Ik kom net terug van het symposium over de toekomst van de Zeeuwse atletiek. Met de hoofdvraag ‘hoe kweken we meer Zeeuwse toppers?’ (mijn formulering) heb ik niks, daar heb ik eerder al over geschreven, dus ik hoorde eigenlijk niet tot de doelgroep, maar ik vond het toch wel interessant. Volgens sommige sprekers is er wel degelijk een stevige relatie met de breedtesport: de sprekers van AVLO Lokeren (een vooraanstaande Vlaamse atletiekclub) benadrukten dat je in de jeugd een soort piramide moet hebben met een brede basis, waar uiteindelijk aan de top een paar van overblijven, en de spreker van AV Scheldesport (Zeeland’s meest voorbeeldige atletiekvereniging – ook weer mijn woorden) benadrukte het belang van inclusiviteit en een grote vereniging voor iedereen, waarvan toppers dan een ‘bijproduct’ zijn.
Over de bewegingsarmoe onder de jeugd ging het ook even, maar daar werd niet veel mee gedaan. Nouja, Jos den Hollander liet in een presentatie zien hoe ze clinics voor jongeren organiseren waardoor hun motoriek verbetert. Daaraan viel me op dat het best brave, gestructureerde oefeningen waren, terwijl er even later in filmpjes van TeamNL wél gespeeld werd. Aan dat soort oefeningen had ik als kind een hekel, net zoals ik aan gym op school een hekel had. Maarja, aan mij is ook geen topper verloren gegaan. En ik speelde nog wel buiten. De cijfers daarover waren schokkend, ik weet het niet meer precies, maar in een paar decennia is het gemiddelde wekelijkse aantal uren buiten spelen van 30 naar 4 gegaan ofzoiets, en al die vrijgekomen uren zitten kinderen achter schermen.
Ik heb zo al meteen een aantal ‘highlights’ genoemd: die twee voorbeeld-verenigingen hadden interessante verhalen en Den Hollander gaf die cijfers over de jeugd en een inkijkje in het trainen van TeamNL (overigens zonder duidelijke relatie daartussen). De andere sprekers waren ook de moeite waard: René Zweedijk had interessante data over de hoge frequentie van blessures in de atletiek-jeugd, en hoe dat uitval veroorzaak en Walter Houtzager vertelde over motorisch leren. Ik pikte er alles bij elkaar nog een boel losse dingetjes van op, maar niet veel wat voor mijzelf of dit blog direct relevant is. Eén ding misschien: het ‘Noorse interval’ (als ik google, denk ik dat ze Rønnestad-intervallen bedoelden, het ging om iets als 30X45″ hard/15″ rustig). Kan ik wel eens proberen. Het belang van variatie, een algemene atletische ontwikkeling en een individuele aanpak passeerde weer, maar dat is niks nieuws.
Aan het eind van de middag werd organisator Niek Flipse ‘Lid van Verdienste’ van de Atletiekunie, wat een feestelijk einde was. Net daarvoor waren de conclusies wat mij betreft wel helemaal blijven hangen: het afrondende forum bestond uit individuele bijdragen, niet uit het trekken van gezamenlijke rode draden. Van de losse bijdragen was het antwoord op de hoofdvraag ook niet altijd even helder geweest. Voor mij niet zo erg, maar voor de belanghebbenden wel wat onbevredigend, lijkt me. Hoe nu verder met de Zeeuwse atletiek? Ik zou het niet durven zeggen. Nouja, suggesties, dat wel, maar geen gezamenlijk standpunt, laat staan een actieplan. Misschien is dat wat vroeg, maar er had volgens mij wel meer ingezeten.
Tot slot moet mij nog één ding van het hart. Ik had weer eens een stevige Zeeuwse cultuurshock, vooral door de herhaling. Bij het Fietssymposium vorige maand was me opgevallen dat alle sprekers mannen waren, en dat de vrouwen assistentie verleenden, en nog knullig ook. Ik vond dat best wel heftig eenzijdig al, maar vandaag overtrof dat nog: weer alleen mannelijke sprekers, geen enkele vrouw te horen (er was er eentje in het vizier voor het afsluitende forum, maar die bedankte voor de eer) en in het publiek minder dan tien procent vrouwen. In de Randstad is zoiets volgens mij tegenwoordig ondenkbaar. De man-vrouw-verhouding ligt hier schokkend scheef. Indirect heeft dat ook te maken met het ‘kweken’ van toppers. De enige spreker die het specifiek had over vrouwen, Zweedijk, weet de verhoogde blessuregevoeligheid van pubermeisjes aan de hormonen en de menstruatie. Dat is ergens het ‘makkelijke’ verhaal: het verschil tussen mannen en vrouwen zit ‘m in de biologie, en daar is niks aan te doen. Maar er zijn meer verschillen die maken dat topsport voor meisjes lastiger is dan voor jongens. Lees er Good for a girl maar eens op na. It’s a man’s world, nog steeds.




Nagekomen bericht: in de PZC stond maandag een artikel over het symposium: https://www.pzc.nl/sport-in-zeeland/hoop-en-zorgen-tijdens-atletieksymposium-als-we-niet-bereid-zijn-te-veranderen-gebeurt-er-de-volgende-tien-jaar-nog-niks~a3ff28fa/