Maandarchieven: augustus 2026

Ge-run-bike-run’d in de Hoeksche Waard

Afgelopen zaterdag heb ik in de Hoeksche Waard een hiaat gevuld in m’n collectie multisport-afstanden: de run-bike-run over de kwart afstand. Die ontbrak nog, terwijl ik wel al de 1/8e en de halve afstand had. Altijd leuk – ik zal m’n collectie binnenkort weer eens posten. Op één keer een 1/8e na waren al die run-bike-runs dan ook tegen wil en dank: zwemmen kon niet doorgaan. Mijn grote hobby zal het nooit worden, zo’n run-bike-run, om wat ik vrijdag al schreef: te veel lopen, en als ik heb gelopen vóór het fietsen, fiets ik minder lekker. Maar goed, naar omstandigheden ging het zaterdag best okee en het was leuk.

Wat in elk geval heel leuk was: het was een prachtparcours, vanuit manliefs pittoreske geboortedorp Strijensas…

Lopen langs de Oeverlanden van het Hollands Diep en fietsen door een mooi stukje Hoeksche Waard. Dat was fijn, en het weer was dat ook. Nouja, het woei serieus hard – in het laatste fietsrondje ging ik het zelfs een beetje eng vinden. Maar het was droog en zonnig, en in de luwte zelfs een beetje warm. We hadden veruit het beste van de dag! Het ging net spetteren toen we bij de auto waren en ’s middags heeft het waar wij waren (op bezoek bij vrienden) gegoten, hopelijk viel het in Strijensas mee voor de deelnemers aan de korte afstand.

Wat ook goed ging, is dat ik mijn wedstrijdplan kon uitvoeren: 1e loop (7,5 km)  in 6’/km, fietsen (officieel 40 kilometer maar het waren er maar 36) op 190 Watt NP (werd 192, zag ik later), eten en drinken, en dan zien wat er nog in zat voor de afsluitende 5 km lopen. Dat was niet veel: duurlooptempo, 6’30/km. Dat viel een beetje tegen, en het voelde bere-zwaar. Daar speelde naast de totale loopafstand (afgezet tegen mijn getraindheid) de warmte wel een rol in en wat ik al had bedacht maar niet meer had kunnen oplossen: ik had te weinig gedronken. Ten opzichte van zwemmen droog ik bij 7,5 kilometer hardlopen in zon en wind veel meer uit, en ik kan lopend maar weinig drinken. Dus ging ik met dorst de fiets op, en meer dan de gebruikelijke 2 bidonnen had ik niet tot mijn beschikking. Dat was duidelijk te weinig: het duurde na de finish nog uren voor ik weer moest plassen. Dat is een fout, zeg maar. Ik zou niet weten hoe ik dat anders had kunnen doen, maar ik kan er niet mee zitten want ik train toch niet voor zulke run-bike-runs.

Ik liep ver in de achterhoede, heb op de fiets flink kunnen inhalen (helaas manlief net niet), bij de 2e loop weer enkele plekken verloren en ik finishte uiteindelijk in 2:33:50 als 69e van de 76 finishers (1 DNF en dan moeten er zo’n 23 oftewel bijna een kwart niet zijn komen opdagen, beetje sneu – de vele lege plekken in het parc fermé vielen op). Als veruit oudste deelneemster weer, enige D60+ – als ik het goed heb gezien, waren er 2 andere vrouwen net boven de 50 en daartussen zou ik 2e geworden zijn. Ook manlief was de oudste, hij werd 57e (2:27:00).

Ik had tussen de 23 vrouwen de 6e fietstijd 😇. Desalniettemin voelt 190 Watt NP voor mij wat onbevredigend, maarja, ik kon voelen dat het lopen eerst weg moest trekken uit mijn benen – die gingen het per rondje beter doen. Ik had het vermogen wel goed ingeschat: meer zat er echt niet in – mijn benen waren de rest van de dag kramperig en zijn vandaag (maandag) nog duidelijk niet hersteld.

