Toen ik laatst schreef dat ik me hier zou melden kort voor mijn eerste triathlon in ruim 14 maanden, dacht ik daarbij aan mijn gebruikelijke procesevaluatie net voor de wedstrijd. Kort daarna realiseerde ik me dat ik vandaag sowieso zou moeten schrijven eigenlijk, want: het is vandaag precies 10 jaar geleden dat ik finishte in de Ironman van Vichy! Dat is iets om hier te memoreren natuurlijk. Foto:

‘You are an Ironman’, 28-8-2016.
Vergeleek ik in die vorige post met vorig jaar, dit keer een vergelijking met 10 jaar geleden. Of nouja: er is op één punt een interessant verschil met 10 jaar geleden. Ik bedoel: er zijn een heleboel verschillen met 10 jaar geleden, bijvoorbeeld dat ik nu niet aan een hele triathlon zou moeten denken. Maar één verschil heeft me wel een beetje bezig gehouden: trainen voor die Ironman vroeg volledige toewijding, daar moest en mocht van alles voor wijken, en dat was deze zomer heel anders. Met consequenties vooral, gek genoeg, voor mijn fietsen. Ik leg het uit.
Net terug van vakantie keek ik vooruit naar de 2,5 maand die me restten tot morgen, en waarin ik mezelf van vakantiefietser weer in triatleet wilde veranderen. In een beetje goed presterende triatleet, want 1 kilometer zwemmen en 40 kilometer fietsen lukken me ongetraind nog wel. 10 kilometer hardlopen niet, dat had prioriteit. Verder had ik wel een beetje een beeld bij wat ik bij elk van de sporten wilde bereiken. Welnu, ik kan mezelf voor hoe ik dat sindsdien heb gedaan twee schouderklopjes geven, en ik heb een les geleerd:
Schouderklopje 1: Hardlopen
Hardlopen is gewoon goed gegaan: ik heb nu 3 keer 10 kilometer of langer gelopen, lekker en met plezier, en ook al best wel wat aan tempo gedaan in wedstrijdjes en intervaltrainingen. Naast de 4 korte wedstrijden van de JARO zomercup heb ik ook nog meegedaan met de (vanwege de hitte tot 6 kilometer ingekorte) Boulevardloop en de 6 kilometer bij de 15 van Wolphaartsdijk (ook heet, niet ingekort; foto). 
Waar ik nu sta, is ongeveer het maximale waar ik half juni op had durven hopen. Dat ondanks de hitte en de achillespeesproblemen waarmee ik thuiskwam en die nog steeds niet 100 procent over zijn (kom ik binnenkort hier nog op terug). Dik tevreden dus.
Met één ding had ik echter geen rekening gehouden, en dat is dat ik morgen niet 10 maar 12,5 kilometer moet lopen. Triathlon Hoeksche Waard wordt namelijk een run-bike-run vanwege de slechte waterkwaliteit. Oef! Echt heel erg jammer, want dat maakt het voor mij echt heel erg veel minder leuk: zwemmen gaat net zo lekker, het accent verschuift naar wat eigenlijk mijn slechtste onderdeel is en dat wordt wel erg veel zo (mijn maximale duurlooplengte was 11 kilometer), het leek me een tof zwemparcours, en als ik eerst 7,5 kilometer moet lopen fiets ik ook minder lekker en goed. Het is niet anders en het past in het plaatje van deze zomer, maar het drukt wel mijn enthousiasme.
Schouderklopje 2: Zwemmen
Zwemmen heeft mijn verwachtingen overtroffen. Daar heeft de Oosterschelde-oversteek waar ik eerder over schreef veel mee te maken: die motiveerde me om lang te zwemmen en gaf me een zwem-kick. Ik heb sindsdien ook alweer twee keer met de plaatselijke groep openwaterzwemmers Kattendijke-Wemeldinge meegezwommen en de Vlissingse Zeezwemrace volbracht. Van die laatste hieronder een foto-impressie; manlief was mee als fotograaf.

Wat zwemmen in Vlissingen bijzonder maakt: de vaargeul is dichtbij.


Algensnor en-baard?
Ervoor hadden manlief en ik trouwens nog een ‘kleine oversteek’ gezwommen die ik hier nog niet had gemeld: naar Tiengemeten en terug, voor ons heel romantisch, want dat hadden we in ons eerste weekend samen, 24 jaar geleden, ook gedaan en sindsdien niet meer.
Het is dus een toffe zwemzomer geworden! Hard gaat het nog niet, maar ik zwem wel lekker en technisch ook nog steeds wel redelijk, volgens mij, en ik heb mijn schouders sterker voelen worden. Dus ik dacht: kom maar op met die kilometer morgen! Maar helaas, dat gaat hem niet worden dus.
De les
Plan was om op de fiets het gat te dichten tussen de goed ontwikkelde rustige duur en pure kracht waarmee ik thuiskwam. Dat is niet gelukt. Aan die twee polen heb ik eigenlijk nog te veel gedaan, en aan wat er conditioneel tussenin zit (het hoog-intensieve gebied) te weinig. Het is altijd maar een momentopname, maar bij de laatste training, vorige week vrijdag, had ik de indruk dat mijn FTP nu lager is dan half juni in plaats van hoger. Dat was niet de bedoeling natuurlijk, maar in die trainingen zat duidelijk te weinig structuur:
- Ik heb een paar keer een intervaltraining opgeofferd aan een leuke tocht. Zo heb ik bijvoorbeeld in een week drie lange tochten gemaakt. Op de maandag reed ik met wat paperassen voor mijn jaarrekening en belastingopgave bij me via een heerlijke omweg via Tholen naar Dreischor, waar Marian van mijn administratiekantoor zit. Op donderdag had ik een lunchafspraak in Vlissingen en toen dacht ik: zal ik dat dan met trein of auto doen en daarna alsnog een intervaltraining? Nee, toch maar met de fiets naar Vlissingen, veel te lekker. Een paar dagen later had manlief wel zin in een gemeenschappelijk ritje dat al langer op mijn verlanglijst stond: de Keetie van Oosten-Hage route. Dat werd een week van 267 kilometer, 0 daarvan intensief. Maar wel hartstikke mooie en lekker!

