Waarom

De ideeën springen in mijn hoofd

Eén van de fijne dingen van duursport vind ik het denken terwijl je bezig bent. Ik heb de beste ideeën tijdens het lopen en fietsen, en ik ontwerp bijvoorbeeld ook mijn teksten en trainingen terwijl ik aan het sporten. Als ik thuiskom, hoef ik het alleen nog maar op te schrijven. Het is het principe van body in motion, mind in motion en van je onder- en halfbewustzijn de kans geven om wat te borrelen en te pruttelen terwijl je wel met iets anders bezig bent zonder dat dat je hoofd helemaal in beslag neemt.

Ik ben daar zeker niet alleen in. Voor Fiets Magazine interviewde ik daar ooit hoogleraar Peter Hagoort over. Die steekt het niet onder stoelen of banken dat hij fietsen nodig heeft bij zijn wetenschappelijke werk. Aan hem ontleen ik de titel van deze post. Ook bij Mark Van Den Bossche vond ik soortgelijke inzichten. In mijn trainingen herkennen deelnemers het vaak ook: dat je met achter de computer blijven zitten het minst ver komt als je schrijven stagneert. Helaas is er maar op weinig kantoren ruimte om dan te gaan wandelen, fietsen of wat dan ook. (Gelukkig ben ik eigen baas!)

Vorige week dinsdag liep ik onderweg naar de atletiekbaan wat te mijmeren. Het resultaat ervan? Een blogpost op mijn werkblog. Zo werkt dat dus!

 

 

 

 

Door |2015-10-12T11:31:36+02:0012 oktober 2015|Loop, Waarom|0 Reacties

Grens verlegd

Ik heb vandaag voor het eerst meer dan 25 km hardgelopen. Het werden er 28, waarvan 15 in de Kethelloop. Daar heb ik alle vijf de keren mee meegedaan, en net als vorig jaar had ik hem nu verwerkt in een training: lopend erheen, de loop doen, en met een omweg lopend weer terug. Vorig jaar deed ik de 5 km hard en won ik zelfs nog bloemen als derde dame op dei afstand. Dit jaar deed ik de 15 als duurloop. Het is een leuke loop, door het oude dorpje Kethel en Midden-Delfland (GPS).

Het ging prima: ik liep lekker, het ging makkelijker dan de 25 kilometer van twee weken geleden (de ene duurloop of de andere, dat is toch een wonderbaarlijk verschil), het was prachtig weer, leuk om een deel van zo’n lange duurloop andere lopers om me heen te hebben én verzorging, en zelfs nog even manlief als supporter, die onderweg was voor een boodschapje.

En zo heb ik dus een grens verlegd, en dat ga ik tussen nu en de marathon (15 november) nog een paar keer doen. Vanaf de Kandelaarbrug liep ik verder dan ooit tevoren (nouja, hard dan – wandelend heb ik de 42 km zelfs al gehaald), en daar was ik me wel van bewust. Mij motiveert dat, nieuwe dingen doen, mijn grenzen verleggen, onbekend terrein verkennen, in het algemeen, maar zeker bij het sporten. Het is hét idee achter de Ironman-ambitie.

Gek genoeg voelde het vandaag dus niet zo grensverleggend, omdat het relatief makkelijk ging. Dat geeft moed, zeker samen met die lekkere halve marathon van vorige week. Ik begin erin te geloven dat 42 km ook wel moet kunnen lukken – want ik vind dat toch nog wel een intimiderende afstand.

Gister ook nog even kunnen kijken hoe het moet, zo’n marathon, want Henk deed mee aan de Kustmarathon en ik was supporter. Mooie dag gehad: hij heeft prima gelopen, het was alweer fraai weer (heerlijk al de hele week, wat een cadeautje na al die regen en somberheid – ik heb zelfs nog wat nieuw bruin opgedaan!), en dat parcours blijft prachtig. Het was Henks vijfde deelname, dus we hebben inmiddels een hele routine, inclusief naderhand met mijn broer erbij mosselen eten op de Vlissingse boulevard!

Op de eerste foto hieronder zit ik in de sporthal in Burgh, vlak voor de start, en op die eronder gaat Henk bijna finishen (Zoutelande).

2015_10_03_0006

2015_10_03_0023

Door |2015-10-04T17:43:39+02:004 oktober 2015|Loop, Waarom|0 Reacties

Een blubberig einde van het seizoen

Ik stond eerder vanavond onder de douche, en realiseerde me dat ik nooit eerder fietsschoenen had schoongemaakt die van binnen vol met blubber zaten – omdat de fietsers er met moddervoeten in waren gestapt. Nou ben ik onder andere gaan triathlonnen omdat ik nieuwe ervaringen wilde opdoen, maar of ik dit daarmee bedoelde…. 

