sport

Het leek wel een trainingskamp!

Ik was vorige week weg, voor werk: een schrijftraining geven op Sint Maarten! Ik heb drie dagdelen gewerkt en er kwamen nog wat sociale dingetjes bij (erg leuk), maar de rest van de tijd was vakantie. Manlief was mee, en dus hebben we lekker samen kunnen sporten. We hebben bijna elke dag in zee gezwommen:

Dat was natuurlijk superlekker, het water was een graad of 27! Ook al was het steeds maar kort, het heeft ook nog nut gehad voor mijn cursus Powerstroke, elke dag even oefenen, dat merk ik deze week in het zwembad.

We hebben op een van mijn vrije dagen een fiets gehuurd. Hier ga ik een van de steilste klimmetjes op, net over de Nederlands-Franse grens (!):

Dat fietsen was erg leuk en ging prima, ondanks het verkeer, dat op het Nederlandse deel van het eiland vaak bumper-aan-bumper staat. Daar moest je dan even geduld voor hebben. Verder was het heerlijk – de mooiste manier om het eiland te zien. Je fietst het in ongeveer 45 kilometer rond, we hebben er met een ommetje 60 van gemaakt. Daar de hele dag over gedaan, ondertussen sight-seeënd en aan de Franse kant café avec tarte aux pommes gedaan.

Hardlopen was een beetje behelpen: overdag was het te warm (> 30 graden, veel kracht van de zon), en als het afkoelde door de zonsondergang, was het snel pikkedonker (straatlantaarns zijn er niet meer sinds orkaan Irma). En dan was het spits. Eén keer hebben we langs de weg een rondje gelopen en daar kreeg ik hoofdpijn van: te veel uitlaatgassen. Bovendien was het uitkijken met al dat verkeer en de oneffenheden op de weg, dus niet zo relaxed.De tweede keer zijn we naar een netwerk van trails gelopen tegen een berg, verrassend leuk en goed onderhouden. Dat beviel beter.

Ook hebben we veel gewandeld. Eén lange, contrastrijke wandeling naar en door hoofdstad Philipsburg, en de dag na het hardlopen op de trails zijn we eer terug naartoe gegaan voor een wandelende top-beklimming van Sint Peter Hill (320 meter). 

We wandelden ook voor verplaatsingen, zoals tussen hotel en restaurant. Dat is er nogal ongebruikelijk. We hadden sowieso de indruk dat we de toeristen die ook buiten sportieve dingen wilden doen de hele tijd tegenkwamen: een Noors stel dat ook fietste, een Amerikaanse triatleet die ook de trails had ontdekt. De grote massa’s doen dat niet, en het is er ook niet de beste bestemming voor: te warm, te veel auto’s en bebouwing, te klein.

Maar voor zo’n weekje wel heel lekker! Ook in andere opzichten was het een geslaagde week: ik heb lekker gewerkt, en vond de kennismaking met de Cariben, met post-koloniaal Nederland en met de gevolgen van orkaan Irma heel interessant. Wie er meer van wil zien: we hielden weer een Polarsteps-journaal bij.

En het kan dus wel, zwemmen-fietsen-hardlopen op Sint Maarten. Mede dankzij het materiaal (prima huurfietsen) en de vele adviezen van een goede sportzaak: TriSport. Dank jullie wel!

Door |2019-11-27T10:44:59+01:0027 november 2019|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

De spagaat

Afgelopen zaterdag leverde ik een van mijn beste sportprestaties ooit. Ik was daar naartoe gepiekt met toegewijd trainen en ik voelde me dan ook topfit. Fitter dan in heel lang zelfs, of liever gezegd: stabieler fit dan in heel lang.  

Woensdag zat ik bij de…. cardioloog. Die me geruststelde – inderdaad heb ik, zoals ik al dacht, de afgelopen zes weken meer last gehad van panikerende artsen dan van m’n hart zelf.

Wat is er gebeurd? Welnu, ik had hier vorig jaar al eens geschreven dat ik af en toe last had van hartkloppingen. Of nouja, last… ik merkte hartkloppingen op, last had ik er nauwelijks van. De huisarts had toen onder andere gezegd: als je ze nou een keer hebt, kom dan even langs om een ECG te laten maken, dan weten we meer.

Prompt had ik ze daarna tien maanden niet meer, en daarna een paar keer alleen maar midden in de nacht. Ik had ondertussen geleerd hoe ik m’n hart weer rustig kon krijgen, dus dan deed ik dat en sliep ik gewoon weer verder. Soms was me omdraaien in bed, hoesten of wat drinken al genoeg, en als het moest, ging ik uit bed, liep ik een paar rondjes door de huiskamer, deed wat burpees en jumping jacks en zodra ik dan ging hijgen, was het over. Dat was wel eens vervelend natuurlijk, om 3 uur ’s nachts lig ik liever in bed dan dat ik door de woonkamer hups, maar dat was dan ook alles.

