Maandarchieven: maart 2026

Alweer een goede wintertijd 😀🥉

Vorig jaar schreef ik in het weekend dat de zomertijd inging dat ik een zeldzaam goede wintertijd achter de rug had. Deze wintertijd was opnieuw goed, dus zo zeldzaam is dat kennelijk niet. Niet meer. Wel fijn!

Een heleboel dingen leken sterk op vorig jaar. Ik heb lekker getraind. Bij het lopen meer op snelheid dan op duur dit jaar, en dat ging goed. Ik heb weer met veel plezier gezwift en ook buiten kunnen fietsen; ik weet niet precies hoe ik ervoor sta, best wel okee, denk ik, misschien iets minder dan vorig jaar omdat ik van ‘lager’ moest komen na de corona, maar het gaat gewoon lekker. Ik heb weloverwogen minder gezwommen, maar naar omstandigheden gaat ook dat goed.  Project daglicht (in de wintertijd elke dag in het daglicht naar buiten, in totaal minstens zeven uur per week) beleefde seizoen 6 en blijft me goed doen. Ik  was weer maar 1 keer kort en licht verkouden. Ik dipte vrijwel wekelijks in de Oosterschelde, 1 keer zelfs toen er sneeuw lag, mijn koudste dip ooit:

Dijk van Wemeldinge met sneeuw, verderop strandje, strekdam en de Oosterschelde

Net als vorig jaar zat er een soort ‘midwinter-opkikker’ in, dit keer in de vorm van de Festive 500. Ik voel me fit, net als vorig jaar op een beetje van mijn structurele ‘scheeftrek-problemen’ na (vorig jaar was daarvan m’n rechterheup het slachtoffer, nu m’n linkerschouder – het is niet heel erg, minder hinderlijk dan vorig jaar). Alles was redelijk ontspannen, op wat werkstress na, maar ook die was minder dan vorig jaar. Ik heb het nog steeds erg naar mijn zin in Kapelle.

Lijkt allemaal erg op vorig jaar. Met één verschil: ik heb veel minder leuke loopjes gedaan dan vorig jaar. Toen verzamelde ik er tussen 16 november en Koningsdag maar liefst 21 heel verschillende leuke loopjes, een groot deel daarvan in de regio en een manier om die beter te leren kennen. Nu zit ik in diezelfde periode op 4,5, als ik goed tel: Hobbeldebobbel, Kleine Zakloop, een halve groepsduurloop, testloop en de Oosterscheldeloop. Er komen er nog 2 of 3 bij tot 27 april, maar dat is toch echt een groot verschil. Minder reuring, minder nieuwe plekken: alleen die trainingsloop voerde over een nieuwe route. Ik vind trainen leuk, dus dat is prima, maar ik loop dan natuurlijk wel vaak dezelfde stukjes. Wel probeer ik nog steeds doelbewust de omgeving te verkennen. Nieuwe wegen ontdekken wordt steeds zeldzamer natuurlijk, we wonen hier ondertussen 2 jaar, maar het kan nog steeds en blijft leuk.

Over de finish

Die laatste loop van het rijtje, de Oosterscheldeloop, was gisteren. Ik deed dit jaar de korte afstand: 4,1 kilometer. In een piepklein deelnemersveld van 15. In qua temperatuur twijfelomstandidgheden: harde, koude wind, maar warme zon. Ik voelde me een beetje een watje in lang-lang, maar ik heb het niet te warm gehad, dit was precies goed zo.

Het woei dus alweer hard, en ik was weer niet helemaal tevreden, maar ik heb wel beter gelopen dan bij de testloop vorige maand: ongeveer net zo hard, bij weliswaar iets betere omstandigheden, maar dit was 1/3e langer en met hoogteverschil. Toch vond ik opnieuw dat er niet uitkwam wat ik in trainingen wel kan. Beetje zo-zo dus.

Maar er kwam aan het eind nog een verrassing: ik haalde het podium! In zo’n klein veld kan ik kennelijk met niet eens zo heel goed lopen op m’n 60e de 3e dame worden.