We zien altijd bekenden in de Hoeksche Waard, waar manlief tot 21 jaar geleden woonde, al wordt dat wel steeds minder in een best wel jeugdig deelnemersveld. Toch wel praatje in de wisselzone, voor de start:

Erg grappig, we hadden startnummers six-seven, hier te zien samen met de mooie kleur shirts die we kregen:

(Je kon van het shirt afzien ten behoeve van een goed doel, dus ik voel me zo bijna schuldig – we wisten dat niet.)

De triathlons van deze periode zijn naast voor een boel sportplezier voor mij ook bedoeld om van te leren richting volgend jaar. Een run-bike-run is zo anders dat er niet veel lessen te trekken zijn, behalve dan eentje, naderhand, toen ik erover mijmerde: dat ik me niet topfit hoef te voelen om goed te presteren en dat, omgekeerd, me topfit voelen niet betekent dat ik in topvorm ben. Ik voel me de laatste tijd hartstikke goed, waar bijvoorbeeld vorig jaar in de belangrijkste periode van mijn seizoen de ‘sprankeling’ maar niet wilde komen. Maar ik ben bepaald niet in topvorm – wat ik ook al wist (en de getallen van zaterdag zijn ernaar). En wat teruglezend op dit blog over mijn 2 laatste goede kwart triathlons zag ik dat ik bij de een snotterend naar een PR gegaan ben en de ander was een soort seizoenstoetje waar ik niet specifiek voor had getraind. Dat relativeert. Onthouden!

Wat ik zo teruglezend wel ontdekte, is dat die goede kwart triathlons vooraf waren gegaan door het lopen van een halve marathon. Oftwel: loop-overschot helpt. Ik weet dus wat me te doen staat. Zaterdag droeg er al een beetje aan bij, dat was óók een goede training.

Maar toch jammer van het zwemmen.

 

(1e 4 foto’s van de organisatie; 5e gemaakt door vrijwilliger – dank!)

 

 

Door |2026-08-31T16:42:39+02:0031 augustus 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen|2 Reacties

Weer triatleet worden: 2 schouderklopjes, 1 les

Toen ik laatst schreef dat ik me hier zou melden kort voor mijn eerste triathlon in ruim 14 maanden, dacht ik daarbij aan mijn gebruikelijke procesevaluatie net voor de wedstrijd. Kort daarna realiseerde ik me dat ik vandaag sowieso zou moeten schrijven eigenlijk, want: het is vandaag precies 10 jaar geleden dat ik finishte in de Ironman van Vichy! Dat is iets om hier te memoreren  natuurlijk. Foto:

‘You are an Ironman’, 28-8-2016.

Vergeleek ik in die vorige post met vorig jaar, dit keer een vergelijking met 10 jaar geleden. Of nouja: er is op één punt een interessant verschil met 10 jaar geleden. Ik bedoel: er zijn een heleboel verschillen met 10 jaar geleden, bijvoorbeeld dat ik nu niet aan een hele triathlon zou moeten denken. Maar één verschil heeft me wel een beetje bezig gehouden: trainen voor die Ironman vroeg volledige toewijding, daar moest en mocht van alles voor wijken, en dat was deze zomer heel anders. Met consequenties vooral, gek genoeg, voor mijn fietsen. Ik leg het uit.

Net terug van vakantie keek ik vooruit naar de 2,5 maand die me restten tot morgen, en waarin ik mezelf van vakantiefietser weer in triatleet wilde veranderen. In een beetje goed presterende triatleet, want 1 kilometer zwemmen en 40 kilometer fietsen lukken me ongetraind nog wel. 10 kilometer hardlopen niet, dat had prioriteit. Verder had ik wel een beetje een beeld bij wat ik bij elk van de sporten wilde bereiken. Welnu, ik kan mezelf voor hoe ik dat sindsdien heb gedaan twee schouderklopjes geven, en ik heb een les geleerd:

Schouderklopje 1: Hardlopen

Hardlopen is gewoon goed gegaan: ik heb nu 3 keer 10 kilometer of langer gelopen, lekker en met plezier, en ook al best wel wat aan tempo gedaan in wedstrijdjes en intervaltrainingen. Naast de 4 korte wedstrijden van de JARO zomercup heb ik ook nog meegedaan met de (vanwege de hitte tot 6 kilometer ingekorte) Boulevardloop en de 6 kilometer bij de 15 van Wolphaartsdijk (ook heet, niet ingekort; foto).

