Maandarchieven: juli 2026

Zakelijke verandering

Heel oplettende bezoekers van deze site hebben het misschien gezien: er is een kopje ‘coaching’ bijgekomen, en dat bevat inhoud die eerder op een aparte site stond, Sportkunstenaar. Die site is ondertussen vrijwel leeg en zal in april ophouden te bestaan. Dat is een zakelijke overweging: ik heb besloten om niet meer te investeren in mijn bezigheden als trainingsbegeleider, want ik verdien dat al een tijdje niet meer terug.

Dat is eigenlijk alles. Ik bedoel: verder verandert er niet zo veel. Ik vind het nog steeds erg leuk om met andere sporters te praten over hun aanpak en ik adviseer ze ook graag, zeker als het 45+’ers zijn. Dus iedereen is nog steeds welkom.

Het is natuurlijk wel te raden dat ik al en tijdje niet veel meer deed als trainer, behalve bijleren, wat ik overigens erg leuk vond (En vind. Alleen stop ik dus met ervoor te betalen.) Dat klopt, en deels is dat jammer, maar deels is het ook simpelweg een verschuiving van mijn aandacht naar politiek en verkeer. Zo gaan die dingen, en dat is prima.

Enne: deze site en mijn boek blijven wel gewoon bestaan, hoor! En ik sport zelf ook vrolijk verder.

 

Door |2026-07-27T12:07:55+02:0027 juli 2026|Trainer|0 Reacties

Fitheidnijd

In mijn eerste winter in Kapelle schreef ik hier over mijn zwembadfrustraties. Die gemoedelijke Zeeuwen leken in het zwembad te veranderen in horken die geen rekening houden met snellere zwemmers en er zelfs een uitgesproken hekel aan uiten. Het is sindsdien niet meer zo erg geweest. De Bloesem heeft nu een snelle baan, het is minder druk en ik weet beter op welke tijden ik ruimte heb.

Maar vorige week had ik toch weer een ronduit slechte ervaring. Ik ging als experiment naar het banenzwem-uur in het buitenbad van Stelleplas in Heinkenszand. Dat ken ik van 2 zwemlopen, de foto hieronder is van die in 2024. Het is een leuk bad en met het huidige weer is buiten zwemmen gewoon lekkerder dan binnen – af en toe naar het zwembad heb ik nodig voor mijn techniek.

Het buitenbad van Stelleplas onder heel andere omstandigheden: tijdens de zwemloop van 2024.

Wat bleek? Het was druk, veel drukker dan ik had verwacht. Dat er geen lijnen waren, had ik dan weer wél verwacht. Maar zo zwommen dus een heleboel mensen kriskras door elkaar, en ik zag geen ordening op snelheid of slag. Net als bij die eerdere ervaringen viel me op dat er niemand wat harder zwom – het was allemaal dobberen. Ik ben geen topzwemmer maar, zo zag ik, ik was wel twee keer zo snel als de op-een-na-snelste. Ik wist dus meteen: dit gaat ‘m niet worden.

Toch maar het beste ervan maken, ik had net € 8,10 euro betaald (oef) om binnen te komen. Dus ik van start, zo veel mogelijk al die breeduit zwaaiende schoolslagbenen vermijdend bij het inhalen en frontale botsingen voorkomend. Ik deed m’n uiterste best. Van enige vorm van zelf met m’n techniek bezig zijn was geen sprake, ik was alleen maar aan het slalommen. Ik liet zelfs mijn benen maar in de pullbuoy, scheelt gespetter. Kortom: ik was erg bezig met niet te hinderen.

Na een baantje of 6 werd ik aangesproken door een oudere vrouw in plat Zeeuws. Dat het echt niet kon zoals ik ‘als een blinde kip tekeer ging’, zoals net ‘tegen dat vrouwtje’.

Huh?

Ik heb uitgelegd dat ik de hele tijd (onder water, dus onzichtbaar, had ik erbij moeten zeggen) aan het kijken was. Dat maakte weinig indruk, ze vond het niet kunnen, dus heb ik er maar ingegooid ‘banenzwemmen is voor iedereen’. Dat snoerde haar de mond.

Net als toen in Goes wilde ik daarna eigenlijk meteen weg, ik voelde me echt ontzettend onwelkom. Maar ik ik dacht ook: ik laat me niet kisten en zwem in elk geval de kilometer uit. Dat heb ik gedaan, op hangen en wurgen; ik had niet de indruk dat de andere zwemmers ook maar enige rekening met mij hielden.