Vier paar blubberige schoenen

Schoenen in de douche

Ik zal me de Binnenmaastriathlon van 2015 vooral herinneren als modderig. En nou hadden wij op de kwart nog geluk, want toen wij aankwamen en de achtste bezig was, was het ronduit hondenweer. Bij ons was het vrijwel helemaal droog met zelfs een beetje zon. Het woei alleen hard, en steeds harder, en het was van al die regen van de afgelopen tijd en ook vanochtend nog blubberig, zeer blubberig. In het parc fermé zakte je tot je enkels weg in natte klei en ook in het loopparcours zaten stukken waardoor het meer op een cross leek.

Beblubberde tenen in sandaal

Tenen-selfie, terug bij de auto

Maar ik had het niet willen missen. Binnenmaas is voor mij de moeder aller triathlons, want het was mijn eerste kennismaking met die sport: eerst om manlief aan te moedigen (die komt uit de Hoeksche Waard en heeft de meerderheid van de 30 edities wel meegemaakt), en jaren later werd het mijn eigen eerste, in 2011, de 1/8.

Sindsdien had ik ook nog twee keer de kwart gedaan, allebei niet onder heel gunstige omstandigheden: in 2012 was het iets van 35 graden en vorig jaar was ik niet in goede doen, o.a. nog maar net terug van fietsvakantie, dus weinig gezwommen en gelopen, sindsdien snipverkouden geweest met keelontsteking, én ik blesseerde me tijdens het fietsen – achteraf gezien de voorloper van de ellende van eerder dit jaar. Daarom had ik nu als doel om een persoonlijk parcoursrecord op de kwart te vestigen. Dat moest echt wel kunnen, dacht ik, mede dankzij de nieuwe fiets. Vorig jaar finishte ik in 2:41:50.

Nou, dus niet. Ik was een stuk langzamer dan vorig jaar, op elk van de onderdelen een minuut. Eindtijd was iets van 2:45:hoog (2:45:20 op mijn eigen horloge). En het lag aan alle drie de onderdelen en mogelijk ook de wissels:

  • Zwemmen was erg chaotisch, met zelfs een soort opstootje bij het eerste keerpunt omdat een kerel met veel misbaar beweerde dat wij allemaal aan de verkeerde kant langs de boei aan het zwemmen waren – ja, en hij zeker als enige niet, dûh. En na 600 meter werd ik nog een keer overzwommen zelfs. Bovendien zat mijn zwembrilletje steeds maar niet goed en/of was het stuk, want rechts liep het steeds vol met water. Ik was bang om mijn contactlens kwijt te raken en ik zag niet zo veel, dus toch maar af en toe stoppen om het glas leeg te gooien. Balen, nooit eerder gehad. De stukken dat ik wel normaal kon zwemmen gingen juist wel lekker.
  • Fietsen: ging okee, maarja, die wind, hè? Hij wakkerde ook nogal aan, en ik was blij dat we er waren, want ik vond het laatste stuk echt al niet jofel sturen meer met de wind van opzij. En het ging okee, met een fraai gemiddelde bij die omstandigheden (dik boven de 30), maar ik blijf denken: ik kan nog beter. Mijn hartslag wil op de fiets niet oplopen tot boven de 145, waar ik in goede doen mijn omslagpunt van 152 haal. Die hartslag heb ik het hele seizoen niet gezien op de fiets, en dat frustreert me wel.
  • Hardlopen: ik ging pas na 5 km lekker lopen, misschien toch te veel gegeven in die wind op de fiets. Bovendien was het parcours deels blubberig en woei het nog steeds hard. Toch viel het me nog wel wat tegen ook, moet ik zeggen, ik heb al wel beter gelopen de laatste tijd, onder meer bij de Vrouwentriathlon.
  • Wissels: misschien door de blubber ook wat laten liggen. Lopen door het parc fermé was geen sinecure!

En misschien heb ik ook het na-effect van drie maanden blessureleed wat onderschat: alles gaat wel weer, maar ik heb toch lang niet goed kunnen trainen, daar waar ik vorig jaar op fietsvakantie was geweest en net daarvoor op m’n best ooit. Mijn precieze tijden post ik nog wel als de uitslag er staat.

Nouja, matigjes tevreden dus. Het was wel weer gezellig, met vele bekenden uit de Hoeksche Waard, van Rotterdam Atletiek en van het Triathlonforum.

Het triathlonseizoen zit erop. Ik ga alleen nog als vrijwilliger naar de Vrouwentriathlon in Utrecht. We hebben het seizoenseinde net gevierd door een pizza te bestellen en daar een lekker biertje bij te drinken!

 

Door |2015-09-05T21:05:18+02:005 september 2015|Triathlon algemeen, Waarom|0 Reacties

Beter-bespiegelingen

Ongeveer halverwege de vijf kilometer lopen van afgelopen zondag dacht ik: laat ik mezelf maar eens beter verklaren. Ik ben niet meer geblesseerd. In mijn blogpost schreef ik daarom niet meer dat het ‘pijnvrij’ was: dat is nu weer de default situatie, dus niet meer het vermelden waard.

