Het is weer zo ver: procesevaluatie de dag voor de wedstrijd. Van de winter-hardlooptraining dit keer. Want morgen loop ik weer een 3 kilometer op het schaatsbaantje in Goes, als Jaro-testloop. Zo ben ik in oktober begonnen, toen liep ik er 16’30 over, met amper looptraining achter de rug en als doel voor de winter om sneller te worden. Liefst: om weer net zo snel te worden als een paar jaar geleden. Want vorig jaar stond duur centraal en de twee jaar daarvoor fietsen, en daardoor had mijn loopsnelheid geleden.
Plan was om in de winter elke maand zo’n testloop te lopen, maar dat is niet gelukt: in december was ik verkouden en eind januari bij het WK veldrijden. Zodoende heb ik niet geoefend in wat ik morgen ga doen. Het wordt zo morgen nog maar mijn tweede 3 kilometer ooit.
Maar dat is dan ook het enige wat niet is gelukt. Ik ben namelijk eigenlijk al tevreden. Ik ben zeker sneller geworden. In intervaltrainingen ben ik weer net zo snel als een paar jaar geleden. Afgelopen zaterdag liep ik zelfs mijn op-een-na-snelste kilometer ooit, voor zover ik heb geklokt: 4’47.

Elzen vandaag in bloei – ben ik volgens mij licht allergisch voor
Dus doel al bereikt eigenlijk, hopelijk morgen nog een leuke kers op de taart. Vooraf had ik bedacht dat die 3 kilometer toch echt wel onder de 15’30 zou moeten kunnen. Misschien kom ik wel in de buurt van de 15’00? Dat zou top zijn en dan is mijn snelheid echt terug op niveau. Maar of dat erin zit – geen idee. Daarvoor moeten de ‘uncontrollables’ ook meewerken, zoals het weer. Net de laatste paar dagen voel ik me bovendien een beetje ‘watterig’ in m’n hoofd, misschien iets hooikoorts?
Waar ik ook tevreden over ben, is dat ik met veel plezier getraind heb. Ik wisselde vier soorten trainingen af: duurloop (maximaal 12 kilometer), intervallen van 3X1 km (later wat langer) rond m’n vermoede anaerobe drempel en dus een beetje ingehouden, en het korte (7X400) en nog kortere (12X200) werk, gecontroleerd voluit. Relatief veel intervaltrainingen dus, en dat doe ik graag. Ik kom er ook gemiddeld energieker van thuis dan van een duurloop, zo merkte ik. Zeker als ik het combineerde met dippen in Wemeldinge!
Wat me de afgelopen tijd opviel is dat die korte intervallen echt als techniektraining werken: ik voelde vooral voor de kerst dat ik mijn benen aan het leren was om snelheid te maken. Ik had toen van de 200’tjes ook steeds spierpijn in m’n bovenbenen, die hadden duidelijk iets te leren. Ik heb ook geëxperimenteerd en ben bijvoorbeeld mijn armen meer gaan inzetten. Voor me uit kijken in plaats van naar de grond blijft een aandachtspunt.
Er zit nog steeds ook wel wat rek op, denk ik. Ik heb eigenlijk maar drie maanden getraind. Nouja, het waren er vier, maar ik heb rond kerst drie weken niet gelopen: eerst die verkoudheid, daarna deed ik de Festive 500 en daar kwam ik uit met een ‘platgetrapte’ voet waardoor die even rust nodig had. Dat is het enige echte auwtje dat ik heb gehad, en het lag niet eens aan het intensieve hardlopen.
De rek zit hem er ook in dat ik in die vier maanden ook nog veel heb gefietst en ook daarin progressie heb geboekt. Ik probeerde wekelijks vijf keer trainen te verdelen over beide sporten door ze beide afwisselend 2 of 3 keer per week te doen. Dat was wel pittig; een keertje zwemmen per week gebruikte ik als actieve rust. Sinds begin van dit jaar doe ik er ook nog krachttraining bij, en ook dat kwam aan, vooral op mijn knieën. Maar het ging allemaal goed en ik ging dus best wel hard vooruit, erg fijn om te merken.
Na morgen gaat het vizier weer meer naar fietsen. Het kriebelt wel om eens wat langer achter elkaar en nog wat specifieker voor lopen door te trainen. Dat moet dan wachten tot na de volgende fietsvakantie.
Ik meld me na morgen met een verslag!




Geef een reactie