Onder de douche raakte ik in gesprek met een paar andere zwemsters die me gelukkig wel begrepen en ook nog een paar tips voor me hadden over andere tijdstippen en de beste plek (daar waar het trapje in de weg zit – uh…). Dat verzoende me weer enigszins, maar helemaal lekker weg ging ik niet. Gelukkig wachtte me nog een fietsrit naar huis, altijd goed voor mijn humeur.

Met deze ervaring nog vers in mijn geheugen las ik zaterdag de column van Arjen van Veelen in de NRC waarin hij beschrijft dat hij hardlopers graag ‘liefdevol wil tacklen’ omdat ze weerzin bij hem oproepen, walging bijna. De column zette me aan het denken. Ik herken wel een paar dingen die hij schrijft, zoals de neiging van sommige lopers om in hun eigen wereld te verdwijnen (met oordoppen op middenop het fietspad lopen), hardlopen als hip statussymbool, de nadruk op kwantificatie en het soms wat al te nadrukkelijke narcistische vertoon van afgetrainde spierbundels. Ik kan ook afgeven op de mate waarin sport een instrument is in neoliberaal kapitalisme, dat vind ik zelfs een interessante invalshoek aan de column (maar met een wel erg vooringenomen oordeel over lopers, alsof je niet anders kan lopen dan als, ik citeer, ‘heraut van het laatmodern competitief kapitalisme’).

De column heeft bovendien deels een luchtige toon, maar toch dacht ik al vanaf het begin: als je je zo stoort aan hardlopers, dan triggeren die kennelijk iets bij je. En dat geeft hij in de loop van de tekst toe:

Hardlopers laten je je slecht voelen over je lusten, je luiheid, je vetrolletjes.

Er viel een kwartje: fitheid irriteert mensen. Dat is ook wat er achter die lompheid in de zwembaden zit: dezelfde weerzin, voortkomend uit irritatie. Het gegeven dat ik als vrouw met grijs haar hard (nouja….) borstcrawl, betekent dat dat kan: een oudere vrouw kan harder zwemmen dan op dobbertempo. Dat kan confronterend zijn. Bijvoorbeeld voor andere oudere vrouwen die zichzelf heel sportief vinden omdat ze naar het zwembad gaan. Daarom is het zwembadgedrag in deze vergrijsde omgeving erger dan in het jongere Rotterdam.

Het deed me denken aan de ervaring van een tijdje terug. In kwam nieuw bij een overleggroepje waarin een bepalende vrouw van ongeveer mijn leeftijd zichzelf heel sportief vond. Ze kwam bijvoorbeeld op de fiets, vanaf ongeveer dezelfde afstand als ik. Op e-bike en alleen als het goed weer was. En toen kwam ik erbij. Ze mocht me niet, dat was duidelijk. Ik weet het niet zeker natuurlijk, maar ik denk dat ik tergend was voor haar zelfbeeld: ik kwam altijd op de fiets, ook als het slecht weer was, en ik trapte zelf. Het kon dus duidelijk veel sportiever dan zij. Dat is naar.

Ik moet bekennen dat ik me soms ook echt superieur voel, een van de dingen die Arjan van Veelen storen aan hardlopers – hun aura van deugdzaamheid. Ik schreef hierboven niet voor niets ‘dobberaars’, dat is een oordeel. En ik vind mezelf daadwerkelijk een fietser van de betere soort dan al die gemakzuchtige luiwammesen met hun suffe hulpmotortjes.

Ik geef toe: niet mijn beste eigenschap. En mogelijk voelen mensen dat aan en reageren ze er stekelig op – ze hebben dan ergens nog een punt ook.

Maar om een misverstand uit de wereld te helpen: ik sport niet zoveel omdat ik met mijn fitheid andere mensen de ogen uit wil steken. Fitheid is bijvangst van een boel plezier en van het leven zoals ik dat wil lijden. De waarde van een mens zit ‘m niet in hoe fit die is. Ik zal e-bikers of trage schoolslagzwemmers dan ook nooit tacklen, zelfs niet liefdevol. Ik vraag alleen maar om een beetje ruimte om te doen wat me dierbaar is.

