Extra

Hardlooptraining geven: Annet verdient navolging

Ik had het op dit blog al een keer over Annet Steggerda, de 77-jarige die naar zilver en brons zwom op het WK voor masters. Ze is sindsdien meervoudig Nederlands kampioen geworden, met verbeteringen van de kampioenschapsrecords.

Alsof dat nog niet genoeg is, heeft Annet ook nog een ander bijzonder sportverhaal. Ze was jarenlang hardlooptrainer en, zo zegt ze, haar lopers hadden nooit blessures. Daar kijk ik meteen van op. Ik ben dus met haar en haar man Aart gaan praten over hoe dat kan. Bij een boel van wat Annet vertelde dacht ik: ‘maar dat is toch gewoon goede, procesgerichte training geven, waarom gebeurt dat niet vaker?’ maar ze ging ook nog wel verder dan dat. Hieronder lees je daarover.

Annet (rechts) aan het lopen in de Soestse duinen

Annet werkte vooral met beginnende lopers die fitter worden als doel hadden en lopers die terugkeerden van een blessure: “Als mijn lopers in drie maanden konden ‘hardlopen tot de brievenbus’, vond ik het geslaagd. De iets ambitieuzere groepsleden deden loopjes van drie tot vijf kilometer. Lang niet iedereen ging lopen voor hun lol. Zo kwam er eens een vrouw met een chagrijnig gezicht op de eerste Fitstart-training met de woorden ‘ik kreeg dit van mijn man’. Maar dat chagrijn verdween, hoor!”

Dat is misschien meteen wel het allerbelangrijkste: geen chagrijn, maar plezier. Dat stond in Annets aanpak centraal. Zo ging ze met haar groep lopen op mooie plekken, zoals in de duinen rond haar woonplaats Soest. die duinen zijn bekend van de Silvestercross, en dat is niet toevallig, want Annets atletiekvereniging, AV Pijnenburg, zit achter de organisatie daarvan.

Omwille van het plezier had Annet een voorkeur voor speelse oefeningen. Die omgeving leent zich daarvoor: lopen van boom tot boom, rondjes om een bosje, draaiend en keren rond de bomen, een heuveltje op via de moeilijke korte of de makkelijke langere route, stukjes door het zand. Dan verstopte ze bijvoorbeeld iets in het bos en moesten de lopers het lopend zoeken.

Ongemerkt zat er zo differentiatie in het programma, want de een liep meer dan de ander en de een koos de zwaardere of langere weg, de ander de lichtere of kortere. En dat was helemaal prima. Annet: “Dat maakt het voor lopers mogelijk om binnen hun eigen grenzen te blijven zonder dat dat opvalt, dus zonder dat je zichtbaar achterop raakt ofzo. Een van mijn lopers ging in een andere groep altijd te ver, zo ver zelfs dat ze aan het eind van de training altijd moest overgeven. Bij mij in de groep niet.”

Ook ongemerkt, dus zonder expliciete instructie, zat er zo loopscholing in de trainingen – altijd, want techniek vindt Annet belangrijk. Met een instructie als ‘kijk naar de bomen’ liet ze haar lopers rechterop en lichtvoetiger lopen. De lopers deden buikspieroefeningen zelfs – in het Soestse zand! Annet: “Nouja, dat hoefde niet – wie een hekel had aan zand aan hun kleren mocht uitwijken naar harde ondergrond. Zo is er altijd wel een mouw aan te passen”.

Annet zorgde ook voor de nodige bevestiging: ze deelde complimenten uit en zorgde ervoor dat haar lopers zelfvertrouwen kregen. Door alleen veilige oefeningen te laten doen, zodat iedereen erin kon slagen. Door niet zelf te helpen, maar wel de groep iemand te laten steunen die dacht iets niet te kunnen of te durven. En als die oefening dan lukte, mocht iedereen het weten: ‘Zie je wel, je kan het best!’

Zo kon de een na de andere loper iets waarvan die nooit had verwacht het te kunnen. Daarvoor moest Annet haar lopers wel goed kennen, en daar investeerde ze in. Ook in hoe zij waren als mens, dus hoe ze hen kon motiveren, hun weerstand overwinnen. Persoonlijke aandacht was daarvoor belangrijk: een verjaardag vieren, een gesprekje als het niet lekker ging… Ze liep niet voor niets altijd zelf mee, achteraan de groep. Dat is waar meestal de meeste zorg nodig is.

Annet vond ook haar voorbeeldrol belangrijk. In het voordoen van de oefeningen, in haar kleding, haar toewijding (altijd aanwezig, ruim op tijd) en haar positieve houding (‘Slecht weer? Daar maken we wat van!’)

