Maandarchieven: januari 2026

Verandering van gel, deel 2

Koolhydraten deel 2… Ik gebruik wel degelijk gelletjes: in wedstrijden, bij lange lopen en als ‘noodvoorraad’ mee onderweg, voor als ik een hongerklop krijg – wat overigens niet vaak  is, veel minder vaak dan vroeger, wat me een goed teken lijkt qua vetverbranding. Maar een klein jaar geleden kreeg ik geleidelijk in de gaten dat ik last van mijn darmen kreeg van gewone gel. Ik had dat in de praktijk opgelost door over te stappen op gels van Sis met maltodextrine. Toch ben ik er in de herfst over gaan praten met een diëtiste. Deels was dat omdat ik het niet snapte: hoezo kan ik last krijgen van glucose, dat is toch iets heel basaals? Deels vroeg ik me af of het toch nog iets anders zou kunnen zijn – zag ik iets over het hoofd?

Welnu, het gesprek alleen al was interessant en nuttig, overigens ook omdat we het ook hadden over mijn periodieke vlagen van buikpijn, maar dat terzijde. Qua gelletjes adviseerde diëtiste Nikky me om eens te experimenteren met twee soorten gel, namelijk:

  • Van ESN omdat die een vrij eenvoudige samenstelling hebben, dus niet te veel fruit- en andere snelle suikers door elkaar – om uit te sluiten dat die vele soorten suikers het probleem zijn
  • Van Upfront omdat die naast de maltodextrine die sowieso goed gaat ook fructose bevat – om uit te sluiten dat fructose het of ook een probleem is.

Oftewel, hiermee ging ik aan de slag tijdens m’n Festive 500:

4 gelletjes

Resultaten: van die van ESN kreeg ik weer ietsje onrust in mijn darmen, maar die van Upfront gingen probleemloos. Daar ben ik blij mee, want het geeft wat meer afwisseling in smaken ten opzichte van die wat eigenaardige ‘behanglijm’ van Sis, en ze bevatten dankzij de fructose meer koolhydraten (30 gram, tegen 22 bij Sis), wat ook welkom is. Bijkomende voordeel is de supermakkelijke verkrijgbaarheid: gewoon bij de AH. Ze scheuren ook makkelijk open, althans, sommige – bij eentje ging dat niet zo klakkeloos. Voor de hoeveelheid koolhydraten is de prijs acceptabel.

Die van ESN vond ik alleen in hun eigen webwinkel en dan is een kleine proef-hoeveelheid bestellen nog niet zo evident. Het duurde even voordat dat kon, met relatief hoge verzendkosten natuurlijk, en toen kwamen de twee gelletjes in een reusachtige doos:

Grote kartonnen doos met in de hoek 2 kleine gelletjes

Nounou….

Conclusie is dus dat mijn darmen moeite hebben met het verwerken van hoog geconcentreerde glucose. Bij andere zoetigheid merk ik dat soms ook. Dat komt vaker voor, volgens Nikky. Goed om te weten! En in het vervolg dus aan de gels met maltodextrine, al dan niet met fructose. Helder!

 

Door |2026-01-27T16:52:43+01:0027 januari 2026|Triathlon algemeen|0 Reacties

‘Use or lose’ je vetverbranding

Het valt me vaker op: dat sommige duursporters overdrijven met hun koolhydraat-inname. Een uurtje zwemmen kan echt zonder sportdrank, en laatst keek ik verwonderd naar de aanwijzingen op Zwift om tijdens een rustige duurtraining al binnen een half uur te ‘refuelen’. Dat is niet nodig, en, zo weet ik al langer, en het kan tegen je werken. Niet alleen zijn het extra calorieën die gewoon meetellen voor het geheel, maar ook maak je het je spieren als het ware te gemakkelijk: die kunnen lekker die weinig zuurstof kostende koolhydraten opsouperen en hoeven niet aan die wat moeilijker te verstoken vetten te beginnen. Maar een goede vetverbranding is essentieel om te presteren en voor je gezondheid – juist om die te stimuleren zijn rustige duurtrainingen.

