Jaararchieven: 2016

De bijna-thuiswedstrijd

Pijl naar rechts op de Lage Brug, ons huis op de achtergrond

Pijl naar rechts op de Lage Brug, ons huis op de achtergrond

Vandaag was de Overschiese Bruggenloop. Dichter bij huis kan een wedstrijd niet beginnen: achter de Grote Kerk, op zo’n 300 meter van ons huis. Het parcours loopt dan in onze richting, maar slaat na 250 meter rechtsaf, en het loopt dus net niet langs ons huis, maar je ziet dat wel liggen (zie foto, ons huis is dat met die trapgevel, de zonnepanelen en sinds vorige week een geveltuintje).

Ik heb de 5 kilometer gelopen, manlief de 10. Ik vond het niet heel lekker gaan: het voelde benauwd en ik vond pas na 3,5 kilometer, op het fietspad langs de Schie, een lekker ritme.

Of eigenlijk bedoel ik daarmee: soms kan lopen met die nieuwe chi-running-techniek heel lichtvoetig voelen, en dat voelde ik pas toen. Als ik naar mijn snelheid kijk, veranderde daar niet zo veel aan, maar het voelde dus wel veel beter, en ik haalde ook nog een heleboel mensen in.

Startnummer 121Ik deed er uiteindelijk 27-minuut-zoveel (hoog) over, ik weet niet precies, in elk geval: een heel modale 5 km voor mijn doen. Maar wel weer mijn eerste loopje sinds de marathon in november en de acht weken niet lopen van de voetblessure. Voor de verandering finishte ik ook eens niet in de achterhoede: het is een heel gemoedelijk loopje. En dat is precies de lol ervan!  

Na afloop ook nog een ander experimentje verricht: een High5-gelletje met succes uitgeprobeerd. Bij de komende twee Ironman-triathlons is de sportvoeding van dat merk, en ik kende dat niet. Dus heb ik een ‘pretpakket‘ ervan laten aanrukken. Dat gelletje was prima: het smaakt ‘licht’, waar andere gels wel eens als een suikerbom in mijn maag willen vallen (en zich in mijn tandglazuur graven). Dat is fijn: als die voeding goed bevalt, hoef ik zelf minder mee te nemen. En zo staat alles toch weer in het teken van 28 augustus!

 

 

Door |2016-06-12T18:06:18+02:0012 juni 2016|Loop|0 Reacties

Chi-running: theorie en praktijk

Een paar weken terug schreef ik over de cursus chi-running die ik heb gedaan. Zoals ik toen al schreef, vond ik het meteen leuk en nuttig, al schrok ik wel van de spierpijn in mijn kuit en vroeg ik me af of het wel slim was om in de opbouw naar een Ironman zo met m’n techniek aan de slag te gaan.

Die twijfels zijn weg: sinds de tweede les weet ik wat die spierpijn me wilde leren: m’n hele onderkant (onderbenen, voeten, tenen) meer ontspannen. Geen rare spierpijn meer gehad dus, en sindsdien opvallend lekker gelopen. Niet dat ik nu ineens een volleerd chi-runner ben, ik heb vooral nog moeite om mijn armen erbij te betrekken zonder daarbij meteen weer de hele onderkant te verrommelen qua techniek. Maar ik weet waar ik aan moet werken, en dat is al leuk – dat is ook het hele idee van chi-running, dat je je richt op het proces, op het lopen zelf dus, en je lichaam waarneemt en mild corrigeert.

Bovendien voelt het lopen beter dan in lange tijd. Rustige duurlopen voelen lichter en mijn tempo daarbij is zo af en toe weer terug naar wat het twee jaar geleden was; in de tussenliggende tijd was ik (veel) langzamer, waarvan ik al dacht dat dat voor een deel aan mijn techniek lag, dat die erop achteruit was gegaan sinds ik langere duurlopen was gaan doen: het was hoe langer hoe sjokkeriger en zwoegeriger geworden allemaal. Achteraf gezien heb ik de marathontraining vorig jaar echt niet goed aangepakt.  