Tot zover in het gesprek denk ik: wat ze beschrijft, is gewoon goede training geven. Het is een schoolvoorbeeld van procesgerichte training. Wat me de vraag doet stellen of haar aanpak ook geschikt zou zijn voor prestatiegerichtere lopers? Dat speelse bijvoorbeeld, past dat dan wel? Annet: “Deze manier van trainen is prestatiegericht, alleen anders. Niet met behulp van apparaten zoals een sporthorloge, maar juist met je eigen lichaamsgewaarwording, dus door je bewust te worden van je eigen lopen. En niet met een schema, maar uitgaand van het moment. Dat geeft minder controle, maar het is de beste manier om tot prestaties te komen – als je dat wilt.”

Daar kan ik me wel in vinden: plezier en prestatie gaan hand in hand, wat je voelt is belangrijker dan wat je meet, en goed training geven is gericht op het individu in het hier-en-nu. Hoe komt het dan toch dat dat zo weinig gebeurt, goed training geven? Ik ben zelf immers ook niet voor niets geen lid meer van een atletiekvereniging…

Annet als trainer

Het is vooral Annets man Aart, zelf geen loper, die daar een uitgesproken mening over heeft. Het beeld dat hij schetst, herken ik wel: “De typische trainer bij een atletiekvereniging is ‘baasje’: zelf een prestatiegerichte loper, vaak nogal een Einzelgänger, die zich wil doen gelden, iets wat hij misschien op z’n werk, in het dagelijks leven, niet kan. Of kon, want een groot deel is oud – ze weten van geen ophouden. En ze bemoeien zich overal mee. Ze zijn moeilijk te managen: elkaar aanspreken is lastig en er is geen enkele vorm van sanctie. Typerend is dat ze bij clubkampioenschappen zelf meelopen, in plaats van hun lopers te begeleiden. Sterker nog: ze verslaan dan hun eigen lopers. Ander zichtbaar verschijnsel: ze lopen bij hun groep standaard vooraan – daar waar Annet niet voor niets koos voor achteraan. Die trainers hebben soms niet eens in de gaten dat niet iedereen het bij kan houden. Zo branden ze hun lopers af. Voeg daarbij de moderne tijd met z’n nadruk op meten en technologie, en je krijgt een vorm van training waar getallen belangrijker zijn dan lichaamsbewustzijn. Precies dat deed Annet anders: het individu centraal, plezier hebben, je lichaam leren ervaren en dat gebruiken als basis voor de training. Dat gaat natuurlijk om iets heel wezenlijks. Het verschil ging steeds meer schuren; Annet is gestopt voordat dat tot een conflict kwam.”

Toch heeft Annet het eerst jaren kunnen doen, hoe zit dat? Ook daarover heeft Aart een mening: “Atletiekverenigingen zijn gaandeweg van karakter veranderd. AV Pijnenburg was ooit een echte vrijwilligersorganisatie. Maar de vereniging werd steeds groter, en die groei zat hem vooral in leden die alleen kwamen lopen en verder niet actief werden. Dat zette het vrijwillige karakter onder druk. Er vond professionalisering plaats, ook van de trainers: die moeten nu een opleiding volgen en hun certificering bijhouden. En ze krijgen een vergoeding, een paar euro per uur. Daar waar leden voor 150 euro per jaar kunnen lopen zo veel als ze willen. De trainers gingen dus steggelen om er een euro per uur bij te krijgen – maar dan nog blijft het bedrag zo laag dat het natuurlijk niet past bij de grote verantwoordelijkheid van het werk. Stel je bijvoorbeeld voor dat er iets misgaat met iemand in het bos.”

Daar heeft Aart wel een punt te pakken natuurlijk. Wat kun je vragen, wat kun je verwachten van trainers, vrijwillig of voor een babysit-uurtarief? Ik heb me dat zelf ook wel afgevraagd tijdens mijn jaren bij Rotterdam Atletiek, als ik ontevreden was: misschien verwacht ik te veel. Te veel verstand van zaken, maar ook te veel individueel maatwerk – ik voelde me regelmatig tot een soort eenheidsworst gemaakt binnen de groep. Dat kon ik dan zelf wel corrigeren, maar, vroeg ik me af, ben ik dan daarvoor lid van een atletiekvereniging, om daarbinnen toch vooral mijn eigen gang te gaan?

Annet ging juist in die individuele aanpak heel ver. Zo maakte ze bijvoorbeeld bij bijzondere gelegenheden zoals kerstmis voor elk van haar lopers een klein, persoonlijk cadeautje. Nou weet ik niet of dat echt nodig is, ik had me er misschien zelfs ongemakkelijk bij gevoeld. Dat er aan de aandacht, toewijding, omgaan met ‘moeilijke’ mensen en aan de tijd die je erin stopt een grens zit, dat snap ik van die andere trainers wel. Een enkele blessure en ook af en toe een ‘afhaker’ lijken me geen ramp. Maar plezier centraal, goed oefenen (ook met lichaamsbewustzijn), differentiëren, uitgaan van het moment – dat zouden toch meer trainers moeten kunnen?

