Maandarchieven: februari 2026

Tsja

Toen ik zaterdagochtend wakker werd en de wind rond het huis hoorde, dacht ik: hmm, het gaat niet meevallen met het weer. Net op het moment van mijn 3 km testloop zou het op z’n winderigst zijn, met nog regen erbij ook:

Bij de Buienradar moet je hier in Zeeland altijd wel een windkracht optellen

 

Jan

 

 

 

Nou, dat betekende verwachtingen aanpassen, maar hoe ver naar beneden, geen idee. Okee, 15′ zou niet gaan lukken, maar 15’30 toch wel hopelijk?

Ik was vanochtend nog wat aan het rondrommelen en ik hoorde het harder en harder gaan waaien. Heen naar Goes in de tegenwind was behoorlijk beuken. En nat. Wat een treurigheid. Sowieso, en zeker omdat het hiervoor zo mooi was en ook het weerbericht voor de komende week is veelbelovend. Hoe bestaat het: mijn loopje op het slechtste moment in weken. Ook sneu voor Jan en de andere deelnemers, waarvan er een paar niet kwamen opdagen.

Toch maar zo goed en zo kwaad als het ging ingelopen op de drijfnatte baan. Splatsjsplatsjsplatsjsplats. Net voor de start kwam manlief nog aanzetten – die had een duurlooptraining gedaan en kwam op zijn terugweg supporteren en foto’s maken.

Zo gingen we om half 2 van start met 5 deelnemers op de drie en 2 op de mijl. Het was net opgehouden met hard regenen, maar de wind was fors. Na 1 rondje had ik al in de gaten dat het niet zo hard ging als ik had gehoopt, en halverwege wist ik al dat ik mijn gehoopte tijd in de verste verte niet ging halen. Ik stond dan ook op het stuk tegenwind voor mijn gevoel soms bijna stil. Bovendien vond ik het een heel geworstel en kreeg ik geen goed ritme te pakken, door steeds te moeten switchen van beuken naar proberen de meewind te ‘vangen’. En dan nog nat ook. Lekker lopen is iets anders.

Enige echte verzetje was dat ik iemand kon inhalen die kennelijk te hard gestart was. Hier heb ik ‘m bijna te pakken:

Verder had ik onderweg al een vlaag van zelfmedelijden. Wéér slechte omstandigheden, weer pech. Dat is nou al de zoveelste keer dat het net op het moment van hét evenement niet meezit. En dat er dus niet uitkomt waar ik voor heb getraind.

Dus. Het werd 16’07 (officiële eindtijd; Strava flatteert iets).

Tsja.

Ik ben teleurgesteld en verder kan ik er eigenlijk niet zo veel over zeggen. Het positiefste wat ik ervan kan maken is dat ik redelijk vlak heb gelopen en sneller was dan in oktober bij ideale omstandigheden. Maarja, toen was ik ook zo’n beetje ongetraind en amper hersteld van corona. Ik heb geen idee wat ik vandaag had gekund onder betere omstandigheden. Ik ben nogal windgevoelig, dat weet ik wel.

En ik weet dat ik niet te veel moet zitten met de ‘uncontrollables’ – aan net zo’n vlaag slecht weer kan niemand iets doen. Dat weet ik echt wel. Maar toch vind ik het echt heel erg jammer. Toch het gevoel van: hier heb ik niet voor getraind, hier had ik ook afgelopen week niet zo mee bezig hoeven zijn, met rust houden enzo. Dat spijt me dan ergens ook. Dat is dan iets van de balans tussen de controllables en de uncontrollables die niet klopt. Daar ga ik nog eens nader mee aan de slag.

Oja, en van de hooikoorts geen last, dat is dan het voordeel van de nattigheid.

Jan organiseert op paaszaterdag nog zo’n loop. Ik was eigenlijk niet van plan daarvoor door te trainen en me meer op het fietsen te gaan richten, maar nu denk ik: misschien plak ik die vijf weken er toch nog aan vast, voor een tweede poging. Als ik het een beetje uitkien, is dat wel te combineren met wat langere fietstochten. Ik laat het nog even sudderen, maar dat lokt in elk geval wel.

In elk geval: bedankt, Jan, voor het organiseren!

