Vandaag ben ik 60 geworden. Dat vraagt om reflectie op het afgelopen decennium. Dit weblog startte ik immers onderweg naar een hele triathlon op mijn 50e (die post heeft nog steeds de mooiste titel van het hele blog, bijna tien jaar na dato), en in de tussenliggende tijd heb ik me uitvoerig verdiept in de ‘ouder wordende sporter’. Hoe is het om tien jaar ouder te zijn?
In het kort: het gaat nog steeds gewoon heel goed. Ik merk heus wel dat ik ouder word, maar in het sporten verandert niet zo veel en het gaat me in een aantal opzichten ook beter dan tien jaar geleden. En het allerbelangrijkste: ik kan nog steeds met veel plezier sporten, daar is niet veel aan veranderd. Ik werk deze gedachtegang hieronder uit en illustreer ‘m hieronder met wat vrolijke foto’s van de afgelopen tijd. Ter vergelijking is die links hiernaast van tien jaar (en twee maanden) geleden.

Ik merk dat ik ouder word
Ik hoef er maar voor in de spiegel te kijken. Ik heb een grijze kop haar, en het is waar: alles gaat hangen, behalve mijn tandvlees, dat trekt op. Mijn ogen zijn ongetwijfeld onderweg naar een staaroperatie. Ik heb wat schade opgelopen: door de verkoudheid van voorjaar 2024 ben ik mijn reukvermogen voor een deel kwijt en na de infectie van 2023 zijn mijn darmen ook nooit meer helemaal de oude geworden. Van allebei weet ik niet of het ooit nog goedkomt.
In het sporten verandert niet zo veel
Bij het sporten merk ik niks van die grijze haren en de rimpels. Als ik me richt op de meetbare dingen en daarbij abstraheer van de momentopnames en de trainingsperiodisering, dan is er eigenlijk maar één ding dat achteruit is gegaan in die tien jaar: mijn hardlooptempo. Ik liep net voor m’n 50e een enkele keer een halve marathon binnen de twee uur; ik zou niet weten waar ik dat nog vandaan zou moeten halen. Ik heb me er ook al een tijdje niet meer op toegelegd, maar zelfs dan – dat is echt buiten mijn bereik.
Mijn zwemmen is tussentijds nog wel sneller geweest dan tien jaar geleden. Dat is een kwestie van techniek. Ik leer nog steeds bij, maar het verrommelt ook steeds weer, dus hoe hard ik zwem, hobbelt op en neer met hoe veel moeite ik ervoor doe en hoe lang geleden en hoe nuttig de meest recente cursus was.
Fietsen is niet zo veel veranderd, en zeker niet de procent per jaar verouderingseffect waar het vaak over gaat – ik ben niet tien procent slechter dan tien jaar geleden. Op dit moment in het laagseizoen ligt mijn FTP zelfs net ietsje hoger dan precies tien jaar geleden, wat ik te danken heb aan meer en gerichter fietsen. In goede vorm in het seizoen haal ik nog steeds ongeveer dezelfde waarde van net onder de 4 W/kg. Hooguit kost dat wat meer moeite, in de zin van: ik kon dat toen bereiken naast meer hardlopen dan nu. M’n duurvermogen is niet veranderd.
Herstellen doe ik ook gewoon nog goed en ik kan nog steeds zware trainingsweken aan. Mijn maximale hartslag daalt maar mijn rusthartslag ligt sinds de menopauze ook aanzienlijk lager, dus ik heb nog steeds een bijna even groot hartslagbereik. Mijn gewicht is stabiel, mijn bloeddruk ook (weet ik dankzij de metingen bij het plasma geven).
Het gaat me beter
In één opzicht is het nu fysiek zo veel beter dan tien jaar geleden: de overgang is echt voorbij. Vorig jaar nog trokken er wat restantjes weg: de droge mond, de hartkloppingen en wellicht ook de disbalans in m’n bekken waar ik jaren mee heb gerommeld. Sinds de zomer is mijn bekken-rug-nek ineens probleemloos. Kan ook toeval zijn of aan iets anders liggen, maar opvallend is het wel. En dan had ik het over de allerlaatste sporen van de overgang, veel was daarvoor al verbeterd. Tien jaar geleden zat ik er nog dik in en moest de ergste tijd zelfs nog komen. Ik knijp nog regelmatig in mijn handjes bij deze stabiliteit, groter dan ooit tevoren. Ik denk wel eens: mannen hebben dit altijd, wat een verschil!
Ik ben ook minder blessuregevoelig, mogelijk ook een gevolg van die stabiliteit en van nog tien jaar lang mijn lichaam beter leren kennen. Een paar dagen na mijn 50e verjaardag blesseerde ik mijn voet dusdanig dat ik maandenlang niet kon lopen; van dat soort ellende ben ik al heel lang gevrijwaard (afkloppen). De routine die ik sinds de coronatijd heb, met dagelijkse oefeningen en een wekelijkse dosis Yoga with Adriene, doet me goed. Ik ben daardoor ook eerder leniger dan stijver ten opzichte van mijn 50e.