 

Door |2025-02-21T17:31:25+01:0013 februari 2025|Extra|0 Reacties

Bekenden in het nieuws

Deze week zag ik in twee nieuwsbrieven die ik ontvang bekende oudere sporters. Nouja, nogal verschillend bekend: de een sprak ik slechts twee keer, namelijk om haar te interviewen voor de Vrouwentriathlon, en later nog eens als mede-deelneemster in het parc fermé van TriRotterdam; met de ander fietste ik in 2008 vier maanden lang dwars door Afrika en daarna zagen we elkaar ook nog een aantal keren, aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, tot een paar jaar terug (jammer dat Canada zo ver weg is). Het zijn allebei inspirerende verhalen:

 

Door |2024-12-13T10:15:16+01:0013 december 2024|Extra, Fiets, Triathlon algemeen, Vrouwensport, Waarom|0 Reacties

Annet (77) zwom naar WK-zilver en -brons

Annet Steggerda is een 77-jarige zwemster uit Soest. Onlangs veroverde ze bij het WK zwemmen voor Masters in Doha een zilveren en bronzen medaille. Ze vertelt daarover in dit filmpje van de lokale omroep. Dat is nogal de moeite waard. Het gaat om veel meer dan dat WK, ze vertelt onder andere ook over het overwinnen van waterangst, hoe het was om als kind van Indonesië naar Nederland te moeten verhuizen, en over hoe ze pas na haar zestigste wedstrijdzwemster werd. Een leuk detail vind ik zelf dat ze op dit moment bezig is met het verbeteren van haar techniek. Dat kan dus gewoon, op je 77e!

 

 

Door |2024-10-04T14:18:40+02:004 oktober 2024|Extra, Zwem|0 Reacties

Filmtip: Nyad

Ik ben gister in het Wennekerpand naar Nyad geweest. Ik vind het een dikke aanrader voor iedereen die zwemt, maar zeker ook voor iedereen die zich bezighoudt met sporten boven een zekere leeftijd, zeg, rond de 60, want dat is Diana Nyad in de film. De film is waargebeurd, hooguit wat geromantiseerd, begrijp ik. Het is een sensationeel verhaal, met ook nog wat relevante thema’s langs de zijlijn – er zit veel in de film.

Op haar 64e levert Nyad (‘waternimf’) een ongelofelijke prestatie: ze is de eerste persoon ooit die van Cuba naar Florida zwemt, 110 mijl, meer dan 50 uur non-stop zwemmen. Dat is al onvoorstelbaar, maar dat is dan ook nog in water met verraderlijke stromingen, haaien en levensgevaarlijke kwallen (brrr!). Gekkenwerk, en ja, dat is het ook, dat wordt in de film wel duidelijk. Maar het lukt haar – uiteindelijk – wel.

Wat haar drijft en wat dat kost is al heel interessant, maar dat ze dat doet als 60+-vrouw geeft er nog een extra dynamiek aan. Ze laat zich duidelijk niet inpakken door haar leeftijd. Dat is – lijkt mij – terecht. Ze was in haar jonge jaren al marathonzwemkampioen, en juist op die rustige duur die je voor zo’n monster-inspanning nodig hebt, heb je rond je 60e nog niet veel ingeboet. Ze zegt dat zelf ook in de film: wat ze aan fysieke vermogens heeft ingeboet, heeft ze mentaal gewonnen.

Bovendien: op het totaal van de lengte, de extreemheid en de gevaren van zo’n tocht is haar leeftijd bijna een verwaarloosbaar detail. Bijna niemand kan dit immers, ook mensen in de kracht van hun leven niet. En voor een haai of een kubuskwal maakt 30 of 60 jaar oud zijn echt niet uit. Desalniettemin denkt haar omgeving daar anders over – sponsoren bijvoorbeeld. Ik vond dat opvallend – ik ken zelf ook voorbeelden van de uitvergroting van de rol van leeftijd immers. Dus hoe leeftijd de schuld van alles krijgt.

Eén zo’n uitvergroting die ik frappant vond had ook op zwemmen betrekking. Ik deed vorig jaar in de zomer mee aan de Jan de Koele zwemtocht, die ik ook in 2016 had gezwommen. Tussen 2016 en 2022 ben ik beter gaan zwemmen, het gunstige gevolg van laat ermee begonnen zijn en dus lang nog kunnen doorontwikkelen. Desalniettemin was ik vorig jaar bijna een kwartier trager. Dat was omdat wind en stroming ongunstiger waren. Zwemmend raak ik altijd gevoel voor tijd en afstand kwijt, dus ik had geen idee. Ik kwam uit het water, zag m’n tijd en flapte er tegen de eerste de beste persoon in mijn omgeving, een oudere man, uit: ‘Sohee, bijna een kwartier trager dan in 2016’. Zegt hij: ‘Ach ja, de leeftijd hè?’ Nee dus.