Ik hoorde wel al meteen dat ik 6 minuten langzamer was dan de winnares, wat een lichtjaar is op zo’n afstand natuurlijk.

En zo fietste ik even later bepakt en bezakt naar huis. Met een bos bloemen, en 8,5 kilo appels. Een forse zak appels is namelijk de ‘herinnering’ bij de Oosterscheldeloop, en ik moest die ook voor manlief meenemen, want die was lopend heen en weer naar Kattendijke.

M'n stadsfiets, zak appelen op bagagedrager, uitpuilende fietstas met bloemen

Het was verder ook een fijne loop qua contact. Ik had een paar leuke gesprekjes, waarin een veel jongere vrouw tegen me zei dat ze op haar 60e ook nog hoopt met zo veel plezier te sporten. Dat raakte me, en later dacht ik: misschien is dat wel het allerbelangrijkste. Niet de tijd, niet het podium, maar dat ik rolmodel kan zijn.

Die gedachte op de laatste dag van de wintertijd maakte die helemaal af. Nu op naar de zomer!

Foto 2 en 3: Huib Boogert van AV’56

Door |2026-03-30T09:31:46+02:0029 maart 2026|Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Een goede warming-up, steeds belangrijker?

In een (verder ook interessant) stuk over de grote en toenemende hoeveelheid prestatiegegevens in de sport zegt fysioloog Mike Tipton over ouder worden:

Het andere dat ik heb geleerd te ‘voelen’ is dat het begin van een rit of wedstrijd echt zwaar is, dus neem nooit een beslissing om te stoppen of door te gaan vóór minstens tien minuten. Het voelt gewoon zwaarder dan toen je twintig was. Maar er is een fysiologische reden voor: de snelheid waarmee je zuurstofsysteem op gang komt, is veel trager naarmate je ouder wordt. Het duurt even voordat je een steady state bereikt. Tot die tijd is het een strijd.

Ik herkende dat niet meteen. Ik dacht wel meteen: hmm, daar heb je er weer zo een, die de leeftijd de schuld geeft van alles wat niet lekker gaat. Tipton begint zijn ervaring met ouder worden namelijk met ‘Er zijn niet veel voordelen aan ouder worden’. Ik weet: mensen met een negatief beeld van veroudering vergroten het effect daarvan uit.

Maar misschien maak ik het wel te klein? Want ik heb het wel vaker gehoord, van die tragere start van je zuurstofverwerking. Misschien zit er wel wat in. Ik ben er daarom sinds het verschijnen van het stuk, nu twee maanden geleden, op gaan letten. Ik kan er nog steeds niet zo veel over zeggen, maar ik ontdekte wel dingen die met warming-up te maken hebben.

Dat ik er niet zo veel over kan zeggen, heeft te maken met hetzelfde verschijnsel als waar ik over schreef in het kader van de vraag of ik nu slechter herstel dan toen ik jonger was: het gaat om te veel variabelen, leeftijd is er daar maar 1 van en die kan ik niet isoleren. Afgelopen zondag kwam ik moeizaam op gang, maarja, het was de derde dag met zware intervallen op rij, wat wil je? Uiteindelijk wel heel lekker gelopen.

Een andere factor is kou. Ik weet al lang dat ik in kou moeilijk op gang kom. Dat geldt zowel voor het starten met de training als voor het starten van de intensievere gedeeltes. De koude lucht slaat dan soms op m’n luchtwegen en ik kan zelfs iets krijgen wat op inspanningsastma lijkt, met gepiep. Als het heel koud is, kan ik ook last hebben van stijve benen. Ik merk het vooral bij lopen, maar deze winter ook bij de intervallen in Zwift – mijn spinningfiets staat buiten. Ik was een keer pas tegen het eind van de training echt helemaal op gang, en net toen verscheen er in het scherm iets over ‘je zult de vermoeidheid nu wel gaan merken’. Dat was wel een momentje waarop ik dacht: hmm, misschien kom ik inderdaad langzamer op gang dan vroeger, of dan gemiddeld? Maar niet iedereens Zwift-fiets staat in de vrieskou natuurlijk.