Het is nog niet helemaal over. Het gebied rond mijn linkerbekken en -heup is nog steeds wat beperkt qua bewegelijkheid. Ik heb sinds een week last van mijn rug, die is kennelijk aan het zoeken naar een nieuwe balans. Vandaag zeurt mijn linkerschouder, maar dat doet-ie wel vaker. Ik ga nog naar fysiotherapeut, chiropractor en osteopaat, en ik doe oefeningen (rekken, ont- en aanspannen) om de laatste restantjes weg te werken en herhaling te voorkomen. Ik ben er dus nog wel even zoet mee.

Ook in een ander opzicht ben ik ermee bezig: ik kan merken dat ik 3,5 maand niet normaal heb kunnen trainen. Mijn duurloop- en zwemtempo zijn ingekakt en op de fiets bereik ik geen heel hoge hartslag. Dat begrijp ik wel, maar het frustreert af en toe toch.

Maar: ik kan weer alles. Sinds een week of twee gaan bij alle drie de sporten zowel lange duur als intensiteit goed. Ik merkte tussen de twee triathlons een groot verschil: waar ik op 1 augustus nog mijn bilspier zich voelde verzetten tegen aanzetten op de fiets en op eieren liep, had ik afgelopen zondag nergens meer last van en voelde ik power in mijn benen bij het lopen. En dat voelde hartstikke lekker!

Ik kan nu dus terugblikken, op 3,5 maand waarin ik voor het eerst ooit een ‘vage’ blessure had: eentje die niet recht-toe-recht-aan beter werd van rust, massage en/of fysiotherapie. Het is me nog steeds niet helemaal duidelijk wat er is gebeurd, wel dat het ging om een subtiel probleem met relatief verstrekkende gevolgen. Het volgende verhaal bevat de hypotheses:

Waarschijnlijk had ik al langer een disbalans in de spieren rond bekken en heup: links stijver, veel spaninng aan de binnenkant van mijn bovenbenen, te veel met mijn bekkenbodem en te weinig met de dwarse buikspier, en mogelijk ook iets met mijn darmen of iets anders in mijn buik. Misschien had ik begin mei een licht vitamine D-tekort en/of iets onder de leden, waardoor een subtiel probleem dat doen ontstond heftigere gevolgen had dan normaal. Dat subtiele probleem was dat ik vermoedelijk mijn bekken heb scheefgetrokken, en ik denk dat fietsen op mijn oude racefiets (langere cranks en lager zadel dan mijn nieuwe triathlonfiets) daar een rol in heeft gespeeld, bijvoorbeeld tijdens de toch al niet zo gelukkig verlopen Kreders Klassieker, al heb ik daar toen niets van gemerkt. Ik heb toen wel heel hard aangezet, en met hard aanzetten op die fiets heb ik vorig jaar wel zoiets voelen gebeuren. Meer in het algemeen ben ik misschien in het voorjaar iets te hard van stapel gelopen met het fietsen. Ik kwam met een goede loopconditie de winter uit, maar mijn lijf had mogelijk iets rustiger moeten wennen aan de fietshouding. Mijn bovenrug ging de scheefstand compenseren, kwam toen erg vast te zitten, en dat leidde tot een schouderpeesontstekinng. Ik heb toen mogelijk iets zelf in stand gehouden door uit ongemak en voorzichtigheid nor meer met ‘dichtgeknepen billen’ te fietsen en te lopen.

Ik ben in die 3,5 maand geadviseerd, onderzocht en/of behandeld door drie fysiotherapeuten, een chiropractor, een osteopaat, mijn vaste masseur, bike-fitter Jeroen, trainers, mijn huisarts, een sportarts en diverse mede-sporters, o.a. Sione en Kitty van de Vrouwentriathlon en via het Triathlonforum. Dat was een hele puzzel, want lang niet alle adviezen waren zinvol. Vooral na het bezoek aan de sportarts ben ik eigenwijs geweest – achteraf gezien gelukkig terecht.

Beter worden kostte ook veel tijd: ‘even’ naar de chiropractor kost me twee uur, want die zit op 40 minuten fietsen. Gelukkig had ik in de zomer die tijd, omdat mijn werk rustig was. Oja, en het kostte ook veel geld, want een deel wordt sosieso niet vergoed, maar ik ben ook nog eens niet aanvullend verzekerd (zeer bewuste keuze overigens). Nouja, dat kon wel lijden. En ik ben hartstikke dankbaar voor al die hulp.

Dat is een van de dingen die ik ervan geleerd heb: vasthoudend op zoek gaan naar de juiste hulp, uitgaande van mijn eigen intuïties. Die vasthoudendheid kenmerkt mij wel, ik gooi tegen zoiets makkelijk een hele bups energie, dat doet me ook goed, dan dóe ik tenminste wat. Ik ben blij om wat het me heeft opgeleverd.

En ik heb er meer van geleerd. Hoogtepunt daarin was de manier waarop ik in Bocholt toch heb kunnen finishen, vanuit de ‘ik zie wel waar het schip strandt’-houding. Ik heb weer kunnen ervaren dat ik mijn eigen rampdenken mag relativeren, vertrouwen mag hebben – want er zijn periodes geweest dat ik bang was dat het einde van mijn sportieve ambities daar was. Rationeel wist ik dat ik zo nog niet hoefde te denken, maar toch.