Leeftijd krijgt makkelijk van alles de schuld, en Nyad gaat daar doelbewust niet in mee. Als je rond je zestigste nog ambitieus bent op sportgebied word je algauw voor gek uitgemaakt, mogelijk ook nog meer als vrouw dan als man. Een vrouw te zien die boven de zestig nog zo gedreven is (en zo fit), ik vond dat heerlijk verfrissend. Gek, ja – maar wel inspirerend!

 

 

Door |2023-11-20T16:55:11+01:0020 november 2023|Extra|0 Reacties

M’n stokpaardje in de NRC

Afgelopen zaterdag had de NRC een groot artikel over de falende pogingen om de Nederlandse bevolking aan het bewegen te krijgen. Ik zag dat als mooie aanleiding om een van mijn stokpaardjes te berijden en schreef een ingezonden brief. Die is vandaag verschenen!

Erg leuk natuurlijk!

De tekst is wel sterk ingekort, waardoor er enkele smeuïge details uit zijn, het fietspad-argument onvolledig is en de totale argumentatie beperkt tot vrije duursport. Dit was mijn tekst:

Meer bewegen – waar dan?

Wij wonen in een buitenwijk van Rotterdam. De afgelopen jaren zijn er in onze omgeving drie snelwegen bijgekomen: de A4 is er al een tijdje, het nieuwe stuk aan de A16 en de Blankenburgverbinding vorderen gestaag. Bij het enige mogelijke zwemwater staan dreigende borden dat zwemmen verboden en LEVENSGEVAARLIJK is; een tijdlang gaf een bord aan dat de boete € 140 was. De fietspaden worden nog steeds zo aangelegd als in de jaren ’50, maar ze worden in toenemende mate bevolkt door scooters, speed-pedelecs, fatbikes en opgevoerde e-bikes, zodat gewoon fietsen steeds moeilijker en gevaarlijker wordt. Schoolkinderen worden met touringcars naar de gymzaal vervoerd, omdat die net iets verder weg is dan de norm-afstand voor zelf lopen of fietsen. De tennisclub voert al jarenlang een verbeten strijd om te voorkomen dat de banen worden opgeofferd aan woningbouw.

Het kan zijn dat er al decennialang bewegingsstimulerend beleid gevoerd wordt, maar de inrichting van de openbare ruimte staat daar haaks op. Dus als het dan weer eens gaat over dat we allemaal meer moeten bewegen, zoals vandaag in de krant, dan denk ik: waar dan?

 

 

Door |2023-10-24T19:47:49+02:0024 oktober 2023|Extra|0 Reacties

Tip voor 40+-fietsers: Radweltpokal

Ik heb vorige week een tijdrit gereden die onderdeel was van een groot fietsevenement: de Radweltpokal. Het was dit jaar de 55e editie. Ik had er nog nooit van gehoord totdat ik een dik jaar geleden eens ging googlen naar een WK tijdrijden voor ‘age groupers’ zoals dat bij de triathlon ook bestaat. Ik had best eerder van het bestaan willen weten, en van een andere Nederlandse deelnemer begreep ik ook dat hij het per toeval had ontdekt. Ik vind dus dat het evenement meer aandacht verdient. Vandaar: hier een impressie. Ik heb zelf alleen de tijdrit gereden (20 km vrijwel vlak), maar Henk en ik zijn bij nog wat andere koersen gaan kijken

De Radweltpokal is geen officieel WK zoals dat net ervoor in Glasgow geweest was, maar een informele ‘wereldbeker’ waar toch knoeperhard gefietst en serieus gestreden wordt. De wedstrijden zijn bedoeld voor twee groepen:

  • Masters (40+), in leeftijdscategorieën per vijf of tien jaar, mannen zowel als vrouwen. De Radweltpokal is ooit begonnen om oud-profs ook nog competitie te bieden. Er doen ook wel jongeren mee, maar dat is maar een handjevol. De oudste deelnemers zijn 80+! Er wordt hard gereden: bij de tijdrit reed de winnaar ongeveer 50 km/u gemiddeld. Dat parcours is overigens razendsnel, zag ik bij mezelf aan de verhouding tussen vermogen en snelheid. Bij de tijdrit was ook nog een aparte categorie voor para-atleten, maar dat was heel klein. Er deed bij de vrouwen bijvoorbeeld maar eentje aan mee.
  • Renners op ‘vintage’ fietsen: fietsen tot ongeveer bouwjaar 1988, met een stalen frame, toeclips en schakelen aan de buis. Schitterende fietsen! We keken onze ogen uit. Voor hen is het daadwerkelijk een WK. Henk praatte met deze Oostenrijkse-oud-prof (als we het goed begrepen hebben), met z’n spullen nog uit zijn glorietijd maar dan wel een moderne fietscomputer erop:
    Dat was na de wegwedstrijd; later zagen we hem bij de tijdrit:

    Je moet een bijpassend shirt hebben en liefst verder ook de rest van je kleding in stijl. Dit vond ik wel een heel bijzonder shirt, uit een ‘retro’ land:
    We hebben bij die wedstrijden gekeken en vonden het echte wielernostalgie! Alsof je terugkeek in de tijd, beelden die je wel op televisie ziet:

Er zijn voor alle groepen een wegwedstrijd (40-120 km, afhankelijk van de categorie, met klim) en die tijdrit(20 km vrijwel vlak). Voor de moderne fietsen zijn er ook nog twee korte wedstrijden: een bergsprint en een tijdrit van een kilometer (vlak, op het vliegveld). Bij de bergsprint zijn we ook wezen kijken, die zag er loeizwaar uit (het is dik 300 meter omhoog in 2,7 km fietsen):

De vintage fietsen maken ook nog een tocht. In totaal duurt het zes dagen. Er zijn honderden deelnemers, de meesten wel uit de buurt, maar we zagen toch ook wel Amerikanen, Australiërs en Brazilianen. Veel Duitsers, en die retro fietsen, dat is vooral een Vlaamse aangelegenheid:

’s Avonds zijn er huldigingen op een ‘medal plaza’ in St. Johann, compleet met volksliederen. Er is een trui voor de winnaars en medailles voor het podium:

Er zijn ook nog veel bekers voor de anderen. Voor het kleine groepje vrouwen dat meedoet komt dat neer op  iedereen, dus zelfs met mijn laatste plek vond ik mezelf nog terug op het podium bij de vrouwen 55-59 (zeven deelneemsters in totaal, twee waren er niet):

Het waren misschien niet zo veel vrouwen, zeker in de vintage groepen niet, maar toch vond ik het leuk om tijdens mijn warming-up zo veel vrouwen op tijdritfietsen te zien.

Een paar organisatorische dingen waren wel houtje-touwtje, waarbij me vooral opviel dat de informatie niet altijd precies klopte, alsof ze een oud document hadden gerecycled. Voor de sportieve zaken maakte het niet uit, al hoorden we wel over een file op het parcours die de vintage wegwedstrijd had beïnvloed. Het parcours voor de tijdrit was helemaal afgesloten voor ander verkeer en verder was er begeleiding:

En je ziet: het was ook gezellig. En dat alles in een prachtig stukje Oostenrijk, pal onder het Kaisergebergte, dus met een schitterend decor:

Kortom: een dikke aanrader voor fietsliefhebbers. Ik hoop er zelf ook nog eens naar terug te keren!

 

Door |2024-05-13T13:55:36+02:0030 augustus 2023|Extra|0 Reacties

Hoe ouder worden als sporter niet moet

coverEr zijn soms van die boeken die ik wel móet lezen. Toen ik op het Triathlonforum las over De weg van de meeste weerstand van Lionel Shriver (die van We need to talk about Kevin) dacht ik dat meteen. Het gaat namelijk over ouder wordende duursporters en over de vraag hoe ver je kan, moet of wil gaan voor sport. Ik heb het onlangs ademloos uitgelezen, maar een echte aanrader vind ik het toch niet.

Het boek gaat over een echtpaar van in de zestig. Zij heeft altijd veel gesport, waaronder hardlopen, om fit te blijven, niet voor wedstrijden – ze is het liefst alleen. Haar knieën zijn echter versleten (het staat er niet zo letterlijk, maar ik denk: kapotgesport, haar hele leven te veel gedaan), hardlopen kan niet meer en de rest wordt ook steeds moeilijker. Net dan begint haar echtgenoot met sporten, met hoge ambities: hij traint eerst voor een marathon en daarna voor een hele triathlon. Dat roept natuurlijk spanningen op in het huwelijk, zeker omdat hij zich bij een fanatieke groep aansluit en zich ook nog eens intensief laat begeleiden door de trainer, een jonge, mooie vrouw. De echtgenoten hebben bovendien ook nog wat oud zeer te verwerken voor wat betreft hun kinderen.

Het verhaal werkt toe naar zijn grote triathlon. Dat is spannend, zeker als er van alles mis gaat met hem wat haar vermoeden (vermengd met jaloezie) dat hij veel te ver gaat bevestigt. De vragen die het boek oproept heb ik ook: over de de zin van sport, het risico op mateloosheid ervan, de rol van de commercie erin, de drang om bij een groep te willen horen, zoals de massa van een marathon of grote triathlon (het heet niet Ironman in het boek, maar het is net zoiets, inclusief mensen die het logo laten tatoeëren enzo). Ik kon daarom bijna niet stoppen met lezen.