- Ik had wat moeite met de uitvoering van de blokjestrainingen (4X8′ op FTP). Net terug van vakantie lukte het niet om mezelf in die mate pijn te doen; dat vraagt echt een heel andere mindset dan vakantiefietsen. Daarna had ik twee keer pech: te druk op de route en/of te harde wind voor een nette uitvoering. Als ik moet remmen en sturen of te hard ga in de meewind, krijg ik het beoogde vermogen niet voor elkaar, en daarbij ging dan ook wat frustratie daarover een rol spelen. De VO2-max-intervallen, korter en op hoger vermogen, gingen beter.
- Ik heb zware krachttraining gedaan. Dat was om de kracht van de fietsvakantie te behouden maar ik ben zelfs nog verder gekomen, verder dan in heel lang. Ik sta er nu zelfs beter voor dan in de 2 jaren dat ik me specifiek richtte op het fietsen, voor de Radweltpokal. Uiteindelijk kan ik daar ver mee komen, lijkt me, en ik heb nog verder weg liggende doelen (volgend jaar EK triathlon voor masters). Eén keer ging ik daarna een intervaltraining doen en dat is dan toch duidelijk lastig, want zware krachttraining komt echt hard aan. Mijn explosieve vermogen, dus wat ik kort maximaal kan trappen, is sinds half juni door die krachttraining wel nog toegenomen.
- Fietsen was een beetje de sluitpost van m’n trainen. Dat hardlopen, dat ‘moest’ vanwege de triathlonplannen, en voor hardlopen en zwemmen motiveerden de evenementen ook, maar met die vastliggende evenementen, daar uitgerust voor willen zijn, sowieso het broodnodige herstellen tussendoor, zeker van die hard-aankomende krachttraining, de hitte, werk (want ja, ook dat liep de hele zomer door, niet heel druk, maar toch) en af en toe ook nog andere leuke dingen (foto-impressie van een paar daarvan hieronder) was het een heel gepuzzel om de trainingsweek ‘rond’ te krijgen. Dan mocht intensief fietsen als eerste wijken, want die 40 kilometer, die lukt sowieso wel, en dan rijd ik vast nog best wel hard ook. Het deed me wel weer realiseren hoe lastig het is om 3 sporten tegelijk goed te krijgen – wat een puzzel is triathlontraining toch!

Foto die manlief maakte tijdens excursie Zeeuws Landschap naar een inlage op Noord-Beveland

Idem – je kijkt hier in een trapleuning de dijk op

Stukje varen in onze Hobie-trapkajak, voor het eerst op het Veerse meer
* * *
Nou, duidelijk, lijkt me: ten opzichte van volledige toewijding en alles laten wijken voor de triathlons die er nu aan komen liet ik juist van alles voorgaan: sporten waar ik zin in had, van de zomer genieten, leuke dingen doen, evenementen en verder weg liggende doelen.
Was dat okee? Ja, dat was helemaal okee. Het was een fijne zomer met veel lang buiten zijn (al was het soms te heet, deed de droogte pijn aan mijn ogen en maak ik me zorgen over de klimaatverandering). Ik voel me ontspannen en fit. En zo belangrijk zijn die aankomende triathlons niet, zeker niet de run-bike-run morgen. Ik wist ook al vantevoren: in 2,5 maand tijd ga ik sowieso niet op mijn best zijn. Dat heeft gewoon meer tijd nodig. Ik heb er bovendien van geleerd dat op mijn best zijn niet alleen meer tijd, maar ook meer toewijding vraagt. Die les neem ik mee voor die volgende plannen.
Maar goed, eerst morgen. Triathlon Hoeksche Waard was op het vorige parcours en onder de oude naam, Binnenmaas, de ‘moeder aller triathlons’ voor mij: de eerste die ik ooit zag toen ik manlief kwam supporteren, 24 jaar geleden (in hondenweer toen trouwens), en de eerste die ik zelf deed, 15 jaar geleden. Daar kwam nog bij dat het brandpunt van het nieuwe parcours, Strijensas, manliefs geboortedorp is. We zien er ongetwijfeld een boel bekenden. Ook zonder zwemmen is dat genoeg om naar uit te kijken, ook omdat we dat nieuwe parcours de eerste twee edities niet hadden kunnen doen (vorig jaar waren we nog op vakantie, het jaar daarvoor hadden we autopech). Ik heb me goed kunnen voorbereiden met, na nog wat materiaaltests vorige week (ook nodig na die lange triathlonloze tijd), rustige dagen met lekker veel yoga. Ik ben er dus wel klaar voor. Qua prestatie verwacht ik er niet veel van, maar hopelijk wordt het wel gewoon leuk.




Benieuwd hoe het gegaan is vandaag, maar daar schrijf je binnenkort vast over. Goed te lezen dat je veel plezier hebt gehad in het sporten en dat soms ook verkiest boven wat soms nodig is om optimaal te presteren. En wie weet hoe het vandaag toch gegaan is bij de run-bike-run!