Ik heb ook weer ervaren hoe belangrijk sport in mijn leven is, vooral als ontspanner. In mei en juni, met ook nog werkdrukte en hier thuis een verbouwing (nog steeds niet helemaal afgerond overigens, we weten sinds gister dat het nog minstens een maand langer gaat duren, urgh), vloog ik tegen de muren op. Sporten was toen een bron van frustratie, teleurstelling en zorg in plaats van plezier, bevestiging en ontspanning. Die maanden waren pittig. Ik ben daar nu in de zomer lekker van bijgekomen, en dat was nodig.

Concrete leer- en verbeterpunten waren verder nog dat ik in de winter ook af en toe op de race- of triathlonfiets ga stappen en het fietsen in het voorjaar rustiger ga opbouwen. Ik ben die oude fiets aan het aanpassen, vitamine D aan het slikken en oefeningen aan het doen voor een betere balans in de spieren rond mijn bekken.

Wat ik verder hoop, is dat dit in mijn gestel een noodzakelijke correctie was waardoor ik weer even voort kan. Ik weet: geen garanties, ik heb het te nemen zoals het komt. Maar ik hóóp dat ik nu een tijdje zonder al te grote problemen lekker verder kan sporten. Op naar dat grote doel van eind augustus 2016: de Ironman. Dat doel staat nog. Of het staat wéér. Gelukkig maar.

Door |2015-08-19T11:21:47+02:0019 augustus 2015|Triathlon algemeen, Waarom|2 Reacties

Nog een dag later

Ik pik de draad van gister nog even op. Inderdaad geen schade aan het lijf, afgezien van spierpijn, en verder ook nog goed nieuws: bijna alle uitslagen van het bloedonderzoek zijn binnen en die zijn allemaal goed, en fysiotherapeut Marianne heeft nog eens aan mijn been getrokken, wat meteen scheelde voor die onwillige bilspier. Ik ben er bijna, volgens mij, qua blessure, en heb er (eindelijk weer) vertrouwen in dat ik de gewone sportdraad weer op kan pakken.

Ik schreef gister aan het eind dat het volbrengen van de halve triathlon goed was voor mijn ziel, en daar bedoelde ik twee dingen mee. In de eerste plaats dat herstelde vertrouwen, en in de tweede plaats denk ik dat de ervaring van zondag en de aanloop ernaartoe voor mij een wijze les is geweest: dat het helemaal niet Perfect hoeft te gaan om zware sportieve inspanningen tot een goed einde te brengen. Een slechtere voorbereiding kon bijna niet; ik ben, zoals ik gister schreef, langs het randje gescheerd van ‘dan maar niet’. Op het moment dat ik startte, dacht ik echt: ‘nouja, we zien wel’. Dat is het omgekeerde van op en top voorbereid helemaal op scherp klaarstaan voor de topprestatie. Een topprestatie werd het niet, nouja, wel gezien de voorbereiding, niet gezien mijn beste kunnen. Maar dat hoeft dus ook niet, niet om hem te volbrengen, niet om daarna blij en tevreden te zijn. Ik knoop dat in mijn oren.

Het is misschien zelfs bijna omgekeerd: juist omdat het niet zo nodig moest, ging het goed. Juist omdat ik bij de start dacht ‘en nou eerst even bijkomen’ zwom ik ontspannen. Juist omdat het fietsen pijn deed, ben ik daarbij niet te diep gegaan, en hield ik energie over om te lopen – misschien wel de beste voorbereiding op de hele triathlon van volgend jaar, want daar zal dat sparen ook wel moeten. En juist omdat ik toch niet hard kon lopen, hield ik dat vol – misschien ook wel omdat ik per rondje kon besluiten om er nog eentje aan vast te plakken (of niet), deed ik er steeds nog eentje bij. Alles relaxed, alles meer dan niets was immers mooi meegenomoen – waar ik ook nog wel eens ten onder kan gaan aan zelf-opgelegde druk.

Druk is er niet meer. Gister ben ik bij wijze van hersteltraining naar Blijdorp gewandeld, samen met manlief, want we hadden ook wat te vieren: dat we elkaar precies 13 jaar kenden en 9 jaar geleden zijn getrouwd. In Blijdorp gaven de twee ijsbeertjes zwemles – kijk, zo maak je een mooie zwemstart:

Duik van jonge ijsbeer

Eerder op de dag had Henk dit stilleven met trofeeën op de foto gezet:

18215714884_4d926e17dc_z

Met al die triathlons puilt onze bidonkist uit!

We hebben ook nog wat zitten neuzen op internet, onder andere naar reglementen, en inderdaad mag je in Duitsland niet je startnummer om hebben bij het zwemmen. In België ook niet, in Nederland wel. En we gingen op zoek naar foto’s; Henk vond deze van het zwemmen, hier kom ik aangespoeld:

18667250170_f0dccc5f0b_o

Ik had de fotograaf (in het water! op de botenhelling waar wij eruit kwamen) niet gezien, Henk duidelijk wel:

18668780159_7a50b0d3d5_o

Bron: boel leuke foto’s van Susanne.