Waar ik nu sta, is ongeveer het maximale waar ik half juni op had durven hopen. Dat ondanks de hitte en de achillespeesproblemen waarmee ik thuiskwam en die nog steeds niet 100 procent over zijn (kom ik binnenkort hier nog op terug). Dik tevreden dus.
Met één ding had ik echter geen rekening gehouden, en dat is dat ik morgen niet 10 maar 12,5 kilometer moet lopen. Triathlon Hoeksche Waard wordt namelijk een run-bike-run vanwege de slechte waterkwaliteit. Oef! Echt heel erg jammer, want dat maakt het voor mij echt heel erg veel minder leuk: zwemmen gaat net zo lekker, het accent verschuift naar wat eigenlijk mijn slechtste onderdeel is en dat wordt wel erg veel zo (mijn maximale duurlooplengte was 11 kilometer), het leek me een tof zwemparcours, en als ik eerst 7,5 kilometer moet lopen fiets ik ook minder lekker en goed. Het is niet anders en het past in het plaatje van deze zomer, maar het drukt wel mijn enthousiasme.

Schouderklopje 2: Zwemmen

Zwemmen heeft mijn verwachtingen overtroffen. Daar heeft de Oosterschelde-oversteek waar ik eerder over schreef veel mee te maken: die motiveerde me om lang te zwemmen en gaf me een zwem-kick. Ik heb sindsdien ook alweer twee keer met de plaatselijke groep openwaterzwemmers Kattendijke-Wemeldinge meegezwommen en de Vlissingse Zeezwemrace volbracht. Van die laatste hieronder een foto-impressie; manlief was mee als fotograaf.

Kleine zwemmertjes met op de achtergrond een groot schip

Wat zwemmen in Vlissingen bijzonder maakt: de vaargeul is dichtbij.

Ik met groenbruine aanslag op m'n (blije) gezicht onder dubbele badmuts en zwembrilletje

Algensnor en-baard?

Ervoor hadden manlief en ik trouwens nog een ‘kleine oversteek’ gezwommen die ik hier nog niet had gemeld: naar Tiengemeten en terug, voor ons heel romantisch, want dat hadden we in ons eerste weekend samen, 24 jaar geleden, ook gedaan en sindsdien niet meer.
Het is dus een toffe zwemzomer geworden! Hard gaat het nog niet, maar ik zwem wel lekker en technisch ook nog steeds wel redelijk, volgens mij, en ik heb mijn schouders sterker voelen worden. Dus ik dacht: kom maar op met die kilometer morgen! Maar helaas, dat gaat hem niet worden dus.

De les

Plan was om op de fiets het gat te dichten tussen de goed ontwikkelde rustige duur en pure kracht waarmee ik thuiskwam. Dat is niet gelukt. Aan die twee polen heb ik eigenlijk nog te veel gedaan, en aan wat er conditioneel tussenin zit (het hoog-intensieve gebied) te weinig. Het is altijd maar een momentopname, maar bij de laatste training, vorige week vrijdag, had ik de indruk dat mijn FTP nu lager is dan half juni in plaats van hoger. Dat was niet de bedoeling natuurlijk, maar in die trainingen zat duidelijk te weinig structuur:

  • Ik heb een paar keer een intervaltraining opgeofferd aan een leuke tocht. Zo heb ik bijvoorbeeld in een week drie lange tochten gemaakt. Op de maandag reed ik met wat paperassen voor mijn jaarrekening en belastingopgave bij me via een heerlijke omweg via Tholen naar Dreischor, waar Marian van mijn administratiekantoor zit. Op donderdag had ik een lunchafspraak in Vlissingen en toen dacht ik: zal ik dat dan met trein of auto doen en daarna alsnog een intervaltraining? Nee, toch maar met de fiets naar Vlissingen, veel te lekker. Een paar dagen later had manlief wel zin in een gemeenschappelijk ritje dat al langer op mijn verlanglijst stond: de Keetie van Oosten-Hage route. Dat werd een week van 267 kilometer, 0 daarvan intensief. Maar wel hartstikke mooie en lekker!Bordje Keetie van Oosten-Hage route
  • Ik had wat moeite met de uitvoering van de blokjestrainingen (4X8′ op FTP). Net terug van vakantie lukte het niet om mezelf in die mate pijn te doen; dat vraagt echt een heel andere mindset dan vakantiefietsen. Daarna had ik twee keer pech: te druk op de route en/of te harde wind voor een nette uitvoering. Als ik moet remmen en sturen of te hard ga in de meewind, krijg ik het beoogde vermogen niet voor elkaar, en daarbij ging dan ook wat frustratie daarover een rol spelen. De VO2-max-intervallen, korter en op hoger vermogen, gingen beter.
  • Ik heb zware krachttraining gedaan. Dat was om de kracht van de fietsvakantie te behouden maar ik ben zelfs nog verder gekomen, verder dan in heel lang. Ik sta er nu zelfs beter voor dan in de 2 jaren dat ik me specifiek richtte op het fietsen, voor de Radweltpokal. Uiteindelijk kan ik daar ver mee komen, lijkt me, en ik heb nog verder weg liggende doelen (volgend jaar EK triathlon voor masters). Eén keer ging ik daarna een intervaltraining doen en dat is dan toch duidelijk lastig, want zware krachttraining komt echt hard aan. Mijn explosieve vermogen, dus wat ik kort maximaal kan trappen, is sinds half juni door die krachttraining wel nog toegenomen.
  • Fietsen was een beetje de sluitpost van m’n trainen. Dat hardlopen, dat ‘moest’ vanwege de triathlonplannen, en voor hardlopen en zwemmen motiveerden de evenementen ook, maar met die vastliggende evenementen, daar uitgerust voor willen zijn, sowieso het broodnodige herstellen tussendoor, zeker van die hard-aankomende krachttraining, de hitte, werk (want ja, ook dat liep de hele zomer door, niet heel druk, maar toch) en af en toe ook nog andere leuke dingen (foto-impressie van een paar daarvan hieronder) was het een heel gepuzzel om de trainingsweek ‘rond’ te krijgen. Dan mocht intensief fietsen als eerste wijken, want die 40 kilometer, die lukt sowieso wel, en dan rijd ik vast nog best wel hard ook. Het deed me wel weer realiseren hoe lastig het is om 3 sporten tegelijk goed te krijgen – wat een puzzel is triathlontraining toch!
    Scholekster

    Foto die manlief maakte tijdens excursie Zeeuws Landschap naar een inlage op Noord-Beveland

    Wespennest in buis

    Idem – je kijkt hier in een trapleuning de dijk op

    Ik op de rug gezien in bootje

    Stukje varen in onze Hobie-trapkajak, voor het eerst op het Veerse meer

* * *

Nou, duidelijk, lijkt me: ten opzichte van volledige toewijding en alles laten wijken voor de triathlons die er nu aan komen liet ik juist van alles voorgaan: sporten waar ik zin in had, van de zomer genieten, leuke dingen doen, evenementen en verder weg liggende doelen.

Was dat okee? Ja, dat was helemaal okee. Het was een fijne zomer met veel lang buiten zijn (al was het soms te heet, deed de droogte pijn aan mijn ogen en maak ik me zorgen over de klimaatverandering). Ik voel me ontspannen en fit. En zo belangrijk zijn die aankomende triathlons niet, zeker niet de run-bike-run morgen. Ik wist ook al vantevoren: in 2,5 maand tijd ga ik sowieso niet op mijn best zijn. Dat heeft gewoon meer tijd nodig. Ik heb er bovendien van geleerd dat op mijn best zijn niet alleen meer tijd, maar ook meer toewijding vraagt. Die les neem ik mee voor die volgende plannen.