 

Door |2026-07-18T13:03:02+02:0018 juli 2026|Fiets, Loop, Zwem|0 Reacties

Alcohol: ongezonde, lekkere zelfmedicatie

Onlangs adviseerde de Gezondheidsraad om alcholgebruik te ontmoedigen en te ‘denormaliseren’. Ik voelde me aangesproken, want ik had net hier een enthousiast verslag geschreven over een fietsreis waarin bier het doel was. Ik had de blogpost nog tam gehouden op dat punt: in onze dagelijkse Polarsteps-verslagen ging het regelmatig over de streekbieren die we proefden en mijn zoektocht naar kleine flesjes wijn uit de gebieden waar we doorheen fietsten. Dat is ook normaliseren, en ja, ik drink alcohol. Op vakantie dagelijks. Terwijl mijn gezondheid mij lief is. Hoe zit dat?

Het lekkerste Franse streekbiertje, op de laatste avond in dat land

Ik weet dat elk glas alcohol gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Alcohol is een drug, behoorlijk verslavend, en met een boel negatieve gevolgen. Ik kan me ook verbazen over hoe gewoon het is. Bijvoorbeeld om met een glaasje op in de auto te stappen (ik hanteer zelf die 0,0 die de Gezondheidsraad in het verkeer bepleit) of om veel te drinken op bedrijfsborrels en aanverwanten. Of over hoe gauw je voor ‘ongezellig’ wordt uitgemaakt als je niet drinkt. Over hoe zeer sommige evenementen een aanleiding zijn voor ongelofelijke zuippartijen. Enzovoort. In dat opzicht ga ik mee met de Gezondheidsraad: daar mag wel wat aan gebeuren.

Me klem zuipen doe ik niet, maar ik merk de verslavendheid wel. Na thuiskomst had ik even moeite om uit de gewoonte van elke dag drinken te komen. Ik begrens mezelf onder andere door elk jaar een ‘maand droog’ te houden. Ik ben overigens ook bepaald niet de enige drinkende sporter: sporters drinken gemiddeld meer dan niet-sporters.

Dus ja, oppassen met die alcohol. Ik zou ook niemand aanmoedigen om te gaan drinken. Dat is ook niet de strekking van deze blogpost. Maar ik mis iets in de anti-alcoholverhalen: het simpele gegeven dat drank lekker is. Een koud biertje op een warme dag, een Westmalle Tripel, een glaasje wijn bij de pasta… Het verkennen van de smaken van streekbieren is voor ons een genoeglijk onderdeel van elke vakantie, net zoals we graag lokale lekkernijen proeven. Alcoholvrije bieren worden beter, maar halen het toch niet bij het echte werk, om over alcoholvrije wijn maar te zwijgen.

Voor mij is het helder: als ik wijn en bier niet lekker zou vinden, zou ik nauwelijks drinken. In de tijd dat ik slecht rook, dronk ik veel minder, want ik proefde het toch niet. Doe dan maar spa rood. Een paar jaar geleden ontdekten we Gimber voor in dat bubbeltjeswater, en dat vinden we bij het eten heel lekker. Sindsdien drinken we minder.

Halflege fles Gimber op tafel buiten

De Gimber staat al klaar voor het avondeten zometeen

Maar dat is niet het hele verhaal. In een artikel in de NRC over het advies van de Gezondheidsraad zegt oud-verslaafde en nu ervaringsdeskundige Roxane Catz:

Het probleem is dat alcohol vaak óók iets lijkt op te lossen: stress, eenzaamheid, spanning, onzekerheid, verveling.

Dat lijkt me een essentieel punt, dat ik zelf wel eens heb geformuleerd als: zie maar eens dit leven te leven in deze wereld, helemaal zonder genotsmiddelen, zonder af en toe wat verzachting en ontsnapping. Het is moeilijk om het leven onverdund tot je te nemen, zal ik maar zeggen. Zeker nu, ben ik geneigd te zeggen, maar genotsmiddelen zijn van alle tijden en culturen.

Te veel verzachting en ontsnapping is niet goed, maar een beetje mag wel. Anders ben je namelijk hardvochtig streng tegen jezelf. Of laat ik het bij mezelf houden: als ik van mezelf niet zou mogen drinken, ben ik wel heel streng voor mezelf. Af en toe de teugels laten vieren is goed. Heel goed zelfs, in een maatschappij die sterk disciplineert. Dat stoort me ook aan het advies van de Gezondheidsraad: we moeten brave burgers zijn.