 

Door |2026-03-03T11:23:03+01:0028 februari 2026|Loop|4 Reacties

Op naar de 2e 3

Het is weer zo ver: procesevaluatie de dag voor de wedstrijd. Van de winter-hardlooptraining dit keer. Want morgen loop ik weer een 3 kilometer op het schaatsbaantje in Goes, als Jaro-testloop. Zo ben ik in oktober begonnen, toen liep ik er 16’30 over, met amper looptraining achter de rug en als doel voor de winter om sneller te worden. Liefst: om weer net zo snel te worden als een paar jaar geleden. Want vorig jaar stond duur centraal en de twee jaar daarvoor fietsen, en daardoor had mijn loopsnelheid geleden.

Plan was om in de winter elke maand zo’n testloop te lopen, maar dat is niet gelukt: in december was ik verkouden en eind januari bij het WK veldrijden. Zodoende heb ik niet geoefend in wat ik morgen ga doen. Het wordt zo morgen nog maar mijn tweede 3 kilometer ooit.

Maar dat is dan ook het enige wat niet is gelukt. Ik ben namelijk eigenlijk al tevreden. Ik ben zeker sneller geworden. In intervaltrainingen ben ik weer net zo snel als een paar jaar geleden. Afgelopen zaterdag liep ik zelfs mijn op-een-na-snelste kilometer ooit, voor zover ik heb geklokt: 4’47.

Elzen vandaag in bloei – ben ik volgens mij licht allergisch voor

Dus doel al bereikt eigenlijk, hopelijk morgen nog een leuke kers op de taart. Vooraf had ik bedacht dat die 3 kilometer toch echt wel onder de 15’30 zou moeten kunnen. Misschien kom ik wel in de buurt van de 15’00? Dat zou top zijn en dan is mijn snelheid echt terug op niveau. Maar of dat erin zit – geen idee. Daarvoor moeten de ‘uncontrollables’ ook meewerken, zoals het weer. Net de laatste paar dagen voel ik me bovendien een beetje ‘watterig’ in m’n hoofd, misschien iets hooikoorts?

Waar ik ook tevreden over ben, is dat ik met veel plezier getraind heb. Ik wisselde vier soorten trainingen af: duurloop (maximaal 12 kilometer), intervallen van 3X1 km (later wat langer) rond m’n vermoede anaerobe drempel en dus een beetje ingehouden, en het korte (7X400) en nog kortere (12X200) werk, gecontroleerd voluit. Relatief veel intervaltrainingen dus, en dat doe ik graag. Ik kom er ook gemiddeld energieker van thuis dan van een duurloop, zo merkte ik. Zeker als ik het combineerde met dippen in Wemeldinge!

Wat me de afgelopen tijd opviel is dat die korte intervallen echt als techniektraining werken: ik voelde vooral voor de kerst dat ik mijn benen aan het leren was om snelheid te maken. Ik had toen van de 200’tjes ook steeds spierpijn in m’n bovenbenen, die hadden duidelijk iets te leren. Ik heb ook geëxperimenteerd en ben bijvoorbeeld mijn armen meer gaan inzetten. Voor me uit kijken in plaats van naar de grond blijft een aandachtspunt.

Er zit nog steeds ook wel wat rek op, denk ik. Ik heb eigenlijk maar drie maanden getraind. Nouja, het waren er vier, maar ik heb rond kerst drie weken niet gelopen: eerst die verkoudheid,  daarna deed ik de Festive 500 en daar kwam ik uit met een ‘platgetrapte’ voet waardoor die even rust nodig had. Dat is het enige echte auwtje dat ik heb gehad, en het lag niet eens aan het intensieve hardlopen.

De rek zit hem er ook in dat ik in die vier maanden ook nog veel heb gefietst en ook daarin progressie heb geboekt. Ik probeerde wekelijks vijf keer trainen te verdelen over beide sporten door ze beide afwisselend 2 of 3 keer per week te doen. Dat was wel pittig; een keertje zwemmen per week gebruikte ik als actieve rust. Sinds begin van dit jaar doe ik er ook nog krachttraining bij, en ook dat kwam aan, vooral op mijn knieën. Maar het ging allemaal goed en ik ging dus best wel hard vooruit, erg fijn om te merken.

Na morgen gaat het vizier weer meer naar fietsen. Het kriebelt wel om eens wat langer achter elkaar en nog wat specifieker voor lopen door te trainen. Dat moet dan wachten tot na de volgende fietsvakantie.

Ik meld me na morgen met een verslag!