Ook heb ik voor het eerst sinds de voetblessure weer snelle stukken gelopen, en ook dat ging wel lekker. Ik heb dinsdag voor het eerst weer het hele programma meegedaan met mijn groep van RA, en ik heb zelfs vorige week mijn snelste 100-metertjes ooit gelopen, denk ik, met de chi-sprinttechniek. Niet dat ik daar nu meteen zo veel aan heb voor de Ironman, maar het is wel leuk en het geeft wel vertrouwen erin dat ik met het lopen weer de weg omhoog heb gevonden.

Cover boek DryerZoals ik graag doe als ik iets nieuws leer en/of enthousiast ben, ben ik boeken gaan lezen over chi-running. Eerst het boek van de man die het heeft uitgevonden: Danny Dreyer. Daarna las of hoorde ik ergens dat het kleinere, goedkopere boek van diens leerling en de Nederlandse chi-running pionier Marion Meesters ‘eigenlijk’ beter is, en heb ik dat ook maar besteld. Dreyers boek telt 342 pagina’s (€ 24,95), Meesters’ 190 kleinere (voor een tientje).

Volgens mij mis je inderdaad met dat kleinere boek niet heel veel, behalve dan dat Dreyer veel dieper ingaat op de techniek van chi-running. Ik vond dat leuk en nuttig om te lezen, maar dat was na de cursus. Ik vraag me af of je de techniek wel uit een boek kunt leren, of nouja: ik zou dat niet kunnen. Dat extra volume is voor een deel typisch Amerikaanse ‘wol’: er staat nogal vaak hetzelfde, want die extra techniek staat er dan wel drie keer in, met veel woorden.

Ik moet wel bekennen dat het woord mindful in de titel van Meesters’ boek me afgeschrokken zou hebben als ik dat had gelezen vóór de cursus. Ik heb niets tegen mindfulness als zodanig, maar wel tegen de modegrill die het is (of was?). Dreyer gebruikt de term body sensing en daar kan ik eigenlijk meer mee, vooral omdat hij minder beladen en misbruikt is. Wat het is bij chi-running, beschrijf ik eigenlijk hierboven: procesgericht lopen, met je aandacht bij je lichaam. Helemaal prima  – mijn allergie betreft alleen het woord. Meesters gebruikt het een enkele keer in het boek en heeft het ook over body sensing – het staat vast op de cover om marketingredenen.

chi-runningboek2Allebei leuke en nuttige boeken dus, vooral om me bij de les te houden: regelmatig in bladeren en ‘oja’ denken, want ongetwijfeld gaat er in de loop van de tijd iets scheefgroeien in wat ik me herinner van de chi-running-techniek. Dat van Meesters heeft inderdaad een betere prijs-kwaliteitverhouding, maar ik vind het ook leuk om het hele chi-runningverhaal te lezen in de woorden van de grondlegger ervan.

Beide boeken lezen ook als reclame voor chi-running, met veel juichverhalen: citaten en ervaringen van mensen die dankzij chi-running anders en beter zijn gaan lopen, ja, leven zelfs. Mooi – maar zo veel dat het me ook sceptisch gemaakt zou hebben als ik niet zelf er al wat van ervaren had. Nu lees ik die verhalen eerder ter bevestiging en vind ik ze hoopgevend. Voor mij is het immers nog wat pril, maar ik ben wel benieuwd wat chi-running mij verder gaat opleveren. Wordt vervolgd dus!

 

Door |2016-06-10T18:32:22+02:0010 juni 2016|Boeken, Loop|0 Reacties

Frappant!

Nog een soort PS van mijn bericht van zondag over de tijdrit. Ik ben de dames die ik in de uitslagen zag staan gaan googlen, omdat ik benieuwd was of ik inderdaad veruit de oudste was. Nou, ja dus, voor zover ik na kon gaan en als ik goed gezocht heb. De op-één-na-oudste was ergens rond de 35! Ik kwam nog andere interessante dingen tegen, zoals dat de winnares een paar jaar terug zesde was bij het NK tijdrijden!  