Ikzelf gebruik alcohol ook wel eens om iets op te lossen, vooral slecht slapen. Een borrel bijvoorbeeld om na een late vergadering mijn drukke hoofd tot bedaren te brengen of in slaap te vallen bij lichamelijk ongemak. Ik weet dat alcohol de kwaliteit van mijn slaap negatief beïnvloedt, maar het kan me helpen inlapen en als ik niet inslaap, is er niet eens slaap waar de kwaliteit van beïnvloed kan worden.

Als ik op zulke slechte momenten niet zou mogen drinken, had ik misschien eerder behoefte aan medicijnen, en of dat nou de oplossing is… Bijwerkingen, verslaving, en het moet nog via de dokter ook, terwijl ik het nu in eigen hand heb. Een paar jaar geleden had ik een discussie met iemand die fel tegen alcohol was. In het gesprek vertelde zij dat zij ritalin, pijnstillers en slaapmiddelen gebruikte. Ik flapte eruit: ‘ja, zo kan ik het ook, afgeven op alcohol’. We praatten door en toen noemde zij mijn borrels ‘zelfmedicatie’ en daar zit wel wat in.

Ik (met dichte ogen, rommelig haar en warme kleren) drink uit een glas rode wijn

In de Rioja aan de Rioja

De meeste mensen die ik ken die niet drinken en ook geen andere genotsmiddelen gebruiken, daar zou ik niet mee willen ruilen. Omdat voor hen individueel geldt wat een ingezonden-brieven-schrijver (Ruud Gubbels) naar NRC schreef over landen, naar aanleiding van het artikel waar ik net uit citeerde: ze zijn niet gelukkig:

Waar de Gezondheidsraad aan voorbij gaat is het positieve van (een beetje) alcohol. De lijst van meest gelukkige landen ter wereld wordt aangevoerd door landen waar stevig wordt ingenomen. Die leven ondanks de alcohol ook nog eens het langste. Zet daartegenover de landen die alcohol absoluut verbieden: die staan ongeveer onderaan de lijst van geluk, leven aanzienlijk korter en hebben altijd oorlog en conflicten. Proost!

 

Door |2026-07-11T18:47:50+02:0011 juli 2026|Fiets, Triathlon algemeen, Waarom|1 Reactie

Vergelijkingsmateriaal

In krijg 'Start 3000' bij een streep op de skeelerbaanNet als vorig jaar was gister mijn eerste loop-evenement na de fietsvakantie een 3 kilometer op de skeelerbaan in Goes, georganiseerd door Jan Roose. Die doet dat 5 keer deze zomer: de JARO-zomercup. Ik was benieuwd hoe ik er ten opzichte van toen voor zou staan. Ik had toen al meer gelopen, de vakantie was al wat langer geleden, maar dat was vooral rustige duur, want net als nu had ik nog maar 1 intervaltraining achter de rug van 2X1 kilometer. Bovendien had ik tussendoor ook nog corona gehad. Ik was benieuwd hoe het nu zou gaan ten opzichte van toen.

Onze start: 6 vrouwen, 2 mannen, de meesten drukken op hun horloge, ik ook

Welnu, onder goede maar een fractie slechtere omstandigheden dan de ideale van vorig jaar (gisteravond iets warmer en iets meer wind) liep ik over de 3 kilometer 11 seconden sneller: 16’21. Lekker!

Ik van opzij aan het lopen

En wat ook een groot verschil is: ik verrekte toen de dag erna van de spierpijn. Nu voel ik benen en rug wel, maar niet extreem. Ook een goed teken.

Ik bezig samen met AV-56-loopster

Anders dan vorig jaar is de 3 km geen doel op zich. Desalniettemin vind ik het leuk om de Zomercup-wedstrijdjes te blijven doen. Het was weer gezellig gister en het blijven fijne, gemoedelijke wedstrijdjes. Bovendien was het een schitterende zomeravond. Op naar de volgende dus, over een week. Dan staat er 5 kilometer op de planning.

Op de achtergrond wat lopers en (deels piepjong) publiek

In het midden in het rode shirt Jan – top dat hij dit organiseert!

 

Door |2026-07-04T13:24:44+02:004 juli 2026|Loop|0 Reacties
Ga naar de bovenkant