Door |2026-02-28T10:33:40+01:0027 februari 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Opvallend veel 40+-succes op de Spelen

Waar voor velen 40 de leeftijd is waarop ze vinden dat ze ‘oud’ zijn, waren er op de Olympische Spelen opvallend veel 40+’ers die het goed deden. Jorrit Bergsma (40) won twee schaatsmedailles, dat wist ik al, en de nieuwsbrief van The Well HQ zette vanochtend de 40+-vrouwen op een rijtje: snowboarder Claudia Riegler (52) was de oudste vrouw die ooit deelnam aan de Winterspelen, Silvana Tirinzoni (46) won zilver bij het curlen en Elana Meyers-Taylor (41) goud in de bobslee. Mooie rolmodellen!

 

Door |2026-02-25T14:25:01+01:0025 februari 2026|Vrouwensport|0 Reacties

Maatwerk fietsreizen bij Raj

Klein reclameberichtje, op speciaal verzoek! Toen wij in 2018 op Tasmanië fietsten, leerden we daar Raj kennen, een echte wereldfietser. We hebben een beetje contact gehouden, zeker ook omdat hij prachtige foto’s maakt voor zijn blog. Hij liet ons nu weten dat hij een eigen bedrijf begonnen is met maatwerk fietsreizen (‘It is basically a referral program through friends, cyclists, and people who want to go on an adventure but don’t know how to plan it.’): https://www.wanderbull.com/expeditions. Hij ontwerpt fietsreizen en verleent ondersteuning, motto: ‘Ride your dream yourney’. Hij noemt het zelf een experiment. Ik hoop dat het slaagt!

 

Door |2026-02-25T13:42:39+01:0025 februari 2026|Fiets|0 Reacties

Mijmeren over herstel en leeftijd

Ik keek er de laatste paar weken een paar keer van op hoe moe ik was na iets zwaars. Met m’n 60e verjaardag net achter de rug dringt zich dan de vraag op: herstel ik op deze leeftijd slechter?

Het korte antwoord: ik heb geen idee. Ik weet al uit wat ik erover gelezen heb dat herstel een dusdanig slecht meetbaar proces is dat niet goed is vast te stellen in welke mate je langzamer herstelt als je ouder wordt. Ik bedoel: iedereen zegt dat, dat je dan langzamer herstelt, maar meetbaar is dat niet. Omdat een groot deel van herstel sowieso niet meetbaar is. Herstel is iets wat plaatsvindt in een nog niet helemaal opgehelderde wisselwerking tussen lichaam en geest. Eén aspect daarvan is dat als je denkt dat je niet goed hersteld bent, dat ook zo is – en omgekeerd.

Ik ging wat mijmeren over die vraag en toen bedacht ik al gauw dat ik onderscheid moet maken tussen twee soorten herstel:

  1. Bijkomen van lichamelijke inspanning, zoals een zware training of wedstrijd. Sportief herstel, zeg maar, de meest standaard opvatting van herstel in de sport. Nou, daarover kan ik eigenlijk niks zinnigs zeggen, omdat ik nooit eerder gesport heb zoals nu. Ik ben voor het eerst ooit aan het trainen voor een korte loopafstand (3 kilometer), dus weinig omvang maar wel veel intensiteit (relatief, en voor mijn doen), in combinatie met fietsen gericht op de volgende fietsvakantie. De combinatie is relatief veel ‘benenwerk’, en dat heb ik wel gevoeld. Meer dan vroeger? Geen idee, want toen trainde ik anders.
  2. Bijkomen van de rest van mijn leven, zal ik maar zeggen. Van zware dagen. Van op mijn tenen lopen en van overprikkeling enzo. Als ik minder goed herstel dan toen ik jonger was, is het op dit gebied, maar ook dat is hele moeilijk te zeggen, want ook die zwaarte is slecht te vergelijken met vroeger. Ik werk dat hieronder uit.

De vermoeidheid van de afgelopen weken betrof twee vrijdagen achter elkaar waarop ik in de Randstad moest zijn voor werk. Dat zijn sowieso lange dagen met vroeg op en veel reistijd. De eerste dag beschreef ik op mijn andere weblog. Nog een week later had ik een nog veel langere dag in Utrecht, met werk en etentje. Leuke dag die vlekkeloos verliep totdat ik aan de terugreis begon: half uur vertraging die ik doorbracht op steenkoude, tochtige perrons, daardoor na middernacht thuis, en het laatste stukje werd de trein overspoeld met een carnavalsmeute. Dus waar ik naar mijn bed zat te verlangen moest ik me nog verhouden tot een boel herrie en gehos. Het was gelukkig niet agressief (de late Zeeuwse treinen zijn berucht).