Maar goed, eerst morgen. Triathlon Hoeksche Waard was op het vorige parcours en onder de oude naam, Binnenmaas, de ‘moeder aller triathlons’ voor mij: de eerste die ik ooit zag toen ik manlief kwam supporteren, 24 jaar geleden (in hondenweer toen trouwens), en de eerste die ik zelf deed, 15 jaar geleden. Daar kwam nog bij dat het brandpunt van het nieuwe parcours, Strijensas, manliefs geboortedorp is. We zien er ongetwijfeld een boel bekenden. Ook zonder zwemmen is dat genoeg om naar uit te kijken, ook omdat we dat nieuwe parcours de eerste twee edities niet hadden kunnen doen (vorig jaar waren we nog op vakantie, het jaar daarvoor hadden we autopech). Ik heb me goed kunnen voorbereiden met, na nog wat materiaaltests vorige week (ook nodig na die lange triathlonloze tijd), rustige dagen met lekker veel yoga. Ik ben er dus wel klaar voor. Qua prestatie verwacht ik er niet veel van, maar hopelijk wordt het wel gewoon leuk.

Door |2026-08-28T10:27:02+02:0028 augustus 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|1 Reactie

Heel anders dan de taaiheid van vorig jaar

Tijdje niet geschreven, maar geen nieuws was goed nieuws: ik was gewoon lekker aan het trainen. Net als vorig jaar moest ik ‘verbreden’ na een fietsvakantie, vooral: de andere sporten weer oppakken. Ik herinnerde me van toen dat ik dat best wel taai vond, ik schreef daar een blogpost over. Ik herken die taaiheid dit jaar wel, maar ik ervaar het toch als heel anders. Het ís ook heel anders.

Wat ik herken, is dat het verbreden in het begin helemaal niet zo makkelijk is. Na dik 6 weken niet fietsen en zwemmen gaan die sporten gewoon moeizaam: het duurt een tijdje voor ik weer lekker loop en zwem. Met duurlopen heb ik de 10 kilometer ondertussen in the pocket, maar o, wat traag! Ik keek even terug en ook vorig jaar liep ik die eerste wat langere duurlopen heel traag. Hoort erbij, kennelijk.

Wat ik dit jaar duidelijk ook taai vond, was om me weer te ‘onderwerpen’ aan het meer prestatiegerichte trainen. Aan tempo’s en vermogens enzo, aan mezelf pijn doen. In dat opzicht vond ik dus zelfs fietsen een beetje taai! Want de basis is prima, maar op vakantie doe ik echt geen zware intervallen en heb ik geen enkel snelheidsdoel. Van vakantiefietser weer triatleet worden vergde dus ook een verandering van mindset.

Daarmee heb ik meteen een verschil met vorig jaar te pakken: toen had ik alleen voor hardlopen doelen, voor de andere 2 sporten niet. Zwemmen ging meteen in de onderhoudsstand, omdat ik wist dat er tussen toen (oktober) en het volgende triathlonseizoen nog een fietsvakantie zou zitten. Fietsen deed ik wel, maar met een ver weg liggend doel. Nu wilde ik 2,5 maand na thuiskomst klaar zijn voor een kwart triathlon. Dat gaf richting, maar ook druk.

Er kwam nog meer druk bij voor het zwemmen toen sportmaatje Dies aankondigde weer een oversteek van de Oosterschelde te organiseren: Yerseke-Gorishoek (Tholen). Dat doet hij 1 keer per jaar en het leek me gaaf om aan mee te doen, maar de vorige twee jaren kon ik niet. Nu was het wat krap qua opbouw: ging dat al lukken, op 1 augustus 3,3 kilometer zwemmen in zee? Met in mijn achterhoofd dat ik vorig jaar in het opbouwen een schouder overbelastte – een van de meest taaie dingen van toen. Daarvoor wilde ik van tevoren ook wel wat langer zwemmen, maar ook dat valt in de categorie ‘taai’. Ik zwalkte wat heen en weer tussen dat toch doen en denken ‘te veel druk’.