Door het dippen en #projectdaglicht kom ik beter door de winters dan ooit tevoren. Ik weet niet of het daardoor komt, maar de afgelopen tien jaar ben ik veel minder vaak verkouden geweest dan voor mij gebruikelijk was. Ik heb een winter overgeslagen aan de andere kant van de wereld (een van de absolute hoogtepunten van het decennium!) en een tijdje speelden de coronamaatregelen een rol, maar ook sindsdien is het minder frequent. Ik heb alleen in 2018/2019 een periode gehad waar ik als vanouds vaak liep te snotteren.
Ik denk dat ik ook beter train dan tien jaar geleden: gedoseerder en gerichter, vooral qua hardlopen. Dat is wel verrassend eigenlijk, hoe lang het kostte om uit te dokteren waar ik het het beste op doe. Belangrijk inzicht daarbij voor mij was dat ervaren zwaarte belangrijker is dan gemeten intensiteit. Dat maakt voor mij voor een lange duurloop veel uit: qua intensiteit is dat een lichte training, maar qua ervaren zwaarte bepaald niet. Ik moet die dus ‘meetellen’ bij de zware trainingen, waarvan ik er in een week maar hooguit twee ‘mag’ doen. Dat beperkt wat ik aan zware intervaltrainingen kan doen.
Dat is het grootste verschil met tien jaar geleden: ik heb geleerd dat ik hardlopen niet te zwaar moet maken, dat ik daarin veel minder aankan dan veel andere mensen of dan wat in de boekjes staat, zeg maar. Of nouja, ‘aankunnen’ is niet het goede woord, het gaat om hoe ik het trainingseffect bereik dat ik wil.
Recentelijk heeft het inruilen van het wat lukrake en loodzware spinning voor gedoseerdere intervaltrainingen op Zwift ook uitstekend uitgepakt, en het is nog leuker ook.
Buiten de sport gaat het me ook gewoon goed. Ik ben bijvoorbeeld blij hoe mijn werk zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld en met mijn vriendenkring; de verhuizing naar Kapelle is een goeie zet geweest, en Henk en ik zijn still going strong. Ik maak me wel meer zorgen over de ontwikkelingen in de wereld dan tien jaar geleden. Ik zag ergens staan dat 2016 het laatste ‘onschuldige’ jaar was: daarna kwamen corona en Trump.
Nog steeds veel plezier
Er zijn soms van die momenten, bijvoorbeeld als ik blokjes rijd op de triathlonfiets, de blubber van mezelf of m’n fiets afspoel na een gravelrit of me op Zwift in bochten wring om bij een groepje aan te klampen dat ik denk: ik had vroeger nooit gedacht dit op m’n (bijna) 60e nog steeds even leuk te vinden. Het past allemaal niet zo in het beeld van een vrouw van 60. Ik zeg wel eens voor de gein: ik hoor eigenlijk rond te tuffen op een e-bike. Ik denk dat ik ergens toch een beeld had van dat meer inkakken en blasé worden hoort bij ouder worden. Maar op dat punt voel ik me helemaal niet ouder. Wat ik leuk vind, verandert gewoon niet. Op andere gebieden dan sport merk ik dat ook.
Nouja, een klein beetje verandert het toch wel. Ik heb bijvoorbeeld in het afgelopen decennium afscheid genomen van de wens een fatsoenlijke marathon te kunnen lopen – dat zit er niet in voor mij en ik vind het lange lopen ook niet leuk genoeg. De afgelopen jaren ben ik vooral meer gaan doen waar ik goed in ben: fietsen, korter lopen. Ik hoef niet meer zo nodig iets te doen waar ik duidelijk minder voor in de wieg gelegd ben – in die parabel over de appelboom die probeert peren voort te brengen ben ik nu blijer met m’n appels. Ik hoef mijn grenzen niet meer per se te verleggen, erbinnen is ruimte genoeg om mezelf stevig uit te dagen.
Op vakantie in Ierland afgelopen zomer merkte ik bovendien dat mijn bereidheid tot afzien kleiner is geworden. Dat betrof dan niet eens zozeer het fietsen, meer het behelpen op slechte campings in dito weer. Daar zit ook iets in van niets meer hoeven te bewijzen – ik hoef niet meer te laten zien hoe stoer ik ben.
Door deze ontwikkelingen is mijn plezier eerder groter dan minder groot – tien jaar geleden ‘moest’ ik nog meer van mezelf. Met terugwerkende kracht denk ik: dat was zelfs wel eens te veel. Dat heeft me ook veel gebracht en ik heb er geen schade aan overgehouden, maar hoe het nu is, is wel beter. Wijsheid komt duidelijk met de jaren…
Ik moet niet meer presteren maar ik wil het wel nog steeds. Zo lang ik sporten leuk blijf vinden en er gezond genoeg voor ben, blijf ik doorgaan. Ook al was ik bij de triathlons die ik afgelopen jaar deed al een paar keer de oudste deelneemster. Toch mooi om dan lang niet laatste te worden!




Geef een reactie