Van beide dagen moest ik daarna langer dan één dag bijkomen, en dat vond ik lang. Na die eerste vrijdag liep ik op zondag een moeizame duurloop, en na die tweede haalde ik zelfs op maandag nog mijn normale loopintervaltempo’s niet, overigens wel na zondag een stevige fietstraining in de vorm van twee Zwift-activiteiten. Hieronder een screenshot van een moment daaruit, bij gebrek aan hardloopfoto’s van de laatste tijd:

Die sessie ging goed, maar een dag later was ik moe. Dus dan ga ik toch denken: het hakt er meer in dan vroeger. Maar tegelijkertijd weet ik: ik heb geen idee met wat in mijn verleden ik ze moet vergelijken:

  • Niet met wat, want ik heb nooit eerder rond middernacht in een hossende trein gezeten, en vroeger reisde ik niet steeds over zulke afstanden. Ik wist toen we naar Zeeland verhuisden dat het reizen het heikele punt zou zijn van hier wonen, omdat het tijd en energie kost. Dat mag ook, er staat veel tegenover, en meestal gaat het goed. Dit was nogal wat pech in korte tijd. Dus misschien waren deze dagen gewoon zwaar. Of misschien heb ik wat minder energie tot mijn beschikking dan vroeger, waardoor een even zware dag als toen nu relatief belastender is?
  • Niet met wanneer: ik heb eigenlijk geen enkel betrouwbaar ijkpunt. Ik moet niet 1 of 2 jaar terugkijken, want als ik dan achteruitgang zou merken, moet ik gauw naar de dokter, want zo hard slaat de leeftijd niet toe. En als ik langer terugkijk, is er geen enkel moment waarop mijn leven zo liep als nu. Twee jaar geleden verhuisde ik, daarvoor had ik een darmontsteking en kon ik zulke drukke dagen vaak helemaal niet aan, daarvoor was het corona-tijd en was alles anders, daarvoor had ik jarenlang last van de overgang, dan zijn we ineens al in 2011, toen had ik heftige gordelroos, eind 2009 overleed mijn moeder met voorgeschiedenis en nasleep, het jaar daarvoor zat ik 4 maanden in Afrika en kwam ik overtraind terug, en dan zijn we ineens al in 2007, op m’n 41e. Dat weet ik niet meer hoor, hoe ik me toen voelde na zware dagen. Ik heb ergens ook wel een soort geluk als laatbloeier, want ik heb nooit meegemaakt hoe snel ik als twintiger herstelde, ik kan me voorstellen dat dat merkbaarder is. Voor zover daarover iets te zeggen is, want heel betrouwbaar is je geheugen niet voor dit soort dingen.

Uitgaand van 2007 als ijkpunt weet ik wel dat ik toen nog alleen fietste, niet hardliep, laat staan snelle intervallen over 400 meter. Hardlopen is bij mij gevoeliger voor vermoeidheid dan fietsen, dus kan ik daar niet goed mee vergelijken. En omdat ik nog nooit eerder heb getraind zoals nu, heb ik ook geen ander referentiepunt. Misschien ‘mislukken’ dat soort intervaltrainingen sowieso wel vaker? Dus misschien zegt een keer te traag zijn niks over leeftijd en gebrek aan herstel maar hoort het er gewoon bij? Over de grote lijn ging het prima, daarover binnenkort meer.

Wat er ook nog speelt: misschien kan ik vermoeidheid wel beter toelaten dan vroeger. Als ik nog langer terugga, heb ik herinneringen aan doorgaan totdat ik ziek werd. Althans, zo ging het bijvoorbeeld in 1996/1997: na de conceptversie, leescommissieversie én definitieve versie van mijn proefschrift werd ik telkens ziek, de derde keer zelfs met een heftige griep. Misschien was ik toen wel af en toe net zo moe, maar dan nam ik mezelf in de houdgreep en duwde door. Dat niet meer doen is geen teken van slecht herstel, maar van beter voor mezelf zorgen.