Door |2015-06-16T14:31:00+02:0016 juni 2015|Triathlon algemeen, Waarom, Zwem|2 Reacties

Ik kan weer vooruit

Ik had voor mijn post van maandag de meest optimistische titel gekozen die ik kon bedenken, niet alleen maar kommer en kwel, maar ondertussen baalde ik toch behoorlijk, en waren er vlagen de afgelopen dagen dat mijn humeur tot ver beneden nul zakte. Met de nieuwe vloer hier ging maandag ook niet alles naar wens, of althans: we wisten dat er in zo’n oud huis als het onze verrassingen konden zijn, maar dat die zo groot zouden zijn, overviel ons toch. Ondertussen zag onze woonkamer er zo uit:

GatNouja, en ik moest ineens ruimte in mijn agenda zien te vinden voor een bezoek aan Hilversum, mijn werk moest ook nog af met werklui hier over de vloer (er zijn van die dagen dat kantoor-aan-huis zo z’n nadelen heeft), ik heb nog steeds last van die heup en ik ben bij vlagen bang geweest dat het hele-triathlon-avontuur voortijdig ging eindigen vanwege iets serieus aan mijn heupgewricht. Ik wist wel dat ik dan aan het doemdenken was (bestaat dat woord nog?), maarja, zo gaat dat soms.

En los van volgend jaar: er moet wel een mirakel gebeuren wil ik over 3,5 week kunnen starten in Bocholt, dus daar gaat m’n belangrijkste seizoensdoel overboord. En kort daarna ‘moet’ ik ook nog op wandelvakantie met die pijnlijke heup, aaargh!

Enfin, ik kreeg wat peptalk, o.a. van collega-sporters Jo en Nicole, en dat hielp wel. Die halve triathlon die in het water dreigt te vallen is maar een tussendoel, het komt wel weer goed. Er zijn belangrijkere zaken in de wereld, ik hoef er niet van te leven, ik doe het voor de lol. En ook wel, vanwege de angst dat het project hele triathlon voortijdig eindigt: ik heb wel mijn nek uitgestoken door te zeggen dat ik de hele triathlon als doel heb, dat heeft nogal een faalrisico. Ik had er daarom ook níet aan kunnen beginnen, kiezen voor de makkelijkste weg, ik schreef daar eerder over. Dus ik doe het mezelf aan, en dat wil ik ook. En verder is het een kwestie van nu geduld, kalmte en vertrouwen betrachten… niet altijd mijn sterkste kant, maar wel goed om mee te oefenen dus.

En langzaam-maar-zeker ging zo de zon weer wat meer schijnen, letterlijk (want ook dat nog: een echt lekker voorjaar is het niet, op het moment) en figuurlijk. Vandaag dus naar Hilversum geweest, aan het eind van een ochtend met nogal duidelijke stress-verstrooidheidssymptomen (oeps, even kalm aan en het koppie erbij!), met als resultaat:

  • De fiets had geen kapot lager maar waarschijnlijk speling en/of gebrek aan smeervet in het bracket. Het was niet heel duidelijk, maar Jeroen heeft alles los gehad, nagekeken en goed vastgezet, en de tik is nu weg – en hopelijk blijft dat zo.
  • Ik ga een ISM-zadel uitproberen (de PR 2.0). Dat merk noemden alledrie de vrouwen die ik de afgelopen dagen vroeg waarop ze reden (Rose, Sione en Marijke – dank). Ik heb dat maar eens uitgeprobeerd, het is wel even wennen want je moet er ver naar voren op gaan zitten, maar dan lijkt de druk weliswaar nog steeds ver naar voren te zitten (je zit in die triathlon-houding nou eenmaal  niet op je zitbotjes, bevestigde ook Jeroen), maar net wat verder naar opzij en minder ver naar voren dan bij het probleemzadel, waardoor de druk meer richting mijn liezen gaat dan naar mijn edele delen. Dat lijkt me op de langere termijn beter te harden, enfin, dat ga ik uitproberen: ik krijg van ISM een zadel op proef. Jeroen heeft de afstelling van m’n fiets er alvast op aangepast, ik ben erg benieuwd.
  • Jeroen had ook nog wel wat slimme dingen te zeggen over mijn heupblessure. Hij kon bijvoorbeeld vaststellen dat ik niet symmetrisch op het zadel druk, maar links harder dan rechts – wat op een bekkenprobleem duidt. Hij maakte daar trouwens een mooi plaatje van dat ik hier zal plaatsen als hij het me stuurt. Hij liet me ook nog een paar oefeningen doen op basis waarvan hij ook aan bekken- en middenrugproblemen dacht. Daarmee kan ik weer terug naar de fysiotherapeut, voor het oplossen ervan, op korte termijn (losmaken) en lange (voorkomen dat ik steeds die bekkenproblemen krijg, want dit is de zoveelste keer). Dinsdag ga ik weer, ik zou de tijd wel vooruit willen duwen!