Tot de ochtend van 9 augustus. Toen werd ik met die hartkloppingen wakker en dacht ik: nu is de kans voor dat ECG. Zo gezegd, zo gedaan. Moest ik nog voorzichtig naar de huisarts toe schuifelen ook, want het stopt dus als mijn hartslag oploopt. Maar het lukte, en inderdaad was er op dat ECG iets te zien: boezemfibrilleren.

Achteraf gezien leek het wel alsof op dat moment alle alarmbellen gingen rinkelen. Ik vat het kort samen: later op de ochtend had ik de Eerste Harthulp aan de lijn die me sommeerde onmiddellijk te komen, dat heb ik geweigerd (ik zat met een heel rustige hartslag te werken), toen ‘moest’ ik terug naar de huisarts, die schreef bloedverdunners en bètablokkers voor en zei nog een paar andere alarmerende dingen.

Ik snapte er niks van. Eerst leek er niet zo veel aan de hand, ik had ook eigenlijk afgerond nergens last van, ik voelde me hartstikke fit – vanwaar die paniek? Mijn huisarts ging ook nog net op vakantie, dus daar kon ik niet terecht met mijn vragen.

Ik in spagaat, in finishersshirt Challenge Almere TriTogetherDe week erna heb ik urenlang gegoogled, ik ben bij de apotheek gaan praten (omdat in de bijsluiter van de bloedverdunners stond dat ze voorgeschreven worden bij boezemfibrilleren ‘plus een andere risicofactor’ – van die andere factor was ik me niet bewust), ik heb gebeld met de Infolijn van de Hartstichting en ik heb gepraat met een aantal ervaringsdeskundigen.

Langzaam-maar-zeker werd me helder dat ik inderdaad boezemfibrilleren heb, maar dan wel in een zeer lichte vorm: ik heb het maar heel sporadisch, mijn hartslag blijft binnen de perken, ik kan het zelf stoppen en ik voel me er niet slecht bij. Ik was blij dat ik de bètablokkers meteen had geweigerd, omdat mijn hartslag 99 % van de tijd rustig en laag is – in rust onder de 50. En fatsoenlijk sporten is er moeilijk mee (zie hier). Met de bloedverdunners ben ik op eigen houtje gestopt – ik was er niet van overtuigd dat het nodig was, en ik wilde niet leeglopen als ik bij al dat fietsen eens een keer op mijn oren zou gaan.

Ondertussen had ik dat boezemfibrilleren niet meer. Wel is mijn hart ’s nachts vaak onrustig, nu meer met overslagen – nog onschuldiger dan boezemfibrilleren, hooguit vervelend. Volgens mij zijn het de jongste overgangsgrillen. Want die hartkloppingen heb ik steeds in dezelfde periode als opvliegers, en dat valt ook samen met het wegblijven van m’n cyclus. Ik ben nu dik drie maanden niet ongesteld geweest, een record, en ik moet zeggen: op de hartkloppingen na is dat een verademing.

Volgens de cardioloog, waar ik woensdag dus eindelijk mee sprak, kan het wel zo zijn dat mijn hart door het vele sporten gevoeliger is voor boezemfibrilleren. Duursporters hebben het relatief vaak, zelfs een paar beroemde, waaronder Robert Gesink, al is de relatie niet eenduidig (zie bijvoorbeeld hier). Ik ben benieuwd, ik krijg nog een echo van mijn hart, en daar is dat misschien uit af te leiden.

Verder: geen medicijnen, ik kan en mag alles, niks om me zorgen over te maken – wat ik nooit heel erg gedaan heb, want ik bleef ervan overtuigd dat mijn hart het goed deed – of mijn leven of sporten aan aan te passen. Volgens de cardioloog kan ik er gewoon honderd mee worden. En als het door de overgang komt, gaat het vast wel weer voorbij, denk ik zelf.

Met de huisarts heb ik het inmiddels uitgepraat – er zijn inderdaad die vrijdag in augustus wat dingen fout gegaan. Dat kan gebeuren natuurlijk.

Ik heb de afgelopen weken veel geleerd. Maar dat heeft me dus wel veel tijd en stress gekost. Precies in dezelfde weken als dat ik eerst topvorm aan het kweken was en later een superprestatie leverde. Dat was een heel gekke spagaat.

 

Door |2019-09-20T16:52:02+02:0020 september 2019|Triathlon algemeen, Vrouwensport|3 Reacties
Ga naar de bovenkant