Dat is een van de valkuilen van concluderen dat je minder snel herstelt als je ouder wordt: leeftijd is maar één van de vele factoren die herstel beïnvloeden. Natuurlijk, leeftijd speelt een rol – het is zo’n beetje de essentie van veroudering dat je lichaam slechter wordt in zichzelf repareren. Maar tussen al die andere factoren van sport, werk en leven is het op mijn 60e niet bepalend. Ik bedoel: ik laat me niet beperken door de gedachte ‘ik ben 60 dus ik herstel minder goed’, wetende hoe belangrijk het is om een realistisch, maar optimistisch beeld te hebben van veroudering. Daar schreef ik een boek over!

 

Door |2026-02-23T21:23:54+01:0023 februari 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Intelligentie voor atleten?

Strava deelt af en toe gratis proef-maanden uit voor het betaalde abonnement. Afgelopen maand was ik de gelukkige en kon ik zo kennismaken met de extra functionaliteiten die dat biedt. Eén daarvan is ‘athlete intelligence’: door AI gegenereerde feedback op je training. Dat ziet er zo uit – dit is een representatief voorbeeld van wat ik steeds kreeg:

Wat opvalt, is dat het keurige zinnen zijn. Dat blijft natuurlijk een indrukwekkend prestatie van generatieve AI: het is qua taal niet te onderscheiden van wat mensen doen – iets waar ik voor mijn werk veel mee bezig ben (voorbeeld). Dit zou door een menselijke coach geschreven kunnen zijn. Die zou ik dan graag nog wel een betere taakverdeling willen aanleren tussen kop (vetgedrukt) en body (gewoon). Daar staat namelijk deels dezelfde inhoud in net iets andere woorden. Dat hoeft niet, het maakt de tekst onnodig lang en het kan verwarrend zijn. Is sterk hetzelfde als solide?

Inhoudelijk is het ook zeker geen onzin. In die maand heb ik de AI-coach twee keer betrapt op een inhoudelijke fout. Beide keren noemde hij (of zij?) mijn duurlooptempo ‘anaeroob’. Wonderlijke fout: nogal een blunder als je ziet wat er verder allemaal wel goed gaat.

Maar wat me verder vooral opviel, zijn de beperkingen van zo’n AI-coach:

  • De analyse betreft een heel specifieke tijdsspanne: enerzijds deze losse training, anderzijds de lijn over 10 of soms 30 dagen. Wat daardoor niet meegenomen wordt, zijn meerdere trainingen achter elkaar of juist de veel langere termijn. Zo deed ik in de proefperiode een keer twee Zwift-sessies van een uur achter elkaar, wat dan samen een duurtraining is. Dat is de ‘coach’ totaal ontgaan: de feedback betrof de twee losse dingen. Ook de ene keer dat ik heen en weer fietste naar Waarde (15 kilometer) om daar een groepsduurloop te doen (foto hieronder – ik ben die in het oranje jack; ik liep een van de twee mooie rondjes mee) zag de coach niet als in totaal een duurinspanning, maar als drie losse dingetjes.
    De focus op de ‘streak’ van 10 dagen is dan weer wat wonderlijk omdat het voor mij normaal is om vrijwel dagelijks te sporten en daarin sporten af te wisselen. Ik ging me zelfs afvragen of het niet beter was als m’n ‘coach’ eens een keer zou zeggen: nu is het tijd voor een rustdag. Ik herinner me één keer waarin ik na de training dacht: gelukkig is het morgen zo ver. Maar AI weet niet van mijn plannen en bleef maar doorgaan over die ‘indrukwekkende’ consistentie.
  • De focus ligt erg op gemiddelde snelheid. Dat is een heel irrelevante maat. In een intervaltraining zoals die van hierboven zal m’n gemiddelde me worst wezen. Mijn doel was toen 4x1km op 5’30, dat ging prima, en daartussenin wandel ik zelfs even. Nog irrelevanter is gemiddelde snelheid op de fiets. Daar spelen de omstandigheden ook nog eens een grote rol en nog gekker: de coach zag geen verschil in de soorten fietstrainingen. Zo bleef hij mijn trainingen vergelijken met een gemiddelde waar een groepsrit op Zwift in zat (33,2 km/u – aerodynamisch voordeel maar Zwift flatteert ook) maar ook een rondje gravelen op m’n vakantiefiets (18,5 km/u). De AI-coach zou dat eigenlijk moeten kunnen zien, vind ik, want er is makkelijk uit de data op Strava te halen wat voor soort fiets het is. En hij zou ook moeten weten dat het bij een intervaltraining niet om het gemiddelde gaat. Ik moest wel eens denken aan de grap over statistici: met hun ene voet in het ijs en met hun andere voet in vuur, en dan zeggen: gemiddeld is de temperatuur lekker.
  • Al die veren in m’n reet – niet normaal, wie zit daarop te wachten? Ik hoef echt niet elke keer te horen dat het sterk, solide, consistent en indrukwekkend was. En het is ook niet nodig om het mogelijk negatieve puntje (laag gemiddelde) meteen weg te poetsen. Dat deed-ie ook steeds, soms met andere argumenten. Kom op, ik ben een volwassen sportvrouw, ik kan wel wat hebben. En zó ‘indrukwekkend’ is het niet, zeg, kom op. Doe normaal. Nouja, dat is kenmerkend voor de output van grote taalmodellen: ze praten je graag naar de mond. Ik vind ook Chat-GPT wel eens irritant slijmerig.