Recentelijk leerde ik daar ook nog over dat er tegenwoordig recreatieve sporters zijn met verhoogd risico op diabetes, vanwege een overdosis snelle suikers in de vorm van sportvoeding. Daar zit mogelijk achter dat ze horen over hoe de profs tegenwoordig tot wel 120 gram koolhydraten en meer per uur wegwerken – iets wat bij hen tot verbeterde prestaties werkt, maar wat je als recreant zeker niet moet naäpen, en al helemaal niet in rustige trainingen.

En zeker niet als je een dagje ouder wordt. Dat was voor mij de nieuwe les uit een tweeluik aan artikelen in Fiets Magazine. In nummer 12 van 2025 ging het over wat er gebeurt in ouder wordende spieren en hoe je daar zo lang mogelijk goed mee kan blijven presteren. Daarin niets nieuws qua praktische strekking. Moraal: ‘use it or lose it’ en leef verder ook gezond.

Wel vond ik daarin al interessant om te leren wat er op celniveau gebeurt als je ouder wordt: het aantal mitochondrieën blijft gelijk, maar ze werken minder goed samen (‘fragmentatie’) en dat hangt samen met de vetverbranding. Oudere sporters hebben meer vet statisch opgeslagen in hun spieren, en dat verstoort de energiehuishouding.

Die gedachte wordt in het meest recente nummer (2 van 2026) verder uitgewerkt. Juist oudere duursporters hebben baat bij het trainen van hun vetverbranding. Koolhydraatverbranding beschadigt de mitochondrieën namelijk meer en je wilt je spieren juist stimuleren om dat statisch opgeslagen vet te gebruiken (althans, dat neem ik aan, dat staat er niet zo letterlijk).

Vetverbranding trainen doe je door in je rustige duurtrainingen alleen water te nuttigen, zeker de eerste uren. Niet te veel tussendoortjes naast drie goede maaltijden per dag. Pas 2 à 3 uur na de maaltijd gaan trainen. Dat zijn dingen die ik doe en die ik eigenlijk vanzelfsprekend vind. Ik ben sowieso altijd wat ambivalent over sportvoeding omdat het ook iets megacommercieels is: peperdure suiker in een folietje met een marketingsaus eroverheen. Ik eet liever een krentenbol, banaan of bolus. Ik moet zelfs opletten dat ik tijdig ga oefenen met juist wel koolhydraten aanvullen voor tijdens het belangrijke evenement. Want dan wil je wel die snelle, handige koolhydraten kunnen gebruiken. Voor mij is dan 60 gram per uur al heel wat overigens.

Andere tips om de vetverbranding te stimuleren: nuchter trainen, dus voor je ontbijt – iets wat ik nooit gedaan heb. Het lijkt me veel te naar en ik zou bang zijn voor ondermijning van m’n weerstand. Er zijn sowieso kanttekeningen bij te zetten, zeker voor vrouwen (maar geen idee hoe dat na de menopauze is) en voor sporters die gevoelig zijn voor eetproblemen.

Je kunt ook je totale koolhydraatinname over de dag beperken of zelfs ketogeen eten, maar ik moet zeggen dat dat mij veel te ver gaat. Ik denk wel eens: het lijkt erop de meningen over koolhydraten gepolariseerd zijn: van de profs nadoen met hun 120 gram per uur tot ze tot evil verklaren door de aanhangers van (al dan niet intermittent) vasten en keto. Een béétje normaal doen met eten, à la adviezen van het Voedingscentrum, lijkt mij een betere aanpak.

 

Door |2026-01-26T14:18:55+01:0026 januari 2026|Extra|0 Reacties

‘Use or lose’ je vetverbranding

Het valt me vaker op: dat sommige duursporters overdrijven met hun koolhydraat-inname. Een uurtje zwemmen kan echt zonder sportdrank, en laatst keek ik verwonderd naar de aanwijzingen op Zwift om tijdens een rustige duurtraining al binnen een half uur te ‘refuelen’. Dat is niet nodig, en, zo weet ik al langer, en het kan tegen je werken. Niet alleen zijn het extra calorieën die gewoon meetellen voor het geheel, maar ook maak je het je spieren als het ware te gemakkelijk: die kunnen lekker die weinig zuurstof kostende koolhydraten opsouperen en hoeven niet aan die wat moeilijker te verstoken vetten te beginnen. Maar een goede vetverbranding is essentieel om te presteren en voor je gezondheid – juist om die te stimuleren zijn rustige duurtrainingen.

