Vorige week dacht ik: ik ga voor dit blog eens een stevige reflectie schrijven over wat het voor me betekent om mijn seizoensdoel (weer) niet behaald te hebben, over omgaan met pech en over wat ik daar dan toch van geleerd heb. Ik had zelfs al wat aantekeningen gemaakt. Een week later denk ik: waarom zou ik? Ik heb lol gehad, ik heb goed getraind, wat zou ik me dan druk maken om die 13 of meer seconden? Bevestiging is lekker, maar een week later dus al niet meer zo belangrijk.

En zo is het. Nouja, wat ik wel meeneem, een rijke oogst toch wel weer:

  • Ik heb mijn trainingsaanpak niet kunnen evalueren, en dat is jammer. Dat is waar evenementen ook voor dienen immers: als je toewerkt naar een doel en je haalt dat, heb je het goed gedaan. Maar als je het niet haalt, kunnen er allerlei andere dingen een rol spelen, zoals die ‘omstandigheden’ (slecht weer, harde wind, verkoudheid). Ik weet daarom nu niet of ik bij de loopjes echt alleen maar door die omstandigheden heb ondergepresteerd of dat er ook iets anders meespeelde. Naast die trainingsaanpak misschien iets mentaals?
  • Een training ’telt’ voor mijn gevoel niet als bevestiging, of in elk geval minder dan een loopje. Ik weet niet precies waar dat ‘min zit, misschien heeft het iets te maken met het zichtbaarder zijn van m’n prestatie dan? Overigens is precies dit in een week tijd dus veranderd. Ik kijk op dit moment met meer plezier en tevredenheid terug op m’n intervallen.
  • Enig zelfonderzoek liet vorige week zien: ik wil graag bevestiging dat ik inderdaad nog steeds snelheid in mijn benen heb omdat dat ‘bewijst’ dat het nog wel wel meevalt met m’n veroudering. Dat past in mijn straatje natuurlijk en ook ik graag bevestigd wil zien dat ik nog niet aan het aftakelen ben (niets menselijks is me vreemd). Terwijl ik ergens ook wel weet dat de veroudering daadwerkelijk gaande is: ik heb deze winter veel moeten doen om terug te komen op m’n oude tempo, althans, in intervaltrainingen. Dat is wat ik sowieso signaleer: ik haal nog steeds oude waardes (fietsvermogen, looptempo) maar ik moet daar gerichter mee bezig zijn en het is dus ook moeilijker te combineren (duur én snelheid, fietsen én lopen).
  • Externe ‘omstandigheden’ (vooral: het weer) frustreren me meer dan interne (verkouden). Na die verregende en verwaaide testloop was ik té gefrustreerd, denk ik achteraf. Ik schreef het al eerder: ik moet nog werken aan het accepteren van tegenvallend weer. Die neem ik zeker mee!