Maar het allerfrappantste… de dame die precies voor mij is geëindigd, Anke Swanenberg, is ook Neerlandicus! Ook dat vond ik via google (ze schrijft over het schoolvak Nederlands), en ik heb haar een nieuwsgierig mailtje gestuurd omdat ik het wel heel frappant vond. Zij mailde terug: ze was het inderdaad, dezelfde Anke als van de tijdrit!

Tsjonge: op zo’n handjevol vrouwen is twee neerlandici al een hoog percentage, en die eindigen dan ook nog eens precies naast elkaar in het klassement. Alsof we het afgesproken hadden!

 

Door |2016-06-03T18:08:04+02:003 juni 2016|Triathlon algemeen|0 Reacties

Wat ervoor mag wijken

Ik heb zojuist een knoop doorgehakt en me tot half september afgemeld als bloeddonor. Ik was al weken geleden opgeroepen, maar er kwam steeds wat tussen: wedstrijd, zware training, gewoon te druk, maximaaltest, nog een zware training… Gister realiseerde ik me: het gaat hem gewoon niet worden tot aan de Ironman. Ik heb wel eens vaker een donatie wat uitgesteld vanwege het sporten, maar bijna 5 maanden, nee, dat nog nooit.

Het is een voorbeeld van de dingen die moeten wijken voor dat ene doel. Nou’ja, moeten, het is meer mogen eigenlijk. Er mogen dingen dit seizoen wijken, als gevolg van het commitment dat ik ben aangegaan. Ik wil gewoon die hinder van het bloedgeven nu niet hebben, het is al pittig genoeg voor mijn lijf. Da’s een keuze, en dit jaar mogen die keuzes zo uitpakken. 

Wat ervoor wijkt is deels een kwestie van tijd en planning. Laatst heb ik bijvoorbeeld ‘nee’ gezegd tegen een (niet zo interessante) klus omdat die het trainingsschema voor die week onuitvoerbaar zou maken. Deels is het ook een kwestie van lichamelijke belasting. Voorbeelden daarvan zijn het bloedgeven, maar ook alles wat wel inspanning en dus herstel vergt maar niet echt training is, zoals een dagje of weekendje wandelen met een vriendin (‘sorry, ik kan pas in de herfst’) of ‘zomaar’ een stukje fietsen. Of dat gaat dan zo van: ‘fiets maar een stukje van mijn 160 trainingskilometers met me mee dan’. Ik ga nog naar één popconcert, half juni, maar daarna wil ik ook geen uren meer hoeven staan.

Wat er ook voor wijkt is een echte zomervakantie. Vandaar dat dit thema nu regelmatig aan de orde komt, in gesprekken over vakantieplannen. Ja, we gaan aan het eind van de zomer dus nog naar Frankrijk, maar nee, we gaan niet de komende tijd ergens één of twee weken fietsen of wandelen. Dat kan ook niet, al is het maar omdat ik weet hoe snel ik m’n met veel pijn en moeite opgebouwde zwemspieren ook weer verlies. Maar niet getreurd, hoor, de zomer hier vind ik altijd wel lekker, en we zijn op het ogenblik bezig met zeer veelbelovende reisplannen voor ná eind augustus!

Het is voor het eerst ooit dat ik dit zo doe, en het is ook een reden om erbij te zeggen: en daarom is het dus ook echt eenmalig. Anders wordt mijn leven te eenzijdig. Dat van dat bloed geven, dat spijt me echt bijvoorbeeld. Vanaf september word ik weer een trouwe donor!

Door |2016-05-31T15:20:31+02:0031 mei 2016|Triathlon algemeen|0 Reacties

Jagen op Neeltje Jans

Toen manlief en ik afgelopen week de starttijden van de NTFU-tijdrit op Neeltje Jans zagen moesten we wel lachen: ik zou één minuut na hem starten, en dus kon ik op hem jagen. In triathlons ben ik soms sneller dan hij bij het fietsen, maar dat is wel op mijn triathlonfiets, en daar mocht ik (helaas) niet op rijden bij deze tijdrit. Het verschil met de gewone racefiets is toch wel een paar kilometer per uur – zeker bij tegenwind. Desalniettemin vroegen we ons af of je mocht zoenen bij het inhalen? Het reglement was bijvoorbeeld wel streng over rechts blijven rijden.