Recentelijk leerde ik daar ook nog over dat er tegenwoordig recreatieve sporters zijn met verhoogd risico op diabetes, vanwege een overdosis snelle suikers in de vorm van sportvoeding. Daar zit mogelijk achter dat ze horen over hoe de profs tegenwoordig tot wel 120 gram koolhydraten en meer per uur wegwerken – iets wat bij hen tot verbeterde prestaties werkt, maar wat je als recreant zeker niet moet naäpen, en al helemaal niet in rustige trainingen.

En zeker niet als je een dagje ouder wordt. Dat was voor mij de nieuwe les uit een tweeluik aan artikelen in Fiets Magazine. In nummer 12 van 2025 ging het over wat er gebeurt in ouder wordende spieren en hoe je daar zo lang mogelijk goed mee kan blijven presteren. Daarin niets nieuws qua praktische strekking. Moraal: ‘use it or lose it’ en leef verder ook gezond.

Wel vond ik daarin al interessant om te leren wat er op celniveau gebeurt als je ouder wordt: het aantal mitochondrieën blijft gelijk, maar ze werken minder goed samen (‘fragmentatie’) en dat hangt samen met de vetverbranding. Oudere sporters hebben meer vet statisch opgeslagen in hun spieren, en dat verstoort de energiehuishouding.

Die gedachte wordt in het meest recente nummer (2 van 2026) verder uitgewerkt. Juist oudere duursporters hebben baat bij het trainen van hun vetverbranding. Koolhydraatverbranding beschadigt de mitochondrieën namelijk meer en je wilt je spieren juist stimuleren om dat statisch opgeslagen vet te gebruiken (althans, dat neem ik aan, dat staat er niet zo letterlijk).

Vetverbranding trainen doe je door in je rustige duurtrainingen alleen water te nuttigen, zeker de eerste uren. Niet te veel tussendoortjes naast drie goede maaltijden per dag. Pas 2 à 3 uur na de maaltijd gaan trainen. Dat zijn dingen die ik doe en die ik eigenlijk vanzelfsprekend vind. Ik ben sowieso altijd wat ambivalent over sportvoeding omdat het ook iets megacommercieels is: peperdure suiker in een folietje met een marketingsaus eroverheen. Ik eet liever een krentenbol, banaan of bolus. Ik moet zelfs opletten dat ik tijdig ga oefenen met juist wel koolhydraten aanvullen voor tijdens het belangrijke evenement. Want dan wil je wel die snelle, handige koolhydraten kunnen gebruiken. Voor mij is dan 60 gram per uur al heel wat overigens.

Andere tips om de vetverbranding te stimuleren: nuchter trainen, dus voor je ontbijt – iets wat ik nooit gedaan heb. Het lijkt me veel te naar en ik zou bang zijn voor ondermijning van m’n weerstand. Er zijn sowieso kanttekeningen bij te zetten, zeker voor vrouwen (maar geen idee hoe dat na de menopauze is) en voor sporters die gevoelig zijn voor eetproblemen.

Je kunt ook je totale koolhydraatinname over de dag beperken of zelfs ketogeen eten, maar ik moet zeggen dat dat mij veel te ver gaat. Ik denk wel eens: het lijkt erop de meningen over koolhydraten gepolariseerd zijn: van de profs nadoen met hun 120 gram per uur tot ze tot evil verklaren door de aanhangers van (al dan niet intermittent) vasten en keto. Een béétje normaal doen met eten, à la adviezen van het Voedingscentrum, lijkt mij een betere aanpak.

 

Door |2026-01-26T14:17:53+01:0026 januari 2026|Fiets, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

60!

Vandaag ben ik 60 geworden. Dat vraagt om reflectie op het afgelopen decennium. Dit weblog startte ik immers onderweg naar een hele triathlon op mijn 50e (die post heeft nog steeds de mooiste titel van het hele blog, bijna tien jaar na dato), en in de tussenliggende tijd heb ik me uitvoerig verdiept in de ‘ouder wordende sporter’. Hoe is het om tien jaar ouder te zijn?