Dus ik kan weer vooruit voorlopig. Wat me vooral hoop geeft, is dat die blessure mogelijk toch gewoon een kwestie is van iets wat vast en scheef zit, en wat dus weer los en recht te krijgen is. Tenminste, dat lukte tot nu toe nog altijd, dus waarom nu niet? En dan kan ik weer verder. Of het nog op tijd is voor Bocholt, weet ik niet – maar ach, dat was maar een tussendoel, toch? En ik kan dan in elk geval mijn nieuwe zadel goed testen op die 90 km!

Door |2015-05-20T17:56:28+02:0020 mei 2015|Fiets, Triathlon algemeen, Waarom|1 Reactie

Over drie tijdschriften

1. Deze week verscheen Fietssport Magazine, met daarin een column van mij over fietsen – over zin in sex en fietsen, zelfs! Het is een bewerking van een column die online staat op mijn zakelijke weblog. De vormgeving is grappig: de vette kop ‘zin in sex’ staat pal naast een fietsfoto van mij, waardoor het lijkt alsof ik fietsend enorme zin heb. Dat is niet helemaal de strekking van de tekst, maar het is wel grappig! De column is een soort nagekomen fietsvrouw-column, en het contact daarvoor is tot stand gekomen door een ander stukje in datzelfde blad, namelijk een berichtje over de Vrouwentriathlon. Dat is dus ook van mijn hand.

2. Ik kon Pedala niet laten liggen, het nieuwe tijdschrift ‘voor vrouwen die fietsen’. Nou ben ik een vrouw die fietst, maar dit blad is absoluut niet voor mij. De interviews erin, o.a. met Nicolien Sauerbreij, zijn leuk, maar verder ervaar ik zowel de toon als de inhoud als zeer oppervlakkig. Het is duidelijk voor jonge beginners, en zelfs toen ik jong begon, voelde ik me niet aangesproken door formuleringen als deze op p. 47:

Zeem
Niet schrikken als je zo’n fietsbroek voor het eerst in het echt ziet. Daar waar je kruis zit, zit een zeem genaaid. Dat hoort. Sterker nog: dat is een goed idee.

De diepgang in de informatie is navenant, en het moet duidelijk vooral ook allemaal ‘leuk’ blijven. Ik weet dat er voor (jonge?) vrouwen vaker zo geschreven wordt, maar ik vind het niks. Waarom zou je vrouwen dommer aanspreken dan ze zijn? En jammer dus dat zo’n blad de doelgroep zo beperkt. Daarover zijn meer vrouwen het eens, zo blijkt uit de inmiddels al drie pagina’s tellende discussie over op het Fiets-forum over PedHappi body (cover)ala, waar ik me ook aardig in roer.

3. En toen ik toch in de kiosk was… in de Happi Body, een special van Happinez, staat een artikel ‘Sporten: goed voor je ziel’.  Het zijn ’tien spirituele redenen om jezelf in het zweet te werken’ en ik herken ze alle tien. De eerste is bijvoorbeeld ‘Je ontmoet jezelf’, en daarin gaat het erover dat je je van sport levend gaat voelen tot in de kleinste haarvaatjes van je lijf. Misschien is dat voor mij de ultieme reden om te sporten. Ook een mooie vind ik nummer 9: ‘Je wordt er wijzer van’, over sport als bron van levenslessen.

 

 

Door |2015-04-17T17:14:24+02:0017 april 2015|Boeken, Vrouwensport, Waarom|0 Reacties

Ach ja, de leeftijd hè?

Goed nieuws: ik ben net goedgekeurd door de fysiotherapeut: de nogal subtiele problemen rond mijn linkerheup en -bekken zijn weg. Dat betekent dat ik weer iets meer gas mag geven met hardlopen, ik ben benieuwd hoe dat dan gaat; binnenkort maar eens een halve marathon uitproberen, en/of duurlopen van meer dan 20 kilometer. Eindelijk!

De afgelopen tijd vertelde ik natuurlijk wel eens aan deze of gene dat ik met hardlopen even ‘pas op de plaats’ deed vanwege het dreigen van een blessure. Vaak kreeg ik dan als antwoord ‘ach ja, die kwaaltjes, hè, dat hoort bij de leeftijd’, of iets soortgelijks van die strekking, ‘we worden een dagje ouder’, ‘dit is de leeftijdscategorie van de kwaaltjes’ enzo.