Aan de streep

Wij vanochtend vroeg dus naar Neeltje Jans. Het leek ons wel leuk; zo veel tijdritten zijn er niet waar wij aan mee kunnen doen, en de startplaats deed mijn Zeeuwse roots goed natuurlijk. We keken wel een beetje op toen we aankwamen, want het was dan wel een NTFU-evenement, maar toch namen sommige deelnemers het bloedserieus: punthelmen, tijdritpakken, inrijden op de rollers. We zeiden nog tegen elkaar: we worden vast laatste en op-één-na-laatste. We zijn ook geen van beide de jongste meer, en ik zag bijvoorbeeld alleen maar jongere vrouwen. Van eentje die voor mij startte werd ook nog eens omgeroepen dat ze net districtskampioen was geworden, tsja, dan weet ik het wel. 

Actiefoto tijdens tijdritNou goed, toch welgemoed van start, mooi parcours over de Oosterscheldekering en Noord-Beveland. In de wind. Want het woei. Het woei stevig. Weeronline had het over windkracht 4-5, maar dat waren wel Zeeuwse windkrachten, zal ik maar zeggen, die ken ik nog van vroeger. De laatste zes kilometer terug over de dam had je de wind pal tegen; ik dacht dat ik stilstond. Toen is de foto hiernaast gemaakt, denk ik. Je ziet: genieten, die zeewind.

En maar jagen op manlief ondertussen. Ik dacht soms dat ik hem zag, maar vaak bleek dat een illusie. Uiteindelijk moest ik mij gewonnen geven: ik was een minuut of 6 langzamer dan hij. Daarmee werd ik 66e van 68 deelnemers: ik had nog twee mannen achter me. Ja, ik was laatste bij de dames, maar volgens mij dus ook echt de enige ‘veteraan’ daarvan. En het waren er sowieso maar zes!

Het podium bij de dames

Het podium bij de dames

Ik was ook al binnen 3 kilometer voorbijgeraasd door de deelnemer die één minuut na me startte – oef. Nou goed: dat bleek de latere winnaar.

Ach, wat maakt het uit, ik vond het leuk, ik heb okee gereden – ik had eigenlijk op dat laatste stuk tegen de wind in nog net iets dieper willen gaan, dus met een hogere hartslag en uiteindelijk ook een hoger gemiddelde, maar dat lukte niet (tsja,  het is ook maar een tussendoortje). En ik vond het uitstekend verzorgd, voor die
€ 15 inschrijfgeld: mooi parcours, verkeersregelaars, bewaakte fietsenstalling, drankje & pasta-maaltijd na afloop (zie foto beneden)… super!

Wel iets te weinig deelnemers – het is frappant dat zo’n uniek evenement maar dik 80 individuele inschrijvingen telt, en dat er dan ook nog een flink aantal niet komt opdagen. Er waren ook nog teams, met iets meer vrouwen, en twee beroemdheden: Erik Dekker en Matthieu Hermans. Ik hoop dat het voldoende was om volgend jaar weer te organiseren!

Aan de pasta achteraf (lekker)!

Door |2016-05-29T20:27:24+02:0029 mei 2016|Fiets|0 Reacties

Op de goede weg

Ik kom net terug van een tussentijdse maximaaltest bij Topvorm, net zoals ik in januari gedaan had. Het is sindsdien dik over de helft richting de Ironman, en een mooi moment om te kijken of deze manier van trainen ‘aanslaat’.

Welnu: ja. Ik vroeg aan Coen van Topvorm of mijn progressie sinds eind januari zo’n beetje is wat hij zou verwachten bij mijn trainingsaanpak, en toen zei hij: ‘het is wat ik zou hopen’. En twee tellen later zei ik ‘dus ik ben op de goede weg’, en dat is wat hij, zonder dat ik het had gezien, letterlijk bij mijn testresultaten had geschreven. Lekker!