Het is trouwens geen groot probleem. Een rustige, lange warming-up helpt. Het went, en dat doet het ook in de loop van de tijd. Het was deze winter wat langer achter elkaar koud, en ik kwam steeds makkelijker op gang. Laatst liep ik nog een keer in een koude wind, en door de tussenliggende zachte periode was m’n gewenning weer teniet gedaan. Piep-piep-piep.

Nog een andere factor is de trainingsopbouw. In Zwift is die soms te abrupt van warming-up naar intensief interval, zoiets:

Start van een intervaltraining, te leveren vermogens: geleidelijk van grijs (extensief) naar blauw (rustige duur) en dan in één klap naar rode pieken (boven FTP).

Bij zo’n opbouw duurt het drie intervallen voor ik echt mee kan doen; de eerste komt loodzwaar binnen. Geen idee of dat vroeger ook zo was, toen deed ik dit soort dingen niet. Ik zwiftte niet, en nog iets langer terug had ik geen vermogensmeter.

Los van leeftijd: ik vind het gewoon een slechte opbouw. Dat grijze en blauwe stuk duurt nog 20 minuten ook! Daarin kruipt het vermogen onnodig langzaam omhoog. Dat is geen warming-up, dat is tijdverdrijf.

Ik heb liever zo’n soort warming-up:

Ander soort start, met korte hoge vermogenspiekjes, herstel, en dan pas de intervallen

Sneller oplopen van grijs naar blauw kan prima. Dan komen die piekjes wel aan, maar die zijn kort en ze worden gevolgd door herstel. Ze heten ook wel primers: hoger vermogen dan de intervallen, om je lichaam als het ware wakker te schudden in voorbereiding op het echte werk. Daar moet je dan wel weer even van herstellen. Op de fiets doe ik zoiets ook: eerst even een keer 20 omwentelingen maximaal, daarna een minuut idem, dan bijkomen, en dan pas het eerste ‘echte’ interval.

Ik kan dus niet goed vergelijken met vroeger, maar misschien is het inderdaad zo dat een gedegen warming-up belangrijker wordt als je ouder wordt. Dat is wel wat je overal leest. Prima hoor. Gewoon doen. En er vooral geen strijd van maken.

 

Door |2026-03-25T15:12:31+01:0025 maart 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Nagekomen luistertip over fietsen en geest

Ik luisterde gister naar een geweldige podcast van CycloWorld over de mentale kant van fietsen, met psycholoog, schrijver en fietser Martijn Veldkamp. Geen idee meer hoe ik daar zelf op kwam, ik ben geen vaste luisteraar van die podcast. Liever gezegd: ik ben vaste luisteraar van geen enkele podcast, het is niet helemaal mijn medium, ik lees liever, en als ik er eens een tegenkom waarvan ik denk: die moet ik wél beluisteren, dan sla ik de link op en luister op een moment dat uitkomt: in de auto of bij het huishouden. Dat duurt wel eens even en dus loop ik er soms behoorlijk achteraan, zoals in dit geval: het is een podcast uit oktober.

Dus, ik ben er niet snel mee, maar ik vind het wel een dikke tip. Ik vond het enerzijds een feest van herkenning, verrassend sterk zelfs, zo van: ‘wauw, dat zijn bijna mijn woorden’. Hier en daar dacht ik: hmm, dat zie of ervaar ik net anders, en had ik dus graag in discussie getreden. Bijvoorbeeld over dat het voor het positieve effect op je geest niet uitmaakt of je alleen of in een groep fietst. Alleen kom je pas echt aan jezelf toe, volgens mij. En ik leerde ook nog wat nieuws, onder andere:

  • Duursport doet iets unieks doet met je mentale gezondheid, ten opzichte van andere sporten. Voor je geestelijk welbevinden zou je dus echt een duursport moeten beoefenen. Maar wel alleen als je er lol in hebt.
  • Ondanks de beroemde ‘runners high’ is fietsen eigenlijk beter voor de mentale gezondheid dan hardlopen. De cadans ervan is meditatiever, je kunt het langer achter elkaar doen, en hardlopen wordt al gauw te intensief. Maar dan geldt ook dat plezier op 1 staat: als je meer lol haalt uit hardlopen dan uit fietsen, dan is hardlopen beter.
  • Het verschijnsel dat na ongeveer een uur fietsen je zorgen vrij plotseling verdwijnen, ligt eraan dat je hoofd dan geen ruimte meer daarvoor heeft en zich wel meer moet gaat richten op het bewegen als zodanig. Ik heb dat altijd ‘uit mijn hoofd komen en in mijn lichaam zakken’ en dat is het ook, maar dit verklaart het nog nader. Ik wist eigenlijk niet eens dat iedereen dit heeft, of nouja, dat dit een gebruikelijk effect is. Bij mij werkt het zeer zeker zo!

Kortom: ik vond het een geweldige podcast!

 

Door |2026-03-23T14:27:21+01:0023 maart 2026|Fiets, Waarom|1 Reactie

Ik ben nu wegwijs in de verkeerskunde

Gister heb ik, in het kader van ‘doe eens iets geks’, de cursus ‘Wegwijs in de verkeerskunde‘ afgerond. De aanleiding was dat ik, nu ik een tijdje politiek actief ben, verkeer en mobiliteit machtig interessant vind omdat er zo veel dingen in samenkomen. Eén van die dingen is het raakvlak met sport en beweging. Vandaar dat ik er hier nu een stukje over schrijf.

Ik heb het hier vaker gehad over mijn ervaringen als sportende weggebruiker. Het ging dan onder andere om de toenemende snelheidsverschillen en agressie op de fietspaden, het gebrek aan ruimte om buiten te kunnen bewegen en over het oprukken van de e-bike. Het ging daar soms ook al over de relatie met de grotere wereld. Met gedrag, want ja, in het verkeer moeten we het met z’n allen samen zien te rooien. Over infrastructuur, want daarmee kun je dat gedrag enigszins sturen en veranderingen in goede banen leiden. Over hoe commercie en sociale druk ons tot ongezond gedrag verleiden. Over de dominantie van de auto.

En dan noem ik alleen nog maar de dingen die me opvallen als fietser en hardloper. Het gaat om nog veel meer. Mobiliteit heeft te maken met inclusie, klimaat en milieu, economie, energie en daardoor ook met de energietransitie en met de geopolitiek.

Knetterinteressant dus. Helemaal toen het mobiliteitsplan van de gemeente Kapelle verscheen, en ik daar fikse vraagtekens bij had. Ik niet alleen: we hebben ondertussen een werkgroepje van de partij dat zich bezighoudt met het voetganger- en fietsvriendelijker maken van de gemeente (vorige week nog actie gevoerd zelfs). Ik heb diverse keren tijdens de cursus zitten gniffelen omdat ik en passant gelijk kreeg van de docenten, bijvoorbeeld over dat drie losse streepjes geen ‘netwerk’ zijn – dat naar aanleiding van het plaatje van het ‘fietsnetwerk’ (p. 96):

Een fietsnetwerk hoort door te lopen in de bebouwde kom en daar belangrijke plekken te verbinden, zoals het station en scholen.

Nou, dat was een waardevol inzicht, en dat was er maar een van veel meer tijdens twee heel erg leuke cursusdagen. Ik vond eigenlijk alles leuk, en alles smaakte naar meer, want ja, het was maar een korte introductie op een breed terrein. Zelfs een onderwerp waar ik van tevoren van dacht ‘ver van mijn bed’, verkeerslichten (in de gemeente Kapelle is er één), vond ik interessant, eigenlijk vooral omdat ik het gewoon leuk vind om nieuwe dingen te leren en systematieken te doorzien. Zo van: ‘aha, zo zit dat in elkaar!’

