In een (verder ook interessant) stuk over de grote en toenemende hoeveelheid prestatiegegevens in de sport zegt fysioloog Mike Tipton over ouder worden:

Het andere dat ik heb geleerd te ‘voelen’ is dat het begin van een rit of wedstrijd echt zwaar is, dus neem nooit een beslissing om te stoppen of door te gaan vóór minstens tien minuten. Het voelt gewoon zwaarder dan toen je twintig was. Maar er is een fysiologische reden voor: de snelheid waarmee je zuurstofsysteem op gang komt, is veel trager naarmate je ouder wordt. Het duurt even voordat je een steady state bereikt. Tot die tijd is het een strijd.

Ik herkende dat niet meteen. Ik dacht wel meteen: hmm, daar heb je er weer zo een, die de leeftijd de schuld geeft van alles wat niet lekker gaat. Tipton begint zijn ervaring met ouder worden namelijk met ‘Er zijn niet veel voordelen aan ouder worden’. Ik weet: mensen met een negatief beeld van veroudering vergroten het effect daarvan uit.

Maar misschien maak ik het wel te klein? Want ik heb het wel vaker gehoord, van die tragere start van je zuurstofverwerking. Misschien zit er wel wat in. Ik ben er daarom sinds het verschijnen van het stuk, nu twee maanden geleden, op gaan letten. Ik kan er nog steeds niet zo veel over zeggen, maar ik ontdekte wel dingen die met warming-up te maken hebben.

Dat ik er niet zo veel over kan zeggen, heeft te maken met hetzelfde verschijnsel als waar ik over schreef in het kader van de vraag of ik nu slechter herstel dan toen ik jonger was: het gaat om te veel variabelen, leeftijd is er daar maar 1 van en die kan ik niet isoleren. Afgelopen zondag kwam ik moeizaam op gang, maarja, het was de derde dag met zware intervallen op rij, wat wil je? Uiteindelijk wel heel lekker gelopen.

Een andere factor is kou. Ik weet al lang dat ik in kou moeilijk op gang kom. Dat geldt zowel voor het starten met de training als voor het starten van de intensievere gedeeltes. De koude lucht slaat dan soms op m’n luchtwegen en ik kan zelfs iets krijgen wat op inspanningsastma lijkt, met gepiep. Als het heel koud is, kan ik ook last hebben van stijve benen. Ik merk het vooral bij lopen, maar deze winter ook bij de intervallen in Zwift – mijn spinningfiets staat buiten. Ik was een keer pas tegen het eind van de training echt helemaal op gang, en net toen verscheen er in het scherm iets over ‘je zult de vermoeidheid nu wel gaan merken’. Dat was wel een momentje waarop ik dacht: hmm, misschien kom ik inderdaad langzamer op gang dan vroeger, of dan gemiddeld? Maar niet iedereens Zwift-fiets staat in de vrieskou natuurlijk.

Het is trouwens geen groot probleem. Een rustige, lange warming-up helpt. Het went, en dat doet het ook in de loop van de tijd. Het was deze winter wat langer achter elkaar koud, en ik kwam steeds makkelijker op gang. Laatst liep ik nog een keer in een koude wind, en door de tussenliggende zachte periode was m’n gewenning weer teniet gedaan. Piep-piep-piep.

Nog een andere factor is de trainingsopbouw. In Zwift is die soms te abrupt van warming-up naar intensief interval, zoiets:

Start van een intervaltraining, te leveren vermogens: geleidelijk van grijs (extensief) naar blauw (rustige duur) en dan in één klap naar rode pieken (boven FTP).

Bij zo’n opbouw duurt het drie intervallen voor ik echt mee kan doen; de eerste komt loodzwaar binnen. Geen idee of dat vroeger ook zo was, toen deed ik dit soort dingen niet. Ik zwiftte niet, en nog iets langer terug had ik geen vermogensmeter.

Los van leeftijd: ik vind het gewoon een slechte opbouw. Dat grijze en blauwe stuk duurt nog 20 minuten ook! Daarin kruipt het vermogen onnodig langzaam omhoog. Dat is geen warming-up, dat is tijdverdrijf.

Ik heb liever zo’n soort warming-up:

Ander soort start, met korte hoge vermogenspiekjes, herstel, en dan pas de intervallen

Sneller oplopen van grijs naar blauw kan prima. Dan komen die piekjes wel aan, maar die zijn kort en ze worden gevolgd door herstel. Ze heten ook wel primers: hoger vermogen dan de intervallen, om je lichaam als het ware wakker te schudden in voorbereiding op het echte werk. Daar moet je dan wel weer even van herstellen. Op de fiets doe ik zoiets ook: eerst even een keer 20 omwentelingen maximaal, daarna een minuut idem, dan bijkomen, en dan pas het eerste ‘echte’ interval.

Ik kan dus niet goed vergelijken met vroeger, maar misschien is het inderdaad zo dat een gedegen warming-up belangrijker wordt als je ouder wordt. Dat is wel wat je overal leest. Prima hoor. Gewoon doen. En er vooral geen strijd van maken.