Ik was over de hele linie beter dan eind januari en eigenlijk dan in jaren, dat is wel leuk. Vooral in het duurgebied, maar dat is ook te verwachten én precies wat ik nodig heb. Mijn vermogen bij mijn omslagpunt nadert weer de 4 Watt/kg, dat is zo’n magisch getal en jaren geleden dat ik het haalde. Dat zit ‘m ook in de kilo vet die ik ben afgevallen sinds januari – ik had het zelf niet in de gaten, maar Coen zei meteen dat ik ‘scherp stond’, zoals dat heet. En dat terwijl ik al een paar weken bewust meer eet – ik ben aan de chocolademelk ’s avonds.

Enige wat gelijk was aan januari was mijn longinhoud, daar speelt mogelijk een restantje hooikoorts nog steeds een iets beperkende rol. Normaal heb ik na eind april geen hooikoorts meer, ik heb het alleen van bomen waaronder de berk. Maar, zoals een lotgenote vorige week opmerkte, het leek wel alsof de berken de afgelopen weken aan een ’tweede leg’ bezig waren. Dat heeft mogelijk ook in Bilzen voor de inspanningsastma bij het lopen gezorgd, denk ik achteraf. Maar goed, dat terzijde.

Maar fijn dus, en ik ga zo door! Het enige waarvan ik op dit moment een beetje ‘hmm’ denk is dat ik tot gister last heb gehad van mijn onderste kuitspieren van dat chi-runnen, en dus deze week niet het geplande aantal kilometers heb kunnen maken. Achteraf gezien had ik die cursus beter of eerder of later (na de Ironman) kunnen doen. Maar er is nu niet echt  een weg terug: een eenmaal gevallen kwartje duw je niet zomaar weer terug. Ik denk echt dat ik er veel aan kan hebben. Morgen is de tweede en laatste bijeenkomst, voorzichtiger zijn en bespreken wat ik fout doe – waarschijnlijk doe ik te veel met voeten/tenen/enkels en kan het dus nog een stuk ontspannener!

 

Door |2016-05-26T18:26:52+02:0026 mei 2016|Fiets, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Nog wat mijmeren

Officieel is deze foto mislukt, maar hij past wel bij gemijmer

Officieel is deze foto mislukt, maar hij past wel bij gemijmer, vind ik

Nadat ik gister over de twee bijzondere dingen van de speelweek had geschreven, mijmerde ik nog wat na en toen realiseerde ik me dat ze allebei ook iets illustreren van mijn ‘waarom triathlon’, op heel verschillende wijze:

  • Ik vind het leuk om nieuwe dingen te doen en te leren. Het nieuwe aan een Ironman zit ‘m natuurlijk in de idiote afstand en tijdsduur, maar het zit hem ook in zoiets als zo’n chi-running workshop, net zoals het er eerder in zat om te leren borstcrawlen. Dat zijn meer technische dingen, andere dingen doen met mijn lijf en daarvan leren, en dat motiveert mij zeer. Leren van nieuwe dingen is misschien wel mijn grootste drijfveer in het leven.
  • Iets bij die sfeer van zo’n vrouwenwedstrijd wielrennen staat me tegen, daar waar ik het bij een triathlon altijd gezellig vind. Maar wat het precies is… Het zat ‘m in al die samenklittende groepjes van vrouwen die elkaar kennen, strak in dezelfde pakjes, weinig individuen, laat staat excentriekelingen. Naar van die oude wijven kijken die niet om. Het zat ‘m in de pinnige toon waarmee zo’n andere deelneemster vol overtuiging zegt dat het ‘hun competitie’ is, met ‘eigen reglement’ en dus ’50 minuten en 3 rondes’ – er volkomen naastzittend ook nog eens. Het zat hem zelfs al in de soortgelijke toon waarmee de dame bij het inschrijven om mijn licentie vroeg. Licentie, hoezo, het was toch voor zondagsfietsters? 
    Ik heb er al eens eerder over gefilosofeerd dat fietsers niet de makkelijkste mensen zijn. Ik heb daar onder andere moeite mee gehad in mijn beide fietsverenigingen en bij de Tour d’Afrique. Het heeft er (denk ik) mee te maken dat fietsen een prestatiegerichte sport is die je individueel kunt beoefenen, maar waarin je als je het samen doet toch afhankelijk van elkaar bent. Fietsers hebben daarom veel meer dan lopers en triatleten de neiging elkaar de maat te nemen, elkaar af te troeven en over elkaar te oordelen: over prestaties, materiaal, uiterlijk, noem maar op (ja, ik generaliseer). De mores onder fietsers van wat wel en niet mag en kan zijn streng – het equivalent van een Vrouwentriathlon, waar je op een opoefiets aan mee kan doen en dan enthousiast ontvangen wordt, bestaat er gewoon niet.
    Kortom: ik vind triathlons gewoon een stuk gezelliger.

