Dat seizoens-hardloopdoel van een Jaro-3-kilometer binnen de 15’30, dat is niet gelukt. Ook vandaag niet, bij de Jaro Paastrofee, mijn 3e 3 kilometer op de skeelerbaan in Goes. Maar ik kan daar wel mee leven en het was toch leuk.

Dat het niet zo snel ging als ik had gehoopt, lag niet aan het trainen sinds begin maart. Ik ben in grote lijnen doorgegaan op de manier van de hele winter. Dat wil zeggen met vier ingrediënten: rustige duurlopen (liefst met dip erin), langere intervallen op ongeveer de anaerobe drempel (minstens 1 km van lengte, maximaal 4 km in totaal), en twee soorten kortere intervallen: 7X400m en 12X200. Waar ik die eerder afwisselde, heb ik ze in de weken sinds de vorige testloop week-bij-week gedaan, opbouwend van rustige duur naar steeds harder. Elk ingrediënt steeds in die week twee keer: de eerste week twee duurlopen, de tweede week twee van die met lange intervallen, daarna twee met vierhonderdjes, en tot slot twee keer de tweehonderdjes. Daarbij nog één keer een ‘mislukt’ loopje toen ik te moe bleek voor intervallen, en vorige week de Oosterscheldeloop.

Dus 1o keer gelopen sinds de vorige testloop, grappig om dat zo precies te weten. Sowieso leuke manier van trainen, beetje anders. Het zou ook richting een piek moeten zijn: steeds korter, steeds harder.

Ik en 4 mannen met startnummers op.

Bij de start

Ik was benieuwd hoe dat zou uitpakken. Welnu, het trainen ging goed; voor mijn gevoel zette ik nog een heel klein stapje vooruit: ik liep de korte intervallen weer net wat harder. Alleen voelde ik bij de laatste twee intervaltrainingen dat ik niet hersteld was van de vorige. De Oosterscheldeloop zat daar kort op, en ook toen voelde ik wat vermoeidheid in m’n benen.

Dus dacht ik: laat ik tot de testloop eens een hele week niet lopen. Zelfs niet het puntjes-op-de-i-loopje dat wel eens doe in de week voor een wedstrijd (de i is dan een kilometer op wedstrijdtempo, de puntjes 5X100m voluit). M’n beste loopjes, zo ben ik nagegaan, volgden ook altijd op een hardlooploze week. Ik was dus van plan om een weekje rustig aan te doen, met een keertje zwemmen, beetje fietsen, wandelen, yoga.

Jan met notities

Jan houdt van iedereen het aantal rondes nauwgezet bij

Nou, dat werd nóg rustiger, tegen wil en dank, want maandag werd ik verkouden. Toen ik vorige week schreef dat het zo’n goede winter was geweest met maar 1 keer licht verkouden, dacht ik al ‘fingers crossed nog even’ want manlief was toen al 5 dagen verkouden en ik kon er nog niet zeker van zijn dat hij mij niet besmet had. Dus wel, helaas. Het is niet erg, ik heb geyoga’d en gewandeld en verder gewoon kunnen werken enzo. Het voelde elke dag alsof het morgen over kon zijn. Dat was steeds niet zo, het sleept maar voort; manlief is ook nog steeds bezig. Met een opvallende dynamiek: allebei voelen we ons ’s ochtends het slechtst, dan knapt het gedurende de dag behoorlijk op, en ’s avonds worden we vroeg moe. Het is wel frappant: ik heb inderdaad weliswaar twee goede winters achter de rug, maar de meeste narigheid op virusgebied speelt zich de laatste jaren buiten de wintertijd af, dus in de betere helft van het jaar, zoals corona en de zware ‘verhuisverkoudheid’ van 2 jaar terug.

Met dat gevoel van ‘morgen is het over’ leefde ik voor de Paasloop van vandaag tussen hoop en vrees. De laatste dagen neigde dat naar hoop. Het weer zag er, in tegenstelling tot de vorige keer, wél goed uit en ik had er wel zin in.

Vanochtend werd ik echter behoorlijk brak wakker, zelfs met een verhoogde rusthartslag, voor het eerst deze week. Hmm, wat zal ik doen? Een typische geval van zal-ik-wel (‘het is maar een verkoudheid en ik zie wel wat erin zit’) of zal-ik-niet (‘rust is nu het verstandigste’). In die twijfeltijd ging ik me weer wat beter voelen, en wat ook een rol speelde: het is gewoon een leuk loopje en ik gun Jan z’n deelnemers.

Dus wel. Wetende: goed lopen zit er sowieso niet in. Wéér pech.

Ik met verwrongen gezicht

Amechtig… nouja, dit was wel de eindsprint

Bij de warming-up had ik nog steeds geen idee wat er erin zat. Mijn benen voelden wel goed, maar als ik op m’n horloge keek, bleek m’n tempo steeds lager te liggen dan het voelde, haha. En snotteren en rochelen natuurlijk.

We startten en eigenlijk viel het eigenlijk niet tegen. Gek genoeg voelde ik meer macht in mijn benen dan vorige week – mogelijk zat de verkoudheid er toen al aan te komen? Het werd gaandeweg wel amechtig, maar dat is niet zo gek. En er stond ook toch best wel weer een geniepig windje.

Ik finishte in 15:42: sneller dan de vorige twee keren, dus een persoonlijk parcoursrecord, maar niet binnen de 15:30 die ik me ten doel had gesteld. Maar ook weer niet zo heel ver ervan af.

Dus: ik heb mijn seizoensdoel niet bereikt. Maar ik kan hier wel mee leven, en verder is er eigenlijk niet zo veel over te zeggen. Geen idee hoe veel harder ik had gekund als ik fit was geweest. Vast wel die 13 seconden toch?

Ik met zakje blauwe paaseitjes

M’n prijs!

En net als vorige week kwam er nog wel een grappig toetje. Op de foto bij de start is te zien dan ik op die afstand de enige vrouw was. Zodoende won ik bij de dames, en dat was dus nog een prijs ook: een zakje paaseitjes! 2 keer prijs in een week, dat heb ik nog niet eerder meegemaakt!

Manlief liep ook best een redelijke 5 kilometer, het was gezellig langs de skeelerbaan, met een aangename temperatuur en meestal een zonnetje. En zo gingen we tevreden terug naar huis. Inderdaad een geslaagde Paastrofee.

(Ik hoop wel dat de verkoudheid me de stevige inspanning vergeeft.)

Gezellig