En toch vond ik het boek onbevredigend. Dat zat hem er vooral in dat ik de hoofdpersonen niet zo sympathiek vond en ook niet goed begreep. Ondanks dat haar zieleroerselen breed worden uitgesponnen snapte ik haar niet en vond ik haar stomme dingen doen. Hij is al helemaal stom bezig, en bij elkaar wordt zo de sport- en triathlonwereld nogal negatief neergezet dus ook. De zingevingsvragen worden wel opgeroepen, maar niet of alleen negatief beantwoord: sporten is vooral een krampachtige poging om fit te blijven, hip te zijn en ergens bij te horen. Het einde onderstreept dat nog eens, op clichématige wijze. Daarmee is het ook bepaald geen positief beeld van de ouder wordende duursporter.

Het stomme van de hoofdpersonen en ook de soms mij veel te uitvoerige beschrijving van haar inwendige wereld en hun conversaties zaten hem misschien een beetje in de vertaling. Ik las het boek in het Nederlands en heb wel vaker meegemaakt dat het origineel beter te pruimen is – alsof ik de gekke neiginkjes van de Amerikaanse cultuur beter kan hebben in hun eigen taal. Want Amerikaans is het zeker, al is de thematiek net zo relevant voor hier. Actueel ook, en dat moet ik Shriver zeker nageven: ze heeft een goed oog voor de tijdgeest. Het gaat en passant bijvoorbeeld ook nog over het klimaat, woke en cancelen.

Het zet bovendien dus een heel groot vraagteken bij de fit-hype. Dat is welkom, maar het vraagteken is me wel wat te groot. Nog steeds vind ik dat ik het ‘moest’ lezen en dat heb ik dus toch met plezier gedaan. Maar de nasmaak is niet zo prettig.

 

Door |2023-08-15T16:00:34+02:0014 augustus 2023|Boeken, Extra, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

60+’ers zijn goede wandelaars

Een tijdje geleden kreeg ik van een vriend (dank, Arno!) een interessante Tweet doorgestuurd. Strekking: van vijf leeftijdscategorieën lukte het in de oudste (60+) het beste om een Kennedymars uit te lopen. Dat is een mooie statistiek, en interessant natuurlijk. In de reacties worden verschillende verklaringen gegeven voor het succes op hoge leeftijd, ik vat ze in vijf categorieën samen, die, volgens mij, allemaal zouden kunnen kloppen, op basis van wat ik weet over ouder wordende duursporters:

  • Ouderen hebben meer tijd om te trainen.
  • Ouderen hebben meer routine/ervaring; ze wandelen/bewegen hun hele leven al.
  • Duurvermogen (lang en rustig bewegen) gaat tot op hoge leeftijd nauwelijks achteruit, in elk geval pas later en minder hard dan het intensieve werk, zoals snelheid en kracht.
  • Ouderen hebben goede mentale vaardigheden: ze maken een betere inschatting van hun eigen kunnen in verhouding tot de zwaarte van de mars, ze nemen het serieuzer, ze hebben meer doorzettingsvermogen.
  • Zelfselectie speelt mogelijk een rol – alleen de besten doen het, en dat zie je niet in zo’n statistiekje (het gaat mogelijk niet om een hoog absoluut aantal).

Nou, dat zijn toch een boel positieve dingen! Wandelen is, vind ik, een onderschatte sport. Doe het ze maar eens na, die 60+’ers – 80 kilometer wandelen is bepaald geen peuleschil!

 

Door |2023-08-08T15:08:49+02:002 augustus 2023|Extra, Loop|0 Reacties

Evene (47) loopt hard na borstkanker: ‘Sporten voegt echt iets toe aan mijn leven’

Evene sprak ik in 2017, het was het eerste interview, ik was net begonnen met denken over een boek. Het interview heeft Optimaal blijven sporten niet gehaald, deels omdat ik het contact met haar een tijd kwijt was, en deels ook omdat Evene, anders dan de latere geïnterviewden, geen uitgesproken ‘pleziersporter’ is: ze sport omdat het goed voor haar is. Desalniettemin is haar verhaal de moeite waard.

Ruim een jaar voor ons gesprek, op haar 46e, hoorde Evene dat ze borstkanker had. Een operatie en bestraling volgden. Daarna wilde ze de draad weer oppakken. Ze ging weer werken, maar dat ging niet goed: ze ontdekte dat de impact op haar lichaam groter was dan verwacht. In een zoektocht naar hulp kwam ze uit bij Beweeg Je Fit. Dat is een programma onder begeleiding van fysiotherapeuten, speciaal gericht op borstkankerpatiënten. Het hielp Evene enorm vooruit, met als hoogtepunt dat ze kort voor ons gesprek bij de Pink Ribbon Ladies Run 5 kilometer hardliep. Ze ervoer dat als de afsluiting van de periode van ziekte en herstel.