Nouja, niet dus. Daar had dit echt niks mee te maken. Want:

  • Het ‘kwaaltje’ was ontstaan tijdens de triathlon – niks leeftijd, gewoon een sportdingetje.
  • Ik had er alleen maar last van als ik 21 km hard wilde lopen. Ouderdomskwaaltje?
  • Ik kom al 15 jaar met regelmaat bij de fysiotherapeut voor onderhoud op diverse gebieden, vooral nek, bovenrug en schouders, maar ook wel eens voor andere dingen. Als dit de ‘leeftijdscategorie van de kwaaltjes’ is, zit ik daar al heel lang in.
  • Een kwaaltje aan de leeftijd wijten is een gevaarlijke dooddoener. Want dat klinkt toch naar ‘onvermijdelijk’ en ook richting berustend accepteren in plaats van er iets aan proberen te doen. En dat is het recept voor inkakken. Misschien ook dat daarom veel mensen het zeggen: zo vertellen ze zichzelf dat ze vanwege hun leeftijd niet meer ambitieus hoeven te zijn. Nou, ik ben wél nog ambitieus. Natuurlijk zijn die aangepast aan mijn leeftijd: de hoge hartslag en dito vermogen bij het fietsen van vroeger, die ga ik nevernooitnietmeer halen. En wat ik nog aan progressie kan boeken bij hardlopen en zwemmen zal ook beperkt zijn, zeker qua kracht en snelheid. Maar lange duur, waarom niet? Achter de geraniums gaan zitten kan altijd nog.

Het enige echte leeftijdskwaaltje dat ik heb, is de leesbril. Ik bedoel: dat zijn de ogen die het veraf nog doen als altijd, maar dichtbij niet meer. Van de week nog mee geconfronteerd, toen moest ik halsoverkop op het station naar de Etos om zo’n goedkoop leesbrilletje te kopen, want de andere lag thuis, en zonder lezen gaat nog net wel, maar is niet fijn. Deze werd het (bron):

Groen leesbrilletje Etos

Om de trein te halen, betekende dat een sprintje terug naar het perron. En dat lukt dan dus prima. Op m’n 49e. Met mijn nieuwe brilletje snel in mijn jaszak gestopt.

 

Door |2015-01-30T12:33:20+01:0030 januari 2015|Loop, Waarom|0 Reacties

Rampdenken

Een persoonlijke-filosofische overweging vandaag, ik waarschuw maar (-;

Ik ben goed in bedenken hoe dingen kunnen mislukken. Jaren geleden heb ik daar eens aardig mee gescoord in een cursus RET. Daarin heet de neiging ‘rampdenken’, en een paar van mijn mede-cursisten konden zich er niks bij voorstellen. Ik wel. We hebben toen een soort roept-u-maar-spelletje gedaan, waarbij ik de hoofdpersonen van elk gegeven scenario binnen een paar stappen in de goot deed belanden. Dat lukte goed, en we hebben er hartelijk om gelachen. Ik zou een goeie zijn voor het schrijven van een zwartgallig boek of scenario!

De dagelijkse variant ervan speelt me echter wel degelijk af en toe hinderlijk parten, al is het gelukkig minder dan vroeger – da’s een voordeel van ouder worden, dat je je eigen gebruiksaanwijzing beter leert kennen. Maar toch, als het spannend wordt, dan steekt mijn rampdenken de kop op.

Spannend is het, project hele triathlon, want ik begeef me ermee op het randje van mijn kunnen. En dus steken de rampscenario’s de kop op. Nee, niet eens enorme ongelukken en dramatische blessures, dat is het niet. Het is meer dat ik me juist levendig kan voorstellen hoe ik me op en top voorbereid, en dat er dan net op het laatste moment een kink in de kabel komt. Net die dag van mijn triathlon is het snikheet of juist steenkoud, waait het knoeperhard, gaat het onweren, word ik met griep wakker, of heb ik zo’n maandelijkse dag waarop ik niet vooruit te branden ben…. en daar gáát het project waar ik jaren mee bezig ben geweest. Mislukt! Punt is ook dat je een hele triathlon niet zomaar even overdoet. Ze zijn vaak lang van tevoren al vol, en als je denkt: ‘volgend jaar beter’, dan zit je ook weer aan een jaar trainen vast.

En dan – ik kan gemakkelijk bedenken hoe ik van die ‘mislukking’ in de goot beland: ik ga dan af, sowieso, en al helemaal hier op het blog, en dan vinden jullie me niet meer aardig en mijn opdrachtgevers al helemaal niet meer, en daar gaan we dan… Ja, zo werken de hersenen van de rampdenker.

Ik probeer de risico’s zo veel mogelijk uit te sluiten, ik ben bijvoorbeeld bezig met kijken waar de omstandigheden voor mij zo gunstig mogelijk zijn – misschien, want overal kan net die dag de weer-pleuris uitbreken. De Ironman van Florida bijvoorbeeld staat als gunstig bekend, maar afgelopen editie kon het zwemmen niet doorgaan vanwege harde wind en stroming. De risico’s zíjn niet uit te sluiten, dat is juist het hele eiereneten van een buitensport.

Veel beter is het relativeren van mijn eigen denkwijze. Het is bijvoorbeeld maar net hoe je ‘mislukken’ definieert. In ‘project hele triathlon’ is die uiteindelijke dag toch eigenlijk niet meer dan het toefje slagroom op de pudding. Als dat dan wat mager uitvalt, nogalliefst door iets buiten mijn beïnvloedingsmogelijkheden – nouja, pech. En als het er helemaal niet komt: jammer, maar van de pudding heb ik dan enorm genoten. En over die eventuele ‘mislukking’ kan ik ongetwijfeld iets moois schrijven.