De nadruk op de dag-tot-dag-streak en de complimenten verraden volgens mij wel wat over de manier waarop deze AI getraind is: om mensen aan te zetten om meer te gaan bewegen. Daarvoor is consistentie belangrijk en wellicht helpen al die complimenten. Dat is echter niet hoe ik sport of waarvoor ik Strava gebruik. Dat mij ‘coach’ dat niet wist en zich niet aan mij kon aanpassen – tsja, echt intelligent is iets anders dan dit soort tekstjes genereren natuurlijk.

Kortom: voor mij was de toegevoegde waarde van ‘athlete intelligence’ nul. Strava vind ik leuk als sociaal medium. Om mijn sporten in goede banen te leiden heb ik het niet nodig. Voor mij geen betaald abonnement dus.

Door |2026-02-11T17:19:26+01:0011 februari 2026|Fiets, Loop, Trainer|3 Reacties

The Well HQ over de overgang

De nieuwsbrief van The Well HQ had vorige maand twee korte maar interessante stukjes over de overgang (nouja, over de ‘menopauze’ schrijven ze zelf, dat blijft verwarrend in het Engels). Ik las ze met instemming.

Allereerst: vrouwen die veel (duur-)sporten hebben net zo veel last van de overgang als andere vrouwen. Ik citeer:

a 2025 study by Hamilton et al discovered that even highly active women experience menopause and its physical symptoms in similar ways to the rest of the population. Top menopause symptoms among female endurance athletes included sleep problems (88%), sexual problems (74%), anxiety (72%), hot flushes (65%) and joint / muscle pains (63%).

Ik vind dat een belangrijke relativeerder ten opzichte van de vele boodschappen dat sporten ‘moet’ in de overgang. Iets wat ik wel eens heb horen omschrijven als ‘alsof je opvliegers weg kunt sporten’ – wat niet zo is.

Voor mij is nog frappant aan het rijtje gerapporteerde klachten: de hoge score van slaapproblemen – precies ook mijn grootste probleem toen, maar het gaat toch heel erg vaak alleen maar of vooral over die opvliegers. En wat me opvalt als ontbrekend: de invloed op lekker kunnen sporten, zoals de grillige prestaties. Wel concludeert het stukje dat je je trainingen wellicht aan moet passen.

De andere oproep is om je niet blind te staren op hormonen alleen – iets wat ik laatst ook schreef. Het gaat in de overgang ook om sociale en culturele zaken. Ik citeer weer:

When entering perimenopause, many midlife women are at the peak of their career, and / or looking after children, and / or caring for older relatives, and / or running households, and / or … well, the list goes on. Any one of these roles comes with pressure, yet many midlife women live several (or even all of them) at once. Sprinkle on some social mediatastic ideas that we’re all supposed to be sleek, healthy, happy, fulfilled and the best version of ourselves … and yeah, it’s a whole set of psycho-socio-cultural symptoms to contend with.

En dat alles in een ‘man’s world’ nog ook! Dat valt niet uit te vlakken. Ten opzichte van een generatie geleden is de druk op vrouwen van rond de 50 enorm toegenomen, al is het alleen maar in  hoe veel uren ze werken. Dat dat een keer gaat kraken, is niet zo gek. De rommelende hormonen zijn in het totaal maar één factor.

 

 

Door |2026-02-04T14:51:27+01:004 februari 2026|Vrouwensport|0 Reacties
Ga naar de bovenkant