Evene vertelt over hoe ze bij Beweeg Je Fit terechtkwam: “Wat ik zocht, was hulp bij mijn herstel, bij het vinden van de weg naar boven, naar mijn normale leven. De diagnose was tien maanden geleden, het einde van de bestralingen zeven, maar de nasleep was nog enorm, vooral de vermoeidheid. Ik moest het rustig aan doen, voorzichtig zijn, en dat deed ik ook, maar ik was kennelijk toch niet voorzichtig genoeg. Beweeg Je Fit was precies wat ik nodig had.”

Bij Beweeg Je Fit doe je twee keer in de week een training van 3X10 minuten cardio (wandelen op de loopband, crosstrainer, fietsergometer), gevolgd door enkele krachtoefeningen. Die tien minuten bouw je op in intensiteit. Het is de bedoeling dat je stevig je best doet, zonder je te vergalopperen. Evene voegde er zelf nog een derde training aan toe, thuis. Evene: “In het begin was het loodzwaar. Als ik dan thuiskwam, moest ik eerst gaan slapen. Ik legde de lat ook wel hoog voor mezelf, wilde steeds een stapje hoger. Dat lukte, en bovendien werd ik er minder moe van. Het werd toen net voorjaar, en dat hielp ook: langer licht, warmer.”

De training is in een groep met lotgenoten: vrouwen die borstkanker (gehad) hebben. Sommigen daarvan zijn zelfs nog bezig met de behandeling. Evene: “Die groep met gelijkgestemden, dat was een feest van herkenning, dat heeft me ook veel goed gedaan. En het was gezellig! Het heeft me geholpen om weer fit genoeg te worden om te kunnen gaan werken. Niet meer fulltime, maar wel vier dagen in de week.”

Beweeg Je Fit duurt in principe 12 weken, maar de groep van Evene ging wat langer door. Evene realiseerde zich ondertussen wel dat ze daarna bezig moest blijven om haar conditie nog verder te verbeteren: “Ik wist niet zo goed wat ik zou doen. Ik vind eigenlijk niks leuk. Voor de diagnose stond ik thuis wel op de crosstrainer, alleen om fit te blijven. Ik heb een lastige rug, veel problemen met m’n S/I-gewricht. Ik heb wel fanatiek paardgereden. Mijn paard is inmiddels met pensioen, ik zoek hem elke week nog op maar rijd niet meer. Dus ik moest wat verzinnen. Eén van de fysiotherapeuten van Beweeg Je Fit zei toen: ‘Waarom ga je niet hardlopen?’ Ik dacht: ‘jeetje, hardlopen, kan ik dat wel?’ Best wel spannend. Van die tien minuten op de loopband wandelen was het niet zo’n grote stap naar tien minuten hardlopen, en dat ben ik toen gaan uitbouwen. Het ging, en dat gaf een enorme boost!”

Op de loopband? “Ik heb die eerste zomer ook wel buiten hardgelopen, samen met mijn partner, om en om op de fiets. Buiten is anders, zeker leuk, maar ik kreeg een heupblessure. Het heeft maanden geduurd voor het weg was. Toen ben ik weer begonnen op de band. Twee keer peer week nu, hopelijk kan ik er binnenkort een derde keer aan toevoegen. Ik heb zelf een loopband gekocht, pak er meestal de laptop bij zodat ik ondertussen naar een filmpje kan kijken voor de afleiding.”

Is ze het dan inmiddels wel leuk gaan vinden? “Het geeft voldoening. En het draagt bij aan de gewone dagelijkse dingen. Ik merkte dat al tijdens Beweeg Je Fit en het blijft zo: als ik regelmatig hardloop, heb ik meer energie. Het maakt het leven aangenamer. Die vermoeidheid is niet helemaal weg, 100 procent de oude ben ik niet en zal ik nooit meer worden. Maar ik ben tevreden met hoe het nu gaat, en daar draagt hardlopen aan bij. Ik kan er meer energie in stoppen dan in de crosstrainer. Hardlopen kost meer moeite, ik moet meer op mijn houding letten, het draagt meer bij aan mijn conditie. Hardlopen geeft meer voldoening.”

En toen volgde dus de 5 km van – heel toepasselijk – de Pink Ribbon Ladies Run, een benefietloop voor een stichting die projecten organiseert op het gebied van borstkanker. “Een vriendin van mij deed die twee jaar ervoor, tijdens mijn behandeling. Ze liep toen voor mij. Waarom zou ik het nu niet zelf doen? Dat was spannend. Maar ik voelde me goed, in februari/maart van dit jaar, en ik kon weer lopen na die heupblessure. Ik ging het gewoon doen! Het was voor mij de afsluiting van die periode van ziek zijn en herstel.”
Ze schiet even vol. Maar al gauw weer rustig vervolgt ze: “Echt heel lekker gelopen heb ik niet, in de meute, en buiten lopen blijft lastig voor me, ik heb het nog dagen gevoeld. Dus het was wel ook de laatste keer.“

