In de NRC van afgelopen zaterdag stond een ergerlijk én interessant artikel over hormoonsuppletie. Om maar te beginnen over het ergerlijke: het artikel wekt de suggestie dat je heel erg lang overgangsklachten houdt. Meteen al aan het begin bijvoorbeeld:

Een golf van hitte die ineens opstijgt, vanuit je buik, via de borst en hals naar je wangen – dat is een opvlieger. Zeker driekwart van de vrouwen tussen 40 en 60 jaar heeft er geregeld last van.

Het staat er misschien net niet letterlijk, maar toch suggereert het dat 75 procent van de vrouwen twintig jaar lang last heeft van opvliegers. Last dus ook nog, in de zin van: er is een verschil tussen een overgangsverschijnsel en een overgangsklacht (waarvan akte: ik heb maar een paar hinderlijke opvliegers gehad, jaren geleden, en vond dat zeker niet het grote probleem van de overgang). Met zo’n dramatische uitvergroting jaag je jongere vrouwen angst aan en schets je een karikatuur van vrouwen tussen de 40 en de 60.

Elders gaat het over tot  ’tien jaar na de menopauze’ met hormoonsuppletie beginnen – dan nog overgangsklachten, dat is heel erg lang, dat is een zeldzaamheid (bij mijn weten). Dus zoiets, ik citeer weer:

Hormoontherapie beschermt tegen hart- en vaatziekten en tegen botontkalking, dat is bewezen. Met name wanneer een vrouw opvliegers heeft en ze er binnen tien jaar na de laatste menstruatie mee begint.

Ja, heel veel vrouwen hebben overgangsklachten, maar bij de meeste vrouwen is er binnen een paar jaar na de menopauze een nieuw evenwicht ontstaan en dan verdwijnen de klachten. Dan treedt er een nieuwe levensfase in, wel met enkele gezondheidsrisico’s, zoals die osteoporose en hart- en vaatziekten, maar, zo blijkt uit het artikel, daarin zijn hormonen maar één van de factoren.

En zo kom ik op het interessante aan het artikel. Ik wist dat oestrogeen gebruiken het risico op die post-menopauzale gezondheidsproblemen verlaagt, maar ik begrijp uit dit artikel dat dat dus waarschijnlijk een indirect effect is. Bijvoorbeeld: opvliegers zijn een klap voor je bloedvaten en door die te verminderen met hormoonsuppletie, bescherm je je vaten. Maar als je geen opvliegers hebt, is dat beschermende effect er mogelijk niet.

Hormoonsuppletie als zodanig is (waarschijnlijk) geen simpele levensverlenger, niet de ‘heilige graal’ voor gezond oud worden, zo zegt het artikel. Voor mijzelf vind ik dat geruststellend: ik heb geen overgangsklachten meer, en dus staat mijn gezondheid daardoor ook niet extra onder druk.

(En ik vind het ook nog geruststellend in een ander opzicht: het wil er bij mij niet zo goed in dat gezond oud worden voor vrouwen in een pilletje zou zitten. Net zoals ik er ook niet aan wil om het woord oestrogeentekort te gebruiken, alsof elke oudere vrouw een tekort heeft aan een bepaald stofje. Dat is framing waar ik commerciële belangen van de farmaceutische industrie achter vermoed. Maar dat terzijde.)

Wat ik me nu wel afvraag, is hoe veel vrouwen er eigenlijk zijn die inderdaad die ’tien jaar na de menopauze’ wel nog echt overgangsklachten hebben: opvliegers, slapeloosheid, stemmingswisselingen, hersenmist, hartkloppingen, enzovoort – en waar dan dus niet iets anders de oorzaak van is. Ikzelf dus niet, en ik ken ze niet, maar ik weet wel dat er heel grote verschillen tussen vrouwen zijn in hoe zij door de overgang heen komen.

Wat mijzelf betreft: ik voelde me vanaf ongeveer een jaar na mijn laatste menstruatie (2019) weer een stuk stabieler en fitter. Sindsdien trokken ook nog wat andere dingen weg. Het afgelopen jaar zelfs nog: de hartkloppingen en de droge mond. Ik vond de overgang rot, en het heeft bij mij wel zo’n negen jaar geduurd (2011-2020). Ik ben nu dus zo’n 15 jaar ouder dan toen het begon, dat wel – dat gaat ondertussen gewoon door natuurlijk. En, om niet ook angst aan te jagen: die negen jaar waren niet doorlopend alleen maar rot. Ik deed er onder andere een hele triatlon in en ik fietste 3,5 maand Down Under.

In de workshops die ik geef over sporten in de overgang, vertel ik dat verhaal over het nieuwe evenwicht, en dus ook dat de overgang echt over gaat en dat je dan weer lekker door kunt. Zo heb ik het zelf ervaren, zo hebben de meeste vrouwen om mij heen het ervaren (voor zover ik weet) – maar misschien ben ik daarin te optimistisch. Misschien vinden sommige vrouwen die nieuwe balans pas heel laat of helemaal niet. Ik ga daar in het vervolg wat voorzichtiger mee zijn, en op zoek naar meer informatie hierover: in hoeverre komen de meeste vrouwen na de overgang hormonaal weer op hun pootjes terecht?