 

Door |2016-05-23T21:35:39+02:0023 mei 2016|Waarom|2 Reacties

Speelweek

Sinds ik aan het opbouwen ben, train ik volgens het twee-weken-op-één-week-af-principe. Ik heb dus twee weken waarin ik vooral steeds langere trainingen doe, en dan één week waarin rust en herstel centraal staan. Eerdere jaren deed ik drie om één, en ik vind het verschil daarmee gevoelsmatig best wel groot: elke keer als ik één zo’n pittige week achter de rug heb, hoef ik er nog maar één en daarna mag ik weer een weekje ‘spelen’.

Zo voelt zwaar trainen als goed te doen, vooral mentaal. Want lichamelijk is dat lange trainen niet zo belastend, maar tussen de oren wel: zwemmen vind ik bijvoorbeeld gewoon saai (zeker in het zwembad, en het buitenwater koelt alleen maar weer af op het moment), en lang fietsen kost gigantisch veel tijd, tijd die ik op andere dingen moet bevechten. Soms moeten daar ook leuke dingen voor wijken. Een ritje ‘voor de lol’ zit er bijvoorbeeld in die weken niet in, want dat is te kort als lange training maar wel belastend. 

Afgelopen week was weer zo’n speelweek. Want zo ervaar ik de rust-en-herstelweken: ik train door, maar doe andere dingen en dat voelt speels. In plaats van een uur non-stop zwemmen doe ik sprintjes en techniekoefeningen, ik doe een lesje bodybalance in de sportschool, en ook nog wel andere dingen. Rond dit weekend deed ik twee heel afwijkende dingen:

  • Afgelopen vrijdag heb ik een workshop Chi-running gedaan, bij Annemarie Pruijt van Energia Training. Ik wilde al langer iets doen met Chi-running, vooral vanwege het idee dat ik denk dat mijn lopen eigenlijk te ‘log’ is, dat het lichter zou moeten kunnen – en in de hoop dat daar de sleutel ligt om makkelijker lang te kunnen lopen. Van vriendin Marijke kreeg ik Energia als tip (dank!). Het was inderdaad heel leuk en nuttig, en ik denk dat ik er veel aan ga hebben. Grootste eye-opener was dat ik schommel met mijn bekken, en dat lopen inderdaad lichter voelt als ik dat stabieler houd. Dat ging eigenlijk meteen wel goed, alleen heb ik nu wel forse spierpijn in mijn lage kuitspieren. Oeps, zo’n belasting is niet de bedoeling van een rust-en-herstelweek, en ik heb dus ook nog wat verder te ontwikkelen. Maar daar heb ik zin in!
  • Gisteren heb ik met Nicole samen meegedaan met de vrouwenwedstrijd van de Ronde van Katendrecht. Volgens het programma was dat voor de funklasse, nou… het waren bijna alleen maar vrouwen van ongeveer half onze leeftijd die meedoen aan de wielrencompetitie, en die dit als gewone competitiewedstrijd beschouwden – ze dachten zelfs dat het 50 minuten + 3 rondes was, in plaats van 9 rondes (dik 20 minuten) voor de B’s. Beetje vreemd. Hoe dan ook, Nicole en ik lagen er voor de eerste bocht al af, en zijn twee keer gedubbeld door de A’s en één keer door de B’s. Aan het eind sprintte Nicole mij eruit, maar er was nog een derde echte funklasse-dame, en die hebben we achter ons weten te houden! Toen we gedubbeld werden, kon ik af en toe het wiel houden, maar dan lag ik er bij een bocht weer af. Die bochten waren best rottig, net als het gevoel het hele rondje tegenwind te hebben. Maar dik 20 minuten, da’s ook wel weer superkort natuurlijk, en het vloog voorbij!
    Nicole heeft onder haar forumnaam TumTumTum een prachtig verslag geschreven op het forum van Fiets (even scrollen). Ik heb een leuke dag gehad, het is een afwisselende wielerdag op Katendrecht elk jaar, maar wel jammer dat het nog steeds zo is dat je als vrouw jong en supergoed moet zijn om aan dit soort dingen mee te kunnen doen. Toen ik begon met fietsen, dik 15 jaar geleden, was dat al zo, en nu dus nog steeds.

