De 6e van 5
Gister hebben Nicole en ik onze 6e van 5 vestinglopen gedaan. Huh? Het zijn er 5, zo staat het op de website, maar dit was echt onze 6e, want er is er eentje net afgevallen: die in Steenbergen, die deden we vandaag precies een jaar geleden. Die van gister is nieuw: Dordrecht. Het was, zoals altijd eigenlijk, weer een prachtig parcours door de binnenstad (sowieso mooie en historisch interessante stad) maar wel te krap om vrijuit te kunnen lopen, verder goed georganiseerd, een zeer gemêleerd en relatief jong deelnemersveld. Dit keer viel me op onze 5 kilometer de grote hoeveelheid vrouwen op: ongeveer 2/3e van het deelnemersveld! En tot slot een prachtige medaille:

Daar kwam nog uitstekend hardloopweer bij, en een voordeel van Dordrecht ten opzichte van Steenbergen, Hellevoetsluis en (vooral) Willemstad is dat het prima bereikbaar was, in een mooie wandeling vanaf het station, met op de terugweg een pauze op een terrasje.
Ik ben de eerste 2 kilometer bij Nicole gebleven en heb daarna gas gegeven, voor wat het waard was in het inhalen-met-slalommen, wat wel leuk was trouwens. Maar veel fut zat er ook niet in mijn benen. De laatste weken hebben erin gehakt: ik was uiteindelijk bijna 2 weken verkouden en heb in de week na de Paastrofee een paar keer ’s nachts gehoest. Ik vermoed daar ook wat hooikoorts bij, niet veel last van, maar ik heb ook wat geïrriteerde ogen af en toe. Daarna volgden nog een paar slechte nachten, onder andere in Den Haag waar ik was voor werk en m’n draai niet kon vinden in het hotelbed – want het was ook nog best wel druk met werk af en toe. Direct daarna kreeg ik woensdag een vaccinatie tegen gordelroos (nouja, kreeg: ik heb ‘m zelf betaald, ik vis net achter het net van het nieuwe landelijke programma). Daar ben ik best even brak van geweest. Ik zei voor de start tegen Nicole: ‘ik ben net op tijd weer fit’, maar als ik voelde hoe moe ik ’s avonds was, was dat nog niet zo. Nouja, geen ramp. De laatste nachten slaap ik weer prima, dus ik kom wel weer bij.
In elk geval: ik finishte uiteindelijk in 33:08, en dat is in dat veld heel gemiddeld, maar wat maakt het uit. Het was vooral gewoon heel leuk.
Op 1 dingetje na: mijn horloge begaf het. Een knetterbelangrijk knopje, namelijk om te pauzeren, af te drukken én te synchroniseren, ging in een paar dagen van ‘niets aan de hand’ via ‘beetje stroef’ (inclusief wat pogingen met naaimachine-olie en dreft) naar ‘doet niets meer’. Klokken is nog net gelukt, maar synchroniseren niet meer. Ik heb het zelfs nog geprobeerd met een puntje van de medaille! Nouja, hij heeft het bijna 6 jaar gedaan; opvolger is al onderweg.
Over de gordelroosvaccinatie nog even: ik heb al 2 keer gordelroos gehad en de 2e keer, in 2011, ben ik er flink ziek van geweest, onder andere met 5 weken zenuwpijn en ellende in m’n oog. Dat ik het al 2 keer heb gehad betekent volgens mijn huisarts dat ik verhoogd risico heb op een 3e keer: ik ben er gevoelig voor en/of ben als kind per ongeluk tegen een agressieve stam van het waterpokvirus aangelopen. De immuniteit is zo’n 15 jaar, dus had ik al lang in gedachten dat het rond m’n 60e verstandig zou zijn om me te laten vaccineren. Voor mij is het ook nog eens bedrijfsbelang: het ziekzijn in 2011 heeft me meer gekost dan nu het vaccin. Want het is nu wel prijzig, € 365,95 (voor de twee spuiten want er volgt ook nog een herhaling), en ik vind het spijtig dat dus alleen rijkeren zich dat kunnen permitteren. Goed dat het vaccinatieprogramma er komt dus, maar dat had eerder en breder gemogen. Ik heb in 2011 de zorg ook flink wat gekost… Een beetje rottig was de vaccinatie wel, een dikke 24 uur lang: nachtzweten, moe, tegen de hoofdpijn aan, snotterig; m’n arm voelde ik zaterdag nog. En ik moet in juni nog een keer. Maar goed, ik heb dat er wel voor over.





Dat het niet zo snel ging als ik had gehoopt, lag niet aan het trainen sinds begin maart. Ik ben in grote lijnen doorgegaan op de manier van de hele winter. Dat wil zeggen met vier ingrediënten: rustige duurlopen (liefst met dip erin), langere intervallen op ongeveer de anaerobe drempel (minstens 1 km van lengte, maximaal 4 km in totaal), en twee soorten kortere intervallen: 7X400m en 12X200. Waar ik die eerder afwisselde, heb ik ze in de weken sinds de vorige testloop week-bij-week gedaan, opbouwend van rustige duur naar steeds harder. Elk ingrediënt steeds in die week twee keer: de eerste week twee duurlopen, de tweede week twee van die met lange intervallen, daarna twee met vierhonderdjes, en tot slot twee keer de tweehonderdjes. Daarbij nog één keer een ‘mislukt’ loopje toen ik te moe bleek voor intervallen, en vorige week de 