Uiteindelijk had ik een kleine week van tevoren in het open water het goede gevoel ineens te pakken en zwom ik 2,4 kilometer in een acceptabel tempo. Toen heb ik me aangemeld, en zodoende heb ik op 1 augustus inderdaad de Oosterschelde overgezwommen. Onder begeleiding van een heuse mosselkotter en in een grote groep. Ik heb er 1,5 uur over gedaan, zo lang heb ik in geen jaren gezwommen (mijn horloge gaf bijna 3,8 kilometer, het zal zo’n 3,5 geweest zijn). Maar het ging goed, ik was niet eens de laatste tussen een boel doorgewinterde zeezwemmers, en het was ontzettend gaaf. Het moment halverwege, met Yerseke en Gorishoek allebei even ver weg, vond ik tof, en de aankomst in Gorishoek was triomfantelijk. Hier sta ik helemaal links (met oranje badmuts) op de dijk van de finishplek:

Ik ben wel nog nooit zo moe geweest van zwemmen. We moesten na dat fotomoment nog even terugzwemmen naar de kotter die je op de achtergrond ziet, want de steiger was kapot. Ik was blij dat dat niet verder was dan dit! Henk was meegevaren en zette me in de allerlaatste meters op de foto:

Op de terugweg op de fiets vanuit Yerseke zwalkte ik de Postbrug op en de dag erna voelde ik me nog brak. Maar dat is ook stevig trainen natuurlijk en het was de moeite waard!

Die oversteek was wel het tofste om te doen, maar zo zijn er de afgelopen tijd wel meer dingen die het opbouwen minder taai maken dan vorig jaar. Ik schreef al over de zomercup, sindsdien was ik bij de 2e 3 kilometer 20 seconden sneller, bemoedigend.

Eindsprint bij de 3e Zomercup (3 km) - ik haal daarmee net Marina inWat ik verder leuk vind, is om te merken hoe mijn vorm zich weer verbreedt. Hoe ik van alleen-fietser weer ook hardloper, zwemmer en yoga’er word. Zonder problemen – een deel van de taaiheid van vorig jaar zat ‘m denk ik in misschien wel het grootste verschil met nu: toen zat er tussen de fietsvakantie en weer gaan trainen 2 weken ziek met corona. Ik denk dat ik daardoor toen veel meer spierpijn had dan nu, en ook een groter ‘gat’ had in mijn fietsconditie. Dat gat heb ik nu ook wel gevoeld: ik heb een goede lange, rustige duurconditie en veel kracht in mijn benen, maar het intensieve duurgebied blijft achter. Vorig jaar was dat nog veel erger zo. Ik ben het gat nu al aan het vullen – dat zijn die zware, op vermogen gerichte intervallen op de fiets.

Wat wel ook taai is, maar op een andere manier, is dat het zo’n extreme zomer is. Dat heeft dus niet met opbouwen na de fietsvakantie te maken, maar met het weer. Er gaat regelmatig iets niet door vanwege de hitte of het wordt ingekort, en vooral hardlopen moet ik goed timen. En is het een keer niet te warm, waait het te hard: in mijn euforie na de Oosterschelde-oversteek had ik me op de valreep ingeschreven voor de Vlissingse Zeezwemrace, maar die werd geannuleerd. Woensdag nieuwe kans.

Niet heel lang daarna ga ik afbouwen en toewerken naar mijn 1e triathlon in 14 maanden, ik kijk ernaar uit! Kort ervoor meld ik me weer.

Door |2026-08-14T10:07:08+02:0013 augustus 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Zwem|1 Reactie
Ga naar de bovenkant