Nicole en ik voor de start

Nicole en ik voor de start

Doorkomst

Doorkomst

De inmiddels gebruikelijke beweging van veel sporters bij start en (hier) finish: knoppie indrukken

De inmiddels gebruikelijke beweging van veel sporters bij start en (hier) finish: knoppie indrukken

Eerder op de dag was het manlief gelukt om niet laatste te worden in de funklasse bij de mannen!

Eerder op de dag was het manlief gelukt om niet laatste te worden in de funklasse bij de mannen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer foto’s, ook van de prominenten die meededen, op Henks Flickr.

Door |2016-05-22T14:48:36+02:0022 mei 2016|Fiets, Loop, Vrouwensport|0 Reacties

Kou deed de das om

Ik zag gister ergens vanuit mijn ooghoek voorbijkomen dat het de koudste eerste Pinksterdag was in tachtig jaar. Welnu, dat was voor mij te koud voor een fatsoenlijke triathlon. Vooral het zwemmen deed me de das om – bijna letterlijk en dan wel te strak, want mijn luchtwegen knepen dicht. Mijn eerste wedstrijd van dit seizoen werd zo een heuse ‘DNF‘. Net als vorig jaar trouwens: op de 111 van Bilzen rust voor mij geen zegen. Maar ook net als vorig jaar was het zeker niet alleen maar kommer en kwel.

Het water in het Albertkanaal in Bilzen was een dikke 17 graden, dat is voor mij op het randje, weet ik. Ik had vrijdag nog even geprobeerd hier in de Schie achter ons huis, en daar kreeg ik toen die astma-achtige ademhaling die me in koud water vaker parten speelt. Met schoolslag kan ik me dan soms nog wel wat redden, en soms gaat het dan na verloop van tijd wel goed, maar het zwemmen is dan wel een hele worsteling.

Dus ik had er al een beetje hard hoofd in, en net toen wij startten, kwam de ergste bui van de dag over. De luchttemperatuur was toen misschien maar een graaf of 5, en de combinatie van koud water en zulke koude lucht had ik nog nooit eerder meegemaakt – ademhalen lukte bijna helemaal niet meer, ook niet met schoolslag. Ik heb het opgegeven, mijn arm opgestoken en me door het bootje naar de kant laten brengen. Dat was wel een momentje natuurlijk, zoiets is altijd een keuze, maar ik denk nu op zich wel okee: ik ben op dit moment niet bereid om mezelf geweld aan te doen.

Het was daarna even afwachten, maar achter de laatste dame (die pas na 36 minuten aankwam!) mocht ik buiten mededinging toch nog gaan fietsen en lopen. Het fietsen ging redelijk: het woei hard, het bleef koud en naargeestig, en ook daarbij kon ik mezelf niet heel veel pijn doen. Maar ik kon goed eten en drinken en ik kreeg pas op het allerlaatst echt last van de tegenwind. Prima training dus. Ik had gehoopt 30 gemiddeld te rijden, dat is net niet gelukt, maar goed (eindtijd 3u25). Ik heb iets langzamer gereden dan vorig jaar, maar met een gemiddeld veel lagere hartslag en bij hardere wind, dus ik denk dat ik er inderdaad beter voorsta dan toen.

