuk vind, dat ze ook niet leidden tot een heel succesvolle marathon, en dat ik sinds ik langere duurlopen dan 20 kilometer doe alleen maar langzamer geworden ben. Dus waarom niet eens iets anders geprobeerd? Ik ga toch niet voor een wereldtijd.

Maximaal 14 kilometer lopen, dat klinkt me als muziek in de oren. Geen idee of ik daarmee een Ironman-marathon kan volbrengen, maar dat is het experiment. Als ik het lopen weer in het vizier krijg, ga ik contact zoeken met Stans van der Poel, die ook triatleten begeleidt en zelf als 50+-dame Ironmans heeft volbracht. Dat klinkt sowieso wel interessant!

Een ander dingetje viel me in het boek ook op. Een heleboel mensen, inclusief sportbegeleiders en fysiotherapeuten, schatten in dat een 50-jarige ongeveer 30 % minder sterk is dan een 30-jarige. Maar dat percentage ligt veel lager (ik kan in de grafiek helaas niet precies zien hoe laag), en een 50-jarige is even sterk als een 15-jarige. ‘Mensen die de vijftig gepasseerd zijn accepteren te makkelijk dat dingen niet meer of moeilijker gaan’ staat er in het hoofdstuk over hardlopen en leeftijd (p. 101), en ‘Leeftijd speelt een veel minder grote rol bij teruglopende prestaties dan veel mensen denken’ – leefwijze is veel belangrijker. 

Dat is een vergelijkbare boodschap als die van Joe Friel, en ik had ‘m nét even nodig, want ik heb de laatste weken net iets te vaak gehoord dat ik, nu ik de 50 voorbij ben, nou eenmaal niet meer zulke hoge eisen moet stellen/rekening moet houden met steeds meer pijntjes en kwaaltjes/overbelat zal raken/achteruit zal gaan, enzovoort – de pittige blessure van nu, zo kort na die mijlpaal-verjaardag, ai, op dat punt gemene timing. Maar ik weiger voortijdig achter de geraniums plaats te gaan nemen. Dit boek steunt me daarbij.

Verder staat er in het boek veel wat me al bekend was uit Ik, de wielrenner (zie mijn recensie daarvan voor Touretappe – gelukkig bestaan vrouwen in Ik, hardloper wel) en Bewegen voor Beginners. Bijvoorbeeld over het belang van een rustige ademhaling – oja, ook iets om weer eens wat mee te doen. De quinoa die me in Ik, de wielrenner opviel passeert ook weer. En ook hierin zit een hoofdstuk over hoe goed hardlopen is tegen allerlei ziektes van lichaam en geest, en dat vind ik dan weer ietsje uit de toon vallen, want dat lijkt erop gericht om mensen over te halen om te gaan hardlopen, terwijl de rest van het boek gericht is op lopers die het eens anders willen proberen. Dat sporten goed is, dat weten we nu wel.

Het hoofdstuk over chi-running vind ik dan ook nog interessant, daar wil ik wel eens een workshop in doen. Maar eerst maar weer eens kunnen hardlopen…

Door |2016-02-12T14:49:13+01:0012 februari 2016|Boeken|0 Reacties
Ga naar de bovenkant