Ik word hier geen andere of betere fietser van. Ik kijk wel bewuster om me heen, met van die vragen in mijn hoofd als ‘is dit een erftoegangsweg of een gebiedsontsluitingsweg?’ Ik snap ook beter waarom dingen niet kloppen. Ik vind al vanaf de allereerste keer dat ik door Kapelle fietste, zomer 2023, sommige verkeerssituaties raar voor alle verkeer én ongunstig en zelfs onveilig voor fietsers ingericht. Sommige plekken zijn gewoon dat: raar. Maar ik begrijp nu bijvoorbeeld wel waarom ik op het kruispunt vlak bij mijn huis (hoek Dijkwelsestraat/Weststraat) de neiging voel om gevaarlijke capriolen uit te gaan halen zoals over de stoep rijden of stilstaande auto’s links passeren, iets wat ik daar anderen ook zie doen. Die plek heeft voor mijn/ons gevoel de functie ‘stromen’ en dan is het naar om stil te staan omdat auto’s voorrang moeten geven aan rechts.

Gezien de politieke verhoudingen en de verkiezingsuitslag in onze gemeente gaat het niet makkelijk zijn Kapelle fiets- en voetgangervriendelijker te maken. Maar er liggen misschien wel kansen daar waar de huidige oplossing ook niet handig is voor auto’s. Bovendien voel ik me nu mede dankzij deze cursus wel strijdbaar. En ik zie wel een rol voor mezelf weggelegd als verkeers-specialist voor de regionale partij.

Voor alle duidelijkheid: ik heb de opleiding zelf betaald, en ik zie wel in hoeverre het nuttig is voor de partij. Het geld uit eigen zak betekende ook dat ik er graag twee leuke dagen van wilde maken. Dat is helemaal gelukt. Ze waren lang, met vroeg op vanwege half 10 starten in Utrecht, en van zelf sporten kwam dan niks terecht. Maar de docenten waren erg goed, de groep was leuk, ik heb me prima vermaakt.

Door |2026-03-20T17:12:50+01:0020 maart 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

E-bike-onderzoek

Ik heb hier al vaker mijn scepsis over het oprukken van de e-bike uitgedrukt. Vandaar dat ik met interesse las dat er net onderzoek is geweest naar de voor- en nadelen ervan. Niet dat er iets nieuws in staat, maar wel goed dat dat op een rijtje staat, specifiek voor de Nederlandse situatie. Het komt erop neer dat een e-bike alleen maar voordelen heeft als die je uit de auto houdt, en dat is vaak niet het geval, zeker niet voor jongeren.

Wat me in de samenvatting die ik las opvalt, is dat de e-bike wel voordelen kan hebben voor ‘ouderen en mensen met een beperking, overgewicht of een chronische aandoening‘. Ouderen is daarin een vage term, en ik denk dat leeftijd een veel minder belangrijke rol speelt dan dan een beperking, overgewicht of aandoening. Ik bedoel: ik denk dat je als gezonde ‘oudere’ ook beter zelf kan trappen en daar prima toe in staat bent. Als dat niet (meer) zo is, val je onder ‘mensen met een beperking, overgewicht of een chronische aandoening’. Dan is het dus onnodig om ouderen apart te noemen.

 

Door |2026-03-03T17:45:36+01:003 maart 2026|Fiets|0 Reacties

Nederlandse wereld-master

Leuk bericht op ProRun: de Nederlandse Cees Stolwijk (76) is uitgeroepen tot beste masteratleet ter wereld in 2025. Zijn verhaal is zeer uitzonderlijk natuurlijk en geen blauwdruk voor hoe je optimaal sport op die leeftijd. Maar er passen wel een paar dingen in het verhaal van mijn boek: dat master-wereldrecords sneuvelen omdat de huidige generatie ouderen beter traint dan voor heen, dat goede trainen van hem als zodanig (dat kan niet anders, anders kom je echt niet zo ver), en dat trainingsleeftijd bepalender is dan kalenderleeftijd voor de mate waarin je progressie boekt. In een eerder stuk op ProRun kun je zien hoe laatbloeier Stolwijk vanaf zijn 45e progressie ging maken en PR’s liep tussen zijn 54e en 64e. Ik vind het ook leuk om te zien dat hij doorging met hardlopen toen die PR’s er niet meer in zaten. Hij rijgt de masterrecords nog wel aaneen. Maar ook voor wie dat niet doet is het een inspirerend verhaal!

 

 

Door |2026-03-03T17:52:48+01:002 maart 2026|Loop|0 Reacties
Ga naar de bovenkant