Ik met pulIn het kort: het gaat nog steeds gewoon heel goed. Ik merk heus wel dat ik ouder word, maar in het sporten verandert niet zo veel en het gaat me in een aantal opzichten ook beter dan tien jaar geleden. En het allerbelangrijkste: ik kan nog steeds met veel plezier sporten, daar is niet veel aan veranderd. Ik werk deze gedachtegang hieronder uit en illustreer ‘m hieronder met wat vrolijke foto’s van de afgelopen tijd. Ter vergelijking is die links hiernaast van tien jaar (en twee maanden) geleden.

Ik merk dat ik ouder word

Ik hoef er maar voor in de spiegel te kijken. Ik heb een grijze kop haar, en het is waar: alles gaat hangen, behalve mijn tandvlees, dat trekt op. Mijn ogen zijn ongetwijfeld onderweg naar een staaroperatie. Ik heb wat schade opgelopen: door de verkoudheid van voorjaar 2024 ben ik mijn reukvermogen voor een deel kwijt en na de infectie van 2023 zijn mijn darmen ook nooit meer helemaal de oude geworden. Van allebei weet ik niet of het ooit nog goedkomt.

In het sporten verandert niet zo veel

Bij het sporten merk ik niks van die grijze haren en de rimpels. Als ik me richt op de meetbare dingen en daarbij abstraheer van de momentopnames en de trainingsperiodisering, dan is er eigenlijk maar één ding dat achteruit is gegaan in die tien jaar: mijn hardlooptempo. Ik liep net voor m’n 50e een enkele keer een halve marathon binnen de twee uur; ik zou niet weten waar ik dat nog vandaan zou moeten halen. Ik heb me er ook al een tijdje niet meer op toegelegd, maar zelfs dan – dat is echt buiten mijn bereik.

Mijn zwemmen is tussentijds nog wel sneller geweest dan tien jaar geleden. Dat is een kwestie van techniek. Ik leer nog steeds bij, maar het verrommelt ook steeds weer, dus hoe hard ik zwem, hobbelt op en neer met hoe veel moeite ik ervoor doe en hoe lang geleden en hoe nuttig de meest recente cursus was.

Fietsen is niet zo veel veranderd, en zeker niet de procent per jaar verouderingseffect waar het vaak over gaat – ik ben niet tien procent slechter dan tien jaar geleden. Op dit moment in het laagseizoen ligt mijn FTP zelfs net ietsje hoger dan precies tien jaar geleden, wat ik te danken heb aan meer en gerichter fietsen. In goede vorm in het seizoen haal ik nog steeds ongeveer dezelfde waarde van net onder de 4 W/kg. Hooguit kost dat wat meer moeite, in de zin van: ik kon dat toen bereiken naast meer hardlopen dan nu. M’n duurvermogen is niet veranderd.

Herstellen doe ik ook gewoon nog goed en ik kan nog steeds zware trainingsweken aan. Mijn maximale hartslag daalt maar mijn rusthartslag ligt sinds de menopauze ook aanzienlijk lager, dus ik heb nog steeds een bijna even groot hartslagbereik. Mijn gewicht is stabiel, mijn bloeddruk ook (weet ik dankzij de metingen bij het plasma geven).

Het gaat me beter

In één opzicht is het nu fysiek zo veel beter dan tien jaar geleden: de overgang is echt voorbij. Vorig jaar nog trokken er wat restantjes weg: de droge mond, de hartkloppingen en wellicht ook de disbalans in m’n bekken waar ik jaren mee heb gerommeld. Sinds de zomer is mijn bekken-rug-nek ineens probleemloos. Kan ook toeval zijn of aan iets anders liggen, maar opvallend is het wel. En dan had ik het over de allerlaatste sporen van de overgang, veel was daarvoor al verbeterd. Tien jaar geleden zat ik er nog dik in en moest de ergste tijd zelfs nog komen. Ik knijp nog regelmatig in mijn handjes bij deze stabiliteit, groter dan ooit tevoren. Ik denk wel eens: mannen hebben dit altijd, wat een verschil!

Ik ben ook minder blessuregevoelig, mogelijk ook een gevolg van die stabiliteit en van nog tien jaar lang mijn lichaam beter leren kennen. Een paar dagen na mijn 50e verjaardag blesseerde ik mijn voet dusdanig dat ik maandenlang niet kon lopen; van dat soort ellende ben ik al heel lang gevrijwaard (afkloppen). De routine die ik sinds de coronatijd heb, met dagelijkse oefeningen en een wekelijkse dosis Yoga with Adriene, doet me goed. Ik ben daardoor ook eerder leniger dan stijver ten opzichte van mijn 50e.

