Toen we ons 10e Trappistenklooster bezochten, september 2022 in Engeland, en daar hoorden dat het klooster in de VS gestopt was met bier brouwen, ontstond meteen het plan om de resterende brouwende kloosters ook per fiets te bezoeken. Dat ging toen nog om Rome en Oostenrijk, maar dat laatste klooster is er ondertussen ook al mee gestopt en er kwam er weer een bij: het klooster van San Pedro de Cardea, in de buurt van Burgos, Spanje. We zijn net terug van onze fietstocht daarheen.
Ik zou dus kunnen zeggen: we hebben 2400 (2402, om precies te zijn) kilometer gefietst voor een biertje. Nouja, voor drie biertjes: ze hebben een dubbel, tripel en quadrupel. Zonder ATP-keurmerk overigens, omdat het niet in het klooster gebrouwen wordt, maar het is wel Trappistenbier. En lekker.
Het bezoek aan het klooster, dinsdag 9 juni, was natuurlijk een geweldige bekroning van de fietstocht. Het was 11 kilometer fietsen van Burgos, waar we 3 dagen eerder waren aangekomen. Het was al een groots moment om het te zien liggen (vanaf ongeveer 1000 meter hoogte, het op 1 na hoogste punt van onze hele reis!):

We kregen van broeder Ismaël een Engelstalige rondleiding door het ook historisch interessante en indrukwekkende klooster – voor ons tweetjes, want er waren geen andere belangstellenden. Daarna kochten we het bier en nog wat andere souvenirtjes. Het was te kil om het meteen buiten op te drinken, dus fietsten we terug naar ons appartement in Burgos, en toen:

Dat was de bekroning van onze tocht, ook nog op Henks verjaardag.
Maar het was natuurlijk niet echt zo dat we zo’n eind gefietst hebben alleen maar voor 3 biertjes. We dronken meer lekker bier (Frankrijk is echt een bierland geworden), we bereikten onze tussendoelen en bovendien wilden we er gewoon een mooie fietsreis van maken. Dat is hartstikke goed gelukt: het is allemaal heel goed gegaan, ondanks dat het weer niet echt meezat. De eerste twee weken waren koud (soms maar een graad of 12 overdag) en nat (veel miezer, een enkel stortbui); vrij kort daarna volgde een hittegolf (royaal boven de 30 graden), net toen we in de Pyreneeën waren. Het mocht de pret niet drukken – niet echt. De wind heeft geen grote rol gespeeld, alleen op 1 dag in Spanje was die hinderlijk aanwezig. Verder hebben we hem ook wel vaak mee gehad, onder andere langs de Rhône.
Tussendoelen
De tussendoelen waren tof. Verdun, Arles en Lourdes stonden al lang op mijn verlanglijst, daar planden we rustdagen, en nog langer wilde ik al eens Frankrijk op de fiets van Noord naar Zuid doorkruisen om te zien hoe het landschap verandert van ‘net zoals bij ons’ in mediterraan.
Welnu, Verdun was interessant en indrukwekkend, vooral het zicht op 17.000 oorlogsgraven (1918):

Op Arles werd ik verliefd, bijvoorbeeld tijdens de wandeling over de oude begraafplaats, door Van Gogh geschilderd:

Lourdes ontroerde me, meer dan ik had verwacht, al zal de grote hoeveelheid religieuze kitsch me ook bijblijven:

Op het veranderende landschap keek ik mijn ogen uit. Grootste overgang was toen we kort na het plateau van Langres (waterscheiding Noordzee/Kanaal – Middellandse Zee) ineens tussen de wijngaarden reden:

Daarna werd het geleidelijk mediterraner. Twee dagen later oogde Trévoux bijvoorbeeld ineens heel zuidelijk:
(Let ook op de mooie brug over de Rhône. We fietsten veel over jaagpaden langs rivieren en kanalen zagen dus vele daarvan.)
Later fietsten we over de Via Rhôna veel door landbouwgebied en zagen hoe het koolzaad, de tarwe en de gerst rijpten. En dan ineens: olijven, lavendel (nog niet in bloei), gewassen die we niet thuis konden brengen, en nog piepkleine zonnebloemen – kennelijk groeien die heel hard:
Als ’toetje’ ging nog een wens in vervulling: we zijn vanuit Burgos met de trein een dag naar Madrid geweest. Die stad stond ook al lang op mijn verlanglijst, maar ze kon me niet zo bekoren, veel te druk met auto’s bijvoorbeeld, maar goed om dat zelf te constateren én het moois ook te zien.
Heel grappig: voor de treinreis kreeg ik mijn allereerste ‘oudelullenkorting’ ooit: de tarjeta dorada. Met één enkeltje hadden we hem er al uit en we zijn ook nog met de trein (en fietsen) van Burgos naar Pamplona gegaan, want vanaf daar vertrok onze fietsbus. Zo liep de korting nog verder op, overigens dankzij de vriendelijke mevrouw van Renfe op het station in Burgos die de treinreizen voor ons regelde:

Route
Als je de kaart voor ogen hebt, begrijp je al dat we niet de kortste weg naar Burgos genomen hebben. Dat klopt:

We fietsten in twee dagen naar Namen, volgden vanaf daar de Maasroute tot aan de bron en Langres, staken toen door naar de Saône voor de Véloroute du Soleil, volgden die tot aan de Middellandse Zee. Vanaf daar hebben we onze eigen routes bepaald, vanaf Narbonne daarbij geïnspireerd door de Katharen-Basken-fietsroute, tot aan Saint-Jean-Pied-de-Port. We gingen met een tak van de Jakobsroute over de Pyreneeën en door tot Viana in Spanje, en de laatste dagen volgden we weer een eigen route, door de Rioja. In en na Burgos kwamen er nog een paar ritjes bij, in Madrid en Pamplona bijvoorbeeld, zodat ik in totaal 2518 kilometer fietsten (Henk 10 meer door 2 boodschappenritjes).
In het algemeen beviel het fietsen in Frankrijk beter dan in Spanje. Spanje heeft nauwelijks fiets-infrastructuur en het landschap is soms lang hetzelfde, wat dan de vele hoogtemeters minder lonend maakt. Het hoogtepunt qua fietsen, letterlijk en figuurlijk, was wel in Spanje: de Pyreneeënpas, de Roelandspas of Puerto de Ibaeta, 1057 meter hoog. De klim is lang maar niet heel steil en dus goed te doen. De pas zelf lag net in de wolken:

Meteen eroverheen scheen de zon – de wolken vervlogen. Dan denk je: hallo Spanje! Maar daar waren we dus al. De grens ligt daar, gek genoeg, in het dal aan de Franse kant van de berg: het grootste deel van de klim was al in Spanje.
Over de lengte van de klim: ik heb sinds de herfst getraind voor deze vakantie, naast de ‘droge’ krachttraining onder andere in de vorm van ‘strength endurance’ trainingen op Zwift. Daarbij zaten wel eens trainingen die dan ‘long climbs’ heetten en dan moest ik altijd gniffelen: dat ging dan om maximaal 12 minuten. Ik wist niet precies hoe lang we over de pas zouden gaan doen, maar wel dat je dat beter in uren dan in minuten kon aangeven. Het werd uiteindelijk, met twee korte pauzes, ongeveer 2,5 uur.
Er waren een paar dagen wel serieus zwaar, vooral de dag dat we in Lourdes aankwamen. In zinderende hitte moesten we toen over klimmetjes die te steil waren voor ons, met onze bepakte fietsen. Ergens rond de 10 procent houdt het sowieso wel op, en op die dag, in de hitte en ook al de 7e dag op rij sinds de laatste rustdag, gingen daar nog wel wat procentjes vanaf. Het lopen met de fiets was zelfs zwaar: ik kookte.
Een paar andere dagen waren ook nog aan de zware kant: twee keer omdat we moesten omrijden waardoor we boven de 100 kilometer uitkwamen en een keer in Spanje met ook veel hoogtemeters nadat ik een nacht slecht had geslapen door een geïrriteerde blaas. Net op die dag nam manlief wel deze prachtfoto:

Spanje is sowieso veel klimmen, al hadden we er ook een heerlijk relaxte dag met een prachtige geleidelijke klim langs de rivier de Trión. En een keer bespaarde een lift ons flink wat hoogtemeters: om koffie te gaan drinken in het centrum van Laguardia (prachtige stad in de Rioja):

We moesten wel eens een enkele keer vaker lopen, zeker voordat we beter in de gaten kregen hoe we konden voorkomen dat de navigatie-apps ons over wegen stuurden die met bagage niet te doen zijn: te steil of te ruwe gravel. Wat vooral Google ‘fietsroute’ vindt, deed ons wel eens fronsen. Jammer dat die apps geen optie ‘met bagage’ hebben. We leerden ermee omgaan, maar in Spanje tuinden we er toch nog een keer in:

Over dat omrijden nog, één keer daarvan keek ik wel bijzonder op m’n neus. Het EK tijdrijden vorig jaar liep vlakbij onze route langs de Rhône, en ik had vanuit een helicoptershot gezien dat daar een fietsbrug was over de Drôme, vlakbij de monding. Van de hele route was ik me dus maar van één fietsbrug echt bewust, en die wilde ik op de foto natuurlijk. En net uitgerekend die was afgesloten:

