Afgelopen zaterdag heb ik in de Hoeksche Waard een hiaat gevuld in m’n collectie multisport-afstanden: de run-bike-run over de kwart afstand. Die ontbrak nog, terwijl ik wel al de 1/8e en de halve afstand had. Altijd leuk – ik zal m’n collectie binnenkort weer eens posten. Op één keer een 1/8e na waren al die run-bike-runs dan ook tegen wil en dank: zwemmen kon niet doorgaan. Mijn grote hobby zal het nooit worden, zo’n run-bike-run, om wat ik vrijdag al schreef: te veel lopen, en als ik heb gelopen vóór het fietsen, fiets ik minder lekker. Maar goed, naar omstandigheden ging het zaterdag best okee en het was leuk.
Wat in elk geval heel leuk was: het was een prachtparcours, vanuit manliefs pittoreske geboortedorp Strijensas…

Lopen langs de Oeverlanden van het Hollands Diep en fietsen door een mooi stukje Hoeksche Waard. Dat was fijn, en het weer was dat ook. Nouja, het woei serieus hard – in het laatste fietsrondje ging ik het zelfs een beetje eng vinden. Maar het was droog en zonnig, en in de luwte zelfs een beetje warm. We hadden veruit het beste van de dag! Het ging net spetteren toen we bij de auto waren en ’s middags heeft het waar wij waren (op bezoek bij vrienden) gegoten, hopelijk viel het in Strijensas mee voor de deelnemers aan de korte afstand.

Wat ook goed ging, is dat ik mijn wedstrijdplan kon uitvoeren: 1e loop (7,5 km) in 6’/km, fietsen (officieel 40 kilometer maar het waren er maar 36) op 190 Watt NP (werd 192, zag ik later), eten en drinken, en dan zien wat er nog in zat voor de afsluitende 5 km lopen. Dat was niet veel: duurlooptempo, 6’30/km. Dat viel een beetje tegen, en het voelde bere-zwaar. Daar speelde naast de totale loopafstand (afgezet tegen mijn getraindheid) de warmte wel een rol in en wat ik al had bedacht maar niet meer had kunnen oplossen: ik had te weinig gedronken. Ten opzichte van zwemmen droog ik bij 7,5 kilometer hardlopen in zon en wind veel meer uit, en ik kan lopend maar weinig drinken. Dus ging ik met dorst de fiets op, en meer dan de gebruikelijke 2 bidonnen had ik niet tot mijn beschikking. Dat was duidelijk te weinig: het duurde na de finish nog uren voor ik weer moest plassen. Dat is een fout, zeg maar. Ik zou niet weten hoe ik dat anders had kunnen doen, maar ik kan er niet mee zitten want ik train toch niet voor zulke run-bike-runs.

Ik liep ver in de achterhoede, heb op de fiets flink kunnen inhalen (helaas manlief net niet), bij de 2e loop weer enkele plekken verloren en ik finishte uiteindelijk in 2:33:50 als 69e van de 76 finishers (1 DNF en dan moeten er zo’n 23 oftewel bijna een kwart niet zijn komen opdagen, beetje sneu – de vele lege plekken in het parc fermé vielen op). Als veruit oudste deelneemster weer, enige D60+ – als ik het goed heb gezien, waren er 2 andere vrouwen net boven de 50 en daartussen zou ik 2e geworden zijn. Ook manlief was de oudste, hij werd 57e (2:27:00).
Ik had tussen de 23 vrouwen de 6e fietstijd 😇. Desalniettemin voelt 190 Watt NP voor mij wat onbevredigend, maarja, ik kon voelen dat het lopen eerst weg moest trekken uit mijn benen – die gingen het per rondje beter doen. Ik had het vermogen wel goed ingeschat: meer zat er echt niet in – mijn benen waren de rest van de dag kramperig en zijn vandaag (maandag) nog duidelijk niet hersteld.
We zien altijd bekenden in de Hoeksche Waard, waar manlief tot 21 jaar geleden woonde, al wordt dat wel steeds minder in een best wel jeugdig deelnemersveld. Toch wel praatje in de wisselzone, voor de start:

Erg grappig, we hadden startnummers six-seven, hier te zien samen met de mooie kleur shirts die we kregen:

(Je kon van het shirt afzien ten behoeve van een goed doel, dus ik voel me zo bijna schuldig – we wisten dat niet.)
De triathlons van deze periode zijn naast voor een boel sportplezier voor mij ook bedoeld om van te leren richting volgend jaar. Een run-bike-run is zo anders dat er niet veel lessen te trekken zijn, behalve dan eentje, naderhand, toen ik erover mijmerde: dat ik me niet topfit hoef te voelen om goed te presteren en dat, omgekeerd, me topfit voelen niet betekent dat ik in topvorm ben. Ik voel me de laatste tijd hartstikke goed, waar bijvoorbeeld vorig jaar in de belangrijkste periode van mijn seizoen de ‘sprankeling’ maar niet wilde komen. Maar ik ben bepaald niet in topvorm – wat ik ook al wist (en de getallen van zaterdag zijn ernaar). En wat teruglezend op dit blog over mijn 2 laatste goede kwart triathlons zag ik dat ik bij de een snotterend naar een PR gegaan ben en de ander was een soort seizoenstoetje waar ik niet specifiek voor had getraind. Dat relativeert. Onthouden!
Wat ik zo teruglezend wel ontdekte, is dat die goede kwart triathlons vooraf waren gegaan door het lopen van een halve marathon. Oftwel: loop-overschot helpt. Ik weet dus wat me te doen staat. Zaterdag droeg er al een beetje aan bij, dat was óók een goede training.
Maar toch jammer van het zwemmen.
(1e 4 foto’s van de organisatie; 5e gemaakt door vrijwilliger – dank!)




Leuk zo’n kwartje. Leuk weetje: als waterschap gaan we het complex rondom de witte brug aanpakken. Ik schat volgend jaar dat we beginnen.
Maak er wat moois van! Of liever gezegd: behoud het mooie daar.