Toen ik zaterdagochtend wakker werd en de wind rond het huis hoorde, dacht ik: hmm, het gaat niet meevallen met het weer. Net op het moment van mijn 3 km testloop zou het op z’n winderigst zijn, met nog regen erbij ook:

Bij de Buienradar moet je hier in Zeeland altijd wel een windkracht optellen

Jan
Nou, dat betekende verwachtingen aanpassen, maar hoe ver naar beneden, geen idee. Okee, 15′ zou niet gaan lukken, maar 15’30 toch wel hopelijk?
Ik was vanochtend nog wat aan het rondrommelen en ik hoorde het harder en harder gaan waaien. Heen naar Goes in de tegenwind was behoorlijk beuken. En nat. Wat een treurigheid. Sowieso, en zeker omdat het hiervoor zo mooi was en ook het weerbericht voor de komende week is veelbelovend. Hoe bestaat het: mijn loopje op het slechtste moment in weken. Ook sneu voor Jan en de andere deelnemers, waarvan er een paar niet kwamen opdagen.
Toch maar zo goed en zo kwaad als het ging ingelopen op de drijfnatte baan. Splatsjsplatsjsplatsjsplats. Net voor de start kwam manlief nog aanzetten – die had een duurlooptraining gedaan en kwam op zijn terugweg supporteren en foto’s maken.

Zo gingen we om half 2 van start met 5 deelnemers op de drie en 2 op de mijl. Het was net opgehouden met hard regenen, maar de wind was fors. Na 1 rondje had ik al in de gaten dat het niet zo hard ging als ik had gehoopt, en halverwege wist ik al dat ik mijn gehoopte tijd in de verste verte niet ging halen. Ik stond dan ook op het stuk tegenwind voor mijn gevoel soms bijna stil. Bovendien vond ik het een heel geworstel en kreeg ik geen goed ritme te pakken, door steeds te moeten switchen van beuken naar proberen de meewind te ‘vangen’. En dan nog nat ook. Lekker lopen is iets anders.
Enige echte verzetje was dat ik iemand kon inhalen die kennelijk te hard gestart was. Hier heb ik ‘m bijna te pakken:

Verder had ik onderweg al een vlaag van zelfmedelijden. Wéér slechte omstandigheden, weer pech. Dat is nou al de zoveelste keer dat het net op het moment van hét evenement niet meezit. En dat er dus niet uitkomt waar ik voor heb getraind.

Dus. Het werd 16’07 (officiële eindtijd; Strava flatteert iets).
Tsja.
Ik ben teleurgesteld en verder kan ik er eigenlijk niet zo veel over zeggen. Het positiefste wat ik ervan kan maken is dat ik redelijk vlak heb gelopen en sneller was dan in oktober bij ideale omstandigheden. Maarja, toen was ik ook zo’n beetje ongetraind en amper hersteld van corona. Ik heb geen idee wat ik vandaag had gekund onder betere omstandigheden. Ik ben nogal windgevoelig, dat weet ik wel.
En ik weet dat ik niet te veel moet zitten met de ‘uncontrollables’ – aan net zo’n vlaag slecht weer kan niemand iets doen. Dat weet ik echt wel. Maar toch vind ik het echt heel erg jammer. Toch het gevoel van: hier heb ik niet voor getraind, hier had ik ook afgelopen week niet zo mee bezig hoeven zijn, met rust houden enzo. Dat spijt me dan ergens ook. Dat is dan iets van de balans tussen de controllables en de uncontrollables die niet klopt. Daar ga ik nog eens nader mee aan de slag.
Oja, en van de hooikoorts geen last, dat is dan het voordeel van de nattigheid.
Jan organiseert op paaszaterdag nog zo’n loop. Ik was eigenlijk niet van plan daarvoor door te trainen en me meer op het fietsen te gaan richten, maar nu denk ik: misschien plak ik die vijf weken er toch nog aan vast, voor een tweede poging. Als ik het een beetje uitkien, is dat wel te combineren met wat langere fietstochten. Ik laat het nog even sudderen, maar dat lokt in elk geval wel.
In elk geval: bedankt, Jan, voor het organiseren!




Heel herkenbaar Louise en jammer dat we, na een paar van die heerlijke, hoewel te vroege, lenteachtige dagen nu zo’n weekend hebben. Ik deed gisteren dan wel geen wedstrijd zoals jij — dan is de teleurstelling zeker groter, gok ik, maar een duurloop op een nogal onbeschutte atletiekbaan en dat was ook elk rondje slagregen en tegenwind. Niet leuk en het werd ook niet leuk, want in de loop van de middag werd het steeds guurder. Nou ja, hopelijk binnenkort echt lente!
By the way: ik vond je titel ’tsja’ leuk, want ik twijfel altijd of je dat tussenwerpsel nou schrijf als ’tja’ of als ’tsja’. Gelijk maar even uitgezocht: volgens het Groene Boekje is het ’tja’ en in het Nederlandse krantencorpus in SoNaR-500 vind je een daarmee wel kloppende verdeling: 115 voor ’tsja’ tegenover 602 voor ’tja’. Je hebt er werkelijk niets aan, maar de taalnerds onder ons kunnen het wellicht waarderen.
115 gelijkgezinden (; Ik hoor er een s in, dus ik ben lekker eigenwijs. Overigens ben ik dat hier wel vaker, bijvoorbeeld als ik triathlon schrijf ipv triatlon.
Haha, je hebt helemaal gelijk, hoor! Lekker schrijven zoals je zelf wil. Ik vond het leuk om eventjes uit te zoeken, vandaar.