Ja, lekker, met je Déviation – dat was 20 kilometer omrijden!
De andere keer omrijden was om een te drukke weg te vermijden. Toen hadden we eerder kunnen gaan kamperen, maar we zijn doorgereden omdat een camping eerder ons niet wilde hebben (minimum 2 nachten) en we bovendien dan een duik in de Middellandse zee konden doen:

Het was dus af en toe wel zwaar, maar zeker niet te, en ik heb het uitstekend doorstaan, met alleen voorbijgaande kleine dingetjes (die blaas, een dagje zadelpijn enzo). Op in de laatste week een irritatie van m’n rechter achillespees na, die was wel vervelend. Beetje vreemd, achillespeesblessure van fietsen, al voelde ik het op de fiets alleen bij op- en afstappen en steppen. Dat heb ik op de huurfiets in Madrid heel veel moeten doen, en toen was het wel even echt pijnlijk. Het is ondertussen over. Mogelijk is er een relatie met m’n structurele bekkenprobleem – aan die kant voelt het net wat stijf. Of ligt het toch aan mijn nieuwe schoenen (het zijn uiteindelijk die roze geworden)? Verder kon ik gewoon onbelemmerd genieten van het fietsen. Ik heb wel wat onderhoud gepleegd, onder andere op drie rustdagen die twee favoriete yoga-sessies gedaan.
Andere mooie dingen
Er viel veel te genieten. Hier nog wat hoogtepunten, op chronologische volgorde:
- Op de eerste dag sloegen we meteen een stuk fietsen over: we zijn met de waterbus langs Antwerpen gevaren. Das was ongeveer even snel als fietsen, bespaarde ons de drukte van de stad, maakte dat deze reis toch nog één bootje bevatte (verder geen veren ofzo gehad), en het was leuk, met onder andere dit doorkijkje vanaf de kade naar de stad:

- Op de derde dag troffen we op onze 1e Franse camping vrienden Willem en Dinet. Dat was gezellig en ze hebben voor ons gekookt, en wat ook zeer welkom was: hun caravan met vloerverwarming. We hadden toen al 2 dagen in de regen gefietst en we droogden onze sokken op hun vloer!
- Bij de bron van de Maas stond Henk op beide oevers tegelijk (het is eerst niet meer dan een miniem greppeltje):

- Diezelfde dag kwamen we aan in Langres, een erg mooie stad (daartussenin had overigens nog wel een taai stuk fietsen gezeten, steeds op en neer in de regen en tegenwind):

- Een paar dagen later hadden we een route over memory lane: we passeerden Taizé, waar ik aan het begin van mijn studententijd een paar keer ben geweest, en eindigden die dag in Macon in een hotel waar manlief en ik meer dan 20 jaar geleden hadden overnacht op weg naar de Alpen, en goede herinneringen aan hadden. Het was opgeknapt en in andere handen, maar nog steeds leuk. Die dag was ook tof fietsen, over een voormalige spoorlijn, inclusief lange tunnel. Zulke fietspaden hebben we in Frankrijk meer gehad, ideaal, want ze zijn nooit te steil. Hetzelfde gold voor de jaagpaden, ook die hadden we veel.

- Een dag later kwamen we aan in Lyon, waar we een rustdag hadden gepland. We hadden lage verwachtingen maar vonden het een verrassend mooie, leuke en aangename stad. Met een interessant museum, precies daar waar Saône en Rhône samenvloeien. Deze foto is door het raam van het museum genomen:

Lyon bleek bovendien goed doorfietsbaar, onder andere vanwege een fiets-voetganger-bus-tunnel onder het hooggelegen oude centrum door:

- Orange en Avignon vonden we ook schitterend, en op die dagen fietsten we steeds in het zicht van de Mont Ventoux. Ik wist niet dat die het decor vormt voor die beroemde pont d’Avignon (on y danse). Op de foto is dat niet heel goed te zien, maar het is ‘m wel, wat je op de achtergrond omhoog ziet gaan:

- Na vertrek uit Arles reden we door een landschap waarin we ons thuis voelden: het estuarium van de Rhône. Als we beter keken, was het verschil met dat van de Schelde toch wel groot: er groeide rijst en je zag er exotische vogels (ibissen):

- Paar dagen later nóg een prachtige stad: Carcassonne. Met een wandelpad waarop de schoenen even uit moesten:

- Kort daarna gingen we de eerste glimpen opvangen van wat dagenlang een indrukwekkende muur aan onze linkerhand zou zijn, voorzien van witte pieken: de Pyreneeën. Die zware dag met te steile klimmen bijvoorbeeld, dat was wel steeds met de Pic du Midi op links:

- Vanaf de pas over de Pyreneeën volgden we een paar dagen lang de Jakobsroute, langs de Camino Francés. We keken onze ogen uit op de vele pelgrims – de massaliteit ervan is fascinerend en voor ons ontmoedigend. Wat we al helemaal niet begrepen: pelgrimstocht op e-bike (en dan nog over de voetpaden rijden ook). We kampeerden één nacht op het veld van een pelgrimsherberg:

- Daar, in Puente de Reina, en later ook in Pamplona maakten de vele middeleeuwse bruggen indruk. Sowieso vonden we het bijzonder hoe goed middeleeuwse en zelfs Romeinse bouwwerken in Zuid-Frankrijk en Spanje behouden zijn gebleven:

- Burgos stal mijn hart. Zo mooi is de stad niet, maar wat een levendigheid! Er gebeurde de hele tijd van alles, van politieke demonstraties tot filmopnames en historische re-enactments. We keken rond in leuke winkeltjes, bezochten de beroemde kathedraal, een nieuw en ruim museum over de eerste Europeanen, én een concert van een Amerikaans koor. Op de terugweg daarvan ontmoetten we reuzen:

- De terugreis, 19 uur in de bus, was doorbijten, maar leidde nog wel tot een memorabel moment: onze enige lekke band. Nouja, lekke band is een understatement; zo zag het wiel van de fietsaanhanger er rond 2 uur ’s nachts in de buurt van Bordeaux uit (foto door de chauffeur) – desalniettemin kwamen we volgens planning in Breda aan:

Ik heb dan ook nog eens mijn professionele ogen uitgekeken op allerlei taal-dingen – daarover ben ik bezig met een serie op mijn andere weblog.
Los van al die hoogtepunten was het dagelijkse fietsen gewoon heerlijk, met de dagelijkse koffiestops (de Spaanse café con leche vind ik de lekkerste koffie van allemaal), de boodschappen op de gekste plekken, en ook de rest van het dagelijkse trekkersbestaan, in de tent en in appartementen en een paar hotels. We hebben echter minder gekampeerd dan verwacht, deels door het slechte weer, en deels ook wel omdat een appartementje beter uitkwam. Het was makkelijk te regelen steeds ook (lang leve het laagseizoen!) en zo konden we wel zelf koken. Ook speelde een rol dat kamperen definitief niet meer is wat het vroeger was: we waren wel eens de enige tent tussen muren van grote campers. Pas op de laatste camping, bij Pamplona, hadden we de ouderwetse camping-gezelligheid, vooral door de mede-fietsbusreizigers. Met hen hadden we het er nog over: dat je steeds zo’n heel huishoudentje ’s ochtends op 2 fietsen kunt laden, blijft toch wel een wondertje.
Op naar #12
Ik kan alleen maar zeggen: wat een fantastische reis! Het was eerst wel ook spannend. Ik had het per dag gepland om op manliefs verjaardag aan de Trappist te zitten en daarbij gedacht: dat is wel ambitieus. Kunnen we dat nog, op ons 60e/68e? Bij vertrek hier (foto door buurman Marco) op zaterdag 2 mei had ik best stress, ook omdat alles afronden en inpakken voor 6 weken weg niet zonder lijkt te kunnen:

Ja, we kunnen het nog. Royaal zelfs. We liepen op een gegeven moment zelfs 3 dagen voor op mijn planning. Eén dag was door een rekenfout (boekje van de Véloroute du Soleil vond ik sowieso niet heel handig), één dag doordat we tussen Lyon en Arles langere afstanden aankonden dan ik had ingeschat (vlak, dalend, wind mee), en in de Pyreneeën hebben we iets ingekort. Dat leverde 3 ‘jokers’ op, waarvan we er 2 hebben ingezet in de vorm van een extra rustdag vóór de Pyreneeënpas en in wat kortere dagen door Spanje (allebei fijn). Zo waren we nog steeds ruim op tijd in Burgos.
Dát we het gehaald hadden, dat ik goed had gepland, dat we, in precies 5 weken tijd, 2400 kilometer hadden gefietst, op eigen kracht, dat maakte op 7 juni het zien van dit bordje een kippenvelmoment:

En in de vensterbank staan nu deze drie trofeeën:

En ja, de eerste plannen voor de 12e Trappist zijn er al. We willen via Slovenië en Kroatie naar Rome. Gaat nog wel even duren, maar het kriebelt nou al!




Fijn, dit verslagje!