En ja, ik kan ook lachen om mijn eigen rampfantasieën. Maar wat als harde pit overblijft, is dat ik er hardnekkig in geloof dat ik op die dag van m’n hele triathlon pech zal hebben door omstandigheden waar ik geen grip op heb. Ik kan me bijna niet voorstellen dat het juist mee zou kunnen vallen. En dat terwijl ik geen slechte track record heb op het gebied van de omstandigheden bij grote evenementen: ik ben alleen tijdens Trondheim-Oslo onderkoeld uitgevallen. Verder viel het altijd mee, zoals die keer dat het in de aanloop naar La Marmotte snikheet was en net op de dag zelve zeer aangenaam. Of het valt tegen, maar wat maakt het uit – afgelopen zomer was het op de Dempster Highway bar en boos qua kou, nattigheid en modder, maar dat maakte het alleen maar heroïsch en ik heb een fantastische vakantie gehad. Maarja, ook dat is het geval met die irrationele gedachten: die zijn nergens op gebaseerd, of althans, niet op volwassen ervaringen.

Toch helpen die herinneringen aan goede ervaringen wel. En wat ook helpt: me realiseren dat ik het zelf opzoek. Ik zoek die hele triathlon bewust op, ik schurk bewust aan tegen de grenzen van mijn kunnen, ik kies voor de spanning die dat oproept. Op die manier is dit een welbewuste keuze om de strijd met mijn demonen aan te gaan. Ik zou het mezelf veel makkelijker kunnen maken, door weg te blijven van dit type uitdagingen. Maar dat wil ik niet. Op de @IronmanTri passeerde laatst het gezegde: ‘if it doesn’t challenge you, it doesn’t change you’. Zo is het maar net.

Door |2015-01-27T17:36:47+01:0027 januari 2015|Triathlon algemeen, Waarom|0 Reacties

Buitenspelen voor volwassenen

Vandaag onder een lekker winterzonnetje heen en weer naar het zwembad gelopen. Vorige week zaterdag ook al in de zon een lange duurloop gedaan. Dat waren qua weer de beste dagen van de afgelopen twee weken, die ik verder best pittig vond: het is kennelijk weer even enorm wennen aan echte kou, na al die zachte maanden. Net boven nul met wind en regen, dat vind ik het ergste weer dat er is. Van de week ben ik zelfs een keer na een half uur uit bed gegaan om een kruik te maken: mijn voeten werden maar niet warm. Maar die twee zonnige hardloopmomenten verzoenen me dan weer met de winter.

Hardlopen is een heerlijke manier om zelfs bij winterse omstandigheden veel buiten te zijn. Door het trainen bij RA ben ik nu op dinsdag- en donderdagavond standaard urenlang buiten. Kom daar anders eens om, in november en december. Ja, natuurlijk, het kan altijd, maar zonder de stok achter de deur van het trainen zou ik toch aanzienlijk minder buiten komen, zeker in de winter. En fietsen is gevoeliger voor kou, wind en gladheid, en bovendien ga ik niet op de racefiets in het donker, dat is me te link.

Dus toen ik nog niet hardliep, kwam ik ’s winters minder buiten. Ik ging dan in de sportschool naar spinning, ook best leuk, maar er gaat toch echt niets boven buiten sporten. Ik vind veel buiten komen niet alleen lekker, het is volgens mij ook ontzettend goed voor mijn lijf. Niet voor niets voel ik me het best op fiets- of wandelvakanties, liefst met kamperen. Dat is non-stop buiten, heerlijk.

Maarja, zo’n vakantie is wat anders dan door de Nederlandse winter komen. Daarin maakt doelgericht trainen dus dat ik meer buiten kom dan ik anders zou doen. Dat klinkt eigenlijk helemaal niet zo speels, maar zo ervaar ik het toch wel. Zeker als ik net buiten kom, dan voel ik me wel eens zoals die koeien die na een lange winter weer de wei in mogen. Niet voor niets zit er in mijn inloopprogramma een stukje huppelen! Hardlopen, het is een soort buitenspelen voor volwassenen.

Het was trouwens eigenlijk de bedoeling geweest om vandaag 21,1 km buiten te spelen in de vorm van de halve marathon in Spijkenisse. Maar afgelopen dinsdag heb ik me verstapt, gewoon thuis op de trap, en daarbij mijn linkerknie bezeerd. Niks ernstigs, en het is alweer zo goed als okee, maar ik doe maar even voorzichtig. Vandaag op dat punt wel even getandenknarst, want de weersomstandigheden waren natuurlijk behoorlijk perfect. Zaterdag is er een halve marathon in Linschoten, volgende kans?

 

Door |2014-12-14T17:15:20+01:0014 december 2014|Loop, Waarom|0 Reacties
Ga naar de bovenkant