Door het dippen en #projectdaglicht kom ik beter door de winters dan ooit tevoren. Ik weet niet of het daardoor komt, maar de afgelopen tien jaar ben ik veel minder vaak verkouden geweest dan voor mij gebruikelijk was. Ik heb een winter overgeslagen aan de andere kant van de wereld (een van de absolute hoogtepunten van het decennium!) en een tijdje speelden de coronamaatregelen een rol, maar ook sindsdien is het minder frequent. Ik heb alleen in 2018/2019 een periode gehad waar ik als vanouds vaak liep te snotteren.

Ik denk dat ik ook beter train dan tien jaar geleden: gedoseerder en gerichter, vooral qua hardlopen. Dat is wel verrassend eigenlijk, hoe lang het kostte om uit te dokteren waar ik het het beste op doe. Belangrijk inzicht daarbij voor mij was dat ervaren zwaarte belangrijker is dan gemeten intensiteit. Dat maakt voor mij voor een lange duurloop veel  uit: qua intensiteit is dat een lichte training, maar qua ervaren zwaarte bepaald niet. Ik moet die dus ‘meetellen’ bij de zware trainingen, waarvan ik er in een week maar hooguit twee ‘mag’ doen. Dat beperkt wat ik aan zware intervaltrainingen kan doen.

Dat is het grootste verschil met tien jaar geleden: ik heb geleerd dat ik hardlopen niet te zwaar moet maken, dat ik daarin veel minder aankan dan veel andere mensen of dan wat in de boekjes staat, zeg maar. Of nouja, ‘aankunnen’ is niet het goede woord, het gaat om hoe ik het trainingseffect bereik dat ik wil.

Recentelijk heeft het inruilen van het wat lukrake en loodzware spinning voor gedoseerdere intervaltrainingen op Zwift ook uitstekend uitgepakt, en het is nog leuker ook.

Buiten de sport gaat het me ook gewoon goed. Ik ben bijvoorbeeld blij hoe mijn werk zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld en met mijn vriendenkring; de verhuizing naar Kapelle is een goeie zet geweest, en Henk en ik zijn still going strong. Ik maak me wel meer zorgen over de ontwikkelingen in de wereld dan tien jaar geleden. Ik zag ergens staan dat 2016 het laatste ‘onschuldige’ jaar was: daarna kwamen corona en Trump.

Nog steeds veel plezier

Er zijn soms van die momenten, bijvoorbeeld als ik blokjes rijd op de triathlonfiets, de blubber van mezelf of m’n fiets afspoel na een gravelrit of me op Zwift in bochten wring om bij een groepje aan te klampen dat ik denk: ik had vroeger nooit gedacht dit op m’n (bijna) 60e nog steeds even leuk te vinden. Het past allemaal niet zo in het beeld van een vrouw van 60. Ik zeg wel eens voor de gein: ik hoor eigenlijk rond te tuffen op een e-bike. Ik denk dat ik ergens toch een beeld had van dat meer inkakken en blasé worden hoort bij ouder worden. Maar op dat punt voel ik me helemaal niet ouder. Wat ik leuk vind, verandert gewoon niet. Op andere gebieden dan sport merk ik dat ook.

Nouja, een klein beetje verandert het toch wel. Ik heb bijvoorbeeld in het afgelopen decennium afscheid genomen van de wens een fatsoenlijke marathon te kunnen lopen – dat zit er niet in voor mij en ik vind het lange lopen ook niet leuk genoeg. De afgelopen jaren ben ik vooral meer gaan doen waar ik goed in ben: fietsen, korter lopen. Ik hoef niet meer zo nodig iets te doen waar ik duidelijk minder voor in de wieg gelegd ben – in die parabel over de appelboom die probeert peren voort te brengen ben ik nu blijer met m’n appels. Ik hoef mijn grenzen niet meer per se te verleggen, erbinnen is ruimte genoeg om mezelf stevig uit te dagen.