Toen het lopen, en ook dat ging voor geen meter: ik heb 9 van de 10 kilometer opnieuw een soort inspanningsastma gehad. Ik had niet genoeg lucht om normaal te kunnen lopen, en ik heb zelfs stil moeten staan om zo ongeveer m’n longen uit mijn lijf te hoesten, en er meer dan een uur over gedaan. Pas de allerlaatste kilometer ging iets beter.

Dat ken ik nou weer niet van mezelf: hardlopen bij 10 graden moet toch geen probleem zijn? Was het de eerdere kou? Al die uren kou? Restantjes hooikoorts? Ik heb geen idee. Ik krijg inspanningsastma alleen onder extreme omstandigheden, zoals in het hooggebergte, maar het lijkt wel iets toe te nemen. Toch eens met de dokter over hebben? Of gewoon accepteren dat mijn lijf moeite heeft met kou? Ik voelde me wel een beetje een watje, als opgever, en zeker met een echtgenoot die rustig zonder wetsuit zwemt: we zijn in dit opzicht wel tegenpolen!

Al met al denk ik: nouja, goed getraind. Als ik gewoon thuis geweest was, had ik het mentaal heel zwaar gevonden om ene lange koppeltraining af te werken onder die omstandigheden, en nu ging het toch een beetje vanzelf, met de verzorging en de afleiding van de wedstrijd. De overgang van het fietsen naar het lopen ging beter dan drie weken geleden. Ik zat nooit eerder zo ontspannen op de triathlonfiets. Allemaal goeie dingen met het oog op wat nog komt.

Verder was het wel weer een leuk weekendje Bilzen, in dezelfde fijne B&B als vorig jaar. Dit keer vol met triathleten, waaronder Marijke die ik vorig jaar ook al had gesproken, en Melissa, die laatste zwemdame op wie ik had moeten wachten om te mogen gaan fietsen, en voor wie ik respect heb dat zij wel is doorgegaan. 35 minuten zwemmen over een kilometer, piepend en happend naar adem, ik breng dat niet op. Ik denk ook wel: waarom zou ik – de kans dat het zwemwater straks in Vichy koud is, is nihil. En ik hoef dan pas op m’n best te zijn.

Actiefoto op de fiets

Die scheve helm is hopelijk vooral door de hoek van waaruit de foto gemaakt is!

 

 

 

Door |2016-05-16T17:12:08+02:0016 mei 2016|Triathlon algemeen|0 Reacties

“Niet meer verkrijgbaar”

Heb je iets lekkers gevonden dat het goed doet, is het niet meer verkrijgbaar… Vorige week kwam eerst manlief een keer thuis met het nieuws dat Simon Levelt gestopt was met het leveren van caffeïnevrije zwarte thee in zakjes. Ik drink ’s avonds caffeïnevrije thee omdat ik soms anders veel moet piesen als ik in bed lig; meestal drinken we losse thee maar die zakjes zijn wel eens gemakkelijk. Waren, bedoel ik.

Een paar dagen later heb ik me, met het oog op mijn eerste wedstrijd, een ongeluk gegoogled op zoek naar GU Chomps, mijn favoriete sport-winegums voor tijdens het lopen, maar die zijn (denk ik) in Nederland ook niet meer verkrijgbaar. Urgh. Nou heb ik wel een alternatief bij elkaar gegoogled: Powergums. Ga ik morgen uitproberen.

Maar die vrije markt…. soms is-ie lastig! Ik ben wel vaker dierbare producten en merken kwijtgeraakt. Ik herinner me de grapefruitthee van Pickwick, Ben dat T-mobile werd, of Zonnet dat doorfuseerde tot uiteindelijk (jeuk) Tele2. Soms denk ik wel: ik ben dierbare merken trouwer dan zij mij…

 

Door |2016-05-07T19:38:50+02:007 mei 2016|Triathlon algemeen|4 Reacties
Ga naar de bovenkant