En toch blijft ze lopen? “Ja, ik wil goed voor mijn lichaam zorgen. Het is noodzakelijk voor een prettiger, makkelijker leven, ik kan meer aan. Ik weet waar ik het voor doe. Het is geen straf, geen moeten. Ik weet: als ik niet loop, ben ik sneller moe en lusteloos. Twee keer per week sta ik op tijd op om voor mijn werk een half uur te lopen, 5 kilometer ongeveer. ’s Ochtends vroeg, dan heb ik het gauw gehad: opstaan, sporten, aan de slag. Dat werkt voor mij. Misschien wil ik ooit wel meer of harder gaan lopen als het soepeler en makkelijker gaat. Maar ik heb nu geen ambities. Ik moet ook nog steeds goed naar mijn lichaam blijven luisteren.”

Als ze terugkijkt, wat is dan de sleutel tot haar succesvolle opbouw geweest? “Dat ik wist waar ik het voor deed. Meer fitheid, meer energie. Ik had een doel voor ogen, en daar ging ik recht vooruit op af. Dat doel was een grote stimulans. Er waren dagen dat het eerder genoeg was dan die drie keer tien minuten, en ook dagen dat ik het programma met twee vingers in mijn neus afwerkte. Ik wist ook dat ik niet overmoedig moest worden: die bestraling had veel kapot gemaakt. Die ups en downs waren frustrerend, net als de blessure afgelopen winter. Ik was weer terug bij af. Maar ik ben ook gewoon weer gaan opbouwen. Ik weet waar ik het voor doe. Sporten voegt echt iets toe aan mijn leven. Ik stop er veel in, maar dat krijg ik ook terug.”
Wat is Evenes advies voor mensen in een soortgelijke situatie – met of na kanker dus? Ze hoeft niet lang na te denken: “Ga sporten! Het brengt je zoveel goeds! En: hoe eerder, hoe beter. Als ik eerder begonnen was… Het kan al tijdens de behandeling. In onze groep van Beweeg Je Fit was er eentje nog bezig met chemotherapie. Zo’n programma kan ik sowieso ook aanraden, zowel fysiek als psychisch: de regelmaat, de begeleiding, de onderlinge steun en gezelligheid, de tips, het gesprek met elkaar – dat samen werkt. Je moet het zelf doen, maar het is een zetje in de goede richting.”

Evene vraagt of ik haar nog wat aan kan raden. Tsja, ze is zelf tevreden en ze weet wat ze doet, dus heb ik daar eigenlijk niets aan toe te voegen. Ik vind het bewonderenswaardig hoe ze weet waar ze het voor doet en wat ze moet doen om zich goed te voelen – en dat ook doet.
Mocht ze toch wat willen veranderen, dan denk ik aan drie dingen:

  • Toch buiten lopen. Buiten sporten, liefst in daglicht, voegt namelijk uit zichzelf ook nog heel wat toe aan energie en gezondheid.
  • Meer afwisselen in intensiteit. Langer en rustiger, korter en harder (intervallen) – volgens hoofdstuk 2 van Optimaal blijven sporten dus. Evene beschrijft dat ze ‘veel moeite’ stopt in het lopen, flink tempo maakt. Ze loop ongeveer 5 km in een half uur. In mijn oren klinkt dat als: alles in het middengebied, de gemiddelde intensiteit waar lopers die hun best doen vanzelf invallen. Dat voelt goed, maar het is niet de effectiefste trainingsvorm en hij is bovendien behoorlijk riskant qua blessures. Zelfs als ze in totaal niet méér gaat lopen, zou variëren in tempo haar sterker kunnen maken en mogelijk zou ze ook minder geblesseerd zijn.
  • Juist wel toch af en toe meedoen aan een 5 km prestatieloopje. Omdat het leuk is eens in een hele andere omgeving te sporten, te zien dat anderen er ook moeite mee hebben en als doel om naar toe te werken. En de sfeer is bijna altijd enthousiasmerend. Nicole uit hoofdstuk 4 was ook bij die Ladies Run waar Evene aan mee heeft gedaan en die vond die loop ook loodzwaar. Volgens haar was dat voor iedereen zo, omdat het ontzettend warm was. Dus: gewoon nog eens proberen. Bijvoorbeeld bij een Parkrun. Die bestonden nog niet in Nederland toen ik Evene sprak, maar het is vast wel wat voor haar: het is voor iedereen, gratis, elke week en met een zeer gemêleerd deelnemersveld.
Door |2023-02-23T16:46:44+01:0023 februari 2023|Extra|Reacties uitgeschakeld voor Evene (47) loopt hard na borstkanker: ‘Sporten voegt echt iets toe aan mijn leven’
Ga naar de bovenkant