Op vakantie in Ierland afgelopen zomer merkte ik bovendien dat mijn bereidheid tot afzien kleiner is geworden. Dat betrof dan niet eens zozeer het fietsen, meer het behelpen op slechte campings in dito weer. Daar zit ook iets in van niets meer hoeven te bewijzen – ik hoef niet meer te laten zien hoe stoer ik ben.

Door deze ontwikkelingen is mijn plezier eerder groter dan minder groot – tien jaar geleden ‘moest’ ik nog meer van mezelf. Met terugwerkende kracht denk ik: dat was zelfs wel eens te veel. Dat heeft me ook veel gebracht en ik heb er geen schade aan overgehouden, maar hoe het nu is, is wel beter. Wijsheid komt duidelijk met de jaren…

Ik moet niet meer presteren maar ik wil het wel nog steeds. Zo lang ik sporten leuk blijf vinden en er gezond genoeg voor ben, blijf ik doorgaan. Ook al was ik bij de triathlons die ik afgelopen jaar deed al een paar keer de oudste deelneemster. Toch mooi om dan lang niet laatste te worden!

 

Door |2026-01-21T10:30:24+01:0020 januari 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen, Vrouwensport|0 Reacties

De plannen

Zo aan het begin van het nieuwe jaar is een mooi moment om het weer eens te hebben over de plannen en doelen voor de komende tijd. Welnu, dit zijn ze, chronologisch:

  • 60 worden – over 9 dagen al! Daar kom ik nog op terug.
  • Een snelle 3 kilometer lopen bij de JaRo-testloop van eind februari – mijn hardloopdoel voor deze winter.
  • Fietsvakantie!
  • September: triathlonnen. Ik sta er op dit moment voor één ingeschreven, met plannen voor nog drie: Hoeksche Waard, Herkingen, Hulst en Zierikzee. Hulst is sowieso een kwart en in Zierikzee heb ik voor de 1/8e gekozen, die andere twee weet ik nog niet. Er is niet overal een aparte D60+-categorie, maar als die er wel is, wil ik het daar goed in doen natuurlijk.
  • En dan, verder vooruit kijkend: in 2027 is het EK triathlon in Oostenrijk. Wie weet gaan manlief (dan H70+) en ik daaraan meedoen. Dat is nog een beetje een wild idee, maar het kriebelt wel!
Door |2026-01-11T15:06:00+01:0011 januari 2026|Fiets, Loop, Triathlon algemeen|0 Reacties

Twee tips

Even links naar twee recente interessante dingen voor de optimaal-blijvende-sporter:

  • Goeie tip: huppel! Ik doe dat eigenlijk alleen in m’n warming-up voor een loop, en dan zeker geen half uur. Misschien toch eens vaker en langer doen.
  • Uit een onderwerp op het forum van Fiets leer ik dat sommige gedreven fietsers juist minder gaan fietsen na hun pensionering. Dat is anders dan ik zou verwachten. Ik vat de redenen kort samen: woon-werkverkeer valt weg, het ‘moeten’ wordt minder, de omstandigheden gaan een grotere rol spelen (ook als gevolg van de grotere vrijheid), ze krijgen andere bezigheden (vrijwilligerswerk, wandelen/fotograferen), de jaren gaan tellen en fietsen als ontspanning of afleiding van werk is minder nodig.

 

Door |2026-01-06T14:41:37+01:006 januari 2026|Fiets, Loop|0 Reacties

Twee tips

Even links naar twee recente interessante dingen voor de optimaal-blijvende-sporter:

  • Goeie tip: huppel! Ik doe dat eigenlijk alleen in m’n warming-up voor een loop, en dan zeker geen half uur. Misschien toch eens vaker en langer doen.
  • Uit een onderwerp op het forum van Fiets leer ik dat sommige gedreven fietsers juist minder gaan fietsen na hun pensionering. Dat is anders dan ik zou verwachten. Ik vat de redenen kort samen: woon-werkverkeer valt weg, het ‘moeten’ wordt minder, de omstandigheden gaan een grotere rol spelen (ook als gevolg van de grotere vrijheid), ze krijgen andere bezigheden (vrijwilligerswerk, wandelen/fotograferen), de jaren gaan tellen en fietsen als ontspanning of afleiding van werk is minder nodig.

 

Door |2026-01-06T14:41:17+01:006 januari 2026|Extra|0 Reacties
Ga naar de bovenkant